RIS323213 Bijlage 1 participatieverslag
Tekst van het document
Bijlage 1. Opbrengsten participatietraject Vanaf april 2024 is er op diverse momenten met Hagenaren, bewonersinitiatieven, partners in de stad en diverse beleidsafdelingen binnen de gemeente gesproken over de sociale basis. In deze gesprekken kwamen diverse thema’s en onderwerpen aan bod die van invloed zijn op de sociale basis. Deze gesprekken hebben ons geïnspireerd en waardevolle inzichten geleverd die zoveel mogelijk zijn verwerkt. Hieronder worden de opbrengsten van de belangrijkste participatiemomenten beschreven. April – september 2024: Themasessies Wmo, Jeugd, Participatie en Zorg In de periode april - september 2024 zijn er vijf themasessies georganiseerd over de Wmo, participatie en armoedebeleid, het ggz-beleid, de samenwerking tussen het medisch en het sociaal domein en de pedagogische sociale basis. Deze sessies vonden plaats met interne collega's van verschillende diensten en externe gasten, zoals de VNG, het ministerie van VWS, Kracht en RondomJou en het NJI. Het doel van de themasessies was enerzijds om maatschappelijke ontwikkelingen te bespreken met betrekking tot thema’s die raken aan de sociale basis, anderzijds om raakvlakken met de sociale basis scherp te krijgen.
Een samenvatting van de belangrijkste opbrengst: De notie dat sociale basis geen nieuw begrip is, maar dat er helaas weinig evaluaties plaatsvinden die gericht zijn op de werking van de sociale basis. In Den Haag zijn er de afgelopen coalitieakkoorden middelen vrij gemaakt om structureel te investeren in preventie, zorginnovatie én de sociale basis. Vanuit de Wmo wordt er in Den Haag gewerkt aan het ‘normaliseren’ van zorgvragen. Dit is ook van invloed op de voorzieningen in de sociale basis. Het is de vraag of het aanbod in de stad voldoende aansluit bij de behoefte van inwoners. Vaste gezichten bij de servicepunten in de stad zou helpen om beter aan te sluiten bij die behoefte. Volgens de deelnemers aan tafel stellen gemeenten vaak inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES) centraal in beleid, maar vergeten de potentie die inwoners met een hoge SES hebben bij het versterken van de sociale basis. Er is aandacht nodig voor inwoners die ondersteuning het hardst nodig hebben, maar moeilijk te bereiken zijn. Jongeren zijn bijvoorbeeld vaak buiten beeld. Daarnaast is er een toename te zien in bestaansonzekerheid. Een belangrijke opgave is daarom het voorkomen van nieuwe armoede. Ook aan de kant van participatie zijn er inwoners in een kwetsbare situatie: ongeveer 18.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt staan aan de kant en doen niet mee.
Door de focus te leggen op wat zij wel kunnen in plaats van niet, kunnen zij binnen hun mogelijkheden nog wel een bijdrage leveren aan de samenleving. Domein overstijgend werken en financieren is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Door als gemeentelijke diensten gezamenlijk op te trekken, kunnen we inwoners eerder signaleren en begeleiden. Een sterke sociale basis draagt bij sociale contacten en het vergroten van persoonlijke netwerken. In Den Haag zetten we bijvoorbeeld in het vergroten van het bereik en het gebruik van minimaregelingen. Diverse mooie voorbeelden illustreren dit: zoals het Traject Energiebrigades, waarin woningcorporaties, welzijnsorganisaties en de gemeente gezamenlijk optrekken om inwoners te ondersteunen bij energiearmoede. Ook vanuit het Initiatief Dienstverlening Nabij, het Beleidsplan participatie en andere plannen en agenda’s heeft Den Haag in om nieuwe armoede te voorkomen. Met betrekking tot de toegang tot ondersteuning en zorg is er vanuit de VNG een Richtinggevend kader opgesteld voor de lokale toegang. Deelnemers vragen zich af of de lokale Haagse toegang hier voldoende bij aansluit. Een sterke sociale basis is van belang voor preventie en nazorg voor een groep mensen die vanwege gezondheidsproblemen in een kwetsbare positie zitten.
