RIS322802 Bijlage 1-1 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
bodai: Your safety is our concern
Bureau- en booronderzoek archeologie Koekamp, Den Haag
Kennis- en adviescentrum
0)
III
Historisch
Benaderener veiligstellen
$
Risicoanalyse
Offshore
ée
£•-7 .
*43
*ëhe
3
H
- Ne
"
■t Et -
L
- k
5-259-
--
ë. 68 3
"Fee *ge92ë
1
e3a
ggm5* ■ 26,*-
BNe
ea "
% 42"- a2FM-#--23 e
<
,9
1
.
H223&6 Ea • ism- 95 4 -Sp:5* 15E’ *5ac r * ■ 3 8: wFE ■ - 7*,
.-
2-4, -
-ee
7
3e
g, K22e daei
2*2 - - *2, 3:; #34
“:.3*2*%
1
Archeologie
Sanering
3
22444
* *Xë2>uh
p
t"*Ea
■ * e"E 2EE s#,b5e
s. „5 •
Vliegtuigberging
vooronderzoek
3uneug,s 2 20 . 23 .475
Detectie
•*
2Va-"**. 2-22* ë, iv2 .l BbeeN* k- . 1
■
* 7 1' —2-
c5**55
r935é f •
' 0e
2
32
MuRR
Ë5 -
■
Esa* 3e E
s‘e" Geöu. r* 3 «“ -he
2,-455225
A—5 cn-F ■ aH2 rru, * A2-m , ■ „‘2e
3e kkeg*, ■ Etp
92 4 • 33-
BODAC
Pagina 1 van 34
rapportnummer
A22024
titel
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
versienummer
1.0
status
concept
datum
3 oktober 2022
vestiging
Hermalen 7 5481 XX Schijndel 073-5431010 info@bodac.nl
&
opsteller
interne controle paraaf
(KNA archeoloog)
autorisatie
(senior KNA archeoloog)
paraaf
© Bodac B.V., Schijndel Foto's en tekeningen: Bodac B.V., tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaargemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Bodac B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2452-2074 (Analoog rapport) ISSN: 2452-2066 (Digitaal rapport E-depot) Kwaliteitszorg Bodac B. V. beschikt over alle kwaliteitscertificaten voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek, afgegeven door de SIKB. Het certificaat geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen.
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 2 van 34
Inhoudsopgave Administratieve gegevens
3
Samenvatting
5
1
6
1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding voor het onderzoek Juridisch en methodologisch kader Overzicht van de geplande ingrepen
6 7
8
2
I Het Bureauonderzoek 2.1 Inleiding 2.2! Huidige en toekomstige situatie onderzoeksgebied 2.3i Aardkundige situatie 2.4 Bekende archeologische en historische waarden 2.5- Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis van het bureauonderzoek
9 9 9 9 11 14
3
Conclusie 3.1 Conclusie 3.2 Aanbevelingen
15 15 15
Verkennend archeologisch booronderzoek Uitvoering veldwerk Doelstelling en vraagstelling onderzoek Methode Resultaten van het onderzoek 4.4.1 Lithologische beschrijving 4.4.2 Interpretatie 4.5 Synthese verkennend archeologisch booronderzoek 4.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis van het booronderzoek
16
4
4.1 4.2 4.3 4.4
5 5.1 5.2
Conclusie Conclusie Aanbevelingen
Bronnen
16 16 16 18 18 19 20 21
23 23 23
24
Figuren en tabellen
25
Bijlage 1.
Bouwtekening op kaart 1778
26
Bijlage 2.
Boorstaten
27
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 3 van 34
Administratieve gegevens projectcode fase in AMZ-cyclus toponiem adres/locatie plaats gemeente provincie omvang plangebied coördinaten projectgebied kadastrale gegevens (RO) kader onderzoek opdrachtgever
bevoegde overheid
A22024________________________________________ verkennend archeologisch booronderzoek Koekamp Boslaan 10-12 Den Haag Den Haag Zuid-Holland 1,12 hectare centrum: 82.110 / 455.900 Gemeente ’s-Gravenhage, sectie P, perceel 6072 en 10604 nieuwbouw en uitbreiding bestaande gebouwen Staatsbosbeheer Postbus 2 3800 AA Amersfoort @staatsbosbeheer.nl Gemeente Den haag, afdeling archeologie Prins Hendrikstraat 39 2518 HH Den Haag @denhaag.nl
ARCHIS3 zaakidentificatienummer archeoregio NOaA beheer en plaats documentatie uitvoerder uitvoeringsperiode
medewerkers
5293418100_______________________________ Hollands Duingebied Bodac B.V., Schijndel / Archeologisch Depot Den Haag / e-depot Bodac B.V. veldwerk: september 2022 uitwerking en rapportage: september 2022 senior KNA archeoloog 33415029 BSc KNA archeoloog 70290013
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BDDAC
Pagina 4 van 34
82000.000
A22024 Den Haag Koekamp | Locatie plangebied
S
È
LR
aV
/
)\
1
93
•2
_
■
A
.m • 9. 0"A• A
9
I
O ( 5
\V 4 77
8
er
5)
*
® a
kJ’
l* '
gg ) - 0V.
-
Aw
,0
ë/
I f
__
Verkennend booronderzoek
« °
7
g®
hl
k"
1
h ,*.*
•
:' 'F
A
.N
Ao
s.
•3
.
R *- > -
*
.e
3
*3*
N
"
4
5, 2
■
”,050-58
%
■
•
fp8 e
I8%*
a
o %
p
V.
25
A 82000.000
________
50 m
□
>1
t
5
O
Plangebied
V1
g
►
9
€
*
4
*i *
,3
4%
\
d
4
N
s
3
V
'X
» I
8
455500.000
B #\
"N
t
.
V
455500.000
N
*
1
Legenda
Au
__
Figuur 1: Plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart (bron: OpenTopo).
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEcgEEEAEe
Pagina 5 van 34
BODAC
Samenvatting In opdracht van Staatsbosbeheer is door Bodac B.V. een archeologisch bureauoronderzoek uitgevoerd op de Koekamp aan de Boslaan 12 in Den Haag. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop en vervanging en uitbreiding van enkele gebouwen en herinrichting van het terrein ten behoeve van een bezoekerscentrum. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om een indruk te krijgen van de huidige situatie, de toekomstige situatie, de landschappelijke situatie, de bekende archeologische gegevens uit de omgeving en de historische situatie van het projectgebied, afgezet tegen de uit het project resulterende verstoringen. Op basis daarvan wordt een verwachtingsmodel opgesteld, waaruit een advies voortkomt over de noodzaak voor het al dan niet uitvoeren van vervolgonderzoek. Het verkennend booronderzoek is noodzakelijk om te bepalen in hoeverre de voor archeologie relevante bodemlagen intact zijn gebleven en wat de diepteligging van deze lagen is. Het onderhavige plangebied valt binnen een zone met de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. In gebieden met een Waarde-Archeologie 2 geldt een vrijstelling bij bodemingrepen kleiner dan 50 m2 of minder dan 0,5 meter onder maaiveld. De geplande ingrepen overschrijden deze ondergrenzen.
Op basis van het bureauonderzoek geldt binnen het plangebied een archeologische verwachting voor (off site) vondsten en sporen uit de Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. Deze resten zouden zich onder de bouwvoor bevinden. In de top van intacte strand- en duinafzettingen of het veen zouden resten kunnen worden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Ook is geconcludeerd dat binnen het plangebied resten uit de prehistorie aanwezig kunnen zijn welke door afdekking door veen mogelijk ongeschonden in de bodem bewaard zijn gebleven. Het verkennend archeologisch booronderzoek heeft als doel om door middel van boringen de ontstaansgeschiedenis, aard, topografie, morfologie en bodemvormende processen van de ondergrond in het plangebied in kaart te brengen. De vraagstelling van het onderzoek is gericht op het vaststellen van de mate van intactheid van de bodem en de daarmee samenhangende archeologische potentie van het plangebied.
