RIS322877 Doelgroepanalyse voor effectiever uitvoeringsbeleid aan bijstandsontvangers
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Nur Icar Wethouder van MKB, Werk en Participatie
dienst: dienstcode
Ons kenmerk
SZW/10914665 RIS322877 Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Contactpersoon
Nelly van Loon Dienst
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling
SZW Beleid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
25 september 2025
nelly.vanloon@denhaag.nl
Onderwerp
Doelgroepanalyse voor effectiever uitvoeringsbeleid aan bijstandsontvangers
Geachte voorzitter, De laatste jaren hebben we geconstateerd dat een steeds groter deel van de mensen in de bijstand te maken heeft met complexe problematiek. Om een meer samenhangend beeld van de veranderingen in de Haagse bijstandspopulatie te verkrijgen, zijn in de afgelopen periode twee onderzoeken uitgevoerd. Deze treft u hierbij aan. Het gaat om het onderzoeksrapport ‘De veranderende doelgroep in beeld’ (CBS 2024) en het rapport ‘De inschatting van kansen op werk van nieuwe bijstandsgerechtigden in Den Haag’ (Den Haag 2025). Het CBS-rapport richt zich vanuit een historisch perspectief op de gehele Haagse bijstandspopulatie en laat zien hoe de samenstelling daarvan is veranderd in de periode 2015– 2022. Het gemeentelijke onderzoek focust specifiek op de nieuwe instroom in de bijstand tussen 2016 en 2020, en onderzoekt de kenmerken van deze groep. Beide onderzoeken bieden waardevolle inzichten en aanknopingspunten voor het verder verbeteren van onze dienstverlening. In deze brief ga ik eerst in op de belangrijkste bevindingen uit beide rapporten en ga ik vervolgens in op wat dit voor onze dienstverlening betekent. Onderzoeksbevindingen In beide onderzoeken worden Haagse bijstandsgerechtigden ingedeeld op basis van de hulpbronnen waarover zij beschikken en de (stapeling van) problemen waarmee zij worstelen.
Het Haagse onderzoek bevat daarnaast ook informatie over de houdingen en opvattingen van de ‘nieuwe bijstandsgerechtigden’. Hierdoor weten we meer over bijvoorbeeld hun arbeidsmotivatie, hun eigen inschatting van re-integratiekansen en hoeveel belang zij aan betaald werk hechten.
1. De veranderende doelgroep in beeld Het CBS heeft de Haagse bijstandspopulatie op basis van een combinatie van 20 kenmerken (o.a. leeftijd, mentale en lichamelijke gezondheid, migratieachtergrond en -reden, werkervaring, schulden) ingedeeld in zeven van elkaar verschillende groepen bijstandsgerechtigden met een uiteenlopende afstand tot de arbeidsmarkt. Het onderzoek schetst voor het eerst een samenhangend beeld van de Haagse bijstandspopulatie en hoe deze zich in de loop van de tijd (2015, 2018 en 2022) ontwikkelde.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10914665
In 2022 ging het om: 1. Jonge (alleenstaande) moeders met recent arbeidsverleden en Nederlandse herkomst (3.100 personen, 11%). 2. Alleenstaanden met een recent arbeidsverleden (2.610 personen, 10%). 3. Zelfstandigen (830 personen, 3%). 4. Alleenstaande mannen zonder recent arbeidsverleden (5.970 personen, 22%). 5. Alleenstaanden met GGZ-problematiek (1.680 personen, 6%). 6. (Alleenstaande) moeders met migratieachtergrond (6.730 personen, 25%). 7. Langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek (6.100 personen, 23%). De laatste vier clusters behoren tot de moeilijker en niet bemiddelbare groepen, voor wie werk (voorlopig) nog een stap te ver is of zelfs altijd zal blijven.
Als we naar de afgelopen periode kijken, zien we dat in 2015 al 68 procent van de Haagse bijstandspopulatie niet of zeer lastig bemiddelbaar was naar werk. In 2022 gold dit inmiddels voor ruim driekwart van de Haagse bijstandsgerechtigden. De instroom van de relatief beter bemiddelbare groepen daalde vanaf 2018 zowel in aantal als in aandeel. Omdat zij ook steeds vaker uitstroomden, daalde hun aandeel in de totale populatie. In diezelfde periode stroomden de moeilijker en niet bemiddelbare groepen ook wat vaker uit, maar stegen tegelijkertijd de aantallen en percentages die nieuw in de bijstand stroomden. Meer over de achtergronden van deze ontwikkelingen vindt u terug in het rapport.
