RIS322882 Bijlage Rapport fracture pruning bij populieren Geredigeerd
Tekst van het document
2024 Rapport
Toepasbaarheid van Fracture Pruning bij Populieren in Den Haag
Datum publicatie: 20-08-2024 Auteur:
Samenvatting Populieren spelen een belangrijke rol in de stedelijke omgeving. Vanwege hun snelle groei zijn zij vanaf de jaren ’60 massaal aangeplant om steden en (nieuwe) wijken een groene uitstraling te geven. Nu, 50-60 jaar later, wordt duidelijk dat de snelle groei ook zijn prijs heeft. Het uitbreken van takken van populieren en de daarmee verbonden (letsel-)schade heeft geleid tot het opstellen van de landelijke Richtlijn Takbreuk bij Populieren 1. Populieren die volgens deze richtlijn niet duurzaam te beheren zijn, worden in Den Haag vervangen voor nieuwe bomen (populierenvervangingsplan). De snoeimethode ‘fracture pruning’ werd geopperd als manier om populieren met kroonverval langer op een veilige manier te behouden. Dit onderzoek is uitgevoerd in op verzoek van wethouder Robert Barker (wethouder Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu) in de periode maart-juni 2024. Het resultaat van dit onderzoek is dat fracture pruning bij populieren in de stedelijke omgeving educatief waardevol kan zijn. Het verwachte positief effect op boomveiligheid en boomgezondheid kon nauwelijks worden vastgesteld. De ecologische waarde ligt vooral in het behoud van de boom. Er zijn diverse eisen verbonden aan de boom en zijn standplaats. De bomen dienen onder ander minimaal 10 meter van een weg te staan en moeten ook vanaf de basis dicht mogen groeien (opschot en waterlot).
Het aantal geschikte bomen is daardoor binnen Den Haag beperkt tot enkele exemplaren. Ook hebben bomen die op deze manier gesnoeid worden, evenals regulier gesnoeide bomen, regelmatig onderhoud nodig. Dit onderhoud vraagt om specialistische kennis.. Aangeraden wordt daarom om fracture pruning alleen bij populieren toe te passen die op zich al bijzondere (ecologische) waarde hebben. Deze bomen kunnen door middel van fracture pruning langer gehandhaafd worden. Hierdoor blijven de ecosysteemdiensten, die deze bomen leveren, langer- alhoewel beperkt- behouden voor hun omgeving.
1 Van Kuik & Van Prooien 2018
1
INHOUD 1. Aanleiding ............................................................................................................................. 3 2. Wat is fracture pruning? ..................................................................................................... 4 2.1 Coronet pruning ................................................................................................................ 6 2.2 Strap Cuts ......................................................................................................................... 7 2.3 Kraken .............................................................................................................................. 8 3. Veldonderzoek ...................................................................................................................... 9 3.1 Den Haag .......................................................................................................................... 9 3.2 Noord-Brabant ................................................................................................................ 10 3.3 Dordrecht ........................................................................................................................ 11 3.4 Bentwoud ........................................................................................................................ 13 4.
Wat is het effect van fracture pruning? ........................................................................... 14 4.1 (Boom)veiligheid ............................................................................................................ 14 4.2 Boomgezondheid ............................................................................................................ 15 4.3 Beheer ............................................................................................................................. 17 4.4 Ecologische waarde ........................................................................................................ 17 4.5 Perceptie van fracture pruning door mensen .................................................................. 19 5. Conclusie ............................................................................................................................. 20 5.1 Omstandigheden waarin fracture pruning kan worden toegepast .................................. 20 6. Advies .................................................................................................................................. 21 7. Woordenlijst ....................................................................................................................... 23 8.
Bibliografie .......................................................................................................................... 26
2
1. AANLEIDING De gemeente Den Haag heeft sinds 2014 een populierenvervangingsplan. Momenteel worden Haagse populieren in een tweejaarlijkse cyclus onderzocht op kroonverval. Kroonverval betekent dat gaten in de kroon van de boom komen, doordat (grote) takken uitzakken en uiteindelijk uit de kroon breken. Het is voor de populier een natuurlijk -en eenmaal begonnenonomkeerbaar proces (Van Kuik & Van Prooijen, 2018). In 2024 is de vierde tranche van het populierenvervangingsplan van start gegaan. Op verzoek van wethouder Robert Barker is in de periode maart tot juni 2024 onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om fracture pruning toe te passen bij Haagse populieren. De bevindingen van het onderzoek zijn samengevat in dit rapport. De mogelijkheid op takbreuk en kroonverval is een risico dat onvoldoende naar voren komt uit reguliere boomveiligheidscontroles. De tekenen van kroonverval bij populieren, zoals uitzakken en afbreken van takken, worden niet gebruikt in de afwegingsmatrix van de boomveiligheidscontroleurs. Populieren in Den Haag worden daarom om de twee jaar extra gecontroleerd door een extern bedrijf dat gebruik maakt van de Richtlijn takbreuk populier (Van Kuik & Van Prooijen, 2018). Bij beoordeling conform deze richtlijn wordt gebruik gemaakt van een speciale afwegingsmatrix (zie onderstaande).
De populieren die worden beoordeeld als ‘bomen met ernstige kroonverval’ en staan op een locatie met verhoogde gevaarzetting worden in het kader van het populierenvervangingsplan vervangen door nieuwe bomen. Figuur 1: Afwegingsmatrix voor te nemen maatregelen volgens de Richtlijn takbreuk populier (Van Kuik & Van Prooijen, 2018).
Tijdens de voorbereiding van de 4de tranche van het populierenvervangingsplan kwam de vraag op, of het mogelijk is om fracture pruning toe te passen, in plaats van de populieren te rooien en te herplanten. Het concept van fracture pruning is nog vrij nieuw in Nederland. De claims die worden gekoppeld aan fracture pruning zijn: verhoogde ecologische waarde en meer veiligheid van de boom. Ook geven sommige aannemers aan dat fracture pruning de levensduur van de boom verlengt. Hierdoor geïnspireerd is onderzoek gedaan naar methodes en baten van fracture pruning. De onderzoeksvraag die diende als leidraad voor dit onderzoek luidt: Wat is fracture pruning en wat zijn de mogelijkheden om fracture pruning toe te passen bij populieren in stedelijke omgeving? 3
2. WAT IS FRACTURE PRUNING? Fracture pruning, ook bekend onder de term ‘breuksnoei’, omschrijft het verwijderen van takken op een manier waarbij grote wonden achterblijven op de resterende stompen van de takken. Hierdoor wordt stormschade nagebootst door menselijk ingrijpen met gescheurde takken als doel. Uit literatuuronderzoek blijkt dat fracture pruning reeds een gangbare snoeitechniek is in Engelstalige gewesten. Zowel in het Verenigd Koningrijk als ook in Australië zijn veel aannemers die aangeven met deze techniek te werken. Fracture pruning is zelfs opgenomen in het handboek voor ecologisch boombeheer 2 welk wordt gebruikt door boomverzorgers in Australië (Restrepo, 2020). In het Verenigd Koninkrijk wordt fracture pruning al sinds de jaren ‘80 gebruikt. Het oorspronkelijke doel van fracture pruning was het camoufleren van onderhoud aan afgestorven bomen. De ingrepen moesten de bomen veilig stellen en tegelijk natuurlijk ogen. In de loop van de tijd werd fracture pruning meer voor onderhoud aan levende bomen gebruikt (Kirby & Kirby-Lambert, 2023). Ook in Nederland bieden steeds meer bedrijven aan om bomen middels fracture pruning te snoeien. Fracture pruning “heeft zijn voordelen tegenover vlakke zaagsneden op zowel ecologisch, boomtechnisch, educatief als esthetisch vlak.