Tijdens het verkennend booronderzoek zijn zes boringen gezet tot 30 centimeter in de ongeroerde C-horizont. Gezien de inrichting en de geringe afmetingen van het plangebied zijn de boringen zo goed mogelijk verdeeld over het terrein. De boringen zijn gezet met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter en gutsboor met een diameter van 3 centimeter.
Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat de top van de strand- en duinafzettingen binnen het overgrote deel van het plangebied niet meer intact is. Vanwege de beperkte mate van intactheid van deze bodemhorizont en aanwijzingen voor afzanding in de Nieuwe tijd wordt de verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen naar laag bijgesteld. De strand- en duinafzettingen en het veen worden afgedekt door een antropogeen ophogingspakket. In de top hiervan en in de bovenliggende bouwvoor kunnen resten worden aangetroffen uit de Nieuwe tijd. Deze resten kunnen goed gelokaliseerd worden op basis van oud kaartmateriaal, en daarmee over de bouwtekening gelegd worden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat deze resten niet verstoord worden door de voorgenomen werkzaamheden.
Het advies van Bodac is om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren voor de voorgenomen werkzaamheden. Dit betekent expliciet geen vrijgave voor het plangebied, hier kunnen namelijk resten aanwezig zijn van bebouwing uit de Nieuwe tijd. Daar deze resten op basis van de voorgenomen werkzaamheden niet verstoord zullen worden is nu geen vervolgonderzoek benodigd.
Het rapport en bovenstaand selectieadvies dienen beoordeeld te worden door (de adviseur archeologie van) de gemeente Den Haag. Op basis van de inhoudelijke onderbouwing van het selectieadvies beslist deze of dit wordt omgezet in een selectiebesluit.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BDDAC
Pagina 6 van 34
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor het onderzoek
In opdracht van Staatsbosbeheer is door Bodac B.V. een archeologisch bureauoronderzoek uitgevoerd op de Koekamp aan de Boslaan 12 in Den Haag (Figuur 1). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop en vervanging en uitbreiding van enkele gebouwen en herinrichting van het terrein ten behoeve van een bezoekerscentrum (Figuur 2). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om een indruk te krijgen van de huidige situatie, de toekomstige situatie, de landschappelijke situatie, de bekende archeologische gegevens uit de omgeving en de historische situatie van het projectgebied, afgezet tegen de uit het project resulterende verstoringen. Op basis daarvan wordt een verwachtingsmodel opgesteld, waaruit een advies voorkomt over de noodzaak voor het al dan niet uitvoeren van vervolgonderzoek. Het verkennend booronderzoek is noodzakelijk om te bepalen in hoeverre de voor archeologie relevante bodemlagen intact zijn gebleven en wat de diepteligging van deze lagen is. T
T
T
f
_ e
n
c
।
f-XN
•
■
■
f
T
C3
" 18
ff
ƒ**
J
t
a\
9
; ‘1
I
X
J
z
-2
1
5:a
4,6
I
J-
‘eaa.
.L _ U
I
f
89 /
1 "F “xo$ 5
1 .}
: ") - / ■ V :
i
।
f i(
J
(
•
f
F
I
"f
t
J
I
J
v
fJ Jj
*3
_
T !
5 .•e
I _2,‘
‘V ,
f"
P9
-F
r,
#
A
I
I
f r
‘I'
r
i
ö
8
I
Figuur 2. De huidige en de voorgenomen nieuwe situatie op de Koekamp (bron: opdrachtgever).
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEcgEEEaEe
BODAC
Pagina 7 van 34
1.2
Juridisch en methodologisch kader
Sinds 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag heeft voor het gehele grondgebied een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld.1 Hierop staat aangegeven waar archeologie wel en niet aan de orde is. Voor zones waar archeologie aanwezig is of wordt verwacht is op deze kaart een dubbelbestemming Waarde-Archeologie (1 of 2) vastgesteld, met daaraan gekoppeld vrijstelIingscriteria van de verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek.
s•
[f s".244
.ad*" 3
O"
%
2
*, *
*, i"*
< %
(59
om
-%
{0“2
V
d
"" i*,*.
d
r% 5
eo%
‘4,"u
e•,8 A <
3®
V
-o
6*
x
2
J
2
W
a’b
+9
d
3
*
•c (3
2
C
2
*
$
a
c‘
.c•
ge
24
ge vgorhout
«ec•
s . •®
X‘a)
<e
*
3,
c-
<9
-2
ePa"
*
koningin
Frite,
&
ultanaplatD
28 ‘renep>d
8
\• o,
5
=
9, Prihs Willemaleia nderhol
* % Figuur 3. Het plangebied van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek, het onderhavige plan- en onderzoeksgebied ligt binnen de groene ovaal (bron: Meering 2017).
Het onderhavige plangebied valt binnen een zone met de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. In gebieden met een Waarde-Archeologie 2 geldt een vrijstelling bij bodemingrepen kleiner dan 50 m2 of minder dan 0,5 meter onder maaiveld.
De voorgenomen plannen houden een verstoring in die deze ondergrenzen overschrijdt. Op basis daarvan is de initiatiefnemer verplicht om onderzoek te doen uitvoeren naar de aan- of afwezigheid van archeologische resten of sporen in het plangebied, de gaafheid en conservering daarvan en het effect van de voorgenomen ingrepen op deze archeologische waarden. Dit onderzoek dient te resulteren in een uitspraak over de
1 Siemens en Stokkel 2021.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEcgEEEaEe
BuuAl
Pagina 8 van 34
archeologische potentie van het plangebied (zijn archeologische resten in het plangebied aanwezig, en zo ja, zijn ze behoudenswaardig) en een selectieadvies over de aard van het eventueel uit te voeren vervolgonderzoek. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2
Overzicht van de geplande ingrepen
1.3
Het plangebied is in gebruik door Staatsbosbeheer. Het zuidwestelijke deel van het terrein is grotendeels in gebruik als hertenkamp, in het oostelijke deel staan een boswachterswoning en enkele gebouwen die dienst doen als kantoor, stal en schuur. Ten behoeve van de herinrichting worden de gebouwen in het centrale deel van het plangebied gesloopt, de schuur in het zuiden wordt uitgebreid. De boswachterswoning blijft behouden. Ter plaatse van de gesloopte bebouwing wordt een bezoekerscentrum gerealiseerd en het terrein wordt heringericht (Figuur 2). De exacte mate van verstoring, met name in verticale zin, is ten tijde van het opstellen van dit bureauonderzoek onbekend.
De consequentie van de voorgenomen ingrepen kan zijn dat eventuele in de ondergrond aanwezige archeologische resten worden aangetast.
HERENSTRAA7
Ladu Vr Cen Hr rj LngE "halrve
z E
RLDENEURLHHECi
EEHENHOR
O
I SEhdul-ag
AN
o o X
■
1 I 1 1
uAvy
t
I
Lsg yan Vbarburg OLdë Oulheh,
LAag lAn RlewlK 65vAnuthndm]
taagpgk*elu r)‘AntHér. klellge HlHger (»E psh Calals]
taag ven RwI
Laagelakke van hemer [rardigp afzettirg
Laag van «eirhurG
Ldag wl De Haf
taagtukkel wh Heme
Laag van tperbLg
Hdltande-G-F
jan+ri Lppe
Figuur 4. Uitsnede van een schematisch dwarsprofiel door Den Haag, het plangebied ligt binnen de rode cirkel (bron: Koster & Vos 2019 via storymaps.arcgis.com).
