CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323103 Programmabegroting 2026-2029

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Programmabegroting 2026-2029 (RIS323103)47.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

21 alinea's met “klimaat”: 194 677 678 684 686 700 701 703 706 707 708 709 710 715 725 741 745 755 767 842 1166

Programmabegroting 2026-2029

financien.denhaag.nl

Besluit gezien het voorstel van het college van 9-09-2025 , Besluit: I. II. III. IV. V. VI.

Vast te stellen de Programmabegroting 2026-2029 en de bijbehorende online bijlagen (bijlage 1), met een meerjarig eindsaldo van € 0,0 mln. na verrekening met de reserves; Vast te stellen de bijgestelde begroting van het huidige uitvoeringsjaar 2025 (bijlage 2); In te stemmen met het verlengen, aanpassen, instellen en opheffen van de reserves (bijlage 3); In te stemmen met het meerjarig investeringsplan 2025-2032 (bijlage 4); Kennis te nemen van het activiteitenboek (bijlage 5); In te stemmen met het actualiseren van de begrotingsindicatoren (bijlage 6).

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,

De voorzitter,

1

Reserves € 295

Belastingen € 298

Tarieven, leges en heffingen € 243

Overige inkomsten € 79

Huren en Pachten € 76

Rente en Dividend € 44

Grondexploitatie € 37

Inkomsten Gemeente Den Haag

€ 633 Specifieke uitkeringen

bedragen in miljoenen euro’s

€ 1.929 Gemeentefondsuitkering

€ 3.634 miljoen

Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid € 860

Buitenruimte € 386

Sport € 79

Economie € 52

Mobiliteit € 139

Stadsontwikkeling en Wonen € 172

Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening € 167

Financiën € 186

Overhead € 297

Uitgaven Gemeente Den Haag

€ 795 Werk en Inkomen

€ 151 Onderwijs

€ 163 Cultuur en Bibliotheek

€ 102 Openbare orde en Veiligheid

bedragen in miljoenen euro’s

€ 51 Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie

€ 16 College en Bestuur

€ 19 Gemeenteraad

€ 3.634 miljoen

Inhoudsopgave 1. Algemeen .......................................................................................................................... 10 1.1 Overzicht Begroting .................................................................................................................................... 10 1.2 Budgettaire besluitvorming ........................................................................................................................ 14 1.3 Overige budgettaire besluitvorming .......................................................................................................... 22 1.4 Kengetallen Den Haag ................................................................................................................................ 26 2 Programma's .................................................................................................................. 27 2.1 Gemeenteraad ............................................................................................................................................. 27 2.2 College en bestuur ...................................................................................................................................... 33 2.3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie ...............................................................................................

37 2.4 Openbare orde en veiligheid ....................................................................................................................... 51 2.5 Cultuur en bibliotheek ............................................................................................................................... 59 2.6 Onderwijs ................................................................................................................................................... 72 2.7 Werk en inkomen ....................................................................................................................................... 80 2.8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid .................................................................................................. 95 2.9 Buitenruimte ............................................................................................................................................. 118 2.10 Sport......................................................................................................................................................... 133 2.11 Economie ..................................................................................................................................................

141 2.12 Mobiliteit ................................................................................................................................................. 151 2.13 Stadsontwikkeling en wonen .................................................................................................................. 161 2.14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening ............................................................................................. 184 2.15 Financiën .................................................................................................................................................196 2.16 Overhead ................................................................................................................................................. 202 3 Paragrafen ................................................................................................................... 209 3.1 Bedrijfsvoering ......................................................................................................................................... 209 3.2 Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 218 3.3 Weerstandsvermogen ..............................................................................................................................

223 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................................231 3.5 Financiering.............................................................................................................................................. 239 3.6 Grondbeleid .............................................................................................................................................. 245 3.7 Verbonden partijen .................................................................................................................................. 252 3.8 Subsidies................................................................................................................................................... 257 3.9 Vastgoed ....................................................................................................................................................261 3.10 Openbaarheid en hergebruik overheidsinformatie .............................................................................. 265 4 Financiële begroting .....................................................................................................266 4.1 Overzicht baten en lasten per programma ..............................................................................................

266 4.2 Recapitulatie lasten, baten, toevoegingen en onttrekkingen per programma ...................................... 267 4.3 Gemeentelijke inkomsten ......................................................................................................................... 271 4.4 Standen reserves en voorzieningen ......................................................................................................... 274 4.5 Incidentele baten en lasten ...................................................................................................................... 276

4

Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting van de gemeente Den Haag voor de jaren 2026-2029. Deze begroting vormt het financiële en beleidsmatige kader voor de komende jaren. Den Haag voert een solide financieel beleid en zoekt daarbij continu naar de juiste balans: voorzichtig waar nodig, maar gericht investeren waar het kan en gewenst is. Ondanks alle financiële uitdagingen waarmee gemeenten zich geconfronteerd zien, slaagt Den Haag erin om te blijven investeren in de stad. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om zorgvuldig en kritisch om te gaan met de beschikbare middelen. In deze laatste begroting vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2026, gaat daarom bijzondere aandacht uit naar het oplossen van bestaande knelpunten. Sluitende begroting, maar ook uitdagingen Dit jaar heeft Den Haag een vernieuwde voorjaarsnota gepresenteerd inclusief financiële opgaven en knelpunten. In de voorjaarsnota werd al duidelijk dat de (financiële) opgaven groter zijn dan de beschikbare middelen. Bij de behandeling van de voorjaarsnota heeft de Raad richting gegeven aan de keuzes die gemaakt moeten worden. De financiële knelpunten zijn integraal afgewogen in relatie tot de beschikbare middelen. Hierbij is rekening gehouden met de inbreng van de Raad bij de voorjaarsnota en kan het college de begroting 2026-2029 sluitend presenteren.

Ondanks dat de begroting sluitend is, staan de Haagse financiën onder druk. De kosten blijven stijgen en rijksbijdragen groeien onvoldoende mee. Binnen de jeugdzorg zijn tekorten zichtbaar. Hoewel het Rijk tot en met 2027 middelen beschikbaar stelt, wordt er vanaf 2028 een extra besparing op jeugdzorg opgelegd. Ook op andere terreinen, zoals inburgering, opvang, veiligheid, energietransitie en gemeentelijke bedrijfsvoering, staan de financiën onder druk. Het verschil tussen wat van gemeenten wordt gevraagd en wat zij daarvoor ontvangen, raakt aan de uitvoerbaarheid van beleid en het voorzieningenniveau in de stad. Structurele duidelijkheid en voldoende financiering zijn noodzakelijk om de gemeentelijke taken duurzaam te kunnen blijven uitvoeren. Bovendien wordt het gemeentefonds ook opnieuw verdeeld. De financiële impact kan groot zijn voor Den Haag. In het meest negatieve scenario kan dit een structureel nadeel betekenen dat in 10 jaar oploopt tot € 90 mln., zoals toegelicht in de voorjaarsnota. Het is daarom van belang om ook de komende jaren vast te houden aan een behoedzaam financieel beleid en scherp te blijven sturen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de inzet van middelen. Investeringsruimte groei van de stad In de begroting 2025-2028 zijn stappen gezet om wegvallende financieringsbronnen in het fysieke domein, zoals de Enecomiddelen, op te vangen.

