CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322780 Bijlage 2 20250704 Impactanalyse netcongestie

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Energietransitie6.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Impactanalyse netcongestie Den Haag

Versie: 1 juli 2025

Inhoud 1.

Inleiding............................................................................................................ 3 1.1 Oorzaken van en oplossingen voor netcongestie ............................................ 3 1.2 Gevolgen van netcongestie ........................................................................... 5

2.

Gebiedsontwikkelingen en woningbouw.............................................................. 6 2.1 Gemeentelijk beleid woningbouw.................................................................. 6 2.2 Gemeentelijk beleid bedrijfs-/kantoorruimten ................................................ 6 2.3 Algemene impact netcongestie op gebiedsontwikkelingen en woningbouw ...... 6 2.3 Impact netcongestie op specifieke ontwikkelingen ......................................... 8 2.3.1. Zuidwest .................................................................................................. 8 2.3.2. Binckhorst ............................................................................................... 9 2.3.3. CID ....................................................................................................... 10 2.3.4. Zuid ....................................................................................................... 11 2.3.5. Noord .................................................................................................... 12 2.3.6. Kust....................................................................................................... 13

3.

Energietransitie ............................................................................................... 15 3.1 Gemeentelijke strategie en beleid voor de energietransitie ............................... 15 3.2 Algemene impact netcongestie op de energietransitie ...................................... 15 3.3 Impact netcongestie op specifieke ontwikkelingen .......................................... 17 3.3.1 Ontwikkeling warmtenetten ..................................................................... 17 3.3.2 Ontwikkeling warmtepompen .................................................................. 18

4.

5.

Gemeentelijke gebouwen, dienstverlening, scholen en sportvoorzieningen ......... 19 4.1

Gemeentelijke gebouwen en dienstverlening .............................................. 19

4.2

Scholen ................................................................................................... 19

4.3

Sportvoorzieningen ................................................................................... 20

Mobiliteit ........................................................................................................ 22 5.1 Laadinfrastructuur ......................................................................................... 22 5.2 Openbaar vervoer .......................................................................................... 22

6.

Economie ....................................................................................................... 23 6.1 Wat kunnen ondernemers doen binnen de huidige situatie? ............................. 23

7.

Samenvatting .................................................................................................. 25

2

1. Inleiding Netcongestie is een urgente opgave die heel Den Haag raakt. Sinds kort weten we dat de capaciteit van het elektriciteitsnet op alle niveaus vol raakt. Zowel op het hoogspanningsniveau van TenneT, als op het midden- en laagspanningsniveau van Stedin is het elektriciteitsnet overbelast. Daarom hebben de netbeheerders een vooraankondiging netcongestie gedaan en is er sprake van zogeheten ‘gelaagde netcongestie’. Dit is alleen te verhelpen door het uitbreiden van de netcapaciteit op alle netniveaus. In deze eerste impactanalyse wordt een momentopname gegeven van de huidige situatie rondom netcongestie. Er wordt beschreven hoe netcongestie wordt veroorzaakt en hoe we het kunnen oplossen. Vervolgens wordt er, op basis van inzichten en gegevens die momenteel beschikbaar zijn, de impact van maatregelen door netcongestie op de stad globaal in kaart gebracht, waarbij ingegaan wordt op de gevolgen voor de energietransitie, gebiedsontwikkelingen en woningbouw, gemeentelijke gebouwen, scholen, sportvoorzieningen en de economie. Naast de impact van de maatregelen die door netcongestie genomen moeten worden op projecten, ontwikkelingen en ambities, heeft het oplossen van netcongestie door het verzwaren van de elektriciteitsinfrastructuur grote fysieke gevolgen voor de stad. Deze ruimtelijke opgave is beschreven in de raadsmededeling netcongestie (RIS320679).

Hier zal binnenkort een update over worden gegeven.