2 CCvD 2018. www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEcgEEEaEe
BODAC
Pagina 9 van 34
2
Het Bureauonderzoek
2.1
Inleiding
Een bureauonderzoek vormt de eerste fase van een archeologisch onderzoek in een gebied. Het onderhavige plangebied valt binnen een groter gebied ten behoeve waarvan de afdeling archeologie van de gemeente Den Haag in 2017 een archeologische bureauonderzoek heeft uitgevoerd (Figuur 3).3 Hieronder worden de resultaten van dat onderzoek kort samengevat, al dan niet verbatim. Voor een uitgebreidere behandeling verwijzen wij naar het oorspronkelijke rapport.
eeologische kaart Den Haag en Rijswijk
eenheid ophogingslagen
stratigrafische nomenclator
jonge duinafzettingen
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl
Laag van Den Haag
oude duinafzettingen
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl
Laag van Voorburg
strandafzettingen
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort
Laag van Rijswijk
stadslaag
veenafzettingen Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Hollandveen Tabel 1. Correlatie tussen de algemene en lokale iiihostratigrafische interpretatie (bron: geoloyiechekaart.nl/denhaag ; dinoloket.nl).
2.2
Huidige en toekomstige situatie onderzoeksgebied
Het plangebied is 1,12 hectare groot en ligt in het centrum van Den Haag. In het noorden wordt het terrein begrensd door (een sloot en) het malieveld, in het oosten en zuiden door de Utrechtsebaan en de Bezuidenhoutseweg en aan de westelijke zijde ligt het bij de Koekamp behorende hertenkamp. Het plangebied is ingericht als een parkachtig gebied met bosschages, open delen met gras en grindverharding en enkele gebouwen. Het maaiveld in het plangebied is relatief vlak, in het hertenkamp zijn enkele, waarschijnlijk kunstmatige, verhogingen te zien. Het hertenkamp blijft, op enkele kleine wijzigingen in de plaatsing van het hekwerk na, behouden, evenals de op het terrein aanwezige boswachterswoning. De overige ingrepen zijn beschreven in § 1.3.
2.3
Aardkundige situatie
Bij de beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden in het plangebied wordt de naamgeving uit de lithostratigrafische nomenclator in eerste instantie gevolgd, de corresponderende naam uit de Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk staat er tussen haakjes achter (zie Figuur 4, en tabel Tabel 1 voor een overzicht van de relevante termen en hun correlatie).4 De ondergrond in het plangebied bestaat uit strandzanden die worden gerekend tot de Formatie van Naaldwijk, het Laagpakket van Zandvoort (Laag van Rijswijk). Deze strandwal dateert van omstreeks 4000 voor de jaartelling en is afgedekt door een pakket duinafzettingen, die worden gerekend tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl (Laag van Voorburg), traditioneel ook bekend als de Oude Duinen. De strandwal en de erop afgezette duinen vormen een lange strook, parallel aan de huidige kustduinen.
Westelijk van deze strandwal ontstaat een nieuwe kustlijn, die rond 2000 voor de jaartelling volledig gesloten is, waardoor het gebied achter de kust natter wordt. Als gevolg van het stijgen van de zeespiegel stijgt de grondwaterspiegel en vindt veengroei plaats in de lagere delen van het gebied. Zo ook in de lage stroken tussen de verschillende duinenrijen. Dit veen wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop, het Hollandveen Laagpakket (Hollandveen).
3 4
Meering 2017. Koster & Vos 2019.
www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 10 van 34
Dit landschap is vanaf de Middeleeuwen afgedekt door een pakket ophogingslagen van wisselende dikte (stadslaag), die deels ook zijn ontstaan als het resultaat van egaliseringen van (delen van) de strand- en duinafzettingen, waarbij het zand van de hogere delen in de laagten wordt geschoven.
De Koekamp ligt in een zone waar de ondergrond bestaat uit kalkloos duinzand, dunner dan twee meter (Figuur 5). In het noordelijke deel ligt een zuidwest-noordoost georiënteerde strook die is gekarteerd als een laagte tussen de duinenrijen, waar de ondergrond bestaat uit veen, op duinzand. 82000,000
82100.000
82200.000
A22024 Den Haag Koekamp | Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2019
455800.000
Verkennend booronderzoek
co
o
455700.000
©
U o
455500.000
455600.000
8
un U
_„e
©
g
Legenda
A
□ Plangebied
Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (Koster & Vos 2019) 11: Hollandveen op Voorburg op Rijswijk 17: Voorburg, evt. Deklaag Den Haag dunner dan 2 meter
o
25
—— 82000.000
82100.000
82200.000
U
-5 o o o
50 m -
BODAC
Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (bron: Koster & Vos 2019). www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
Pagina 11 van 34
2.4
BODAC
Bekende archeologische en historische waarden
Als gevolg van zijn ligging op de hoge en droge strandwallen in een voor het overige deel laag en drassig landschap, is (de omgeving van) het plangebied sinds de prehistorie een geliefde plek voor bewoning. In de wijdere omgeving zijn meerdere vindplaatsen van de neolithische Vlaardingen cultuur tot aan de Romeinse tijd bekend. In (de onmiddellijke omgeving van) het plangebied zijn, met uitzondering van een kuil met aardewerk uit de 17e eeuw ten noordwesten van de Koekamp, geen archeologische vindplaatsen of vondstlocaties bekend.
Na de Romeinse tijd neemt de bewoningsintensiteit sterk af, tot in de 13e eeuw, wanneer Den Haag de zetel van de graven van Holland wordt. Rondom het dan gebouwde Binnenhof ontstaat een nederzetting, die zich echter vooral ten zuidwesten van het huidige plangebied uitstrekt. De langgerekte strandwal is in deze periode een bebost gebied, het Haagse Bos, waar de graven konden jagen. De Koekamp wordt, zoals de naam al suggereert, ingericht als weidegrond voor vee. De toegangsweg van het Binnenhof naar het Haagse bos ligt tussen het Malieveld en de Koekamp. De huidige Koekamp is kleiner dan zijn middeleeuwse voorganger. Eind 16e eeuw wordt een waterverbinding naar het Spui gegraven. Deze Prinsessengracht snijd het westelijke deel van de toenmalige Koekamp af, en dit gebied wordt snel volgebouwd. Het oostelijke deel behoudt zijn oorspronkelijke functie.
Vanaf het begin van de 18e eeuw verandert de inrichting van de Koekamp (Figuur 6 en Figuur 7). De westzijde, ter plaatse van het huidige plangebied, is een met bomenrijen omzoomde weide, die van 1785-1787 ook in gebruik is als exercitieterrein. Ten oosten van de Utrechtsebaan zijn waterlopen gegraven om een aantal percelen af te scheiden. Aan de zuidzijde, evenwijdig aan de Bezuidenhoutseweg, ligt een watergang met twee dwars lopende zijtakken. In het noordoosten is boswachterswoning gebouwd, die later vergezeld wordt door enkele schuren. In het bos op de oostelijke helft van de Koekamp ligt een kruitmagazijn. Verder zijn in het bosgebied zeven ijskelders aanwezig, waarvan er één binnen het plangebied gelegen is. Tussen 1838-1839 wordt de Koekamp opnieuw vormgegeven als park in landschapsstijl. De rechte sloten aan drie zijden van de Koekamp worden gedempt en de waterlopen in de Koekamp verder uitgegraven tot een slingerende waterpartij. De Koekamplaan wordt ook verbreed. De boswachterswoning met koetshuis en timmerloods, de ijskelders, en het kruitmagazijn blijven gehandhaafd. Ten zuiden van de ijskelders worden drie loodsen bijgebouwd, waaronder een tweede kruitloods en een hertenschuur. Het oude kruithuis wordt later in gebruik genomen als (militaire) gymnastiekschool.