Daarom is vorig jaar bij de begroting 2025-2028 onder andere een bedrag van € 10 mln. aan kapitaallasten beschikbaar gesteld vanaf 2028 voor investeringsruimte voor de groei van de stad. In deze begroting is uitgewerkt hoe deze middelen de komende jaren ingezet kunnen worden. Dat vertaalt zich in een totaal investeringsbedrag van ongeveer € 236 mln. Inzicht in begroting verder verbeterd We blijven ons inzetten om de financiële huishouding en de sturing hierop te verbeteren en de inzichtelijkheid en daarmee de bruikbaarheid van de begroting te verbeteren. In de contourenbrief (RIS314462) zijn vier thema’s beschreven waarmee het college de financiële huishouding en de sturing wil verbeteren (RIS318378). Inmiddels zijn drie thema’s uitgewerkt. De begrotingsregels zijn geactualiseerd, er zijn spelregels voor het cofinancieringsfonds en er zijn stappen gezet in het transparanter maken van de P&C cyclus. Zo is de begroting sinds vorig jaar verbeterd, inclusief een activiteitenboek. Daarnaast hebben we een vernieuwde voorjaarsnota en wordt in 2025 voor het eerst een najaarsnota gemaakt om de prognose over het lopende jaar te verbeteren. Voor het vierde thema, de investeringsbegroting, wordt in deze begroting ook een eerste stap gezet door een beter en gedetailleerder inzicht te geven in het Meerjarig InvesteringsPlan (MIP).

In het MIP staan alle investeringen van de gemeente Den Haag. Aan de hand van vernieuwde tabellen heeft de Raad beter inzicht in de verschillende investeringen die gepland staan. Tenslotte wordt eind 2025 de Kadernota Investeringen aan de Raad voorgelegd. In deze kadernota worden de bestaande spelregels uniform vastgelegd en beter inzichtelijk gemaakt. Actualisatie begroting 2025 Ook de begroting van het lopende jaar (2025) is geactualiseerd, mede op basis van de in de voorjaarsnota opgenomen prognose van het lopende jaar (2025). In bijlage 2 is een volledig overzicht opgenomen van alle wijzingen van het lopende jaar. Naast de wijzigingen die in hoofdstuk 1 toegelicht worden betreft dit verschillende budgetneutrale bijstellingen. In bijlage 2 worden alle mutaties groter dan € 2,5 mln. in 2025 toegelicht. De begroting 2026-2029 en de actualisatie van 2025 dienen in samenhang te worden bezien. Het college van burgemeester en wethouders

5

Samenstelling college van burgemeester en wethouders

Jan van Zanen, Burgemeester Portefeuille: Openbare orde en veiligheid, Algemene bestuurlijke aangelegenheden en Representatie 2 College en Bestuur 4 Openbare orde en veiligheid 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening

Robert van Asten Portefeuille: Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa 5 Cultuur en Bibliotheek 11 Economie 13 Stadsontwikkeling en wonen Stadsdeelwethouder Segbroek

Saskia Bruines Portefeuille: Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling 5 Cultuur en Bibliotheek 11 Economie 15 Financiën Stadsdeelwethouder Scheveningen

Mariëlle Vavier Portefeuille: Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken 7 Werk en Inkomen 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 11 Economie 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening Stadsdeelwethouder Laak

Arjen Kapteijns Portefeuille: Engerietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen 3 Duurzaamheid, Milieu en Engerietransitie 9 Buitenruimte 12 Mobiliteit Stadsdeelwethouder Centrum

Robert Barker Portefeuille: Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu 3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie 9 Buitenruimte Stadsdeelwethouder Haagse Hout

Co Engberts Portefeuille: Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 13 Stadsontwikkeling en Wonen 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening Stadsdeelwethouder Escamp

Hilbert Bredemeijer Portefeuille: Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening 6 Onderwijs 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 10 Sport 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening 16 Overhead Stadsdeelwethouder Loosduinen

Nur Icar Portefeuille: MKB, Werk en Participatie 7 Werk en inkomen 11 Economie 14 Stadsdelen, integratie en Dienstverlening Stadsdeelwethouder Leidschenveen-Ypenburg

Leeswijzer Inleiding De programmabegroting 2026-2029 omvat meerdere hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk 1 met daarin een toelichting op de belangrijkste keuzes en actualiteiten met betrekking tot de programmabegroting, vindt u de beleidsbegroting met de diverse beleidsprogramma’s in hoofdstuk 2, een schets van de bedrijfsvoering van de gemeente en een aantal paragrafen over lokale heffingen, weerstandsvermogen en overige relevante thema’s in hoofdstuk 3 en de financiële begroting met onder meer de gemeentelijke inkomsten in hoofdstuk 4. Beleidsbegroting In hoofdstuk 2 zijn de beleidsprogramma’s in termen van de doelstelling, ambitie en activiteiten in 2026 beschreven. Aan de hand van de prestatie- en effectindicatoren kan de raad beoordelen in hoeverre deze doelen worden behaald. In ieder afzonderlijk programma worden ambities en acties concreet uitgewerkt en daarmee geeft ieder programma inzicht in de verwachtingen op de afzonderlijke deelterreinen. Verder worden beleid en geld in meerjarig perspectief gepresenteerd. Deze uitwerking per programma gebeurt binnen het stramien van de drie w-vragen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): wat willen we bereiken?, wat gaan we daarvoor doen? en wat gaat dat kosten?. Ook worden de verwachtingen voor wat betreft projecten en processen in de beleidsprogramma’s opgenomen.

Tot slot worden per programma de beschikbare financiële middelen voor 2026 voor de gemeentelijke inspanningen getoond. Ieder programma bevat een meerjarenoverzicht van de programmatotalen (op lasten en baten) en de totalen van de reserves, de voorzieningen en de investeringen. Prestatie-indicatoren, effectindicatoren en BBV-indicatoren In de beleidsbegroting worden de door de gemeente bepaalde prestatie- en effectindicatoren en de vanuit het Rijk verplichte BBV-indicatoren opgenomen. In de online bijlage vindt u de bronnen en de toelichtingen hiervan. Daarnaast geven kengetallen inzicht in de feitelijke ontwikkelingen in de stad over bijvoorbeeld bevolkingsomvang, aantal huishoudens en leeftijdsopbouw; die vindt u in de infographic in hoofdstuk 1. De financiële kengetallen zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Programma op hoofdlijnen In ieder programma is het onderdeel ‘programma op hoofdlijnen’ opgenomen. Hier vindt u een schets van de samenstelling van het programmabudget (lasten en baten) in financiële en in beleidsmatige zin. Overzicht overhead Een andere verplichting die voortvloeit uit het BBV is een overzicht van de zogenoemde overhead in de gemeentelijke organisatie; hieronder worden begrepen de ondersteunende functies in de gemeentelijke organisatie voor onder andere ICT en personeel en de leidinggevende functies in het primair proces.

In combinatie met het apparaatslastenoverzicht krijgt de raad meer inzicht in de omvang en de kosten van de gemeentelijke organisatie. Hoofdstuk bedrijfsvoeringsparagraaf en overige paragrafen Hoofdstuk 3 is de door het BBV verplicht gestelde hoofdstuk over de bedrijfsvoering en overige paragrafen. In bedrijfsvoeringsparagraaf staan belangrijke uitgangspunten van de interne bedrijfsvoering in de gemeentelijke organisatie voor de komende jaren. De overige paragrafen geven gebundelde informatie over thema’s die anders te gefragmenteerd aan de orde zouden komen. Deze informatie wordt door zowel bestuur als toezichthouders belangrijk gevonden om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen. De paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen, grondbeleid en financiering zijn verplicht voorgeschreven in het BBV. Hoofdstuk met de financiële begroting De financiële begroting in hoofdstuk 4 geeft evenals in de voorgaande jaren aandacht aan de financiële positie van de gemeente Den Haag per programma. Ieder programma bevat het overzicht van lasten en baten op een gedetailleerd niveau en het overzicht van de ontwikkeling op de gemeentelijke reserves en de besteding uit voorzieningen. Daarnaast geeft ieder programma de aansluiting weer met voorgaande begroting.

