RIS322972 Bijlage 2 NRD Vlietzone Den Haag def
Tekst van het document
RAPPORT Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapportage Gebiedsprogramma Vlietzone Den Haag Klant:
Gemeente Den Haag
Referentie:
BK5881-RHD-RP-1
Status:
Definitief/1
Datum:
26 juni 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 70 00 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapportage Gebiedsprogramma Vlietzone Den Haag BK5881-RHD-RP-1 Click or tap here to enter text. Definitief/1 26 juni 2025 NRD Vlietzone Den Haag BK5881 Evk, NB
Opgesteld door:
EvK, NB, CS
Gecontroleerd door:
CS
Datum:
April 2025
Goedgekeurd door:
CW
Datum:
Juni 2025
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding voor de ontwikkeling van de Haagse Vlietzone
1
1.2
Leeswijzer
2
2
Gebiedsontwikkeling Vlietzone
3
2.1
Gebiedsanalyse
3
2.2
Toekomstbeeld Vlietzone Provincie Zuid-Holland
3
2.3
De Haagse Vlietzone
5
2.4
Ontwikkelprogramma Haagse Vlietzone en beoogd doelbereik
6
3
Mer voor Gebiedsprogramma Vlietzone
9
3.1
Doel van de mer
9
3.2
Toelichting mer-plicht
9
3.3
Eerste stap in de mer-procedure: Notitie Reikwijdte en Detailniveau
11
4
Alternatieven in het MER
12
4.1
Inleiding
12
4.2
Referentiesituatie: autonome ontwikkelingen
12
4.3
Totstandkoming alternatieven/modellen
12
4.4
Model Knooppunt
14
4.5
Model Oude Vliet / Nieuwe Polder
16
4.6
Model Sterke Clusters
17
4.7
Scenario afvalcluster
18
4.8
Ontwikkelprogramma modellen
20
5
Aanpak milieuonderzoeken
21
5.1
Beoordelingsmethodiek
21
5.2
Beoordelingskader
22
6
Mer-procedure
25
6.1
Toelichting stappen
25
6.2
Inhoudelijke eisen aan het MER
26
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor de ontwikkeling van de Haagse Vlietzone
De Haagse Vlietzone is een veelzijdig gebied dat zich uitstrekt tussen de snelweg A4 en de Vliet, en loopt van Rijswijk tot Leidschendam. De Vlietzone biedt een veelzijdig landschap met woningen, diverse werkplekken en bedrijventerreinen, met ruimte voor buitensport-voorzieningen, mogelijkheden voor ontspanning en recreatie, groene zones en waterbergingsgebieden, en buitenplaatsen en andere historische locaties. Er komen meerdere ruimtelijke opgaven op de Haagse Vlietzone af. Deze opgaven zijn benoemd in de commissiebrief Proces Vlietzone (RIS320644). Den Haag heeft een ambitieuze verstedelijkingsopgave in het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst, met plannen voor 35.000 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen in de komende twintig jaar. Daarnaast is ruimte nodig voor (watergebonden) bedrijvigheid, sportvoorzieningen, energietransitie en klimaatadaptatie. In de Ontwerp-Omgevingsvisie Den Haag 2050 wordt de Vlietzone aangemerkt als Duurzaam werk- en recreatielandschap. Een gebied dat transformeert van een stadsrandzone naar een gebied met ruimte voor recreatie, natuur, sport en economische functies en verbeterde bereikbaarheid. Om goede keuzes te maken voor de toekomst van de Haagse Vlietzone, werken overheden en betrokken bewoners, bedrijven, verenigingen en organisaties samen aan een integraal plan voor het gebied. Dat plan is het Gebiedsprogramma Vlietzone.
Figuur 1-1 De Haagse Vlietzone als groene buffer in het stedelijk gebied van Den Haag (bron: cyclomedia)
Het Gebiedsprogramma is een kaderstellend plan (bestaande uit een ontwikkelvisie en ontwikkelstrategie), dat ruimtelijke activiteiten - in de Vlietzone mogelijk maakt. De keuzes en ambities die worden vastgelegd in het gebiedsprogramma zullen vervolgens juridisch planologisch worden geborgd in een wijziging van het omgevingsplan. Om het milieu een volwaardige plaats te kunnen geven binnen de toekomstige bestuurlijke besluitvorming, is het daarbij verplicht om een mer-procedure te doorlopen. Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’. Als eerste stap in de mer-procedure is de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau’ (NRD) 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
1
Projectgerelateerd
opgesteld. De NRD vormt de basis voor een Milieueffectrapport (MER). In de NRD wordt bepaald welke milieueffecten onderzocht moeten worden, zoals invloeden op water, bodem, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Het document beschrijft ook de methoden en criteria voor deze onderzoeken in het MER. Het MER wordt uiteindelijk bij het ontwerp-gebiedsprogramma voor de Vlietzone ter inzage gelegd en zal bijdragen aan de (bestuurlijke) keuzes en afwegingen die bij de vaststelling van het gebiedsprogramma gemaakt worden. De gemeente stelt eenieder in de gelegenheid om te reageren op de NRD; niet alleen de bestuursorganen en adviseurs. Een NRD is bedoeld om betrokkenen te informeren over het uit te voeren milieuonderzoek en de gelegenheid te geven een reactie in te dienen over dat onderzoek. Waarop moet het onderzoek zich vooral gaan richten, wat is minder belangrijk, en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven? ‘Reikwijdte' staat voor de onderwerpen die het MER moet gaan behandelen: welke alternatieven of varianten moeten onderzocht worden en welke milieuaspecten zijn relevant in dit onderzoek? Bij ‘detailniveau' draait het om de vraag hoe uitgebreid en op welk schaalniveau de verschillende milieuaspecten onderzocht moeten worden en op welke manier dat onderzoek moet worden uitgevoerd.
1.2
Leeswijzer
In de NRD komen de volgende onderdelen aan bod: • Hoofdstuk 2 gaat in op de Haagse Vlietzone als onderdeel van een groter regionaal landschap en beschrijft de huidige en toekomstige (voorgenomen) ontwikkelingen in zowel de omgeving van de Vlietzone als de Vlietzone zelf; • Hoofdstuk 3 beschrijft het doel van de mer en onderbouwt vanuit de juridische achtergrond waarom een mer voor Gebiedsprogramma Vlietzone Den Haag verplicht is; • Hoofdstuk 4 beschrijft de ontwikkelmodellen die voor het Gebiedsprogramma Vlietzone zijn opgesteld. Dit zijn mogelijk scenario’s voor de ontwikkeling van het gebied en ze worden toegepast als alternatieven die verplicht in een mer moeten worden onderzocht; • Hoofdstuk 5 beschrijft hoe de alternatieven worden onderzocht en gaat in op de beoordelingsmethodiek en de milieuthema’s die in het mer aan bod komen. In het hoofdstuk wordt het concept-beoordelingskader uitgewerkt; • Hoofdstuk 6 gaat in op de procedurele vervolgstappen van de NRD en het mer-proces.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
2
Projectgerelateerd
2
Gebiedsontwikkeling Vlietzone
2.1
Gebiedsanalyse
Het Haagse deel van de Vlietzone strekt zich uit tussen de snelweg A4 en de Vliet van Rijswijk tot Leidschendam en fungeert als een cruciale schakel tussen stedelijke en groene gebieden. De Haagse Vlietzone is onderdeel van een groter provinciaal gebied, namelijk Landschapspark Zuidvleugel. Het Landschapspark Zuidvleugel is een initiatief van de provincie Zuid-Holland om een aantrekkelijk stedelijk landschap te creëren langs zes waterwegen: de Rotte, Schie, Vliet, Oude Rijn, Zweth en het Getijdenrivierengebied. Het doel is om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren door groen en water te integreren in stedelijke gebieden, en om verrommeling tegen te gaan in rustige, open landschappen.