Op de topografische kaart van 1896 is de school niet meer aanwezig, er is dan alleen bebouwing aanwezig op het erf van de boswachterswoning. Ook is er nog maar één ijskelder. Op de kaart is ook de trambaan van de stoomtram Staatsspoor-Scheveningen aangegeven, die in 1879 langs het wandelpad evenwijdig aan de Koningskade is aangelegd. Deze wordt in 1924 vervangen door de trambaan voor de elektrische tram.
In de 205 eeuw is de Koekamp verder verkleind. In 1931 wordt de zuidwesthoek van de Koekamp afgesneden voor het verleggen van de Koningskade en de trambaan. Door de aanleg van de Utrechtse Baan in 1976 wordt de Koekamp aan de oostzijde verkleind en het gebied van het Haagse bos afgesneden. Aan de zuidwestzijde worden in 2001 de Koningstunnel en Koningspark aangelegd. De Koekamp is bijna ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen. Alleen in het noordoostelijke deel van de Koekamp zijn een aantal bomen gekapt. Uit de topografische kaarten valt op te maken dat het boswachtershuis ergens tussen 1952 en 1958 gesloopt moet zijn. Eind 19e eeuw zijn de ijskelders - op één na - afgebroken. Van één ijskelder zijn nog resten aanwezig: een in een heuvel uitgegraven gefundeerde put met een uit ijsselsteentjes opgebouwde ringmuur.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 12 van 34
«KMJO.OM
E1[H) KW
«SMOOK
dT—‘m=mm----- JMl —
A22024 Den Haag Koekamp | Kruikiuskaart 1712
455-500
00
Verkennend booronderzoek
• j
f
Me
4
d
f .
«
é
»
“ A
ë
„0
I
f
23
"(f,. 5
455560.000
5”
1 7
I
—Va
(94 • « ' (4,
00SSS*
* • 3,4, 2 Legenda
’
45550 (.000
6
*
□
25
50 m □
1
_ Plangebied 20017.001
0 0 0
4555700.000
r
HEIUM
82200.000
A
BODAC
Figuur 6. Het plangebied, geprojecteerd op de kaart van Kruikius (bron: tudelft.nl).
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEE3EEE3EACe
BODAC
Pagina 13 van 34
82100.000
82000.000
82200.000
IN
• .
r
-*4
A22024 Den Haag Koekamp | Kaart 1778 Verkennend booronderzoek
■
.■
, *
*
r * *
*
R
*
%
*
*
A
*
• * *
*
I
B -
V
«
5
»
4
<
n
•
"1
■
*~**g * • a 4p ? h • . é.
- •
* * •
N '* *
• •
Nw.• •' •
* < 3*
. 3
*
*,*s
».
" *
4
■*
■
*
#' •
w
$
•
•
n
•)
*
<
#*
*
a«. o
[ Plangebied 82101 000
Figuur 1. Het plangebied, geprojecteerd op een kaart uit 1778 van
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
25
50 m
□
A
455500.000
-IA
•
*
1**5. K
Legenda
82000.000
*
.» 6 •e*jej
-4
-
•
•
»
"$ ’■V -
‘*
e.
*
•
e
*
’
»*,
•)
«
$
*
N
. •2
*4 A 1" w *
*/a
ca :
p)
\ ~*
*."p,a
‘#c
■
R.
*
t
*
*
g®
V4,%.3 * * •.* * "2-, 3. * I•*a, GA 4•
y*
k
• •
,-5s*,,** •
* \ • • -
-
■
. .•0 ®a2 \ Mw‘ • * ea-B,,** %e4 #5 •e
k
■
HBy-
4*.
A
93,9
"n
te"
»
»-*
-*
.an3
*• JS 4 *
,8
•:
*.
•2 *, - W.n l - *
• 4 #r" v z’ >*-A -
i 7. « *
& 9
455600.000
455600.000
S A' V
%
* -1 t N 33* W•C*».
n
•* P
* •
’ *e 6.V
• ...
X ■
r"
.2. N * ‘ 2-: 15-3, ‘ ca-., 2" •2a <
* "
• \
<
\
5 ■
*
% k ■ -$
3 g- L s N
*
a •
*
2** *
*
4,
■ 9-
l F •« * « 3 9 *.*3 * N~ - •< K ggaCAa ? #- % '
, LI ■-.. 4 * • 5 , ’ % •.g. 1* r - • « ■ • k „g **.*,4 •4,-3a/*3* ** * 60 1
455500.000
45.
3%
«5, 3 *
'
•*
,4 ",‘*7
8
•2a •,,y , *
•
t
.e*
9 ■ ■ i
• «6»
<
s. •"."7 1.-23* ,3*4 *•* •"e
.*.*.4*,*
s
3 '
:
455700.000
455700.000
•.
*
•
• e»
,
*
4
*
* *
•*2
4" ,t"‘•
e e“"4*"" w
9:
• , ‘
%
*
*
*
N-"
ë ' &
$ .
R
* r
3
R
* 4e *4* •2* * a e
4
•
e K
1-
K - * •
%
* * *
*
*
,
ft * .
<
.5
%
%
• ' 4.5 •
455800.000
455800.000
F
5
82200.000
(bron: Haags gemeentearchief).
EEEEEEEACe
BODAC 2.5
Pagina 14 van 34
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis van het bureauonderzoek
Vanwege de ligging in het strandwallenlandschap, heeft het onderzoeksgebied een archeologische verwachting voor sporen en/of resten vanaf de Late Steentijd (Laat-Neolithicum) tot en met de Vroege Middeleeuwen (circa 1000 na de jaartelling). Sporen uit deze perioden kunnen met name aangetroffen worden op en in de top van de strandwal, mits deze niet door latere ingrepen is verdwenen. Het kan daarbij met name gaan om sporen van prehistorische bewoning en landgebruik. Het onderzoeksgebied is bij uitstek een kansrijk gebied voor het aantreffen van sporen en resten op de flank van de strandwallen, omdat deze naar verwachting goed bewaard zijn door de afdekking met een veenlaag en omdat het onderzoeksgebied nooit stedelijke bebouwing heeft gekend. In de lager gelegen venige strandvlakte kan in de prehistorie alleen gewoond zijn wanneer het veen voldoende kon afwateren. In de laagst gelegen delen die te nat zijn voor bewoning kan mogelijk sprake zijn van rituele deposities in het veen. In een vergelijkbare landschappelijke setting is in 1912 tijdens de bouw van Hotel Central aan de Lange Poten een laat-neolithische vuurstenen bijl gevonden.
Gedurende de Middeleeuwen is de Koekamp deels een omheinde weide voor het houden van vee. Hiermee is het terrein extensief in gebruik en worden er weinig tot geen sporen uit deze periode verwacht. Uit deze periode kunnen in het plangebied wel off site sporen aanwezig zijn, zoals afvalkuilen en turfwinputten. Voor deze resten zijn geen directe aanwijzingen.
