CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322802 Bijlage 1-7 Quickscan Flora en Fauna

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning herinrichting Koekamp nabij Boslaan 12 (RIS322802)7.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

eco

i

' -

Quickscan

In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland Plangebied: Koekamp, Den Haag

Opsteller(s):

I

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en

Omgevingsverordening Zuid-Holland Ondertitel

Plangebied: Koekamp, Den Haag

Opstellers)

I

Datum

28-02-2023

Versienummer

02

Rapportkenmerk

ER20210409v02

Aantal pagina's

39

Opdrachtgever

Staatsbosbeheer

Contactpersoon

I

Kwaliteitscontrole

&

I 2021. Quickscan. In het kader

Wijze van citeren

van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Plangebied: Koekamp, Den Haag.

Rapportkenmerk: ER20210409v02. Ecoresult B.V.,

Dordrecht.

Ecoresult B.V.

Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht

078 75 184 12 info@ecoresult.nl

www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2021

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding...................................................................... 1.1 Aanleiding............................................................. 1.2 Doel...................................................................... 1.3 Onderzoeksmethodiek .......................................... 1.4 Leeswijzer.............................................................

.6 .6 .6 .7 .8

2 Toelichting onderzoekskader...................................... 2.1 Wet natuurbescherming....................................... 2.1.1 Bescherming van gebieden............................ 2.1.2 Bescherming van soorten................................ 2.1.3 Bescherming van houtopstanden................... 2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland..................

...9 ...9 ...9 ...9 10 11

3 Omschrijving plangebied........................................... 3.1 Algemeen............................................................. 3.2 Beschrijving........................................................... 3.3 Geplande ingrepen............................................... 3.3.1 Omschrijving werkzaamheden....................... 3.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode 3.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze.... 3.3.4 (ontwerp-)tekening.........................................

13 13 13 14 14 15 15 16

4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden............ 4.1 Wet natuurbescherming....................................... 4.1.1 Natura 2000..................................................... 4.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland.................. 4.2.1 Natuurnetwerk Nederland.............................. 4.2.2 Belangrijkweidevogelgebied .......................... 4.2.3 Strategische reservering natuur....................... 4.3 Ecozones Den Haag..............................................

.17 .17 .17 .18 .18 .19 .19 .20

5 Beschermde houtopstanden......................................

.21

6 Onderzoeksresultaten beschermde soorten............... 6.1 Soorten Vogelrichtlijn........................................... 6.1.1 Bronnenonderzoek.......................................... 6.1.2 Verkennend veldonderzoek............................. 6.1.3 Effectbeoordeling en toetsing......................... 6.2 Soorten Habitatrichtlijn ......................................... 6.2.1 Bronnenonderzoek.......................................... 6.2.2 Verkennend veldonderzoek............................. 6.2.3 Effectbeoordeling en toetsing......................... 6.3 Nationaal beschermde soorten............................. 6.3.1 Bronnenonderzoek.......................................... 6.3.2 Verkennend veldonderzoek............................. 6.3.3 Effectbeoordeling en toetsing......................... 6.4 Invasieve exoten....................................................

.22 .22 .22 .23 .24 .25 .25 .26 .28 .29 .29 .30 .31 .31

7 Conclusies en aanbevelingen..................................... 7.1 Algemeen............................................................. 7.2 Beschermde gebieden.......................................... 7.2.1 Wet natuurbescherming..................................

.32 .32 .32 .32

7.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 7.3 Ecozones Den Haag................................. 7.4 Beschermde houtopstanden................... 7.5 Beschermde soorten................................ 7.5.1 Soorten Vogelrichtlijn......................... 7.5.2 Soorten Habitatrichtlijn ...................... 7.5.3 Nationaal beschermde soorten.......... 7.6 Invasieve exoten....................................... 7.7 Samenvatting benodigd onderzoek........ 7.8 Aanbevelingen.........................................

. 32 . 32 . 33 . 33 . 33 . 33 . 34 . 34 . 34 . 34

8 Geraadpleegde bronnen................................ 8.1 Literatuur.................................................. 8.2 Internet....................................................

.. 35 .. 35 . .35

Bijlage 1 Foto-impressie plangebied................

...37

5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Staatsbosbeheer heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Koekamp, Den Haag. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen herontwikkeling

binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 3.3), waarvoor sloop en nieuwbouw plaatsvindt en

bomen worden verwijderd. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben

op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen

wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoekte worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.

1.2 Doei Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de

voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •

Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het

kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). •

Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). •

Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

•

Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het

Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere

provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening Zuid-HolIand.

6

Onderzoeksmethodiek

1.3

De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie.

Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 31-03-2021 door

ecologisch

deskundige' bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het

plangebied is - daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp- onderzocht.

Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indrukte krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom

het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6

zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie 1). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te

maken.

•

Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt

van de online viewers die de provincie en gemeente ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd aan actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen,

doelstelling etc.

