RIS322798 Opvolging raadsbesluit rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 16079, 2500 BB Den Haag
Aan
Uw kenmerk
De commissie Samenleving ter attentie van de heer Noorlander, voorzitter
Ons kenmerk
RK/2025.18 / RIS322798
CC:
Doorkiesnummer
College van Burgemeester en Wethouders Mevrouw Merx, gemeentesecretaris
E-mailadres
070-3532048 rekenkamer@denhaag.nl Aantal bijlagen Datum
8 juli 2025 Onderwerp:
Opvolging raadsbesluit rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’
Geachte heer Noorlander, Met deze brief geven wij invulling aan de motie ‘Meer grip op welzijn’ (RIS321652), die door de gemeenteraad Den Haag is aangenomen op 13 maart 2025 tijdens de bespreking van het beleidsplan ‘Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027’ (RIS321267).1 In de motie wordt de Rekenkamer Den Haag verzocht onderzoek te doen naar de opvolging van het raadsbesluit naar aanleiding van ons onderzoek ‘Werk aan welzijn’ uit 2023 (RIS319575). Met het raadsbesluit uit 2023 gaf de gemeenteraad het college de opdracht om te komen tot een integraal beleidskader voor al het welzijnswerk. Daarnaast verzocht de raad het college onder meer om de subsidies voor welzijnswerk te verstrekken in overeenstemming met wet- en regelgeving en om de informatievoorziening over welzijnswerk te verbeteren en doelmatiger te maken.2 Samenvattend constateren we dat het college - in lijn met het raadsbesluit - gezorgd heeft voor een gelijk speelveld voor het professioneel en het merendeel van het aanvullende welzijnswerk. Naar aanleiding van het raadsbesluit werkt het college momenteel nog aan een kadernota voor de sociale basis en het project ‘Betekenisvol meten en verwantwoorden’. De rekenkamer kan op dit moment dan ook niet beoordelen of de uitkomsten van deze kadernota en dit project in lijn zullen zijn met het raadsbesluit.
Onderstaand volgt een nadere toelichting op deze samenvatting.
1
Zie ook RIS321950 Reactie op motie ‘Meer grip op Welzijn’, 11 april 2025, waarin wij hebben gemeld dat wij graag tegemoet komen aan het verzoek van de raad door een beknopt en kortlopend opvolgingsonderzoek uit te voeren. 2
In de bijlage bij deze brief is de volledige tekst van het raadsbesluit opgenomen.
1
Welzijnssubsidies objectief en transparant verdelen Het college heeft met het opstellen van de subsidieregeling ‘Professioneel welzijnswerk 2026-2027’ een belangrijke stap gezet om te voldoen aan wet- en regelgeving, om welzijnsorganisaties gelijke kansen te bieden en om op gepaste afstand te sturen op het professionele welzijnswerk in de stad. De nieuwe subsidieregeling biedt het benodigde kader om de subsidiemiddelen voor professioneel welzijnswerk objectief en transparant te verdelen. Het college heeft echter nog niet invulling gegeven aan het verzoek van de raad om in de subsidieregeling duidelijkheid te geven over de rol- en taakverdeling tussen grote en kleine organisaties voor welzijnswerk. Uit ons opvolgingsonderzoek blijkt, dat het college ook voor de aanvullende welzijnssubsidies subsidieregelingen heeft opgesteld3 en dat in 2024 het merendeel van de aanvullende welzijnssubsidies met deze subsidieregelingen is verleend.4 Uit ons eerdere onderzoek in 2023 kwam namelijk naar voren dat er naast de subsidies voor het professioneel welzijnswerk aanvullende subsidies worden verleend voor welzijnswerk. Voor deze aanvullende welzijnssubsidies ontbrak toen in een aantal gevallen eveneens een subsidieregeling.