Het respecteert en simuleert de natuurlijke processen waaraan een boom onderhevig is.” (Devaere & Dupon, 2016). Uit het veldonderzoek blijkt dat fracture pruning bij bomen die behouden moeten blijven, beperkt blijft tot enkele takken. In het algemeen worden de zwaarste takken, dan wel de takken met hoogste gevaar voor de veiligheid van de openbare ruimte, door fracture pruning verwijderd. De vuistregels voor de hoeveelheid te verwijderende bladmassa variëren van ‘niet meer dan 10-20% van de bladmassa 3’ tot ‘de boom moet binnen één groeiseizoen 70% van de originele bladmassa hersteld hebben 4’. Ook is het toepassen van fracture pruning vaak onderdeel van een ecologisch beheerplan of het wordt uitgevoerd met het oogmerk van het creëren van ecologisch waardevolle dendro-microhabitats. De betiteling ‘fracture pruning’ wordt gebruikt voor verschillende werkwijzen en methoden die grote wonden op de takken als gevolg hebben. Uit literatuurstudie blijkt enkel de snoeitechniek ‘coronet pruning’ vrij duidelijk gedefinieerd. Ten behoeve van dit onderzoek zijn nog twee andere snoeitechnieken gedefinieerd. Hierdoor worden alle werkwijzen met betrekking tot fracture pruning opgedeeld in drie categorieën: Coronet pruning, strap cuts en ‘kraken’. In het vervolg worden deze categorieën gedefinieerd.
Environmental Arboriculture, Maintaining and Promoting the Ecological Role and Value of Trees, MIS312 Onderzoek Bentwoud en Dordrecht 4 Onderzoek Noord-Brabant 2 3
4
Figuur 2: Populieren in het Brabantpark in Dongen die een jaar geleden met fracture pruning zijn gesnoeid
5
2.1 CORONET PRUNING Coronet pruning is een zaagtechniek waarbij takken eerst glad afgezaagd worden, en de resterende stomp van de tak vervolgens kroon-/stervormig wordt ingezaagd (coronet= Engelse benaming voor ‘kroon’). Er zijn aannemers, bijvoorbeeld in Duitsland, die de term ‘coronet pruning’ ook gebruiken voor een techniek waarbij de tak met touwen gezekerd, rondom met meerdere zaagsneden in de lengte wordt ingezaagd, en vervolgens door zwaarte- of spierkracht afgescheurd wordt. In het kader van dit onderzoek wordt coronet pruning echter gedefinieerd als: Het glad afzagen van takken en vervolgens stervormig inzagen van de stompen. Coronet pruning wordt met name gebruikt op dikke takken. De takstompen moeten minstens vijf keer zo lang zijn als de diameter van de tak. Door het kroonvormige inzagen wordt de zone van compartmentalisation of decay in trees (C.O.D.I.T.) doorbroken. Het doel hiervan is dat het hout beschikbaar komt voor saprofyten en een waardevol dendromicrohabitat creëert (Restepo, 2020). Met coronet pruning wordt geprobeerd om een natuurlijke breuk te simuleren terwijl op een gangbare en veilige manier gewerkt kan worden (Fay, 2003). De methode is hoogstwaarschijnlijk voor het eerst gebruikt in Engeland (Ashtead Common National Nature Reserve, Surrey) aan het eind van de jaren ‘90. Het publiek leek deze methode als visueel aansprekend te ervaren (Fay, 2003).
Uit het veldonderzoek blijkt dat coronet pruning ook in Nederland voornamelijk om esthetische redenen wordt gebruikt. Figuur 3: Coronet pruning toegepast bij boom no. 27 bij het ILSY plantsoen in Leidschenveen-Ypenburg, Den Haag
6
2.2 STRAP CUTS De meest gebruikte manier van fracture pruning is het toebrengen van strap cuts 5. Loofbomen hebben hun trekhout, waarmee zij de tak omhoog houden, aan de bovenzijde van de tak (Mattheck, 2010). De naam ‘strap cuts’ wordt afgeleid van het doorsnijden van de trekhoutbanen die, als een soort banden, de takken van loofbomen omhoog houden. Hierbij worden de trekvezels van de tak doorgesneden door aan de bovenkant v- of x- vormige zaagsneden toe te brengen. Vervolgens breekt de tak door de zwaartekracht of trekken eruit. De zaagsneden kunnen zowel machinaal als handmatig worden toegebracht. Bij machinale strap cuts wordt hiervoor een verreiker met velkop en takkenklem gebruikt. Deze zaagt de tak eerst op de gewenste plek in en grijpt vervolgens het uiteinde van de tak om hem af te scheuren. De tak kan ook na het zagen met een touw of lier worden afgescheurd. Bij handmatige strap cuts wordt het zaagwerk met een kettingzaag uitgevoerd door een klimmende boomverzorger of boomverzorger in een hoogwerker. Bij strap cuts wordt een lange schorsreep meegetrokken door de afbrekende tak, waardoor een grote wond aan de onderkant van de tak ontstaat. Indien niet gewenst is dat de lip van de breuk te lang doorloopt, kan aan de onderkant van de tak (richting de stam) een kleine extra zaagsnede worden gemaakt. Figuur 4: Strap cut toegepast bij boom no.
71 bij het ILSY plantsoen in Leidschenveen-Ypenburg, Den Haag Figuur 5: Verse strap cut met extra zaagsnede aan de onderkant bij een populier in het Brabantpark, Dongen
5 DE: Riemenschnitte, NL: strap sneden
7
2.3 KRAKEN Fracture pruning door middel van ‘kraken’ omvat verschillende methoden die worden gekenmerkt door een werkwijze waarin takken met veel versplintering en krakend geluid afbreken. Vaak wordt hiervoor grof geweld gebruikt en komt er veel energie bij vrij. Het effect op de boom is bij deze methode is meestal een minder lange, maar zeer versplinterde wond. Gebruikelijk wordt het kraken handmatig uitgevoerd door (klimmende) boomverzorgers. De werkwijze kan eruit bestaan om de tak met touwen eraf te trekken of te lieren. In een experimentele fase in Engeland werden zelfs pogingen gedaan om takken met explosieven weg te blazen (Fay, 2003). Voor het kraken wordt gebruikelijk geen verreiker gebruikt, maar vanaf de grond aan de tak getrokken. Het nadeel van deze methodiek is dat er minder controle op de breukplaats of oppervlakte is dan bij de andere manieren van fracture pruning. De takken die op deze manier afgebroken worden, kunnen moeilijk gezekerd en gestuurd worden. Er zijn boomverzorgers die bij het kraken, de richting waarin de tak gaat vallen, proberen te sturen. Hiervoor worden wigvormige velsnedes in de onderkant van de tak gezaagd. De ervaring uit Dordrecht laat echter zien dat de val van de tak ook met velsnedes vaak onvoorspelbaar is.
