CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322968 Intergemeentelijk gebiedsprogramma doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

DSO/10913573 RIS322968 Contactpersoon

Aan de gemeenteraad

Boris ter Bals Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Projecten Datum

Telefoonnummer

22 augustus 2025

14070 E-mailadres

boris.terbals@denhaag.nl

Onderwerp

Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanaf dat moment heeft de gemeente Den Haag - net als alle andere gemeenten – op grond van artikel 3.5 Omgevingswet de mogelijkheid om een vrijwillig programma op te stellen. Het programma kan ingezet worden voor sectorale, multisectorale of gebiedsgerichte uitwerking van beleid. Vaststellen van een programma is op grond van artikel 3.4 omgevingswet de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Een programma is zelfbindend, dat betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt. Het programma vormt daarmee een kader voor nadere uitwerking in een omgevingsplan om daarmee de in het programma beleidsmatig vastgelegde en gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving juridisch planologisch te borgen. Het document dat hier voor u ligt is het ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie’ (hierna: ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma’). Hierin hebben de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gezamenlijk De Vlietlijn uitgewerkt (deel B), en beschrijft de gemeente Den Haag daarnaast individueel het Gebiedsprogramma ‘Doorontwikkeling Binckhorst en Geothermie’ (deel C). In deel D worden de milieueffecten en het vervolg beschreven.

De milieueffecten hebben betrekking op alle drie de onderdelen: doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en de geothermiecentrale.

Afbeelding 2 Opbouw in delen van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10913573

De opgave is intergemeentelijk, omdat het tracé van De Vlietlijn gelegen is in alle drie de gemeenten en de mobiliteitsmaatregelen voor alle drie de gemeenten relevant zijn. Daarnaast is de doorontwikkeling van de Binckhorst niet alleen van invloed op de mobiliteitsdruk in het gebied zelf, maar ook op de omliggende gemeenten. Vanwege deze samenhang is gekozen voor een Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Door samen te werken kunnen Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg zorgen voor een goed afgestemde en efficiënte inpassing van De Vlietlijn. Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma voorkomt daarmee versnippering en biedt duidelijke kaders voor besluitvorming, waarbij elke gemeente verantwoordelijk blijft voor de vaststelling van die onderdelen op haar eigen grondgebied. Inhoud ontwerp gebiedsprogramma Deel A: Deel A betreft de algemene inleiding van het intergemeentelijk gebiedsprogramma. Hier wordt kort toegelicht wat een (intergemeentelijk) gebiedsprogramma is en waarom ervoor gekozen is dit intergemeentelijke gebiedsprogramma op te stellen. Ook wordt hier kort de inhoud van het gebiedsprogramma toegelicht en een toelichting gegeven op het bijbehorende plan-MER. Deel B: In het deel De Vlietlijn (deel B) van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma wordt de inpassing van de nieuwe HOV-tramverbinding in de drie gemeenten beschreven.

Het project De Vlietlijn is een zogeheten MIRT-project. MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT zijn projecten en programma’s opgenomen waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland (zie deel B, vanaf paragraaf 1.2). De Vlietlijn is een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding die Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg met elkaar en met het stedelijk gebied in de regio verbindt. Deze HOVtramverbinding is essentieel om de groeiende mobiliteitsvraag op te vangen als gevolg van de stedelijke ontwikkeling. Deel C: In het deel ‘Doorontwikkeling Binckhorst’ (deel C) van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma worden de verdere transformatie van de Binckhorst en de aanleg van de Geothermiecentrale beschreven. De Binckhorst was oorspronkelijk een traditioneel bedrijventerrein en ontwikkelt zich nu tot een hoogstedelijke woon-werkomgeving. Het plan is om circa 7000 extra woningen te realiseren met de bijbehorende voorzieningen, groen en openbare ruimte. Daarnaast is ook ruimte voor nieuwe bedrijvigheid die past binnen het gemengde karakter van de Binckhorst. De Binckhorst is gunstig gelegen ten opzichte van uitvalswegen en openbaar vervoer, wat de transformatie ondersteunt. De doorontwikkeling van de Binckhorst sluit bovendien goed aan op de bredere stedelijke verdichtingsopgave.