8

Bijlagen online beschikbaar Om de leesbaarheid van het boek verder te verbeteren worden diverse bijlagen voortaan alleen beschikbaar gesteld op het portaal van de gemeente Den Haag (financien.denhaag.nl). Het gaat om de volgende gemeentebrede overzichten: • Bijlage Begrotingsregels • Bijlage Enecoreserves • Bijlage Grote Projecten • Bijlage Cofinanciering • Bijlage Begroting per activiteit • Bijlage Begroting per taakveld • Bijlage Gemeentelijk tarieven • Bijlage Specificatie financiële vaste activa • Bijlage Specificatie materiële vaste activa en kapitaallasten • Bijlage Verloopoverzicht reserves • Bijlage Doelen, looptijden en maximale hoogtes reserves • Bijlage Voorzieningen • Bijlage Reserve Allocatie incidentele middelen (nieuw beleid) 2026-2029 • Bijlage Herfaseringen • Bijlage Bronnen indicatoren en toelichting Naast deze online bijlagen is ook het Activiteitenboek en een uitgebreide Meerjaren Investeringsplan beschikbaar. Dit boekwerk is ook digitaal beschikbaar op hetzelfde portaal.

9

1. Algemeen 1.1 Overzicht Begroting Gemeenten werken met een stelsel van baten en lasten. Dat betekent dat inkomsten en uitgaven moeten worden toegerekend aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben. Baten bestaan uit onttrekkingen uit reserves en inkomsten, zoals bijvoorbeeld middelen die Den Haag van het Rijk ontvangt of belastinginkomsten. De lasten bestaan uit toevoegingen aan reserves en uitgaven zoals het onderhoud van wegen of uitgaven voor de jeugdzorg. De totale lasten (inclusief toevoegingen uit reserves) en de totale baten (inclusief onttrekkingen aan reserves) zijn altijd gelijk aan elkaar.

Meerjarige ontwikkeling Baten Den Haag is een grote gemeente. Hier horen grote opgaven en omvangrijke lasten en investeringen bij. De baten (inkomsten) bedragen in 2026 naar verwachting € 3,6 mld. De inkomsten komen grotendeels vanuit het Rijk. Het gaat hierbij om de gemeentefondsuitkering (€ 1,9 mld.) en de middelen die we van het Rijk ontvangen met een specifiek bestedingsdoel, zoals de budgetten voor bijstand. Een deel van de inkomsten komt van burgers en bedrijven. Dit zijn belastingen zoals OZB, parkeer- en toeristenbelastingen die de gemeente zelf heft. Daarnaast ontvangt de gemeente inkomsten uit tarieven voor activiteiten zoals de afgifte van vergunningen, ophalen van huisvuil en het verstrekken van paspoorten. Verder wordt een deel van de activiteiten bekostigd uit de reserves. Figuur 1. Ontwikkeling baten (€ in mln.)

Figuur 1 laat zien hoe de inkomsten van Den Haag zich over de jaren heen ontwikkelen. De grootste inkomstenbron is het gemeentefonds. De hoogte van het gemeentefonds neemt de komende jaren toe van € 1,84 mld. in 2024 naar € 2,08 mld. in 2029. Deze toename is grotendeels het gevolg van de compensatie die gemeenten krijgen van het Rijk voor loon- en prijsstijgingen (nominale deel). Daarnaast is er een volumedeel in het gemeentefonds, dat wat extra is. Dit daalt van 2025 naar 2026. Deze afname komt doordat het Rijk eind 2021 heeft besloten dat het gemeentefonds vanaf 2026 niet meer meegroeit met de rijksuitgaven (trap-op-trap-af-systematiek). Vanaf 2027 groeit het gemeentefonds weer op basis van de nieuwe systematiek (BBP-groei). Op totaalniveau nemen de inkomsten over de jaren af. Dit komt doordat de inzet van reserves en de ontvangsten van het Rijk voor specifieke uitkeringen over de tijd afneemt. De inkomsten nemen af, omdat specifieke uitkeringen in de meeste gevallen een korte looptijd hebben. 10

Meerjarige ontwikkeling Lasten Figuur 2 laat zien hoe de uitgaven zich meerjarig ontwikkelen. De lasten (uitgaven) bedragen in 2026 naar verwachting: € 3,6 mld. en lopen iets af tot € 3,5 mld. in 2029. Dit wordt verklaard door aflopende specifieke uitkeringen zoals hierboven (meerjarige ontwikkeling baten) toegelicht. Tegenover deze baten staan gelijke lasten. Waar in 2025 nog € 770 mln. wordt begroot is dit in 2026 € 633 mln. Dit komt doordat in de begroting, conform onze begrotingsregels, specifieke uitkeringen pas worden opgenomen als het Rijk formeel heeft besloten om specifieke uitkeringen te verlengen of toe te kennen. Vanaf 2026 blijven de begrote lasten exclusief toevoegingen aan reserves stabiel. De grootste uitgaven vinden plaats in het sociaal domein, met name voor werk en inkomen, en zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid. Voor werk en inkomen gaat het o.a. om uitgaven voor bijstandsverlening en inkomensvoorzieningen. De uitvangen voor zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid hebben o.a. betrekking op uitgaven voor WMO-voorzieningen, jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en beschermd wonen. Andere grote uitgavenposten zijn de fysieke omgeving (buitenruimte, mobiliteit, stadsontwikkeling en duurzaamheid). In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid ingegaan op de manier waarop het geld wordt ingezet. Figuur 2. Ontwikkeling lasten (€ in mln.)

Meerjarige ontwikkeling structureel saldo Figuur 3 toont de meerjarige ontwikkeling van het structurele saldo van de gemeente. De begroting bestaat uit structurele en incidentele baten en lasten. Het structurele saldo wordt berekend als het verschil tussen de structurele baten en de structurele lasten. Structurele baten en lasten hebben een terugkerend karakter en beïnvloeden de financiële positie van de gemeente op langere termijn. In lijn met de geldende begrotingsregels moeten structurele lasten dan ook structureel worden gedekt. Dat betekent dat vaste uitgaven (zoals personeelslasten) moeten worden bekostigd uit vaste inkomsten (zoals algemene uitkeringen en lokale heffingen). Een positief structureel saldo betekent dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten en de begroting dus structureel in evenwicht is. Alle jaren kennen een positief structureel saldo. Met een daling van 2025 naar 2026. Dit komt doordat de inkomsten uit het gemeentefonds in 2026 afnemen. De uitgaven dalen in 2026 echter niet, maar blijven

11

over de jaren heen stabiel, zoals figuur 2 laat zien. In paragraaf 4.5 wordt nader toegelicht hoe het structurele saldo is berekend en welke uitgangspunten daarbij zijn gehanteerd. Naast het verschil tussen de structurele baten en lasten, is ook het resultaat van invloed op het structureel saldo. Een positief resultaat impliceert namelijk dat er ruimte is en dat de gemeente bij een tegenvaller niet direct hoeft te bezuinigen. In de begroting wordt uitgegaan van een resultaat van nul, maar in de programmarekening 2024 was sprake van een positief resultaat. Om deze reden is het deel van het structureel saldo 2024 dat veroorzaakt is door het resultaat over dat jaar met een aparte kleur aangeduid in onderstaande figuur. Figuur 3. Ontwikkeling structureel saldo (€ in mln.)

Meerjarige ontwikkeling reserves Figuur 4 laat zien dat de reserves van de gemeente de komende jaren naar verwachting afnemen omdat deze (beleidsmatig) worden ingezet. Inzet vindt vooral plaats vanuit de Eneco- en overige bestemmingsreserves. De reserves zijn daar ook voor bedoeld. Belangrijk is dat de reserves niet ingezet worden voor structurele uitgaven, omdat de reserves maar één keer kunnen worden uitgegeven. De reserves worden in de programmabegroting daarom enkel ingezet voor incidentele uitgaven. In programma 15 wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van de Enecoreserves. Daarnaast is er de (online) bijlage Enecoreserves waarin ook het verloop van verschillende projecten is te vinden. Daarnaast heeft Den Haag reserves om tegenvallers of risico’s op te kunnen vangen zonder direct over te hoeven gaan op bezuinigingen of lastenverhogingen (risico reserves). Hiervoor hebben we in Den Haag verschillende reserves. De algemene reserve is hiervan de belangrijkste. Het beschikken over een toereikende algemene reserve draagt eraan bij dat de gemeente een stabiel beleid kan voeren. Een toereikende algemene reserve draagt eraan bij dat bij tegenvallers niet ogenblikkelijk aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Daarnaast beschikt den haag over programmareserves, de reserve Grondbedrijf en de onderhoudsreserves voor vastgoed en sportaccommodaties.