1

7

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

I L

9 më keide

iEEE

Wessenaar

_______

0 /

_______

E

■3

Voorschoten

Zoetan

-K

Schevenioten

0

e2 g

V6

1

>

7

4o b

ipischenelam

5tompw

Voorburg

DEN HAAG

II

%

-

P

e, 1 C M ' f a lootdorp ootdorp

mim-k

wae.EL

. Monuter t e

5 (al ■-

g- :

$trw

A meiLz

4 ,./I/

/

/

5

N82zd

Afbeelding 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF

1.4 Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de

voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samen

gevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek.

8

2 Toelichting onderzoekskader

2.1

Wet natuurbescherming

De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura

2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelt tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet

Natuurbescherming is grofweg op te delen in 3 categorieën.

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000 gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten,

Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000 gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag het oppervlakte van het Natura 2000 gebied niet worden aangetast.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen

(zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten

die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde

soorten (in de wet aangeduid als "andere soorten").

Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van

ontheffingsplicht Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt ten alle

tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

2

Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

9

Beschermingsregime

Beschermingsregime

Beschermingsregime

soorten Vogelrichtlijn §

soorten Habitatrichtlijn §

Nationaal beschermde

3.1 Wnb

3.2 Wnb

soorten (andere soorten)

Art 3.11 id 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettel ijk te doden ofte vangen.

§ 3.3 Wnb Art3.5 lid 1 Art 3.10 I id 1a Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten natuur I ij ke verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen opzettelijk te doden ofte vangen

Art 3.11 id 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

ArtS.5 Iid4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen ofte vernielen

Art 3.11 id 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

ArtS.5 Iid3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen ofte rapen

Art 3.11 id 4 en I id 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetrefénde vogelsoort.

ArtS.5 Iid2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Nietvantoe passing

ArtS.5 Iid5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

ArtS.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te pl ukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

ArtS.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen ofte vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen

buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een

kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op:

10

•

houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom,

•

houtopstanden op erven of in tuinen,

•

fruitbomen en windschermen om boomgaarden,

•

naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig

jaar,

•

kweekgoed,

•

uit populieren of wilgen bestaande:

•

wegbeplantingen,

•

beplantingen langs waterwegen, en

•

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden,

•

het dunnen van een houtopstand,

•

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijkzijn bedoeld voor

de productie van houtige biomassa, indien zij: •

ten minste eens per tien jaar worden geoogst,

•

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken

breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.

2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving

worden beschermd. Onderdeel van de beschermd gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het

NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn verwerkt.

Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het"nee, tenzij" principe wat inhoud dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de

aanwezige (natuur)waarden hebben. Deze waarden zijn vastgelegd als de "wezenlijke kenmerken en

waarden" van het NNN. Elke provincie heeft zelfde regie over de invulling van deze kenmerken en waarden. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid- Holland niet van toepassing. Provincies zijn vrij dit nader in te vullen.

Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid- Holland 11

betreft dit Belangrijke weidevogelgebieden en de Strategische Reservering Natuur. In sommige

provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.

12

ecore

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen

Het plangebied voor deze quickscan omvat een gebouw met opstallen en aangrenzende opgaande

beplanting gelegen in de Koekamp, Den Haag, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland (zie 2).

-H

H55d:

-F

-

4580- -

f H" ra

— Ii

1

+

—

+

few

8s %

— Legenda I plangebied

I

—

H455f

((( 455

ip

2850 n

aal»

21 450

tS IcH

nH1o

ühö

)))) ec

I

Afbeelding 2: Ligging plangebied en het onderzochte gebied, voor regionale ligging zie kaartinzet rechtsboven (Bron: PDOK)

3.2

Beschrijving Het plangebied bestaat uit een gebouw van 2 etages met houten muren en een pannendak, dat in gebruik is als kantoor van Staatsbosbeheer.

Het gebouw bestaat uit 2 delen, een kantoorruimte en een berging die aan elkaar vast zitten

maar allebei een zadeldak hebben.

•

Twee opstallen van houten muren en een pannendak staan ten westen van het gebouw. De

muren en dak zijn enkel laags en laten daglicht door. In één van de opstallen wordt hooi

opgeslagen. •

Om het gebouw staan 2 lindes, enkele taxussen, een notenboom, 4 ginko's, 2 beuken en nog wat beplanting, die deels verwijderd wordt.

•

Een woning en een open kapschuur op het terrein vallen buiten het plangebied.

13

De hertenkamp valt buiten het plangebied, net als het grootste deel van de bomen op de

Koekamp.

28

■

KA

28! ’

1

yWg2

d

Afbeelding 3: Overzicht plangebied. Foto:

E

r

/

A

//

IJ

I

1

4

1

jcë

K

9

Ml

ns

IIT

/F

1 7

s

8

■IV

75*N V Fr

HI

?

17

1 ,

T

l

E e1

2

LV

cM

M

,

46-491-

t

Er zijn nestkasten voor vogels en kasten voor vleermuizen aanwezig in het plangebied.