Opstellen integraal beleidskader met rolverdeling welzijnsorganisaties We zien daarnaast dat conform het raadsbesluit het geactualiseerde beleidsplan ‘Professioneel welzijnswerk’ niet meer uitgaat van met naam genoemde welzijnsinstellingen. Het beleidsplan is echter niet het door de gemeenteraad gevraagd integrale beleidskader voor welzijnswerk, omdat het alleen betrekking heeft op het werk van grotere (professionele) welzijnsinstellingen. Tegelijk geeft het college aan wel te werken aan een beleidskader voor de sociale basis. Daarmee zegt het college invulling te willen geven aan het raadsbesluit om een integraal kader voor al het welzijnswerk in Den Haag op te stellen. Omdat dit beleidskader nog niet klaar is, is nog niet duidelijk hoe de grote instellingen en de andere organisaties die welzijnswerk verrichten zich tot elkaar verhouden. Verbeteren informatievoorziening aan de raad Verder constateren wij dat het college via het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden‘ inzet op het verbeteren van de informatievoorziening aan de raad over de resultaten van welzijnswerk. Of dit project leidt tot het door de raad gevraagde voorstel waarin het college beschrijft hoe het de raad beter gaat informeren over de resultaten van het welzijnswerk, kan de rekenkamer op dit moment niet beoordelen.
In dat voorstel zou het college volgens het besluit van de raad ook in moeten gaan op het verschil tussen het meten van effecten en het inzichtelijk maken van resultaten. We constateren wel dat het genoemde project zich alleen richt op professioneel welzijnswerk.
3
Zie RIS317203 Procesplanning n.a.v. voorstek Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn, 28 november 2023 en RIS318893 Doorontwikkeling subsidieregelingen sociale basis, 12 mei 2024, RIS321650 Afdoening motie: ‘Haagse lokaliteit in welzijnsbeleid’, 10 juni 2025, p.3 4
De rekenkamer heeft over 2024 voor circa € 710.000 aan aanvullende welzijnssubsidies aangetroffen die niet op basis van een subsidieregeling zijn verleend.
2
Daardoor wordt geen invulling gegeven aan het verbeteren van de informatievoorziening over het aanvullend welzijnswerk. Alleen relevante informatie opvragen bij welzijnsorganisaties Tot slot constateren wij dat het college aangeeft in het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden‘ ook aandacht te hebben voor het opvragen van alleen relevante informatie bij welzijnsorganisaties. Ook hiervoor geldt dat dit project alleen gaat over professioneel welzijnswerk en dat er dus voor aanvullend welzijnswerk nog geen invulling wordt gegeven aan het raadsbesluit. In de bijlage bij deze brief geven wij per punt uit het raadsbesluit ‘Werk aan welzijn’ een nadere toelichting op de beoordeling van de opvolging door het college. Advies van de rekenkamer over de opvolging van het raadsbesluit Gezien de bovenstaande constateringen adviseren wij de gemeenteraad het college te verzoeken de raad nader te informeren over: -
hoe het college het aanvullende welzijnswerk wil meenemen in het integrale beleidskader voor de sociale basis;
-
op welke wijze het college een voorstel aan de raad wil voorleggen voor het verbeteren van de verantwoording over welzijnswerk waarin ook aandacht is voor de resultaten van aanvullend welzijnswerk en de rol- en taakverdeling tussen welzijnsorganisaties is uitgewerkt;
-
hoe het college de uitkomsten van het project ‘Betekenis Meten en Verantwoorden’ wil vertalen in de al geldende verantwoordingseisen voor (professionele) welzijnsorganisaties;
-
hoe het college voor het aanvullende welzijnswerk tegemoet wil komen aan het raadsbesluit om in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen;
-
wat de actuele planning is ten aanzien van de opvolging van het raadsbesluit ‘Werk aan welzijn’ en in het bijzonder wanneer het integrale beleidskader voor de sociale basis gereed is en wat de planning van het project ‘Betekenis Meten en Verantwoorden’ is.
