RIS323024 Beantwoording SV Mest- gifgebruik, baggerdepot en het doden van mollen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
12 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Van den Bos, luidend: ‘Mest- en gifgebruik, een baggerdepot en het doden van mollen op gemeentelijke gronden bij Clingendael en Reigersbergen’
DSB/10936808 RIS323024
Het raadslid de heer Van den Bos heeft op 23 juli 2025 een brief met daarin achttien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het college heeft in oktober 2024 in de commissiebrief over natuurontwikkeling (RIS320065) aangekondigd om de natuurwaarde van gemeentelijke gronden bij Reigersbergen, Clingendael en Marlot te verbeteren. Hierbij is aangegeven dat bestaande bruikleenovereenkomsten worden opgezegd zodat deze gronden kunnen gaan dienen als gebied voor weidevogels en ooievaars. Ook is aangegeven dat over pachtovereenkomsten gesprekken gevoerd worden om te komen tot ecologisch verantwoord gebruik. Op 23 juli 2025 publiceerde De Telegraaf een artikel over deze percelen. Uit het artikel blijkt dat er sprake is van het gebruik van kunstmest. Ook lijkt er sprake te zijn van grootschalig uitrijden van mest, het gebruik van gifstoffen, stankoverlast en een baggerdepot. De gebieden zijn, in ieder geval voor het overgrote deel, onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) en deels van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de Partij voor de Dieren zijn signalen binnengekomen dat er ook sprake is van het actief doden van dieren zoals mollen.
Ook omwonenden hebben herhaaldelijk hun zorgen geuit, onder meer over stankoverlast. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen en wil graag opheldering. 1.
Kan het college bijvoorbeeld met een kaartje aangeven welke gemeentelijke gronden (in Den Haag of in Wassenaar maar eigendom van de gemeente Den Haag) in het gebied bij Clingendael, Reigersbergen, Marlot momenteel in gebruik zijn als agrarisch perceel?
Het college verwijst hierbij naar de kaart in bijlage 1. 12,5 hectare grond is in bruikleen uitgegeven en daarnaast wordt nog ruim 33 hectare van de gemeente gepacht. Deze gronden liggen rond Clingendael, Oosterbeek, Marlot, Reigersbergen en in Wassenaar. De gemeente heeft alleen de bruikleenovereenkomst, zoals aangekondigd in de genoemde commissiebrief (RIS320065), beëindigd. Dit zijn de gronden die gratis en tijdelijk aan de boer ter beschikking zijn gesteld. 2.
Kan het college aangeven welke percelen onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en/of Natuurnetwerk Nederland?
Alle in Den Haag gelegen percelen behoren tot de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Voor de ligging van het Natuurnetwerk Nederland verwijst het college naar bijlage 1.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10936808
3.
Kan het college per perceel specificeren of sprake is van pacht, bruikleen of andere gebruiksvormen?
Het college verwijst hierbij naar de kaart in bijlage 1 en de beantwoording van vraag 1. 4.
Kan het college aangeven wanneer de overeenkomsten verlopen?
De bruikleenovereenkomst is opgezegd per 1 januari 2026. De pacht wordt telkens met zes jaar verlengd en kan alleen onder bepaalde voorwaarden worden opgezegd. Het volgende moment voor pachtverlenging is op 1 januari 2027. 5.
Welke milieu- en natuurvoorwaarden zijn verbonden aan deze pacht- of bruikleenovereenkomsten?
De gemeente heeft, in tegenstelling tot andere partijen zoals bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, tot nu toe geen voorschriften opgelegd. Voor de bruikleengronden geldt dat de gemeente vanaf volgend jaar zal zorgen voor meer natuurvriendelijker beheer. 6.
Is het toegestaan om op deze gronden gif/bestrijdingsmiddelen te gebruiken?
Ja, zolang dit past binnen de landelijk regelgeving, zie het antwoord op vraag 5. Het college ziet dit echter liever niet, gegeven dat deze gebieden onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en er in zijn algemeenheid moet worden gestreefd naar het absoluut minimaliseren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Daarom worden hier in de nieuwe bruikleen of beheerovereenkomst voorwaarden aan gesteld vergelijkbaar met die Staatsbosbeheer op al zijn agrarische percelen stelt. 7.