1.1 Oorzaken van en oplossingen voor netcongestie Netcongestie is vergelijkbaar met een file op de autoweg: als er te veel verkeer tegelijkertijd over de weg gaat, ontstaan er opstoppingen. Ook het elektriciteitsnet kan door“piekbelasting”overbelast raken, wat leidt tot spanningsproblemen en mogelijk stroomuitval. Om dit te voorkomen kondigen de netbeheerders netcongestie af. Overbelasting van het net kan op twee manieren plaatsvinden. Door een te hoge vraag naar elektriciteit of door een te groot aanbod van elektriciteit. In Den Haag is hoofdzakelijk sprake van het eerste geval. Tijdens de pieken op het stroomnet is de vraag naar netcapaciteit hoger dan het elektriciteitsnet aankan. De vraag naar elektriciteit op piekmomenten groeit snel, door bijvoorbeeld de overstap naar duurzame energie, toenemende elektrificatie van mobiliteit, verwarming en koken, de woningbouwopgave, de bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en bedrijven die elektrificeren. Tegelijkertijd verandert het energiesysteem fundamenteel: van centrale opwek met fossiele brandstoffen naar decentrale opwek met zon en wind. Deze ontwikkelingen leggen een zware druk op het elektriciteitsnet. Uitbreiding van het elektriciteitsnet is nodig. Dit is een complexe opgave en kost veel tijd. Totdat meer capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is hebben de 3

netbeheerders netcongestie afgekondigd en komen nieuwe grootverbruikaansluitingen (> 3 x 80A) of de uitbreiding van bestaande grootverbruikaansluitingen op een wachtlijst te staan. De wachtlijst kan pas worden ingelopen als meer capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is. Dit kan door netuitbreiding of naar aanleiding van congestiemanagementonderzoek. Op dit moment zijn TenneT en Stedin na de congestieafkondigingen in december 2024 en maart 2025 congestiemanagement onderzoek aan het uitvoeren. Met congestiemanagement laat de netbeheerder meer partijen toe op het net dan dat hiervoor plek is. Tijdens de piekmomenten vraagt de netbeheerder de afnemers om hun energieverbruik tegen vergoeding te verminderen. Indien flexibel vermogen gevonden wordt door congestiemanagement geeft dit lucht en wordt in eerste instantie gebruikt om het elektriciteitsnet veilig te houden. Pas daarna wordt de wachtlijst ingelopen. Omdat de uitkomsten van het congestiemanagementonderzoek nog niet bekend zijn, wordt er in deze impactanalyse vanuit gegaan dat het congestiemanagementonderzoek niet voldoende ruimte biedt om de wachtlijst in te lopen. Overigens geldt bij het inlopen van de wachtlijst per 1 oktober 2024 de Netcode elektriciteit.

Hiermee zijn netbeheerders verplicht het prioriteringskader van de ACM toe te passen, waarmee maatschappelijke gebruikers voorrang kunnen aanvragen op de wachtlijst. In het prioriteringskader worden drie categorieën genoemd van partijen die om prioriteit kunnen verzoeken: 1) Congestieverzachters, 2) Instanties die een cruciale rol spelen in de veiligheid van Nederland, 3) Basisbehoeften, zoals onderwijs en drinkwater. Een gebruiker met prioriteit wordt vooraan de wachtlijst geplaatst, waarbij de volgorde wordt bepaald op basis van de hoogte van prioriteit. Door ACM wordt gewerkt aan een nieuwe grondslag voor een prioriteringskader, die naar verwachting per 1-1-2026 in gaat. De netbeheerders geven aan dat de netuitbreiding in Den Haag naar verwachting gefaseerd gereed zal zijn tussen 2034 en 2036. Op het moment dat er meer capaciteit beschikbaar komt kan netcongestie worden opgeheven en de wachtlijst voor grootverbruikaansluitingen worden ingelopen. Dit is een vervelende boodschap voor alle bedrijven en andere instanties die grootverbruikaansluitingen nodig hebben. Maar daarmee zorgen de netbeheerders er wel voor dat de autonome groei van het elektriciteitsverbruik voorlopig kan doorgaan en dat nieuwe kleinverbruikers nog steeds een aansluiting kunnen krijgen. Dit is van groot belang voor onder andere de woningbouwopgave.

Een van de belangrijkste oplossingen voor netcongestie is het aanleggen van meer en zwaardere elektriciteitsinfrastructuur. Daarom heeft het college besloten een taskforce netcongestie op te richten om beter samen te werken met Stedin en TenneT. Het belangrijkste doel van de taskforce is om versneld meer fysieke netcapaciteit te realiseren om zo Den Haag uit de netcongestie beperkingen te krijgen. De gemeente Den 4

Haag speelt bij de verzwaring van het elektriciteitsnet in de stad een faciliterende en proactieve rol richting de netbeheerders. Omdat het verzwaren van het elektriciteitsnet veel tijd kost, is het voor de korte termijn van belang het bestaande net slimmer te benutten. Door pieken af te vlakken en flexibel om te gaan met vraag en aanbod, kan het net efficiënter worden gebruikt en creëren we meer ruimte op het net.