/ Ecoresult B. V.

Zie Afbeelding 3 en Bijlage 1 voor een algehele foto-impressie van het plangebied.

Geplande ingrepen

3.3

3.3.1 Omschrijving werkzaamheden De bebouwing wordt gesloopt en er vindt nieuwbouw plaats. In de nieuwe situatie wordt het

plangebied opengesteld voor publiek en komt er horeca De volgende werkzaamheden zullen worden uitgevoerd:

•

Het verwijderen van de gebouwen en opstallen.

•

Verwijderen (rood op onderstaande tekening), of verplaatsen van bomen (geel op onderstaande tekening).

14

•

Nieuwbouw van 1 gebouw met een bezoekerscentrum, horeca en werkschuur.

•

Opstellen gebied.

3.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning en doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is

deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

3.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze De exacte invulling is nog niet bekend. Voor voorliggende rapportage wordt uitgegaan van de

volgende werkwijze.

15

©

OCOreSUt

3.3.4 (ontwerp-)tekening

(

2

o

4

3, F

-v > tr

3

4

(

3

>

/s

Q, 11 -

B

/-

I1 f t

I

L--- I

*,

I

" i

\'

U-

",

r,

M

lY \\

I

/

k

N Ir

\ L

w

-

*

- •9 W d V\\

(XK(A;?

A

O

\

NN

1-

__N 4

1

-73

(0. -

-8

/

X

2

1

7ƒ

N

iI

7 -

75/

il

J

$4 A A■z \

f

"x

- / -- k

X\

VaN x N\

e

1

-77/ /

/

Gë

t

Afbeelding 4: Ontwerptekening van de Koekamp Bron: Opdrachtgever

16

I

-

/2ó

_0e N =

J H

S

■

>

P

k

0\K

L

\

1

\X N - )

2 /

.1,

—

dI

1

N

c

1/ /

"7,

S L3y

/

F

। /

l'

A

Nr

j

‘v,

Xv *---‘

■N

El

4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1 Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Westduinpark & Wapendal op ca. 2,2 kilometer ten noordwesten van het plangebied (zie 5), en heeft verschillende stikstofgevoelige habitats. Op grotere

afstand liggen Meijendal & Berkheide (ca. 3,1 km). De werkzaamheden binnen het plangebied behelzen

de nieuwbouw van 1 gebouw. Bij de bouw van woningen is de effectafstano 0,6 km; (als ontwikkeling plaatsvindt op een afstand groter dan 600 meter tot een Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie kleiner dan 0,00 mol/ha/jaar). Negatieve effecten in het kader van geluid, trilling en stikstofdepositie op

de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden kunnen op basis van de afstand tot het Natura 2000-gebied op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek in de vorm van een AERIUS

berekening is niet noodzakelijk.

3

Cardinaals et al, 2019.

17

4 4,3 Kic: 3-3" "i

6

F

(E.

De Kieviet N44

in 1

' te

ijai 3 3 5”

aisch p.Pë Bekgisch Pafe

Nieuw Wassenaar

mtüaneme ■

Westbroekpark Duttendal

Scheveningen

1

Kerkehout

Van Stglkpark

Marol

Jenoosdenhoul

Scheven mgse Bosjes

--De Zijde

Marlahaeve

Archipelbuue

47 Ca; Wb*id j3

5

Zorgvliet

Dulnoord

-rogeln

De Heuvel

Lerdse

Haagse Bos

(0 Zeetem ▼

° P

Szarenkwarter

saün

N14

5:

BezuickenhoLl

4ttet

omenbuur

H

Centrum

H,ht

Sloernenbuun

.4

valkenboskwartie Heeserbuun

Joheme

Vruchtenbuun

>

Meet en BDS

t Lao

Regentessekwaster

Dosbroek

Stavonsbuun

‘s-Gravenhage

Voorburg

1K

* -? Bunckhorsi

r

7

Q

Fürpark

Waldeck Groente- en Frulzmnaur yvëë

Leyenburg kenburgh

Park Leeumrenbergh

/

Zuiderpar Bpoorwrjk

8

Mnenamk

Hoo

“/623*

Afbeelding 5: Plangebied (speld) en de nabijgelegen Natura 2000 gebieden (geei) en stikstofgevoeiige habitats (paars). Bron: AERiUS 2020

4.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

4.2.1 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie 6. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is Park Zorgvlietaan de noordzijde van de bebouwde kom van Den Haag. Dit park ligt op ca. 900 meter ten noordwesten van het plangebied4. De

dichtstbijzijnde ecologische verbindingszone betreft een watergang welke Park Ockenburg verbindt

met diverse polders welke zijn aangewezen als weidevogelgebieden ten zuiden van Wateringen op ca. 6,1 km ten westen van het plangebied (wegens grote afstand niet op de kaart). Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt

op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovengenoemde gebieden. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De

4

18

https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html? id=698b578f8bf34f5ab624e1f2ae687199&extent=33428.9852%2C415026.1883%2C131473.1813%2C477053.1 124%2C28992

IL

V

I/II/II"

Omgevingsverordening Zuid-Holla nd wordt niet overtreden.