Ook bestaat bij een velsnede het gevaar dat de zaag klem komt te zitten en de boomverzorger de zaag moet opofferen om zijn arm niet kwijt te raken. Omdat bij deze werkwijze veel energie vrijkomt, bieden ook vanglijnen maar beperkt leiding aan de vallende takken 6. Naast de mogelijkheid op letselschade is er ook een grote kans op schade aan objecten in de omgeving.
6 Onderzoek Dordrecht
8
3. VELDONDERZOEK Ten behoeve van dit rapport is veldonderzoek gedaan op verschillende locaties in ZuidHolland en Noord-Brabant. Hierbij zijn populieren en enkele wilgen onderzocht waarbij fracture pruning is uitgevoerd. Ook is er gesproken met verschillende partijen die fracture pruning toepassen bij populieren. 3.1 DEN HAAG 7 In 2020 zijn nabij het ILSY plantsoen in Leidschenveen-Ypenburg zes populieren gesnoeid met fracture pruning. Dit was een pilot die werd uitgevoerd in het kader van de Nota Stadsnatuur (Gemeente Den Haag, 2020) en betreft populieren van de soort Populus x Canadensis ‘Robusta’. De bomen staan op een geluidswal naast de A13 in een open standplaats. De populieren zijn machinaal gesnoeid met coronet pruning en strap cuts (zie foto titelblad). Op 16 april 2024, bijna 4 jaar na de ingreep, zijn de populieren nader onderzocht. Zij zijn op dat moment ca. 45 jaar oud en tussen de 20m-25m hoog. De bomen ogen redelijk vitaal en ontwikkelen nieuwe kronen. De hergroei is echter minder dan verwacht. Op vele plaatsen is de hergroei geconcentreerd op de uiteinden van de takken. Er lijkt wel een klein verschil zichtbaar tussen coronet pruning en strap cuts. Bij takken met strap cuts, waar waarschijnlijk delaminatie heeft plaatsgevonden, is de hergroei beter verdeeld over de lengte van de tak.
Veel van de hergroei zit wel losser dan gehoopt, het callusweefsel is op een aantal plekken aan het afscheuren doordat de nieuwe takken veel wind vangen. De door Van Praag omschreven ‘hanenkammen’ 8 zijn op diverse plekken zichtbaar. Er bevindt zich dood hout in en onder de bomen. Dat betreft veelal kleine takken of vers waterlot, maar ook een aantal lange takken tot polsdik en een lengte van 4-5m. Er zijn enkele nesten aangetroffen, maar geen vleermuizen of bijzondere insecten. Daarbij moet opgemerkt worden dat het weer op de dag van het onderzoek niet ideaal was voor een flora- & fauna onderzoek. Uitgebreid ecologisch onderzoek zou kunnen aantonen of de bomen wel of niet door lokale fauna wordt gebruikt. Er zijn geen saprofyten of andere boomgasten aangetroffen.
Figuur 6: Populieren bij het ILSY plantsoen waarbij in 2020 fracture pruning is toegepast.
7 8
Onderzoek ILSY plantsoen Onderzoek Bentwoud 9
3.2 NOORD-BRABANT In Noord-Brabant zijn op drie verschillende locaties populieren geschouwd waarbij bedrijf Storix Boom- en Landschapsbeheer fracture pruning heeft uitgevoerd. Voor Ton Stokwielder, eigenaar van het bedrijf, is fracture pruning normaliter onderdeel van een groter ecologisch beheerplan. Het doel van fracture pruning is volgens Stokwielder het veiligstellen van de boom door het nabootsen van natuurlijke takbreuk. Dit wordt bereikt door de zwaarste, en dus meest breukgevoelige, takken te verwijderen. Hierdoor wordt het aanmaken van een secundaire kroon gestimuleerd. Bij het toepassen van fracture pruning is het belangrijk dat de boom binnen één groeiseizoen 70% van zijn oude bladmassa kan herstellen. Storix gebruikt over het algemeen stap cuts voor fracture pruning. Het belangrijkste punt van fracture pruning volgens Ton Stokwielder is het buigen en vervolgens afbreken van de takken. Dit veroorzaakt ‘delaminatie’ wat zorgt voor hormonale reacties in de boom. Daardoor zijn, aldus Stokwielder de nieuwe takken beter aangehecht en meer verdeeld over de tak (De Boer, 2022). De focus van de werkwijze van Storix ligt echter op het verbeteren en ecologisch inrichten van groeiplaatsen. Populieren in laanverband zijn veelal te dicht op elkaar geplant. De beheermethode van Storix kent daarom een ‘wijker-blijver’ systeem.
Een aantal bomen uit de laan wordt aangewezen als toekomstbomen (‘blijvers’). Deze bomen krijgen meer ruimte en voeding door de ‘wijkers’ ecologisch te vellen en het hout te verwerken in takkenrillen of stamwallen. Fracture pruning wordt gebruikt in combinatie met gangbare snoei en alleen bij een beperkt aantal takken toegepast. Figuur 7: 'Wijkers' en 'blijvers' in Terheijden
10
3.3 DORDRECHT In de gemeente Dordrecht wordt fracture pruning met name gebruikt om populieren en wilgen met kroonverval langer te behouden. Aangezien het bomenbestand van Dordrecht voor ongeveer 7.5% uit populieren en 5.8% uit wilgen bestaat, zou het vervangen van al deze bomen voor grootschalige kaalslag zorgen. De gemeente Dordrecht heeft een team van vier vaste boomverzorgers in dienst, die de werkwijze van strap cuts hebben geleerd van bedrijf Storix. In Dordrecht wordt bij fracture pruning in het algemeen tussen de 10-20% van de kroon verwijderd. In sommige gevallen wordt fracture pruning gebruikt voor het kandelaberen van bomen waarbij 70% tot 80% van het kroonvolume wordt verwijderd. Zowel populieren als ook wilgen worden met deze manier beheerd. In sommige gevallen wordt ook een manier van kraken toegepast. Ervaring met kraken leert echter dat hierdoor ook makkelijk schade aan openbare voorzieningen zoals lichtmasten kan ontstaan en wordt daarom inmiddels zelden meer gedaan. In de gemeente Dordrecht is in 2023 een proef gedaan waarin populieren langs een laan op verschillende manieren sterk gesnoeid zijn. Ongeveer de helft van de bomen is gesnoeid (gekandelaberd) door middel van fracture pruning, bij de ander helft zijn rechte zaagsneden toegepast. Bij alle bomen is ca. 70-80% van het kroonvolume verwijderd.
Dit gebeurde als alternatief voor het kappen van alle bomen langs de laan. Het experiment lijkt niet voor alle bomen goed uit te pakken. Eén jaar na de ingreep zijn twee van de gekandelaberde bomen reeds weg. Een is vanzelf omgevallen en een is er afgestorven en recent gekapt. Bij diverse gekandelaberde bomen zit de schors rondom de stam (bijna) los. Dit is op de foto nog niet zichtbaar, maar het doffe geluid bij kloppen op de boom is duidelijk. Eén van de bomen waarbij de schors loszit, kleurt al geel. Naar verwachting zullen nog meer bomen binnen enkele jaren afsterven. Boombeheerder Rudy Schepers geeft aan dat hij correlatie ziet tussen het afsterven van deze bomen en hun groeiplaats. De situatie is op het eerste gezicht bijna ideaal: de bomen staan in open groeiplaatsen langs een sloot of in een royale groenstrook grenzend aan tuinen. Achteraf werd echter duidelijk dat de bodem sterk verdicht is. Het is onduidelijk wat hiervan de oorzaak is. In Den Haag zijn vrijwel dezelfde ervaringen opgedaan. Na kandelaberen kwam de schors los en stierven er bomen af. (Conradkade en Florence Nightingale Park). In het Florence Nightingale Park bijvoorbeeld zijn in een vrijwel identieke situatie populieren van de soort Populus x canadensis ‘Robusta’ gekandelaberd. Deze stonden in een laan langs een fiets- en wandelpad in open groenstroken langs water.