Door in de nabije omgeving van inwoners te werken kunnen we problemen eerder signaleren en nazorg in de netwerken in de wijken organiseren. Ook is er nog veel winst te behalen in het trainen van vrijwilligersorganisaties op deze doelgroep. Vanuit macroperspectief bezien; bezuinigen op relatief goedkope ondersteuning vanuit de Wmo zorgt op de lange termijn voor hogere kosten in het zorgdomein. Maar ook binnen de Wmo zelf kunnen we het ons afvragen of het zinnig is huishoudelijke hulp af te schalen, terwijl het relatief gezien een goedkopere oplossing biedt dan zorg vanuit de GGZ.
-
-
-
-
-
-
Ook wordt benadrukt de kansen en mogelijkheden van de sociale basis niet te overschatten: het is niet het afvoerputje (voorveld) voor te zware zorg. ‘Waar ligt de grens tussen informele en formele zorg?’ Als het gaat om samenwerking tussen medisch en sociaal domein dan is werken vanuit Welzijn op Recept een goed voorbeeld. Ook wordt er binnen Welzijn op Recept naar alle determinanten van gezondheid wordt gekeken. Het echter daadwerkelijk goed organiseren van Welzijn op Recept brengt wel uitdagingen met zich mee. We moeten ons realiseren dat we met de sociale basis niet alles kunnen opvangen op het moment er druk ontstaat in het medische domein. Wie gaat deze verschuiving betalen? Je zou vanuit de wijkscans kunnen kijken hoe de sociale basis en het medische domein in Den Haag is georganiseerd; een zogenaamde wijkgerichte infrastructurele benadering. En kijken naar overlegstructuren, registratiesystemen en ICT tussen bijvoorbeeld de welzijnsorganisaties en de huisarts. Op het gebied van digitalisering is er nog winst te boeken: veel sociale interactie is online. We zouden iedereen in Den Haag willen laten profiteren van digitale ontwikkeling. Cultuursensitief werken vraagt aandacht. Door sleutelfiguren in te zetten kunnen we beter aansluiten bij de leefwereld en behoefte van inwoners.
De pedagogische basis is onderdeel van de sociale basis, en gaat over alles dat te maken heeft met opvoeden en opgroeien. Wat we meer zouden willen zien is een gunstig opvoed- en opgroeiomgeving, dat uitnodigt tot sociaal contact en steun uit de omgeving van opvoeders. Hoe kan je ‘problemen die horen bij het leven’ draaglijk maken? Hiervoor is een bredere blik en inzet op preventie noodzakelijk. Het collectief organiseren van ondersteuning is niet alleen interessant omdat het goedkoper is, maar ook omdat het bewezen ondersteunend is het welbevinden van de jeugd. We zien in Nederland dat als we vastlopen in onze systeemwereld, we snel nieuw aanbod creëren. Lerend kijken wat wel en niet werkt, is een lastige opgave. Het vergt samenwerking tussen organisaties en tussen organisaties en de overheid. De metafoor van een olifant: als je er dichterbij staat en je hebt een deelopgave, dan zie je aan de delen niet meer dat het een olifant is. We hebben een gezamenlijke opgave om waarde en rendement te creëren voor complexe maatschappelijke opgaven.
De opgehaalde input komt terug in de uitgangspunten en opgaven zoals opgenomen in de brief. 20 september 2024: Benen-op-tafelgesprek Op 20 september 2024 vond met de wethouders Vavier en Balster een ‘benen-op-tafel-gesprek' plaats met partners in de stad. Samen wisselden zij van gedachten over de sociale basis in Den Haag en wat nodig is om de sociale basisinfrastructuur te versterken. Aan dit gesprek namen deel Welzijn Scheveningen, Wijkz, Vadercentrum Adam, Platform Zorgvrijwilligers, het Stagehuis, Stichting Schets, Staedion, Stek, WeZijn Transvaal en Meion. Het doel van het ‘benen-op-tafel-gesprek' was met een aantal organisaties in de stad bestuurlijk langer door te praten over het belang van de sociale basis. We vatten de belangrijkste opbrengsten van dit gesprek hieronder samen: De sociale basis is het weefsel van de samenleving, er zit veel kracht in de samenleving. Sluit hierop aan met het beleid voor de sociale basis. De gemeente zou geen plannen moeten bedenken vanuit het Spui voor de wijken, maar naar de wijken toe te komen om iets te doen voor de mensen die het nodig hebben. Vraag wat er al gebeurt in de stadsdelen en versterk dat, is de oproep. Informele organisaties vervullen hierin een belangrijke rol. Daarnaast zit er ook veel kracht in familiare verbanden en de informele netwerken die Den Haag rijk is.
