RIS323073 Beantwoording SV Discriminatie woningzoekenden
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
9 oktober 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Arp, luidend: 'Discriminatie woningzoekenden'
DSO/10944414 RIS323073
Het raadslid mevrouw Arp heeft op 15 augustus 2025 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 13 augustus jl. publiceerde NRC het artikel “Nergens in Europa ervaren zo veel jonge mensen discriminatie bij het zoeken naar een woning als in Nederland.” 1 Maar liefst 15,8% van de jonge woningzoekenden ervaart discriminatie. In het artikel wordt een Haagse casus aangehaald, waarbij het College van de Rechten van de Mens een uitspraak heeft gedaan dat een jonge vrouw met een chronisch vermoeidheidssyndroom en een Wajong-uitkering bij belangstelling voor een woning in de Schilderswijk gediscrimineerd is door de betrokken makelaarsassociatie. 2 In 2021 zijn over deze casus reeds vragen over gesteld door raadslid Faïd van de Haagse Stadspartij (RIS309594). In reactie op deze vragen gaf het college aan geen bevoegdheid te hebben om de betrokken makelaar aan te spreken op discriminatie. Inmiddels is de Wet Goed Verhuurderschap in werking getreden en werkt de gemeente Den Haag in een aantal wijken met verhuurvergunningen voor particuliere verhuurders.
In het licht van de omvang en ernst van de problematiek wil de SP graag weten welke concrete stappen het college sinds de introductie van deze nieuwe wet- en regelgeving zet om discriminerende verhuurders, makelaars en tussenpersonen aan te pakken. 1.
Is het college het met de SP eens dat verhuurders, makelaars en soortgelijke tussenpersonen die zich aantoonbaar schuldig hebben gemaakt aan discriminatie van Haagse woningzoekenden geen zaken meer zouden moeten kunnen doen in onze stad? Zo nee, waarom niet?
Het college is het eens met de SP dat krachtig opgetreden moet worden tegen discriminatie. Voor verhuurders en verhuurbemiddelaars die zich aantoonbaar schuldig maken aan discriminatie is geen plek in de stad. We moeten er wel rekening mee houden dat het aanpakken van deze zaken tijd kost. Met de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap (Wgv) op 1 juli 2023 heeft het college de beschikking gekregen over handhavingsinstrumenten om op te kunnen treden tegen onder meer discriminatie (RIS315496). De toe te passen stappen op de escalatieladder hangen af van de overtreding en eventuele eerder genomen maatregelen. Op welke wijze dit handhavingsinstrumentarium het college de handvatten biedt waarvoor het lang gelobbyd heeft bij het Rijk, zal uit de evaluatie van de wet moeten blijken. 2.
Zijn er in Den Haag al verhuurvergunningen geweigerd vanwege aangetoonde discriminatie? Zo ja, om hoeveel gevallen en verhuurders gaat het?
1
https://www.nrc.nl/nieuws/2025/08/13/discriminatie-op-de-woningmarkt-is-in-nederland-een-structureel-drama-a4902898
2
https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2021-27#kop109
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10944414
Nee, er zijn geen verhuurvergunningen geweigerd op deze grond. Ook de stappen die noodzakelijkerwijs voorafgaan aan de weigering van de verhuurvergunning, last onder dwangsom en een bestuurlijke boete, zijn nog niet opgelegd aan een verhuurder of verhuurbemiddelaar in verband met discriminatie. Het instrument verhuurvergunning is niet nodig en niet bedoeld om discriminatie van woningzoekenden tegen te gaan. Daar zijn de algemene regels van de Wgv voor waar elke verhuurder zich aan moet houden. Indien een verhuurder zich daar niet aan houdt, zoals in het geval van discriminatie van woningzoekenden, dan wordt de escalatieladder ingezet die de Wgv biedt. 3.
Worden relevante vonnissen van de rechtbank en instanties zoals het College van de Rechten van de Mens hierbij ook actief gemonitord door de gemeente? Zo nee, waarom niet?
Ja. 4.
Hoeveel verhuurvergunningen zijn tot op heden geweigerd naar aanleiding van meldingen over discriminatie bij de gemeente? Kwamen deze meldingen binnen bij de Huurbalie en het Huurteam, of ook via andere loketten?