Binnen 3 jaar ging meer dan de helft van de populieren dood. Er was geen of weinig hergroei en ook hier kwam de schors los. Ondergrondse verdichting of slechte toestand van de bodem zou hier een verklaring voor kunnen zijn. Opmerkelijk is dat de Dordrechtse populieren die met fracture pruning gesnoeid zijn een iets betere conditie lijken te hebben dan hun traditioneel gesnoeide buurbomen. De hergroei is echter wel beperkt en zit vaak alleen aan takuiteinden.
11
Figuur 8: Traditioneel gekandelaberde populier aan de Dubbelsteynlaan (Dordrecht) verkleurt geel in juni.
Figuur 9: Populieren langs het Florence Nightingalepad (Den Haag).
12
3.4 BENTWOUD In het Bentwoud is een tweetal populieren geschouwd met boomverzorger Ruben van Praag van bedrijf Hoekgroen. De populieren zijn ca. 60 jaar oud en 6 jaar geleden gesnoeid door middel van fracture pruning. Waarschijnlijk gaat het om de soort Populus x canadensis ‘Marilandica’. Bedrijf Hoekgroen heeft deze populieren afgelopen winter gesnoeid, omdat de boomeigenaar (Staatsbosbeheer) zorgen had over de veiligheid van de bomen. Volgens Ruben van Praag moeten populieren waarbij fracture pruning is toegepast regelmatig gesnoeid worden. Voor populieren op een rustige locatie is dat om de vijf tot zeven jaar. Populieren die op deze manier worden beheerd kunnen nog tientallen jaren meegaan. Dat geldt al helemaal als men ook het uiterste aftakelingsstadium toelaat, waarbij alleen nog maar een holle stam met enkele twijgen blijft staan. Van alle bomen met fracture pruning die tijdens dit onderzoek werden geschouwd, hebben deze twee de hoogste ecologische waarde. Er is sprake van aantastingen met tonderzwam en dood hout met spechtengaten. Volgens de Haagse stadsecoloog Marcus Bouma zit de ecologische waarde vooral in de aanwezigheid van dood hout. Het is hierbij irrelevant of dit door middel van fracture pruning of reguliere snoei wordt veroorzaakt. Het is wel mogelijk dat de grote wond bij fracture pruning meer oppervlakte biedt voor ecologische processen.
Tijdens dit onderzoek kon dit vraagstuk niet nader onderzocht worden. Volgens de stadsecoloog is de grootste toegevoegde waarde van fracture pruning het behoud van de boom op zich. Daarnaast biedt het feit dat de boom nog langere tijd blijft staan en kan aftakelen ruimte voor organismen om zich te ontwikkelen.
Figuur 10: Populier met fracture pruning in het Bentwoud
13
4. WAT IS HET EFFECT VAN FRACTURE PRUNING? Fracture pruning zoals hierboven beschreven betekent het selectief verwijderen van takken waarbij een grove wond op de tak achter blijft. De stam wordt hierbij niet beschadigd. Het beoogde effect van fracture pruning is een meer verdeelde, goed vastgegroeide hergroei over de hele lengte van de nog resterende tak en op de stam, evenals het verhogen van de ecologische waarde door de aanwezigheid van dood hout. Deze effecten konden tijdens dit onderzoek maar beperkt worden vastgesteld. In de meeste gevallen lijkt de hergroei alsnog geconcentreerd aan de uiteinden van de takken. Het meeste effect op de verdeling van hergroei lijkt de methode strap cuts te hebben. Mogelijk ontstaat inderdaad een hormonale reactie die voor een betere verdeling zorgt. Of de veroorzaker van de hormonale reactie het delamineren is of de grotere oppervlakte van de wond zou kunnen worden onderzocht door middel van een chemische analyse. Fracture pruning lijkt niet tot meer dood hout in een boom te leiden dan andere snoeimethodes. Wel zijn de snoeiwonden groter. Door de grote groeikracht van populieren worden (grote) snoeiwonden echter verrassend goed afgegrendeld en soms zelfs helemaal overgroeid. Er is dus niet per se meer dood hout beschikbaar voor ecologische processen.
4.1 (BOOM)VEILIGHEID Fracture pruning wordt in het algemeen toegepast om onveilige populieren tijdelijk veilig te stellen. Hiervoor is het noodzakelijk om de bomen regelmatig opnieuw te snoeien. Een belangrijk punt in het kader van veiligheid is de aanhechting van de nieuwe takken. Het lot dat ontstaat uit slapende knoppen is mogelijk beter aangehecht dan waterlot dat ontstaat uit adventiefknoppen. Waterlot heeft een waterige, sterk verhoute structuur met een relatief zwakke aanhechting (Van Prooijen, 2023). De meningen over de veiligheid van waterlot verschillen echter. Mogelijk is ook waterlot na verloop van jaren dusdanig goed in hout verankerd dat het even stevig is als hout dat is ontstaan vanuit gewone knoppen. In gesprek met boomverzorgers lijkt het dat de perceptie van opschot en waterlot aan het veranderen is. Volgens het nieuwe gedachtengoed gaat het lot vergroeien met het aanhechtingshout en zal het uiteindelijk op dezelfde manier in een stam verankerd zijn als een reguliere tak en kan het zelfs een nieuwe gesteltak worden 9. Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat in ieder geval bij bomen waar korter dan 6 jaar geleden fracture pruning is uitgevoerd veel loszittend waterlot zit en er ‘windruien’ plaatsvindt. Mogelijke redenen voor slechte aanhechting zijn wortelschade door te harde ingreep en/ of suboptimale groeiplaatsomstandigheden.
Bij populieren met een optimale groeiplaats is het mogelijk dat de takken die na afloop van tijd wél zijn blijven zitten goed aangehecht zijn. Het wel of niet ontstaan van veiligheidsrisico’s bij populieren met fracture pruning blijft echter afhankelijk van zorgvuldig uitgevoerd onderhoud. 9
Onderzoek Bentwoud 14
Behalve met de veiligheid van de gesnoeide boom moet er ook rekening worden gehouden met de veiligheid van de boomverzorger. Er is geen standaard werkwijze en er zijn geen standaard afmetingen. De grootte en plek van de breuk(snoei) moet individueel per tak worden bepaald. Vooral bij handmatige snoei kan het veilig laten vallen van de takken ingewikkeld zijn en is er kans op verwondingen of schade. “Door het ontbreken van een breuklijst is de valrichting van de takken minder goed te bepalen.” (Devaere & Dupon, 2016). De veiligste methode is het uitvoeren van strap cuts door een verreiker met velkop. Omdat de werkwijze nog vrij nieuw is, kan het echter een uitdaging voor de machinist van de verreiker zijn om strap cuts op de gewenste manier uit te voeren.