Hierbij wordt door de Haagse regio een belangrijke bijdrage geleverd aan de nationale woningbouwopgave. De Binckhorst is dan ook niet voor niets door het rijk aangewezen als één van de 24 doorbraaklocaties voor gebiedsontwikkeling. Dankzij de transformatie wordt het gebied bovendien duurzamer en leefbaarder. Zo is er meer ruimte voor groen (door realisatie van het Waterfrontpark, maar ook in de openbare ruimte en in de vorm van pocket parks in de rest van de Binckhorst) en worden locaties overwogen voor een geothermiecentrale zodat qua energievoorziening de Binckhorst en omgeving ook klaar is voor een duurzame toekomst. Het Gebiedsprogramma Binckhorst is door de gemeente Den Haag opgesteld en geïntegreerd in het IGP.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10913573

Deel D: In deel D wordt nader ingegaan op de omgevingseffecten die volgen uit het plan-MER. De onderzoeksmethode van het plan-MER wordt beschreven en per onderdeel (Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst) worden de effecten, conclusies en aanbevelingen weergegeven, zowel op de diverse omgevingsaspecten als voor het doelbereik dat volgt uit het intergemeentelijk gebiedsprogramma. Voor beide onderdelen zijn bovendien een aantal varianten afgewogen en gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. Ook daarvan zijn de resultaten en de aanbevelingen opgenomen. Participatie De Omgevingswet en de participatieverordening vereisten dat er over beleidsvoornemens participatie plaatsvindt. Daarom heeft er op verschillende momenten participatie plaats gevonden, zowel voor deel B De Vlietlijn als voor deel C doorontwikkeling Binckhorst. Doorontwikkeling Binckhorst Voor de doorontwikkeling Binckhorst is de participatie vormgegeven volgens het Haags Samenspel, de participatiewerkwijze van Den Haag. Er is vooral gericht op informeren en het vragen van meningen. De belangrijkste momenten waren: • 22 mei 2024: De eerste Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Meer dan 140 mensen gaven hun mening en input. • Mei - juni 2024: Een online stemwijzer over de toekomst van de Binckhorst, ingevuld door ongeveer 400 mensen.

• 2 juli 2024: Informatieavond in het Informatiecentrum Binckhorst, waar ongeveer 30 mensen aanwezig waren. • Half september - half oktober 2024: Een online platform om input te verzamelen voor vier deelgebieden en specifieke plekken in de Binckhorst. • 7 november 2024: 2de Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Meer dan 180 mensen gaven hun mening en input. • Najaar 2024: online terugkoppeling waarbij alle opgehaalde reacties van de 2de Binckmarkt XL en de online-participatie zijn gebundeld in een verslag. • 10 april 2025: 3de Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Deelnemers gaven hun feedback en terugkoppeling op het concept Gebiedsprogramma. Daarnaast waren er nog andere bijeenkomsten en overlegmomenten met ondernemers en marktpartijen. Ook het gemeentebestuur (college en raadscommissies) is hierbij betrokken door werksessies in 2024, en uitnodigingen voor de Binckmarkten. Hoe is omgegaan met de inbreng uit de diverse participatiemomenten is terug te vinden in het participatieverslag dat als bijlage bij deel C van het intergemeentelijk gebiedsprogramma is opgenomen. De Vlietlijn Het SO+ van De Vlietlijn is in samenwerking met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden uit de omgeving verder uitgewerkt en tot stand gekomen. Het participatieproces heeft in drie participatierondes plaatsgevonden.

