CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323005 Bijlage Brede heroverweging

Commissie Bestuur 6 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 15: Financiën42.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Brede heroverweging

2

Brede heroverweging

Inhoud Inleiding en leeswijzer

5

Deel 1 Brede heroverweging – inzicht, aanpak en gebruik

6

Deel 2 Brede heroverweging – analyseresultaten

16

Belastinginkomsten

19

Programma 1 Gemeenteraad

25

Programma 2 - College en bestuur

31

Programma 3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie

36

Programma 4 Openbare orde en veiligheid

44

Programma 5 Cultuur, musea en media

50

Programma 6 Onderwijs

60

Programma 7 Werk en inkomen

69

Programma 8 Zorg, Jeugd, Welzijn en Volksgezondheid

81

Programma 9 Buitenruimte

104

Programma 10 Sport

117

Programma 11 Economie

122

Programma 12 Mobiliteit

130

Programma 13 Stadsontwikkeling en wonen

137

Programma 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening

149

Programma 15 Financiën

164

Programma 16 Overhead

171

Projecten en reserves

182

Bijlage 1 – Motie brede heroverweging

191

Bijlage 2 - Definitie beïnvloedbare ruimte

192

Bijlage 3 - Incidentele budgetten coalitieakkoorden

194

Brede heroverweging

3

ww

Voorwoord Voor u ligt het rapport van de werkgroep Brede Heroverweging. Het college van B&W heeft opdracht gegeven tot het opstellen van dit rapport naar aanleiding van de motie van de gemeenteraad van december 2022 waarin om een Brede Heroverweging werd gevraagd. Dit rapport is opgesteld door een ambtelijke werkgroep, met vertegenwoordigers vanuit de hele organisatie, waaraan ik als onafhankelijk voorzitter leiding mocht geven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een breed scala aan activiteiten. De gemeentelijke begroting geeft daarvan de financiële vertaling. Soms zijn de parameters van activiteiten niet of nauwelijks te beïnvloeden vanwege wettelijke bepalingen of juridische verplichtingen. De gemeente heeft dan geen mogelijkheid om zelf keuzes te maken op het desbetreffende terrein. In andere gevallen is de autonomie groter en kan de gemeente zelf beslissen over intensiteit en/of wijze van uitvoering van een taak. Soms is de autonomie volledig en kan de gemeente besluiten te stoppen met een activiteit. Onze analyse richt zich op de twee laatste categorieën. Het rapport geeft inzicht in de technische mogelijkheid om keuzes te maken, brengt mogelijke varianten in beeld en schetst de financiële en maatschappelijke effecten daarvan. Elke keuze heeft effect op de stad en de inwoners.

Over de wenselijkheid van de keuzes wordt geen uitspraak gedaan; dat oordeel is aan de politiek. Omdat de motie van de gemeenteraad inzicht vraagt in alle inkomsten en uitgaven, zijn alle activiteiten tegen het licht gehouden. Aan deze arbeidsintensieve klus hebben experts van alle gemeentelijke diensten bijdragen geleverd. Ik ben hen dankbaar voor de geleverde inspanningen, en dat geldt in het bijzonder voor de leden van de werkgroep Brede Heroverweging waarin vertegenwoordigers vanuit de control- en beleidsfunctie gedurende het afgelopen jaar intensief hebben samengewerkt. Resultaat is een lijvig rapport dat niet tot stand zou zijn gekomen zonder de onvermoeibare en deskundige inzet van het secretariaat vanuit de directies Middelen en Control en Bestuurszaken. Daarvoor veel dank! Ik vertrouw erop dat dit rapport antwoord geeft op de vragen die vanuit de gemeenteraad aan het college zijn gesteld en ik hoop dat de informatie een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan het proces van besluitvorming over het toekomstige beleid van de Gemeente Den Haag. Tot slot een woord van dank aan de Gemeentesecretaris en de leden van het Gemeentelijk Management Team van de gemeente Den Haag voor hun steun en waardevolle adviezen en bovenal voor het vertrouwen dat zij mij in de uitoefening van mijn rol als voorzitter hebben gegeven.

Winfried Houtman Voorzitter Brede Heroverweging

4

Brede heroverweging

Inleiding en leeswijzer Met het oog op de volgende gemeenteraadsverkiezingen en daaropvolgende bestuursperiode heeft de gemeenteraad bij de start van de huidige bestuursperiode aan het college gevraagd om een brede heroverweging van de gehele begroting van de gemeente Den Haag uit te voeren (motie Brede heroverweging, RIS 314200). De bedoelde heroverweging moet inzicht bieden in mogelijkheden voor intensiveringen, besparingen en inkomstenverhogende en – verlagende maatregelen. Daarnaast vraagt de raad in zijn verzoek om de mogelijkheden voor het stopzetten van beleid in kaart te brengen. De gevraagde analyse heeft als doel de raad te helpen om duidelijke en onderbouwde keuzes te maken ten behoeve van de verkiezingsprogramma’s en de volgende collegeonderhandelingen. In 2024 is gestart met de analyse van alle activiteiten op de Haagse begroting. De uitkomsten van die analyse zijn terug te vinden in dit rapport. In dit eerste deel wordt de gekozen aanpak beschreven, en volgt een toelichting op hoe dit rapport gebruikt kan worden. In het tweede deel zijn alle begrotingsprogramma’s van de programmabegroting opgenomen, en is per activiteit of beleidsonderwerp inzichtelijk gemaakt of er sprake is van mogelijkheden om te beïnvloeden, en aan welke mogelijkheden dan gedacht zou kunnen worden.

Het spreekt voor zich dat de mogelijkheden om uitgaven te beïnvloeden groot kunnen zijn, de keuzes per activiteit zijn dan ook niet uitputtend. De brede heroverweging zoals die de afgelopen periode is uitgevoerd en in dit rapport gepresenteerd wordt, is een analyse van de beïnvloedbaarheid van de uitgaven en inkomsten, en de keuzes die daarin gemaakt kunnen worden. Het resultaat ervan is een voor iedereen bruikbaar overzicht van mogelijkheden om keuzes in de uitgaven en inkomsten van de gemeente Den Haag te maken. Daarmee wordt een voor de gemeente Den Haag nieuwe rapportage gepresenteerd. Niet eerder werden de uitgaven en inkomsten van de gemeente op deze wijze doorgelicht. Dat betekent dat met de uitvoering van dit onderzoek tegelijkertijd een werkwijze voor dit onderzoek ontwikkeld is. Het strekt tot aanbeveling om de opgedane kennis en werkwijze vast te leggen, om deze ook in de toekomst te kunnen benutten. De inschattingen van de beïnvloedbare ruimte kunnen bij een volgende brede heroverweging opnieuw gebruikt worden. Daar waar er wijzigingen in de activiteiten of landelijke wettelijke kaders optreden, kan dan een actualisatie plaatsvinden. Een volgende heroverweging zou zich dan vooral kunnen richten op de actualisatie van de keuzemogelijkheden en de bijbehorende financiële consequenties.

Door deze analyse in een vaste ritmiek te herhalen, kan structureel gewerkt worden aan het verder vergroten van het inzicht in de begroting.

Brede heroverweging

5

Deel 1 Brede heroverweging – inzicht, aanpak en gebruik

6

Brede heroverweging

In dit deel staan de resultaten van de analyse centraal, en wordt toegelicht op welke wijze de analyse uitgevoerd is en wat dit betekent voor het gebruik van de opbrengst. Alvorens daarop in te gaan, is het van belang te benoemen in welke context deze heroverweging is uitgevoerd. Het staande beleid van de gemeente Den Haag, waarvan de programmabegroting de financiële weergave is, vormt het startpunt van deze analyse, en is tegelijkertijd voor veel beleidsterreinen een tussenstand op beleidsmatig ingeslagen wegen. Dat betekent tegelijkertijd niet dat keuzes, waarmee prioriteiten gewijzigd en toegevoegd kunnen worden, niet mogelijk zijn. Wel is van belang om het noodzakelijke gemeentelijke antwoord op deze ontwikkelingen niet uit het oog te verliezen. Het voert voor dit traject echter te ver om voor alle keuzes en alle activiteiten steeds ook het verband met de grote opgaves van de toekomst te beschrijven. Wel is gepoogd om de keuzes die binnen activiteiten kunnen worden gemaakt, van een beleidsmatige toelichting te voorzien, waarmee een inschatting kan worden gemaakt van het mogelijke effect van de keuzes. Bij het in beeld brengen van die keuzemogelijkheden zijn met het oog op de bruikbaarheid van de uitkomsten voor alle partijen, een aantal uitgangspunten gehanteerd.

