RIS323100 Bijlage 1 Jaarverslag 2024 DeHaagseScholen
Tekst van het document
Voorziening groot onderhoud De onderhoudsvoorziening betreft een voorzienig welke is opgenomen om aan
Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen
toekomstige onderhoudsverplichtingen te voldoen. De gevormde onderhoudsvoorziening
Deze voorziening is gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging om alle
heeft als doelstelling alle gebouwen te voorzien van kwalitatief onderhoud om
toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel te dekken.
deze gebouwen op langere termijn in stand te houden en dient ter egalisering van
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
de onderhoudskosten. Kosten van groot onderhoud zijn kosten voortvloeiend uit
De Haagse Scholen heeft de verplichtingen inzake de pensioenrechten van haar
(periodieke) werkzaamheden na een lange gebruiksperiode om de huidige staat van
personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP. De Haagse Scholen betaalt
een actief in stand te houden, die niet als vervanging van belangrijke bestanddelen
hiervoor premies, waarvan 2/3 door de werkgever worden betaald en 1/3 door de
van het materieel vast actief zijn aan te merken en die niet kwalificeren als frequent
werknemer.
84
voorkomende onderhoudskosten. Frequent voorkomende onderhoudskosten, klein onderhoud en onderhoudscontracten worden ten laste van de exploitatierekening
De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de
gebracht.
dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Pensioenfondsen moeten vanaf 2015
Kwalitatieve verbeteringen en uitbreidingsinvesteringen dienen te worden geactiveerd.
gebruikmaken van de zogenaamde ‘beleidsdekkingsgraad’. De beleidsdekkingsgraad is
Hieronder worden die uitgaven verstaan die kunnen leiden tot toekomstige economische
het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. De beleidsdekkingsgraad was
voordelen. Denk aan uitbreidingen van capaciteit en kwalitatieve verbeteringen zoals
eind 2024 113,1%.
besparing van energiegebruik. Om de pensioenen (gedeeltelijk) te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. De toevoegingen aan de
minimaal 110% zijn en voor volledige indexatie moet de beleidsdekkingsgraad 123% zijn.
voorziening vinden plaats op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent
Het pensioenfonds heeft per januari 2024 de premie verlaagd naar 27,0%. Het ABP
en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt.
heeft medio 2017 een geactualiseerd herstelplan ingediend bij De Nederlandse Bank
De kosten van verricht groot onderhoud worden verwerkt ten laste van een
(DNB). De belangrijkste punten uit het herstelplan zijn:
onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien
•
de kosten van verricht groot onderhoud afwijken van de boekwaarde van de voor de betreffende onderhoudscomponent aangehouden voorziening, dan wordt dit verschil in
Zolang de dekkingsgraad lager is dan 104% worden de pensioenen niet aangepast aan de loonontwikkeling.
•
één keer verwerkt in de winst- en verliesrekening.
De premie moet minimaal kostendekkend zijn en bij een lage dekkingsgraad (dekkingstekort) bijdragen aan herstel van het fonds. Om de financiële positie te verbeteren geldt er een tijdelijke herstelopslag op de premie voor ouderdoms- en
Pensioenen
nabestaandenpensioen.
Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair
•
Het beleggingsbeleid is aangepast waardoor het beleggingsrisico lager is.
volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening
•
In het herstelplan is ruimte opgenomen om tegenvallers op te vangen. Als het
verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de
herstel trager verloopt dan verwacht, kunnen bijvoorbeeld de pensioenen worden
rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken
verlaagd.
zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen De Haagse Scholen en pensioenuitvoerder.
De Haagse Scholen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
toekomstige premies. De Haagse Scholen heeft daarom alleen de verschuldigde
Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden
premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.
in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de
Schulden
85
staat van baten en lasten. De niet bestede niet-geoormerkte OCW-subsidies worden verantwoord als vooruit ontvangen OCW-subsidies (overlopende passiva).
De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies
voor een specifiek doel waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft), worden
Opbrengsten algemeen
naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. De subsidies
Als baten worden de bedragen verwerkt die de stichting voor eigen rekening ontvangt.
waarvoor nog niet alle activiteiten of prestaties per balansdatum zijn verricht, worden
Bedragen die de stichting voor derden ontvangt worden niet als opbrengsten verwerkt.
ook verantwoord als vooruit ontvangen OCW-subsidies (overlopende passiva), zolang
Wanneer de stichting in een transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon
de bestedingstermijn niet is verlopen.
optreedt, betreffen de in de staat van baten en lasten verwerkte baten het saldo van de door de stichting voor de transactie ontvangen commissies.
Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de werkelijke
Baten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de staat van baten en lasten
subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslaggevingsjaar toe te rekenen
tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van
werkelijke subsidiabele uitgaven).
tegemoetkomingen en kortingen. De niet bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het ministerie van OCW Baten uit het verlenen van diensten worden in de staat van baten en lasten verwerkt wanneer het bedrag van de baten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning
onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen.
van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op
Samenwerkingsverbanden
balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten
Onder de ontvangen rijksbijdragen SWV worden de ontvangen doorbetalingen van de
en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te
samenwerkingen opgenomen. De ontvangen bijdragen worden in het jaar waarop de
voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.’
toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.