4.2 BOOMGEZONDHEID De populier is een spinthoutboom. Dat betekent dat de kern van de boom, in tegenstelling tot b.v. kernhoutbomen, niet door oliën of looistof geïmpregneerd wordt (Van Prooijen, 2012). De hoofdzakelijke afweer tegen indringers die de populier gebruikt, is vocht. Zolang er voldoende bladmassa aanwezig is en de sapstroom op gang is, kunnen saprofyten en parasieten moeilijk indringen 10. Voor de afweer van de boom mag er dus niet te veel bladmassa in één keer verloren gaan. Voor de (toekomstige) gezondheid van een populier die gesnoeid wordt, is het ook noodzakelijk dat de te snoeien boom een goede vitaliteit en een goede standplaats heeft. Voor populieren betekent dit in het algemeen een natuurlijk ingerichte, open groeiplaats en toegang tot grondwater, Open water in de nabijheid lijkt ook voordelig. De aanwezigheid van paden of verdichting van de bodem dichtbij de populieren heeft een negatief effect op de veerkracht van de bomen (Devaere & Dupon, 2016). Observaties uit Den Haag en Dordrecht bevestigen dit. Mits de populier op een standplaats staat die voldoet aan de bovengenoemde eisen en een goede vitaliteit heeft, kan tot 20% van de bladmassa worden gesnoeid zonder dat de gezondheid van de boom verminderd wordt. Ook populieren die door middel van fracture pruning ingrijpend gesnoeid worden, hebben vaak nog een redelijke levensverwachting.
Er ontstaat weliswaar dood en verterend hout, maar dat hoeft niet per se afbreuk te doen aan de levensverwachting van de boom. Het is immers inherent aan de soort dat die zijn takken laat vallen. Ook boomgasten zoals tonderzwammen betekenen niet het onmiddellijke einde van de boom. De menselijke verwachtingen over het uiterlijk van de boom zouden wel moeten worden bijgesteld. Een boom met fracture pruning en een lage secundaire kroon zal niet in het beeld van een ranke, opgekroonde straatboom passen en ook minder ecosysteemdiensten leveren. Met name in Engelse literatuur wordt fracture pruning ook weleens ‘veteranisation’ genoemd. De theorie erachter is dat een boom kunstmatig naar een veteranenstadium kan worden begeleid (Fay 2003). In Nederland heeft men een iets andere kijk op ‘veteranisering’.
10
Onderzoek Bentwoud 15
In het Stadsbomen Vademecum 3B wordt een veterane boom omschreven als een oude boom die in de eindfase van zijn leven verkeert (Van Prooijen 2012). Dat betekent echter dat het veterane stadium is gekoppeld aan tijd en niet kunstmatig bereikt kan worden. Ook kan het bovengrondse afzagen van takken weliswaar het wortelstelsel verkleinen, maar niet het netwerk en ecologische connecties nabootsen die een écht oude boom heeft (Cowan. 2003). Het standpunt dat ‘gedwongen veteranisering’ niet mogelijk is, werd beaamd tijdens het veldonderzoek 11. Er worden veel beweringen gedaan over de voordelen die fracture pruning zou hebben voor het vergrendelen van wonden en vooral over het beter en steviger uitlopen van nieuwe takken over een grote oppervlakte. Devaere & Dupon (2016) stellen dat door het vergroten van de blootliggende cambiale zone de boom over een groter oppervlakte gaat uitlopen dan bij het maken van een vlakke wond (p.13). Ook tijdens het veldonderzoek in het Bentwoud werd dit standpunt geopperd. Een alternatief verklaring is dat het buigen van de tak en daardoor verschuiven van houtlagen in de tak (“delaminatie”) zorgt voor een hormonale reactie in de boom 12. Het uitlopen van nieuwe takken over een groter oppervlakte kon gedeeltelijk worden bevestigd tijdens dit onderzoek. Het kon niet worden bevestigd dat het nieuwe lot steviger is dan bij gangbare snoeimethodes.
Boomverzorgers zijn niet doorgaans enthousiast over fracture pruning. Het toevoegen van grote wonden maakt het voor de boom immers moeilijker om te herstellen (Kennisnet, 2017). Als een populier te weinig bladmassa heeft om de nodige sapstroom te onderhouden zal de boom in zijn conditie en levensverwachting snel achteruit gaan. Afhankelijk van de oorspronkelijke conditie en vitaliteit van de boom kan het wel een aantal jaren duren tot de boom volledig is afgestorven. Als fracture pruning wordt toegepast bij een populier in goede conditie en op de juiste standplaats kan de boom echter verassend sterk reageren en ook grote wonden afsluiten en overwallen. Hierdoor is weinig dood hout beschikbaar voor ecologische processen. Populieren die met mate gesnoeid worden met fracture pruning kunnen waarschijnlijk even oud worden als populieren die op natuurlijke manier aftakelen. Hierbij moet wel ruimte worden gegeven voor ontwikkeling van een lage secundaire kroon en rekening worden gehouden met vallende takken. Als fracture pruning gepaard gaat met ecologische inrichting van de groeiplaats vergroot dat de veerkracht van de boom.
Onderzoek Bentwoud 12 Onderzoek Noord-Brabant 11
16
4.3 BEHEER Voor het beheer van bomen waarbij fracture pruning is toegepast moet men het oude stramien van boomverzorging loslaten. Voor traditionele risicoanalyses en beoordeling van boomgezondheid wordt gekeken naar ‘defecten’ aan de boom zoals wonden, uittredende sapstroom, dood hout en dergelijke. Deze ‘defecten’ zijn echter essentieel voor de lokale flora en fauna (Cowan. 2003) en daarom gewild. Dit betekent dat het noodzakelijk is om de perceptie en werkwijze van boombeheer (en beheerders) aan te passen. Om de (ecologische) waarde van fracture pruning te waarborgen, is het belangrijk om de boom ook in de toekomst met fracture pruning te onderhouden. Snoei die wordt uitgevoerd volgens gangbare werkwijze, verwijdert behalve dood hout ook opschot en waterlot. Gezien opschot en waterlot de energiefabriek van de boom en het begin van de secundaire kroon zijn, kan het verwijderen daarvan de doodssteek voor de boom betekenen. Door het verwijderen van dood hout en wonden op de takken zou de ecologische waarde van de boom verloren gaan. Uit het veldonderzoek blijkt dat er regelmatig problemen ontstaan als de initiatiefnemers of deskundige beheerders van fracture pruning van baan wisselen of met pensioen gaan. Hierdoor gaat de kennis over het juiste onderhoud verloren of verbreekt het contact met de partij die het onderhoud uitvoerde 13.
Ook het wegvallen van financiële middelen door bijvoorbeeld politieke keuzes kan het falen van fracture pruning veroorzaken. Omdat de bomen, waarbij fracture pruning wordt toegepast niet (kunnen) voldoen aan gangbaar beheer, is het noodzakelijk om het beheersysteem hierop aan te passen. Het toevoegen van een nieuwe categorie, bijvoorbeeld ‘ecologisch boombeheer’ kan helpen te waarborgen dat de bomen op de juiste manier worden gecontroleerd en beheerd. Vanwege de gebreken die horen bij ecologisch beheerde bomen, is het noodzakelijk om zowel de boomveiligheidscontroleurs als ook de boomverzorgers hiervoor speciaal op te leiden. Voor de financiering van het noodzakelijke onderhoud is het belangrijk om structurele middelen hiervoor aan te wijzen. Op deze manier kunnen de dusdanig beheerde populieren zo lang mogelijk hun (ecologische) functie vervullen.