Die zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat de analyse los staat van voorkeuren en beleidswensen en waarborgen dat de heroverweging een feitelijke en technische inventarisatie is. Kortweg gaat het om de volgende uitgangspunten (RIS 318500): ‒

De heroverweging omvat, conform de motie Brede heroverweging, de gehele begroting;

‒

Het gaat om inzicht in beïnvloedbare ruimte en niet beïnvloedbare ruimte in de begroting;

‒

Op (deel-)activiteitenniveau wordt de wijze waarop de uitgaven (besparingen en intensiveringen) en inkomsten (verhoging en verlaging) beïnvloed kunnen worden, in beeld gebracht;

‒

De heroverweging resulteert in een technische lijst van mogelijkheden om de uitgaven en inkomsten te beïnvloeden, de wenselijkheid om dat te doen is geen punt van weging voor opname van mogelijkheden in het overzicht;

‒

Er wordt in het overzicht geen rekening gehouden met tweede-orde effecten, tenzij expliciet weergegeven. De verschillende gepresenteerde mogelijkheden om uitgaven te beïnvloeden zijn ook niet zonder meer bij elkaar op te tellen.

‒

Onder beïnvloedbare ruimte worden in de brede heroverweging de middelen in een programma bedoeld, die door de gemeenteraad kunnen worden ingezet.

Overkoepelend inzicht De totale Haagse begroting bevat in 2027 circa € 3,24 mld. aan middelen, verdeeld over 16 programma’s, die variëren in inhoudelijke doelstellingen en omvang. Zo is er voor het fysieke domein1 – inclusief veiligheid en economie– €774 mln., en is voor het sociaal domein2 €1.755 mln. begroot. Voor dienstverlening en stadsdelen, en bestuur en organisatie3 staat €711 mln. op de begroting. Naast deze middelen staan er ook middelen in verschillende bestemmingsreserves, waarvan het grootste deel bestemd is voor fysieke domein. Voor zijn inkomsten is de gemeente voor het belangrijkste deel afhankelijk van de inkomsten vanuit het rijk. Daarnaast zijn er andere inkomstenbronnen, zoals lokale belastingen, maar bijvoorbeeld parkeerbaten, leges en heffingen. Op basis van de analyse die gemaakt is van alle middelen op de begroting blijkt dat over iets minder dan tweederde in meer of mindere mate lokaal keuzes gemaakt kunnen worden. Dit is de beïnvloedbare ruimte op de begroting. Het gaat dan om lokale taken en prioriteiten, waarvoor vanuit het rijk

1 Programma 3, 4, 9, 11, 12, 13 2 Programma 5, 6, 7, 8, 10 3 Programma 1,2, 14, 15 en 16

Brede heroverweging

7

geen specifiek omschreven opdracht is geformuleerd, of waarvoor geen specifieke – geoormerkte – middelen aan de gemeente worden gegeven. Wel kan er sprake zijn van een wettelijke taak, waaraan lokaal vrij invulling gegeven kan worden. Ook dan zijn middelen immers beïnvloedbaar. Bedragen x € mln. Domein

Beschikbaar budget in 2027

Beïnvloedbaar deel van het beschikbare budget in 2027

Fysiek domein

€ 774

€ 426

Sociaal domein

€ 1.755

€ 1.017

Dienstverlening en stadsdelen, en bestuur en organisatie

€ 711

€ 409

Op het terrein van de gemeentelijke inkomsten liggen er met name mogelijkheden bij de gemeentelijke belastingen – OZB, parkeren, precario, hondenbelasting – en de eigen bijdrages. Deze mogelijkheden hebben een direct effect op de begroting. Daarnaast kunnen leges soms worden verhoogd, echter alleen daar waar die nu niet kostendekkend zijn. Over het geheel genomen heeft de gemeente veel mogelijkheden om te kiezen, en daarmee de omvang van de middelen voor de verschillende doelen te beïnvloeden. Tegelijkertijd blijkt uit de inventarisatie die voor dit rapport is gemaakt, dat keuzes niet eenvoudig zijn. Keuzes hebben impact – meer of minder ondersteuning, meer of minder projecten, meer of minder dienstverlening. In dit rapport is zo veel mogelijk gepoogd die impact onder woorden te brengen.

Keuzemogelijkheden Op basis van de opbrengst van deze heroverweging kan een aantal generieke keuzemogelijkheden worden onderscheiden. Allereerst voert de gemeente zelf diverse taken uit waar sprake is van ruimte om te kiezen. In die gevallen kan via de omvang van programmamiddelen of de omvang van capaciteit om meer of minder uitvoering aan die taken te geven, worden gekozen voor intensiveringen en extensiveringen. Ten tweede maakt de gemeente in veel beleidsterreinen gebruik van subsidies, waarmee partijen en inwoners in de stad bijdragen aan de doelstellingen en prioriteiten van de gemeente. De hoogte van die subsidies is niet wettelijk voorgeschreven, en kan dus worden beïnvloed, evenals de reikwijdte van de subsidie en de voorwaarden waaronder een subsidie kan worden verkregen (bijvoorbeeld het vereiste dat een eigen bijdrage moet worden geleverd). Subsidies kunnen niet per direct worden verlaagd of stopgezet, er geldt altijd een redelijk afbouwpad. Het verhogen van subsidies kan per direct. Ten derde kan binnen beleidsterreinen die zich richten op voorzieningen voor (groepen) inwoners vaak gevarieerd worden in de afbakening van de doelgroep, omvang van de voorziening (gericht of uitgebreid) en de toegankelijkheid van die voorzieningen. Deze keuzes spelen met name in het sociaal domein en het domein van de stadsdelen en dienstverlening.

Dergelijke afwegingen zijn mogelijk, tenzij er sprake is van een specifiek voorgeschreven taak. Ten vierde kan de gemeente een deel van zijn inkomsten beïnvloeden. De belangrijkste mogelijkheden daarvoor liggen bij de gemeentelijke belastingen en tarieven, voor onroerend goed, parkeren of allerlei vormen van gebruik van de openbare ruimte. Ook die mogelijkheden zijn in beeld gebracht. Voor belastingen en tarieven geldt een grote mate van vrijheid voor gemeenten om keuzes te maken, dat geldt niet voor leges – die mogen maximaal kostendekkend zijn – en in mindere mate voor vormen van eigen bijdragen.

8

Brede heroverweging

Tot slot zijn er mogelijkheden ten aanzien van middelen die bestemd zijn voor projecten, maar waarvan de concrete invulling nog niet gereed en besloten is. Projecten in het ruimtelijke domein hebben een lange voorbereidingstijd. Echter, zodra de fase is aangebroken dat keuzes gemaakt zijn en contracten met betrekking tot de uitvoering getekend zijn, zijn de mogelijkheden om nog te wijzigen beperkt en kostbaar. Voor middelen die bestemd zijn voor instandhouding van investeringen, zijn de keuzemogelijkheden vanzelfsprekend minder groot. Er kan vaak wel geschoven worden in de tijd, maar bij te lang uitgesteld onderhoud kan een investering uiteraard ook verloren gaan. Omgekeerd is het niet zinvol om te intensiveren wanneer onderhoud al afdoende is, maar kan wel worden gekeken naar kwaliteitsverbeteringen van bestaande investeringen. Voor zowel projecten als reserves geldt echter bovenal dat inzichten over beïnvloedbaarheid een momentopname zijn. Om die reden is er in deze heroverweging voor gekozen nu geen cijfermatige inzichten op te nemen over de beïnvloedbaarheid (keuzemogelijkheden) over deze middelen. Die zullen immers verouderd en niet meer bruikbaar zijn, op het moment dat daadwerkelijk eventuele alternatieve keuzes over deze middelen aan de orde zijn, aan de start van de nieuwe bestuursperiode.

Veel van de keuzemogelijkheden passen binnen een van bovenstaande categorieën, daarnaast kan bij activiteiten vanzelfsprekend sprake zijn van keuzemogelijkheden uit verschillende categorieën. Deze categorieën bieden bovenal een goed handvat om na te denken over alternatieven voor bestaande keuzes. In het resterende deel van dit hoofdstuk wordt de aanpak en de gebruiksmogelijkheden van dit rapport nader toegelicht.

