RIS323030 Beantwoording SV Behoud boerderij Clingendael
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
12 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden heren Martines van Andel, Partiman en mevrouw Van Basten Batenburg, luidend: Behoud boerderij Clingendael
DSB/10932549 RIS323030
De raadsleden de heer Martines van Andel, mevrouw Van Basten Batenburg en de heer Partiman hebben op 28 juli 2025 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Meer dan 400 jaar geleden werd al geschreven over de boerenhoeve in Clingendael. Ondanks de oprukkende stad en wisselende eigenaren, bleef op deze plek een boerenhoeve functioneren. Sinds 1954 is de gemeente Den Haag eigenaar van het landgoed. In 2003 werd het gehele landgoed Clingendael aangewezen als Rijksmonument. Inmiddels wordt de boerderij sinds begin jaren ‘80, al meer dan 40 jaar, uitgebaat door de huidige gebruiker. De agrarische gronden zijn door de gemeente gedeeltelijk in pacht uitgegeven en gedeeltelijk in bruikleen. Het boerenbedrijf, middenin de stad, is een geliefde plek van buurtbewoners en voor de vele bezoekers van Clingendael. Kalfjes en lammetjes trekken iedere lente veel bekijks en mensen kopen er eieren. Het vee wordt gerouleerd over verschillende weilanden, gedeeltelijk op het landgoed Clingendael en gedeeltelijk op andere weilanden in Den Haag. Het voortbestaan van de boerenfunctie van de Clingendael-boerderij komt onder druk te staan door voorgenomen handelen van de gemeente.
Het college wil de delen van de agrarische weilanden die in bruikleen zijn gegeven de agrarische functie ontzeggen. De gemeente weigert daarbij in gesprek te gaan over voorwaarden, zoals agrarisch natuurbeheer. 1.
Is het college het met de vraagstellers eens dat de Clingendael-boerderij een bijzonder, geliefd Haags icoon is?
Het college is het eens dat veel mensen waarde hechten aan Clingendael en de weilanden eromheen. In de zomer is er ook een petitie gestart met de oproep om de weilanden rond Clingendael en Marlot te behouden. Het college is dit altijd voornemens geweest, maar benadrukt dit hier wederom aangezien hier onduidelijkheid over lijkt te bestaan. 2.
Ziet het college net als de vraagstellers de grote meerwaarde van deze boerderij in de stad, die mensen direct in aanraking brengt met waar hun voedsel vandaan komt?
Het college ziet ook de meerwaarde van dat mensen in aanraking komen met waar hun voedsel vandaan komt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10932549
3.
Is het college ook bekend met het artikel in het wijkblad Benoordenhout “Clingendael en het agrarisch bedrijf”, waaruit de liefde van de wijk en vele bezoekers van Clingendael voor het boerenbedrijf blijkt?
Het college is bekend met dit artikel. 4.
Is het college ervan op de hoogte dat de boerderij net voldoende weiden tot zijn beschikking heeft om het vee daarover te kunnen rouleren?
De boerderij heeft circa 40 koeien en een beperkt aantal schapen. Naast de circa 12,5 ha die de boer tot 1 januari 2026 in bruikleen heeft, pacht de boer ook nog circa 33,6 ha van de gemeente. Tevens pacht de boer nog circa 11 ha van Staatsbosbeheer in de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder. Dit is naar het oordeel van het college ruim voldoende areaal om het huidige veebestand te laten rouleren. 5.
Klopt het dat het college de bruikleen wil beëindigen? Zo ja, waarom? Graag een gedetailleerd antwoord, inclusief inzicht om hoeveel en welk land het precies gaat en welke bezwaren het college heeft?
De raad is per commissiebrief in oktober 2024 (RIS320065) reeds geïnformeerd over het feit dat de bruikleenovereenkomst wordt opgezegd en over de pachtovereenkomsten het gesprek zou worden aangegaan. Doel is de weilanden te behouden, maar natuurvriendelijker te beheren. Het gaat om circa 12,5 ha aan bruikleengronden waarvan de overeenkomst vorig jaar is opgezegd en de ligging is op de met deze beantwoording meegestuurde bijlage aangeduid. Met ander beheer van de weilanden wordt voorkomen dat onnodig mest- en gifstoffen in het milieu terechtkomen en wordt er meer recht gedaan aan het feit dat deze percelen onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en een aantal de Natuurnetwerk Nederlandstatus hebben. Aangepast beheer komt ook de water- en natuurkwaliteit rond de Landgoederen Clingendael, Oosterbeek, Marlot en Reigersbergen ten goede. 6.