‘I

. 11"

Niu- Schrening*- Bosphjev

-tu

s che vpginig-a Boseh -K

F

d

y

aw

11j111111m111.il ! akPtjerrdel & Berkhere

\

f

P 40

,.

N14

Leit

) fmt

«Hl £

V

k

k

V oorburg

*, *,

Afbeelding 6: Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. Bron: h ttps://pzh. maps.arcgis. com/apps/webapp vie wer/index. h tml? id=698b578f8bf34f5ab624e1f2ae687199&extent=33428.9852%2C415026.1883%2C131473.1813 %2C477053.1 !24%2C28992

4.2.2 Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied is niet gelegen in een Belangrijk weidevogelgebied (wegens grote afstand niet op de

kaart). De Duivenvoordse-Veenzijdse Polder ten oosten van Den Haag, op een afstand van ca. 6 kilometer ten oosten van het plangebied, zijn bestemd als Belangrijk weidevogelgebied. Op basis van

de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd

gebied. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2.3 Strategische reservering natuur Dichtstbijzijnde gebieden die aangewezen zijn voor Strategische reservering natuur betreft de

Duivenvoordse-Veenzijdse Polder, tussen Kerkehout en Leidschendam op een afstand van ca. 5,2 kilometer ten oosten van het plangebied. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het

plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.

19

©)) ecoresult 4.3

Ecozones Den Haag

Het plangebied is gelegen in de stedelijke ecologische hoofdstructuur. Door de herinrichting waarbij tenminste 2 bomen verwijderd worden en een gebouw wordt gesloopt en vervolgens nieuwbouw

plaatsvindt, kan effect optreden op deze ecozone. Er dient contact opgenomen te worden met de

Gemeente Den Haag om vervolgstappen te bepalen. .1^,0

Nassaubuur1

VA

272-3

Zand vb

e

0) L

Bezuidenhout

ho u

N Den Haag Cenbaa

god

ofW

o

Afbeelding 7: Ligging plangebied (rode cirkel to. v. stedelijk natuurnetwerk. Bron: h ttp://www.arcgis. com/apps/webapp vie wer/index. h tml? id=093893b9d0654c59978b26655d1d3d4b&extent=68998.2717%2C449629.6903%2C92988.6197 %2C460259.6115%2C28992

20

© ecoreGUl Beschermde houtopstanden

5

Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Den Haag (zie 8). Echter, voor de begrenzing van beschermde houtopstanden geldt in Den Haag een andere begrenzing dan die van de bebouwde kom. De grote groengebieden van het Haagse bos en de Koekamp zijn door de gemeente

aangewezen als gebieden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden is daarmee van toepassing op de bomen in de

Koekamp en er geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

, XsEükaaKlzë

Hl

m2 JI

T

11 1

1278

inzimu 2rBammn

77

12

1"3

ft- S

",1

12

/I"hnal2üm sl! li “ /i„IMIM//—===i/i2 •.1

—

1

e®e Esi P

17

0

13

18

L111 •»

Epëstmdiei/»/Un,522558805 — —, mnEzlËll*i I L-M----MEMI

U5

• Luu LMA3/E=:

I IKpgeHE_ ' * n 5 :+mat “S

—G — - ■kV

85%

s

I \

Iu.

u

pw J #Hrisu J Ii=e-5=• * 2]= Hu—» 1Ecd Eced COAT eo= i=c-=-

—-i

—27

e~

,39 w .

s-enn

Afbeelding 8: Het plangebied (rode cirkel) gelegen buiten de bebouwde kom van Den Haag Wet natuurbescherming.

21

6 Onderzoeksresultaten beschermde soorten

6.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.1.1 Bronnenonderzoek

6.1.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Wespendief

Beschermingsregime Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest (Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest (Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest (Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest [Vogel met jaarrond beschermd nest Vogel met jaarrond beschermd nest

Tabel2: Waargenomen vogels metjaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF geraadpleegd op 15-03-2021

6.1.1.2

Bron Soortenmanagementplan Den Haag

Op basis van de website van de gemeente Den Haag (Soortenmanagementplan Den Haag5) zijn er

geen waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten binnen en direct grenzend aan het plangebied.

5

https://soortenmanagementplandenhaag-ddh.opendata.arcgis.com/

22

6.1.2 Verkennend veldonderzoek

6.1.2.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde

nesten in gebouwen. De dakpannen hebben geen ruimte eronder en van binnen kijkje tegen de onderzijde van de dakpannen aan. Dubbele daklagen ontbreken. Daarnaast zijn er volgens de website

van de gemeente Den Haag geen recente waarnemingen van huismus bekend in en grenzend aan het

plangebied6. Tevens werd tijdens het verkennend veldonderzoek geen huismus gehoord of gezien en is er geen functioneel leefgebied aanwezig binnen en grenzend aan het plangebied. Het plangebied is

gelegen in een kleinschalig bosgebied.Tijdens een broedvogelonderzoek in 2020 zijn geen

huismussen vastgesteld. Op basis hiervan kan er redelijkwijs van worden uitgegaan dat huismus niet

aanwezig is in het plangebied.

