RIS322782 Beantwoording SV Meerderheid woningen nu niet hitteproof, ook niet bij nieuwbouw
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
12 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Thepass en Ahraui, luidend: ‘Meerderheid woningen nu niet hitteproof, ook niet bij nieuwbouw’
DSO/10934868 RIS322782
De raadsleden de heren Thepass en de heer Ahraui hebben op 4 juli 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Deze week sloegen onderzoekers van Investico12 alarm over het feit dat 10 miljoen Nederlanders (waaronder 2 miljoen senioren) in te hete woningen wonen. Het betreft hierbij niet alleen oudere woningen, die rondom hittestress vaker onder de aandacht worden gebracht, maar bijvoorbeeld ook om relatief nieuwe woningbouw van 15 jaar oud. GroenLinks en de PvdA maken zich hier serieuze zorgen over: hittestress gaat gepaard met gezondheidsrisico’s voor kinderen en ouderen, het gaat ten koste van slaap en productiviteit en het tast het woongenot aan, zeker in wijken waar er weinig verkoelingsplekken in de buurt zijn om toevlucht te vinden. 1)
Is het college bekend met dit rapport? Kan het hierop reageren en daarbij ingaan op de rol die de gemeente zelf kan spelen bij het hitteproof maken van (nieuwbouw)woningen?
Het college heeft kennisgenomen van het rapport van Investico en deelt de zorgen die naar voren komen over te hete woningen. De gemeente zet zich op verschillende manieren in voor het hitteproof maken van (nieuwbouw) woningen. Een multidisciplinair team werkt aan een startnotitie voor een Haags Hitteplan 2.0. Met deze integrale aanpak beoogt het college de bestaande maatregelen te bundelen en, waar nodig, nieuwe interventies te formuleren die de fysieke én sociale weerbaarheid van de stad tegen hittestress vergroten. Deze startnotitie vormt de basis voor verdere afwegingen en besluitvorming. De verdere stappen nemen we in samenwerking met inwoners en onze maatschappelijke partners. Voor woningen die na 2021 zijn gebouwd, stelt het Bouwbesluit en Leefomgeving (BbL) wettelijke eisen om hoge temperaturen binnen de woning te voorkomen. Voor woningen die voor 2021 zijn gebouwd gelden deze eisen niet. In zowel nieuwbouw als in bestaande bouw kan de temperatuur oplopen tijdens warme zomerdagen. Daarom zal in het Haags Hitteplan 2.0 aandacht zijn voor het voorkomen van hittestress in de hele Haagse woningvoorraad. Ook in de samenwerking met de woningcorporaties wordt overlegd wat mogelijk is indien de wettelijke van BbL niet van toepassing zijn.
Daarnaast wordt er in Den Haag gewerkt met het puntensysteem klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen (afkomstig uit het beleid Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843). Hierbij wordt ook gekeken naar het thema hitte. Daarmee wordt gestimuleerd dat bij nieuwbouw passende maatregelen worden genomen om woningen hitteproof te maken.
1
Goed geïsoleerd, maar bloedjeheet – De Groene Amsterdammer
2
Nieuwbouwhuis raakt hitte slecht kwijt: 'We bouwen voor klimaat van 15 jaar geleden'
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/Wonen/10934868
2)
Hoe kijkt het college aan tegen de grote schaal van het probleem en het feit dat veel woningen niet op extreme zomerse hitte ontworpen zijn? Van hoeveel woningen in Den Haag is de hittescore bekend en bij hoeveel woningen is dat niet het geval?
In Den Haag hebben 71,2% van de woningen een geldig energielabel 3. Het is niet bekend hoeveel van deze woningen een hittescore hebben. Volgens het onderzoek van Investico wonen er in Den Haag 378.700 mensen met een TOjuli score (hittescore) hoger dan 1,2, wat een risico op oververhitting betekent. Echter, de TOjuli methode is ontwikkeld voor nieuwbouw en vertoont, zoals Investico ook in haar onderzoek aangeeft, grote verschillen met de realiteit voor bestaande bouw. Zo werd de aanwezigheid van zonwering tot 1 juli 2024 niet meegenomen in de manier om het risico op oververhitting te bepalen voor bestaande woningen en wordt er niet meegenomen of het huis in een hitte-eiland in een stad staat, of omringd is door verkoelend groen of water. Hitte is zeker in een stad als Den Haag een probleem. Den Haag heeft versteende wijken en er is sprake van een hitte-eiland effect. Dit hitte-eiland effect proberen we tegen te gaan door het vergroenen van openbaar terrein waar mogelijk (Actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken, zie ook RIS318503 en RIS321107), en door het stimuleren van vergroening door bewoners op eigen terrein (via bijvoorbeeld de subsidie klimaatadaptatie en Operatie Steenbreek, uitgevoerd door Duurzaam Den Haag). De mogelijkheden om een woning via de buitenruimte te verkoelen zijn beperkt.