2. Inschatting van de relatieve kansen op werk van nieuwe bijstandsgerechtigden Het onderzoek naar inschatting van werkkansen heeft in beeld gebracht welke (groepen) nieuw instromende bijstandsgerechtigden een minder grote afstand tot de arbeidsmarkt bleken te hebben dan aanvankelijk door de gemeentelijke organisatie werd gedacht. Zij vonden tegen verwachting in werk, oftewel zij werden onderschat. Ook overschatting komt in de praktijk voor. Dit geldt voor bijstandsgerechtigden die ondersteuning hebben gehad in het re-integreren naar werk, maar bij wie het uiteindelijk niet is gelukt om aan het werk te gaan. In dit onderzoek is gekeken welke dienstverlening is geboden, of men uiteindelijk wel of geen werk heeft gevonden en hoe dit samenhangt met kenmerken, houdingen en persoonlijke omstandigheden van bijstandsgerechtigden.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10914665
Voor vier op de tien nieuw instromende bijstandsgerechtigden blijkt de kans op werk lastig in te schatten. Los van veranderingen in de persoonlijke omstandigheden, blijken psychische problemen, een gebrek aan arbeidsmotivatie en de aanwezigheid van één of meer kinderen de beoordeling van iemands afstand tot de arbeidsmarkt te bemoeilijken. Het onderschatten van iemands kans op werk komt relatief vaker voor bij nieuwe bijstandsgerechtigden met psychische problemen in combinatie met een goede uitgangspositie (recente werkervaring, startkwalificatie, goede taalbeheersing). Overschatting van iemands kans op werk vindt vaker plaats bij de groepen met een sterke arbeidsmotivatie waarbij in de ondersteuning in mindere mate rekening gehouden wordt met onderliggende (multi)problematiek. Samenhang tussen beide onderzoeken Hoewel beide onderzoeken tot twee verschillende groepsindelingen leiden, vertonen de groepen uit beide onderzoeken opvallende overeenkomsten. Zo vinden we in beide onderzoeken een groep kansrijke alleenstaande ouders die relatief goed bemiddelbaar is, omdat deze alleenstaande ouders in het recente verleden gewerkt hebben, een startkwalificatie hebben en verder weinig problemen kennen. In het CBS-onderzoek zien we dat deze groep vaker uit de bijstand stroomt dan andere groepen.
In het Haagse onderzoek zien we dat psychische problemen en een gebrek aan arbeidsmotivatie bij alleenstaande ouders de beoordeling en bevordering van hun kansen bemoeilijken. Hun mogelijkheden om te re-integreren naar werk worden dikwijls onderschat. Die onderschatting speelt vooral voor de groep die desondanks een relatief goede uitgangspositie heeft. Deze mensen lopen hierdoor het risico dat ze langer van de bijstand afhankelijk worden en vervolgens in een groep terecht komen die nog veel lastiger bemiddelbaar is naar werk, zoals het CBS-onderzoek laat zien. Naast de groep alleenstaande ouders, zien we in beide onderzoeken bijvoorbeeld de groepen met GGZ-problematiek en moeders met een migratieachtergrond terug. Iedere van deze groep heeft te maken met andersoortige (multi) problematiek, maar beiden lopen het risico om uiteindelijk tot de groep langdurig bijstandsgerechtigden te gaan behoren. Nu we beter zicht hebben op hoe we kansen aan de voorkant inschatten en hoe klantgroepen zich in de tijd ontwikkelen, kunnen we onze dienstverlening daarop aanscherpen. Voor alleenstaande ouders met mentale problemen is het bijvoorbeeld beter om aan de voorkant eerst te kijken of we deze mensen kunnen helpen bij het grip krijgen op de problemen in plaats van de re-integratiekansen meteen als gering in te schatten.
Dit is slechts één van de voorbeelden hoe het Haagse onderzoek meer inkleuring geeft aan de groepen uit het CBS-onderzoek en omgekeerd het CBS-onderzoek een doorkijkje geeft naar de toekomst van de nieuwe instroom uit het Haagse onderzoek. De combinatie van beide onderzoeken biedt nog veel meer aanknopingspunten voor het verder verbeteren van de dienstverlening, niet alleen op het gebied van re-integratie maar op alle leefgebieden. Verbeteren van dienstverlening De onderzoeken laten zien dat het belangrijk is om in te zetten op een brede en gedifferentieerde dienstverlening. Deze dienstverlening moet verder gaan dan alleen re-integratie en het vinden van betaald werk, en zich tegelijkertijd richten op het beheersbaar maken van aanwezige problematiek. Binnen de huidige dienstverlening zijn hier al goede voorbeelden van te vinden. Zo is er de brede aanpak van Jongerenpunt070, waarin vanuit verschillende disciplines wordt samengewerkt. Ook is er een specifieke groepsaanpak ontwikkeld voor alleenstaande ouders met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (groepen van 8 tot 12 deelnemers praten wekelijks met elkaar over problemen waar ze tegenaan lopen en hun ontwikkeling). Daarnaast laat de nieuwe aanpak ‘Duurzaam Perspectief’ zien hoe mensen – van sociale activering tot re-integratie – kunnen profiteren van een vast aanspreekpunt binnen de gemeente.