Deze netwerken worden vaak onderschat, terwijl deze juist kunnen zorgen voor een sterkere sociale basis. Goed voorbeeld is Kompassie; die ervaringsdeskundigheid koppelt aan bewoners die op de wachtlijsten staan voor de GGZ. We zien een grote toename van kwetsbaren in de wijk. Bijvoorbeeld van zelfstandig wonende mensen met dementie. Vaak zijn dit mensen die ook moeilijk te bereiken zijn of zorg mijden. Deze toename zorgt voor druk op voorzieningen zoals de Servicepunten. De talrijke, laagdrempelige initiatieven en ontmoetingsplekken in de stad zouden meer benut kunnen. Als voorbeeld wordt het Vadercentrum genoemd. Deze organisatie krijgt veel voor elkaar en heeft ook geen last van een
-
-
-
-
-
tekort aan vrijwilligers. Ook inwoners die niet snel hulp vragen komen wel naar het vadercentrum. Ander voorbeeld is de weggeefwinkel waar mensen naar binnenlopen die normaal moeilijk te bereiken zijn. Er ligt een grote maatschappelijke opgave (vergrijzing, tekorten op de arbeidsmarkt) deze maatschappelijke opgaven kunnen we niet alleen vanuit de sociale basis oplossen. Het belang van integrale samenwerking over domeinen heen wordt breed gedeeld. Verbindingen tussen organisaties in de wijk worden als belangrijk aandachtspunt genoemd. En organisaties hebben het beeld dat er beter wordt samengewerkt in wijken dan jaren geleden. De gemeente zou niet alleen op beleidsniveau naar vraagstukken moeten kijken, maar vooral ook met en in de wijk in gesprek moeten gaan. Het denken vanuit de eigen kracht en regie van mensen moet hierin vertrekpunt zijn. Dit vraagt om een gelijkwaardige relatie tussen de gemeente, partners en bewonersinitiatieven en tussen de partners en initiatieven onderling. Ook werd het belang van integrale samenwerking breed gedeeld. Verbindingen tussen organisaties in de wijk wordt als belangrijk aandachtspunt genoemd. Er zijn al veel goedlopende overleggen op uitvoeringsniveau, hier zou meer op aangesloten kunnen worden. Ruimte creëren voor nieuwe initiatieven. Er wordt breed aangegeven bij beleidsvorming ruimte te houden voor nieuwe initiatieven in de stad.
Uiteraard willen we behouden wat goed loopt, maar daardoor is er soms geen/ weinig ruimte voor nieuwe initiatieven. Soms helpt een frisse, nieuwe blik op zaken/uitdagingen. Dit vraagt ook een andere vorm en langduriger subsidiëren. Deelnemers gaven aan de vele subsidiestromen van de gemeente als frustrerend te ervaren. Ook de manier van verantwoorden leidt tot (registratie)druk. Organisaties geven aan dat zij de steeds moeten tellen en ‘meten’ op output, en daar ook worden beoordeeld. Zij vinden het wenselijker meer te ‘vertellen’ over wat zij zien en welke impact zij maken: te laten zien wat ze doen in het bredere plaatje. Dit past beter bij de sociale basis; de opbrengsten vanuit projecten in de sociale basis zijn niet allemaal ‘af te vinken’.