4.4 ECOLOGISCHE WAARDE De ecologische waarde van dood en verterend hout wordt vaak over het hoofd gezien (Cowan, 2003). Dood hout in verschillende stadia van ontbinding biedt leefruimte aan talloze organismen. Volgens Cowan (2003, p. 2) is in het Verenigd Koninkrijk maar liefs 6% van de inheemse fauna afhankelijk van dood en verterend hout. Bijna de helft ervan zijn zelfs soorten die op de Britse rode lijst staan. Het behoud van oude bomen met veel dood hout is dus van grote toegevoegde waarde voor de inheemse flora en fauna.
13
Onderzoek Noord-Brabant 17
De (snoei-) methode is hierbij echter ondergeschikt aan het behoud van de boom op zich. Stadsecoloog Marcus Bouma geeft aan: “Qua ecologische waarde gaat het om dood hout waarin vervolgens interessante ecologische processen plaatsvinden. Dat gebeurt zowel met kandelaberen als met fracture pruning”. Het verschil tussen fracture pruning en drastische methodes als kandelaren, kandelaberen, ringen of op stam zetten, bestaat echter in de beoogde levensduur van de boom. Populieren met kroonverval zijn veelal rond de 50 jaar oud. De vitaliteit van de boomkroon, zoals omschreven door Roloff, is bij deze bomen te categoriseren als stagnatie of zelfs resignatie (Roloff, 2001). Ervaring uit Den Haag leert dat populieren in dit stadium zeer slecht reageren op kandelaren of kandelaberen en meestal binnen een periode van 5-7 jaar afsterven. Bomen waarbij tot 20% van de kroon door middel van fracture pruning wordt gesnoeid kunnen wezenlijk langer behouden blijven mits zij op de juiste plaats staan. Dat betekent een standplaats waar (dood) hout kan afbreken zonder letsel- of materiële schade te veroorzaken. Bomen die door middel van fracture pruning langdurig worden beheerd, behouden hun ecologische waarde dus langer. Ook een aangepast ecologisch beheer van de omgeving kan een significante ecologische bijdrage leveren.
Een kanttekening voor het verkrijgen van dood hout in vitale populieren is echter dat de bomen vaak een dusdanige groeikracht hebben dat dood en verterend hout maar heel langzaam ontstaat. De sterke groeikracht van populieren zorgt er vaak voor dat zelfs populieren waarbij de hele kroon is verwijderd (getopt of op stam gezet) nog steeds opnieuw uitlopen en zo het rottingsproces vertragen (Devaere & Dupon, 2016). Dit fenomeen is ook vastgesteld tijdens het veldonderzoek 14. Bij vitale populieren kan het daarom vele jaren duren totdat zij de beoogde ecologische waarde hebben. Desalniettemin kan een boom, die op welke manier dan ook langer behouden blijft, belangrijke leefruimte bieden aan de inheemse flora en fauna.
Figuur 11: Dood hout in met fracture pruning gesnoeide populier bij het ILSY plantsoen in Den Haag.
14
Locatie Jan Steenlaan, Oosterhout, Onderzoek Noord-Brabant 18
4.5 PERCEPTIE VAN FRACTURE PRUNING DOOR MENSEN Fracture pruning werd ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk om onderhoud aan bomen in een natuurlijke setting te camoufleren. Bezoekers van de groengebieden waren gesteld op ecologisch ogende snoeimethodes en ervoeren rechte zaagsneden als ‘te onnatuurlijk’ (Kirby & Kirby-Lambert, 2023). Fracture pruning kan worden gebruikt om het natuurlijke beeld van een stormravage na te bootsen (Devaere & Dupon, 2016). Voor liefhebbers van natuurlijke omgevingen zal dat een verademing zijn. Het is echter de vraag of stedelingen dezelfde perceptie hebben. Stadsbewoners zijn in het algemeen niet gewend aan deze natuurlijke processen. Zij kennen een fijnmazig bomenbeheer waar veiligheidsrisico’s moet worden vermeden en takken keurig recht worden gezaagd. Het toebrengen van grote wonden aan bomen kan daarom zorgen voor verontwaardiging van omwonenden en voorbijgangers. Op locaties die door mensen worden opgezocht of waar de bomen in het zicht van huizen of woningen staan, is het daarom nodig om zorgvuldig te communiceren over de beoogde werkwijze. Als bewoners aan de voorkant worden meegenomen, kan er veel draagvlakte worden gecreëerd, ook voor ingrijpende ecologische maatregelen 15.
Figuur 12: Het toepassen van fracture pruning kan veel vragen oproepen bij omwonenden of voorbijgangers.
15
Onderzoek Noord-Brabant 19
5. CONCLUSIE De diverse claims over de voordelen die fracture pruning zou hebben voor het vergrendelen van wonden, ecologische waarde en vooral over het beter en steviger uitlopen van nieuwe takken, zorgen voor veel interesse in deze snoeimethode. In het kader van dit onderzoek konden de meeste van deze claims, zo niet weerlegd, ook niet worden bewezen. Na afloop van dit onderzoek klinken de woorden van boomverzorger Ruben van Praag na die over fracture pruning zei: “De magie die het zou moeten hebben, heb ik niet terug kunnen vinden.” Terwijl er een correlatie lijkt te bestaan tussen fracture pruning en het uitlopen van knoppen over een groter oppervlakte, kan niet worden bevestigd dat het hout dat op deze manier ontstaat ook beter vastzit dan wanneer ander methodes worden gebruikt. Ook de ecologische waarde van populieren met fracture pruning lijkt niet hoger dan bij populieren die niet, of op een ander manier, worden gesnoeid. Wel bestaat de kans dat populieren ingrijpende snoeimaatregelen beter overleven wanneer fracture pruning wordt toegepast. De grootste waarde van fracture pruning ligt in het feit dat de bomen voor langere tijd behouden blijven. Fracture pruning is het meest effectief als onderdeel van ecologisch beheer en kan worden toegepast om de natuurbeleving te versterken.
Vooral als ook het uiterste stadium van aftakeling wordt toegelaten is fracture pruning bij populieren tevens educatief waardevol. De eisen aan de bomen en groeiplaatsen, en kosten die door fracture pruning worden veroorzaakt, betekenen echter dat in Den Haag slechts een beperkt aantal bomen in aanmerking komt hiervoor.