Toelichting op deze brief Wij zijn graag bereid om een toelichting te geven op de uitkomsten van dit opvolgingsonderzoek.
Met vriendelijke groet,
H.A. (Manus) Twisk voorzitter
3
Bijlage 1: Opvolging raadsbesluit ‘Werk aan welzijn’ Raadsbesluit 2023 ‘Werk aan welzijn’ Op 25 oktober 2023 nam de raad het, geamendeerde (hieronder in het vet gedrukt), raadsvoorstel ‘Werk aan welzijn’ aan, tijdens de bespreking van het gelijknamige rekenkameronderzoek naar subsidies voor welzijnswerk. De raad besloot het college het volgende op te dragen5: Te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren; Met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. Het helderder verdelen van de taken en rollen tussen de professionele organisaties en de zogenaamde kleinere organisaties zodat die elkaar minder bestrijden en beter gaan samenwerken dient in het voorstel een uitgangspunt te zijn, zodat bewoners duurzaam ondersteund worden; Een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. Maak in het voorstel een onderscheid tussen het meten van effecten en het verantwoorden van de uitgevoerde activiteiten.
Daarbij dient goed overwogen te worden welke bureaucratische last gecreëerd wordt en of dit daadwerkelijk leidt tot beter inzicht; In subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen; Ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem; Binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. Werkwijze rekenkamer analyse opvolging raadsbesluit Voor een beoordeling van de opvolging van het raadsbesluit uit 2023 hebben we een analyse gemaakt van het geactualiseerde beleidsplan ‘Professioneel welzijnswerk 2025-2027’ en de subsidieregeling ‘Professioneel Welzijnswerk 2026-2027’. Hierbij hebben we verschillende stukken van het college betrokken die ingaan op de opvolging van het raadsbesluit. Daarnaast hebben we de subsidies over 2024 in het subsidieregister geraadpleegd.6
5
RIS315975 Geamendeerd voorstel van de rekenkamer inzake het rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’, gemeenteraad Den Haag, 5 oktober 2023; Punten 2 en 3 zijn door de raad geamendeerd met toevoeging van telkens een extra aandachtspunt. Hier weergegeven is het geamendeerde besluit. 6
Hierbij betrekken we ook aanverwante stukken zoals aanbiedingsbrieven en commissiebrieven over deze documenten.
4
Hierna volgen per punt uit het raadsbesluit de uitkomsten van de analyse van de rekenkamer over de opvolging. Daarbij geven we telkens ook aan wat volgens het college al is gedaan aan de opvolging. Dat hebben we gebaseerd op bijlage 1 van het beleidsplan ‘Actualisatie beleidsplan professioneel Welzijnswerk 2025-2027’, waarin het college per punt aangeeft hoe invulling is gegeven of gegeven gaat worden aan het raadsbesluit ‘Werk aan welzijn’ uit 2023.
1. De raad draagt het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college geeft aan op schema te lopen met de opvolging van deze aanbeveling. Het college geeft aan te verwachten dat in het eerste kwartaal van 2025 een beleidskader voor de sociale basis gereed zal zijn, waarin maatschappelijke opgaven in samenhang zullen worden benaderd. In het kader van het opstellen van dit beleidsplan is op 20 november 2024 een brede participatiesessie gehouden en gesproken over onderwerpen als toegang tot voorzieningen, de rol van bewonersinitiatieven voor veerkrachtige wijken en de inzet van vrijwilligers.