De opgehaalde input heeft mede als basis gediend het beschrijven van de sociale basis in Den Haag als waardevolle plek in de samenleving en belangrijk onderdeel binnen het sociaal domein. Daarnaast komt input terug bij het beschrijven van de bouwstenen en de opgaven waaraan gewerkt wordt.
21 oktober en 4 december 2024: Gesprekken adviescommissie Welzijn Op 21 oktober en 4 december 2024 heeft er een overleg plaats gevonden met de Adviescommissie Welzijn. In het gesprek met de adviescommissie is stilgestaan bij de waarde van de sociale basis. De adviescommissie heeft daarnaast schriftelijk geadviseerd (RIS32167). Het doel van het gesprek was het betrekken van de Adviescommissie Welzijn bij het verder uitwerken van het beleid voor de sociale basis: Het belangrijkste advies is dat we ons als gemeentelijke overheid niet rijk moeten rekenen met de sociale basis. De sociale basis is niet iets wat vanuit het stadhuis tot stand gebracht is of wordt. De sociale basis is een waarde op zich die van onderop, vanuit de samenleving, vanuit de leefwereld van bewoners tot stand komt. De waarde van de sociale basis moeten we koesteren; het is daarbij de kunst om als beleidsmaker, ‘de systeemwereld’, daar ruimte voor te bieden, het te faciliteren en het initiatief – voor zover het bijdraagt aan publieke doelen – te laten groeien. Daarnaast heeft de sociale basis geen plek in de zorgketen, maar hangt er wel mee samen.
Een sterke sociale basis is wel degelijk van betekenis voor de samenleving en het kunnen omgaan met voorkomende maatschappelijke vraagstukken, maar alleen als de kernwaarden ervan wordt gekoesterd en ondersteund en niet afhankelijk is van wisselende beleidsambities. Wel relevant is de vraag hoe de sociale infrastructuur in een gebied er uit moet zien die een zo vruchtbaar mogelijke voedingsbodem creëert om initiatieven van onderop, om de sociale basis te laten groeien en bloeien. Dan gaat het bijvoorbeeld over fysieke ontmoetingsplekken (inclusief gemeentelijk vastgoed), om de aard en inzet van sociale professionals, om financiële ondersteuning, maar ook om reële zeggenschap van bewoners over hun eigen leefomgeving. Die punten vragen om een heldere en scherpe visie van de gemeente, zodat daar in de toekomst door de verschillende diensten en instanties ook echt op geacteerd kan worden.
De opgehaalde input heeft mede als basis gediend voor de scope en doelstellingen zoals opgenomen in de beleidsbrief. 20 november 2024: Stadsgesprek Samen Sociaal Op 20 november 2024 vond een breed stadsgesprek plaats over kansen, dilemma’s en uitdagingen voor de Haagse sociale basis. Met ruim honderd partners in de stad werd gesproken over een zestal thema’s: 1. De mogelijkheden en grenzen van de sociale basis. Het sociale domein is in beweging en kent forse uitdagingen: de beweging die we willen maken naar voorkant is een flinke opgave met de tekorten in mensen en middelen. Met de aanwezige partners hebben we stilgestaan bij de vraag of en hoe we vanuit de sociale basis kunnen bijdragen aan deze opgave en wat daarvoor nodig is. Samen met de partners kwamen we tot de conclusie dat de sociale basis an sich een meerwaarde heeft. Dat de sociale basis niet iets is wat we kunnen maken, maar het al bestaat. Bovendien constateerden we dat complexe vraagstukken niet alleen door informele zorgstructuren (vrijwilligers, mantelzorgers) opgelost kunnen worden, maar meer aandacht en tijd nodig heeft. Het merendeel van de partners benoemde dat structurele middelen ontbreken om hier goed op in te zetten. Ook de samenwerking tussen formele (welzijns)organisaties en vrijwilligersorganisaties verdient aandacht.