Figuur 2-1 Gebiedsanalyse Vlietzone: Links Landschapspark Zuidvleugel. Rechts: locatie Vlietzone provinciaal aangeduid in rood, waar Haagse Vlietzone deel van uitmaakt (Bron: Provincie Zuid Holland
Binnen het Landschapspark Zuidvleugel speelt de Haagse Vlietzone een belangrijke rol in het integreren van groen en water in stedelijke gebieden. Het gebied biedt ruimte voor werken, wonen, sport, recreatie en maatschappelijke voorzieningen en draagt bij aan de bredere provinciale ambities door de groenblauwe dooradering te versterken, de waterhuishouding te verbeteren en cultuurhistorische waarden te behouden. Hoewel de stedelijke druk de groene en cultuurhistorische kwaliteit heeft aangetast, heeft de Vlietzone dankzij haar ligging tussen de snelwegen en de Vliet haar groene en open karakter behouden.
2.2
Toekomstbeeld Vlietzone Provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland is begin 2020 een proces gestart voor de integrale visievorming van de Vlietzone als onderdeel van het Landschapspark Zuidvleugel. Dit gaat dus over het overkoepelende provinciale deel Vlietzone dat zich strekt tussen Leiden en Delft. In dit proces zijn alle gemeenten betrokken die aan de Vliet grenzen (Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Delft en Leiden). Als resultaat is het provinciaal ‘Toekomstbeeld Vlietzone’ opgesteld. Dit toekomstbeeld moet ervoor zorgen dat er integraal beleid komt voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de Vlietzone, zodat versnippering wordt tegengegaan en de leefbaarheid niet verder onder druk komt te staan.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
3
Projectgerelateerd
Het Rapport Toekomstbeeld Vlietzone is een document dat de ontwikkelingsrichting voor de totale Vlietzone beschrijft. Het toekomstbeeld streeft naar de ontwikkeling van een stadslandschap voor Deelgebied Haagse Vlietzone waarin ruimte is voor werken, wonen, verkoeling, biodiversiteit, wateropvang, sport en ontspanning. Het Toekomstbeeld Vlietzone benadrukt vijf dragende principes: •
Een robuust watersysteem: De Vliet fungeert als ruggengraat voor water aan- en afvoer, terwijl polders als 'waterspons' dienen. Ontwikkelingen moeten klimaatbestendig zijn, met klimaatadaptief bouwen als standaard.
•
Een sterke identiteit van de Vlietzone: De toekomstvisie streeft naar eenheid en beleefbaarheid, met efficiënt ruimtegebruik voor meer groen en blauw. Contrast en diversiteit maken het gebied interessanter, met de Vliet, Groenblauwe Loper en A4 als structuren.
•
Een groenblauwe dooradering: De Vlietzone moet robuuste verbindingen met het Groene Hart en Nationaal Park de Hollandse Duinen waarborgen. Het gebied vormt een grootstedelijke regio met de Groenblauwe Loper die recreatie, biodiversiteit en waterberging combineert.
•
Een sterke cultuurhistorische en archeologische basis: De Vlietzone heeft een rijk verleden en moet verloren kwaliteit herstellen en nieuwe kwaliteit toevoegen. De historische verkaveling vormt de basis voor planvorming, met versterkte lange lijnen en open zichten.
•
De Vliet als ruimtelijke drager: De Vliet is de belangrijkste ruimtelijke drager, met een zone van 100 meter breed die landschappen en recreatiemogelijkheden aaneenrijgt. De Vlietweg wordt recreatief, met langzaam verkeer centraal en zwaarder verkeer omgeleid, en de A4 blijft de achterzijde met groene inpassing.
Figuur 2-2. Haagse Vlietzone als Stadslandschap in Toekomstbeeld Vlietzone Provincie Zuid-Holland (bron Provincie Zuid-Holland)
De gemeente Den Haag heeft het Toekomstbeeld niet vastgesteld omdat hierin thema’s ontbreken die de Haagse Vlietzone kenmerken, zoals mobiliteit, economie en bedrijvigheid. Het heeft dus niet de status van een juridisch planologisch plan en is daarom geen volledig integraal toetsingskader voor ontwikkelingen in 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
4
Projectgerelateerd
de Haagse Vlietzone. Wel hanteert de gemeente Den Haag de principes uit Toekomstbeeld als uitgangspunt voor de verdere gebiedsuitwerking van de Haagse Vlietzone. In 2024 heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Zuid-Holland, de buurgemeenten LeidschendamVoorburg en Rijswijk en het Hoogheemraadschap Delfland over het voornemen van de gemeente Den Haag om voor de Haagse Vlietzone een gebiedsprogramma te gaan opstellen. Daarbij zijn afspraken gemaakt over de verdere samenwerking en rolverdeling bij het opstellen van dit gebiedsprogramma. De afspraken zijn opgenomen in de brief van GS aan PS van 26 maart 2024 (Behandelvoorstel motie 1169 Vlietzone (waaronder motie 870).
2.3
De Haagse Vlietzone
De Haagse Vlietzone is een gebied met vele gezichten. Historische buitenplaatsen zijn nog steeds aanwezig en de groene gebieden bieden een fijne omgeving voor sport en ontspanning. Het gebied kent ook veel bedrijvigheid, met bedrijventerreinen zoals Westvlietweg III en er wordt gewoond in onder andere Park Leeuwenbergh. De nabijheid van infrastructuur zoals de A4, A12 en de Rotterdamsebaan is duidelijk merkbaar, en de Westvlietweg wordt veel gebruikt. In de commissiebrief Proces Vlietzone (RIS320644) zijn de verschillende functies en opgaven van de Haagse Vlietzone benoemd: mobiliteit, economie & bedrijvigheid, natuur, cultuurhistorie & water, sport & recreatie en maatschappelijke voorzieningen & (tijdelijk) wonen: 1. Mobiliteit: De Vlietzone is goed verbonden met belangrijke verkeersaders zoals de A12 en A4, wat zorgt voor uitstekende bereikbaarheid. De nabijheid van de Rotterdamsebaan versterkt de verbinding met andere delen van de stad & regio. De Westvlietweg is een veelgebruikte route binnen het gebied. Dit geldt voor de modaliteiten auto en fiets. 2. Economie en bedrijvigheid: Het gebied herbergt diverse bedrijventerreinen, waaronder het bedrijventerrein Westvlietweg II, III en IV. Westvlietweg III is het terrein ten zuiden van de A12 en Westvlietweg IV ligt direct ten noorden van de A12.
Westvlietweg II bevindt zich in het meest noordelijke deel van de Haagse Vlietzone, waar bedrijven zoals NS en CEVA gevestigd zijn. Door de nabijheid tot de stad bestaat de mogelijkheid om een aantrekkelijk werklandschap te creëren. Door toenemende verdichting groeit ook de benodigde werkgelegenheid. De Vlietzone kan dit faciliteren, bijvoorbeeld op Bedrijventerrein Westvlietweg III. Er is kans voor uitbreiding van dit bedrijventerrein, richting de A4, in combinatie met een kwalitatieve upgrade en modernisering. Ook een circulair bedrijventerrein of het vooropstellen van de maakindustrie is een kans. Er is hier ruimte voor nieuwe initiatieven om werken, leren en innoveren te stimuleren. Dubbelgebruik en stapelen van programma wordt gestimuleerd. De bedrijvigheid draagt bij aan de economische dynamiek van de regio en biedt werkgelegenheid aan de lokale bevolking. In dit deel van de Vlietzone, bedrijventerrein Westvlietweg III, vindt veel activiteit plaats, waarvoor aandacht vereist is op onder andere het gebied van lichtoverlast en vrachtverkeer. 3. Natuur, cultuurhistorie en water: De Vlietzone bevat prachtige groene gebieden zoals het Molenvlietpark, de Heemtuin en het vijfslagenlandschap. Deze landschappen bieden niet alleen een esthetische waarde, maar dragen ook bij aan de biodiversiteit en het ecologisch evenwicht van het gebied.