Hoe verhoudt dit zich tot het raadsbesluit over het Inrichtings- en beheerplan voor Erasmuszone en ontwikkelingsvisie/Beheerplannen voor landgoederen Clingendael/Oosterbeek en Meer en Bos (RIS85277), waarin het versterken van de agrarische functie en daarmee de boerderij Clingendael als doel is opgenomen? Wanneer is besloten om dit doel te wijzigen? Graag een toelichting wanneer de raad hiermee heeft ingestemd.
Allereerst is het goed om te benoemen dat de Ontwikkelingsvisie/Beheerplan voor de landgoederen Clingendael & Oosterbeek 2001-2010 al een tijd verlopen waardoor er geen rechten meer aan ontleend kunnen worden. Daarbij ziet dit beheerplan niet op alle percelen waarover het gaat. Verder heeft de gemeenteraad sindsdien bestemmingsplannen vastgesteld en heeft deze percelen primair een natuurof groenbestemming gegeven. Ditzelfde geldt voor de gemeenteraad van Wassenaar. Volgens het bestemmingsplan van 2017 Marlot- Reigersbergen heeft het grote perceel bij Marlot een groenbestemming en het kleinere perceel bij de Leidsestraatweg heeft een natuurbestemming (beide dus geen agrarische bestemming). In Wassenaar hebben de verschillende bruikleenpercelen in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015 de bestemming natuur gekregen waarbij agrarisch medegebruik is toegestaan. Primair is het doel daar volgens het bestemmingsplan het behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de gronden eigen zijnde natuurwaarden en behoud, versterking en/of herstel van de aan de gronden eigen zijnde landschapswaarde, bestaande uit openheid, het kavel-/slotenpatroon en de hoogteligging. Het college zet voor de bruikleengronden in op het behoud van deze gronden als weiland waarbij natuurvriendelijker agrarisch beheer zal worden uitgevoerd.
Derhalve valt het aangepaste beheer goed binnen de vastgestelde kaders waarbij het grootste deel van de gronden de natuurbestemming hebben.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10932549
7.
Welke pogingen zijn er gedaan om er samen met de boer uit te komen?
Het afgelopen jaar is ambtelijk meerdere keren met de boer op locatie gesproken en er is via e-mail gecommuniceerd met zijn juridisch waarnemer. In het begin is aan de boer voorgesteld om over alle gronden die hij pacht en gratis in bruikleen heeft voorwaarden af te spreken die zien op natuurvriendelijker beheer voor alle gronden. Er is per weiland gekeken welk beheer het meest passend is. Ook langdurige afspraken over de bruikleengronden waren mogelijk om zo de boer te verzekeren van langjarig gebruik van het overgrote deel van de bruikleengronden en voor de gemeente te borgen dat er op de weilanden een meer natuurinclusieve wijze van landbouw zou plaats vinden. Tevens is de boer aangeboden om een aantal van de weilanden voor de gemeente te beheren tegen een marktconform tarief. Hierbij is aangeboden om te onderzoeken of de boer de vaste leverancier kon worden voor het hooi van de Haagse stadsboerderijen. Tenslotte heeft het college kosteloos begeleiding door de stichting Wij.land aangeboden. Deze stichting is gespecialiseerd in het begeleiden van agrariërs naar een meer natuurgedreven landbouw. Dat aanbod is afgewezen. Vervolgens heeft de gemeente aangeboden om de bruikleengronden, die de gemeente tijdelijk en gratis aan hem ter beschikking heeft gesteld, weer ter beschikking te stellen indien de boer deze natuurvriendelijker zou gaan beheren.