De mate van hittebelasting en verkoeling wordt in sterkere mate bepaald door het woningtype en de ligging van de woning binnen het gebouw. Voor nieuwbouw probeert het college de problemen voor te zijn en daarvoor is recentelijk het raadsvoorstel Toekomstbestendig bouwen aangenomen (RIS321843) met daarin het puntensysteem voor klimaat adaptief en natuur inclusief bouwen. 3)
Deelt het college het standpunt van GroenLinks en de PvdA dat investeringen in hitteproof huizen (ook) moeten worden afgewogen tegen maatschappelijk kosten van hitte, bijvoorbeeld als het gaat om gezondheid, productiviteit en kansenongelijkheid als gevolg van hitte? Zijn er daar vergelijkende onderzoeken over bekend?
Het college deelt de mening dat maatschappelijke kosten van hitte in woningen moeten worden meegenomen en afgewogen tegen de investeringen om huizen hitteproof te maken. Zo heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een “verkennende analyse van baten en bekostiging voor een klimaatbestendige Metropoolregio Amsterdam” laten uitvoeren. Hierin wordt geconcludeerd dat een investering van 12,6 miljard euro nodig is om de bebouwde omgeving van de 30 gemeentes die de MRA beslaat in de komende 30 jaar klimaatbestendig te maken. De geïdentificeerde baten zouden volgend de analyse neerkomen op zo’n 11 miljard, vooral door schade te voorkomen. De verdere maatschappelijke baten zullen nog groter zijn, maar zijn moeilijk te kwantificeren. Het college volgt de onderzoeken over dit onderwerp met veel interesse. Onlangs verschenen er drie rapporten over klimaatadaptatie/hitte waarbij kansenongelijkheid en hitte als maatschappelijk probleem worden erkend4. Deze rapporten worden meegenomen in verdere beleidsontwikkeling, waaronder het Haags Hitteplan 2.0.
3
Regionale Klimaatmonitor - Energielabels in woningen - Den Haag
4
Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie | Rapport | WRR,
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/Wonen/10934868
4)
Hoe is het college voornemens om via de richtlijn Haagse basiskwaliteit in te zetten op het verkoelen van bestaande woningbouw in de zomer? Kan het in haar doelstellingen van het behalen van basiskwaliteit in alle Haagse bebouwing in 2040 ook specifieke doelen opnemen voor het hitteproof maken van woningen?
Het streven is dat alle Haagse woningen in 2040 voldoen aan de Haagse Basiskwaliteit zodat alle inwoners toegang hebben tot een woning die duurzaam, gezond en veilig is. Daarbij zet het college ook in op het voorkomen van oververhitting in woningen. Dit vraagt echter niet alleen om fysieke aanpassingen in en aan woningen, maar ook om veranderingen in de leefomgeving én in het gedrag van bewoners. Bij de ontwikkeling van het Haagse Hitteplan 2.0 wordt een integrale afweging gemaakt over hoe de gebouwde omgeving hittebestendig kan worden ingericht. Wanneer dit leidt tot noodzakelijke aanpassingen aan woningen, zal dit worden meegenomen in de uitwerking van de Haagse Basiskwaliteit. 5)
Volgens het onderzoek van Investico hebben woningcorporaties vaak de neiging zonwering te weigeren. Wat is het beeld daarvan in Den Haag? Hoe is het college voornemens om via de aankomende raamafspraken het hitteproof maken van woningen te borgen?
In Den Haag valt zonwering bij veel woningcorporaties onder het beleid voor Zelf Aangebrachte Voorzieningen (ZAV), tenzij het gehele complex standaard is voorzien van zonwering. De beoordeling van ZAV-aanvragen verschilt per corporatie, maar in de praktijk blijkt dat zonwering vaak wordt toegestaan mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op: • esthetiek: zoals kleur en type zonwering (bijv. uitvalschermen op hogere etages vanwege windbelasting, knikarmschermen op de begane grond); • techniek: de bouwkundige staat van de gevel, met name bij zogenoemde ispogevels uit de jaren ’60 en ’70, die gevoelig zijn voor lekkages bij het aanbrengen van zonwering; • eigendomssituatie: bij woningen binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) is voorafgaande toestemming van de VvE vereist. Hoewel deze technische en organisatorische factoren soms leiden tot afwijzing van zonwering, zetten corporaties in dergelijke gevallen in op alternatieve maatregelen om hittestress tegen te gaan, zoals ventilatieverbetering, isolatie of vergroening. Het college bereidt momenteel samen met woningcorporaties de nieuwe Raamovereenkomst 2026– 2030 voor. Klimaatadaptatie, waaronder het hittebestendig maken van woningen, is daarin een belangrijk thema.