Het groensysteem is momenteel een mozaïek van fragmenten met daarbinnen de cultuurhistorisch waardevolle buitenplaatsen en tuinen. De Vliet en de oude verkavelingsstructuren zijn belangrijke cultuurhistorische structuren en elementen in het watersysteem.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
5
Projectgerelateerd
4. Sport en recreatie: Het gebied biedt tal van mogelijkheden voor sport en recreatie. Sportpark Westvliet en de Haagse Golfvereniging Leeuwenbergh zijn populaire locaties voor sportactiviteiten. Daarnaast biedt attractiepark Drievliet vermaak voor gezinnen en bezoekers. 5. Maatschappelijke voorzieningen en (tijdelijk) wonen: De Vlietzone is mogelijk geschikt voor een aantal maatschappelijke voorzieningen, zoals een drinkwatervoorziening, (tijdelijke) kleinschalige woonontwikkelingen en een afvalcluster. Ook wordt het realiseren van een islamitische begraafplaats in de Haagse Vlietzone meegenomen. In de Haagse Vlietzone bevinden zich woongebieden zoals Park Leeuwenbergh. Daarnaast grenst het plangebied direct aan woonwijken van de buurgemeente Leidschendam-Voorburg. Deze woonwijken bieden een rustige en groene leefomgeving voor de bewoners, met gemakkelijke toegang tot zowel stedelijke voorzieningen als groengebieden.
Figuur 2-3. Overzicht bestaande activiteiten in de Haagse Vlietzone (bron: gemeente Den Haag)
2.4
Ontwikkelprogramma Haagse Vlietzone en beoogd doelbereik
Voor de ontwikkeling van Vlietzone wordt zoals gezegd een Gebiedsprogramma opgesteld. Het gebied, dat ongeveer 300 hectare beslaat, zal verder ontwikkeld worden met ruimte voor verschillende thema’s en ambities. Reeds doorlopen proces: onderzoeksfase, gebiedsscenario’s en participatieproces De gemeente Den Haag heeft in de onderzoeksfase (2024 en Q1 2025) verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de sportvoorzieningen, verkeer, cultuurhistorie en een toekomstvisie voor het bedrijventerrein Westvlietweg III. Daarna zijn drie integrale gebiedsscenario’s opgesteld. In de onderzoeksfase is nauw samengewerkt met de buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland en is er een intensief participatieproces doorlopen. In hoofdstuk 4.3 is toegelicht welke rol deze onderzoeken in het reeds doorlopen proces hebben gespeelt. In het MER worden de ambities voor de ontwikkeling van de Haagse Vlietzone uitgelegd en beoordeeld vanuit de in de commissiebrief Proces Vlietzone (RIS320644) benoemde vijf functies (ruimtelijke opgaven) 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
6
Projectgerelateerd
in het gebied (mobiliteit, economie en bedrijvigheid, natuur, cultuurhistorie & water, sport & recreatie en maatschappelijke voorzieningen & wonen), de uitgevoerde onderzoeken en de drie opgestelde gebiedsscenario’s. Per functie worden de ambities beschreven, met daarbij ook een omschrijving van het doelbereik dat met de ontwikkeling beoogd wordt. Het doelbereik beschrijft een ambitieniveau dat per potentiële functie in de Vlietzone wordt beoogd en is gebaseerd op de commissiebrief (RIS320644). Het formuleren van deze ambities helpt om een duidelijke visie en richting te geven aan het project. De afzonderlijke milieuaspecten, zoals luchtkwaliteit, geluidsoverlast en waterkwaliteit worden per ambitie beoordeeld en kunnen vervolgens in samenhang worden bekeken. Dit bevordert een integrale benadering van de gebiedsontwikkeling. 1. Mobiliteit Beoogd doelbereik: Het verbeteren van de verkeerssituatie door alternatieve ontsluitingen voor het bedrijventerrein Westvlietweg III en meer ruimte voor de fiets en voetgangers langs de Westvlietweg. Daarnaast moet er een betere aansluiting zijn op het OV netwerk van de stad en regio. Dit moet ten minste leiden tot een autoluwe route langs de Vliet en een veiligere Westvlietweg en een verbetering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in zowel de Vlietzone als daarbuiten.
Aanpak: Onderzocht is hoe de huidige verkeerssituatie is en wat alternatieve ontsluitingen voor het bedrijventerrein Westvlietweg zijn bij verschillende scenario’s. Als een haalbare alternatieve ontsluiting mogelijk is, kan de Westvlietweg ontlast worden van vrachtverkeer, wat de transitie naar een autoluwe route langs de Vliet binnen bereik brengt. Medewerking van andere overheden is nodig en de beperkte fysieke ruimte maakt het onderzoek uitdagend. Het veiliger maken van de Westvlietweg blijft een belangrijke opgave. 2. Economie en bedrijvigheid Beoogd doelbereik: Het minimaal intensiveren, revitaliseren en verduurzamen van het huidige bedrijventerrein Westvlietweg III en daarnaast het mogelijk uitbreiden van het bedrijventerrein Westvlietweg om voldoende bedrijfsruimte en werkgelegenheid te bieden. Voldoende bedrijfsruimte en werkgelegenheid betekent dat er genoeg fysieke ruimte en faciliteiten zijn om bedrijven te huisvesten en te laten groeien, en dat er voldoende banen beschikbaar zijn voor de lokale bevolking. Aanpak: Vanwege het tekort aan ruimte voor bedrijven wordt het bedrijventerrein Westvlietweg III geïntensiveerd, gerevitaliseerd en mogelijk uitgebreid. Dit is essentieel voor het bieden van voldoende bedrijfsruimte en werkgelegenheid. Er is een toekomstvisie opgesteld voor het bedrijventerrein Westvlietweg III.
De landschappelijke inpasbaarheid in de Vlietzone en verkeersbelasting van de Westvlietweg zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. 3. Natuur, cultuurhistorie en water Beoogd doelbereik: Het versterken van de ecologische kwaliteit en het watersysteem, door het inrichten van het Vijfslagenlandschap als groen-/natuurgebied en het uitbreiden en versterken van de natuurwaarden en de ecologische kwaliteit in de Vlietzoom (bijvoorbeeld bij bedrijventerrein en sportvelden). Onderzoeken van de mogelijkheden om in de Vlietzoom een groen-blauwe dooradering te gerealiseerd, waarbij het (eventueel) nieuwe oppervlak aan Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) minimaal het oude oppervlak zo goed mogelijk benadert. De nieuwe groen-blauwe dooradering moet kwalitatief ecologisch hoogwaardig zijn. In de toekomst zal het gebied meer water moeten kunnen bufferen (langer water vasthouden en meer geleidelijk afvoeren). De cultuurhistorie in de Vlietzoom moet versterkt en zichtbaar gemaakt worden, door de toegankelijkheid te vergroten en belevingsplekken in te richten. 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
7
Projectgerelateerd
Aanpak: Het Vijfslagenlandschap wordt uitgebreid en versterkt als groengebied, onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Het plan 'Vlietweiden' van de Algemene Vereniging Natuurbescherming wordt hierbij betrokken. Daarnaast wordt onderzocht hoe op structuurniveau de natuurwaarden in het totaal van de Haagse Vlietzone kunnen worden versterkt. Het huidige watersysteem is onvoldoende toekomstbestendig. Water in het gebied stroomt af van de hoger gelegen delen naar de lager gelegen zone parallel aan de A4. Vervolgens loopt het via sloten en duikers richting het gemaal aan de noordoost zijde van het gebied. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied te versterken. 4. Sport en recreatie Beoogd doelbereik: Het reserveren van ca. 9,7 ha ruimte voor buitensportvoorzieningen. Het gebied toegankelijk en doorwaadbaar maken voor langzaam verkeer, én het gebied zelf als recreatieve bestemming aantrekkelijker maken. Aanpak: Uit onderzoek van Kybys blijkt de behoefte aan meer (buiten-)sportvoorzieningen in de Haagse Vlietzone. 5. Maatschappelijke voorzieningen en (tijdelijk) wonen Beoogd doelbereik: Ruimte bieden aan maatschappelijke voorzieningen zoals een islamitische begraafplaats van ca.