De hoogte van deze reserves blijft de komende jaren stabiel. Tenslotte is er nog de activareserve die langzaam afloopt. Vanuit deze reserve worden (incidentele) kapitaallasten gedekt. De hoogte van de reserve is gelijk aan de kapitaallasten die nodig zijn om gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken. 12

Figuur 4. Meerjarige ontwikkeling reserves (€ in mln.)

Meerjarige ontwikkeling Investeringen Figuur 5 laat zien hoe de investeringen zich over de jaren heen ontwikkelen. De investeringen die Den Haag t/m 2024 heeft afgerond vertegenwoordigen een waarde van ruim € 2 mld. Deze investeringen zijn in de begroting gedekt met kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan uit de rente en afschrijvingen. De waarde van deze investeringen nemen jaarlijks af door de jaarlijkse afschrijvingen. Tegenover deze afschrijvingen staan nieuwe investeringen. In het meerjarig investeringsplan (MIP) staat een overzicht van de geplande investeringen voor de jaren 2025 t/m 2032. Dit overzicht is als vernieuwde bijlage bij de begroting toegevoegd. Figuur 5. Meerjarige ontwikkeling Investeringen (€ in mln.)

13

1.2 Budgettaire besluitvorming In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de budgettaire besluitvorming om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De uitkomsten van de raadsbehandeling van de voorjaarsnota. • De regels budgetdiscipline (10 begrotingsregels) en de spelregels uit de financiële verordening (RIS320520). • Belangrijk onderdeel van deze regels is dat het college programmasturing toepast. Dit betekent dat, nadat de begroting is vastgesteld, het college erop stuurt dat het budget op programmaniveau niet wordt overschreden. • Het budgettaire kader wordt voornamelijk ingezet voor het oplossen van de meest urgente knelpunten en niet voor nieuw beleid. Hieronder wordt eerst ingegaan op het budgettair kader uit de voorjaarsnota en de aanvullende budgettaire ruimte en vervolgens wordt toegelicht hoe de budgettaire ruimte wordt ingezet. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. In deze tabel zijn extra uitgaven aangegeven met een min (-/-), omdat hiermee het budgettair kader wordt belast. Met een kasschuif zijn de middelen over de jaarschijven verdeeld, zodat elk jaar sluitend blijft. Totaaloverzicht budgettaire besluitvorming Bedragen in €1.000

2025

2026

2027

2028

2029

1. Budgettair kader

39.500

22.625

19.425

17.025

16.625

5.600

5.600

5.600

2.000

2. Aanvullende budgettaire ruimte Totaal budgettair kader

39.500

28.225

25.025

22.625

18.625

3. Knelpunten uit voorjaarsnota

-50.670

-12.060

-8.960

-9.210

-9.210

4. Aanvullende knelpunten

-3.635

-8.175

-5.570

-4.495

-4.395

5. Overige onderwerpen

-2.720

-4.290

-2.920

-2.670

-5.020

6. Kasschuif (per saldo 0)

17.525

-3.700

-7.575

-6.250

Totaal inzet budgettair kader

-39.500

-28.225

-25.025

-22.625

-18.625

0

0

0

0

0

Totaal

Budgettair kader 1. Budgettair kader voorjaarsnota Op 12 juni 2025 is de voorjaarsnota vastgesteld door de gemeenteraad (RIS322212). Het budgettair kader in de voorjaarsnota laat een voordeel zien van € 39,5 mln. in 2025 dat afloopt tot structureel € 16,6 mln. Vanaf 2029. 2. Aanvullende budgettaire ruimte In aanloop naar de begroting hebben zich enkele wijzigingen voorgedaan in het budgettair kader. Het budgettair kader zoals opgenomen in de voorjaarsnota wordt verhoogd door een goedkopere brandverzekering en door extra vrijval van incidentele kapitaallasten. Goedkopere brandverzekering De huidige brandverzekering loopt af per 31-12-2025 en daarom is er een aanbestedingsprocedure opgestart om een nieuwe brandverzekering af te sluiten. De huidige brandverzekering heeft een premie van € 2,4 mln. per jaar en er is sprake van een eigen risico van € 1 mln. per jaar. Over de afgelopen vijf jaar is de gemiddelde schadelast van de gemeente ongeveer € 665.000 per jaar. Dit is lager dan het eigen risico en dat betekent dat Den Haag in een gemiddeld jaar niets op de verzekering kan verhalen. Hierom is ervoor gekozen om de tender voor de nieuwe brandverzekering in de markt te zetten met een significant hoger eigen risico, namelijk € 25 mln. per jaar, en daarmee een lagere premie te realiseren. Naar verwachting daalt de premie door dit hogere eigen risico met ruim € 2 mln.

Dit bedrag is daarom toegevoegd aan het budgettair kader. In de paragraaf weerstandvermogen is bij de bepaling van het risicoprofiel rekening gehouden met de verhoging van het eigen risico.

14

Extra vrijval incidentele kapitaallasten In de voorjaarsnota is opgenomen dat het programma Straten, Wegen, Lanen (€ 82,7 mln.) niet tot besteding komt in 2025 en dus vallen de kapitaallasten vanaf 2026 vrij. Inmiddels is duidelijk geworden dat de bijbehorende investeringen niet voor 2028 afgerond zullen zijn. De voorgenomen investeringen zijn gedekt met structurele kapitaallasten. Deze kapitaallasten vallen hierdoor tot en met 2027 incidenteel vrij. Voor de latere jaren blijven de structurele kapitaallasten beschikbaar, zodat het programma Straten, Wegen, Lanen en de bijbehorende investeringen plaats kunnen vinden (RIS322986)

Inzet budgettair kader Hieronder wordt toegelicht hoe het budgettair kader wordt ingezet. In de voorjaarsnota werd al duidelijk dat de (financiële) opgaven groter zijn dan de beschikbare middelen. Bij de behandeling van de voorjaarsnota heeft de Raad richting gegeven aan de keuzes die gemaakt moeten worden. De financiële knelpunten zijn integraal afgewogen in relatie tot de beschikbare middelen. Hierbij is rekening gehouden met de inbreng van de Raad bij de voorjaarsnota en kan het college de begroting 2026-2029 sluitend presenteren. De beschikbare middelen worden voornamelijk gebruikt om bestaande knelpunten op te lossen. Bij behandeling van de programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) is de motie ‘knellen de knelpunten’ (RIS320516) aangenomen. In de afdoening is aangegeven dat het college knelpunten vanaf de begroting 2026-2029 vergezeld doet gaan van een nadere onderbouwing tot welke “categorie” het knelpunt behoort. Knelpunten zijn vaak verschillend van aard en laten zich niet in een eenduidige definitie vangen. Daarom is in de begroting onderscheid gemaakt tussen de drie categorieën: • Knelpunten uit de voorjaarsnota • Aanvullende knelpunten • Overige onderwerpen In dit hoofdstuk worden de knelpunten per categorie toegelicht. 3. Knelpunten uit de voorjaarsnota Deze knelpunten staan in hoofdstuk 4 - Financiële opgaven en knelpunten van de voorjaarsnota.

Het gaat hier om de onderwerpen jeugdzorg, openbare ruimte, gezinsopvang, leges omgevingsvergunningen, excessieve prijsstijgingen, veiligheid en de overige ontwikkelingen zoals de negatieve programmareserves en de ombudsman. Knelpunten uit de voorjaarsnota Pr.

Bedragen in €1.000

2025

8

Jeugdzorg

-23.975

9/14

2026

2027

2028

2029

-1.000

-1.000

-1.000

Openbare ruimte

-1.250

-1.500

8

Gezinsopvang

-3.000

-3.000

13

Leges omgevingsvergunningen

-11.000

Div.

