RIS323227 Vrouwenopvang op orde
Tekst van het document
RIS-nummer: 323227
Schriftelijke vragen: Vrouwenopvang op orde Indiener: Fatima Faïd, Haagse Stadspartij
Datum: 11 september 2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Naar aanleiding van de beantwoording van onze eerder gestelde schriftelijke vragen over de crisis bij de vrouwenopvang (RIS322647) heeft de Haagse Stadspartij aanvullende vragen betreft de zorgelijke situatie bij de vrouwenopvang. Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Fatima Faïd (Haagse Stadspartij) de volgende vragen:
Het college stelt dat Den Haag voldoet aan de norm van het Verdrag van Istanbul, terwijl er structureel gebruik wordt gemaakt van hotelplekken. 1. Ziet het college dit niet als een aanwijzing dat de internationale norm ontoereikend is voor de Haagse praktijk? De Haagse Stadspartij heeft signalen ontvangen dat vrouwen, die opgevangen worden in een hotel, dat zonder begeleiding moeten doen. 2. Kan het college aangeven of bij verblijf in een hotel (noodopvang) wordt voorzien in passende begeleiding en faciliteiten, zoals 24/7 aanwezigheid van personeel, waarborging van veiligheid, kinderfaciliteiten, privacy en expertise op het gebied van vrouwenopvang op locatie? 3. Kan het college aangeven hoeveel vrouwen en hoeveel kinderen op dit moment verblijven op een hotelplek? 4. Kan het college de gemiddelde en mediane verblijfsduur bij hotelopvang in de afgelopen drie jaren aangeven? 5. Kan het college de kosten van de afgelopen drie jaar aangeven die gepaard gaan met de opvang in hotels?
6. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat hotelopvang doorgaans onveiliger en ongeschikter is voor deze doelgroep (gebrek aan begeleiding, instabiele omgeving voor kinderen, gedeelde kamers)? 7. Waarom stelt het college in de beantwoording op eerdere vragen van de Haagse Stadspartij kosten boven veiligheid en passende zorg in hun afweging tussen hotel- en reguliere opvang? 8. Waarom kijkt het college niet veel actiever naar leegstaande panden in Den Haag om het tekort aan opvangplekken op te vangen? Wat zijn de overwegingen die het college daarbij maakt? 9. De Haagse Stadspartij hoort dat werken in de vrouwenopvang niet aantrekkelijk is omdat de beloning achterblijft bij de Cao-afspraken. Is het college bereid om extra maatregelen te nemen of extra middelen in te zetten om het werk aantrekkelijker te maken? 10. Kan het college garanderen dat vrouwen in de praktijk nooit tijdelijk worden teruggestuurd naar hun eigen (onveilige) omgeving of buiten de regio moeten uitwijken? 11. Kan het college uitleggen hoe dit gemonitord wordt? Kan het college de cijfers hierover met de raad delen zoals terugverwijzingen, plaatsingen buiten de regio en wachttijden?
Fatima Faïd Haagse Stadspartij