Rijksbijdragen
Overige overheidsbijdragen
Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële
Dit betreft subsidies van gemeenten en andere overheidsinstanties m.u.v. het
exploitatie opgenomen, die verstrekt zijn door het ministerie van OCW. De ontvangen
ministerie van OCW voor zover de bijdragen niet als doelsubsidies in het kader van
(normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het
de huisvestingsverordening in mindering zijn gebracht op de lasten.
jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
Overige baten
Huisvestingslasten
Onder de overige baten worden opgenomen alle overige baten die kunnen
Onder de huisvestingslasten worden de kosten van huisvesting opgenomen.
worden toegerekend aan de exploitatie van het bevoegd gezag. Huuropbrengsten
De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van
Overige lasten
huurovereenkomsten, worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten
De overige lasten, die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn
verwerkt.
voor het geven van onderwijs, worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze
Personeelslasten en personeelsbeloningen
86
betrekking hebben.
Onder de personele lasten zijn opgenomen de lonen en salarissen van het personeel
Leasing
in dienst van het bevoegd gezag verminderd met ontvangen uitkeringen van
De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een lease-
uitkeringsinstanties. Tevens zijn onder deze noemer opgenomen de kosten van
overeenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het
Personeel niet in loondienst en de overige personele lasten.
leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten
operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie
verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover
bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Als de stichting optreedt als lessee in een
nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde
operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de
bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als
operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten
een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel
en lasten gebracht
of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.
Rentebaten en rentelasten
De verplichting uit hoofde van beloningen tijdens dienstverband wordt gewaardeerd
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening
tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de
houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten
verplichting af te wikkelen
en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.
Afschrijvingen De afschrijvingslasten worden berekend over de aanschaffingsprijs op basis van de onder materiële vaste activa vastgelegde criteria rekening houdend met de economische levensduur.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
87
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans
1.2 Materiële vaste activa
De specificatie van de in de tabel genoemde categorieën is als volgt: •
Materiële vaste activa
Cat. 1.2.2
Cat. 1.2.3
Cat. 1.2.4
Totaal
Aanschafprijs cumulatief 1-1-2024
20.995.595
8.398.301
576.833
29.970.730
Afschrijving cumulatief 1-1-2024
-8.921.101
-4.797.780
-
-13.718.881
Boekwaarde per 1-1-2024
12.074.494
3.600.522
576.833
16.251.849
1.2.2. Inventaris en apparatuur (meubilair, ICT-hardware, gymzaal- en speellokaalinrichting en vervoermiddelen)
•
1.2.3. Andere vaste bedrijfsmiddelen (onderwijsleerpakketten en de digiborden)
•
1.2.4. In uitvoering en vooruitbetalingen
Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen en –percentages wordt verwezen naar de grondslagen voor de waardering van de activa en passiva.
Investeringen 2024
5.240.413
911.291
Desinvesteringen aanschafprijs
-993.575
-865.269
-1.858.844
Desinvesteringen cum. Afschrijvingen
942.132
844.173
1.786.305
voor € 5,2 mln. en investeringen in onderwijsleerpakketten en digiborden bedroegen
-2.119.082
-924.545
-
-3.043.628
€ 0,9 mln. het overige deel van € 0,5 mln. zijn in uitvoering of vooruitbetalingen.
Reclassificaties
511.859
64.973
-576.833
-
Mutaties 2024
3.581.747
30.623
-111.154
3.501.216
Afschrijvingen 2024
465.678
6.617.383
In totaal is in het boekjaar 2024 voor € 6,6 mln. geïnvesteerd in vaste activa. Deze investeringen hadden voornamelijk betrekking op meubilair en ICT-hardware,
Per eind van het boekjaar zijn op basis van opgaves van de scholen desinvesteringen gedaan. Het betreft items die per ultimo 2024 niet meer op de scholen aanwezig c.q. in gebruik waren. De boekwaarde van de desinvesteringen ad € 72.539 heeft betrekking
Aanschafprijs cumulatief 31-12-2024
25.754.293
8.509.297
Afschrijvingen cumulatief 31-12-2024
-10.098.051
-4.878.152
Boekwaarde per 31-12-2024
15.656.242
3.631.145
465.678
34.729.268 14.976.203
465.678
19.753.065
op diverse items die per 31 december 2024 niet volledig afgeschreven waren en als boekverschil genomen zijn. Van de totale afschrijvingslast heeft € 39.494 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
88
1.5 Vorderingen De specificatie van de per balansdatum openstaande vorderingen is als volgt:
Ouderdomsanalyse openstaande debiteuren
Vorderingen
Aantal dagen
Bedrag
%
Korter dan 30 dagen
363.433
50%
31-12-2024
31-12-2023
725.172
2.643.110
1.5.1
Debiteuren
1.5.2
Ministerie van OCW
0
0
Tussen 30 en 60 dagen
22.219
3%
1.5.6
Overige overheden
17.178.103
16.880.308
Tussen 60 en 90 dagen
100.300
14%
1.5.7
Overige vorderingen
998.084
624.523
Langer dan 90 dagen
239.219
33%
1.5.8
Overlopende activa
2.347.553
3.085.493
Totaal debiteuren
725.172
100%
1.5.9
Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid
-6.431
-21.135
21.242.481
23.212.298
Totaal vorderingen
Van de openstaande posten per 31 december 2024 was op 6 februari 2025 31% voldaan.