Excessieve prijsstijgingen

-1.400

-4.590

-4.190

-4.190

-4.190

4/8

Veiligheid

-420

-2.270

-2.770

-3.020

-3.020

1

Raadsvoorstel ombudsman Oplossen 50% negatieve programmareserves programma 5, 9 en 13

-700

-1.000

-1.000

-1.000

-12.060

-8.960

-9.210

-9.210

Div. Totaal

-9.625 -50.670

Jeugdzorg In de voorjaarsnota 2025 is uitgebreid ingegaan op jeugdzorg. Hier is aangegeven dat er in 2025 een forst tekort wordt verwacht. Dit wordt deels gedempt door de extra structurele middelen die vanuit het Rijk zijn ontvangen (€ 13,4 mln.). De jeugdzorgaanbieders doen ook een beroep op deze middelen, o.a. voor frictiekosten en het wegwerken van wachtlijsten. Hierover zijn de gemeente en de aanbieders in gesprek. Vanwege het verwachte tekort in 2025 wordt € 24 mln. extra beschikbaar gesteld voor jeugdzorg (programma 8). Voor de jaren 2026 en 2027 worden op dit moment geen extra middelen toebedeeld vanuit het budgettair kader. Het uitgangspunt is namelijk dat we aansluiten bij de middelen die we ontvangen van het Rijk. Voor 2026 en 2027 zijn extra middelen toegezegd vanuit het Rijk voor het vertragen van de hervormingsagenda. Het gaat om € 16,1 mln. voor 2026 en € 14,5 mln. voor 2027. Daarnaast ontvangt Den Haag naar 15

verwachting nog een aanvullend bedrag voor de tekorten op jeugdzorg in eerdere jaren. Zoals gemeld in de voorjaarsnota, zou dit voor den Haag om een bedrag gaan van ongeveer € 23,7 mln. gaan. Hiermee kan de negatieve programmareserve van programma 8 van € 10,8 mln. worden opgelost. Voor (het restant van) deze middelen zou bij de najaarsnota een reserve voor jeugdzorg ingesteld kunnen worden die als risicobuffer kan dienen voor eventuele toekomstige tekorten. Vanaf 2028 zijn aanvullende besparingen aangekondigd door het Rijk oplopend tot circa € 27,2 mln. De uitwerking en onderbouwing van deze besparingen is op dit moment onvoldoende duidelijk. Dit is een financieel risico. Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat de commissie Van Ark begin 2027 een tweede advies uitbrengt over het financieel kader vanaf 2028. Den Haag blijft zich onverminderd inzetten om de kwaliteit van de zorg te waarborgen en te innoveren, de beschikbare middelen efficiënt in te zetten (kostenbeheersing) en sturing op de jeugdhulp te versterken. Dat doen we door ons actieplan “Grip en zicht op kosten Jeugdhulp” uit te voeren. Als onderdeel hiervan is in 2024 het Haags Toekomst Perspectief (HTP) ingevoerd, waarbij de gemeente de lokaal ingekochte zorg heeft aanbesteed op basis van populatiebekostiging bij de samenwerkingsverbanden Kracht en RondomJou.

Daarnaast loopt de aanbesteding op de regionaal ingekochte zorg eind 2026 af en wordt deze de komende periode opnieuw aanbesteed, waarbij er onder andere ingezet zal worden op kostenbeheersing en kostenbesparingen (RIS322101). Openbare ruimte Vanuit het budgettair kader wordt structureel € 1 mln. extra beschikbaar gesteld voor de openbare ruimte: • Voor de Staat van de buitenruimte (RIS322275) wordt structureel een bedrag van € 0,5 mln. beschikbaar gesteld. Het beheer en onderhoud van de buitenruimte staat onder druk door de groei van de bevolking en het aantal bezoekers. Om de buitenruimte aantrekkelijk te houden is goed beheer en onderhoud noodzakelijk. Prioriteit hierbij zijn het groen, straatmeubilair, bebording & belijning en strand. Het budget wordt in 2025 en 2026 verhoogd met € 1,0 mln. en vanaf 2027 met structureel € 0,5 mln. • Diverse projecten in de wijken Vroondaal, Escamp, Ypenburg en Loosduinen zijn (bijna) afgerond. Dat betekent dat ook de buitenruimte moet worden onderhouden. Hiervoor wordt € 0,25 mln. beschikbaar gesteld in 2025 en vanaf 2026 structureel € 0,5 mln. Daarnaast worden in deze begroting nog de volgende middelen extra beschikbaar gesteld die in de voorjaarsnota onder het onderdeel openbare ruimte zijn genoemd: • € 0,2 mln. voor de staat van de buitenruimte, zie paragraaf 1.3.1. • € 3,9 mln. voor de Hoefkade, zie paragraaf 1.3.1 • € 22,2 mln.

voor de renovatie van de Trekvliet- en Laakbrug in het MJPK 4, zie paragraaf 1.3.3 Leges omgevingsvergunningen Door minder aanvragen van (grote) bouwvergunningen en door de veranderingen van de omgevingswet, zijn de inkomsten voor de bouwleges lager uitgevallen. Omdat de lasten wel doorlopen, heeft dit in 2024 geleid tot een tekort van circa € 11 mln. Ook voor 2025 wordt verwacht dat er minder aanvragen voor (grote) omgevingsplanactiviteiten en (grote) bouwactiviteiten in behandeling worden genomen. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe legesverordening omgevingsvergunningen 2026 met als uitgangspunt de kostendekkendheid van de leges. Er zal in ieder geval worden ingezet op het verhogen van het maximale legesbedrag (plafond) bij grote aanvragen en een tariefsverhoging. De legesverordening omgevingsvergunningen 2026 wordt eind 2025 met de Raad gedeeld. Omdat maatregelen pas vanaf 2026 in kunnen gaan, wordt het tekort voor 2025 incidenteel opgelost door € 11 mln. beschikbaar te stellen. Het tekort van 2025 wordt voor € 11 mln. opgelost en de overige jaren door maatregelen. Excessieve prijsstijgingen Gemeenten blijven geconfronteerd worden met aanzienlijke kostenstijgingen. • In de begroting 2025-2028 (RIS319799) zijn incidentele middelen vrijgemaakt voor gestegen energielasten in 2024 (€ 6,1 mln.) en 2025 (€ 3,1 mln.).

De energieprijzen zijn sindsdien ongeveer gelijk gebleven en daarom wordt in totaal € 3,1 mln. aan hogere energielasten structureel in de begroting verwerkt. Het gaat om € 0,6 mln. voor straatverlichting (programma 9), € 1,2 mln. voor sportaccommodaties (programma 10) en € 1,3 mln. voor gemeentelijk vastgoed (programma 16). Daarnaast wordt voor 2025 en 2026 € 0,4 mln. beschikbaar gesteld voor het Kunstmuseum dat vanwege een verouderde klimaatinstallatie hoge energielasten heeft. • Er is sprake van excessieve prijsstijgingen van gecommitteerde IT-licenties (Microsoft en Adobe), contracten (Broadcom en Citrix) en inkoop van warme dranken. Boven op de reguliere trend (indexatie) wordt daarom structureel € 1 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2025 (programma 16).

16

•

Aan het project Kraayenstein fase 2 wordt sinds 2022 gewerkt en het zal in 2025 worden afgerond. Door prijsstijgingen de afgelopen jaren en beperkte mogelijkheden om bij te sturen, is een tekort van € 1,4 mln. opgetreden. Een structurele kapitaallast van € 0,14 mln. wordt vanaf 2026 beschikbaar gesteld (programma 9).