Voor gierzwaluw is het gebouw niet geschikt vanwege het ontbreken van voldoende hoogte, ontbreken van een vrije aanvliegroute en het ontbreken van geschikte nestplaatsen. Voor kerkuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen kerkuilnestkasten aanwezig, sterk urbane

omgeving). Ooievaarsnesten zijn afwezig en het ooievaarswiel op het dak is nooit in gebruik genomen.

Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden

zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen.

Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel

foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten.

Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen direct grenzend aan het plangebied geen

nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Ook werden er geen prooiresten, uitwerpsel of braakballen gevonden

onder de bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer, roek en wespendief worden uitgesloten.

6.1.2.2

Nietjaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw, boomkruiper, koolmees en pimpelmees. Er zijn nestkastjes aanwezig die bewoond zijn door koolmees en pimpelmees en voor boomkruiper zijn de bomen geschikt. De directe omgeving van het

6 https://soortenmanagementplandenhaag-ddh.opendata.arcgis.com/ 23

plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals ekster en zwarte kraai (nieuwvestiging), maar in de bomen om het gebouw heen zitten geen nesten.

6.1.2.3

Algemene broedvogels

Het plangebied en directe omgeving is geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, te weten merel, winterkoning, rood borst en houtduif. Algemene vogels kunnen tevens tot

broeden komen in de bomen grenzend aan het plangebied. Een merelnest was tijdens veldbezoek

aanwezig in een van de schuren.

6.1.3 Effectbeoordeling en toetsing

6.1.3.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is voor soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt.

Nader veldonderzoek is niet nodig.

6.1.3.2

Nietjaarrond beschermde nesten

Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terug keren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten

zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5 soorten in

het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene

vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden.

Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit

worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart - 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is

voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

24

6.1.3.3

Algemene vogels

Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is potentieel geschikt als

voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de

werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart - 15 augustus), of een inspectie te laten uitvoeren door

een ecologisch deskundige.

6.2 Soorten Habitatrichtlijn

6.2.1 Bronnenonderzoek

6.2.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soort Soortgroep Bruinvis Zoogdieren Bultrug Zoogdieren F ra nj estaart Zoogdieren Gewone dwergvleermuis Zoogdieren Gewone grootoorvleermuis Zoogdieren Kleine dwergvleermuis Zoogdieren Laatvlieger Zoogdieren Meervleermuis Zoogdieren Rosse vleermuis Zoogdieren Ruige dwergvleermuis Zoogdieren Twegkleurige vleermuis Zoogdieren

Soort Vale vleermuis Watervleermuis

Witsnuitdolfijn Boomkikker Kamsalamander Lederschildpad Rugsstreeppad Muurhagedis Zandhagedis Gevlekte witsnuitlibel Rivierrombout

Soortgroep Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Reptielen Reptielen Libellen Libellen

Tabel 3: Waargenomen HabitatrichtHjnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF, geraadpleegd 15-03-2021

6.2.1.2

Bron Soortenmanagementplan Den Haag

Op basis van de website van de gemeente Den Haag (Soortenmanagementplan Den Haag7) zijn enkele

paarverblijfplaatsen bekend van rosse vleermuizen en tevens kraamkolonies en paarverblijven van

gewone dwergvleermuis binnen een straal van 200 meter vanaf het plangebied.

7 https://soortenmanagementplandenhaag-ddh.opendata.arcgis.com/ 25

6.2.2 Verkennend veldonderzoek

6.2.2.1

Vleermuizen

De bebouwing binnen het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van

gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing in het plangebied bevat openingen tussen de houten wanden en de pannendaken waar vleermuizen gebruikvan kunnen maken. De verwachte soorten zijn gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

kleine dwergvleermuis en laatvlieger. Het plangebied kan voor deze soorten derhalve een functie hebben als zomer-, kraam- en paar- en winterverblijfplaatsen (zie Tabel 4). Het laatste verblijftype (winterblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen zijn in het plangebied uitgesloten door beperkte omvang, geringe hoogte en laag temperatuurregulerend vermogen van de

bebouwing.

De meervleermuis is relatief lichtschuw en sterk gebonden aan water. De waarnemingen in de

omgeving van het plangebied betreffen dieren welke zich ophouden in de bunkers in het duingebied

en betreft najaarsmigratie en foerageergedrag daar om heen. Verblijfplaatsen van deze soort worden daarom op deze locatie hierom niet verwacht. Verblijfplaatsen van deze soort worden daarom op deze locatie hierom niet verwacht. Tweekleurige vleermuis wordt op basis van verspreidingsgegevens en

zijn zeldzame karakter redelijkerwijs niet verwacht in het plangebied. De soort wordt in Nederland

voornamelijk in het late najaar (oktober-december), dat is het paar- en overwinteringsseizoen, aangetroffen. Deze soort lijkt een voorkeur te hebben voor hoogbouw als paarverblijfplaats. Dergelijke bebouwing is in het plangebied niet aanwezig.