Dit betreffen vorderingen met een looptijd korter dan een jaar. De stichting loopt
Het grootste deel van de debiteuren die langer dan 90 dagen openstaan zijn
kredietrisico over vorderingen. De vorderingen hebben hoofdzakelijk betrekking op
subsidieverstrekkers die een beschikking hebben afgegeven, maar nog niet volledig
kortlopende vorderingen op de gemeente Den Haag. Als gevolg hiervan is het rente –
betaald hebben, omdat volledige beta-ling slechts geschied na verantwoording aan de
en kredietrisico dat de stichting loopt als laag aan te merken.
subsidieverstrekkers of naar looptijd.
De totale vorderingen zijn met € 2 mln. afgenomen ten opzichte van 2023.
Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2024 sprake van enkele dubieuze
De afzonderlijke onderdelen van de vorderingen worden in het onderstaande nader
debiteurenposten.
toegelicht
1.5.1 Debiteuren De post debiteuren betreft vorderingen op derden, niet zijnde het ministerie van OCW of gemeentelijke instellingen. Het betreft vorderingen met betrekking tot detacheringen, huur en werkzaamheden in het kader van Passend Onderwijs. De ouderdomsanalyse van de openstaande posten is als volgt:
Deze posten worden in 2025 verder uitgezocht en we hebben hiervoor een voorziening van +/- € 6.400 gevormd.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
1.5.2 Ministerie van OCW
De Blokpoelschool is opgeleverd in september 2024 en wordt halverwege 2025
Onder deze post worden de vorderingen met betrekking tot de beschikkingen van
afgerekend met de gemeente.
89
het ministerie van OCW opgenomen die vallen onder het boekjaar 2024, maar die per jaareinde nog niet volledig zijn ontvangen in verband met het gehanteerde betaalritme.
In de vordering nog te declareren WOZ en overige zitten facturen voor de kosten van de
Openstaande vorderingen worden conform het in de beschikkingen opgenomen
inhuizing van basisschool AIDA bij de Baanbrekerschool die de gemeente gaat vergoeden.
betaalritme afgewikkeld. Per jaareinde 2024 is er geen vordering op het ministerie van OCW.
De post vorderingen overige overheden is licht gestegen ten opzichte van 2023.
1.5.6 Overige overheden
1.5.7 Overige vorderingen
Onder deze post zijn voornamelijk de vorderingen opgenomen op de gemeente Den Haag,
De specificatie van de post overige vorderingen is als volgt:
Dienst OCW, in verband met gedeclareerde en nog te declareren huisvestingsprojecten. De vordering op de gemeente valt uiteen in een aantal onderdelen: Vorderingen op overige overheden
Overige vorderingen
31-12-2024
31-12-2023
-8.071
1.022.110
16.902.747
15.816.885
Reeds ingediende schadedeclaraties
-21.665
27.670
Nog te declareren WOZ en overige
305.092
13.642
17.178.103
16.880.308
Reeds ingediende einddeclaraties en voorschotnota's Onderhanden werk lopende bouwprojecten
Totaal vordering overige overheden
31-12-2024
31-12-2023
Waarborgsommen
179.639
225.119
Nog door te berekenen aan derden
576.640
303.474
Overige vorderingen
241.805
95.931
Totaal overige vorderingen
998.084
624.523
De post waarborgsommen heeft voornamelijk betrekking op geleasede tablets waarvoor bij inlevering de borgsom wordt terugontvangen. Onder de post nog door te berekenen aan derden vallen kosten die in verband met
De post Onderhanden werk betreft nieuwbouw- of renovatieprojecten bij de Annie M.G.
het medegebruik van panden aan derde partijen in rekening kunnen worden gebracht.
Schmidtschool, Galvanischool en de Blokpoelschool waarvan wij de kosten hebben
Deze bedragen voor het medegebruik van de diverse panden worden in het eerste
voorgeschoten.
kwartaal van 2025 gefactureerd.
De Annie M.G. Schmidtschool is opgeleverd eind 2023 en de kosten zijn in oktober 2024
De overige vorderingen bevatten met name recent ingediende UWV
ingediend bij de gemeente ter controle en uitbetaling.
transitievergoedingen die nog niet zijn ontvangen.
