RIS322937 Afdoening motie Vermaak is geen gemeentelijke taak
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSO/10930946 RIS322937 Contactpersoon
Marius Drissen Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Economie Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
marius.drissen@denhaag.nl
9 september 2025 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Vermaak is geen gemeentelijke taak’
Uw raad heeft, tijdens het debat van het voorstel inzake ‘Programmaboek versterken ondernemersklimaat Schilderswijk en Transvaal’ (RIS320937) op 10 juli 2025, de door het raadslid mevrouw Klokkenburg-Reedeker ingediende motie ‘Vermaak is geen gemeentelijke taak’ (RIS322937) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: in het programmaplan onder het kopje ‘beleving en vermaak’ diverse acties staan om de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden te verhogen; hierin ook specifieke aankleding per seizoen genoemd wordt. Overwegende, dat: daarbij onduidelijk is of er ook sprake is van aankleding van individuele winkels; ondernemers zelf verantwoordelijkheid dragen voor een aantrekkelijke uitstraling van hun pand; seizoensgebonden aankleding van winkels geen investering betreft die het ondernemersklimaat voor de langere termijn duurzaam versterkt. Verzoekt het college: bij de uitvoering van het programma geen individuele ondernemers te steunen, maar het collectief van ondernemers, waarbij de gedane investeringen nadrukkelijk gericht zijn op een duurzame versterking van het ondernemersklimaat voor de langere termijn.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10930946
Het college doet de motie op de volgende manier af: De motie stelt terecht dat het programmaplan “Versterken ondernemersklimaat Schilderswijk en Transvaal” investeert in seizoensgebonden aankleding ter versterking van de beleving en de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden. Daarbij is in de motie de zorg geuit dat deze aankleding mogelijk individuele winkels betreft. Dat is niet het geval. De gemeentelijke middelen zijn primair bedoeld voor collectieve voorzieningen die bijdragen aan een kwaliteitsimpuls in de publieke ruimte. Het plan maakt in thema 4 Beleving en vermaak expliciet melding van gezamenlijke acties zoals seizoensaankleding tijdens feestdagen en evenementen, maar steeds in samenspraak met ondernemers(collectieven). Daarbij wordt niet ingezet op het individueel subsidiëren of aankleden van winkels, maar op collectieve investeringen in de openbare ruimte of gezamenlijke straatinrichting, zoals: • feestverlichting; • banieren en overspanningen; • thematische versiering in winkelstraten. Tegelijkertijd wordt in het programmaplan ruimte gelaten voor eigen initiatief van ondernemers. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat ondernemers zelf hun etalage of winkelpand aankleden in het thema van de collectieve seizoenscampagne. Dit soort individuele bijdragen zijn op vrijwillige basis en vallen buiten de gemeentelijke financiering.
Het college constateert dat bij de uitvoering van het programma reeds wordt voldaan aan de motie en beschouwt deze hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2