Stand van zaken volgens de rekenkamer Het college heeft het beleidskader voor de sociale basis, waarmee het opvolging wil geven aan deze aanbeveling, nog niet afgerond. In bet beleidskader voor de sociale basis wil het college maatschappelijke opgaven in samenhang benaderen7 en de relatie tussen het professioneel welzijnswerk en het aanvullend welzijnswerk beter beschrijven en versterken. Het college wil preciezer omschrijven hoe professioneel en aanvullend aanbod zich tot elkaar verhouden en bezien of dit in samenhang voldoende is voor de opgaven in de stad.8 Als het beleidskader door het college is afgerond kan de rekenkamer beoordelen of de raad met het beleidskader voor de sociale basis zicht krijgt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. De rekenkamer constateerde in haar onderzoek ‘Werk aan welzijn’ uit 2023 dat op basis van alleen de algemene subsidieverordening of vanuit ander beleid dan professioneel welzijnswerk subsidies werden verleend voor activiteiten die identiek zijn aan het professionele welzijnswerk. In ons onderzoek gaven wij aan dat het beleidsplan voor het professioneel welzijnswerk ontoereikend was, omdat dit uitsluitend ging over het werk van enkele grote welzijnsinstellingen en dat het ontbrak aan
7
RIS321267 Actualisatie Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2025-2027, bijlage 1, 6 februari 2025
8
RSI317203 Procesplanning n.a.v. voorstel Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn, 28 november 2023, p.2
5
een beleidskader voor al welzijnswerk dat door welzijnsorganisaties werd uitgevoerd. De gemeenteraad had hierdoor geen overzicht over het welzijnswerk dat verricht werd en het totale subsidiebudget dat hiermee gemoeid was. Naar aanleiding van ons onderzoek gaf de gemeenteraad het college de opdracht voor alle activiteiten die overeenkomen met welzijnswerk een integraal beleidskader op te stellen.
Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027 Het geactualiseerde beleidsplan voor professioneel welzijnswerk is een kader voor het professionele welzijnswerk en is niet een integraal kader voor al het welzijnswerk. In het geactualiseerde beleidsplan maakt het college niet duidelijk waarin het professionele welzijnswerk zich onderscheidt van het aanvullende welzijnswerk. In de toelichting op de nieuwe subsidiesystematiek voor welzijnswerk geeft het college wel aan dat professioneel welzijnswerk gaat over ‘de vaste basisinfrastructuur’ voor het welzijnswerk.9 Op welke wijze professioneel welzijnswerk zich daarbij inhoudelijk onderscheid van het werk van ander welzijnswerk in Den Haag wordt echter niet benoemd. Hierdoor is de gemeenteraad ook met het geactualiseerde beleidsplan onvoldoende in staat om voor het hele welzijnswerk zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen.10 Vanaf 2025 start het college met het opstellen van een nieuw beleidsplan voor welzijnswerk wat als kader moet gaan dienen voor de nieuwe wijze van financiering die het college vanaf 2028 wil invoeren. Het college geeft hierover niet aan of het de bedoeling is dat dit beleidsplan alleen voor professioneel welzijnswerk gaat gelden, of dat het een breder kader voor al het welzijnswerk gaat worden.
Integraal beleidskader voor de sociale basis Het college geeft in het geactualiseerde beleidsplan voor professioneel welzijnswerk aan dat het voor de opvolging van het raadsbesluit werkt aan een integraal beleidskader voor de sociale basis en dat dit in het eerste kwartaal van 2025 klaar zal zijn.11 Over de samenhang tussen dit integrale plan voor de sociale basis en het geactualiseerde beleidsplan voor professioneel welzijnswerk geeft het college aan dat het beleidsplan een belangrijk onderdeel is van dat integrale kader.12 Het college benoemd hierbij echter niet het aanvullende welzijnswerk dat via andere subsidieregelingen door welzijnsorganisaties in de stad wordt uitgevoerd. Of het integrale beleidskader voor de sociale basis voor de raad inzicht gaat bieden in al het welzijnswerk dat in de stad wordt uitgevoerd, is voor de rekenkamer daardoor nog niet duidelijk.
9
RIS319210 Keuze nieuwe financieringsmethodiek professioneel welzijn, commissiebrief, 11 juni 2024, p. 4.