De Galvanischool is opgeleverd februari 2024, de facturen zijn ingediend in
De totale overige vorderingen zijn met bijna € 0,4 mln. toegenomen ten opzichte van
november 2024.
2023.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
1.5.8 Overlopende activa
1.7 Liquide middelen
De overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde of nog te vorderen bedragen.
De specificatie van de per balansdatum aanwezige liquide middelen is als volgt:
Overlopende posten
Liquide middelen
1.5.8.1
31-12-2024
31-12-2023
Vooruitbetaalde kosten
2.067.943
2.830.898
1.7.1
Nog te ontvangen rente
279.610
254.595
2.347.553
3.085.493
Overlopende activa
De overlopende activa hebben betrekking op vooruitbetaalde kosten voor de boekjaren 2025 en verder. Deze zijn afgenomen ten opzichte van vorig jaar met € 0,7 mln.
90
31-12-2024
31-12-2023
Kasmiddelen
10.167
18.240
1.7.2
Tegoeden op bankrekeningen
237.622
238.242
1.7.3
Schatkistbankieren
39.230.491
55.917.105
1.7.4
Kruisposten
31.212
36.405
39.509.492
56.209.993
Totaal liquide middelen
De nog te ontvangen rente is begin 2025 ontvangen en heeft betrekking op 2024. Conform het treasurystatuut houdt De Haagse Scholen uitsluitend gelden aan in
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid
de vorm van lopende banktegoeden of spaartegoeden met een zo hoog mogelijke
Deze voorziening heeft betrekking op een aantal openstaande debiteurenposten
opnamevrijheid. De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende
per 31-12-2024 die mogelijk oninbaar zijn. Het verloop van de voorziening wegens
liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de stichting steeds
oninbaarheid is als volgt:
voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De tegoeden op bankrekeningen betreffen de ING-bankrekeningen die door scholen
Voorziening wegens oninbaarheid
31-12-2024
31-12-2023
21.135
22.635
-817
-1.500
Dotatie
-
-
Vrijval
-13.886
-
6.431
21.135
Stand per begin boekjaar Onttrekking
Stand per einde boekjaar
Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2024 sprake van enkele dubieuze debiteurenposten. Deze posten worden in 2025 verder uitgezocht en we hebben hiervoor een voorziening van +/- € 6.400 gevormd.
worden aangehouden. Bij de schatkist wordt ook een deel van het saldo in deposito’s gezet om een beter rendement op de spaarrekening te ontvangen. Deposito’s overzicht per 31-12-2024
Productnummer
RC-nummer
Ingangsdatum
Einddatum
Rente
Hoofdsom (€)
D341373
RC17631
19-08-2024
18-08-2025
2,82%
10.000.000,00
D030208
RC17631
26-11-2024
25-11-2025
2,21%
10.000.000,00
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
2.1 Eigen vermogen De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. De samenstelling en het verloop van het eigen vermogen zijn als volgt (na resultaatbestemming): Eigen vermogen
31-12-2023
Stelselwijziging
Stand per 1-1-2024
Resultaat
31-12-2024
2.1.1
Algemene reserve publiek
46.339.740
-13.804.833
32.534.907
-139.416
32.395.491
2.1.1
Algemene reserve privaat
-
-
-
-
-
2.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
9.437.679
-
9.437.679
-6.184.695
3.252.985
2.1.3
Bestemmingsreserve (privaat)
1.033.278
-
1.033.278
260.968
1.294.245
2.1.6
Herwaarderingsreserve eerste waardering activa
184.330
-
184.330
-39.494
144.836
56.995.027
-13.804.833
43.190.194
-6.102.637
37.087.557
Totaal Eigen vermogen
Het in het boekjaar behaalde negatieve resultaat is volledig ten laste gebracht van het eigen vermogen. De onderscheiden posten van het eigen vermogen worden onderstaand toegelicht.
91
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
2.1.1 Algemene reserve (publiek)
2.1.3 Bestemmingsreserve privaat
Binnen De Haagse Scholen kennen de scholen financieel zelfbeheer voor de aan hen
Het verloop van de Bestemmingsreserve privaat is als volgt:
92
toegekende budgetten. Voor het opvangen van schommelingen in het schoolgebonden exploitatieresultaat is het noodzakelijk dat scholen de beschikking hebben over een adequate school-gebonden algemene reserve. Daarnaast zijn binnen De Haagse
Bestemmingsreserve (privaat)
31-12-2023
Resultaat
31-12-2024
2.1.3.
Legaat
5.523
-
5.523
exploitatie van de schoolgebouwen de omvangrijkste is. Voor de schommelingen in de
2.1.3.