Aanpak Aan de hand van de eerdergenoemde uitgangspunten is de brede heroverweging uitgevoerd langs de deelvragen zoals die met de raad gedeeld zijn (RIS 318500). Daarin zijn 3 stappen te onderscheiden:

Stap 1 – Inventarisatie beïnvloedbare ruimte 1.

Welke ruimte binnen de Haagse begroting is beïnvloedbaar, volgens het hierna geschetste kader van beïnvloedbare budgettaire ruimte?

2.

Welke activiteiten binnen die beïnvloedbare ruimte zijn wettelijk verplicht en welke zijn niet wettelijk verplicht?

3.

Welke beleidsdoelen en maatschappelijke effecten worden nu beoogd met het beïnvloedbare deel van de Haagse begroting?

In de eerste stap staat de afbakening van de beïnvloedbare ruimte op de begroting centraal. Alle begrotingsprogramma’s zijn geanalyseerd op de beïnvloedbaarheid van de uitgaven en de inkomsten. Daarvoor is in dit rapport de laatst beschikbare begroting gebruikt, dat is de programmabegroting 2025-2028. Voor de cijfers wordt uit deze begroting gebruikgemaakt van jaarschijf 2027. Omdat het in deze heroverweging gaat om het in kaart brengen van beïnvloedbaarheid en keuzes in de nieuwe bestuursperiode, is in de inventarisatie gekeken naar de structurele inkomsten en uitgaven. De incidentele uitgaven lopen immers af binnen de huidige bestuursperiode. Omdat de incidentele reeksen en het bijbehorende beleid wel relevant zouden kunnen zijn voor de nieuwe bestuursperiode, is er omwille van de volledigheid voor gekozen deze reeksen apart in dit eerste deel van het rapport te laten zien, echter zonder verdere analyse. Deze zijn terug te vinden in bijlage 3 van dit rapport.

Definitie beïnvloedbare ruimte In de aanpak van deze analyse wordt met beïnvloedbare ruimte de middelen in een programma bedoeld die door de raad kunnen worden ingezet. Hierbij moet rekening gehouden worden met een aantal kanttekeningen, zoals de mate waarin er wettelijke taken specifiek zijn voorgeschreven, of er sprake is van geoormerkte middelen waarmee de taak wordt uitgevoerd, er sprake is van middelen

Brede heroverweging

9

waarvoor cofinanciering een randvoorwaarde is en in welke mate er sprake is van contractuele afspraken. Bestuurlijke afspraken zijn nog wel beïnvloedbaar. Op basis van deze definitie van beïnvloedbare ruimte is de hele begroting geanalyseerd. Dat levert een eerste beeld op van de beïnvloedbaarheid van de uitgaven en inkomsten, inclusief de mogelijkheden waar volledig gestopt zou kunnen worden. Dat zijn immers de activiteiten waarvoor geen gemeentelijke taak in een wet is opgenomen. Op grond daarvan is het vervolg van het onderzoek uitgevoerd.

Stap 2 – Mogelijkheden om binnen de beïnvloedbare ruimte keuzes te maken 4. Welke mogelijkheden zijn er op activiteitenniveau binnen die beïnvloedbare ruimte, waarmee bespaard en geïntensiveerd kan worden op de beïnvloedbare budgetten? 5.

Op welke wijze kunnen beïnvloedbare inkomsten verlaagd en verhoogd worden?

In de tweede stap staan de mogelijkheden centraal om binnen de activiteiten waarvoor geen specifieke wettelijke kaders gelden, keuzes te maken. Om een gelijke aanpak over de gehele begroting te borgen zijn daarvoor alle activiteiten geanalyseerd op mogelijkheden om keuzes te maken in prijs, volume, kwaliteit en mogelijkheden om baten te genereren. Alle activiteiten zijn met behulp van deze leidraad doorgenomen met de inhoudelijke experts vanuit de verschillende gemeentelijke diensten. Bij het in beeld brengen van keuzes zijn de mogelijkheden ongelimiteerd. Om die reden is in de aanpak van de heroverweging de bestaande begroting en het bestaande beleid als uitgangspunt genomen. De geschetste keuzes zijn daarmee variaties (intensiveringen en extensiveringen) op het bestaande beleid en op de bestaande uitvoering. Dit betekent dat geïnventariseerde keuzemogelijkheden vanuit de beleidsinhoud zijn beredeneerd en gepresenteerd. Efficiëntiemaatregelen zijn daarom niet als keuzemogelijkheden opgenomen in de brede heroverweging. De opbrengst van deze gespreksronde vormt de input voor de doorrekening van de keuzes.

Stap 3 – Financiële consequenties Nadat de belangrijkste keuzemogelijkheden voor de verschillende activiteiten in beeld zijn gebracht, is een vertaling gemaakt naar de financiële consequenties van die keuzes. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat keuzes zowel tot besparingen als ook tot intensiveringen kunnen leiden. Daar waar volgens de inschatting van de betrokken experts geen besparing meer mogelijk is, omdat daarmee de facto uitvoering van een taak niet meer haalbaar is, is dat in de betreffende activiteit aangegeven.

Gebruik van dit rapport Bovenstaande aanpak heeft geresulteerd in een rijke en diverse rapportage, waarmee getracht is voor iedere activiteit inzichtelijk te maken welke doelen nagestreefd worden, of er sprake is van wettelijke (specifieke) taken en welke beleidsmatige keuzes er mogelijk zijn. Soms liggen die keuzes voor de hand, in andere gevallen bleek het complexer om keuzes concreet te maken. Voor iedere beïnvloedbare activiteit zijn mogelijkheden in beeld gebracht. Dit rapport bevat voor ieder begrotingsprogramma de mogelijkheden, en per activiteit een aantal keuzes om de uitgaven en inkomsten van de gemeente te beïnvloeden. Het spreekt voor zich dat met een analyse zoals deze nooit volledig recht gedaan kan worden aan de maatschappelijke werkelijkheid van de gemeente, waarin activiteiten binnen de begroting op allerlei manieren met elkaar samenhangen. Het is daarom van belang om bij het gebruik van dit rapport met een aantal punten rekening te houden.

Beïnvloedbaarheid Allereerst is het van belang in te gaan op de term ‘beïnvloedbaarheid’. In de motie van de raad is nadrukkelijk gevraagd naar de beïnvloedbaarheid van de uitgaven en inkomsten, en naar mogelijkheden om met beleid te stoppen. De beïnvloedbaarheid van de uitgaven en de inkomsten is in dit traject zo ruim mogelijk gedefinieerd. Met deze analyse komt scherper in beeld waar gemeenten uitvoering

10

Brede heroverweging

geven aan specifieke taken die vanuit de rijksoverheid zijn vormgegeven, en waar de gemeente mogelijkheden heeft om eigen lokale keuzes te maken. Dat onderscheid zegt vanzelfsprekend niets over het belang of de maatschappelijke noodzaak van activiteiten en bijbehorende uitgaven, maar vooral iets over de reikwijdte van de lokale autonomie. Beïnvloedbaar budget kan dan ook niet zonder meer gelijkgesteld worden aan middelen die volledig vrij te maken zijn. Het geeft bovenal aan waar keuzes mogelijk zijn, die impact hebben op de hoogte van de uitgaven of de inkomsten. Conform de uitgangspunten van deze analyse, blijft de wenselijkheid van keuzes buiten beschouwing.

Opbouw van de begroting De programmabegroting is het startpunt van de analyse. Daarmee zijn alle lasten en baten van de gemeente in dit rapport meegenomen. Er zijn echter wel verschillen tussen de programma’s en activiteiten die maken dat de resultaten er niet altijd hetzelfde uitzien. Soms bevatten activiteiten duidelijk in de uitvoering en in de stad herkenbare uitgaven, zoals een sportevenement, een museum of conducteurs op de tram. Er zijn echter ook begrotingsactiviteiten waar met name beleidsmatige capaciteit op staat, bijvoorbeeld om ruimtelijke plannen en ontwerpen te maken. De uitvoering van dergelijke plannen wordt vaak gedekt vanuit een bestemmingsreserve, en komt daardoor niet terug in het specifieke programma. De activiteiten waarvoor dit aan de orde is, zijn uiteraard wel meegenomen in de analyse, maar hangen dus altijd samen met middelen om plannen daadwerkelijk uit te voeren. Uitgangspunt voor de inschattingen zijn de begrotingsactiviteiten zoals die in de begroting zijn opgenomen. In de begroting van de gemeente Den Haag is de ambtelijke capaciteit die nodig is voor beleid en uitvoering meegenomen in die begrotingsactiviteiten. Recente ontwikkelingen in landelijke BBV regelgeving maken dat vanaf begrotingsjaar 2025 ook het management in de activiteiten zal worden opgenomen.