Daarbij is ook expliciet aangegeven dat beheer door het begrazen van vee is toegestaan. Ook toen is de optie van het beheren tegen een vergoeding aangeboden. De voorwaarden die werden gesteld zagen op (kunst)mestgebruik, gifgebruik en op het niet meer doden van dieren. Dit zijn voorwaarden die Staatsbosbeheer ook afspreekt in de honderden pachtovereenkomsten die zij per jaar met vele boeren afsluit. Op dit aanbod is ook afwijzend gereageerd. Vervolgens heeft de wethouder Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu per mail en telefonisch gepoogd om in gesprek te gaan. In reactie werd aangegeven dat de eerstkomende weken te druk waren voor een gesprek. Derhalve heeft dit gesprek niet voor de beantwoording van deze schriftelijke vragen plaats kunnen vinden. 8.
Wat zijn de financiële consequenties van dit voorgenomen gewijzigde gebruik van het land voor de gemeente? Graag een gedetailleerde uitsplitsing van kosten en baten in de huidige situatie versus de voorgenomen nieuwe situatie.
In de huidige situatie zijn er voor het beheer van de 12,5 ha grond geen kosten voor de gemeente. Deze grond is immers in bruikleen uitgegeven. In de nieuwe situatie zullen de weilanden drie maai per jaar moeten worden gemaaid en moet het maaisel worden afgevoerd. Op termijn kan het aantal maaibeurten dalen. Het college heeft nog geen exacte en actuele getallen voor de kosten van dit maaibeheer. Wel heeft het college de boer aangeboden om te betalen voor het beheer en deze betaling aan de boer zou dan rond de dertigduizend euro zijn afhankelijk van de precieze invulling. De boer was hier niet toe bereid, maar de verwachting is dat bij een invulling door een andere boer de kosten niet hoger zullen zijn. Deze kosten zouden dan worden opgevangen binnen de in het coalitieakkoord afgesproken intensivering van natuurvriendelijk beheer. 9.
Heeft het college het wijzigen van het gebruik van deze percelen getoetst bij de Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE) vanwege de cultuurhistorische waarde en de landschappelijke erfgoedwaarde van dit Rijksmonument?
Aangezien de percelen weilanden blijven en er qua landschappelijke verschijning geen verandering optreedt, anders dan dat de percelen op termijn bloemrijker worden, ziet het college niet de noodzaak in voor deze toetsing. Daarbij waren deze gronden tot aan de grootschalige introductie van kunstmest en het uitrijden van drijfmest in de twintigste eeuw graslanden met grotere natuurwaarden. De aanpassing in beheer zal dus eerder naast natuurwaarde ook cultuurhistorische waarde terugbrengen.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10932549
10. Heeft het college zich vergewist van de kennis en inzet van de huidige gebruiker om via Agrarisch Natuurbeheer juist een bijdrage te leveren aan een ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering inclusief de educatieve waarde daarvan in een stadsomgeving? Het college heeft juist de voorkeur dat de huidige gebruiker een bijdrage levert aan ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering op de percelen. Daarom heeft de gemeente ook verschillende voorstellen gedaan om het beheer te verbeteren met een rol voor de huidige gebruiker. Helaas zijn deze voorstellen afgewezen. 11. Kan het college een feitelijk overzicht verschaffen van alle afspraken, inclusief publiek- en privaatrechtelijke contracten, met de gebruiker (of zijn zaakgelastigde)? Zie hiervoor bijlage 1. 12. Kan het college de raad alle contacten (brieven, mailwisselingen, agenda-afspraken en telefonische contacten) die zijn geweest met de gebruiker van de boerderij (of zijn zaakgelastigde) toesturen? Deze zijn tegelijk met het beantwoorden van deze vragen onder geheimhouding met de raad gedeeld op de daarvoor gebruikelijke wijze. 13. Is het college bereid om deze vragen voor 1 september a.s. te beantwoorden en geen enkele onomkeerbare stap te zetten totdat de raad over de beantwoording van deze vragen heeft gedebatteerd? Het is niet mogelijk gebleken de vragen voor 1 september te beantwoorden.
Dit onder andere vanwege de vele informatie die de vraagstellers vragen. Het college heeft sinds het stellen van de vragen geen onomkeerbare stappen gezet. Wel heeft het college reeds vorig jaar de bruikleenovereenkomst opgezegd en heeft in de tussentijd het proces om te komen tot een natuurlijker beheer van de weides die in bruikleen zijn uitgegeven, (zonder nieuwe onomkeerbare stappen) voortgezet. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4