Ook in de reguliere overleggen tussen het college en corporaties wordt kennis en ervaring over hittestress en klimaatadaptatie actief gedeeld. Hierbij wordt gebruikgemaakt van recente risicoanalyses en waar overschrijdingen van hitte-indicatoren worden geconstateerd, nemen corporaties een proactieve rol in door het treffen van passieve maatregelen, waaronder zonwering. 6)
Deelt het college de mening van GroenLinks en de PvdA dat ook de inzet op bouwmaterialen die minder warmte vasthouden (zoals lichte bouwvormen zoals houtbouw, in plaats van beton en zandsteen) helpen bij hitteproof bouwen? Hoe wordt dit nu concreet meegewogen binnen het beleidskader toekomstbestendig bouwen?
Onderdeel van de beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843) is het Puntensysteem Klimaatadaptief en Natuurinclusief bouwen. Hierin is de maatregel hittewerende materialen opgenomen onder het thema ‘hitte’. Hiermee wordt het gebruik van materialen die minder warmte vasthouden gestimuleerd.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/Wonen/10934868
Op deze schaal is het noodzakelijk om niet alleen ingrijpende woningaanpassingen en hitteproof bouwmethoden, maar ook kleinere aanvullende maatregelen in reeds gebouwde of gerenoveerde woningen te stimuleren. 7)
Onderzoekers van Investico waarschuwen voor het feit dat huurders en mensen met een kleine portemonnee minder goed in staat zullen zijn om bijvoorbeeld een airco en zonneschermen aan te schaffen. Deelt het college de zorgen van GroenLinks en de PvdA over het ongelijkheidseffect hiervan en hoe wil het dat verhelpen?
Het college deelt de zorgen over het ongelijkheidseffect dat mensen met een laag inkomen minder bestedingsruimte hebben om aankopen te doen die de woning koeler maken. Inwoners van Den Haag met een laag inkomen wonen veelal in een corporatie huurwoning. Het college zet met name in om samen met de corporaties hittestress in woningen te voorkomen; zie ook de beantwoording van vraag 5. 8)
Alhoewel het logisch is dat mensen door hitte thuis airco’s aanschaffen, kost dit elektriciteit en vergroot het de druk op het stroomnet. Deelt het college de mening van GroenLinks en de PvdA dat het wenselijk is om als overheid proactief niet-elektronische verkoelingsmethodes (zoals bijvoorbeeld een zonnescherm of witte isolatieverf) te stimuleren?
Het college deelt de mening dat het wenselijk is om als overheid proactief niet-elektronische verkoelingsmethodes te stimuleren. Airco’s verbruiken veel energie en bevatten vaak schadelijke koudemiddelen die belastend zijn voor het milieu. Daarom zet het college actief in op het stimuleren van duurzame en energiezuinige alternatieven om hittestress tegen te gaan. Via de subsidie klimaatadaptatie (RIS314952) stimuleert het college onder andere het vergroenen van daken, wat bijdraagt aan verkoeling van gebouwen en de leefomgeving. Ook met de Haagse Dakenaanpak (RIS316093) wordt het vergroenen van Haagse daken bevorderd. Via de communicatiekanalen van de gemeente en de inzet van energiecoaches worden inwoners geïnformeerd over praktische, niet-elektronische maatregelen en gedragsveranderingen die bijdragen aan een koelere woning. Denk hierbij aan het gebruik van zonneschermen, witte isolatieverf, ventilatie en het sluiten van gordijnen op warme dagen. Tot slot zal het aankomende warmteprogramma van de gemeente niet alleen aandacht besteden aan de warmtevraag, maar ook expliciet rekening houden met de koeltevraag. Het college blijft zich inzetten voor een duurzame, toekomstbestendige en klimaatadaptieve stad. 9)
Op welke manieren is het college voornemens om (naast groene daken, die al gestimuleerd worden via de huidige subsidie klimaatadaptie) het toepassen van zonnewering en witte isolatieverf bij bewoners en verhuurders te stimuleren?