Die verschuiving en met name de precieze verdeling over de activiteiten is nog niet volledig doorgevoerd in de cijfers waarop dit rapport is gebaseerd.

Overhead De begroting kent naast alle beleidsmatige programma’s ook het programma Overhead (16), waar het grootste deel van de uitgaven aan bedrijfsvoering worden weergegeven. Ook dit programma is meegenomen in de analyse van de heroverweging. Vanzelfsprekend zijn deze uitgaven altijd verbonden met activiteiten in de andere programma’s. Dat betekent dat keuzes in dit programma van invloed zijn op de andere activiteiten. Wanneer bijvoorbeeld minder of meer middelen kunnen worden besteed aan de ICT en ICT-ontwikkeling van de gemeente Den Haag, zullen de gevolgen daarvan gemerkt worden in de uitvoering van specifieke regelingen, zoals Burgerzaken of de bijstand. Bedrijfsvoering is er immers niet voor zichzelf, maar ten dienste van de andere domeinen binnen de gemeente. De gemeente werkt daarom met een vastgestelde verhouding tussen de omvang van de personeelslasten op de begroting en de omvang van de bedrijfsvoering. Dat betekent dat wijzigingen in de andere begrotingsprogramma’s automatisch worden doorvertaald naar de beschikbare middelen voor bedrijfsvoering (omhoog en omlaag, gebaseerd op de keuzes in de andere begrotingsprogramma’s). Daarnaast kunnen keuzes gemaakt worden in de absolute omvang van de bedrijfsvoering.

Om daar houvast voor te geven, is in dit rapport opgenomen welke keuzes binnen de domeinen van bedrijfsvoering mogelijk zijn, naast de automatische koppeling zoals beschreven. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is of de gemeente kan voldoen aan de basisvoorwaarden voor de bedrijfsvoering (‘compliance’), bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en ICT.

Brede heroverweging

11

Voor die eigenstandige keuzes in het niveau van de bedrijfsvoering geldt daarnaast dat wijzigingen in neerwaartse of opwaartse richting onvermijdelijk een effect zullen hebben op de primaire processen in de verschillende inhoudelijke domeinen van de gemeente. Dat maakt het tegelijkertijd kwetsbaar om directe keuzes in de bedrijfsvoering te maken, omdat de consequenties daarvan in alle domeinen zullen worden ervaren. Omdat keuzes in de inhoudelijke programma’s sowieso leiden tot budgettaire doorwerking in de bedrijfsvoering, bestaat bij een combinatie van beleidsinhoudelijke keuzes in de andere programma’s met eigenstandige keuzes in de bedrijfsvoering (programma 16) het risico op een dubbel budgettair effect. Het verdient daarom aanbeveling om keuzes in de begroting in de eerste plaats via de inhoudelijke beleidsterreinen te maken, in plaats van rechtstreeks via de bedrijfsvoering van de gemeente.

Frictiekosten Bij het maken van keuzes kunnen frictiekosten optreden. Het gaat dan om kosten die gemaakt moeten worden om de keuze door te voeren. Hierbij kan men denken aan incidentele investeringen, extra werving of juist kosten om te capaciteit te verlagen. Over het algemeen is het ook mogelijk dat keuzes enige tijd kosten om ze te implementeren. De volgende aandachtspunten gelden daarbij voor alle fiches, en zijn daarom niet steeds opnieuw benoemd. Wanneer er sprake is van bijzondere aandachtspunten met betrekking tot frictiekosten, zijn deze opgenomen in de financiële toelichting van de specifieke activiteit. Ambtelijke capaciteit: Wanneer er sprake is van het afschalen van ambtelijke capaciteit, moet rekening gehouden worden met een totale doorlooptijd van enkele jaren. Deze doorlooptijd is o.a. afhankelijk van de geldende cao en het Sociaal beleidskader (SBK). Het afschalen van tijdelijk of ingehuurd personeel heeft een doorlooptijd van enkele maanden en is afhankelijk van contractuele afspraken. Wanneer ambtelijke capaciteit wordt afgeschaald kunnen afhankelijk van de specifieke situatie frictiekosten van toepassing zijn. Deze zijn sterk afhankelijk van de betreffende functieschaal. Opschalen is afhankelijk van het arbeidsaanbod voor de specifiek benodigde profielen.

Subsidieregelingen: Wanneer er sprake is van het tussentijds of voortijdig aanpassen van subsidiebeschikkingen zullen frictiekosten van toepassing zijn. In de financiële toelichting is als uitgangspunt genomen dat subsidies gemiddeld voor twee jaar worden beschikt en daarna beïnvloedbaar zijn. Per activiteit zijn de geldende subsidietermijnen benoemd. Daarnaast heeft de gemeente in sommige gevallen een langdurige en meerjarige subsidierelatie met instellingen. Voor het aanpassen van deze relatie moet een redelijke termijn in acht worden genomen. Daarnaast kan er sprake zijn van frictiekosten wanneer een subsidiebijdrage substantieel wordt verlaagd of beëindigd. Contracten: Wanneer er sprake is van het tussentijds of voortijdig aanpassen of beëindigen van contracten zullen frictiekosten van toepassing zijn. Deze kosten zijn afhankelijk van de individuele contracten.

Volledigheid en onderlinge verwevenheid van keuzes Het rapport beoogt volledig te zijn door de gehele begroting als scope van de analyse te nemen. Daarmee is voor alle budgetten in beeld of ze beïnvloedbaar zijn en of met beleid gestopt kan worden. Het is echter niet mogelijk om ook volledig te zijn in de mogelijkheden die er zijn om de budgetten te beïnvloeden. Per activiteit worden daarom de belangrijkste of meest omvangrijke keuzes in beeld gebracht. Vanzelfsprekend zijn andere opties dan ook denkbaar. Daarbij gelden twee belangrijke kanttekeningen. Allereerst is bij het in beeld brengen van de keuzes alleen gekeken naar keuzes binnen de activiteit. De verwevenheid met andere activiteiten is niet automatisch in beeld. Daar waar deze voor de hand ligt, wordt er wel een opmerking over gemaakt.

12

Brede heroverweging

Ten tweede tellen de keuzes niet altijd op tot het volledige beïnvloedbare budget. Dat kan te maken hebben met gedeeltelijke wettelijke taken, maar bijvoorbeeld ook met het feit dat nog andere keuzes mogelijk zijn en het niet mogelijk is om volledig uitputtend te zijn binnen deze analyse. Enkele grote opgaven van de gemeente zijn over meerdere programma’s verdeeld, bijvoorbeeld omdat ze raken aan zowel veiligheid, als sociaal domein als ook het fysiek domein. Denk bijvoorbeeld aan gebiedsontwikkelingen, de opgave rond arbeidsmigranten, waarin meerdere beleidsthema’s samenkomen, of het programma onderwijs-arbeidsmarkt, waarin verschillende domeinen worden verbonden. Dergelijke opgaven of activiteiten raken aan verschillende budgetten in de begroting, en zijn op die verschillende plaatsen in de begroting en om die reden op dezelfde wijze in dit rapport vindbaar.

Baten Ten behoeve van deze brede heroverweging is ook een analyse gemaakt van de baten op de begroting van de gemeente Den Haag. Grofweg zijn er op de begroting van de gemeente zes soorten baten te onderscheiden. Het gaat om: 1.

Algemene uitkering – dit zijn de middelen die de gemeente via het gemeentefonds ontvangt. Deze middelen zijn niet beïnvloedbaar.

2.

(Geoormerkte) subsidies/ specifieke uitkering (SPUK)– dit zijn specifiek geoormerkte middelen die door medeoverheden (bijvoorbeeld de rijksoverheid) beschikbaar worden gesteld voor een specifiek doel. Deze middelen zijn daarom niet beïnvloedbaar.

3.