In het gesprek zijn een aantal succesfactoren genoemd om deze samenwerking te verstevigen. De kern hiervan is samengevat: ο Stel de bewoner centraal en sluit aan bij de specifieke kenmerken van doelgroepen. ο Zet in op het wijkgericht organiseren van ontmoetingsplekken. ο Breng doelgroepen proactief in kaart, door ze te ‘vinden’ op natuurlijke vindplaatsen (het onderwijs, gebedshuizen etc). ο Maak beter gebruik van sleutelfiguren. 2. Bij het tweede thema stond de vraag centraal hoe we de toegang tot ondersteuning zo laagdrempelig mogelijk kunnen organiseren voor inwoners. In het gesprek werd ingegaan op de uitdagingen voor inwoners en organisaties met betrekking tot de toegang en werden succesfactoren en belemmerende factoren opgehaald. Een van de belangrijkste opbrengsten van dit gesprek is de notie dat we als gemeente zelf een opgave hebben waar het gaat over onze eigen dienstverlening. Men vindt de gemeente te weinig zichtbaar in de wijken. Daarnaast was de breed gedeelde conclusie ook dat de wijze waarop de gemeente haar dienstverlening heeft ingericht niet klantvriendelijk is. Uitspraken zoals “We zien door de bomen het bos niet in de wirwar van regelingen, loketten en diensten” en de associatie met ‘hokjesdenken door de gemeente’ illustreerden dit.
De belangrijkste tips die deelnemers aangaven betreffen maatwerk, samenwerking tussen loketten en professionals en herkenbaar zijn als gemeente bij de inwoner. ‘Ken je doelgroep en ga ernaar toe’ was de belangrijkste boodschap. 3. Bewonersinitiatieven voor veerkrachtige wijken. Met inwoners en partners in de stad is gesproken over wat bewoners, initiatiefnemers en ondersteunende professionals nodig hebben om samen te werken aan een veerkrachtige wijk. Ook is er gevraagd wat goed gaat en wat er nog ontbreekt of beter kan. Waardering en erkenning van bestaande initiatieven, de huidige samenwerking werden als belangrijke elementen genoemd. “Gezien worden als gelijkwaardige partner door te gemeente.” Ook willen bewoners en initiatiefnemers eerder aan tafel zitten met de gemeente bij het maken van beleid. Er werden ook een aantal knelpunten genoemd waar aandacht voor wordt gevraagd zoals voldoende ontmoetingsruimtes in de wijken om activiteiten te kunnen organiseren. Ook de veelheid van subsidieregelingen maakt het voor initiatiefnemers niet altijd duidelijk waar zij terecht kunnen. Bovendien leidt het uitzoeken van welke regeling bij welke activiteit past en de verantwoording hierover soms tot een onevenredige administratieve last. 4. Inzet van vrijwilligers; Het vinden en bereiken van vrijwilligers is een van de uitdagingen waar in deze sessie werd gesproken.
Mogelijke vindplaatsen die werden genoemd is het aansluiten bij het onderwijs. Mogelijke ideeën: in het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs liggen kansen om vrijwilligerswerk te verbinden aan studiepunten. Naast de maatschappelijke diensttijd voor VOscholieren, zou ook gedacht kunnen worden aan een maatschappelijke diensttijd voor ambtenaren. Ook internationals, en senioren en inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt zouden potentieel gematcht kunnen worden aan een specifieke vrijwilligersorganisatie en -doel. In deze sessie stond ook de vraag centraal hoe we vrijwilligers(organisaties) beter kunnen ondersteunen en welke behoeften er liggen. Kernboodschap van de aanwezigen was dat vrijwilligers zelf goed kunnen aangeven wat zij nodig hebben om initiatieven te versterken. Maak vrijwilligerswerk
5.
6.