Tijdens deze rondes hebben informatiemarkten (inloopbijeenkomsten), online participatie en werkgroepsessies per deelgebied plaatsgevonden. Belanghebbenden hebben zo op verschillende manieren en momenten - online en fysiek- kunnen meedenken over de plannen. Voor de participatie zijn werkgroepen opgericht per deelgebied: • Deelgebied 1: Lekstraat-Sporendriehoek (Den Haag). • Deelgebied 2: Binckhorstlaan-Maanweg (Den Haag). • Deelgebied 3: Leidschendam-Voorburg. • Deelgebied 4: Rijswijk.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10913573

Tijdens deze werksessies is opgehaald wat bewoners, ondernemers en belanghebbenden belangrijk vinden en waar aandacht voor moet zijn bij het opstellen van het SO+ en het maken van ontwerpkeuzes. Daarna zijn stapsgewijs voorstellen gemaakt voor de inpassing van De Vlietlijn. De werkgroepen wogen verschillende belangen af, spraken voorkeuren uit en adviseerden over de meest geschikte oplossingen. Elke werkgroep bestond uit verschillende deelnemers, waaronder vertegenwoordigers van organisaties en individuele belanghebbenden, zoals bewoners en ondernemers. Ook hebben 1-op-1 gesprekken met diverse ondernemers plaatsgevonden. In totaal vonden per deelgebied drie participatierondes plaats. Elke ronde bestond uit een of twee werkgroepsessies per gemeente (deelgebieden). Met een afsluitende Informatiemarkt (inloop) per ronde en een online enquête via het digitale platform van het ingenieursbureau: www.doemeedevlietlijn.nl. De informatiemarkten van de drie participatierondes vonden plaats op 3 september 2024 (startbijeenkomst), 7 november 2024, 3 april 2025. De verzamelde input en samenvattingen van de werkgroepen zijn terug te vinden op de website van De Vlietlijn. Parallel aan de participatie voor het opstellen van het schetsontwerp voor de inpassing van De Vlietlijn heeft participatie in twee bijeenkomsten plaatsgevonden voor de verkeersonderzoeken.

De uitkomsten van de verkeersonderzoeken zijn meegenomen in het schetsontwerp. Hoe is omgegaan met de inbreng uit de diverse participatiemomenten is terug te vinden in de participatieverantwoording, die als bijlage bij deel B van het intergemeentelijk gebiedsprogramma is opgenomen. In deze participatie verantwoording is aangegeven wat er tot en met de laatste sessie van de werkgroepen is meegegeven voor het ontwerp. Procedurele vervolgstap: bekendmaking ontwerp intergemeentelijk gebiedsprogramma en ontwerp plan-MER Het bekendmaken van de terinzagelegging van het ontwerp Intergemeentelijke Gebiedsprogramma met bijbehorende ontwerp-plan-MER door de drie betrokken colleges vormt de volgende stap in het besluitvormingsproces. Het ontwerp Intergemeentelijk Gebiedsprogramma zal direct na het zomerreces worden gepubliceerd en bekend gemaakt in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en in het gemeenteblad. Direct daarop start de termijn van de terinzagelegging van het ontwerp Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en bijbehorende ontwerp-plan-MER. Gedurende de inzagetermijn kan eenieder een zienswijze indienen. Na afloop van de inzageperiode worden eventuele zienswijzen zorgvuldig beoordeeld en, waar nodig, verwerkt in het definitieve intergemeentelijke gebiedsprogramma en de definitieve plan-MER die een bijlage vormt bij het intergemeentelijke gebiedsprogramma.

Vervolgens zal naar verwachting eind februari 2026 het definitieve intergemeentelijke gebiedsprogramma ter vaststelling worden voorgelegd aan de drie betrokken gemeenten. Elk college stelt het deel van het intergemeentelijk gebiedsprogramma vast dat ziet op het eigen grondgebied. In overeenstemming met de Omgevingswet zal hierbij worden aangegeven op welke wijze is omgegaan met de zienswijzen (nota van beantwoording) en hoe de participatieverordening van de gemeente is toegepast.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15881773/1