5.1 OMSTANDIGHEDEN WAARIN FRACTURE PRUNING KAN WORDEN TOEGEPAST De omstandigheden waarin fracture pruning kan worden toegepast bij populieren in de stedelijke omgeving worden beperkt door een aantal factoren. Voor het slagen van beheer door middel van fracture pruning moeten opschot, waterlot, en laaghangende takken aan de boom worden gelaten. Het veelgehoorde credo “waterlot is de goedkope energiefabriek van de boom” is hier bijzonder belangrijk. In ieder geval moet er de nodige ruimte zijn dat waterlot en opschot ook laag op de stam vrij kunnen uitgroeien. Ook hebben de populieren open grond nodig die niet verdicht is. De nabijheid van oppervlaktewater lijkt een voordelig effect te hebben. Als vuistregel kan worden gezegd dat de bomen minimaal 10m van een weg of anderzijds verhard pad vandaan moeten staan. In stedelijke omgeving is veelal een hoge visuele doorlaatbaarheid (visual permeability) gewenst om onveilige situaties te voorkomen. Populieren hebben voor het aanmaken van een gezonde secundaire kroon echter ook opschot nodig, die vrij laag op de stam wordt gemaakt. Ook wordt er in een ecologisch beheerde omgeving dood hout achtergelaten in de vorm van takkenrillen of stamwallen. Fracture pruning is daarom niet geschikt op plekken waar een hoge visuele doorlaatbaarheid gewenst is en/ of een grote kans op vandalisme of brandstichting bestaat. 20
Om behoud van een boom met fracture pruning mogelijk te maken, moet een beheervorm toegepast worden die haaks op de gangbare norm staat. In de gangbare boomverzorging moeten stadsbomen opgekroond worden om bepaalde doorrijhoogte te garanderen. Dood hout wordt verwijderd, evenals (wortel-) opschot en waterlot (Van Prooijen, 2012). Samengevat kan worden gezegd dat fracture pruning bij populieren in de stedelijke omgeving kan worden toegepast onder de volgende omstandigheden: Boom is voldoende vitaal; Boom staat in een open, niet verdichte standplaats met minimaal 10m afstand tot een weg; Boom heeft toegang tot grondwater. Aanwezigheid van sloot of plas in de nabijheid is voordelig Opschot kan van de bodem tot aan de top groeien zonder gevaar voor de openbare veiligheid; Eventueel vallende takken kunnen geen grote schade veroorzaken; Locatie kan ecologisch worden ingericht en beheerd; Beheer kan worden gewaarborgd in beheersysteem en uitgevoerd door deskundige boomverzorgers; Beheer is financieel onderbouwd; Voldoende communicatie met omwonenden. Het behoud van de boom op zich is het belangrijkste doel van beheer door middel van fracture pruning. De grootste ecologische winst van fracture pruning ligt in het creëren van dendromicrohabitats. Dat gebeurt niet alleen door te zorgen voor dood hout in de boom, maar ook rondom de boom.
6. ADVIES Aangeraden wordt om fracture pruning alleen bij populieren toe te passen die op zich al bijzondere (ecologische) waarde hebben en voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 5. Deze bomen kunnen door middel van fracture pruning langer gehandhaafd worden. Hierdoor blijven de ecosysteemdiensten, die deze bomen leveren- alhoewel in mindere mate- langer behouden voor hun omgeving. Gezien de eisen aan de vitaliteit van de boom, de mogelijkheden voor hergroei van takken, en de specifieke standplaatseisen, zijn er echter weinig locaties die zich hiervoor lenen. In Den Haag betreffen dit vooral groengebieden en ecologische verbindingszones. Ook zijn aan het beheer van fracture pruning bomen langdurende onderhoudskosten en gespecialiseerde kennis verbonden. Een eigen categorie voor fracture pruning bomen in het beheersysteem is essentieel om te waarborgen dat de bomen op de juiste manier worden onderhouden. Om in te zetten op de educatieve waarde en om draagvlakte te creëren bij omwonenden is het belangrijk om een zorgvuldig te communiceren over de toepassing van fracture pruning.
21
Bij de keuze voor een boom waarbij extra inspanning wordt gedaan om deze zo lang mogelijk te beheren, is het verstandig om voor een boom te kiezen die op zich al ecologisch interessant is. In Den Haag komen daarom vooral bomen in aanmerking die belangrijk zijn voor boomvalken. Haagse boomvalken lijken een sterke voorkeur voor nesten in populieren te hebben. De populatie van boomvalken in Den Haag is daarom gerelateerd aan het aantal geschikte populieren. In verband met het populierenvervangingsplan worden boomvalken in Den Haag sinds 2015 speciaal gemonitord. In 2024 is, aanvullend op de reguliere boomvalkmonitoring, een habitatsgeschiktheidsanalyse gedaan van vier potentiële boomvalkhabitats. De aanbevelingen die hieruit voortvloeien kunnen worden gebruikt om populieren te selecteren die door middel van fracture pruning langer behouden kunnen worden. De boomvalk is hierbij een indicatiesoort. Door geschikte habitats te maken voor de boomvalk wordt het hele stedelijke ecosysteem gesteund en verbeterd.
Figuur 13: Op een locatie zoals in het Bentwoud is fracture pruning succesvol mogelijk.
22
7. WOORDENLIJST
• • •
• • • • •
•
•
•
• • • • •
•
Aanhechtingshout: Hout wat om de aanzet van een tak of lot groeit om de nieuwe tak te verankeren met de bestaande tak of stam. Adventiefknoppen: Boomknoppen die spontaan ontstaan als reactie op een veranderde situatie. Afgrendelen: Reactie op verwonding door afsluiten van houtvaten en houtstralen. Vorming van callusweefsel en overgroeien van de wond door diktegroei, creëren van barrièrezones (zie C.O.D.I.T.). Boomconditie: Momentopname van de gezondheid van de boom. Boomgasten: Vroeger ‘plaagorganismen’ genoemd. Flora en fauna die in, op, of van de boom leven. Boomveiligheidscontrole: Periodieke veiligheidscontrole van bomen. Bij deze visuele controle wordt gekeken naar gebreken van de boom zoals dode takken en holtes. Boomvitaliteit: Het vermogen van een boom om te reageren op verbetering van groeiplaatsomstandigheden. Breuklijst: langwerpig bandje hout dat blijft staan tussen de valkerf en de velsnede tijdens het vellen van een boom. Dit bandje hout fungeert als een scharnier. De breuklijst zorgt ervoor dat de boom niet vroegtijdig zijwaarts afwijkt en helpt de valrichting te behouden. Callusweefsel: Cellen die nog niet gedifferentieerd (zich nog niet onderscheiden) hebben. Na een verwonding door breuk of snoei reageren deze cellen direct. Callusweefsel is het begin van wondovergroeiingsweefsel waarmee bomen verwonding uiteindelijk volledig proberen te sluiten.
Compartmentalisation of Decay in Trees (C.O.D.I.T.): Model ontwikkeld door Alex Shigo. Chemisch- en fysiek proces die plaatsvindt wanneer een boom gewond raakt. Veranderingen in cellen rondom de wond proberen te voorkomen dat ziekte en houtrot zich verder kunnen verspreiden. Bij verwonding zal de boom een deel van zijn hout opgeven voor schimmels en bacteriën. Delaminatie: De verschillende lagen binnen een stuk hout, b.v. een tak, verliezen de onderlinge hechting doordat de tak wordt gebogen en onder spanning komt te staan. Het (mogelijke) gevolg is dat een tak of de stam in lengterichting open splijt. Dendromicrohabitat: Kleine, sterk lokale leefruimte voor organismen die in en om de boom ontstaan. Unieke leefruimte voor gespecialiseerde dieren, schimmels of planten. Diktegroei: Jaarlijkse groei van de boom in dikte, terug te vinden in de groeiringen. Gesteltak: Een hoofdtak die aangehecht is aan de stam en overige takken draagt. Hergroei: Proces waarbij een boom nieuw weefsel vormt na beschadiging of snoei. Doelt meestal op het herstel van tak- en bladmassa. Kandelaren: Snoeitechniek waarbij de zijtakken van de boom tot dicht aan de stam worden verwijderd. De vorm van een dusdanig gesnoeide boom doet denken aan een kandelaar (standaard met enkele kaars). Snoei van 50 – 75% van de kroon.