1,5 ha, een locatie voor de inname en voorzuivering van oppervlaktewater door Dunea, het verkennen van haalbaarheid van een afvalcluster en ruimte voor tijdelijke huisvesting (200 tot 600 woningen) voor zorgdoelgroepen en statushouders. Aanpak: Tijdelijke huisvesting voor zorgdoelgroepen en statushouders wordt meegenomen in de visie voor de Vlietzone, zoals aangegeven in het Doorbraakplan huisvesting. Het Schrepelpad is een kansrijke locatie voor een islamitische begraafplaats Naar de toekomst van het afvalcluster wordt onderzoek gedaan, waarbij de ook locaties in de Vlietzone in beeld zijn. Daarnaast moet er in de Vlietzone mogelijk ook ruimte komen voor een afvalcluster en drinkwatervoorziening: • Er wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een afvalcluster in de Vlietzone, met als doel op de huidige locatie van het afvalcluster in de Binckhorst een Waterfrontpark te realiseren dat bijdraagt aan de leefbaarheid in de Binckhorst/CID en de stad. • Dunea onderzoekt twee locaties voor de inname en voorzuivering van oppervlaktewater om aan de groeiende vraag naar drinkwater te voldoen. De Vlietzone (bedrijventerrein Westvlietweg III) is een van de onderzochte locaties, naast het Schrepelpad. Het beoogde doelbereik, inclusief aanpak, vormen bouwstenen voor de ontwikkeling voor het deel Vlietzone waar het Gebiedsprogramma zich op richt.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
8
Projectgerelateerd
3
Mer voor Gebiedsprogramma Vlietzone
3.1
Doel van de mer
Een mer en MER In deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) staat zowel de term mer als MER genoemd. Er zit verschil in definitie van deze termen: De milieueffectrapportage (afkorting mer) is een procedure die de milieueffecten van een plan in beeld brengt voordat de overheid daar een besluit over neemt. De onderzoeksresultaten van de mer worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (afkorting MER).
Een mer heeft als doel om het milieu een volwaardige plaats te geven binnen de bestuurlijke besluitvorming. Het milieuonderzoek dat wordt uitgevoerd levert informatie over de milieugevolgen van het voornemen: de gebiedsontwikkeling van Vlietzone. Op basis hiervan kunnen vanuit het milieuperspectief kansen en risico’s worden benoemd voor de verdere invulling van het Gebiedsprogramma. Deze informatie wordt gebruikt in de te nemen vervolgbesluiten, zoals een wijziging van het Omgevingsplan. Het MER geeft inzicht in de gecumuleerde milieugevolgen van verschillende milieuthema’s en -aspecten van de gehele gebiedsontwikkeling. Het MER schrijft geen resultaat voor. Na uitvoering van de milieuonderzoeken bij het MER blijft het aan het college dan wel de gemeenteraad om een integrale afweging te maken bij de vervolgbesluiten. Die integrale afweging gaat over meer dan alleen milieuaspecten.
3.2
Toelichting mer-plicht
Wanneer is sprake van een mer-plicht? Om het milieubelang volwaardig mee te kunnen nemen in de besluitvorming over projecten of plannen die (mogelijke) nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, moet in Nederland in sommige gevallen een milieueffectrapportage (mer) procedure worden doorlopen. In sommige gevallen kan eerst beoordeeld worden of dat nodig is. Er bestaan drie hoofdsporen die bepalen of een project of plan mer(beoordelings)plichtig is: 1) Het project staat in kolom 1 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarbij wordt er voldaan aan de gevallen zoals aangegeven in kolom 2 of kolom 3 én dient er een plan of vergunning gemaakt dan wel gewijzigd te worden, zoals opgenomen in kolom 4. Er is dan sprake van een project-merplicht. Als er een kaderstellend(e) visie, programma of plan voor een dergelijk project wordt vastgesteld is sprake van een plan-mer-plicht; 2) Er moet, vanwege mogelijke nadelige effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000gebied, een passende beoordeling gemaakt worden in combinatie met een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan. Ook dan is sprake van een plan-mer-plicht; 3) Het project is niet opgenomen in kolom 1 van Bijlage V (het valt niet onder hoofdspoor 1), maar er worden wel aanzienlijke effecten verwacht.
Wanneer is sprake van een plan-mer-plicht of plan-mer-beoordelingsplicht? Zoals aangegeven geldt dat voor kaderstellende plannen voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten zoals Gebiedsprogramma Vlietzone Den Haag een plan-mer-plicht geldt. In sommige gevallen hoeft echter niet een volledige plan-mer doorlopen te worden en kan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling. Of een plan-mer-plicht of plan-mer-beoordelingsplicht aan de orde is, volgt uit hoofdstuk 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en Bijlage V van het Omgevingsbesluit.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
9
Projectgerelateerd
Artikel 16.36 Omgevingswet bepaalt de hoofdregel. Het bevoegd gezag maakt voor een plan of programma bij de voorbereiding daarvan een milieueffectrapport (MER) als dat plan of programma het kader vormt van te nemen besluiten voor projecten. Het gaat dan om besluiten voor projecten als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid Omgevingswet (spoor 1). Het tweede lid bepaalt dat er een plan-mer van toepassing is, als er een passende beoordeling moet worden gemaakt (spoor 2). Onder bepaalde voorwaarden kan echter volstaan worden met een plan-mer-beoordeling waarin beoordeeld wordt of een volledige plan-mer nodig is. Dit volgt uit artikel 16.36, derde of vierde lid Omgevingswet en artikel 11.1 Omgevingsbesluit. In twee situaties kan een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd: 1) Er bestaat een uitzondering op de plan-mer-plicht voor plannen en programma’s (lid 1): a. Wanneer het plan of programma het gebruik bepaalt van kleine gebieden op lokaal niveau (“kleine gebieden regeling”), of b. Wanneer er sprake is van kleine wijzigingen van een plan of programma. Een plan-mer-beoordeling is in deze gevallen voldoende, tenzij uit de plan-mer-beoordeling blijkt dat er sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. In dat geval moet alsnog een volledige plan-mer uitgevoerd worden. In beide situaties kan er ook voor gekozen worden om gelijk een plan-mer te starten.
2) Er is sprake van een plan dat kaderstellend is voor projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in kolom 1 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan. Daardoor is het plan niet direct plan-mer-plichtig, maar kan er een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd (artikel 16.36, vierde lid Omgevingswet). Welke mer-(beoordelings)plicht is van toepassing op het programma voor de ontwikkeling van Vlietzone Den Haag? Vereiste planologische afwijking Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn – in aanloop naar het definitieve omgevingsplan – de voorheen vigerende bestemmingsplannen omgezet naar het zogenoemde “omgevingsplan van rechtswege” (ook wel: omgevingsplan tijdelijk deel). In de jaren na inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente het tijdelijk deel omzetten naar het definitieve omgevingsplan. Het voorgenomen programma past niet volledig binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het “omgevingsplan van rechtswege”. Daarom zal een afwijking van dit “omgevingsplan van rechtswege” vereist zijn om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Als eerste stap en als kader voor de benodigde wijziging van het omgevingsplan wordt daarom het Gebiedsprogramma opgesteld. Mer-plicht Gebiedsprogramma Vlietzone De ontwikkeling van het gebied Vlietzone Den Haag betreft een programma voor een omvangrijke gebiedsopgave.
Het project valt daarmee onder categorie J11 uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit: ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen. Ook kan de ontwikkeling worden aangemerkt als categorie J12 uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit: Landinrichtingsprojecten. Voor deze categorieën is geen directe mer-plicht van toepassing op basis van kolom 2. Wel is er op basis van kolom 3 en 4 zonder meer sprake van een merbeoordelingsplicht, omdat het programma de aanleg van een bedrijventerrein mogelijk maakt als onderdeel van het gebiedsprogramma. Voor Gebiedsprogramma Vlietzone wordt een volwaardig mer opgesteld. Omdat het een ruimtelijk plan is dat kaderstellend is voor later te nemen mer-plichtige - of mer-beoordeling plichtige besluiten (zoals aanleg van een nieuwe weg, ontwikkeling bedrijventerrein, woningbouw of waterzuivering). Daarnaast is sprake van een omvangrijke ontwikkeling waarbij significante effecten niet kunnen worden uitgesloten. Ook kan er sprake zijn van een mer-plicht als zou blijken dat er een zogenaamde Passende beoordeling moet worden 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
10
Projectgerelateerd
opgesteld. Dat is een nader onderzoek dat wordt voorgeschreven in Europese richtlijnen en de Wet natuurbescherming, als uit een eerste toets (voortoets) blijkt dat het plan kan leiden tot significant negatieve effecten op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.