Deze professionals kijken breed naar wat er in het individuele geval nodig is. Hierdoor raken participatie- en re-integratiedienstverlening steeds meer met elkaar verweven.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10914665
Deze manier van werken willen we de komende tijd verder versterken. Dat begint al bij de eerste intake, waar we nu soms te snel kiezen tussen re-integratie en participatie. We moeten er niet automatisch van uitgaan dat persoonlijke problemen per definitie een belemmering vormen voor reintegratie. Persoonlijke aandacht vanaf het begin van het traject is essentieel om de behoeften en reële kansen van mensen goed in beeld te krijgen. Waar nodig denken we met inwoners mee over hoe zij weer grip kunnen krijgen op hun leven. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de monitoring: het volgen van de ontwikkelingen die inwoners doormaken, zodat we hier beter op kunnen anticiperen. Op dit moment gebeurt er namelijk nog te veel buiten ons zicht om. Ik noemde onder ‘Samenhang tussen beide onderzoeken’ al het voorbeeld van de alleenstaande ouder met mentale problemen, maar het denken in kansen in plaats van beperkingen geldt natuurlijk eveneens bij andere problematiek. Denk bijvoorbeeld aan financiële problemen. Het hebben van schulden kan veel stress veroorzaken, waardoor mensen beperkter kunnen worden in hun algehele functioneren. Maar het hebben van schulden hoeft niet altijd te betekenen dat dit re-integratie volledig in de weg staat, want in veel gevallen kan financiële dienstverlening en eventueel schuldhulpverlening gecombineerd met re-integratie worden aangeboden.
Het is zelfs zo dat rechters bij bepaalde zaken die rondom schuldhulpverlening spelen, op de noodzaak wijzen dat breder gekeken moet worden naar wat er in de levens van mensen speelt en wat dat vraagt aan parallelle dienstverlening. Dit met het oog op het bevorderen van ontwikkeling en financiële onafhankelijkheid. We moeten dus nog meer en vooral eerder gaan inzetten op parallelle dienstverlening. Zeker bij de wat jongere mensen in de bijstand is het belangrijk dat we alles op alles zetten om langdurige bijstandsafhankelijkheid te voorkomen, want als we dat niet doen nemen de re-integratiekansen sterk af. De onderzoeken laten verder zien dat binnen de groep alleenstaande ouders een groot aantal vrouwen zit waar veel problemen tegelijkertijd spelen. Deze moeders hebben vaak een migratieachtergrond. Beheersing van het Nederlands is één van de belemmeringen die spelen. De vrouwen hebben doorgaans een laag opleidingsniveau, geen of nauwelijks (recente) werkervaring en er is vaak sprake van gezondheidsproblemen. Ook het ontbreken van kinderopvang vormt in sommige gevallen een belemmering. We weten vanuit de praktijk dat voor deze groep een peer-to-peer benadering goed kan werken, omdat deelnemers in deze aanpak elkaar begeleiden en stimuleren vanuit gelijke ervaringen en wederzijds begrip.
Voor hen is het goed om aanvullend op de kleinschalige aanpak die we voor deze doelgroep al hebben, aan te haken bij andere bestaande initiatieven in de stad. Omdat we zien dat er binnen de groep alleenstaande ouders vaak veel belemmeringen zijn, maar ook potentie, willen we bij deze groep frequenter kijken op welke onderdelen er in de loop der tijd ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, die mogelijk nieuwe kansen bieden waar we op kunnen inhaken. Zo kunnen we op het juiste moment de juiste interventies doen. Daarnaast gaan we de Persoons Profiel Scan1 (die wordt ingezet als mensen nieuw instromen) in meerdere talen aanbieden, zodat het instrument ook kan worden ingezet voor mensen die de Nederlandse taal (nog) niet goed beheersen. Kortom het is goed om brede en gedifferentieerde dienstverlening aan te bieden en niet te snel het onderscheid tussen participatie en re-integratie te maken. Deze dienstverlening moet zo vroeg mogelijk parallel ingezet worden naast re-integratiedienstverlening. En voor wie nog niet kan werken, houden we de vinger aan de pols.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10914665
Tot slot is het in sommige gevallen wellicht verstandiger om af te zien van verdere inspanningen om mensen naar betaald werk te begeleiden, tenzij zij daar zelf expliciet om vragen. De komende tijd wordt (opnieuw) in beeld gebracht voor welke groepen we in meer of mindere mate re-integratie inzet willen plegen. Voor sommige groepen is andere vormen van ondersteuning, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven en het verkrijgen van grip op persoonlijke omstandigheden, gewoonweg passender. Om ook voor deze mensen maatschappelijke participatie te bevorderen, is het van belang om de beweging die met de Instapeconomie is ingezet, voort te zetten. Uit de maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) van de Instapeconomie, uitgevoerd door het IPW in 2024, blijkt namelijk dat persoonlijke aandacht bijdraagt aan het bredere welbevinden van mensen. Het versterkt onder andere hun sociale netwerk, taalvaardigheid en zelfredzaamheid. De komende periode worden de verbeterpunten verder binnen onze dienstverlening geborgd. Ik houd u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen via de voortgangsrapportages van het beleidsplan Werk en Participatie. Met vriendelijke groet, de wethouder van MKB, Werk en Participatie Nur Icar
5/5