Veiligheid Voor veiligheid (programma 4) wordt een structureel bedrag dat oploopt tot € 2,7 mln. beschikbaar gesteld: • Om de lopende aanpak voor de preventie van digitale criminaliteit voort te zetten wordt € 0,27 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2026. • Om de integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme voort te zetten en het aflopende rijksbudget te compenseren wordt € 0,12 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2025. • Om het aflopende Rijksbudget voor de aanpak van rivaliserende gewelddadige jeugdgroepen voort te zetten wordt vanaf 2026 € 0,58 mln. beschikbaar gesteld. • Het project re-integratie-officier draagt bij aan de Haagse maatwerkaanpak rondom problematische jeugdgroepen en radicalisering. Om het aflopende Rijksbudget te compenseren wordt € 0,75 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2026. • Er wordt oplopend tot € 1 mln. beschikbaar gesteld voor de drie prioritaire thema’s in het integrale veiligheidsbeleid (RIS313807). Ten eerste een gebiedsgerichte, integrale aanpak van onveiligheid in wijken met een informatiegestuurde, probleemgerichte inzet. Ten tweede een langdurige aanpak van ondermijnende criminaliteit. En tenslotte de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit.

Met deze middelen wordt ingezet op voldoende goed gekwalificeerd personeel op straat, aangevuld met en ondersteund door strategische beleidscapaciteit, een gedegen backoffice met juristen, onderzoekers en data-analisten. Daarnaast wordt vanaf 2025 nog € 0,3 mln. beschikbaar gesteld voor de Haagse Hosts voor het beperken van overlast als gevolg van sekswerk (programma 8). Gezinsopvang Steeds meer mensen melden zich bij het Daklozenloket. De opvanglocaties zijn vol en de mogelijkheden voor door- en uitstroom worden bemoeilijkt door de krapte op de woningmarkt. Hierdoor wordt noodgedwongen gebruik gemaakt van dure opvanglocaties, zoals hotels. Door verschillende maatregelen om de instroom te beperken, uitstroom te bevorderen, door het stimuleren van permanente woonoplossingen en door het toevoegen van extra locaties voor betaalbare tijdelijke opvang, wordt verwacht dat dit knelpunt op de langere termijn zal verdwijnen. Daarom wordt voor 2025 en 2026 incidenteel € 3 mln. beschikbaar gesteld voor de opvang van dakloze gezinnen (programma 8). Raadsvoorstel ombudsman De ombudsman heeft een verbeterplan opgesteld met een gefaseerde uitbreiding van de huidige formatie van 6,2 naar 15,3 fte in 2027. Op 3 april 2025 heeft de Raad, op voorstel van het presidium, besloten om de beschikbare middelen voor programma 1 te verhogen (RIS321578).

Dit raadsbesluit draagt het college op om extra middelen beschikbaar te stellen voor de ombudsman van € 0,7 mln. in 2026 oplopend tot € 1,0 mln. structureel vanaf 2027. Negatieve programmareserves De programmareserves van programma 5 (Cultuur en bibliotheek), programma 9 (Buitenruimte) en programma 13 (Stadsontwikkeling en wonen) zijn negatief voor een bedrag van in totaal € 19,2 mln. Deze tekorten worden voor 50% aangevuld vanuit het budgettair kader en voor de andere 50% worden herstelplannen gemaakt conform de Verordening Financieel Beheer en beleid (RIS320520) (artikel 5:7 lid 8). Ook de programmareserve van programma 3 (Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie) stond met € 0,8 mln. negatief als gevolg van een technische correctie in de Programmarekening 2024, omdat een onttrekking uit de reserve Revolverende investeringsmiddelen niet goed verwerkt was in de begroting. Dit wordt hersteld, waardoor het saldo weer positief wordt. De negatieve programmareserve van programma 8 (Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid) wordt vooralsnog niet opgelost in afwachting van de extra Rijksmiddelen van € 23,7 mln. zoals ook toegelicht onder het kopje Jeugdzorg. De afgelopen jaren zijn negatieve programmareserves veelal aangevuld vanuit het budgettair kader.

Daarmee zijn er geen consequenties verbonden aan het overschrijden van budgetten op programmaniveau, zoals in de verordening bepaald. Dit ondermijnt het uitgangspunt van programmasturing. Daarom wordt de huidige werkwijze rondom programmareserves tegen het licht gehouden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de aanpak van het Rijk en de gemeente Amsterdam, waar wordt gewerkt met een 17

eindejaarsmarge. Ter voorbereiding op de coalitieonderhandelingen in 2026 zal een alternatieve systematiek worden uitgewerkt. 4.

Aanvullende knelpunten

Zoals aangegeven in de voorjaarsnota (RIS322212) waren de geschetste financiële opgaven en knelpunten niet bedoeld als uitputtende lijst, maar om context gegeven bij het budgettair kader. Er is een aantal aanvullende knelpunten. Het gaat hier voornamelijk om onderwerpen die tot nu toe incidenteel zijn gedekt, maar structureel van aard zijn en knelpunten als gevolg van wettelijke vereisten. Daarnaast gaat het om noodzakelijke uitgaven om het huidige niveau van voorzieningen in stand te houden. Aanvullende knelpunten Bedragen in €1.000

2025

2027

2028

2029

2

Verkiezingen

-1.000

5

Archief- en informatiebeheer wegwerken achterstanden

-650

9

Bereikbaarheidsregie formatie

-500

-500

-500

-500

9

Baggeren binnenwater

-1.000

9

Markten

-400

-800

-700

-600

-500

9

Onderhoudskosten begraafplaatsen

-355

-355

-355

-355

-355

10

Haagse Sport Centrale

-475

-475

-475

-475

12

Omrijdkosten HTM

-265

-265

-265

-265

13

Herinrichting Schaloenstraat

-1.705

16

ICT belastingsysteem en kwaliteitseisen waarderingskamer

16

Compliance

Pr.

Totaal

-230

-3.635

2026

-800

-975

-975

-2.300

-2.300

-2.300

-2.300

-8.175

-5.570

-4.495

-4.395

Verkiezingen Den Haag kende de afgelopen jaren een tekort voor het organiseren van verkiezingen. Daarom is vorig jaar besloten om vanaf 2026 structureel € 3 mln. beschikbaar te stellen. Er is gekozen om dit pas vanaf 2026 te doen, omdat er in 2025 geen verkiezingen zouden plaatsvinden. Aangezien er door de val van het kabinet toch verkiezingen zijn, betekent het dat er incidenteel € 3 mln. extra nodig is. Het Rijk komt gemeenten mogelijk (deels) tegemoet in de kosten voor deze verkiezingen. Hierover wordt meer duidelijkheid verwacht in de septembercirculaire 2025. In deze begroting wordt alvast 1 mln. gereserveerd voor het tekort op verkiezingen. Als er geen, of onvoldoende, middelen vanuit het Rijk toegekend worden, dan worden de resterende kosten voor de verkiezingen meegenomen in de najaarsnota. Archief- en informatiebeheer wegwerken achterstanden Binnen het Haags Gemeentearchief (HGA) zijn op dit moment achterstanden als het gaat om het beheer van het archief en het informatiebeheer. Dit is een wettelijke taak. Om deze achterstanden in te kunnen lopen is in 2025 en 2026 extra inzet nodig van in totaal € 1,45 mln. Bereikbaarheidsregie formatie Bereikbaarheidsregie borgt de dagelijkse bereikbaarheid van de stad tijdens de uitvoering van geplande werken bij de weg, bouwactiviteiten en evenementen. Deze kosten (€ 0,5 mln.) zijn tot en met 2025 incidenteel gedekt.