Uit de Nieuwe tijd zijn binnen het plangebied in de Koekamp boven- en ondergrondse resten aanwezig van een ijskelder uit de 18e eeuw, en waarschijnlijk nog ondergrondse resten van de 17e-eeuwse boswachterswoning, één ijskelders uit de 18e en 19e eeuw. Deze resten bevinden zich echter buiten de nu te (her)ontwikkelen gedeeltes (Bijlage 1). Het gebied waarin de Koekamp ligt is waarschijnlijk aan het einde van de 166 eeuw afgezand, waardoor mogelijk aanwezige archeologie is aangetast of verdwenen. De oostelijke grens van deze afzandingen was op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen. Daarnaast kan het archeologische bodemarchief ook aangetast zijn door het graven van vijvers en watergangen.
periode
geologie - landschap
complextype
Neolithicum
strandvlakte; strandwallen
resten jacht, visvangst beweiding, ritueel / cultus
Bronstijd Ijzertijd
strandvlakte met veen; strandwallen
huizen / paalkuilen, waterputten, akkers, greppels/verkaveling, graven/cultusplaatsen
bewoning op (flank van) strandwal
Romeinse tijd Vroege Middeleeuwen
strandvlakte met veen; strandwallen
huizen / paalkuilen, waterputten, akkers, greppels / verkaveling, graven / cultusplaatsen.
bewoning op (flank van) strandwal
Middeleeuwen
geaccidenteerd duingebied
off site sporen: afvalkuilen, turfwinputten
grafelijk gebied, geen bewoning
Nieuwe tijd
deels in cultuur gebracht bebouwing, ijskelders duingebied, deels stadspark,
opmerking
verstoring door afzanding in 166 eeuw, recente en bodemingrepen
Tabel 2. Overzicht van de gespecificeerde archeologische verwachting (naar Meering 2017).
www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
Pagina 15 van 34
3
Conclusie
3.1
Conclusie
BODAC
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied een strandwal voorkomt, die in het Laat-Neolithicum is gevormd en waarop vanaf deze periode tot in de Vroege Middeleeuwen bewoning mogelijk was. Waar de Laag van Voorburg is afgedekt door veen, kunnen dergelijke sporen goed geconserveerd zijn. De kans op het aantreffen van bewoning in de lager gelegen en natte strandvlakte is beduidend kleiner, maar op basis van alleen bureauonderzoek niet uit te sluiten.
Vanaf de Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd kwam de Koekamp door de oprukkende bebouwing steeds meer in de stad te liggen. Het plangebied heeft daarom een archeologische verwachting op het aantreffen van (off site) vondsten en sporen uit deze perioden. Omdat het onderzoeksgebied deels (op de flank van) een strandwal ligt en in het verleden nooit intensief bebouwd is geweest, is het een plaats waar archeologisch onderzoek belangrijke informatie kan opleveren over mogelijke prehistorische bewoning van Den Haag. Door de afdekking met veen zijn eventuele vindplaatsen hier mogelijk ongeschonden in de bodem bewaard gebleven.
3.2
Aanbevelingen
Omdat de werkzaamheden ten behoeve van de herinrichting de mogelijk in het plangebied aanwezige archeologische waarden kunnen verstoren, wordt geadviseerd om aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen met gegevens over de bodemopbouw en het historische landschap en om eventuele schade aan de archeologische ondergrond in kaart te brengen.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 16 van 34
4
Verkennend archeologisch booronderzoek
4.1
Uitvoering veldwerk
Ten behoeve van het onderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld, waarin de operationele en methodologische randvoorwaarden voor het onderzoek zijn vastgelegd.5 Het booronderzoek is uitgevoerd conform deze uitgangspunten. Op 20-09-2022 heeft Bodac een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Koekamp in Den Haag. Het onderzoeksteam bestond uit:
(senior KNA-prospector) BSc (KNA-prospector)
Doelstelling en vraagstelling onderzoek
4.2
Het verkennend archeologisch booronderzoek heeft als doel om door middel van boringen de ontstaansgeschiedenis, aard, topografie, morfologie en bodemvormende processen van de ondergrond in het plangebied in kaart te brengen. De vraagstelling van het onderzoek is gericht op het vaststellen van de mate van intactheid van de bodem en de daarmee samenhangende archeologische potentie van het plangebied. Aan de hand van de resultaten van het verkennend archeologisch booronderzoek wordt de vraagstelling beantwoord. Ten behoeve van het landschappelijk bodemonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:
- Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? - In hoeverre is deze opbouw nog intact? - Hoe verhoudt de in het veld waargenomen bodemopbouw zich tot de resultaten uit het vooronderzoek?
- Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied?
- Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en NAP? ■ Alhoewel niet het doel van een verkennend archeologisch booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen?
Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn zij aangetroffen?
Wat is de ruimtelijke spreiding van de indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen ingrepen? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo niet, welke vorm vervolgonderzoek wordt geadviseerd?
4.3
Methode
Voor het beantwoorden van de bovengenoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast:
boorgrid
aantal boringen diepte boringen boormethode bemonstering
5
gezien de inrichting en de geringe afmetingen van het plangebied zijn de boringen zo goed mogelijk verdeeld over het terrein 6 tot 30 centimeter in de ongeroerde C-horizont__________________________________________ Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter en gutsboor met een diameter van 3 centimeter versnijden
Raczynski-Henk 2022. www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 17 van 34
82000.000
82100.000
82200.000
A22024 Den Haag Koekamp | Boringen op Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2019
455800.000
455800.000
Verkennend booronderzoek
ring 1 135 -mv 74 -NAP
Boring 3j
O
1 55 -mv 115-NAB
455700.000
455700.000
Boring 2
1 35 -mv 55 -NAP
3 Boring 4
O
115 -mv 35 -NAP
Boring 5
19 Boring 6 455600.000
455600.000
100 -mye 134, NAP
Plangebied
Boorprofielen:
Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk: 11: Hollandveen op Voorburg op Rijswijk
17: Voorburg, evt deklaag Den Haag dunner dan 2 meter
2
• 3
• 4 82000.000
82100.000
A
o 1 o
25
455500.000
455500.000
Legenda
50 m
□
82200.000
Figuur 8. Boorpuntenkaart met interpretatie en de top van de onverstoorde afzettingen ten opzichte van maaiveld en NAP, geprojecteerd op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (bron: Koster & Vos 2019).
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 18 van 34
De bodemtextuur en archeologische indicatoren zijn beschreven volgens SBB 5.1 van het NITG-TNO en volgens de standaard classificatie van bodemmonsters volgens NEN5104.6 Er is geboord tot maximaal 2,5 meter onder maaiveld. Voor de diepere niveaus is gebruik gemaakt van een steekguts, maar het leeglopen van de guts was op de diepere niveaus een probleem. De aanwezigheid van bomen in het plangebied bemoeilijkte het inmeten van de boringen met een GPS. Op grond daarvan zijn de boorpunten met behulp van een meetlint in het vlak tot op een meter nauwkeurig ingemeten aan de hand van markante punten op het terrein, de NAP-hoogte van de boringen is afgeleid van de meest recente gegevens op het AHN (Tabel 3). De boorbeschrijvingen zijn ingevoerd in een computersysteem. Hieruit zijn na afloop boorstaten geëxtrapoleerd (Bijlage 1). Behalve de diepte van de bodemlagen onder het huidige maaiveld (m mv), zijn hier ook de NAP-waarden van de verschillende bodemlagen terug te vinden. De locaties van de boorpunten zijn weergegeven in Figuur 7.
Hoewel een verkennend bodemonderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is gelet op de aanwezigheid van eventuele relevante archeologische vondsten en voor bemonstering in aanmerking komende bodemlagen.
boring
x-coordinaat (RD) y-coordinaat (RD)
1 2 3 4 5
82.102 82.096 82.138 82.134 82.091 82.125
z-coördinaat (NAP)
455.738 455.723 455.708 455.663 455.631 455.612
0,61 0,40 0,80 0,80 0,84 0,36
opmerkingen
na verschillende pogingen gestopt op wortels
6 Tabel 3. Overzicht van de uitgevoerde boringen met coördinaten en NAP-hoogte.
4.4
Resultaten van het onderzoek
4.4.1 Lithologische beschrijving Uit de gegevens van de uitgevoerde boringen kunnen vier profieltypes worden afgeleid (Tabel 4 en Figuur 7).