Overige
1.027.754
260.968
1.288.722
bovenschoolse budgetten is een adequate algemene reserve wenselijk. De omvang van
Totaal bestemmingsreserve privaat
1.033.278
260.968
1.294.245
Scholen een aantal budgetten bovenschools georganiseerd, waarvan de totale
de algemene reserves publiek van De Haagse Scholen bedraagt ultimo 2024 € 32,4 mln. (ultimo 2023 € 46,3 mln.). Dit verschil komt door de stelselwijziging op de voorziening De bestemmingsreserve privaat bestaat voor een deel uit een, in een ver verleden,
groot onderhoud per 2024. Deze mutatie bedroeg € 13,8 mln.
ontvangen legaat. In 2016 is de eeuwigdurende rente op dit legaat door de gemeente
2.1.2 Bestemmingsreserves (publiek)
Den Haag afgekocht en dat bedrag is aan het legaat toegevoegd. Het overige deel van de bestemmingsreserve privaat bestaat uit het resultaat van de scholen van de TSO
Bestemmingsreserve Publiek 2.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
Totaal bestemmingsreserve publiek
31-12-2023
Resultaat
31-12-2024
9.437.679
-6.184.695
3.252.985
9.437.679
-6.184.695
3.252.985
In de bestemmingsreserve NPO worden alle niet-bestede NPO middelen opgenomen na resultaatbepaling. De scholen zijn vrij deze middelen weer te onttrekken aan deze reserves voor de uitvoering van NPO activiteiten in hun exploitatie, Uit de publiekelijk bestemmingsreserves hebben wij de extra bestede NPO gelden in 2024 voor € 6,2 mln. onttrokken.
gelden en de vacatiegelden i.v.m. invulling van bestuursfuncties door leden van het CvB voor derden.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
93
2.1.6 Herwaarderingsreserve eerste waardering activa Als gevolg van de invoering van de methodiek van activering en de daarbij behorende 1e waardering van de aanwezige activa heeft De Haagse Scholen per 1 januari 2010 herwaarderingsreserves moeten vormen die in omvang gelijk waren aan de boekwaarde van de vaste activa per die datum. Dit betrof een administratieve handeling die wel invloed heeft op de samenstelling van het vermogen maar geen resultaateffect kent. Deze herwaarderingsreserves zijn dus geoormerkt en niet vrij inzetbaar. Jaarlijks worden de afschrijvingen op deze activa via de resultaatverdeling in mindering gebracht op de herwaarderingsreserve eerste waardering activa en daarmee ten gunste van de algemene reserve. Deze methodiek zal worden gecontinueerd totdat de herwaarderingsreserves nul zijn (respectievelijk de activa van voor 2010 geheel is afgeschreven). Naar verwachting zal dit uiterlijk in het jaar 2028 het geval zijn. In 2024 had van de totale afschrijvingslast € 39.494 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa. De specificatie van de bestemmingsreserve eerste waardering activa is als volgt: Herwaarderingsreserve 1e waardering activa
31-12-2023
Resultaat
31-12-2024
171.089
-35.794
135.295
146
-146
-
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering Meubilair
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering ICT bekabeling
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting gymzalen
1.525
-1.092
433
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting speellokalen
11.570
-2.462
9.108
184.330
-39.494
144.836
Totaal herwaarderingsreserve
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
94
2.2 Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd om toekomstige kosten en risico’s te dekken en/of om bepaalde kosten gelijkmatig over de jaren te spreiden. De samenstelling en het verloop van de voorzieningen zijn als volgt: Voorzieningen
31-12-2023
Stelselwijziging
Stand per 1-1-2024
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
31-12-2024
Kortlopend deel<1 jaar
2.820.029
598.226
255.225
407.684
-364.552
2.390.795
647.847
2.2.1
Personeelsvoorzieningen
2.820.029
2.2.3
Egalisatievoorz. planmatig onderhoud
9.778.990
13.804.833
23.583.823
1.947.203
787.883
-
-
24.677.903
896.769
12.599.019
13.804.833
26.403.852
2.545.429
1.043.109
407.684
-364.552
27.068.698
1.544.616
Totaal Voorzieningen
De onderscheiden posten van de voorzieningen worden hierna toegelicht.
2.2.1 Personeelsvoorzieningen De personeelsvoorzieningen bestaan uit een aantal elementen. De samenstelling en het verloop van de personeelsvoorzieningen zijn als volgt: Personeelsvoorzieningen
31-12-2023
Donaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
31-12-2024
Kortlopend deel<1 jaar
96.680
6.934
-
-
-2.694
100.921
5.000
1.447.011
362.290
133.165
108.949
-334.310
1.232.877
100.000
2.2.1
Voorziening spaarverlof
2.2.1
Voorziening jubilea
2.2.1
Voorziening personele risico's
264.167
148.273
110.560
147.424
-4.016
150.440
150.457
2.2.1
Voorziening duurzame inzetbaarheid
220.661
80.728
-
-
-7.836
293.554
73.388
2.2.1
Voorziening geschillen
55.000
-
11.500
18.500
-
25.000
25.000
2.2.1
Voorziening langdurig zieken
736.510
-
-
132.811
-15.696
588.003
294.002
2.820.029
598.226
255.225
407.684
-364.552
2.390.795
647.847
Totaal Personeelsvoorzieningen
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
Voorziening spaarverlof
Voorziening geschillen
Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een
De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse
extra lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt
Scholen loopt met betrekking op mogelijke (toekomstige) claims.