3.3
Eerste stap in de mer-procedure: Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Bij een ontwikkeling als deze moet de gemeente openbaar kennisgeven van de start van de mer- procedure en moet de gemeente de andere bestuursorganen en adviseurs raadplegen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER (o.a. provincie, waterschap, veiligheidsregio). Daartoe is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Gebiedsprogramma Vlietzone opgesteld. De gemeente stelt eenieder in de gelegenheid om te reageren op de NRD; niet alleen de bestuursorganen en adviseurs. Een NRD is bedoeld om betrokkenen te informeren over het uit te voeren milieuonderzoek en de gelegenheid te geven een reactie in te dienen over dat onderzoek. Waarop moet het onderzoek zich vooral gaan richten, wat is minder belangrijk, en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven? ‘Reikwijdte' staat voor de onderwerpen die het MER moet behandelen: welke alternatieven of varianten moeten onderzocht worden en welke milieuaspecten zijn relevant in dit onderzoek? Bij ‘detailniveau' draait het om de vraag hoe uitgebreid en op welk schaalniveau de verschillende milieuaspecten onderzocht moeten worden en op welke manier dat onderzoek moet worden uitgevoerd. Tegelijkertijd met de algemene mogelijkheid om te reageren, wordt de NRD ter advisering aan de Commissie mer voorgelegd. Dit is een facultatieve (niet-verplichte) stap in de procedure.
De Commissie toetst of de NRD alle informatie bevat die nodig is om het milieubelang volwaardig te kunnen onderzoeken in het MER. De NRD en de reacties op de NRD zijn bouwstenen voor het op te stellen MER. Met de ingediende reacties en het advies van de Commissie mer wordt zoveel mogelijk rekening gehouden in het op te stellen MER. In het MER wordt aangegeven hoe met de reacties is omgegaan. Het MER wordt uiteindelijk bij afronding weer getoetst door de Commissie mer. De komende periode worden de milieuonderzoeken in het kader van het MER uitgevoerd. Het MER wordt bij het ontwerp-gebiedsprogramma voor de Vlietzone ter inzage gelegd.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
11
Projectgerelateerd
4
Alternatieven in het MER
4.1
Inleiding
De (locatie)keuze om in de Vlietzone ruimte te bieden voor ontwikkelingen is gemaakt in het kader van de Omgevingsvisie. De gevolgen van de in de Omgevingsvisie gemaakte keuzen zijn beschreven in het MER voor de Omgevingsvisie (Omgevingseffectrapportage, OER). In de Ontwerp-Omgevingsvisie Den Haag 2050 wordt de Vlietzone aangemerkt als “duurzaam werk- en recreatielandschap. Een gebied dat transformeert van een stadsrandzone naar een gebied met ruimte voor recreatie, natuur, sport en economische functies en verbeterde bereikbaarheid”. In een MER moeten, naast de voorgenomen activiteit, ook de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven worden onderzocht. Er dient ook een vergelijking te worden gemaakt tussen de mogelijke milieugevolgen bij de autonome ontwikkeling en die bij de voorgenomen activiteit en bij mogelijke alternatieven. De ontwikkeling van de Vlietzone wordt uitgewerkt in het Gebiedsprogramma. Het onderzoek naar de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling en eventueel redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven, zal zich daarom focussen op de invulling van het Vlietzone op basis van de uitgangspunten in het Gebiedsprogramma.
4.2
Referentiesituatie: autonome ontwikkelingen
In een MER worden de effecten van de voorgenomen ontwikkeling van de Vlietzone vergeleken met de referentiesituatie. Dit is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als de voorgenomen ontwikkeling niet wordt gerealiseerd. De referentiesituatie is gebaseerd op de huidige milieusituatie en de gevolgen van autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Het beschrijven van de referentiesituatie vraagt om een analyse van hoe het gebied er in de toekomst uitziet bij ongewijzigd beleid. Hierbij wordt uitgegaan van de bestaande toestand en concrete ontwikkelingen waarvoor al besluiten zijn genomen, zoals omgevingsvergunningen en bijvoorbeeld ook de ontwikkelingen op onder andere gebiedsontwikkeling Binckhorst, de GAVI-kavel 1 en het Central Innovation District. Daarnaast wordt rekening gehouden met de verwachte autonome ontwikkeling van verkeer en de afwikkeling daarvan. De uitgangspunten voor de referentiesituatie in het MER omvatten: • De bestaande situatie aangevuld met vastgestelde korte termijn ontwikkelingen. • De verwachte autonome ontwikkeling op basis van toekomstige generieke ontwikkelingen (met een horizon van circa 15 tot 20 jaar). Het MER brengt de referentiesituatie in beeld aan de hand van bestaande gegevens, modellen en beleid van de gemeente Den Haag.
4.3
Totstandkoming alternatieven/modellen
Als onderdeel van het voornemen om de Haagse Vlietzone te ontwikkelen zijn (in Q 4 2024 – Q1 2025) 3 modellen (integrale vergezichten / gebiedsscenario’s) opgesteld waar alle belangen en ruimteclaims in meegenomen zijn. Dit zijn de alternatieven die in dit MER onderzocht worden met de volgende namen: (1) knooppunt, (2) Oude Vliet/Nieuwe Polder en (3) Sterke Clusters. 1
De GAVI-kavel is een terrein in Den Haag, gelegen bij het Prins Clausplein, tegenover net buiten de Vlietzone en aan de andere kant van de snelweg A4. Dit gebied wordt momenteel ontwikkeld voor verschillende doeleinden, waaronder de bouw van een nieuwe tramremise voor HTM, de openbaarvervoermaatschappij van Den Haag. 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
12
Projectgerelateerd
In de afgelopen jaren heeft de gemeente Den Haag verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de sportvoorzieningen, verkeer, cultuurhistorie en bedrijventerrein Westvlietweg in de Haagse Vlietzone. Deze onderzoeken zijn de bouwstenen geweest de totstandkoming van de drie modellen. De volledige onderzoeken zijn te vinden op de website van de gemeente. De belangrijkste uitkomsten zijn: • In de gemeenten die grenzen aan de Vlietzoom is er in 2040 een ruimtevraag van ca 9 ha voor sportvoorzieningen. Tussen nu en 2035 (korte en middellange termijn) is vooral behoefte aan extra ruimte voor voetbal, hockey en rugby. In vier ruimtelijke scenario’s zijn potentieel geschikte locaties in de Vlietzoom onderzocht: o.a. het gebied ten oosten van het huidige sportpark (Driepolderslagen), delen van de golfbaan, het gebied achter het bedrijventerrein Westvlietweg en rondom het huidige tennispark Leeuwenbergh. • De huidige verkeersintensiteit en weginrichting van de Westvlietweg past niet bij de omgeving. Een herinrichting van de Westvlietweg kan alleen gerealiseerd worden als er eerst een alternatieve ontsluiting voor het bedrijventerrein komt. Hiervoor zijn drie varianten benoemd. Alle drie de varianten hebben verschillende uitdagingen. • Het landschap van de Vlietzoom heeft een gelaagde en complexe ontstaansgeschiedenis. Vanaf ca.
1960 kent het gebied door ingrijpende en grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen een grote mate van versnippering. Er ligt een grote opgave om de visueel-ruimtelijke samenhang van het landschap te vergroten, waarbij de cultuurhistorische identiteit van het gebied als inspiratiebron en toetsingskader wordt benut. • Er is een urgente behoefte aan uitbreiding van bedrijfsruimte op bedrijventerrein Westvlietweg, met een geschatte vraag van circa 12 hectare. Het MER toetst aan de hand van alternatieven. Voor een MER is het essentieel om alternatieven te onderzoeken die breed genoeg zijn om een volledig beeld te krijgen van de mogelijke milieueffecten. Dit zorgt ervoor dat de besluitvorming goed onderbouwd is en dat de beste keuzes gemaakt kunnen worden voor de ontwikkeling van een gebied. Door de drie modellen te onderzoeken, kan het MER een breed overzicht aan milieueffecten in kaart brengen en evalueren. De drie ontwikkelmodellen voor de Haagse Vlietzone in het gebiedsprogramma bieden voldoende variatie om als alternatieven te dienen voor het MER. Werken met de ontwikkelmodellen helpt de gemeente om het gesprek over de toekomst van de Vlietzone te voeren. Deze modellen verkennen de randen van de mogelijke ontwikkelingen. Ze zijn integraal en beschouwen verschillende aspecten van de ontwikkeling in samenhang, zoals ecologie, economie, en ruimtelijke ordening.