10
Zie ook RIS315975 ‘Werk aan welzijn’, onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies, Rekenkamer Den Haag, 29 juni 2023, p. 11. 11
RIS321267 Bijlage 2. Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027, p. 5.
12
RIS321267 Bijlage 2. Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027, p. 5.
6
2. De raad draagt het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend Daar heeft de raad via een amendement aan toegevoegd dat het uitgangspunt in het voorstel van het college moet zijn om de taken en rollen tussen de professionele organisaties en de zogenaamde kleinere organisaties helderder te verdelen, zodat die elkaar minder bestrijden en beter gaan samenwerken en bewoners duurzaam ondersteund worden.
Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college beschrijft dat het voor de uitwerking van de aanbeveling van de rekenkamer een nieuwe subsidieregeling voor professioneel welzijnswerk heeft opgesteld. Deze subsidieregeling is inmiddels ook vastgesteld door het college en zal per 1 januari 2026 ingaan.
Stand van zaken volgens de rekenkamer Het college heeft het achterliggende doel van het eerste deel van dit raadsbesluit om (professionele en aanvullende) welzijnssubsidies op transparante en objectieve wijze te verlenen vanaf 2026 vrijwel13 volledig gerealiseerd. De subsidieregeling voor professioneel welzijnswerk geeft voor wat betreft het professioneel welzijnswerk invulling aan het eerste deel van het raadsbesluit. Uit geanalyseerde documenten14 blijkt dat het college ook voor aanvullend welzijnswerk subsidieregelingen heeft opgesteld. In 2024 is het merendeel van de aanvullende welzijnssubsidies ook met deze subsidieregelingen verleend.15 Met de subsidieregelingen heeft het college een belangrijke stap gezet om aan wet- en regelgeving te voldoen, om welzijnsorganisaties gelijke kansen te bieden en tevens om op gepaste afstand te sturen op het professionele welzijnswerk in de stad. Het college heeft de werkwijze voor professionele en aanvullende welzijnssubsidies niet in de vorm van een voorstel aan de raad voorgelegd, zoals de raad had besloten. Het college gaat daarom ook
13
Uit het subsidieregister blijkt dat met merendeel van de aanvullende welzijnssubsidies in 2024 met subsidieregelingen is verleend. Dit is alleen nog niet voor de volle 100% het geval. De rekenkamer heeft over 2024 voor circa € 710.000 aan aanvullende welzijnssubsidies aangetroffen die niet op basis van een subsidieregeling zijn verleend. De professionele welzijnssubsidies werden tot en met 2025 eveneens niet met een subsidieregeling verleend, maar dat is vanaf 2026 wel het geval. 14
Zie RIS317203 Procesplanning n.a.v. voorstek Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn, 28 november 2023 en RIS318893 Doorontwikkeling subsidieregelingen sociale basis, 12 mei 2024 15
De rekenkamer heeft over 2024 voor circa € 710.000 aan aanvullende welzijnssubsidies aangetroffen die niet op basis van een subsidieregeling zijn verleend.
7
niet in op de opdracht van de raad om de taken en rollen tussen de professionele organisaties en de zogenaamde kleinere organisaties helderder te verdelen.
Met de subsidieregelingen komt het college voor het merendeel van de welzijnssubsidies tegemoet aan de gevraagde rechtsgrond voor verdeling van subsidies Het college heeft op 25 maart 2025 de subsidieregeling voor professioneel welzijnswerk vastgesteld voor de periode 2026 en 2027 (RIS321726) en de gemeenteraad op 31 maart hiervan op de hoogte gesteld (RIS321728). Met de subsidieregeling wordt duidelijkheid gegeven over de verdeling van € 30,6 miljoen voor 2026 en € 40,7 miljoen voor 2027 aan subsidiemiddelen voor welzijnswerk.16 Daarmee biedt de regeling een rechtsgrond voor subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’ en dus voor het grootste deel van de middelen die beschikbaar worden gesteld voor welzijnswerk.17 Het college heeft daarbij toegezegd dat de beoordeling van aanvragen zal gebeuren door een beoordelingscommissie met gemeentelijke en externe beoordelaars om zo een ‘zorgvuldige en onafhankelijke selectie te waarborgen’.18 Daarnaast heeft het college de afgelopen jaren verschillende subsidieregelingen voor aanvullende welzijnssubsidies opgesteld.