95
over de spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de voorziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen
Voorziening langdurige zieken
verschuldigd is om in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het
De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel waarvan de
salaris door te betalen.
verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet meer terugkomen in hun functie. Hiervoor wordt een overzicht aangeleverd door de afdeling
Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen
Verzuim door aan te geven wat per zieke de kans op herstel is. De voorziening wordt
Deze voorziening is in 2008 gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging
opgenomen tegen de nominale waarde van de verwachte loonkosten van de langdurige
om alle toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in
zieken tot het verwachte moment van uit dienst gaan.
vaste dienst te dekken. Per ultimo 2024 is de (toekomstige) verplichting voor De Haagse Scholen berekend op basis van het op dat moment aangestelde personeel, rekening houdend met inschaling en ingeschatte vertrekkans. De in 2024 verstrekte jubileumuitkeringen zijn direct op de voorziening in mindering gebracht. Voorziening personele risico’s De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele juridische risico’s die De Haagse Scholen loopt met betrekking tot oude claims van het Participatiefonds betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en het eigen risico bedrag van de nieuwe WW regeling die per 1 augustus 2022 is ingegaan. Naar gelang van de omstandigheden van het ontslag bedraagt dit 10% of 50%. Het Participatiefonds stuurt hiervoor maandelijks een factuur. Voorziening duurzame inzetbaarheid Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren per jaar sparen (deeltijders naar rato). Op basis van de afgesloten “spaarovereenkomsten” is een voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
96
2.2.3 Overige voorzieningen
De gevormde onderhoudsvoorziening heeft als doelstelling alle gebouwen te voorzien
Deze was tot en met 2023 gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang van
van kwalitatief onderhoud om deze gebouwen op langere termijn in stand te houden en
het planmatig onderhoud te elimineren (egalisatiemethode). De Haagse Scholen heeft
dient ter egalisering van de onderhoudskosten. Kosten van groot onderhoud zijn kosten
in 2024 besloten om opbouw van de voorziening te wijzigen van egalisatievoorziening
voortvloeiend uit (periodieke) werkzaamheden na een lange gebruiksperiode om de
naar componenten voorziening. Dit is verwerkt op de balans per 31/12/2024 als
huidige staat van een actief in stand te houden, die niet als vervanging van belangrijke
stelselwijziging.
bestanddelen van het materieel vast actief zijn aan te merken en die niet kwalificeren als frequent voorkomende onderhoudskosten.
Jaarlijks worden de werkelijke onderhoudskosten ten laste van de voorziening gebracht. Op basis van de meerjaren onderhoudsbegroting wordt een bedrag aan de voorziening
De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. De toevoegingen aan de
planmatig onderhoud gedoteerd. Voor verwachte onderhoudsuitgaven wordt per
voorziening vinden plaats op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent
onderhoudscomponent per schoolgebouw jaarlijks (lineair) een vast bedrag gedoteerd,
en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt.
zodat op moment van uitvoering het benodigde bedrag is opgenomen in de voorziening.
De kosten van verricht groot onderhoud worden verwerkt ten laste van een onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien de kosten
Onder de overige voorziening zit de onderhoudsvoorziening. Dit betreft een voorzienig
van verricht groot onderhoud afwijken van de boekwaarde van de voor de betreffende
welke is opgenomen om aan toekomstige onderhoudsverplichtingen te voldoen.
onderhoudscomponent aangehouden voorziening, dan wordt dit verschil in één keer verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Overige voorzieningen
2.2.3 Totaal
Voorziening planmatig onderhoud
31-12-2023
Stelselwijziging
Stand per 1-1-2024
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
31-12-2024
Kortlopend deel<1 jaar
9.778.990
13.804.833
23.583.823
1.947.203
787.883
-
-
24.677.903
896.769
9.778.990
13.804.833
23.583.823
1.947.203
787.883
-
-
24.677.903
896.769
Het saldo van de voorziening is ten opzichte van vorig boekjaar flink toegenomen, aangezien we per 2024 een stelselwijziging voor de voorziening planmatig onderhoud hebben. Dit zorgt voor een toename van € 13,8 mln. aan de voorziening.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
2.4 Kortlopende schulden
2.4.4.3 Schulden SWV
De specificatie van de per balansdatum openstaande kortlopende schulden is als volgt:
De schulden SWV hebben betrekking op in 2024 betaalde subsidies die overlopen
97
naar volgend jaar. Het bedrag is ten opzichte van 2023 toegenomen. Kortlopende schulden
31-12-2024
31-12-2023
2.4.7 Belastingen en sociale lasten
2.4.3
Crediteuren
1.023.795
5.135.093
2.4.4.1
Ministerie van OCW
5.939.878
11.324.087
2.4.4.3
Overlopende post inkomsten SWV
181.513
53.665
2.4.7
Belastingen en premies sociale verzekeringen
106.197
295.322
2.4.8
Schulden ter zake van pensioenen
2.315
3.371
2.4.7.1
2.4.9
Overige kortlopende schulden
4.470.264
4.784.792
2.4.10
Overlopende passiva
4.624.821 16.348.783
Totaal kortlopende schulden
Dit betreft verschuldigde betalingen betreffende loonheffing, premies en omzetbelasting aan de Belastingdienst. De specificatie van deze post is als volgt: Belastingen en premies sociale verzekeringen
31-12-2024
31-12-2023
Loonheffing
84.760
129.841
2.4.7.2
Omzetbelasting
39.865
160.455
4.483.764
2.4.7.3
Premies sociale verzekeringen
-18.428
5.026
26.080.094
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen
106.197
295.322
Het betreft uitsluitend schulden met een looptijd korter dan een jaar. De afzonderlijke
De verschuldigde bedragen voor loonheffing en premies sociale verzekeringen zijn lager
onderdelen van de kortlopende schulden worden in het onderstaande nader toegelicht.
