RIS322783 Vernietiging ontslag gemeenteambtenaar door rechtbank
Tekst van het document
RIS322783 Schriftelijke vragen: Vernietiging ontslag gemeenteambtenaar door rechtbank Indiener: Lesley Arp, SP Datum: 3 juli 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, In de media verschenen eind juni berichten over het ontslag van een medewerkster van Veilig Thuis door de gemeente Den Haag. Zij zou onder valse voorwendselen zorgverlof gekregen hebben. De Rechtbank Den Haag deed op 19 juni 2025 een uitspraak (Zaaknr.: 11560951/25-50135) om het ontslag op staande voet te vernietigen, omdat dit onvoldoende was onderbouwd. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Lesley Arp (SP) de volgende vragen: 1. Is het college bekend met de hierboven genoemde casus en de uitspraak van de rechter? 2. Is het college het met de SP en de rechtbank eens dat het ontslag van deze ambtenaar te voorbarig was gezien het uiterst beperkte bewijs dat hiertoe aangeleverd was? Zo nee, waarom niet? 3. Is het college het er mee eens dat deze gang van zaken niet alleen kwalijk was tegenover de betreffende ambtenaar, maar dat het imago van de gemeente als werkgever hierdoor ook schade op heeft gelopen? Zo nee, waarom niet? 4. Is de gemeente van plan de gerechtelijke uitspraak te respecteren en er volledig en zonder bezwaar uitvoering aan te geven? Zo nee, waarom niet? 5.
Is de gemeente voornemens om in gesprek met de betreffende ambtenaar te kijken hoe naar beider tevredenheid opnieuw invulling gegeven kan worden aan haar dienstverband? Zo nee, waarom niet? 6. Is het college het met de SP eens dat (mogelijk) ontslag altijd met de grootste zorgvuldigheid behandeld moet worden en dat wederhoor daar een essentieel onderdeel van is? Zo nee, waarom niet? 7. Is het college het met de SP eens dat wanneer sprake is van (mogelijk) ontslag vanwege een integriteitskwestie, de in vraag 3 genoemde wederhoor ook via het Bureau Integriteit moet verlopen en dat zolang dit niet plaats heeft gevonden er geen zorgvuldige afweging over een ontslag genomen kan worden? Zo nee, waarom niet?
8. Is het een normale gang van zaken bij gemeentelijke integriteitsprocedures dat de bedrijfsarts niet betrokken wordt, ook wanneer de betreffende werknemer zich heeft ziekgemeld? Zo ja, is het college het met de SP eens dat het waar nodig betrekken van de bedrijfsarts beter in de procedures vastgelegd moet worden? 10. Wanneer een werknemer van de gemeente niet verschijnt bij het Bureau Integriteit, al dan niet door ziekte, geeft het Bureau Integriteit dan alsnog een inhoudelijk advies aan de gemeente? Zo ja, hoe spelen dergelijke adviezen een rol in eventuele ontslagbesluiten van de gemeente? 11. Ziet het college naar aanleiding van deze casus het belang van een onafhankelijk Bureau Integriteit en reden tot versterking van de onafhankelijke rol van het Bureau Integriteit? Welke lessen moet de gemeente volgens het college trekken uit deze casus wat betreft het functioneren van het Bureau Integriteit en het handelen van de gemeente in relatie tot het Bureau Integriteit?
Lesley Arp SP