Zo heeft het college bijvoorbeeld de subsidieregeling Flexibel welzijnsbudget stadsdelen en twee subsidieregelingen voor Samen sociaal en vitaal opgesteld.19 In de regelingen zijn objectieve criteria opgenomen voor het beoordelen van subsidieaanvragen.20 Objectieve criteria vormen een belangrijke voorwaarde voor het objectief en transparant verdelen van subsidiemiddelen. De rekenkamer constateert dat het merendeel van de aanvullende welzijnssubsidies in 2024 met subsidieregelingen is verleend. Een relatief klein deel van de welzijnssubsidies werd volgens het subsidieregister zonder subsidieregeling verleend.21
Rol- en taakverdeling tussen de grote professionele welzijnsorganisaties en de andere organisaties in de stad die vergelijkbaar welzijnswerk verrichten, is met deze regeling niet duidelijk gemaakt. De gemeenteraad benoemde in het raadsbesluit naar aanleiding van ons onderzoek specifiek dat een duidelijke verdeling van taken en rollen tussen de professionele en de kleinere welzijnsorganisaties onderdeel uit moet maken van een voorstel van het college, waarin is
16
RIS321728 Commissiebrief subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 31 maart 2025, p. 3.
17
RIS315975 ‘Werk aan welzijn’, onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies, Rekenkamer Den Haag, 29 juni 2023, p. 18 e.v. 18
RIS321728 Commissiebrief subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 31 maart 2025, p. 3.
19
RIS321650 Afdoening motie: ‘Haagse lokaliteit in welzijnsbeleid’, 10 juni 2025, p.3
20
RIS321726 Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 25 maart 2025, art. 4:6 onder 2 en art. 5:6 onder 2.
21
In het subsidieregister zijn over 2024 op basis van de Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020 ook welzijnssubsidies als incidentele subsidie opgenomen. Dit ging om zes subsidies van samen € 709.114.
8
uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend.22 Een dergelijk voorstel heeft het college niet opgesteld, waardoor een beschrijving van de rol- en taakverdeling tussen de professionele welzijnsorganisaties en de andere partijen in de stad ontbreekt. Samenwerking met andere partijen in de stad is in de regeling voor professioneel welzijnswerk alleen als één van de eisen voor het in aanmerking komen van subsidie opgenomen.23
3. De raad draagt het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. Daar heeft de raad via een amendement aan toegevoegd dat het college in het voorstel een onderscheid maakt tussen het meten van effecten en het verantwoorden van de uitgevoerde activiteiten. Daarbij dient het college goed te overwegen welke bureaucratische last gecreëerd wordt en of dit daadwerkelijk leidt tot beter inzicht.
Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college geeft aan op schema te lopen met de opvolging van deze aanbeveling en dit in lijn te brengen met de nieuwe financieringssystematiek. Het college beschrijft dat het in het kader van het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden’ verschillende acties uitvoert die invulling geven aan dit punt van het raadsbesluit. De pilot uit 2024 wordt in 2025 voortgezet. In 2025 wordt onder meer in overleg met de welzijnsinstellingen bepaald hoe aan de hand van indicatoren de impact van welzijnswerk in kaart gebracht kan worden. Hiermee zullen de rapportages zowel kwalitatief als kwantitatief ‘verrijkt’ worden. Ook organiseert het college werkbesprekingen om de resultaten van het welzijnswerk voor raadsleden inzichtelijk te maken.