De bomen grenzend aan het plangebied zijn geschikt voor boombewonende vleermuizen zoals ruige

dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De lindes bevatten holten welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als kraam-, zomer- en paarverblijfplaats.

Het plangebied en de directe omgeving kan functioneren als leefgebied en foerageergebied

bestaande uit foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving van het plangebied zijn alternatieve mogelijkheden van een vergelijkbare kwaliteit aanwezig.

Tot slot hangt aan het gebouw een vleermuiskast die door diverse soorten gebruikt kan worden als

vaste rust- en verblijfplaats.

26

issentiele

‘liegroute

issentieel

Foerageergebied

Massawinter‘ erblijfplaats

Winterverblijfplaats

Paarverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

Soort

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Rosse vleermuis Watervleermuis Tabel 4: Soorten welke verwacht worden en bijbehorende functies.

Ó.2.2.2

Amfibieën en reptielen

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van boomkikker, lederschildpad, kamsalamander, rugstreeppad, zandhagedis en muurhagedis. Geschikte

voortplantingswateren, open water en ondiepe poelen voor bovengenoemde amfibieën ontbreken in het plangebied. Ook geschikt terrestrisch habitat als vergraafbare bodem en hout/stenen stapels ontbreken in het plangebied. Zandhagedissen komen met name voor in het open struweelduin van

kalkrijke duinen langs de kust of in droge struikheideterreinen in het binnenland, dit habitat is niet

aanwezig binnen het plangebied. Voor muurhagedis ontbreken geschikte (oude) gevels of steenhopen. Bovendien is het plangebied voor bovengenoemde soorten vanwege de ligging in stedelijk gebied,

met veel doorgaande wegen onbereikbaar.

6.2.23

Overige HabitatrichtHjn soorten

Open water, rivieren en poelen zijn in het plangebied afwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van

zeezoogdieren zoals bruinvis, bultrug, witsnuitdolfijn, libellen en vissen worden uitgesloten. Libellen als

gevlekte witsnuitlibel zijn gebonden aan grote moerasgebieden met een gevarieerde (drijvende) watervegetatie. Libellen als rivierrombout zijn gebonden aan rivieren en beken waar veel slib wordt

afgezet. Het is door het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten dat deze soorten in het plangebied voorkomt.

Tl

6.2.3 Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger) en in bomen (rosse vleermuis,

watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis) is binnen het plangebied niet uitte sluiten. De werkzaamheden (sloop gebouwen, verwijderen bomen, verwijderen vleermuiskast) kunnen

invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zieTabel 1) van de Wnb worden overtreden.

Nader onderzoek is nodig in de periode 1 juni tot 15 juli middels 3 bezoeken en tussen 15 augustus en

15 september middels 2 bezoeken om te bepalen of: •

Voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis,

gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger aanwezig zijn binnen en grenzend aan het plangebied. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het

nader veldonderzoek is conform de eisen® die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vaste

rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met

verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen

te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Per vleermuissoort en per

functie functie kunnen andere gewenningsperioden gelden.

De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Een ontheffingsaanvraag wordt

op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: •

Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).

•

Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).

•

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving. Dit kan worden voorkomen door het treffen van voldoende

mitigerende/compenserende maatregelen.

8

Vleermuisprotocol 2021 28

I

november

september

enue

E

E

gewone dwergveermuis ruige ddwergvleermuis kleine dwergveermuis laatvlieger rosse veermuis gewone grootoorvleermuis waterleermujs

auguStuS

© ecoreGUt E

I

zomerverbijfplaatsen 8omer-/kraamverbl ijfpl aa tse n pa a rve r bl ijfpl a a tse n/zwe rm pl a atse n

Tabel5: Onderzoeksperiode vleermuizen. Voor overige ha bitatrichtlijnsoorte n is het plangebied redelijkerwijs ongeschikt.

