RIS322870 Beantwoording SV Haagse basisscholen beleven hete dagen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
6 januari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Verduin en mevrouw Butt en de heer Ahraui, luidend: 'Haagse basisscholen beleven hete dagen'
OCW/10990716 RIS322870
De raadsleden mevrouw Verduin en mevrouw Butt en de heer Ahraui hebben op 8 juli 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De afgelopen weken is Nederland getroffen door meerdere tropische dagen. In veel klaslokalen liep de temperatuur op tot boven de 30 graden, wat tot gezondheidsklachten en leerproblemen leidde. Volgens de Algemene Onderwijsbond is het binnenklimaat op 80 procent van de basisscholen niet op orde. Ook in Den Haag zijn er signalen dat het te warm wordt in klaslokalen, zoals op basisschool De Notenkraker waar het recent 35 graden werd. Gezien de klimaatverandering en het toenemende aantal extreem warme dagen is het noodzakelijk dat schoolgebouwen hierop voorbereid zijn. Gemeenten spelen een centrale rol in de huisvesting van scholen. Signalen van hitteproblemen 1.
Kan het college aangeven van welke basisscholen in Den Haag zij de afgelopen maanden signalen heeft ontvangen dat het binnenklimaat tijdens warme dagen problematisch is?
Het college heeft, na navraag onder schoolbesturen, van enkele scholen signalen ontvangen dat het binnenklimaat tijdens warme dagen problematisch was. 2.
Hoe zijn deze signalen geïnventariseerd en opgevolgd?
Het college heeft de vraag bij de schoolbesturen uitgezet of zij van scholen signalen hebben ontvangen over een problematisch binnenklimaat. Slechts een beperkt aantal schoolbesturen heeft daarop geantwoord. Het binnenklimaat is onderdeel van de bredere verduurzamingsinventarisatie waar het college momenteel aan werkt in het kader van de portefeuilleroutekaart verduurzaming onderwijshuisvesting. Het college neemt de uitkomsten daarvan mee in het bepalen van de verduurzamingsaanpak (inclusief binnenklimaat) voor schoolgebouwen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10990716
Financiering en verantwoordelijkheid 3.
Kan het college een overzicht geven van de verdeling van verantwoordelijkheden en financieringsstromen tussen schoolbesturen, gemeente, Rijk en andere betrokken partijen als het gaat om investeringen in het binnenklimaat van schoolgebouwen?
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw (of als alternatief renovatie) voor scholen. Schoolbesturen zijn bij deze projecten in de regel bouwheer. Nieuwbouw moet voldoen aan eisen t.a.v. het binnenklimaat vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BbL) (anders wordt het plan niet vergund). Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor aanpassingen ter verbetering van het binnenklimaat bij bestaande schoolgebouwen. Het Rijk is systeemverantwoordelijk en biedt via de lumpsumbekostiging aan schoolbesturen en het gemeentefonds bekostiging aan respectievelijk schoolbesturen (onderhoud en aanpassing) en gemeenten (nieuwbouw). Het Rijk biedt incidenteel subsidies om investeringen in het binnenklimaat (veelal ventilatie) te stimuleren. Eventueel kan er door de gemeente, bijvoorbeeld in de vorm van een toeslag, extra bekostiging aangeboden worden voor hogere eisen aan het binnenklimaat. 4.
Kan het college aangeven in hoeverre het huidige gemeentelijke budget toereikend is om noodzakelijke aanpassingen te doen aan het binnenklimaat op bestaande basisscholen?
Het is de verantwoordelijkheid van schoolbesturen om aanpassingen te doen aan bestaande schoolgebouwen. Er is binnen de huidige programmabegroting geen budget gereserveerd om dat (deels) te subsidiëren. Voor nieuwbouw geldt dat - zoals in de afdoening motie ‘Meer inzicht in normvergoeding onderwijshuisvesting’ (RIS318306) reeds is aangegeven – er momenteel wordt gewerkt aan een raadsvoorstel tot aanpassing van de Verordening onderwijshuisvesting. Er vindt in dit kader ambtelijke afstemming plaats met de schoolbesturen over aanvullende kwaliteitseisen ten opzichte van Bbl - waaronder binnenklimaat conform Frisse Scholen klasse B - en het daarop laten aansluiten van de normbekostiging. Beschikbare subsidies en ondersteuning 5.
Heeft het college een overzicht van lokale, regionale en landelijke regelingen en subsidies waar scholen gebruik van kunnen maken om het binnenklimaat te verbeteren?
Het college heeft een overzicht. De meeste regelingen ter verbetering van het binnenklimaat focussen daarbij op luchtkwaliteit. De belangrijkste: •
SUVIS (Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen): Rijksregeling voor primair en voortgezet onderwijs die liep tot 2022, maar nog relevant voor scholen die de uitvoering nog niet hebben voltooid. Bekostiging afhankelijk van leerlingaantal bedroeg maximaal 30% van de kosten, tot een maximum van 1 miljoen per aanvraag;
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10990716
•
•
•
•
6.