Figuur 4-1 Overzicht modellen / alternatieven Vlietzone Den Haag
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
13
Projectgerelateerd
Tabel 4-1 Overzicht modellen / alternatieven Vlietzone Den Haag
Model Oude Vliet / Nieuwe Polder
Functies
Model Knooppunt
Mobiliteit
Nieuwe ontsluiting voor zwaar verkeer, Westvlietweg deels afwaarderen naar 30 km/u
Nieuwe auto-ontsluiting, Westvlietweg deels afwaarderen naar 30 km/u
Nieuwe langzaamverkeersroute en een nieuwe fietsbrug. Westvlietweg ongewijzigd
Economie en bedrijvigheid
Ontwikkeling en uitbreiding van bedrijvigheid rondom Pr. Clausplein
Ontwikkeling van bedrijvigheid met grotere maat en schaal langs A4
Beperkte uitbreiding van bedrijvigheid
Groene gebieden bij bedrijvigheid-cluster
Natte moeraszone langs de A4 voor verbinding westelijke en oostelijke deel Vlietzoom Water- en groensysteem met sterke eilanden
Water- en groensysteem met sterke eilanden
Sport en recreatie
Uitbreiding van sportfaciliteiten in noordoostelijke cluster
Sportfaciliteiten in het nieuwe polderlandschap en recreatie langs de Vliet
Sport verspreid in het gebied. Langzaam-verkeersroute en de nieuwe fietsbrug
Maatschappelijke voorzieningen en (tijdelijk) wonen
Ontwikkeling van islamitische begraafplaats, drinkwatervoorziening, afvalcluster en kleinschalig (tijdelijke) woningen
Ontwikkeling van islamitische begraafplaats, drinkwatervoorziening, afvalcluster en (tijdelijke) woningen langs de Vliet
Ontwikkeling van islamitische begraafplaats, drinkwatervoorziening en kleinschalig (tijdelijke) woningen
Natuur, cultuurhistorie en water
Model Sterke clusters
Het doel van deze modellen is om afhankelijkheden te ontdekken en een basis te leggen voor toekomstige ruimtelijke afwegingen. Door de modellen te analyseren, worden de voor- en nadelen van verschillende benaderingen duidelijk en hoe deze elkaar beïnvloeden. Uiteindelijk wordt er een nieuw, geïntegreerd model ontwikkeld. Dit nieuwe model combineert kansrijke elementen van de verschillende scenario's. Het beoordelingskader van het MER is zodanig opgebouwd dat de milieueffecten van de modellen worden getoetst aan de hand van de 5 ontwikkelambities van de gemeente voor de Vlietzone (Mobiliteit, Werken, wonen, Natuur en water, Sport, recreatie en maatschappelijke voorzieningen). De drie alternatieven worden in de volgende paragrafen inhoudelijk toegelicht.
4.4
Model Knooppunt
Algemeen: Model Knooppunt gaat uit van een ontwikkeling van bedrijvigheid langs de A12 as. Er liggen kansen om het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg beter te benutten en uit te breiden. Dat ligt in het verlengde van de GAVI- kavel (geen onderdeel van deze studie). Beide gebieden worden ontsloten door een toegangsweg, die vanaf de Ypenburgse Stationsweg, over de GAVI-kavel en onder het Knooppunt Prins Clausplein, de Vlietzoom ontsluit voor zwaar verkeer. Hierdoor ontstaan kansen om de bestaande Westvlietweg af te waarderen naar een 30 km/u weg met meer ruimte voor de fiets en een groene inrichting langs de Vliet. Aan weerzijden van het bedrijvigheid-cluster bevinden zich grote aaneengesloten groengebieden voor sport, groen en recreatie. Aan de noordoostzijde wordt de gewenste uitbreiding van sport voorzien, aan de zuidwestzijde is het golfterrein geclusterd tot 1 gebied. In de toekomst is het denkbaar dat een halte van de Koningscorridor in de Vlietzoom komt te liggen.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
14
Projectgerelateerd
Figuur 4-2 Concept ontwikkelvisie Model Knooppunt Vlietzone Den Haag (bron: BVR en gemeente Den Haag)
1. Mobiliteit Het model voorziet in een nieuwe ontsluitingsweg voor zwaar verkeer en nood- en hulpdiensten via een doorsteek vanaf de Ypenburgse Stationsweg voor een zo rechtstreeks mogelijke ontsluiting van het bedrijventerrein. De grote vermindering van de hoeveelheid vrachtverkeer maakt het mogelijk om de Westvlietweg af te waarderen naar een 30 km/u weg en in te richten als fietsstraat. Hierdoor verliest de Westvlietweg de functie van ontsluiting voor nood- en hulpdiensten. Deze veranderingen verbeteren de veiligheid en toegankelijkheid voor recreatief (fiets) gebruik o.a. op de Westvlietweg en de Spoorlaan. Een OV halte in de toekomstige Koningscorridor met brug/tunnel over de A12 zorgt voor een goede aansluiting op het OV netwerk van delen van het sportcluster en het bedrijfscluster. 2 2. Economie en bedrijvigheid Het model gaat uit van de ontwikkeling en uitbreiding van bedrijvigheid langs de A12, door het beter benutten en uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg. Dit biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid in de stad en de regio. 3. Natuur, cultuurhistorie en water Het model creëert groene gebieden aan weerszijden van het bedrijvigheid-cluster, wat bijdraagt aan de groene infrastructuur en de ecologische waarde van het gebied. Dit bevordert de integratie van groen en stedelijke ontwikkeling.
De groene gebieden voorzien in de noodzakelijke waterberging, met name op de overgangen tussen bedrijfscluster en groen.
2
Voor meer inzicht in de mobiliteitsstructuur van dit model, zie verkeersonderzoek Westvlietweg (Antea Group): https://www.denhaag.nl/nl/verbouwen-en-wonen/ontwikkelingen-in-de-stad/gebiedsprogramma-vlietzone/ 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
15
Projectgerelateerd
4. Sport en recreatie Het model voorziet in de uitbreiding van sportfaciliteiten aan de noordoostzijde en clustering van het golfterrein aan de zuidwestzijde. Dit vergroot de mogelijkheden voor sport en recreatie in de Vlietzone. Een fijnmazig voetgangersnetwerk versterkt de toegankelijkheid van de groengebieden (kamers) en verbindt groen/sport met de omliggende woon- en werkgebieden. 5. Maatschappelijke voorzieningen en wonen Het model voorziet in de realisatie van een islamitische begraafplaats, een drinkwatervoorziening, afvalcluster en (tijdelijke) woningen.
4.5
Model Oude Vliet / Nieuwe Polder
Algemeen: Het model Nieuwe polder/oude Vliet gaat uit van 2 ordenende landschappen. De eerste is die van de nieuwe polder. Op de overgang van strandwallen naar polder zorgt de natte moeraszone langs de A4 voor de nodige waterberging in het gebied. Met een duiker onder de A12 is het westelijke deel van de Vlietzoom verbonden met het oostelijke deel. Water kan zo worden afgevoerd richting het gemaal. Bij dit nieuwe landschap passen ontwikkelingen met een grotere maat en schaal, zoals bedrijvigheid en sport. Deze worden ontsloten met een nieuwe auto-ontsluiting vanaf de Laan van Hoornwijck. De alternatieve ontsluiting zorgt ervoor dat de bestaande Westvlietweg afgewaardeerd kan worden. Het tweede landschap vormt zich langs/parallel aan de Westvlietweg. Hier staat de identiteit van de historische Vliet met haar buitenplaatsen centraal. Deze zone is kleinschaliger, groener en rustiger. De weerszijden van de Vliet vormen 1 doorlopend landschap.
