RIS322805 Beantwoording SV Stop mega-zonnepark naast Leidschenveen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
2 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Dubbelaar, luidend: ‘Stop Mega-zonnepark naast Leidschenveen’
DSO/10927599 RIS322805
Het raadslid de heer Dubbelaar heeft op 7 juli 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Heeft het college kennisgenomen van de brief van Stichting Bewonersorganisatie Leidschenveen (BOL), d.d. 26 juni 2025, met het verzoek aan de gemeente Den Haag om zich als aandeelhouder van Dunea uit te spreken tegen de financiering van het zonnepark aan de Roeleveenseweg?
Ja. 2.
Wat is de huidige positie van het college in het aandeelhoudersoverleg met betrekking tot de betrokkenheid van Dunea bij het zonnepark Roeleveenseweg?
Het college heeft extra navraag gedaan bij Dunea. Uit dat contact is naar voren gekomen dat zij geen enkele betrokkenheid heeft bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer: noch als financier, noch als afnemer. Er is begin 2023 wel een intentieovereenkomst gesloten tussen Dunea en de ontwikkelaar van het zonnepark Sunvest om een mogelijke participatierol van Dunea in het zonnepark te verkennen. Dunea heeft toen verkennende gesprekken gevoerd over die mogelijke participatierol. Deze gesprekken hadden als doel te onderzoeken of en hoe Dunea via participatie in eigen opwek zou kunnen voorzien. Hierbij is toen ook gekeken naar de mogelijkheid van een cPPA (Corporate Power Purchase Agreement) voor de afname van (een deel van) de opgewekte elektriciteit. Een rol als financier van het project heeft Dunea echter uiteindelijk nooit serieus overwogen en een cPPA is niet aantrekkelijk gebleken voor Dunea. De intentieovereenkomst is bij het verlopen om die reden dan ook niet verlengd. Op dit moment zijn er dus geen lopende overeenkomsten tussen Dunea en Sunvest. Gelet op voorgaande is het innemen van een positie over dit punt door het college van B&W als aandeelhouder van Dunea dan ook niet nodig. 3.
Is het college bereid zich uit te spreken tegen de deelname van Dunea aan dit project, gezien de ligging van het zonnepark in een kwetsbare ecologische bufferzone (Groen-Blauwe Slinger)? Zo nee, waarom niet?
Dunea heeft geen betrokkenheid bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer. Zie voor een toelichting hierop het antwoord op vraag 2.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10927599
4.
Deelt het college de zorgen dat het zonnepark – zoals beschreven – een industrieel karakter heeft en geen natuurinclusief ontwerp bevat? Zo nee, waarom niet?
Het college is van mening dat het zonnepark overwegend een kunstmatig karakter heeft, dat daarom ook wel ‘industrieel’ genoemd kan worden. Dat geldt overigens voor alle zonneparken. Daarnaast bevat het ontwerp elementen die bijdragen aan natuurwaarden, waarmee het ontwerp als natuurinclusief gezien kan worden. 5.
Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat een publieke instelling als Dunea extra zorgvuldig dient om te gaan met landschappelijke en ecologische waarden, juist vanwege haar maatschappelijke taak en voorbeeldfunctie?
Ja. 6.
Acht het college het wenselijk dat Dunea, met publiek kapitaal, mede-eigenaar wordt van een zonnepark op deze specifieke locatie, terwijl alternatieve locaties met minder impact op ecologie en landschap niet lijken te zijn onderzocht?
Dunea heeft geen betrokkenheid bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer. Zie voor een toelichting hierop het antwoord op vraag 2. 7.
Heeft het college informatie ontvangen van Dunea over de duurzaamheidsafwegingen die zijn gemaakt bij het besluit om in dit project te stappen? Zo ja, kan het college deze onderbouwen of delen met de raad?
Dunea heeft geen betrokkenheid bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer. Zie voor een toelichting hierop het antwoord op vraag 2. 8.
Kan het college aangeven of de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Zoetermeer of PijnackerNootdorp, of andere aandeelhouders van Dunea betrokken zijn bij de afwegingen rondom dit zonnepark?
De gemeente Zoetermeer heeft de gemeente Den Haag, de gemeente Pijnacker-Nootdorp en de provincie Zuid-Holland geïnformeerd over de planvorming voor de komst van het zonnepark en overleg hierover gevoerd. 9.
Is het college bereid om binnen het aandeelhoudersoverleg van Dunea aan te dringen op het beëindigen van de intentieovereenkomst met projectontwikkelaar Sunvest, conform de oproep van Stichting BOL?
Dunea en Sunvest hadden de intentieovereenkomst gesloten om een mogelijke participatierol van Dunea in het zonnepark te verkennen. Een rol als financier van het project heeft Dunea uiteindelijk nooit serieus overwogen en een cPPA is niet aantrekkelijk gebleken voor Dunea. De intentieovereenkomst is bij het verlopen om die reden dan ook niet verlengd.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10927599
10. Welke stappen is het college bereid te nemen indien Dunea voornemens blijft het zonnepark mede te ontwikkelen ondanks de brede maatschappelijke weerstand? Dunea heeft geen betrokkenheid bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer. Zie voor een toelichting hierop het antwoord op vraag 2. 11.
Tot slot: welke boodschap wil het college afgeven aan bewoners van Leidschenveen die zich zorgen maken over de aantasting van hun leefomgeving door een project waarin de gemeente Den Haag – indirect via Dunea – financieel participeert?
Dunea heeft geen betrokkenheid bij het zonnepark aan de Roeleveenseweg in Zoetermeer. Zie voor een toelichting hierop het antwoord op vraag 2. De gemeente Den Haag participeert daarmee niet indirect – via haar aandeelhouderschap van Dunea – financieel in dit project. Het college onderkent de noodzaak voor de gemeente Zoetermeer om binnen haar grondgebied locaties voor de opwekking van zonne-energie vast te stellen, gezien haar eigen opwekdoelstellingen en de opwekdoelstellingen die gezamenlijk regionaal in het kader van de Regionale Energiestrategie Rotterdam – Den Haag zijn gemaakt. Tegelijkertijd beseft het college dat de komst van grote (infrastructurele) voorzieningen zoals wegen, bedrijfspanden en ook zonneparken een ingrijpende gebeurtenis is voor de omgeving. Het college zal daarom het belang om zorg te dragen voor een zorgvuldige, gedetailleerde en hoogwaardige ruimtelijke inpassing van het zonnepark ten behoeve van de leefbaarheid voor omwonenden – en daarmee ook voor de Haagse omwonenden - en ten behoeve van de kwaliteit van de natuurlijke omgeving in RES-verband onder de aandacht brengen. Eerder heeft het college de gemeente Zoetermeer verzocht om de bewoners van Leidschenveen goed mee te nemen in de planvorming. Bij de inpassing dient voldoende oog te zijn voor de belangen op het gebied van ecologie, leefbaarheid, landschap, ruimtelijke kwaliteit en recreatie.
Het zonneveld ‘t Oor/ Loolaan in Den Haag kan daarbij als inspiratiebron dienen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3