Witte daken hebben geen effect op klimaatadaptatie van de openbare ruimte, maar zijn gericht op het verlagen van de temperatuur in gebouwen tijdens warme dagen. Het stimuleren van witte daken is onderdeel van de Haagse Dakenaanpak (RIS316093 en RIS316092). Bewoners die hitte ervaren in hun woning worden via het Dakenprogramma actief geïnformeerd over deze oplossing. Ook energiecoaches spelen hierin een rol door bewoners te adviseren over de voordelen van witte daken. Naast fysieke aanpassingen aan daken, richt de Haagse Dakenaanpak zich ook op praktische, nietelektronische maatregelen en gedragsveranderingen die bijdragen aan een koelere woning. Via gemeentelijke communicatiekanalen en de inzet van energiecoaches worden bewoners geïnformeerd over onder andere het gebruik van zonneschermen en gordijnen, het toepassen van witte isolatieverf, effectieve ventilatie en het bewust sluiten van ramen en deuren op warme momenten van de dag.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/Wonen/10934868
Groene daken bieden doorgaans een nog betere verkoelende werking van de woning. Ze verdampen vocht, zorgen voor extra isolatie en dragen bij aan biodiversiteit en waterberging. Om deze reden richt de subsidie klimaatadaptatie zich voornamelijk op groene daken. Een groen dak is niet op elk gebouw technisch of financieel haalbaar. Het college is van mening dat meer ondersteuning nodig is om hittestress bij bestaande woningen te voorkomen. Dat doen we o.a. met het Haags Hitteplan 2.0 en het puntensysteem klimaatadaptief bouwen: zie beantwoording vraag 1. 10) Welstandsregels kunnen in potentie in de weg staan bij het hitteproof maken van woningen, bijvoorbeeld als het gaat om het toepassen van zonwering. Herkent het college dit risico, en hoe gaat het voorkomen dat regelgeving onnodig in de weg staat bij duurzame verkoelingsmaatregelen? Dit risico herkent het college niet. Zonwering is niet vergunningsplichtig bij woningen; er zijn geen welstandsregels die het aanbrengen ervan tegenhouden. Zonwering is in veel gevallen vergunningsvrij. Als voor zonwering een vergunning nodig is, bijvoorbeeld in een rijksbeschermd stadsgezicht, omschrijft de regelgeving hoe die zonwering te realiseren. De regelgeving houdt het niet tegen.
Bij nieuwbouw wordt door de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed (voorheen de welstandscommissie) en de afdeling Welstand het integreren van zonwering in het ontwerp – in de vorm van schermen of in het gevelontwerp – actief bepleit om hitte te voorkomen. 11)
Warmtepompen kunnen een verkoelende functie hebben in de zomer. Dit is echter bij veel bewoners niet bekend. Kan het college in haar communicatie over warmtepompen ook dit voordeel overbrengen.
Warmtepompen kunnen onder voorwaarden ook koelen. Zowel het warmtepompsysteem als de installatie moet hiervoor geschikt zijn (actieve koeling). Daarnaast moet het afgiftesysteem, zoals vloerverwarming of wandverwarming, geschikt zijn om koude effectief te kunnen afgeven. Warmtepompen kunnen ook passief koelen, waarbij ze de koele temperatuur van de bodem of grondwater gebruiken om de woning te koelen. Dit is een energiezuinige manier van koelen omdat geen gebruik wordt gemaakt van de compressor of compressie-functie. Het college informeert inwoners actief over de (technische) mogelijkheden van warmtepompen, onder andere via energiecoaches, energiescans en technisch advies. Energiecoaches worden hierbij ondersteund met actuele handleidingen en kennisbijeenkomsten over warmtepomptechniek met daarbij expliciet aandacht voor de koelfuncties. Daarnaast faciliteert het college een collectieve inkoopactie waarmee inwoners een hybride of all-electric-ready warmtepomp kunnen aanschaffen. De all-electric-ready variant beschikt over een koelfunctie die in te zetten is onder voorwaarden. Voor aanvullende en onafhankelijke informatie over warmtepompen verwijst het college op haar communicatiekanalen naar de website van Milieu Centraal. Daar worden de koelmogelijkheden van bepaalde type warmtepompen als voordeel toegelicht.
Tot slot zal het college in het warmteprogramma voor buurten die het meest kwetsbaar zijn voor hittestress afwegen of hier (zeer) lage temperatuur warmteoplossingen haalbaar en betaalbaar zijn. Hier bestaat dan de mogelijkheid om actieve of passieve koeling toe te gaan passen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5