ten opzichte van ultimo 2023. De openstaande posten Loonheffing bevat een bedrag
De post kortlopende schulden is op totaalniveau met € 9,7 mln. afgenomen ten opzichte
van € 135K voor nog te betalen eindheffing voor WKR, vanwege het overschrijden van
van ultimo 2023.
de vrije ruimte in 2024. In december is een extra salarisrun gedaan van een te
2.4.3. Crediteuren
ontvangen bedrag ad € 57K.
De post crediteuren bevat de nog openstaande facturen per balansdatum die al wel zijn
De omzetbelasting is lager dan vorig jaar, aangezien het vorig jaar extra hoog was
geautoriseerd, maar nog niet betaald. De meeste facturen zijn in januari 2025 betaald.
in verband met btw afdracht van diensten geleverd door de Loodsboot aan Samen-
2.4.4.1 Schulden ministerie van OCW
werkingsverbanden in het laatste kwartaal van 2023 (€ 59K afdracht) en verlegde btw (buitenlandse leveranciers en inkoop laptops boven de € 10K (€ 93K).
De nog af te rekenen subsidies hebben betrekking op in 2024 of daarvoor toegekende en betaalde subsidies van het Rijk, die overlopen naar volgend jaar. Dit geldt met name
De premies sociale verzekering betreffen enkel de extra salarisrun van 2024. Dit betreft
voor de Dusi subsidie verbeteringsvaardigheden, brugfunctionaris en de subsidie G5
een negatieve aangifte. De nog te ontvangen bedragen zijn in februari 2025 ontvangen,
zij-instroom. In 2024 is er een afname geweest van ongeveer € 5,4 mln. ten opzichte
behalve de loonheffing WKR die in februari 2025 is aangegeven en betaald.
van 2023.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
98
2.4.8 Schulden ter zake van pensioenen
De post overige nog te betalen bedragen heeft betrekking op facturen die per jaareinde
Dit betreft per balansdatum verschuldigde pensioenpremies aan het pensioenfonds ABP.
nog niet zijn ontvangen maar nog worden verwacht in verband met reeds aan derden verstrekte opdrachten. Hieronder vallen bijvoorbeeld verwachte afrekeningen met
Schulden terzake pensioenen 2.4.8
Schulden ter zake van pensioenen
Totaal schulden terzake pensioenen
31-12-2024
31-12-2023
2.315
3.371
2.315
3.371
betrekking tot energie en andere facilitaire zaken (totaal € 2,3 mln.). Tevens zijn hier de naar 2025 overlopende overige subsidies voor een bedrag van € 0,7 mln. opgenomen. In totaliteit zijn de overige kortlopende schulden afgenomen met € 315k. in vergelijking tot 2023.
De post schulden ter zake pensioenen is per balansdatum iets afgenomen in vergelijking tot voorgaand jaar. De openstaande post betreft slechts de extra salarisrun van 2024.
2.4.10 Overlopende passiva
De nog verschuldigde bedragen zijn in januari 2025 afgewikkeld en betaald Overlopende passiva
2.4.9 Overige kortlopende schulden Deze post bevat alle overige kortlopende schulden. Alle overige kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar. De specificatie van deze post is als volgt: Overige kortlopende schulden
31-12-2024
31-12-2023
2.4.9.1
Nog af te rekenen / te besteden subsidies Gemeente
197.594
295.686
2.4.9.5
Nog niet geautoriseerde facturen
780.080
578.841
2.4.9.5
Overige nog te betalen bedragen
3.492.589
3.910.265
4.470.264
4.784.792
Totaal overige kortlopende schulden
De nog af te rekenen gemeentelijke subsidies per 31-12-2024 hebben betrekking op de afrekening van de door de gemeente in de 2023 en 2024 toegekende subsidies. De post nog niet geautoriseerde facturen betreft facturen die wel reeds zijn ontvangen maar per balansdatum nog niet door de budgetverantwoordelijke zijn geaccordeerd. Deze facturen zijn voorzichtigheidshalve wel reeds als kosten in de jaarrekening verantwoord.