Kandelaberen: Snoeitechniek waarbij de takken van de boom sterk worden ingekort, waardoor alleen de stam en korte stompen van de takken over blijven. De vorm van 23
• • •
•
• • •
•
• •
•
• • • • • • •
een dusdanig gesnoeide boom doet denken aan een kandelaber (meerarmig kaarshouder). Snoei van 30 – 50% van de kroon. Kroonverval: Het op natuurlijke manier uitbuigen en uitbreken van takken uit de kroon van een boom; Op stam zetten: Snoeitechniek waarbij de hele kroon van de boom wordt verwijderd en enkel een stam blijft staan. Open standplaats: Locatie waar een boom voldoende ruimte onder- en boven de grond heeft. De grond is open en niet bedekt door van steen of bestrating. Water en nutriënten kunnen ongehinderd in de grond komen. Opkronen: Het verwijderen van de onderste takken van een boom om een stam te verkrijgen die tot op een bepaalde hoogte vrij van takken is. Op vele locaties, bijvoorbeeld langs wegen, moet vanwege eisen van wegbeheer bomen tot een bepaalde hoogte opgekroond zijn. Opschot: Groei van nieuwe takken vanuit de wortels of de stobbe (na kappen) van een boom. Opschot wordt in de stedelijke omgeving gebruikelijk verwijderd. Overwallen: Proces waarin een boom een wond afsluit door nieuw weefsel (zie: callusweefsel) te vormen over de beschadigde plek. Populierenvervangingsplan: Initiatief van de gemeente Den Haag om onveilige populieren te vervangen door nieuwe bomen. Voor het aanplanten van de nieuwe bomen wordt gebruik gemaakt van een divers sortiment met oog voor biodiversiteit. Ringen: Techniek waarbij de stam rondom wordt ingezaagd.
Dit proces doorbreekt de sapstroom waardoor de boom afsterft. De techniek wordt gebruikt wanneer om b.v. ecologische redenen staand dood hout gewenst is. Saprofyten: Schimmels of zwammen die reeds dood hout afbreken. Hierdoor komen voedingsstoffen beschikbaar voor ander organismen in de natuur. Secundaire kroon: Een nieuwe, lagere kroon van een boom die de boom op latere leeftijd ontwikkelt zodra hij niet meer in staat is de oorspronkelijke kroon in leven te houden. De oorspronkelijke kroon sterft af en/of breekt uit. Slapende knoppen: Knoppen die een boom al heeft aangelegd, maar die nog niet zijn uitgelopen. De knoppen blijven inactief totdat ze een signaal krijgen om te groeien, bijvoorbeeld door blootstelling aan zonlicht na snoei of takbreuk. Takbreuk: Natuurlijk proces waarbij takken uit een boom breken; Takkenklem: Stevige klem die op machines wordt gemonteerd om stammen en takken vast te kunnen pakken. Trekhoutbanen: Banen van extra sterk weefsel in het hout die de takken van bomen omhoog houden. Bij loofbomen zitten de trekhoutbanen aan de bovenkant van een tak. Trekvezels: Gespecialiseerde houtvezels die zich ontwikkelen in reactie op mechanische stress zoals wind of zwaartekracht. Vanglijnen: Touwen of kabels die worden gebruikt om de valrichting van een boom of tak te controleren tijdens het vellen/ zagen.
Valkerf: Twee zaagsneden die een wigvormig stuk uit de stam van een boom snijden om te bepalen in welke richting de boom gaat vallen. Velsnede: De laatste zaagsnede die wordt gemaakt bij het vellen van een boom. 24
•
• • •
•
Velkop: Machineonderdeel dat speciaal is ontworpen voor het vellen van bomen. Het combineert de functies van een grijper en een zaag, waardoor het mogelijk is om bomen snel en gecontroleerd neer te halen. Veteranisering: Nabootsen van natuurlijk verouderingsproces van een boom. Bijvoorbeeld door het creëren van holtes of scheuren in de boom. Verreiker: Machine met uitschuifbare telescoop arm die wordt gebruikt om zware lasten te tillen en/ of te verplaatsen. Waterlot: Snelgroeiende, verticale scheuten die ontstaan op de stam of takken van een boom. Vaak reactie op beschadiging van de boom. Een groot deel van het waterlot breekt na verloop van tijd af. Windruien: Bij wind vallen takken uit de boom. Vaak veel kleine takken, alsof de boom in de rui is.
25
8. BIBLIOGRAFIE Cowan, A. (2003, March). Dacaying Wood, Recycling within Arboreal Ecosystems. Arboricultural & Ecological Research & Consultants, pp. 1-12. De Boer, B. (2022, mei 27). Dordrechtse ETW'ers doen hun best om revolutionaire manier van snoeien onder de knie te krijgen. Boomzorg. Devaere, N., & Dupon, K. (2016, kwartaaluitgave jan t/m maart). Fracture pruning voor een veteraan boombeheer- Eeuwoude Marilandica's naar volgende levensfase begeleid. Vakblad Bomen, pp. 10-15. Fay, N. (2003). Natural Fracture Pruning Techniques and Coronet Cuts. www.treeworks.co.uk, pp. 15. Gemeente Den Haag. (2020). Nota Stadsnatuur. Den Haag: Raadsinformatiesysteem, RIS305824. Kennisnet, R. G. (2017, juli 27). Groen Kennisnet. Retrieved from Breuksnoei als natuurlijke snoeimethode: https://groenkennisnet.nl/nieuwsitem/breuksnoei-als-natuurlijke-snoeimethode1 Kirby, P., & Kirby-Lambert, C. (2023). Ancients of the Future, Managing veterean trees and dead wood for species. Peterborough: Buglife. Mattheck, C. (2010). Stupsi erklärt den Baum, Ein Igel lehrt die Körpersprache der Bäume. Karlsruhe: Karlsruher Institut für Technologie. Mattheck, C. (2010). Stupsi Erklärt den Baum, Ein Igel lehrt die Körpersprache der Bäume. Karlsruhe: Karlsruher Institut für Technologie. Mattheck, C. (n.d.). s. Restrepo, D. S. (2020, 10 25).
A practical introduction to environmental arboriculture for arborists: "Coronet cuts". Opgehaald van LinkedIn: https://www.linkedin.com/pulse/practicalintroduction-environmental-arboriculture-coronet-restrepo Roloff, A. (2001). Baumkronen, Verständnis und praktische bedeutung eines komplexen Naturphänomens. Stuttgart: Ulmer. Van Kuik, F., & Van Prooijen, G.-J. (2018). Richtlijn takbreuk populier, Landelijke richtlijn te gebruiken voor vervangingsplannen populieren in de stedelijke omgeving. Wageningen: Wageningen University & Research. Van Prooijen, G.-J. (2004). Stadsbomen Vademecum 3B, Boomverzorging en groeiplaatsverbetering. Arnhem: IPC Groene Ruimte. Van Prooijen, G.-J. (2023). Stadsbomen Vademecum 2B, groei en aanplant. Arnhem: IPC Groene Ruimte.
Alle foto’s zijn gemaakt door de auteur.
26