Bijdragen medeoverheden – dit zijn bijdragen die andere gemeenten betalen voor de dienstverlening die de gemeente Den Haag voor hen verzorgt, bijvoorbeeld de archieffunctie. Deze middelen zijn wel beïnvloedbaar.

4.

Heffingen (leges, tarieven en rechten) – leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend, vaak gaat het om de aanvraag van vergunningen of documenten. Voorbeelden hiervan zijn bouwvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Voorbeelden van rechten en tarieven zijn rioolheffing en een kaartje voor het gemeentelijke zwembad. Leges en heffingen zijn in beperkte mate beïnvloedbaar omdat de maximumtarieven hiervoor niet meer mogen zijn dan de totale kosten die de gemeente ermee betaalt. Daarnaast zijn tarieven in sommige gevallen wettelijk gemaximeerd.

5.

Inkomsten (huurinkomsten, omzet uit dienstverlening) – dit zijn inkomsten die worden gegenereerd door het verlenen van diensten zoals de verhuur van panden en het verzorgen van specifieke diensten. Deze baten zijn veelal beïnvloedbaar waarbij de kanttekening geldt dat de betreffende (welzijns)organisaties die voor huuropbrengsten zorgen veelal een subsidierelatie hebben met de gemeente.

6.

Gemeentelijke belastingen (bijvoorbeeld onroerende zaak en toeristenbelasting) – dit zijn belastingen die de gemeente mag heffen en waar de gemeente zelf bepaalt waar ze de opbrengsten voor gebruikt. De hoogte van de belastingtarieven zijn door de gemeente volledig beïnvloedbaar.

De verschillende baten zijn in de heroverweging opgenomen bij de activiteiten waarop ze betrekking hebben. De leges van verschillende diensten van burgerzaken zijn terug te vinden in de het tweede deel van dit rapport, in het hoofdstuk over programma 14 dienstverlening en stadsdelen. De mogelijkheden om de baten van de gemeentelijke belastingen te beïnvloeden zijn apart weergegeven en terug te vinden in het tweede deel van dit rapport.

Incidentele reeksen Naast de structurele middelen in de begroting zijn in de afgelopen bestuursperiode door middel van incidentele reeksen belangrijke accenten gelegd. Die accenten gaan over de stedelijke ontwikkeling en de groei van de stad en de omgevingsvisie, verduurzaming, woonruimte, bestaanszekerheid en kansengelijkheid (zie ook de coalitieakkoorden van 2022 en 2023 en de omgevingsvisie (RIS 321162)). Er is afgelopen periode onder meer met incidentele middelen extra aandacht geweest voor deze onderwerpen. Echter, omdat die reeksen niet structureel zijn, komen deze niet naar voren in de heroverweging

Brede heroverweging

13

van de activiteiten binnen de programma’s. Gelet op het feit dat deze ontwikkelingen ook de komende jaren aandacht zullen vragen, zijn de overzichten van de incidentele reeksen uit de coalitieakkoorden van de afgelopen bestuursperiode in de bijlage van dit rapport opgenomen (Bijlage 3).

Vervolg van het rapport Hierna volgt in het tweede deel van dit rapport een presentatie van de analyse per programma. Voor elk programma wordt eerst kort op hoofdlijnen beschreven wat het huidige beleid is, en welke financiële opbouw het programma kent. Daarna wordt kort op hoofdlijnen toegelicht welke ruimte beïnvloedbaar is en wat de belangrijkste keuzes binnen het betreffende programma is. In twee overzichtelijke tabellen wordt dan per activiteit (onderwerp) weergegeven of deze beïnvloedbaar is en welke budgetten er bij de verschillende activiteiten horen. Daarna volgen de inhoudelijke overzichten per activiteit binnen het programma, waarin dieper ingegaan wordt op de mogelijkheden binnen iedere activiteit. Dat inzicht wordt steeds gegeven langs een vaste opbouw, waarin ruimte is voor de beleidsmatige inhoud van de keuzemogelijkheden en de financiële gevolgen daarvan.

14

Brede heroverweging

Brede heroverweging

15

Deel 2 Brede heroverweging – analyseresultaten

16

Brede heroverweging

In dit tweede deel van het rapport worden per programma de beïnvloedbare budgetten op activiteitenniveau gepresenteerd. Per activiteit is op dezelfde wijze, met een zogenoemd fiche, ingegaan op de activiteitomschrijving, de beïnvloedbaarheid van het budget, de omvang van het beïnvloedbare budget. Daarna worden de keuzemogelijkheden benoemd, en wordt beleidsmatig en financieel ingegaan op die keuzemogelijkheden. Indien aan de orde sluit de beschrijving van en activiteit af met een kort overzicht van de meest relevante documenten.

Leeswijzer fiches Hierna wordt toegelicht hoe de fiche zijn opgebouwd en wat precies per onderwerp wordt gepresenteerd.

1. Activiteitomschrijving De doelstelling geeft een omschrijving van de activiteit en de nagestreefde doelen hierbij die zijn opgenomen in de activiteitomschrijving in de programmabegroting. Het gaat hierbij om de omschrijving die is gegeven bij de drie W-vragen per activiteit in de programmabegroting (wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen, wat gaat het kosten?) en de omschrijving in het activiteitenboek (RIS 319800).

2. Beïnvloedbaarheid De beïnvloedbaarheid geeft een omschrijving van de beïnvloedbaarheid van de activiteit. In dit onderzoek is de beïnvloedbaarheid van begrotingsactiviteiten geanalyseerd vanuit de wettelijke grondslag van de begrotingsactiviteit. Beïnvloedbaar betekent in dit onderzoek dat afhankelijk van de wettelijke taak, door de raad keuzes gemaakt kunnen worden over de inzet van begrote budgetten voor de uitvoering van een begrotingsactiviteit. Hoe specifieker de uitvoering van de wettelijke taak is voorgeschreven, hoe minder ruimte er resteert over de manier waarop de taak moet worden uitgevoerd.

3. Beïnvloedbaar budget Het beïnvloedbaar budget geeft het structureel beschikbare en beïnvloedbare budget weer. Binnen dit budget zijn keuzes mogelijk. In de brede heroverweging zijn de begrotingsstanden uit de laatst door de raad vastgestelde begroting toegepast, namelijk de programmabegroting 2025-2028. Voor de brede heroverweging zijn alleen de structurele budgetten geanalyseerd. Hiervoor is jaarschijf 2027 van de programmabegroting 2025-2028 als uitgangspunt genomen. Hiervoor is gekozen omdat een toekomstige coalitie in 2026 de begroting voor 2027 voorbereid. Deze standen zijn gecorrigeerd voor de mutatie-overhead, die conform de Kadernota begroting en verantwoording Overhead (RIS 320519 en RIS 321479) is verwerkt. Genoemde kadernota was bij verschijnen van de laatste programmabegroting immers nog niet vastgesteld, waardoor deze mutaties later zijn doorgevoerd, en nu dus meegenomen zijn in de standen van de programma’s. Dit betekent dat de budgetten voor leidinggevende- en management-ondersteunende functies ten behoeve van de primaire processen op de beleidsprogramma’s staan, in plaats van op programma 16 Overhead. Bij het beïnvloedbare budget is onderscheid gemaakt tussen apparaatsbudgetten en programmabudgetten. Apparaatsbudgetten zijn middelen voor de salarissen en sociale lasten van het personeel dat op de gemeentelijke loonlijst staat.

Programmabudgetten zijn de middelen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van de activiteit (bijvoorbeeld het uitbesteden van onderzoek, de inkoop van auto’s, materialen), subsidies (bijvoorbeeld aan musea, instellingen), inkomensoverdrachten (bijvoorbeeld bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen), kapitaallasten, exploitatielasten en sociale uitkeringen (bijvoorbeeld bijstandsuitkeringen en declaraties Jeugdzorg).

Brede heroverweging

17

4. Keuzemogelijkheden De keuzemogelijkheden beschrijven de keuzes die gemaakt kunnen worden om het beïnvloedbare budget te beïnvloeden. Uitgangspunt bij de inventarisatie van de keuzemogelijkheden is dat de keuze zowel afschalen als opschalen kan betekenen, uitvoerbaar moet zijn binnen een collegetermijn en in verhouding staat ten opzichte van het beïnvloedbare budget. De geïnventariseerde keuzes zijn niet limitatief. De keuzemogelijkheden kunnen zowel betrekking hebben op de lasten als de baten van de betreffende activiteit. In de meeste gevallen hebben de begrote baten per activiteit een directe relatie met de begrote lasten en kunnen de baten niet voor andere doeleinden worden ingezet. Uitzondering hierop zijn de inkomsten uit belastingen die gezamenlijk zijn opgenomen in de paragraaf belastingen, aan het begin van dit tweede deel.