Maatwerkregeling Ventilatie op Scholen: Rijkssubsidie van maximaal 60% voor ventilatiemaatregelen in gebouwen met slecht binnenklimaat wat betreft ventilatie en/of temperatuur. Deze regeling is gesloten; DUMAVA (Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed): Rijkssubsidie voor algehele verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, waaronder scholen, met 30% voor losse maatregelen (isolatie, warmtepompen, ventilatiesystemen) en 40% voor integrale verduurzamingsprojecten. Maximaal 1,5 miljoen per aanvraag; ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing): doorlopende Rijkssubsidie voor kleinere maatregelen zoals warmtepompen, zonneboilers en ventilatiesystemen met warmteterugwinning, gericht op energiebesparing en verbetering van het binnenklimaat; IPOHV (Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting): deze regeling is bedoeld om producten procesinnovatie binnen schoolgebouwen te stimuleren (en om te leren hoe toekomstbestendige schoolgebouwen sneller en kosten efficiënter gerealiseerd kunnen worden). Twee scholen in Den Haag hebben deze subsidie toegekend gekregen en zullen in zogenaamde leerlabs ervaring opdoen met het realiseren van nieuwbouw, respectievelijk renovatie van hun schoolgebouw. Voorwaarde is dat het schoolgebouw voor wat betreft temperatuur voldoet aan het Programma van Eisen Frisse Scholen klasse B.
Worden scholen actief ondersteund bij het aanvragen van deze subsidies en zo ja, op welke manier?
Scholen worden gewezen op deze subsidies of worden daar door het college - bijvoorbeeld bij de aanvragen voor SUVIS en de groeifondssubsidie IPOHV - ook actief bij ondersteund. Ook zijn er vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) diverse programma’s, zoals die voor Verduurzaming onderwijsgebouwen - primair en voortgezet onderwijs, waarbij de Frisse Scholen Ambitiewijzer ook hulp biedt en suggesties doet voor maatregelen om de binnentemperatuur in een schoolgebouw in de zomer te verlagen. Status van verkoelende maatregelen 7.
Kan het college aangeven hoeveel basisscholen in Den Haag momenteel airconditioning of andere structurele verkoelingsmaatregelen in klaslokalen hebben? Zo nee, kan het college dit gaan uitvragen?
Het college heeft deze vraag bij de schoolbesturen uitgezet. Van de 271 schoolgebouwen hebber er 70 een of andere vorm van actieve koeling, 102 hebben geen koeling en van de rest kwam geen reactie of is het niet bekend. De schoolbesturen geven daarbij aan dat zij liever niet kiezen voor actief koelen door middel van airconditioning omdat dit een behoorlijke investering vraagt en kostbaar is in de exploitatie (energieverbruik en onderhoud). Bij voorkeur zoeken zij naar mogelijkheden om passief te koelen of om opwarming van hun gebouwen te minimaliseren.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10990716
8.
Zijn er basisscholen in Den Haag die recent (nieuw) zijn gebouwd of gerenoveerd met een dusdanig ontwerp dat het binnen in de zomer op een behaaglijke temperatuur blijft, zonder airconditioning?
Deze vraag heeft het college uitgezet bij de schoolbesturen, maar de respons was te laag. Om te koelen zonder airconditioning zijn er een paar alternatieve oplossingen die toegepast kunnen worden. Deze vallen onder te verdelen in zogenaamde passieve en actieve koeling. Onder passieve koeling vallen natuurlijk ventileren, nachtventilatie, zonwering, isolatie en thermische massa (bijvoorbeeld vloeren die warmte langzaam opnemen en afgeven) als ook groene daken/gevels. Onder actieve koeling vallen mechanische ventilatie met koeling (luchtbehandelingskasten met koelmodules), koelplafonds of vloerverwarming met koelfunctie (water gedragen systemen die warmte opnemen), warmtepomp in koelmodus (omkeerbare warmtepomp die in de zomer koelt), adiabatische koeling (verdamping van water om lucht te koelen). Er is wel een goed voorbeeld van een basisschool in Den Haag met nieuwbouw waar het binnen in de zomer op een behaaglijke temperatuur blijft zonder airconditioning. Hier is actieve koeling toegepast in de vorm van topkoeling. De binnentemperatuur kan hiermee een paar graden worden verlaagd, maar er kan niet zo sterk worden gekoeld als met airconditioning. Het gaat in dit specifieke geval om een Energie Neutraal Gebouw (ENG) gebouw waarin drie scholen (waaronder een middelbare school) zijn gehuisvest. 9.
Kan het college een overzicht geven van deze gebouwen en de bijbehorende ontwerpprincipes?
Zie antwoord vraag 8 Hittebeleid op scholen 10. Heeft het college zicht op hoeveel scholen in Den Haag een hitteprotocol hanteren? In Den Haag hanteren in ieder geval twee grote schoolbesturen een hitteprotocol. Deze schoolbesturen hebben gezamenlijk een derde van de schoolgebouwen in Den Haag in bezit. Van de andere grote schoolbesturen weet het college dat zij werken aan hitte- of weerprotocollen of dat zij hun scholen zelf de keuzevrijheid geven om een hitteprotocol te hanteren. 11.
Wordt er vanuit het college gestuurd of geadviseerd op het opstellen van een hitteprotocol?
Het college is al enige tijd met schoolbesturen in gesprek over nut en noodzaak van maatregelen hoe om te gaan met hitte. Daarin worden hitteprotocollen ook meegenomen. Via de gezonde schooladviseurs van de GGD wordt er gestuurd op het opstellen van hitteprotocollen volgens het RIVM-advies ‘Binnen- en buitenmilieu voor basisscholen en kinderopvang-Hitte in en om het gebouw’. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4