6.3

Nationaal beschermde soorten

6.3.1 Bronnenonderzoek

6.3.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soortgroep

Provinciale Vrijstelling Gewone zeehond Zeezoogdieren nee Grijze zeehond Zeezoogdieren nee Boom marter Overige zoogdieren nee Bosmuis Overige zoogdieren ja Bunzing Overige zoogdieren ja Damhert Overige zoogdieren nee Dwergmuis Overige zoogdieren ja nee Edelhert Overige zoogdieren nee Eekhoorn Overige zoogdieren Egel Overige zoogdieren ja Haas Overige zoogdieren ja Huisspitsmuis Overige zoogdieren ja Konijn Overige zoogdieren ja Ree Overige zoogdieren ja Rosse woelmuis Overige zoogdieren ja Steen marter Overige zoogdieren nee Veldmuis Overige zoogdieren ja Vos Overige zoogdieren ja Wezel Overige zoogdieren ja Soort

Soort

Soortgroep

Alpenwatersalamander

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten

Bastaard ki kker Bruine kikker

Gewone pad Kleine watersalamander Vuursalamander G rote vos Akkerboterbloem Blaasvaren Bokkenorchis Glad Biggenkruid Grote leeuwenklauw Kartuizer anjer Naai den kervel Rood peperboompje Schubvaren Stofzaad Wilde ridderspoor

Provinciale vrijstelling nee ja ja ja ja nee

nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

Tabel 6: Waargenomen niet vrijgestelde Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF, geraadpleegd 15-03-2021

29

6.3.2 Verkennend veldonderzoek

6.3.2.1

Vaatplanten

Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn

geen oude (kalk-)muren - geschikt voor blaasvaren en schubvaren of andere muurvegetatie aanwezig in het plangebied. Door de ligging van het plangebied in sterk urbane omgeving, met sterk gecultiveerde vegetatie zijn geschikte groeiplaatsen voor soorten als akkerboterbloem, bokkenorchis, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer, naaldenkervel, rood peperboompje, stofzaad en wilde ridderspoor in het plangebied derhalve niet aanwezig.

63.2.2

Zoogdieren

Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. egel en verschillende soorten (spits-)

muizen. Eekhoorn en boommarter zijn vastgesteld in het gebied. Deze soorten komen voor in het gebied en maken mogelijk gebruik van de gebouwen en opstallen voor verblijfplaatsen en sowieso van het plangebied als niet-essentieel leefgebied. Niet-essentieel omdat het een relatief klein deel van het

gebied bevat en niet voldoet aan de afmetingen van een territorium. Daarnaast voldoet de directe omgeving in ruime mate aan de eisen voor een vastgesteld territorium. Open water is in het

plangebied afwezig. Daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als gewone zeehond

en grijze zeehond. Grote hoefdieren zoals edelhert en damhert zijn ook niet te verwachten. Grote aaneengesloten bosrijke gebieden met grazige vlaktes zijn niet aanwezig.

63.2.3

Amfibieën

Aanwezigheid van volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige Alpenwatersalamander,

en vuursalamander is uitgesloten op basis van het aanwezige habitat. Kleinschalig landschap met

poelen, weidegebieden, bos of heideterreinen zijn afwezig. Daarnaast betreft de waarneming van vuursalamander geen levensvatbare populatie, het gaat hier hoogstwaarschijnlijk om een door de

mens vrijgelaten dieren uit een terrarium. Het plangebied is verder enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-HolIand een vrijstelling geldt,

zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde amfibieën worden niet verwacht. Open water is in het plangebied niet aanwezig.

30

6.3.2.4

Overige soorten

Beschermde reptielen en vissen worden niet verwacht. Open water is in het plangebied niet aanwezig. Daarnaast ligt het plangebied in een urbane omgeving. Het plangebied herbergt geen geschikt habitat

voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos. Deze soort komt voor in de nabijheid van grote solitaire bomen welke ontbreken in het plangebied. Op basis van het ontbreken van geschikt habitat komt deze

vlindersoort hier niet voor.

6.3.3 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is geschikt voor eekhoorn en boommarter. De werkzaamheden (sloop gebouwen, verwijderen bomen) kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen

de verbodsbepalingen Art 3.10 lid 1 a en b (zieTabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is nodig in de periode mei - augustus door middel van 4 cameravallen.

Het plangebied is verder geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie ZuidHolland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Nader

onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en (spits)muizen

zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen.Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of

daar direct aan voorafgaand.

6.4 Invasieve exoten Tijdens het veld bezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse

duizendknopen en reuzenberenklauw zijn niet aanwezig.

31

7 Conclusies en aanbevelingen

7.1

Algemeen

In opdracht van Staatsbosbeheer heeft Ecoresult B.V. een guickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Koekamp, Den Haag. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen herontwikkeling

binnen het plangebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden.

72.

Beschermde gebieden

7.2.1 Wet natuurbescherming

7.2.1.1

Natura 2000

Significante negatieve effecten van stikstofemissie, geluid, trilling of verlichting op nabijgelegen Natura

2000-gebieden kunnen worden uitgesloten als gevolg van de afstand van het plangebied tot dit Natura 2000-gebied. Passend nader onderzoek (bijv, naar stikstofemissies - middels de Aerius Calculator) is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming met

betrekking tot gebiedsbescherming is niet nodig.