Stand van zaken volgens de rekenkamer Het college werkt via het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden’ nog aan de opvolging van dit onderdeel van het raadsbesluit. Het college probeert ook de raad te betrekken bij dit project en de raad via werkbesprekingen meer over de kwalitatieve aspecten van welzijnswerk te informeren.24 De rekenkamer kan over de opvolging van dit besluit echter pas na afronding van het project een
22
RIS315975 Geamendeerd voorstel van de rekenkamer inzake het rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’, gemeenteraad Den Haag, 5 oktober 2023, beslispunt 2. 23
RIS321726 Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 25 maart 2025, art. 4:6 lid 2 onder c. en art. 5:6 lid 2 onder c.
24
Zie RIS322021 Programma werkbespreking en werkbezoek met commissie samenleving over professioneel welzijnswerk, 16 april 2025 en Vergadering Samenleving Werkbezoek 07-06-2023 Gemeente Den Haag.
9
oordeel geven. Wel constateert de rekenkamer dat dit project zich alleen richt op professioneel welzijnswerk.25 Daarmee ontbreekt nog een verbeterslag in de informatievoorziening over het aanvullende welzijnswerk. Wel geeft het college op 16 april in een brief aan de raad (RIS322021) aan dat het in 2025 een werkbezoek wil organiseren waarmee de raad onder meer inzicht krijgt in de samenwerking tussen welzijnsorganisaties en andere betrokken partijen.26 Het college geeft in ‘Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk’ een overzicht van de activiteiten en voornemens voor verbetering van de wijze van informeren over resultaten van welzijnswerk.27 Met indicatoren die worden ontwikkeld in dit project wil het college in 2025 de rapportages over welzijnswerk ‘kwalitatief en kwantitatief verrijken’.28 Een samenhangend voorstel zoals bedoeld in dit punt uit het raadsbesluit is echter nog niet aan de raad voorgelegd. Daarmee ontbreekt ook nog het door de raad gevraagde onderscheid tussen het meten van effecten en het inzicht bieden in resultaten en de bureaucratische last die hiermee gemoeid is.29
4. De raad draagt het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college geeft aan dat in de nieuwe financieringsmethodiek (RIS319210) wordt aangegeven wat het doel is van de informatie die de gemeente vraagt aan de subsidievragers ter verantwoording van de subsidie. Daarnaast geeft het college aan dat via het project ‘Betekenisvol Meten en Verwantwoorden’ in samenwerking met de welzijnsorganisaties wordt gewerkt aan een verbeterde manier van verantwoorden.
25
Het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden’ werkt aan een gezamenlijke verbeterslag in de wijze van meten en verantwoorden met aandacht voor indicatoren met zeggingskracht over het professioneel welzijnswerk. Zie RIS322021 Programma werkbespreking en werkbezoek met commissie samenleving over professioneel welzijnswerk, 16 april 2025. 26
De gemeenteraad heeft de brief hierover ter kennisgeving aangenomen. Zie: Vastgestelde lijst ingekomen bestuurlijke stukken van de commissie samenleving van 15 mei 2025. 27
RIS321267 Bijlage 2. Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027, p. 40.
28
RIS321267 Bijlage 2. Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027, p. 40.
29
RIS315975 Geamendeerd voorstel van de rekenkamer inzake het rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’, gemeenteraad Den Haag, 5 oktober 2023, beslispunt 4.
