RIS323073 Discriminatie woningzoekenden
Tekst van het document
RIS-nummer: 323073 Schriftelijke vragen: Discriminatie woningzoekenden Indiener: Lesley Arp, SP Datum: 15 augustus 2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 13 augustus jl. publiceerde NRC het artikel “Nergens in Europa ervaren zo veel jonge mensen discriminatie bij het zoeken naar een woning als in Nederland.”1 Maar liefst 15,8% van de jonge woningzoekenden ervaart discriminatie. In het artikel wordt een Haagse casus aangehaald, waarbij het College van de Rechten van de Mens een uitspraak heeft gedaan dat een jonge vrouw met een chronisch vermoeidheidssyndroom en een Wajong-uitkering bij belangstelling voor een woning in de Schilderswijk gediscrimineerd is door de betrokken makelaarsassociatie.2 In 2021 zijn over deze casus reeds vragen over gesteld door raadslid Faïd van de Haagse Stadspartij (RIS309594). In reactie op deze vragen gaf het college aan geen bevoegdheid te hebben om de betrokken makelaar aan te spreken op discriminatie. Inmiddels is de Wet Goed Verhuurderschap in werking getreden en werkt de gemeente Den Haag in een aantal wijken met verhuurvergunningen voor particuliere verhuurders. In het licht van de omvang en ernst van de problematiek wil de SP graag weten welke concrete stappen het college sinds de introductie van deze nieuwe wet- en regelgeving zet om discriminerende verhuurders, makelaars en tussenpersonen aan te pakken. Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Lesley Arp (SP) de volgende vragen: 1.
Is het college het met de SP eens dat verhuurders, makelaars en soortgelijke tussenpersonen die zich aantoonbaar schuldig hebben gemaakt aan discriminatie van Haagse woningzoekenden geen zaken meer zouden moeten kunnen doen in onze stad? Zo nee, waarom niet? 2. Zijn er in Den Haag al verhuurvergunningen geweigerd vanwege aangetoonde discriminatie? Zo ja, om hoeveel gevallen en verhuurders gaat het?
1
https://www.nrc.nl/nieuws/2025/08/13/discriminatie-op-de-woningmarkt-is-in-nederlandeen-structureel-drama-a4902898 2 https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2021-27#kop109
3. Worden relevante vonnissen van de rechtbank en instanties zoals het College van de Rechten van de Mens hierbij ook actief gemonitord door de gemeente? Zo nee, waarom niet? 4. Hoeveel verhuurvergunningen zijn tot op heden geweigerd naar aanleiding van meldingen over discriminatie bij de gemeente? Kwamen deze meldingen binnen bij de Huurbalie en het Huurteam, of ook via andere loketten? 5. Wanneer verwacht het college een indicatie te kunnen geven in hoeverre het instrument verhuurvergunning succesvol kan worden ingezet in het tegengaan van discriminatie van woningzoekenden? 6. Kan het college aangeven welke handvatten de gemeente heeft om de beroepsgroep makelaars en soortgelijke tussenpersonen aan te pakken bij aangetoonde discriminatie? Welke concrete afspraken over het tegengaan van discriminatie zijn er nu van kracht met de sector en in hoeverre zijn de in Den Haag werkzame makelaars hierbij aangesloten? 7.
Kan het college aangeven of de makelaar die zich in de eerder genoemde Haagse casus schuldig heeft gemaakt aan discriminatie nog altijd ongehinderd zaken kan doen in Den Haag? Zo ja, wat staat de gemeente momenteel in de weg om te voorkomen dat bedrijven die zich in het verleden aantoonbaar schuldig hebben gemaakt aan discriminatie actief hun diensten kunnen blijven aanbieden in Den Haag? Wat zijn, onder andere op basis van de Wet Goed Verhuurderschap, de mogelijkheden om ten aanzien van de beroepsgroep makelaars en soortgelijke tussenpersonen zwaardere middelen in te zetten dan vrijwillige afspraken met sector? 8. Indien een vergelijkbare casus (inclusief veroordeling door het College van de Rechten van de Mens) zich vandaag voor zou doen, welke aanvullende mogelijkheden zou het college dan concreet kunnen inzetten tegen de discriminerende makelaar ten opzichte van de situatie die is geschetst in de beantwoording van de vragen van raadslid Faïd uit 2021?
Lesley Arp SP