Vanaf 2026 wordt structureel € 0,5 mln. beschikbaar gesteld. Baggeren binnenwater Voor het baggeren van de Haagse binnenwateren gelden juridische verplichtingen richting het Hoogheemraadschap Delfland, dat het baggeren uitvoert. De kosten voor 2025 zijn door indexatie en een hoge werkvoorraad incidenteel ongeveer € 1,0 mln. hoger dan geraamd. Markten In 2019 is in het kader van de transformatie Haagse Markt incidenteel een vijfjarige impuls aan de markten gegeven. Om dit op vangen en om uitvoering te kunnen geven aan de uitkomsten van het onderzoek 18

economisch perspectief van de markt, wordt een structureel aflopende reeks van € 0,8 mln. in 2026 tot € 0,5 mln. in 2029 beschikbaar gesteld. De afloop in het budget kan worden opgevangen door een ingroei van de markttarieven; deze tarieven zijn sinds 2022 bevroren. Onderhoudskosten begraafplaatsen De gemeente onderhoudt ongeveer 14.000 graven. In het verleden bestond de mogelijkheid om deze verplichting eeuwigdurend af te kopen. Deze afkoopsommen zijn gestort in de voorziening graven waaraan jaarlijks de onderhoudskosten worden onttrokken. De bedragen die hier destijds voor gerekend zijn, zijn door de gestegen kosten van het onderhoud inmiddels ontoereikend om de onderhoudskosten te kunnen dekken. Het tekort wat hierdoor ontstaan is, bedraagt structureel € 0,355 mln. en wordt met dit bedrag aangevuld. Haagse Sport Centrale In juni is de Raad geïnformeerd over de situatie bij de Haagse Sport Centrale (RIS322620). In de commissiebrief is aangegeven dat er vanaf 1 januari 2026 een andere exploitatievorm nodig is. Om de sportactiviteiten te kunnen continueren wordt de exploitatie van de Haagse Sport Centrale ondergebracht bij de gemeente. Er wordt structureel € 0,475 mln. beschikbaar gesteld. Omrijdkosten HTM Den Haag is verplicht om het financieel nadeel dat HTM ondervindt door hinder in de buitenruimte, veroorzaakt door de gemeente te compenseren.

Het gaat onder andere om omleidingen en/of buitendienststellingen van het openbaar vervoer, zoals wegopbrekingen, en afsluitingen. Vanuit het verleden is dit tot en met 2025 incidenteel gedekt. Daarom wordt structureel € 0,3 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2026. Herinrichting Schaloenstraat Het woningbouwproject Schaloenstraat is afgerond. De gemeente is verplicht om de openbare ruimte in te richten, zoals is toegelicht in de raadsmededeling Schaloenstraat parkeeroplossing (RIS311540). Ook is de herinrichting nodig omdat de verkeersintensiteit toeneemt. De projectkosten bedragen € 2,7 mln. Er is € 1 mln. dekking binnen het programma. Daarom wordt in 2026 € 1,7 mln. beschikbaar gesteld. ICT belastingsysteem en kwaliteitseisen waarderingskamer Den Haag heeft een eigen, zelf ontwikkelde, belastingapplicatie (IBS). IBS is al ongeveer 30 jaar in gebruik en daarmee ook verouderd. Omdat hier sprake is van een zelfontwikkelde applicatie, moet al het beheer en onderhoud ook zelf worden uitgevoerd, inclusief het implementeren van vereisten op grond van veranderde wet- en regelgeving. Hiervoor is extra capaciteit nodig. Tot en met 2027 wordt incidenteel € 2,2 mln. beschikbaar gesteld. Er wordt gewerkt aan een businesscase voor vervanging van IBS. Compliance Op een aantal terreinen voldoen we nog niet volledig aan wet- en regelgeving (AVG, WOO, Archiefwet, besluit en -regeling).

Daarnaast blijkt uit diverse onderzoeken (Baseline Informatiebeveiliging Overheid, GAD en rekenkamer) dat verbetering op het gebied van digitale weerbaarheid noodzakelijk is. Denk hierbij aan maatregelen in het licht van verhoogde risico’s op digitale aanvallen, datalekken en dienstonderbrekingen. Daarom wordt structureel € 2,3 mln. beschikbaar gesteld voor compliance.

19

5.

Overige onderwerpen

De overige onderwerpen vallen niet onder de bovenstaande categorieën. Het gaat vooral om uitbreidingen van capaciteit en/of voorzieningen om het huidige beleid uit te kunnen (blijven) voeren. Overige onderwerpen Pr.

Bedragen in €1.000

3

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed (€ 27,6 mln.)

5

Cultureel vastgoedontwikkeling

5

10

Bibliotheek Binckhorst exploitatie Wonen en Zorg & Extra locatie dagopvang Olympisch fonds

-1.600

11

Havenvisie

11

Binnenstad

11

Extra bedrijfscontactfunctionaris

-170

13

Bestrijding leegstand Versterken bureau integriteit en vorming onafhankelijke commissie integriteit Arbeidsmigranten

8

16 Div. Totaal

2025

2026

2027

2028

2029 -1.450

-900 -900 -450

-1.700

-1.700

-1.700

-1.700

-250

-500

-250

-100

-500 -170

-170

-170

-420

-700

-700

-700

-100

-100

-100

-100

-4.290

-2.920

-2.670

-5.020

-320 -2.720

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed De routekaart voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed (RIS321314) is vastgesteld. In totaal wordt in deze begroting een bedrag beschikbaar gesteld van € 37,6 mln. voor verduurzaming gemeentelijk vastgoed: • Vanuit het budgettair kader worden er vanaf 2029 structurele kapitaallasten beschikbaar gesteld van € 1,45 mln. Hiermee kan voor € 27,6 mln. geïnvesteerd worden. • Vanuit middelen voor groei van de stad wordt structureel € 0,4 mln. beschikbaar gesteld, wat neerkomt op een investeringsbedrag van € 6,8 mln., zie paragraaf 1.3.1. • Vanuit de Enecoreserve Duurzaamheid en Energietransitie wordt € 3,2 mln. beschikbaar gesteld, zie paragraaf 1.3.3. Cultureel vastgoedontwikkeling Met het oog op toekomstige ontwikkelingen van culturele voorzieningen, overweegt de gemeente de overname van cultureel vastgoed. Hierbij moet achterstallig onderhoud worden uitgevoerd en bestaande leningen worden afgewikkeld. De gemeente stelt hiervoor incidenteel € 0,9 mln. beschikbaar. Bibliotheek Binckhorst exploitatie Om te zorgen voor voldoende aanbod van maatschappelijke voorzieningen in de Binckhorst, wordt voorgesteld om een bibliotheek en een school te realiseren in een multifunctionele locatie. Voor de bibliotheek is een investering nodig van € 2,85 mln. en € 0,9 mln. aan structurele exploitatielasten. De € 0,9 mln.

word gedekt uit het budgettair kader. Het bedrag van € 2,85 mln. wordt gedekt uit het onderdeel investeringsruimte Groei van de stad, zie paragraaf 1.3.1. Wonen en Zorg & Extra locatie dagopvang Voor de ontwikkeling van woonzorgconcepten, het uitvoeren van verschillende pilots en het opstellen van de woonzorgvisie was de afgelopen jaren incidenteel budget beschikbaar. Er wordt € 0,5 mln. structureel beschikbaar gesteld (in 2025 de helft), zodat pilots voortgezet kunnen worden en gestart kan worden met het creëren van meerdere woon-zorg oplossingen, voor verschillende doelgroepen, in de stad. Het voorgestelde beleid wordt vastgelegd in de woonzorgvisie, die (beoogd) eind 2025 ter vaststelling bij de gemeenteraad voorligt. Om de groeiende vraag naar dagopvang op te kunnen vangen en om de kwaliteit te waarborgen is een extra locatie voor dagopvang nodig. Er wordt structureel € 1,2 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2026 en incidenteel € 0,2 mln. in 2025.