4.4.1.1 Profieltype 1 (boring 1 en 6) Onder een bouwvoor van 0,30 tot 0,40 meter dik (laag 1) bevindt zich een heterogeen pakket lichtgrijs tot lichtgrijsbruin, matig gesorteerd, zeer fijn, kalkloos zand, waarin af en toe een baksteenspikkel wordt aangetroffen (laag 2). Op een diepte van 1,35 meter onder maaiveld (0,74 meter onder NAP) in boring 1 en 1,00 meter onder maaiveld (0,64 onder NAP) in boring 6 gaat dit heterogene zandpakket met een abrupte overgang over in een bruin tot roodbruin veenpakket met houtresten (laag 3). Het veen is compact en ontwaterd. Aan de basis van dit veen is zeer fijn, goed gesorteerd, kalkloos zand gedocumenteerd (laag 4). In boring 1 gaat het om donkerbruin zand, terwijl het in boring 6 lichtgrijs van kleur is. De top van het zand bevindt zich in boring 1 op 1,65 meter onder maaiveld (1,04 meter onder NAP), en in boring 6 op 1,25 meter onder maaiveld (0,89 meter onder NAP).
4.4.1.2 Profieltype 2 (boring 2) Onder een bouwvoor van 0,60 meter dik (laag 1) bevindt zich een heterogeen pakket licht- tot donkergrijs, matig gesorteerd, zeer fijn, kalkloos zand (laag 2). Op een diepte van 1,55 meter onder maaiveld (1,15 meter onder NAP) gaat dit heterogene zandpakket met een abrupte overgang over in lichtgrijs, matig gesorteerd, kalkrijk, zeer fijn zand met enkele dunne humuslagen (laag 5).
6 Bosch, 2008. www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 19 van 34
4.4.1.3 Profieltype 3 (boring 3 en 4) Onder een bouwvoor van 0,30 tot 0,40 meter dik (laag 1) bevindt zich een heterogeen pakket licht- tot donkergrijs en/of bruingrijs, matig gesorteerd, zeer fijn, kalkloos zand, waarin af en toe een baksteenspikkel wordt aangetroffen (laag 2). Op een diepte van 1,35 meter onder maaiveld (0,55 meter onder NAP) in boring 3, en 1,15 meter onder maaiveld (0,35 onder NAP) in boring 4 gaat dit heterogene zandpakket met een abrupte overgang over in lichtgrijs, goed gesorteerd, kalkloos, zeer fijn zand (laag 4). In boring 3 is op de overgang van het onderliggende zand naar de bovenliggende zandpakketten een laagje zandig, ongedifferentieerd veen van circa 10 centimeter dikte aangetroffen.
4.4.1.4 Profieltype 4 (boring 5) Onder een bouwvoor van 0,50 meter dik (laag 1) bevindt zich een heterogeen pakket grijs, matig gesorteerd, zeer fijn, kalkloos zand, waarin baksteenspikkels worden aangetroffen (laag 2). Boring 5 is tussen de bomen bij het hek naar het hertenkamp gezet, en na meerdere pogingen op een diepte van (maximaal) 1,30 meter onder maaiveld (0,46 onder NAP) gestaakt, vanwege de vele boomwortels in de ondergrond.
boring
bouw voor
(laag 1)
antro
veen
pogeen
(laag 2)___ (laag 3)
duin zand
(laag 4)
1 2
x
x
X
X X
3
X
x x
4
X
X
5
X
X
x
strand-
top
top
zand
onver
onver
stoord
(t.o.v. mv)
stoord (t.o.v. NAP)
1,35
-0,32
1,55 1,35 1,15 >1,30 1,00
-1,22 -0,57
(laag 5)
x x
x x 6 X X Tabel 4. Schematisch overzicht van de bodemopbouw en laagdieptes (in meters).
max. boordiepte
(t.o.v. mv;
-0,39
2,50 2,00 2,10 2,00
>0,58
1,30
-0,68
2,00
max.
profieltype
boordiepte (t.o.v. NAP)
-1,89 -1,60 -1,30 -1,30 -0,46 -1,64
1 2 3 3 4
1
4.4.2 Interpretatie In boring 2 bestaat de basis van het boorprofiel uit matig gesorteerd, kalkrijk, zeer fijn zand (laag 5). De diepteligging van de top van deze afzettingen is 1,30 meter onder NAP, en het is daarmee het diepst aangeboorde, niet verstoorde zand. In de top van deze afzettingen is een fijne gelaagdheid aanwezig, die verraden wordt door humusaccumulatie. Deze humuslaagjes, de matige sortering en het kalkgehalte geven aanleiding om dit zand te interpreteren als strandzand, gerekend tot de Formatie van Naaldwijk, het Laagpakket van Zandvoort (Laag van Rijswijk). In boring 1, 3, 4 en 6 bestaat de basis van het onderzochte bodemprofiel uit zeer fijn, goed gesorteerd, kalkloos zand (laag 4). Op basis van deze eigenschappen worden deze afzettingen geïnterpreteerd als duinafzettingen, die kunnen worden gerekend tot de Formatie van Naaldwijk, het Laagpakket van Schoorl (Laag van Voorburg). In boring 1 en 6 wordt dit zand afgedekt door een laag veen met houtresten, dat is geïnterpreteerd als bosveen, waarschijnlijk elzenbroekveen op grond van de rode kleur van het hout (laag 3). Het veen is compact en ontwaterd. In boring 1 is de top van het veen veraard. Dit veen kan worden gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop, het Hollandveen Laagpakket (Hollandveen).
Op grond van de losse structuur en de zandcomponent is bij het zandige veen uit boring 3 ervan uitgegaan dat het of om verstoord veen, of om aangevoerd materiaal gaat. Op de onverstoorde afzettingen is in alle boringen een heterogeen zandpakket aangetroffen van wisselende dikte, dat op basis van zijn eigenschappen en de aanwezige baksteenspikkels is geïnterpreteerd als ophogingslagen (laag 2). In boring 5 is de onderkant van deze lagen niet bereikt. De bouwvoor (laag 1) bestaat uit hetzelfde materiaal als laag 2, maar is humeuzer, en bevat meer blad- en plantenresten. Laag 1 en 2 correleren met de Stadslaag uit Figuur 4.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEE3EEGSEACe
BODAC
Pagina 20 van 34
Op basis van het veldonderzoek kan geen uitspraak worden geformuleerd over de begrenzing van de in het bureauonderzoek genoemde afzanding. De afwezigheid van de oorspronkelijke top van de duin- en strandwalafzettingen kan hiervoor een aanwijzing zijn, maar dit kan ook het gevolg zijn van het omspitten van deze bodems bij het aanbrengen van ophogingslagen. Dat in boring 2 het strandzand is geraakt, is mogelijk wel een aanwijzing voor afgravingen, indien men voornamelijk in het kalkloze duinzand was geïnteresseerd.
4.5
Synthese verkennend archeologisch booronderzoek
De ondergrond van het plangebied bestaat voornamelijk uit duinzanden, maar in één boring is ook waarschijnlijk strand(wal)zand aangeboord. In de top van deze afzettingen zijn geen aanwijzingen gevonden voor (resten van) de oorspronkelijke bodems die er zijn geweest. De verkleuring in de top van het zand onder het veen in boring 1 en 6 is eerder het gevolg van uitspoeling uit dit veen, dan van bodemvorming voorafgaande aan de groei van het veen. De top van het zand bevindt zich op een diepte van gemiddeld 0,53 meter onder NAP. Het veenpakket dat oorspronkelijk op deze afzettingen is gegroeid, is enkel in boring 1 en 6 bewaard gebleven. In boring 1 is een dun laagje bosveen aangetroffen, waarvan de top verdwenen is. Boring 6 ligt in het zuidelijke deel van het plangebied, het verst van de strook veen-op-zand die op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk gekarteerd is. De veenlaag is in deze boring slechts 25 centimeter dik, maar de top is veraard, hetgeen suggereert, dat deze 25 centimeter in dit deel van het plangebied mogelijk de gehele dikte van het oorspronkelijke veenpakket vertegenwoordigd. Daarbij moet worden opgemerkt dat het veen ontwaterd en gecompacteerd is, waardoor een zekere mate van klink zal zijn opgetreden. De top van dit veenpakket bevindt zich op een diepte van gemiddeld 0,69 meter onder NAP.