5. Beleidsmatige toelichting De beleidsmatige toelichting geeft informatie over de beleidsmatige context van de keuzemogelijkheden en de mogelijke gevolgen hiervan op de doelstelling van de activiteit. De tweede orde effecten zijn niet meegenomen in de beschrijvingen.

6. Financiële toelichting In de financiële toelichting worden de financiële consequenties beschreven. Deze onderbouwing is zo veel als mogelijk uitgewerkt in een P*Q-onderbouwing. In het geval er gevolgen zijn voor personeel dat wordt ingezet, is een benadering van de kosten per FTE genoemd. Voor uitvoerend personeel geldt een standaardbedrag van € 91.000 (schaal 9), voor adviserend personeel geldt een standaardbedrag van € 125.000 (schaal 12). In de specifieke gevallen dat deze referentieschalen onvoldoende aansluiten op de beroepspraktijk is hiermee in de financiële onderbouwing rekening gehouden. Bij uitbreiding, inkrimping of overheveling van formatie moet naast de salarislasten ook rekening worden gehouden met de overheadkosten. Deze kosten zijn niet in de genoemde bedragen per fte opgenomen. De overheadkosten bestaan uit: kosten voor vorming en opleiding, overige personeelsgerelateerde kosten, een opslag voor vaste centrale bedrijfsvoeringskosten en eventuele dienstspecifieke personeelsgerelateerde kosten. Zoals in het eerst deel van dit rapport benoemd, worden eventuele bijzonderheden met betrekking tot frictiekosten ook onder de financiële toelichting benoemd.

7. Relevante documenten Bij de relevante documenten zijn ondersteunende documenten opgenomen die ter ondersteuning van de keuzemogelijkheden en bijbehorende toelichtingen geraadpleegd kunnen worden. Hierbij wordt zo veel als mogelijk verwezen naar gemeentelijke documenten met RIS-nummers, wetenschappelijke documenten, externe onderzoeken en wet- en regelgeving.

18

Brede heroverweging

Belastinginkomsten Ten behoeve van de brede heroverweging zijn ook de baten op de begroting van de gemeente geanalyseerd. In het eerste deel van dit rapport zijn de verschillende categorieën baten die de gemeente heeft beschreven. De beïnvloedbare baten zijn in dit rapport zoveel mogelijk beschreven bij de activiteiten waar ook de betreffende uitgaven worden gedaan. Daarmee blijven alleen de algemene gemeentelijke belastingen over. De mogelijkheden die er zijn om de gemeentelijke belastingen te verhogen en verlagen, inclusief bijbehorende financiële consequenties, zijn in dit hoofdstuk beschreven. De gemeente kent reeds een aantal belastingen. Daarnaast zijn er mogelijkheden om enkele belastingen te introduceren. We beschrijven deze achtereenvolgens. Voor het wijzigen van belastingen gelden regels. Zo kunnen gemeenten de tarieven van belastingen jaarlijks vrij wijzigen; er zijn vaak geen wettelijke maximale tarieven. Echter, als er sprake is van een buitensporige tariefswijziging, dan kan de belastingrechter door een belastingplichtige worden gevraagd om het besluit van de gemeente te toetsen aan de algemene rechtsbeginselen. In het uiterste geval kan de belastingrechter de belastingverordening geheel of gedeeltelijk onverbindend verklaren.

Bestaande belastingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Wat wordt belast?

Onroerende zaken (bedrijfspanden, woningen)

Tarief 2025

Eigenaren woning: 0,0523% Eigenaren niet-woning: 0,3168% Gebruikers niet-woning: 0,2576%

Uitvoeringskosten

€ 5,329 mln. (apparaat)

Opbrengst 2025

€ 151,456 mln.

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

+ € 1,5 mln./- € 1,5 mln.

Overige keuzemogelijkheden

Het beleid is om de OZB voor woningen (eigenaren) en nietwoningen (eigenaren en gebruikers) jaarlijks trendmatig te verhogen. Gekozen kan worden om: ‒ De OZB woningen en niet-woningen extra te laten stijgen of te laten dalen. ‒ De OZB voor woningen meer of minder te laten stijgen dan voor niet-woningen. ‒ Idem voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen.

Parkeerbelasting (boetes) Wat wordt belast?

Naheffing (boete) plus een parkeeruurtarief bij het niet hebben voldaan aan een geldige parkeertransactie.

Tarief

Het maximaal op te leggen tarief wordt jaarlijks bepaald door Ministerie van Binnenlandse Zaken. In 2025 is dat € 78,80. Hiernaast wordt er ook een parkeeruurtarief van het geldende parkeerregime berekend.

Uitvoeringskosten

Het op te leggen tarief mag niet meer zijn dan de kosten per naheffing, ergo kostendekkend tarief. Dit wordt jaarlijks berekend op basis van het aantal te verwachte geinde naheffingen. De werkelijke uitvoeringskosten voor de gemeente zijn € 92,23. Dit is hoger dan het door het ministerie van Binnenlandse zaken bepaalde tarief en daardoor niet kostendekkend. Het maximale tarief van € 78,80 kan de Gemeente Den Haag opleggen voor 2025.

Opbrengst

Geen, maximaal tarief wettelijk gereguleerd

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

Geen, maximaal tarief wettelijk gereguleerd

Overige keuzemogelijkheden

Geen, maximaal tarief wettelijk gereguleerd

Brede heroverweging

19

Toeristenbelasting Wat wordt belast?

Verblijf met overnachten (tegen vergoeding) in de stad

Tarief 2025

Hotels, recreatiewoningen, Bed and Breakfast of andere vorm van overnachten: € 6,20 Camping of haven: € 2,85

Uitvoeringskosten

€ 0,127 mln. (apparaat)

Opbrengst 2025

€ 17,262 mln.

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

+ € 173.000/- € 173.000

Overige keuzemogelijkheden

Alternatieve scenario’s voor hogere opbrengsten uit toeristenbelasting: 1. Belasten van jongeren onder de 13 jaar. Dit doen we nu niet om gezinnen te ontzien. 2. Verschillende tarieven invoeren voor hoog- en laagseizoen.

Precario (liggeld woonschepen) Wat wordt belast?

Liggeld woonschepen

Tarief 2025

Voor een woon- of bedrijfsschip op een vaste ligplaats per m² per jaar: € 6,60. Voor een drijvend terras, nabij een woon- of bedrijfsschip op een vaste ligplaats per m² per jaar: € 6,70.

Uitvoeringskosten

Geen bedrag op apparaat in begroting

Opbrengst

0,16 mln

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

+ € 1.600/- € 1.600

Overige keuzemogelijkheden

Het beleid is om de tarieven jaarlijks trendmatig aan te passen. Gekozen kan worden om het liggeld extra te verhogen (of te laten dalen). Gemeenten mogen zelf bepalen met welk percentage zij de (precario)tarieven verhogen.

Reclame-inkomsten

Wat wordt belast?

Reclame die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Hiervoor wordt op dit moment onderscheid gemaakt tussen verschillende reclameobjecten: ‒ Abri’s ‒ Vrijstaande (digitale) reclamevitrines ‒ 2-Signsborden ‒ VRI-kasten ‒ Lichtmastreclame ‒ Stadsklokken ‒ Stedinobjecten Per object is een concessie afgesloten.

Tarief

Afhankelijk van de verschillende concessies. Deze worden per aanbesteding afgesloten.

Uitvoeringskosten

Circa € 0,2 miljoen per jaar.

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

In de begroting is structureel € 5 miljoen per jaar opgenomen als inkomsten uit reclamebelasting.

1% hoger/lager

Het gaat om een concessie die in de markt gezet wordt.