20

Olympisch fonds Het Olympisch fonds is bedoeld om topsportevenementen binnen te halen. Op basis van de huidige plannen zal de reserve Olympisch fonds eind 2027 volledig uitgeput zijn. Daarom wordt voorgesteld om het fonds op te hogen met € 1,6 mln. voor toekomstige evenementen. Havenvisie Begin juli is de havenvisie gedeeld met de Raad (RIS322389) Voor de realisatie van deze aanpak zijn programma-, onderzoeks- en uitvoeringsmiddelen nodig. Daarom wordt incidenteel € 1 mln. beschikbaar gesteld. Binnenstad Eind 2023 is het Binnenstadsplan 2033 vastgesteld door de raad (RIS316359). De raad heeft bij de vaststelling besloten dat het Binnenstadsplan integraal moet worden uitgewerkt naar uitvoeringsagenda's. Hiervoor wordt met de partijen in het gebied een integraal plan voorbereid (2025) en opgesteld (2026) met ontwerpprincipes die de basis vormen voor projecten in de binnenstad en de verbetering van de openbare ruimte op een aantal kritische plekken in de binnenstad. Hiervoor wordt incidenteel € 0,6 mln. beschikbaar gesteld. Extra bedrijfscontactfunctionaris De dienstverlening van de bedrijfscontactfunctionaris (BCF) wordt binnen de gemeente en door ondernemers in de wijken goed gewaardeerd. Extra capaciteit is nodig om de inzet uit te breiden naar andere gebieden. Daarbij wordt gekeken naar inzet in bijvoorbeeld de Weimarstraat/Beeklaan, Rustenburg/Oostbroek (incl.

Zevensprong), (delen van) Zuidwest, Loosduinen en Haagse Hout. Daarom wordt een extra bedrijfscontactfunctionaris aangesteld. Er wordt € 0,17 mln. per jaar beschikbaar gesteld. Bestrijding leegstand Voor een effectieve bestrijding van leegstand is structureel 5 fte extra benodigd zoals toegelicht in de Uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622). Hiervoor wordt structureel € 0,7 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2027. Om de ambtelijke organisatie in te richten en te starten wordt in 2026 incidenteel € 0,4 mln. beschikbaar gesteld. Versterken bureau integriteit en vorming onafhankelijke commissie integriteit Vorig jaar is bureau integriteit geëvalueerd. Er is een motie (RIS321004) aangenomen om een onafhankelijke commissie te vormen waar medewerkers met meldingen terecht kunnen. Er wordt structureel € 0,1 mln. extra beschikbaar gesteld voor de versterking van het bureau integriteit en de vorming van een onafhankelijke commissie integriteit. Arbeidsmigranten Naar schatting is één op de tien inwoners van Den Haag arbeidsmigrant. Het exacte aantal is niet vast te stellen, omdat veel arbeidsmigranten niet goed geregistreerd staan. In het kader van het actieplan Arbeidsmigratie in goede banen (RIS316675) is de afgelopen jaren gewerkt aan het verbeteren van zowel de positie van arbeidsmigranten als de leefbaarheid in de wijken.

Voor het versterken van de registratie, meldingsbereidheid en integratie van arbeidsmigranten is een incidenteel bedrag van €0,32 mln. nodig. 6. Kasschuif Om de middelen juist over de jaren te verdelen vindt een technische kasschuif plaats, zodat elk jaar sluitend is.

21

1.3 Overige budgettaire besluitvorming 1.3.1. Investeringsruimte groei van de stad Vorig jaar is bij de begroting 2025-2028 een bedrag van € 10 mln. aan kapitaallasten beschikbaar gesteld voor investeringsruimte voor de groei van de stad. € 2 mln. van dit bedrag is beschikbaar gesteld om het bedrag van de IHP’s te verhogen van € 11 mln. naar € 13 mln. De overige € 8 mln. wordt in deze begroting verder ingevuld volgens onderstaande tabel. Een aantal van de projecten zijn nieuw en/of zijn nog niet langs de gemeenteraad geweest. Voor nieuwe projecten moeten de plannen in de Raad worden vastgesteld voordat een beroep kan worden gedaan op deze middelen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van Binckhorst, CID, Zuidwest en het ecoduct bij de Melis Stokelaan, bibliotheek en schoollocatie Binckhorst, Fokker terminal, Sportpark Escamp 1 fase 2, de Venen en Herinrichting Moerwijk Oost. De middelen blijven gereserveerd staan op programma 15 en als projecten zijn afgerond worden de kapitaallasten overgeheveld naar het betreffende programma. Tabel 6. Inzet verdeling 10 mln. Groei van de stad Pr.

Onderwerp investering

Investering

Kapitaallasten

Div.

IHP's van €11 mln. naar €13 mln.*

50.000

2.000

5

Bibliotheek en schoollocatie Binckhorst (Trekvlietzone)

6.050

222

9

Ecoduct met aansluiting op de Melis Stokelaan

25.000

896

3

Verduurzamen gemeentelijk vastgoed

6.800

358

11

Investeringen Fokker Terminal

3.700

256

12

Herinrichting Hoefkade

3.900

400

13

Middenboulevard

6.000

215

13

Herinrichting Betje Wolffstraat

2.500

90

13

Herinrichting sportpark Escamp 1 fase 2

3.600

129

13

Herinrichting de Venen

3.800

136

13

Herinrichting Moerwijk-Oost

10.700

384

13

Ontwikkeling Binckhorst*

38.000

1.638

13

Ontwikkeling CID*

38.000

1.638

13

Ontwikkeling Zuidwest*

38.000

1.638

236.050

10.000

Totaal

*Het investeringsbedrag is een inschatting en hangt af van het type investering (afschrijftermijn) dat gedaan wordt. Bibliotheek en schoollocatie Binckhorst (Trekvlietzone)

Op kavel 3a komt een schoollocatie voor 0 tot 18 jaar en een bibliotheek. Hiermee wordt het een multifunctionele locatie, waar onderwijs en bibliotheek in hetzelfde pand gevestigd zijn. De school is duurder geworden door materialen, circulair bouwen en het voldoen aan de Energieneutraalnorm (ENG). De meerkosten voor de school bedragen € 3,2 mln. Het aandeel van de bibliotheek in de totale investeringsopgave is € 2,85 mln. In totaal komt de investering hiermee uit op € 6,05 mln. Ecoduct met aansluiting op de Melis Stokelaan Met een ecoduct met aansluiting op de Melis Stokelaan kan het Groene Assenkruis ecologisch en recreatief worden verbonden met De Uithof en kan op termijn extra groenoppervlakte worden toegevoegd. Er wordt € 25 mln. gereserveerd. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Er wordt € 0,4 mln. beschikbaar gesteld voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed (zie ook overige onderwerpen bij budgettaire besluitvorming). Investeringen Fokker Terminal Er is € 3,7 mln. nodig om de congresfunctie van de Fokker Terminal op voldoende niveau te houden en om te voldoen aan de geluidsnormen van de omgevingswet. Hierdoor kan de woningbouw in de Binckhorst worden uitgebreid en kan worden voldaan aan de geluidsnormen van de omgevingswet.

22

Herinrichting Hoefkade In de voorjaarsnota 2025 is aangeven dat er een tekort is ontstaan op het project Hoefkade van € 3,9 mln. Bij het uitwerken van het definitieve ontwerp is gebleken dat er meerkosten gaan ontstaan, onder andere door verkeersmaatregelen en het verleggen van kabels en leidingen. Middenboulevard In de voorjaarsnota is een tekort opgenomen van € 14 mln. op de middenboulevard vanwege vertraging door de stikstofproblematiek en stijgende prijzen. Doordat het project al in uitvoering is, en een aantal mijlpalen op korte termijn gerealiseerd gaat worden, kan de risicoreservering in het project voor een deel vervallen waardoor een tekort van € 12,5 mln. resteert. Een bedrag van € 6,0 mln. wordt gedekt uit middelen voor de Groei van de stad. Daarnaast wordt het tekort voor € 3,0 mln. gedekt vanuit Kust gezond en voor € 3,5 mln. vanuit de reserve vrijval ondergrondse kruising Zwolsestraat (zie overige budgettaire bijstellingen). Herinrichting Betje Wolffstraat In de Betje Wolffstraat is een nieuw appartementencomplex met plint en ondergrondse parkeervoorzieningen gerealiseerd. Bij het project wordt de buitenruimte van gevel tot gevel heringericht. Er is een tekort op het budget van € 2,5 mln. Herinrichting sportpark Escamp 1 fase 2 Voor de Herinrichting van de openbare ruimte voor sportpark Escamp 1 fase 2 is € 3,6 mln. extra benodigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15963774/1