Deze afzettingen worden bedekt door een zandpakket dat in relatief recente tijden is aangebracht, ten behoeve van het ophogen van het gebied. Of het terrein eerst ontzand is, zoals uit het bureauonderzoek naar voren komt, is niet vast te stellen. Wel valt op dat de onderkant van deze stadslaag zich in alle boringen rond de 0,50 meter onder NAP bevindt. Het maaiveld, de top van de stadslaag, ligt gemiddeld op 0,63 meter boven NAP.
Gelet op het feit dat (de omgeving van) het plangebied op het AHN-beeld als een flinke deuk in de strandwal zichtbaar is, en het feit dat de top van het onderliggende onverstoorde zand in alle boringen verdwenen is, suggereert dat de oorspronkelijke top van de duinafzettingen op de Koekamp als gevolg van antropogene verstoringen verdwenen is. Daarnaast is in twee boringen veen aangetroffen op locaties waar dit volgens de Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk niet verwacht werd, en andersom. Op basis van dit onderzoek kan niet gezegde worden of het veen op de locaties waar dit wel verwacht werd afgegraven is, of dat dit helemaal niet aanwezig is geweest. Het ontbreken van bodemvorming in boring 1 en 6, waar (resten van) een beschermende veenlaag op de duinafzettingen liggen, zou kunnen worden verklaard door de lage ligging van de opgeboorde sedimenten in het oorspronkelijke landschap. Als gevolg van natte omstandigheden is het mogelijk dat bodemvorming aldaar niet heeft plaatsgevonden.
Voor het Hollandveen gold in het bureauonderzoek een archeologische verwachting voor onder andere rituele deposities. Hoewel in boring 1 en 6 (min of meer) intact veen is aangetroffen, gaat het om geïsoleerde relicten in een verstoord landschap. Uiteraard kan niet worden uitgesloten dat zich juist in deze relicten depositielocaties bevinden, maar de kans op aanwezigheid is zeer klein. Op grond van deze gevolgtrekkingen concluderen wij dat de kans op het aantreffen van intacte, behoudenswaardige archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen vrijwel nihil is. Daarvoor zijn de strandwal en de erop afgezette duinen te zeer beschadigd ter plaatse van het plangebied.
De kans op aanwezigheid van archeologische resten of sporen in de top van het bodemprofiel, onder de bouwvoor, kan niet worden uitgesloten. Tijdens het booronderzoek zijn geen (betrouwbare) archeologische indicatoren aangetroffen, en geen aanwijzingen voor sporen. De afwezigheid van vondstmateriaal is, voor vindplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen, zelfs bij een verkennend booronderzoek opvallend, aangezien deze vindplaatsen vaak gekenmerkt worden door een hoge vondstdichtheid. De afwezigheid van aanwijzingen voor www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 21 van 34
sporen ligt moeilijker. Los van het feit dat een verkennend booronderzoek niet als doel heeft om archeologische vindplaatsen op te sporen, zal het in een boorkern waarschijnlijk onmogelijk zijn om een spoor uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd, te onderscheiden van de ophogingslagen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd waarin dit spoor is ingegraven.
Op basis van deze gevolgtrekkingen, in combinatie met het feit dat het terrein in de genoemde periodes extensief gebruikt is, kan geconcludeerd worden dat een lage verwachting geldt op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd.
4.6
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis van het booronderzoek
Op basis van de resultaten is het nu mogelijk om een antwoord te formuleren op de voor het booronderzoek onderzoek geformuleerde onderzoeksvragen.
-
-
-
-
-
Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? De ondergrond van het plangebied bestaat uit strandwalafzettingen aangetroffen in boring 2), waarop duinafzettingen zijn afgezet (aangetroffen in boring 1-4 en 6). Op dit duinzand is veen gegroeid (aangetroffen in boring 1 en 6) en dit hele pakket is afgedekt door een pakket antropogene ophogingslagen (in alle boringen). In hoeverre is deze opbouw nog intact? In afwijking van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is de oorspronkelijke top van de zandafzettingen, en de top van de veenafzettingen in boring 1, in alle gevallen abrupt afgesneden en afgedekt met de ophogingslagen die naar verwachting uit de Nieuwe tijd dateren. In het bureauonderzoek wordt gesproken van afzanding van (delen van het) plangebied, maar de begrenzing daarvan kon niet worden vastgesteld. Op basis van het veldonderzoek kan hier ook geen definitieve uitspraak worden geformuleerd, maar op basis van het AHN-beeld lijkt het er op dat het hele plangebied afgegraven is. Hoe verhoudt de in het veld waargenomen bodemopbouw zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? In grote lijnen komen de resultaten van het booronderzoek overeen met de resultaten van het vooronderzoek.
Wel wijken de resultaten van de boringen af van de Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk 2019, gezien er geen veen aangetroffen is op de locaties waar het verwacht werd. Het is op basis van dit onderzoek echter niet met zekerheid te zeggen dat er geen veen aanwezig is geweest, of dat dit afgegraven is. Ook kan dit verband houden met de relatief grove schaal van deze kaart. Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Het enige archeologisch relevante niveau dat in het plangebied van voldoende kwaliteit is, bevindt zich direct onder de bouwvoor, en kan archeologische resten bevatten uit de Nieuwe tijd. Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en NAP? Het archeologische niveau ligt gemiddeld 0,41 meter onder maaiveld en 0,21 meter boven NAP. In Tabel 5 staan de ligging ten opzichte van maaiveld en NAP per boring aangegeven.
boring
1 2 3
4 5
maaiveld (NAP)
archeologisch niveau t.o.v. maaiveld
archeologisch niveau t.o.v. NAP
0,61 0,40 0,80 0,80 0,84
-0,40
0,21 -0,20 0,40 0,50 0,34 0,06
-0,60
-0,40 -0,30 -0,50
6 0,36 -0.30 Tabel 5. De top van het archeologische niveau t.o.v. maaiveld en NAP (in meters).
Alhoewel niet het doel van een verkennend archeologisch booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Met uitzondering van enkele baksteenspikkels van geringe informatiewaarde (aangezien ze afkomstig zijn uit de stadslaag), zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn zij aangetroffen? Niet van toepassing.
www.bodac.nl
Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 22 van 34
Wat is de ruimtelijke spreiding van de indicatoren? Niets van toepassing. Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Niet van toepassing. In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting voor vindplaatsen in de top van de strand- en duinafzettingen en het veen (Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen) naar laag worden bijgesteld, als gevolg van de slechte conservering van (de top van) deze afzettingen. De archeologische verwachting voor vindplaatsen aan en direct onder het maaiveld blijft deels gehandhaafd. Er zijn aanwijzingen dat het plangebied in de Nieuwe tijd is afgezand. Eventuele vindplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen zullen daarbij waarschijnlijk verstoord zijn. Eventuele sporen van na de afgraving zullen echter nog aanwezig zijn: De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd (afvalkuilen, bebouwing, ijskelders) blijft gehandhaafd. Deze resten kunnen op basis van kaartmateriaal echter nauwkeurig gelokaliseerd worden, en bevinden zich buiten de nu te (her)ontwikkelen gebieden. Worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen ingrepen? De vindplaatsen in en direct onder het maaiveld worden als gevolg van hun locatie buiten de nu voorgenomen ingrepen niet bedreigd.