Overige keuzemogelijkheden

Er kunnen restricties worden opgelegd aan het type reclame (bijvoorbeeld geen gokreclames, geen reclame voor fossiel, vlees, etc.). Dergelijke restricties kunnen van invloed zijn op de waarde van de concessies. Daarnaast kan ervoor gekozen worden om enkel gemeentelijke, of maatschappelijke, reclame-uitingen toe te staan. Bijvoorbeeld alleen Postbus 51 campagnes. Ook het aantal reclame-uitingen kan beïnvloed worden. Bijvoorbeeld door borden bij te plaatsen, of juist weg te halen. Ook zijn er op dit moment gebieden waar geen reclame-uitingen zijn toegestaan, deze gebieden kunnen worden uitgebreid, of juist ingeperkt.

Bronnen

20

Brede heroverweging

Kadernota Buitenreclame

Mogelijke belastingen Hierna worden enkele mogelijkheden om belastingen te introduceren geschetst. Het betreft met name een beschrijving van datgene wat belast kan worden. Het is op voorhand niet in te schatten wat de mogelijke budgettaire opbrengst zal zijn, omdat nog niet in beeld is wat het volume zal zijn waarover de belasting geheven zal worden. Dit geldt niet voor de hondenbelasting, om dat die recent nog is geheven in de gemeente Den Haag en hierover ervaringsgegevens beschikbaar zijn. Baatbelasting ‒

‒ Wat wordt belast?

‒ ‒ ‒

De gemeente kan een baatbelasting opleggen aan eigenaren van onroerende zaken die gebaat zijn bij voorzieningen die door of met medewerking van de gemeente tot stand zijn gekomen. De baatbelasting is een kostenverhaalsinstrument, waarbij maximaal 100% van de kosten van de voorzieningen kunnen worden verhaald. De heffing wordt in een afgebakend gebied van de gemeente geheven. Alleen de groep onroerende zaken die door de voorzieningen wordt gebaat, wordt in de heffing betrokken. Deze belasting wordt nog weinig toegepast in Nederland, vanwege juridische uitvoeringsproblemen. Op initiatief van de minister van BZK wordt onderzocht hoe de baatbelasting verbeterd kan worden.

Tarief

Baatbelasting is een kostenverhaalsinstrument, waarbij maximaal 100% van de kosten van de voorzieningen kunnen worden verhaald.

Uitvoeringskosten

Uitvoeringskosten hebben betrekking op: opstellen van een bekostigingsbesluit (omschrijving gebate gebied, regeling welke kosten wordt omgeslagen over de vastgoedeigenaren ed), opstellen belastingverordening, overleg met betrokken vastgoedeigenaren, aanpassing systemen, bezwaar en beroep etc. De uitvoeringskosten zijn niet nader onderzocht maar kunnen naar verwachting relatief hoog zijn.

Mogelijke opbrengst

De baatbelasting is een zeer conflictgevoelig instrument. De potentiële opbrengst is om die reden onzeker en kan als gevolg van juridische procedures veel lager uitvallen dan verwacht.

Overige keuzemogelijkheden

De gemeente kan ervoor kiezen een baatbelasting in te voeren maar hier zijn juridische risico’s aan verbonden. De Hoge Raad stelt namelijk zeer hoge eisen aan het gebruik van de baatbelasting. Om die reden passen gemeenten de baatbelasting nauwelijks nog toe.

Forensenbelasting ‒

Wat wordt belast? ‒

Forensenbelasting kan worden geheven van natuurlijke personen, die zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of voor hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De verwachte opbrengst is beperkt, omdat veel tweede woningen in Den Haag onder de uitzonderingsgronden van de forensenbelasting vallen.

Tarief

De gemeente is vrij in het bepalen van de tarieven forensenbelasting. Er is geen wettelijke limiet.

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten zullen naar verwachting relatief hoog zijn en mogelijk in de eerste jaren de baten overtreffen. Het gaat om kosten voor aanpassing van de automatisering, voor het opbouwen van het bestand, communicatie, bezwaar en beroep ed.

Mogelijke opbrengst

De verwachting is dat invoering van een forensenbelasting, nog afgezien van de uitvoeringskosten, niet leidt tot substantiële opbrengsten. In 2019 is een zeer globale inschatting gemaakt van de jaarlijkse potentiële opbrengst van een forensenbelasting. Ruwweg is de jaarlijkse opbrengst toen ingeschat op ca. € 200.000.

Overige keuzemogelijkheden Brede heroverweging

21

Hondenbelasting Wat wordt belast?

Hondenbezit

Tarief

Op basis van laatst geldende verordening4 a. voor een eerste hond: € 125,76 b. voor een tweede hond: € 197,04 c. voor iedere hond boven het aantal van twee: € 249,84 d. voor een hond gehouden in een kennel, per kennel: € 373,44 De uitvoeringskosten bedragen circa € 0,24 mln.

Uitvoeringskosten

Bij herinvoering moeten eenmalige kosten worden gemaakt voor het opnieuw opbouwen van het bestand met hondenbezitters, de aanpassing van de ICT en de communicatie.

Mogelijke opbrengst

€ 2,4 mln (2023)

Opbrengst bij 1 procent stijging en daling

+ € 24.000/- € 24.000

Overige keuzemogelijkheden

De gemeente is vrij in het bepalen van de tarieven hondenbelasting. De gemeente kan ervoor kiezen om bij herinvoering een vast bedrag per hond in te voeren of een oplopend tarief bij meerdere honden om zodoende het hondenbezit in te perken. De gemeente kan daarnaast vrijstellingen invoeren. Bijvoorbeeld voor een blindengeleidehond, een politiehond of honden op opleidingsterreinen.

4 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR650993/1#artikel_6

22

Brede heroverweging

Precario (bovengrondse voorwerpen) ‒

Wat wordt belast?

‒ ‒ ‒

Precario wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, zoals luifels, winkeluitstallingen, uithangborden, terrassen, containers of bouwsteigers. De precariobelasting behoort tot de algemene middelen. De bovengrondse precario is in Den Haag stapsgewijs afgeschaft. Met ingang van 2017 is deze precario geheel afgeschaft. Er is een uitzondering gemaakt voor de precario woonschepen (liggeld) die in stand is gebleven.

Tarief

Gemeente is vrij om de hoogte van de tarieven precariobelasting vast te stellen. Er is geen opbrengstlimiet gesteld.

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten zijn relatief hoog; het is een bewerkelijke belasting i.v.m. aanpassing systemen, opbouwen basisbestanden en handhaving belastbare objecten (luifels, winkeluitstallingen, uithangborden, terrassen ed), communicatie en bezwaar en beroep. De potentiële opbrengst is zeer sterk verminderd door de invoering van de wettelijke vrijstelling op netwerken die nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond exploiteren. De potentiële opbrengst is afhankelijk van keuzes: ‒ Heffing in de gehele gemeente of delen van de stad; ‒ Welke voorwerpen worden belast en welke vrijgesteld; ‒ Hoogte van de tarieven.

Mogelijke opbrengst

Overige keuzemogelijkheden

M.b.t tarieven hierbij enkele voorbeelden op basis van een gegevens van Amsterdam, Nijmegen en Utrecht: ‒ Terrassen. Er kan precario worden geheven op terrassen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende gebieden zoals A:toplocaties, B: overige locaties in de binnenstad en C: alle overige locaties. De tarieven kunnen per m2 voor een tijdeenheid worden bepaald (zoals een prijs per m2 per dag, week, maand of seizoen). Bij vergelijkbare gemeenten als Den Haag variëren de tarieven van €129,30 tot € 386,22 per m2 per jaar of € 282,30 per m2 per seizoen. ‒ Luifels: €0,99 per voorwerp per m2 ‒ Uitstallingen: €20 - €40 per m2 per maand ‒ Uithangborden: €1,16 per maand ‒ Bouwmaterialen: €5,- per m2 per maand De gemeente heeft veel vrijheid bij de inrichting van deze belasting, zoals bij de aanwijzing van de delen van de gemeente waar wordt geheven, de tariefstelling en tariefdifferentiatie. Wel gelden er wettelijke vrijstellingen. Bijvoorbeeld voor netwerken die nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond exploiteren.

Brede heroverweging

23

Reclamebelasting ‒ ‒ ‒ ‒ Wat wordt belast?

‒ ‒ ‒

Tarief

Gemeente is vrij om de hoogte van de tarieven reclamebelasting vast te stellen. Er is geen opbrengstlimiet gesteld.