aantrekkelijk en flexibel was het motto. De rol van de gemeente is om hiervoor de juiste de juiste randvoorwaarden te creëren met een helder beleid over bijvoorbeeld vrijwilligersvergoeding en een ontwikkelbudget voor vrijwilligers(organisaties). Wat is er nodig voor organisaties met ervaren tekorten om zich open te stellen voor doelgroepen aan potentiële vrijwilligers, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Diversiteit en inclusie (een sociale basis voor iedereen). In dit gesprek stond de vraag centraal hoe we gezamenlijk de sociale basis kunnen versterken op een manier die recht doet aan de diversiteit in de stad. Het gesprek startte met de ervaren knelpunten en succesfactoren. Als een van de belangrijkste knelpunten werd genoemd dat er een gevoel van concurrentie is tussen organisaties. Kleine organisaties hebben het gevoel hebben minder kans te maken op middelen van de gemeente. Als belangrijkste succesfactor werd de samenwerking tussen organisaties vanuit een gedeelde locatie en het werken in allianties genoemd. Door transparant te zijn over budgetten en belangen wordt eventuele concurrentie zoveel mogelijk voorkomen. Deelnemers waren het erover eens dat het belangrijk is om als organisaties zelf ook de hand in eigen boezem te steken: weten waar je talenten liggen en dat actief uitdragen.
Dat betekent ook doorverwijzen naar bestaand aanbod in plaats van iets nieuws organiseren. Eenzaamheid onder jongeren. Aan deze tafel is besproken hoe we eenzaamheid onder jongeren beter kunnen signaleren en hoe we hiermee om kunnen gaan op een manier die past bij de doelgroep. Eenzaamheid onder jongvolwassenen is volgens deelnemers te herkennen aan een aantal omstandigheden: jongeren zonderen zich af, ervaren sociale druk van werk en school en maken moeilijk contact met leeftijdsgenoten. Ook slechte leefstijlfactoren zoals middelengebruik en uitingen van een negatief zelfbeeld kunnen duiden op eenzaamheid. Als belangrijkste uitdaging werd het contact krijgen en behouden met deze jongeren genoemd. Dit vraagt om een luisterend oor zonder oordelen (focus op de kracht van de jongere zelf, i.p.v. de omstandigheden). Ook het betrekken van ouders is een moeilijke, maar belangrijke stap om persoonlijke kwesties bespreekbaar te maken.
We omarmen de suggesties van deelnemers. We willen als gemeente gaan investeren in de samenwerking met organisaties. We zijn er ons van bewust dat organisaties knelpunten ervaren en zien dit als een van de ontwikkelopgaven voor de toekomst. Een deel van de gemaakte opmerkingen zijn in het bijzonder relevant voor de uitwerking de thematische actielijnen, zoals de gemaakte opmerkingen over het ondersteunen van vrijwilligers en de nieuwe actielijn eenzaamheid waaraan gewerkt wordt. 13 december 2024: Gesprek Cliëntenraad sociaal domein en deelraad Wmo. Op 13 december 2024 is het concept beleid besproken met de centrale cliëntenraad sociaal domein en de deelraad Wmo. De cliëntenraad heeft op een drietal punten advies uitgebracht: • Wat verstaan we onder kwetsbare positie? De cliëntenraad heeft voorgesteld om een nuance aan te brengen door eerst het begrip kwetsbaarheid te definiëren en daarna de kwetsbare groepen pas te benoemen. Een definitie kan bijvoorbeeld zijn: kwetsbare mensen zijn mensen die niet op eigen kracht aan de samenleving kunnen deelnemen. • In het beleid aandacht te besteden aan het afnemend vertrouwen in de overheid en de inspanningen van de gemeente dit terug te winnen. De cliëntenraad adviseert dat het inzetten van ervaringsdeskundigheid bij beleidsvorming hieraan bijdraagt. Bovendien komt dit ook de deskundigheidsbevordering van ambtenaren ten goede.
We zijn het eens met de cliëntenraad en hebben beide aspecten verwerkt. het afnemende vertrouwen in de overheid is geschetst als maatschappelijke ontwikkeling. Met betrekking tot de inzet van ervaringsdeskundigheid is dit zowel onderdeel van het uitgangspunt ‘We stellen de inwoner centraal’, als onderdeel van de doelstelling om inwoners in een kwetsbare situatie eerder en beter te bereiken. • Tot slot vraagt de cliëntenraad om een, waar mogelijk, concrete uitwerking van de samenwerking met organisaties die van belang zijn voor de sociale basis. Het verstevigen van de gebiedsgerichte samenwerking tussen en met organisaties is van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. De punten die aangedragen zijn voor zo ver het mogelijk was verwerkt.