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo niet, welke vorm vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Op basis van de gehandhaafde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd is het plangebied voldoende onderzocht. In het plangebied worden resten van één ijskelder en bebouwing (de voorloper van de huidige boswachterswoning) verwacht. Deze resten bevinden zich echter buiten de voorgenomen ingrepen en daarmee niet bedreigd. Resten uit de Tweede Wereldoorlog worden op basis van het bureauonderzoek niet verwacht.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
Pagina 23 van 34
5
Conclusie
5.1
Conclusie
BODAC
Op basis van het bureauonderzoek geldt binnen het plangebied een archeologische verwachting voor (off site) vondsten en sporen uit de Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. Deze resten bevinden zich naar verwachting onder de bouwvoor. In de top van intacte strand- en duinafzettingen of het veen zouden resten kunnen worden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat de top van de strand- en duinafzettingen binnen het overgrote deel van het plangebied niet meer intact is. Vanwege de beperkte mate van intactheid van deze bodemhorizont wordt de verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen naar laag bijgesteld. De strand- en duinafzettingen en het veen worden afgedekt door een antropogeen ophogingspakket. In de top hiervan en in de bovenliggende bouwvoor kunnen resten worden aangetroffen uit de Nieuwe tijd. De archeologische verwachting voor vindplaatsen aan en direct onder het maaiveld blijft daarmee deels gehandhaafd. Er zijn aanwijzingen dat het plangebied in de Nieuwe tijd is afgezand. Eventuele vindplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen zullen daarbij waarschijnlijk verstoord zijn. Eventuele sporen van na de afgraving zullen echter nog aanwezig zijn: De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd (bebouwing, ijskelders) blijft gehandhaafd.
Deze resten kunnen goed gelokaliseerd worden op basis van oud kaartmateriaal, en daarmee over de bouwtekening gelegd worden (Bijlage 1). Hieruit kan geconcludeerd worden dat deze resten niet verstoord worden door de voorgenomen werkzaamheden.
5.2
Aanbevelingen
Het advies van Bodac is om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren voor de voorgenomen werkzaamheden. Dit betekent expliciet geen vrijgave voor het plangebied, hier kunnen namelijk resten aanwezig zijn van bebouwing uit de Nieuwe tijd. Daar deze resten op basis van de voorgenomen werkzaamheden niet verstoord zullen worden is nu geen vervolgonderzoek benodigd.
Het rapport en bovenstaand advies dienen beoordeeld te worden door de adviseur archeologie van de gemeente Den Haag en leidt tot een selectiebesluit.
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 24 van 34
Bronnen Alkemade, M., 2011: Toelichting op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag (AWVK), Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1106). Centraal College van Deskundigen (CCvD), 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 4.1, Gouda (SIKB). Koster, K., & P. Vos, 2019: Herziening geologische kaart gemeente Den Haag en Rijswijk, Utrecht (TNO rapport R11927).
Meering, A.O.J., 2017: Koekamp, Malieveld e.o., De Groene Entree, gemeente Den Haag. Bureauonderzoek archeologische waarde, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1707). Siemons, H. & PJ.A. Stokkel, 2021: Toelichting op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 (AWVK2021), Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 2120).
TNO-GDN, 2021: Formatie van Naaldwijk, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNO Geologische Dienst Nederland). TNO-GDN, 2021: Formatie van Nieuwkoop, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNO Geologische Dienst Nederland). Raczynski-Henk, Y., 2022: Plan van Aanpak verkennend booronderzoek - Koekamp Den Haag, gemeente Den Haag, Schijndel (Bodac PvA A22024).
https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator https://www.geologischekaart.nl/denhaag https://storymaps.arcgis.com/stories/3e5ce5608a7048e8b5b051fbb344e86e
https://www.tudelft.nl/library/collecties/kaartenkamer/kaartencollectie/historische-kaarten/kruikiuskaart1712
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
Pagina 25 van 34
BODAC
Figuren en tabellen Figuur 1: Plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart (bron: OpenTopo)........................ ...4 Figuur 2. De huidige en de voorgenomen nieuwe situatie op de Koekamp (bron: opdrachtgever)... ...6 Figuur 3. Het plangebied van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek, het onderhavige plan- en onderzoeksgebied ligt binnen de groene ovaal (bron: Meering 2017).............................................. ...7 Figuur 4. Uitsnede van een schematisch dwarsprofiel door Den Haag, het plangebied ligt binnen de rode cirkel (bron: Koster & Vos 2019 via storymaps.arcgis.com). 8 Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (bron: Koster & Vos
2019).......................................................................................................................................................
...10
Figuur 6. Het plangebied, geprojecteerd op de kaart van Kruikius (bron: tudelft.nl)............................... ...12 Figuur 7. Het plangebied, geprojecteerd op een kaart uit 1778 van Huybert van Straalen (bron: Haags gemeentearchief)..................................................................................................................................... ..13 Figuur 8. Boorpuntenkaart met interpretatie en de top van de onverstoorde afzettingen ten opzichte van maaiveld en NAP, geprojecteerd op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (bron: Koster & Vos 2019). ..........................................................................................................................................................................17 Tabel 1. Correlatie tussen de algemene en lokale lithostratigrafische interpretatie (bron: geologischekaart.nl/denhaag; dinoloket.nl).............................................................................. Tabel 2. Overzicht van de gespecificeerde archeologische verwachting (naar Meering 2017). Tabel 3. Overzicht van de uitgevoerde boringen met coördinaten en NAP-hoogte................. Tabel 4. Schematisch overzicht van de bodemopbouw en laagdieptes (in meters).................. Tabel 5. De top van het archeologische niveau t.o.v. maaiveld en NAP (in meters).................
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
.... 9 ....14 ....18 ....19 ....21
EEEEEEEACe
BODAC
Pagina 26 van 34
Bouwtekening op kaart 1778
Bijlage 1.
mc” * A22024 Den Haag Koekamp | Kaart 1778 en • bouwtekening
455800.000
455800.000
82100.000 a
■
4 Verkennend booronderzoek #
ft * s P
I
«
ft IINH
ft
ft
t
€ "e€
ftft
W
" 9
44 e2
* , /.e
03-
B
/
ft
5
%
i i
ft
•
\
*
4 ft re
2"
L
X
"I 55
—
b‘ft
8
/
ft
*
A} •/,, A.H4/
f
2 Z
■i
gF\ R ■
*. =
gap 2 *
J.
*,
• 5 ü t, - > .A, se ft
f
>
f- i• ek -F "4
*
• -
% --
" gx. 2
. ft *
*e *
u•
É . •.9-, ’
i
Cy
w,n g«,“4 5
- ft
VX X
i ■
T
4
" ft.- % .
6c ft B .ft.
gebe1 valion-aIP-J 4-
*,
ILA" 91: wi
455600.000
455600.000
2KKa:""
1 ...
\
■
A
i~
* *
124"
f
%
ft
•
kte € t
\ ü “as
j.
$
e
455700.000
455700.000
4* ■ V' 7
#
.09
70 02
"/6
5iz
Legenda
o
25
3 I__ I Plangebied - L \ y 82100.000
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
BODAC
EEcgEEEEe
Pagina 27 van 34
Bijlage 2.
BODAC
Boorstaten
www.bodac.nl Bureau- en booronderzoek archeologie - Koekamp, Den Haag
EEEEEEEACe
A22024 Den Haag Koekamp
BODAC Boring: A22024_1 Kop algemeen: Projectcode: A22024, Boornummer: 1, Beschrijver(s): AS YRH, Datum: 20-09-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 250 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 82102, Y-coördinaat in meters: 455738, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.61, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: ‘s-Gravenhage, Opdrachtgever: Staats Bosbeheer, Uitvoerder: Den Ouden Bodac Kop opmerking: Opmerking: Profieltype 1 0 / 0.61
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Kalkgehalte: kalkloos __ Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: bouwoor 40/0.21
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 95, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond __ Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 95 / -0.34
/
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 135, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodem kundige interpretatie: opgebrachte grond
//135 / -0.74
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 135, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 165, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veraard veen, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Hollandveen LP
/
/
165/-1.04
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 165, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 190, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Walcheren Bodem: Bodemhorizont: C-horizont ƒ 190 / -1.29 / Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 190, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 250, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv ƒ / __ Naaldwijk, LPv Walcheren