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten zijn relatief hoog; het is een bewerkelijke belasting i.v.m. aanpassing systemen, opbouwen basisbestanden en fiscale handhaving openbare aankondigingen (lichtbakken, uithangborden, raamreclame, vlaggen ed), communicatie en bezwaar en beroep.

Mogelijke opbrengst

De potentiële opbrengst is sterk afhankelijk van keuzes: ‒ Heffing in gehele gemeente of delen van de stad; ‒ Welke uitingen worden belast en welke vrijgesteld; ‒ De hoogte van de tarieven.

Overige keuzemogelijkheden

24

De reclamebelasting kan worden geheven van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Hierbij kan worden gedacht aan gevelreclame, uithangborden, vlaggen en reclamemasten. Ook reclame in gebouwen die vanaf de openbare weg zichtbaar is, kan in de heffing worden betrokken. Het is een algemene belasting waarvan de opbrengsten vrij besteedbaar zijn. De reclamebelasting kan een regulerend karakter hebben doordat bedrijven en instellingen bewuster nadenken over het aanbrengen van reclame-uitingen. De heffing kan beperkt worden tot een bepaald gedeelte van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke grond bestaat. Ook andere differentiaties (bijvoorbeeld verlicht/onverlicht) zijn mogelijk.

Brede heroverweging

Invoering reclamebelasting in gehele of delen van de stad, tariefsystematiek (vast bedrag per aankondiging of tariefdifferentiatie (bijvoorbeeld oppervlakte aankondiging of locatie) en vrijstellingen.

Programma 1 Gemeenteraad Op programma 1 staan de uitgaven aan de Raadsorganisatie.

Inhoud van het programma Het programma Gemeenteraad bestaat uit zes onderdelen. 1

Gemeenteraad De gemeenteraad bestaat uit 45 gekozen inwoners van Den Haag. Deze raadsleden vertegenwoordigen de mensen die in Den Haag wonen. De gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente en samen met burgemeester en wethouders besturen zij de stad. De raad stelt als volksvertegenwoordiger de kaders vast en controleert of het beleid wordt uitgevoerd binnen deze kaders.

2

Apparaatskosten gemeenteraad Het treffen van voorzieningen ten behoeve van de raad, zoals facilitaire ondersteuning van raads- en commissievergaderingen en gemeenteraadsfracties (werkplekken). Het betalen van vergoedingen aan fracties.

3

Bestuursondersteuning De griffie ondersteunt de gemeenteraad. De ambtenaren van de griffie zorgen ervoor dat de raad en de raadscommissies kunnen vergaderen door het organiseren van commissie- en raadsvergaderingen en de besluitvorming door de raad. Ook vertelt de griffie aan de stad wat de raad doet. Brede heroverweging

25

4

Rekenkamer De gemeentelijke rekenkamer doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het beleid dat het gemeentebestuur voert. Naast de onderzoeken worden doorwerkingsonderzoeken uitgevoerd naar de opvolging van raadsbesluiten over eerdere rekenkamerrapporten.

5

Ombudsman De gemeentelijke ombudsman en de jeugdombudsman behandelen klachten van inwoners, jongeren, ondernemers en instellingen en rapporteren hierover. De ombudsmannen zijn onafhankelijk.

6

Gemeentelijke Accountantsorganisatie De Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag (GAD) is de accountant van de gemeente Den Haag en gelieerde organisaties. De GAD levert een bijdrage aan het vertrouwen in de maatschappij en draagt bij aan het verbeteren van organisaties in de publieke sector.

Budgettaire opbouw van het programma en beïnvloedbaarheid De totale lasten van programma 1 bedragen €17,54 mln, ten behoeve van de capaciteit van de verschillende onderdelen. Daarvan is €14,82 mln beïnvloedbaar. De uitgaven aan de gemeenteraad zijn als enige volledig niet beïnvloedbaar. In de overige budgetten kunnen keuzes gemaakt worden, rekening houdend met de wettelijke kaders.

Totaaloverzicht programma 1 In tabel 1 is de beïnvloedbaarheid per begrotingsactiviteit van programma 1 Gemeenteraad weer­ gegeven. Per activiteit is aangegeven of deze beïnvloedbaar is (ja/nee), of er sprake is van een wettelijke taak voor de gemeente (ja/nee) en of de wettelijke taak specifiek is voorgeschreven (ja/nee). Wanneer de begrotingsactiviteit niet beïnvloedbaar is dan is de belangrijkste reden hiervoor toegelicht onder tabel 1.

In dit onderzoek is de beïnvloedbaarheid van begrotingsactiviteiten geanalyseerd vanuit de wettelijke grondslag van de begrotingsactiviteit. Beïnvloedbaar betekent in dit onderzoek dat afhankelijk van de wettelijke taak, door de raad keuzes gemaakt kunnen worden over de inzet van begrote budgetten voor de uitvoering van een begrotingsactiviteit. Hoe specifieker de uitvoering van de wettelijke taak is voorgeschreven, hoe minder keuzeruimte er resteert over de manier waarop de taak moet worden uitgevoerd.

26

Brede heroverweging

Tabel 1. Activiteitentabel Activiteit specifiek voorgeschreven

Activiteiten/ deelactiviteiten

Beïnvloedbaar (ja/nee)

Wettelijke grondslag*

Gemeenteraad

Nee

Ja

Ja

Apparaatskosten Gemeenteraad

Ja

Ja

Nee

Bestuursondersteuning Gemeenteraad

Ja

Ja

Ja

Ombudsman

Ja

Ja

Ja

Rekenkamer

Ja

Ja

Ja

Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag

Ja

Ja

Nee

(ja/nee)**

* De wettelijke grondslag geeft aan of de activiteit wettelijk is voorgeschreven en geeft aan ‘wat’ de gemeente moet doen. ** De mate waarin de activiteit specifiek is voorgeschreven bepaalt de mate van beïnvloedbaarheid van de gemeente ‘hoe’ een activiteit uitgevoerd moet worden.

Niet beïnvloedbare activiteiten De activiteit Gemeenteraad is niet beïnvloedbaar omdat het budget volledig is bedoeld voor de wettelijke vergoeding voor raads- en commissieleden. De hoogte van de vergoeding alsook het aantal raadsleden zijn wettelijk vastgelegd en zijn daarom niet beïnvloedbaar. In tabel 2 is het lastenbudget van programma 1 Gemeenteraad. Alleen de structureel beïnvloedbare budgetten vallen binnen de scope van dit rapport. Deze budgetten zijn hierna toegelicht aan de hand van de specifieke activiteiten die binnen het programma worden begroot, uitgewerkt. In tabel 3 is per activiteit het totaalbudget in 2027 gepresenteerd evenals het deel dat hiervan beïnvloedbaar is.

Tabel 2. Begrotingstabel Lastenbudget (bedragen x € mln.)

2025

2026

2027

2028

Totaal lastenbudget

€ 18,38

€ 17,58

€ 17,54

€ 17,54

Beïnvloedbaar deel van het budget

€ 14,86

€ 14,86

€ 14,82

€ 14,82

w.v. apparaat

€ 9,63

€ 9,63

€ 9,63

€ 9,63

w.v. programma

€ 5,27

€ 5,27

€ 5,23

€ 5,23

Tabel 3. Beinvloedbare budgetten Activiteiten/ deelactiviteiten

Totaalbudget 2027

Beïnvloedbaar budget 2027

Totaal

€ 17,54

€ 14,82

Gemeenteraad

€ 2,13

€0

Apparaatskosten Gemeenteraad

€ 4,54

€ 4,40

Bestuursondersteuning Gemeenteraad

€ 2,97

€ 2,50

Ombudsman

€ 1,20

€ 1,20

Rekenkamer

€ 1,20

€ 1,20

Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag

€ 5,40

€ 5,40

(bedragen x € mln.)

Brede heroverweging

27

Activiteiten en keuzemogelijkheden Alle beïnvloedbare activiteiten zijn hieronder op dezelfde wijze en met hetzelfde format toegelicht. Per activiteit is als eerst een omschrijving van de activiteit gegeven en is de beïnvloedbaarheid van de activiteit toegelicht. Vervolgens is het beïnvloedbaar budget gepresenteerd met daarbij de keuzemogelijkheden. Vervolgens zijn de keuzemogelijkheden voorzien van een beleidsmatige en financiële toelichting. Tot slot zijn relevante achtergronddocumenten opgenomen. Apparaatskosten gemeenteraad Activiteitomschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15808506/1