2.4.10.5
Vakantiegeld en -dagen
Totaal overlopende passiva
31-12-2024
31-12-2023
4.624.821
4.483.764
4.624.821
4.483.764
Deze post bevat uitsluitend de verplichting met betrekking tot opgebouwde rechten betreffende vakantiegeld, inclusief de daarover verschuldigde sociale lasten.
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
99
Toelichting op de onderscheiden posten van de staat van baten en lasten Toelichting baten
3.1.1. Rijksbijdragen OCW
3.1 Rijksbijdragen
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
130.044.780
126.953.642
123.248.187
-
-
652
Aanvullende bekostiging arbeidsmarkttoelage
4.240.357
-
-
Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid
14.934.663
14.910.965
14.944.344
-
-
12.278
1.589.327
1.515.394
1.519.556
-
25.139
10.558.529
1.696.090
-
3.707.648
Overig
20.417
-
79.595
Totaal
152.525.633
143.405.140
154.070.790
De rijksbijdragen bestaan uit de reguliere personele bekostiging, de overige subsidies OCW en de ontvangen rijksbijdragen van de verschillende samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Rijksbijdragen
Personeels- en arbeidsmarktbeleid Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
3.1.1
Rijksbijdragen OCW
152.525.633
143.405.140
154.070.790
3.1.2
Overige subsidies OCW
10.399.304
14.114.960
10.132.731
3.1.3
Ontvangen rijksbijdrage SWV
4.927.685
4.802.547
4.408.084
167.852.623
162.322.646
168.611.605
Totaal Rijksbijdragen
Personele bekostiging lumpsum
Basisbekostiging personeel Bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Nationaal programma onderwijs Bijzondere bekostiging vreemdelingen
Jaarverslag 2024
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens
De Rijksbijdragen OCW zijn ten opzichte van 2023 gedaald met 1% (€ 1,5 mln.).
De geoormerkte subsidies zijn als volgt te specificeren:
Per 1 januari 2023 is de vereenvoudiging van de bekostiging van start gegaan. In de
Overige subsidies OCW (geoormerkt)
100
Realisatie 2024
Realisatie 2023
Doorstroomprogramma po/vo 21/22 22/23
-
18.218
Doorstroomprogramma po/vo 22/23 23/24
37.042
89.958
en 25% op de nieuwe manier van bekostigen. De verschillende bekostigingen zijn sinds
Doorstroomprogramma po/vo 23/24 24/25
123.820
13.072
2023 samengevoegd tot de basisbekostiging.
Doorstroomprogramma po/vo 23-11 25-03
-
14.434
Subsidieregeling Expertisedeling Nieuwkomers 22+23
-
100.312
G5 Zijinstroom PO
408.803
184.629
Impuls en innovatie bewegingsonderwijs
24.792
60.208
Internationalisering funderend onderwijs
-
22.500
Instroom schoolleiders van buiten
30.000
27.000
Lerarenbeurs
101.760
152.897
4.179.964
781.272
Brugfunctionaris
400.000
-
Subsidie zij-instroom
570.962
397.342
-
31.360
4.370.396
3.162.947
-
235.980
SOOL
148.364
-
Overige
3.403
833
10.399.304
5.292.963
eerste drie jaren ontvangen besturen de bekostiging voor een deel via de oude en voor een deel via de nieuwe manier. Vanaf het eerste jaar 2023 wordt er 75’% ontvangen op de oude manier van bekostigen
De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door het geheel wegvallen van de NPO gelden (€10,0 mln.) en minder bekostiging opvang vreemdelingen (€ 2,1 mln.), daarentegen is de aanvullende bekostiging arbeidsmarkttoelage gestegen (€ 4,2 mln.).
3.1.2. Overige subsidies OCW Dit betreft rijksbijdragen voor specifieke doelen of doelgroepen. Deze vallen niet onder lumpsumbekostiging.
School en omgeving
In de jaarrekening dienen geoormerkte subsidies met verrekeningsclausules verantwoord te worden in bijlage G2 en geoormerkte subsidies zonder verrekeningsclausules in bijlage G1. We hebben zowel in 2024 als in 2023 zijn er geen geoormerkte subsidies met verrekeningsclausules ontvangen.
Tegemoetkoming Vervangingskosten Schoolleiders Verbetering basisvaardigheden
Overige subsidies OCW
Realisatie 2024
Realisatie 2023
3.1.2.2.1
Geoormerkte subsidies
10.399.304
5.292.963
3.1.2.3.1
Overige subsidies OCW
-
4.839.767
10.399.304
10.132.731
Overige subsidies OCW
Vrijroosteren leraren
Totaal geoormerkte subsidies
Ten opzichte van 2023 zijn de geoormerkte subsidies met € 5,1 mln. gestegen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door Subsidie school en omgeving (€ 3,4 mln. stijging) en de subsidie Verbetering basisvaardigheden (€ 1,2 mln.).