7.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te

sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Belangrijke weidevogelgebied en Strategische reservering natuur. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

7.3

Ecozones Den Haag

Het plangebied is gelegen in de stedelijke ecologische hoofdstructuur. Door de herinrichting waarbij

32

tenminste 2 bomen verwijderd worden en een gebouw wordt gesloopt en vervolgens nieuwbouw

plaatsvindt, kan effect optreden op de ecozone. Er dient contact opgenomen te worden met de

Gemeente Den Haag om vervolgstappen te bepalen.

IA Beschermde houtopstanden Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. In dit geval is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden van toepassing en geldt een meldplicht bij de Provincie, herplantplicht en

mogelijke oplegging van een kapverbod. In dit geval dient de veiling van de houtopstand voorafgaand aan de werkzaamheden gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Vervolgens dient de gevelde

houtopstand herplant te worden. Indien het niet mogelijk is de houtopstand op dezelfde locatie te herplanten, dient er een compensatieplan herplant elders opgesteld te worden. Dit plan dient te

worden goedgekeurd door het bevoegd gezag.

75

Beschermde soorten

7.5.1 Soorten Vogelrichtlijn

7.5.1.1

Jaarrond beschermde nesten

Vogels met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht. Nader veldonderzoek is niet nodig.

7.5.1.2

Algemene vogels en nietjaarrond beschermde nesten

Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet

jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten

mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg

de periode 1 maart - 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan

de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

7.5.2 Soorten Habitatrichtlijn

7.5.2.1

Vleermuizen

De voorgenomen ontwikkelingen leiden tot een negatief effect op potentieel aanwezige

33

©) ecoresul

I L

voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw en boombewonende

vleermuizen (gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger). Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zieTabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is

nodig. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn én door

de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een

ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden.Tevens dienen dan mitigerende

maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Deze dienen

aanwezig te zijn tenminste 3 maanden voor de start van het werk, maar hier zijn striktere uitzonderingen op mogelijk.

Overige Habitatrichtlijnsoorten worden niet verwacht.

7.5.3 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is geschikt voor eekhoorn en boommarter. De werkzaamheden (sloop gebouwen, verwijderen bomen) kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen

de verbodsbepalingen Art 3.10 lid 1a en b (zieTabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is nodig in de periode mei - augustus door middel van 4 cameravallen.

7.6 Invasieve exoten Er is ook gekeken naar groeiplaatsen van exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Er

werden geen groeiplaatsen van deze soorten aangetroffen.

ovem be

oktober

ugustus

I

unl

pril

meart

UJ 3j de

et Ule

lq

uenue

fe b tu a ri

7.7 Samenvatting benodigd onderzoek

Vleermuizen camera's eekhoorn/boommarter

Tabel 7: Samenvatting benodigd nader onderzoek.

7.8 Aanbevelingen Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel "inclusief bouwen voor

vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van 34

vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Gebruik bijvoorbeeld inbouwkasten voor vleermuizen en broedvogels binnen het plangebied. Tevens kan worden ingespeeld op te verwachten ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied. Dit past ook binnen het Haagse natuurbeleid.

35

8 Geraadpleegde bronnen

Literatuur

8.1

Cardinaals J.T.B., J. Daamen, G.FJ. Smit & H. van Ziel, 2019. Woningbouw en Natura 2000. Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-246.

Bureau Waardenburg, Culemborg.

8.2

Internet

Beschermde gebieden & soorten •

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx

•

https://pzh.maps.arcgis.com/

•

https://ca Iculator.aerius.n l/ca lculator/?locale=nl

•

https://soortenmanagementplandenhaag-ddh.opendata.arcgis.com/

Kadastrale Kaarten

https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html

Kennisdocumenten soorten

https://www.bijl2.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/

Nationale Databank Flora en Fauna https://ndff-ecogrid.nl/

Natuurwetgeving •

www.rvo.nl

https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wet-natuurbescherming.html

PDOK- Publieke Dienstverlening op de Kaart

36

http://pdokviewer.pdok.nl

Vleermuisprotocol 2021

•

37

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=812

© ecoresu t Bijlage 1

Foto-impressie plangebied

g7 - . ‘i

F

hk

,13

1

E 511

e=e. = .2 [Binnenzijde schuur. Foto:

/ Ecoresuit B. V

N #

*3

V/8 2 IV — F’

•]

IA —t-

4-4

23*

4

-

5

v,egztzëë S

éqéc"22 - -saaü

L

1w5 *

de

Fg èH *

2102

iv

KSeg ■ 4 ■ 2 a2 . * "5e

L '

Overzicht plangebied Foto:

/ Ecoresult B. V

38

©

OCOreSUt

PAaN

A4 iZ

8

Gi 1k2p

Ureee *1 "" "

•-

V 1

7

/

/ -

T

~p

al/ -• 766

/

A-

IF?

1»

39

m

—- $ Vleermuiskast aan gebouw en de lindes met holtes Foto: Ecoresult B. 1/

1

SI

5%

3

M

1

i

17,

/

ar

E. t

63

I I "

de

2 1 ■

Binnenzijde schuur. Foto:

39

u Tl i

/ Ecoresult B. V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15801049/1