Figuur 4-3 Concept ontwikkelvisie Model Oude Vliet/ Nieuwe Polder Den Haag (bron: BVR en gemeente Den Haag)
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
16
Projectgerelateerd
1. Mobiliteit Het model voorziet in een nieuwe auto-ontsluiting langs de A4, vanaf de Laan van Hoornwijck. Hierdoor ontstaat een zo rechtstreeks mogelijke ontsluiting van de bedrijven voor (zwaar) verkeer. Dit vermindert de verkeersdruk op de Westvlietweg en ontsluit de functies via de achterkant van de Vliet. Hierdoor kan de Westvlietweg worden afgewaardeerd, wat de veiligheid en toegankelijkheid voor recreatief (fiets)gebruik verbetert. De nieuwe ontsluiting langs de A4 neemt de functie als ontsluiting voor nooden hulpdiensten over van de Westvlietweg. Dit model voorziet niet in een OV halte. 3 2. Economie en bedrijvigheid Het model richt zich op ontwikkelingen met een grotere maat en schaal, zoals bedrijvigheid langs de A4/nieuwe polder. Dit biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid in de regio. 3. Natuur, cultuurhistorie en water De natte moeraszone langs de A4 zorgt voor waterberging en verbindt het westelijke en oostelijke deel van de Vlietzoom. Dit bevordert de waterafvoer en draagt bij aan een klimaatbestendig watersysteem. 4. Sport en recreatie Het model voorziet in sportfaciliteiten in het nieuwe polderlandschap en een kleinschaliger, groener en rustiger zone langs de historische Vliet. Dit vergroot de mogelijkheden voor sport en recreatie en versterkt de identiteit van het gebied.
Daarbij richt het model zich op intensieve sport voor grotere doelgroepen. Er is daardoor geen ruimte voor golf. 5. Maatschappelijke voorzieningen en wonen Het model voorziet in de realisatie van een islamitische begraafplaats, een drinkwatervoorziening en afvalcluster. Bovendien ontstaan kansen voor (tijdelijk) wonen langs de Westvlietweg als gevolg van de verplaatsing van (zware) bedrijvigheid naar de A4 zone.
4.6
Model Sterke Clusters
Algemeen Het model Sterke clusters gaat uit van sterk gedefinieerde clusters die verbonden zijn met een aantrekkelijke langzaam-verkeersroute die door het gebied loopt. Groen en water bepalen in grote mate de randen van de clusters, zodat een samenhangende en verbonden groenstructuur ontstaat. Dit model heeft geen nieuwe ontsluitingsweg voor (zwaar) verkeer, wat betekent dat er ook geen of nauwelijks uitbreiding van bedrijvigheid kan plaatsvinden op de Vlietzoom. Al het verkeer blijft op de Westvlietweg. Deze kan in dit model dus niet worden afgewaardeerd. Mede daarom ligt er een langzaam- verkeersroute door het gebied, parallel aan de Vliet, die een alternatief vormt voor de Westvlietweg voor fietsers en voetgangers. Het vergroot de doorwaadbaarheid van het gebied. Een nieuwe fietsbrug, ter hoogte van de Nieuwe Tolbrug, over de Vliet en de Westvlietweg zal een veilige verbinding bieden. 1. Mobiliteit Het model voorziet in een langzaam-verkeersroute parallel aan de Vliet, wat een aanvulling is voor fietsers en voetgangers en de doorwaadbaarheid van het gebied vergroot. Een nieuwe fietsbrug bij de Nieuwe Tolbrug zorgt voor een veilige verbinding. Er komt echter geen nieuwe ontsluitingsweg voor zwaar verkeer, waardoor de Westvlietweg niet kan worden afgewaardeerd. 4
3
Voor meer inzicht in de mobiliteitsstructuur van dit model, zie verkeersonderzoek Westvlietweg (Antea Group): https://www.denhaag.nl/nl/verbouwen-en-wonen/ontwikkelingen-in-de-stad/gebiedsprogramma-vlietzone/ 4 Voor meer inzicht in de mobiliteitsstructuur van dit model, zie verkeersonderzoek Westvlietweg (Antea Group): https://www.denhaag.nl/nl/verbouwen-en-wonen/ontwikkelingen-in-de-stad/gebiedsprogramma-vlietzone/ 26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
17
Projectgerelateerd
Figuur 4-4 Concept ontwikkelvisie Model Sterke Clusters Den Haag (bron: BVR en gemeente Den Haag)
2. Economie en bedrijvigheid Het model voorziet niet in de uitbreiding van bedrijvigheid op de Vlietzoom, aangezien er geen nieuwe ontsluitingsweg voor zwaar verkeer is. Dit beperkt de mogelijkheden voor economische groei en werkgelegenheid in de regio. 3. Natuur, cultuurhistorie en water Het water- en groensysteem richt zich op het vormen van sterke eilanden, wat bijdraagt aan de ecologische waarde en de groene infrastructuur van het gebied. 4. Sport en recreatie De langzaam verkeersroute en de nieuwe fietsbrug verbeteren de recreatieve mogelijkheden voor fietsers en voetgangers, wat bijdraagt aan de leefbaarheid en het welzijn van de bewoners. 5. Maatschappelijke voorzieningen en wonen Het model voorziet in de realisatie van een islamitische begraafplaats, een drinkwatervoorziening en (tijdelijke) woningen. Het afvalcluster heeft geen plek in dit model.
4.7
Scenario afvalcluster
Gemeente Den Haag verkent de mogelijkheid om een afvalcluster te realiseren in de Vlietzone, ter hoogte van het bestaande bedrijventerrein. Dit afvalcluster vervangt dan de huidige afvaloverslag in de Binckhorst, dat plaats moet maken voor de aanleg van het Waterfrontpark. Het afvalcluster is watergebonden. Dat wil zeggen dat afval per watertransport wordt afgevoerd via de Vliet. Het scenario waarbij een afvalcluster wordt ontwikkeld in de Vlietzone maakt onderdeel uit van de modellen Knooppunt en Oude Vliet / Nieuwe Polder. Het scenario afvalcluster maakt geen deel uit van het model Clusters.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
18
Projectgerelateerd
Figuur 4-5. Scenario Afvalcluster (bron BVR en gemeente Den Haag)
Afzonderlijke van het Gebiedsprogramma Vlietzone en het bijbehorende MER (waarvoor deze NRD is opgesteld), wordt er een studie gedaan naar de toekomst van het afvalcluster op de Binckhorst. De resultaten/keuzes daarvan worden verwacht voor vaststelling van het gebiedsprogramma. Het is dus nog onzeker of de ontwikkeling van het Afvalcluster wordt meegenomen in het plangebied. Daarom wordt deze optie als scenario meegewogen in de effectbeoordeling. Daarmee wordt in het MER voorgesorteerd op de ontwikkeling en worden maximale milieueffecten als gevolg van het afvalcluster vooraf in beeld gebracht. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de effecten op Geur of Bodem en wordt daarom als scenario overwogen in het MER. Door de maximale milieueffecten te onderzoeken, ontstaat een compleet beeld van de mogelijke gevolgen van het totale project. Dit helpt bij het identificeren van alle risico's en kansen, waardoor beter geïnformeerde beslissingen kunnen worden genomen.
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
19
Projectgerelateerd
4.8
Ontwikkelprogramma modellen
Zoals beschreven heeft ieder model een eigen unieke invulling voor de Vlietzone. Uit elk van de drie modellen volgt op hoofdlijnen een mogelijk ontwikkelprogramma. Het ontwikkelprogramma geeft (enkel) een beeld van de intensiteit van de verschillende functies in het gebied. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de ruimtevragen, gebaseerd op de schetsmatige uitwerking van de drie modellen. Tabel 4-2 Referentiesituatie en ontwikkelprogramma Vlietzone Den Haag
Referentie
Opp.
Opp.
