RIS323070 Beantwoording SV Hoofdletsel door tramrails Goudenregenstraat is de druppel
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
9 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Meinesz, luidend: ‘Hoofdletsel door tramrails Goudenregenstraat is de druppel’
DSO/10939006 RIS323070
Het raadslid de heer Meinesz heeft op 13 augustus 2025 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Kan het college bevestigen dat bij het ongeval op maandagavond 11 augustus 2025 in de Goudenregenstraat sprake was van een val door tramrails, met ernstig hoofdletsel tot gevolg?
Het college is er bekend mee dat maandagavond 11 augustus 2025 aan de kruising van de Goudenregenstraat en de Sneeuwbalstraat in Den Haag een ongeval heeft plaatsgevonden met een persoon op een elektrische fiets. De fietser is tijdens het afslaan ten val gekomen, naar verluidt nadat zijn wiel in de tramrails geraakte. De politie onderzoekt de exacte toedracht van het incident. 2.
Hoeveel ziekenhuisopnames zijn er de afgelopen drie jaar geregistreerd in Den Haag als gevolg van valpartijen door tramrails, uitgesplitst naar locatie?
Dit is onbekend. De politie registreert ongevallen niet op dit detailniveau. 3.
Kan het college specifiek aangeven hoeveel slachtoffers er in de Goudenregenstraat (nog niet heringericht) en in de Zoutmanstraat (wel heringericht) zijn gevallen in de afgelopen drie jaar?
In de Goudenregenstraat zijn 48 ongevallen geregistreerd in de afgelopen drie jaar. In de Zoutmanstraat waren dit er 23. De exacte toedracht is onbekend bij deze incidenten. 4.
Hoe beoordeelt het college de uitspraak van de wethouder dat “iedere Hagenaar wel eens in de rails gereden moet zijn” in het licht van de ernst van deze ongelukken?
Het is niet bekend hoe vaak de tramrails een rol speelde bij deze ongevallen. Bovendien was de uitspraak van de wethouder bedoeld als een algemene opmerking binnen de context van het interview en niet als een poging om ongevallen waarbij de tramrails een rol spelen te bagatelliseren.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10939006
5.
Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat het vasthouden aan een tramverbinding met lage reizigersaantallen (gemiddeld zes per rit) niet opweegt tegen de veiligheidsrisico’s en hoge kosten van 30 tot 40 miljoen euro?
Nee. Het programma ‘Invoer Nieuwe Tram Haagse Regio’ (INTHR) is uitvoerig besproken met de raad. In dit proces en in de raadsbehandeling zijn de verschillende varianten en de te maken afwegingen uitvoerig aan de orde geweest. Hierbij is het nut en de noodzaak van de invoering van de, toegankelijke, lagevloertram besproken. Het betreft de noodzakelijke aanpassingen aan de (tram)infrastructuur en de daarmee gepaard gaande kosten. Het project richt zich op het behouden van een robuust ov-netwerk, maar óók nadrukkelijk op het verbeteren van de veiligheid van de fietser in (onder meer) de Goudenregenstraat. Inmiddels heeft het college besloten tot vrijgave voor inspraak van deze plannen. Specifiek gaat het hierbij om het concept voorontwerp INTHR tramlijn 12A (RIS322981). 6.
Is het college bereid het eerder uitgevoerde onderzoek naar de e-bus uit te breiden met een volledige vergelijking van reizigerspotentieel, veiligheid, bereikbaarheid en milieueffecten, inclusief het scenario van een nieuwe buslijn vanaf de haven via Duindorp en de Goudenregenstraat naar het Haga Ziekenhuis, waarbij tramlijn 12 wordt doorgetrokken naar het De Savornin Lohmanplein?
Nee. Het college heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de varianten op de e-bus en de raad hier meerdere malen schriftelijk over geïnformeerd (RIS316816, RIS319478 en RIS319893). 7.
Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid wanneer er in de toekomst opnieuw ernstige of dodelijke ongevallen plaatsvinden als gevolg van het in stand houden of vernieuwen van tramrails op deze locaties?
De (verdeling van) verantwoordelijkheid is zeer afhankelijk van de voorliggende casuïstiek van het individuele (on)geval en is daarmee niet in generieke zin te beantwoorden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2