Geen. Het overtreden van de algemene regels van de Wgv, waaronder het verbod op discriminatie, is een van de gronden op basis waarvan een verhuurvergunning geweigerd kan worden. Echter, een melding alleen is hiervoor onvoldoende. De overtreding moet in de eerste plaats vastgesteld zijn en er moet een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete zijn opgelegd. De in de wet vastgelegde beoordelingsperiode waarin teruggekeken wordt is acht jaar. In de commissiebrief van 4 februari 2025, met daarin een eerste evaluatie van de Wgv (RIS321288), zijn cijfers gegeven over de meldingen die zijn binnengekomen bij het meldpunt ongewenst verhuurgedrag. Over discriminatie werden relatief weinig meldingen gedaan. Het aantal meldingen in 2025 is vergelijkbaar. Dat betekent dat ook weinig bestuurlijke sancties opgelegd kunnen zijn naar aanleiding van de meldingen. Meldingen over ongewenst verhuurgedrag kunnen bij verschillende loketten van de gemeente binnenkomen, zoals het Meldpunt ongewenst verhuurgedrag, de Huurbalie en het Huurteam. Het Meldpunt ongewenst verhuurgedrag is verantwoordelijk voor de afhandeling van alle meldingen. Melders bij andere loketten worden doorverwezen naar het Meldpunt ongewenst verhuurgedrag. Waarom er weinig meldingen over discriminatie van woningzoekenden worden gedaan, kan verschillende oorzaken hebben.
Het is een relevante vraag die daarom meegenomen wordt in de uitgebreide evaluatie van de Wgv. De evaluatie wordt begin 2026 uitgevoerd, zoals aangegeven in bovengenoemde commissiebrief. 5.
Wanneer verwacht het college een indicatie te kunnen geven in hoeverre het instrument verhuurvergunning succesvol kan worden ingezet in het tegengaan van discriminatie van woningzoekenden?
Het instrument verhuurvergunning is niet nodig om discriminatie van woningzoekenden tegen te gaan. Verder is, mede door het uitblijven van meldingen, de handhaving vanuit de gemeente op zaakniveau specifiek ten aanzien van discriminatie van woningzoekenden nog beperkt. Zonder meldingen kunnen we geen gerichte handhavingszaken op discriminatie van woningzoekenden starten en hier ervaring mee opdoen. Wel zien we positieve effecten van de Wgv en de handhaving op goed verhuurderschap in algemene zin. Verhuurders passen hun gedrag aan na aanspreken en sommigen zoeken proactief contact om de Wgv correct toe te passen. Daarnaast heeft het feit dat er handhaving plaatsvindt ook een afschrikkende werking.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10944414
Om te bepalen welke middelen effectief zijn tegen discriminatie van woningzoekenden is praktijkervaring en een zorgvuldige analyse nodig. Deze vraag maakt dan ook deel uit van de brede evaluatie van de wet begin volgend jaar. 6.
Kan het college aangeven welke handvatten de gemeente heeft om de beroepsgroep makelaars en soortgelijke tussenpersonen aan te pakken bij aangetoonde discriminatie? Welke concrete afspraken over het tegengaan van discriminatie zijn er nu van kracht met de sector en in hoeverre zijn de in Den Haag werkzame makelaars hierbij aangesloten?
Het college kan het volledige handhavingsinstrumentarium inzetten dat de Wet goed verhuurderschap biedt. Zie ook het antwoord op vraag 2. Discriminatie is wettelijk verboden. Van professionele deelnemers aan de markt mag verwacht worden dat zij de regels kennen en daarnaar handelen. Het college draagt daaraan bij door goed verhuurderschap, waaronder het zich onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid, goed onder de aandacht te brengen bij verhuurders. Zo is er bij het invoeren van de Wgv een uitgebreide informatiecampagne gevoerd. Het maken van aanvullende afspraken acht het college op dit moment niet van toegevoegde waarde. Wel voeren we het gesprek hierover in onze overleggen met de koepels en brancheorganisaties. 7.
Kan het college aangeven of de makelaar die zich in de eerder genoemde Haagse casus schuldig heeft gemaakt aan discriminatie nog altijd ongehinderd zaken kan doen in Den Haag? Zo ja, wat staat de gemeente momenteel in de weg om te voorkomen dat bedrijven die zich in het verleden aantoonbaar schuldig hebben gemaakt aan discriminatie actief hun diensten kunnen blijven aanbieden in Den Haag? Wat zijn, onder andere op basis van de Wet Goed Verhuurderschap, de mogelijkheden om ten aanzien van de beroepsgroep makelaars en soortgelijke tussenpersonen zwaardere middelen in te zetten dan vrijwillige afspraken met sector?
Ja, de desbetreffende makelaar is nog werkzaam in Den Haag. Met de inwerkingtreding van de Wgv kan het college het handhavingsinstrumentarium inzetten dat deze wet biedt tegen verhuurders en verhuurbemiddelaars die de wet hebben overtreden, zie ook vraag 1 en 2. Bij de gemeente zijn er geen overtredingen van de Wgv bekend sinds de invoering van de wet op 1 juli 2023. Ook zijn er bij de gemeente geen andere gevallen bekend waarbij de desbetreffende makelaar in verband is gebracht met discriminatie. 8.
Indien een vergelijkbare casus (inclusief veroordeling door het College van de Rechten van de Mens) zich vandaag voor zou doen, welke aanvullende mogelijkheden zou het college dan concreet kunnen inzetten tegen de discriminerende makelaar ten opzichte van de situatie die is geschetst in de beantwoording van de vragen van raadslid Faïd uit 2021?
Zie het antwoord op vraag 2. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3