38 ha
36 ha
58 ha
46 ha
68 ha
80 ha
86 ha
68 ha
Natuur 5 slagenlandschap
-
13 ha
13 ha
13 ha
Waterberging
22 ha
Nader te bepalen
Nader te bepalen
Nader te bepalen
Natuur overig
-
12 ha
21 ha
6 ha
Cultuurhistorie
11 ha
11 ha
11 ha
11 ha
Volkstuinen
18 ha
15 ha
14 ha
14 ha
Park
11 ha
12 ha
10 ha
20 ha
65 ha
71 ha
33 ha
75 ha
2 ha
1,5 ha
2,3 ha
2
Economie en bedrijvigheid Bedrijventerrein Natuur, cultuurhistorie en water
Sport en recreatie Sport (incl. golf)
5
Sterke Clusters
Opp.
Mobiliteit
4
Oude Vliet/Nieuwe Polder
Opp. 1
3
Knooppunt
Maatschappelijke voorzieningen en wonen Islamitische begraafplaat Drinkwatervoorziening Dunea
-
1,5-3 ha
1,5-3 ha
1,5-3 ha
Afvalcluster
-
8 ha
7 ha
-
Woningen
22 ha
24 ha
31 ha
24 ha
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
20
Projectgerelateerd
5
Aanpak milieuonderzoeken
5.1
Beoordelingsmethodiek
De kern van het MER is dat de belangrijkste gevolgen van de ontwikkelingsmogelijkheden op het milieu overzichtelijk in beeld worden gebracht. Het detailniveau van het MER moet aansluiten op het detailniveau van het gebiedsprogramma. Het gebiedsprogramma vormt de basis voor verdere uitwerking, ontwikkeling van- en planologische besluitvorming over- omgevingsplanwijzigingen en omgevingsvergunningen. Het geeft ambities, doelstellingen, uitgangspunten en randvoorwaarden voor nadere uitwerking van deelgebieden. Het gebiedsprogramma heeft nog niet zo’n concreet detailniveau dat het mogelijk en zinvol is om uitgebreid te rekenen of te modelleren voor het milieuonderzoek. Het is hoofdzakelijk een kaderstellend plan dat er baat bij heeft om op hoofdlijnen getoetst te worden, zodat ruimtelijke keuzes voor de verdere planuitwerking gemaakt kunnen worden, gefundeerd vanuit milieuoogpunt. Detaillering in milieuonderzoek volgt vervolgens bij het uitwerken van het te wijzigingen omgevingsplan en de omgevingsvergunningen. Methodiek milieueffecten In het MER worden de effecten (positief en negatief) van het project op verschillende milieuaspecten in beeld gebracht en vergeleken met de referentiesituatie. Per aspect worden één of meer criteria gebruikt voor de effectbeoordeling. De effecten worden beoordeeld met behulp van de vijfpunt beoordelingsschaal zoals weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel 5-1 Scoremethodiek milieueffecten
Score
Toelichting score (ten opzichte van de referentiesituatie)
++
Zeer positieve bijdrage/effect
+
Positieve bijdrage/effect
0
Gelijkblijvend/neutraal
-
Negatieve bijdrage/effect
--
Zeer negatieve bijdrage/effect
Methodiek doelbereik Naast het beoordelen op milieueffecten, wordt ook gekeken of de gestelde ambities bereikt worden met de functies in een model/alternatief. De mate van doelbereik wordt uitgedrukt in smileys, om onderscheid te maken met de milieueffecten. Tabel 5-2 Scoremethodiek doelbereik
Score
Toelichting score doelbereik
😊
Voldoende bijdrage aan ambities
😐
Geen/onvoldoende bijdrage aan ambities
☹
Negatieve bijdrage aan ambities
Beoordeling functies per model/alternatief Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn er in de Haagse Vlietzone vijf functies aanwezig en gewenst (mobiliteit, economie & bedrijventerrein, natuur, cultuurhistorie & water, sport & recreatie en maatschappelijke voorzieningen & wonen). De drie modellen/alternatieven voor ontwikkeling van de Haagse Vlietzone hebben elk een eigen invulling voor deze vijf functies (zie hoofdstuk 4). In het MER zullen de functie per model/alternatief beoordeeld worden op effecten. De effectbeoordeling geeft daarmee niet zozeer een
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
21
Projectgerelateerd
totaalbeeld van effecten voor één model/alternatief, maar laat juist per functie de effecten zien. Met deze resultaten kan een voorkeursalternatief gekozen worden wat een combinatie kan zijn van functies uit verschillende modellen (bijvoorbeeld mobiliteit uit model Knooppunt en economie en bedrijvigheid uit model Sterke Clusters). In onderstaande tabel is een voorzet gedaan voor de manier van beoordelen. Bij de beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen het effect van het programma op de omgeving ( ) en het effect binnen de Vlietzone ( ). De effecten worden bepaald voor het referentiejaar 2040. Tabel 5-3 Wijze van beoordelen van milieueffecten
Functies
Mate beoogd doelbereik
1. Mobiliteit
😊
+
++
-
+
-
?
?
?
2. Economie en bedrijvigheid
☹
-
-
-
--
?
?
?
?
3. Natuur, cultuurhistorie en water
😐
-
--
-
?
?
?
?
?
4. Sport en recreatie
😐
0
0
?
?
?
?
?
?
5. Maatschappelijke voorzieningen en wonen
😊
-
?
?
?
?
?
?
?
Thema
Verkeer en vervoer
Luchtkwaliteit
Geluid en trilling
Ecologie
Etc.
= effect van programma op de omgeving (studiegebied) = effect van het programma binnen het plangebied
5.2
Beoordelingskader
Doel van het MER is om de relevante milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling en de alternatieven c.q. varianten inzichtelijk te maken. De volgende tabel (concept beoordelingskader) geeft voor de verschillende relevante milieuthema’s aan de hand van welke criteria de effectbeoordeling naar verwachting wordt uitgevoerd. Tabel 5-4 Beoordelingskader MER Gebiedsprogramma Vlietzone
Thema
Verkeer en vervoer
Aspect
Beoordelingscriteria
Methode
Bereikbaarheid
Afwikkeling en (duurzame) bereikbaarheid per voet, fiets, OV en auto verbindingen
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheidsrisico’s, oversteekbaarheid Scheiding verschillende verkeersstromen
Parkeren
Aanbod parkeervoorzieningen (auto, fiets, deelmobiliteit)
Wegverkeer
Geluidniveaus op geluidgevoelige gebouwen binnen en buiten het plangebied
Kwantitatief en kwalitatief
Spoorverkeer
Geluidniveaus op geluidgevoelige gebouwen binnen het plangebied.
Kwalitatief
Kwalitatief
Geluid en trilling
26 juni 2025
BK5881-RHD-RP-1
22
Projectgerelateerd
Thema
Aspect
Beoordelingscriteria
Methode
Industrielawaai
Geluidniveaus op geluidgevoelige gebouwen binnen en buiten het plangebied.
Kwalitatief
Trillingen
Effect van trillingen op leefbaarheid en bruikbaarheid woningen en voorzieningen
Kwalitatief
Concentraties
Verandering concentraties en toets aan juridische maakbaarheid op basis van NIBM, WHO en EUgrenswaarden.
Kwalitatief
Geurhinder
Geurcontouren nieuwe activiteiten (bedrijven en/of afvalcluster)
Kwalitatief
Luchtkwaliteit
Natuur
Gebiedsbescherming Soortenbescherming
Effect op beschermde soorten (ook licht, geluid als gevolg van sport)
Biodiversiteit
Effect op de biodiversiteit
Plaatsgebonden risico
Ligging risicocontouren, plaatsgebonden risico (PR), Brandaandachtsgebied: Explosieaandachtsgebied Gifwolkaandachtsgebied.
Externe veiligheid Aandachtsgebieden
Geur
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
26 juni 2025
Natuurnetwerk Nederland & Natura 2000-gebied & ecologische structuren, waarbij verstoring, vernietiging, versnippering, verdroging, vernatting, verzuring en verstedelijking optreedt
Kwalitatief
Kwalitatief
Ontwikkeling van woonbebouwing in aandachtsgebieden, daarmee toetsing aan het lokale beleid van de Provincie Zuid-Holland.
Geurhinder
Effecten op stankoverlast en geurhinder door industrie
Landschap en cultuurhistorie
Invloed op landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Archeologie
Beschouwing van aanwezige en te verwachten archeologische waarden