Is het toegestaan om kunstmest te gebruiken?
Ja, zolang dit past binnen de landelijk regelgeving, zie het antwoord op vraag 5. Het college ziet dit echter liever niet, gegeven dat deze gebieden onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en er in zijn algemeenheid moet worden gestreefd naar het absoluut minimaliseren van het gebruik van kunstmest. Daarom worden hier in de nieuwe bruikleen of beheerovereenkomst voorwaarden aan gesteld vergelijkbaar met die Staatsbosbeheer op al zijn agrarische percelen stelt. 8.
Is het toegestaan om drijfmest uit te rijden? Is het toegestaan om mest van andere bedrijven en plaatsen hier uit te rijden?
Ja, zolang dit past binnen de landelijk regelgeving, zie het antwoord op vraag 5. Gegeven de gevolgen van drijfmest worden hier in de nieuwe bruikleen of beheerovereenkomst voorwaarden aan gesteld, zoals Staatsbosbeheer ook doet. 9.
Is het toegestaan dieren zoals mollen te doden? Hoe kijkt het college naar deze praktijk?
Ja, zolang dit past binnen de landelijk regelgeving. Het college ziet dit vanuit dierenwelzijn en de intrinsieke waarde van dieren liever niet gebeuren. Daarom worden hier in de nieuwe bruikleen of beheerovereenkomst voorwaarden aan gesteld vergelijkbaar met die Staatsbosbeheer op al zijn agrarische percelen stelt. 10. Heeft het college zicht op of deze praktijken daadwerkelijk plaatsvinden? Graag een reactie per onderwerp. Zo ja, op welke percelen?
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10936808
Het uitrijden van mest, het toepassen van kunstmest, het doden van mollen en het chemisch bestrijden van ongewenste kruiden vinden, naar het college aanneemt, op alle percelen plaats. Hierover zijn ook gesprekken gevoerd aangezien het college graag ziet dat het gebruik van voor de natuur schadelijke middelen wordt verminderd en van het doden van mollen wordt afgezien. 11. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het gebruik van kunstmest, van gif, van mest (overmatig) en het doden van mollen in natuurgebieden, schadelijk is voor de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit en ingaat tegen het erkennen van de intrinsieke waarde van dieren? Het gaat hier om percelen die onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en soms ook onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het college zet zich in om de natuur binnen de Stedelijke Groene Hoofdstructuur te versterken. Het agrarisch gebruik moet daarom in evenwicht zijn met de natuur. Dit betekent geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, een evenwichtsbemesting met uitsluitend dierlijke mest en geen bestrijding van mollen. 12. Welke maatregelen neemt het college om dergelijke schadelijke effecten te beperken? De gesprekken met de boer lopen al ongeveer een jaar. Meerdere keren is ambtelijk met de boer op locatie gesproken.
Daarnaast zijn ook mails met voorstellen verstuurd en zijn een aantal reacties van zijn juridisch zaakwaarnemer ontvangen. Tijdens al deze gesprekken is aangegeven dat de gemeente een meer natuurvriendelijker beheer wenst. Zo heeft de gemeente aangeboden om de bruikleengronden, die de gemeente tijdelijk en gratis aan hem ter beschikking heeft gesteld, weer ter beschikking te stellen indien de boer deze natuurvriendelijker zou gaan beheren. De voorwaarden die werden gesteld zagen op (kunst)mestgebruik, gifgebruik en op het niet meer doden van dieren. Dit zijn voorwaarden die Staatsbosbeheer ook afspreekt in de honderden pachtovereenkomsten die zij per jaar met boeren afsluit. Op dit aanbod is ook afwijzend op gereageerd. Hierdoor ziet het college zich genoodzaakt om bij het oorspronkelijke besluit te blijven en alle bruikleengronden definitief in eigen beheer te nemen. Dit betekent dat de gronden weiland blijven, maar dat in de toekomst een andere boer dit zou kunnen gaan beheren en vee op kan laten grazen. 13.