10
Stand van zaken volgens de rekenkamer In de subsidieregeling voor het professioneel welzijnswerk, in verschillende subsidieregelingen voor het aanvullende welzijnswerk en in de nieuwe financieringssystematiek (RIS319210) maakt het college nog niet duidelijk wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren. Het college werkt voor het professioneel welzijnswerk wel via het project ‘Betekenisvol Meten en Verantwoorden’ aan de opvolging van dit raadsbesluit. Hiervan kan de rekenkamer op dit moment niet beoordelen of het resultaat hiervan tegemoetkomt aan het besluit van de raad. Daarnaast geeft het college voor het aanvullende welzijnswerk nog geen zichtbare invulling aan de opvolging van dit besluit. Op dit moment zijn de nieuw vastgestelde subsidieregeling voor professioneel welzijnswerk en de Algemene Subsidieverordening (ASV) bepalend voor wat welzijnsinstellingen moeten verantwoorden. Wij constateren dat zowel in de nieuwe subsidieregeling als in de ASV bij de gevraagde informatie over de resultaten niets is opgenomen over het doel van deze informatie.
In de subsidieregeling zijn richtlijnen opgenomen voor de verantwoording door subsidieontvangers.30 De subsidieregeling geeft hierbij aan dat de subsidieontvanger jaarlijks een inhoudelijk en een financieel verslag moet inleveren.31 Voor een nadere toelichting op de het gevraagde inhoudelijke en financiële verslag wordt verwezen naar artikel 17 van de ASV.32 Daar wordt verduidelijkt dat een inhoudelijk verslag een beschrijving moet bieden van de gesubsidieerde activiteiten en het financiële verslag een gespecificeerd overzicht van gesubsidieerde activiteiten met de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven alsmede een toelichting op eventuele verschillen ten opzichte van de verleningsbeschikking van de subsidie.33 Zowel in de ASV als in de subsidieregeling ‘Professioneel welzijnswerk’ wordt niet nader ingegaan op welke informatie geleverd moet worden en voor welk doel dat moet worden aangeleverd.
30
RIS321726 Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 25 maart 2025, Hoofdstukken 7 en 8.
31
RIS321726 Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 25 maart 2025, art.7:2 en 8:2. In de regeling wordt onder art. 8:2 verwezen naar art. 6:2, maar dit moet een fout zijn. Hoofdstuk 6 is in de regeling niet ingevuld. Bij een subsidiebedrag hoger dan € 125.000 moet ook een controleverklaring [van een accountant] worden aangeleverd. Daarbij valt op dat de drempel voor een accountantsverklaring afwijkt van de drempel die daarvoor in de Algemene Subsidieverordening is opgenomen. 32
RIS321726 Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027, 25 maart 2025, art 7:2.
33
RIS305416 Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020, art. 17 lid 4 en 5.
11
5. De raad draagt het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college geeft aan dat in het eerste en tweede kwartaal van 2024 de acties zijn uitgevoerd om aan dit onderdeel van het raadsbesluit te voldoen.
Stand van zaken volgens de rekenkamer In het kader van dit beknopte en kortlopende opvolgingsonderzoek is het voor de rekenkamer niet haalbaar te beoordelen in hoeverre het subsidieregister overeenkomt met het interne subsidiesysteem van de gemeente. Een uitputtende analyse zoals we die hebben uitgevoerd in het kader van het onderzoek ‘Werk aan welzijn’ vraagt een uitvraag van alle gegevens uit het subsidiesysteem en een vergelijking daarvan met de gegevens in het subsidieregister. Dat is in het kader van dit kortlopende opvolgingsonderzoek niet haalbaar. De rekenkamer heeft dit daarom buiten de scope van dit opvolgingsonderzoek gehouden.
6. Het college op te dragen binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande punten uit het besluit Stand van zaken volgens het college (zie bijlage 1 van het beleidsplan) Het college geeft aan dat het met de brief Procesplanning n.a.v. Voorstel Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn (RIS317203) van 11 november 2023 aan deze aanbeveling heeft voldaan.
Stand van zaken volgens de rekenkamer Dit punt uit het raadsbesluit is, zoals het college ook zelf aangeeft, opgevolgd. Wel constateert de rekenkamer dat voor een aantal onderdelen de planning niet is gehaald en dat het college aan de raad een actualisatie van de planning zou kunnen toesturen.
12