Kan het college aangeven wat de uitkomst is van de gesprekken met degene die gronden pacht en in bruikleen heeft over ecologisch verantwoord beheer? Is de beheerder van de gronden bereid iets te doen om natuurvriendelijker te werken? Zo ja, wat? Om de natuur te versterken en meer ecologisch verantwoord beheer te bewerkstelligen heeft het college verschillende voorstellen gedaan om te zorgen voor een natuurvriendelijker beheer. Sommige voorstellen gingen uit van alle gronden en sommige van slechts de bruikleengronden. In augustus is specifiek voorgesteld om deze gratis ter beschikking gestelde gronden in beheer te geven bij de pachter. Deze zou dan nog steeds op deze gronden vee kunnen laten grazen en het gras kunnen gebruiken voor zijn bedrijfsvoering. Echter het beheer van deze gronden zou anders moeten plaatsvinden. Van dit aanbod is geen gebruikgemaakt en het college heeft daarom besloten te blijven bij het oorspronkelijke besluit waarbij de in bruikleen uitgegeven gronden bij de gemeente in beheer komen. 14. De Partij voor de Dieren heeft geconstateerd dat op een perceel nabij Reigersbergen een depot met bagger is geplaatst. Kan het college bevestigen dat dit klopt? Ja dit klopt.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10936808
15. Zo ja, gaat dit om een perceel dat in principe bestemd was voor agrarisch beheer? Wat is de reden voor deze plaatsing? Is hierbij rekening gehouden met de ligging in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur? Het betreffende perceel heeft de bestemming natuur. De pachter is door een derde partij namens het Hoogheemraadschap van Delfland benaderd met de vraag of hier, ten behoeve van baggerwerkzaamheden in de nabijheid, tijdelijk een slibdepot kon worden ingericht. De reden hiervoor is dat met de inrichting van dit depot het aantal verkeersbewegingen sterk kon worden gereduceerd, en dat de grond, na ontwateren, gebruikt kon worden als ophoging van het drassige weiland. Door een vergissing heeft de gemeente akkoord aan de pachter gegeven. De ligging in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en de natuurbestemming is toen geen onderdeel van de afweging geweest. Het was volgens het college echter wenselijk dat deze afweging wel had plaatsgevonden aangezien hier sprake is van een gebied wat onderdeel is van Natuurnetwerk Nederland en het ophogen van deze gronden slecht voor de natuur uitpakt. Deze natuurafweging had des te meer moeten plaatsvinden gegeven dat volgens het bestemmingsplan een specifieke omgevingsvergunning vereist is voor het ophogen van deze grond vanwege de natuurbestemming. 16.
Hoe draagt de aanwezigheid van een baggerdepot in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur bij aan de doelstelling om natuurwaarden te versterken? Dit draagt er niet aan bij en doet er afbreuk aan gegeven dat het slib zorgt voor ophoging van de natuurlijk drassige grond en vormt dus een aantasting van de natuur. 17. Hoe gaat het college om met de (stank-)overlast en andere zorgen van omwonenden? Wanneer kunnen zij resultaat verwachten? Uitrijden van mest en gebruik van bestrijdingsmiddelen is na 1 januari 2026 niet meer mogelijk op de bruikleenweilanden. Ook zal de gemeente niet meer meewerken aan een slibdepot in de natuur. Verwacht wordt dat dit ook invloed heeft op de (stank-)overlast. 18. Wanneer gaat het college zorgen dat er concrete stappen gezet worden om de genoemde natuurdoelen (in RIS320065) bij Reigersbergen en Clingendael te bereiken? In 2026 wordt op de (dan voormalige) bruikleenweilanden ander beheer ingezet met als doel het verkrijgen van weides met hogere natuurwaarden. Het college heeft de huidige boer meermaals aangeboden hier een rol in te spelen. Het college blijft met de boer in gesprek maar zal parallel andere opties uitwerken zodat in de toekomst de weilanden rond Reigersbergen en Clingendael beheerd blijven. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4