1.2 Gevolgen van netcongestie De maatregelen rondom netcongestie betekenen dat aanvragen voor grootverbruikaansluitingen op een wachtlijst worden geplaatst, totdat er weer voldoende capaciteit beschikbaar is op het elektriciteitsnet. In uitzonderlijke gevallen, zoals bij nieuwbouwwoningen en bijbehorende specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld een lift in een woontoren), kan met maatwerk toch een aansluiting gerealiseerd worden, mits er voldoende capaciteit beschikbaar is. Deze zogenaamde “maatwerk” van Stedin geldt alleen voor nieuwbouwprojecten voor woningen. Kleinverbruikaansluitingen (3 x 80A of lager) kunnen nog wel worden aangesloten, tenzij de maximale transportcapaciteit in een straat of wijk hierdoor wordt overschreden. In dat geval moeten er eerst meer transformatorstations worden gebouwd om het laagspanningsnet te versterken. Den Haag staat voor een grote opgave: de overstap naar een duurzame, toekomstbestendige en betaalbare energievoorziening. De stad heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal zijn en werkt toe naar een CO₂-vrij elektriciteitssysteem, in lijn met het landelijke doel voor 2050. Dit vraagt om een grootschalige transformatie van ruim 260.000 woningen en 27.000 andere gebouwen, waarbij fossiele energiebronnen worden vervangen door schone alternatieven zoals warmtepompen, geothermie en aquathermie.

De gevolgen van netcongestie zijn verstrekkend: woningbouwplannen komen onder druk te staan, ondernemers en andere instanties lopen kansen mis om uit te breiden of te verduurzamen en de uitvoering van de energietransitie vertraagt. Deze impactanalyse beschrijft de directe en potentiële gevolgen van netcongestie voor ontwikkelingen in de stad, gebaseerd op het toetsingskader van ACM dat Stedin toepast bij het wel of niet toekennen van vermogen aan nieuwe of bestaande ontwikkelingen.

5

2. Gebiedsontwikkelingen en woningbouw 2.1 Gemeentelijk beleid woningbouw In de woonvisie is als hoofdambitie opgenomen: Bouwen aan een stad in balans. Met onder andere de elementen: woningen toevoegen waar dat past en duurzaam, veilig en gezond wonen. Het toevoegen van een groot aantal extra woningen gaat samen met voorzieningen, zoals scholen buurtcentra, speelvoorzieningen, sportvoorzieningen en economische functies. Daarnaast is opgenomen dat alle woningen uiteindelijk overstappen naar schone energie. De ambitie is om een woningbouwproductie van 4.000 woningen per jaar te realiseren tot 2035. In 2024 laat de woningbouwproductie een oplevering van bijna 2.500 woningen zien en de start bouw van ruim 2.500 woningen. Zoals aangegeven in de Voortgangsrapportage 2024 Woningbouwprogrammering en -productie (RIS321932) zijn in de lopende planvoorraad ruim 26.700 in aanbouw te nemen woningen opgenomen. Ongeveer 22.150 woningen staan gepland in de periode 2025 t/m 2030 en 2.130 woningen staan gepland in projecten die na 2030 in aanbouw worden genomen. Bij 2.440 woningen is de planning start bouw nog niet bekend.

2.2 Gemeentelijk beleid bedrijfs-/kantoorruimten In de economische visie Den Haag+ 2030 (RIS303550) is opgenomen dat om te kunnen voorzien in de behoefte aan kantoorruimte, een actuele planvoorraad van 200.000m2 bruto vloeroppervlakte (bvo) voor nieuwbouw van kantoren gecreëerd moet worden. Tot 2030 loopt de verwachte vraag naar kantoorruimte op tot circa 700.000 tot 850.000 m2 (inclusief vervangingsvraag). Deze ruimte wordt met name in het Central Innovation District gerealiseerd. Tot 2026 is er behoefte aan een bandbreedte van 250.000 tot 450.000 m2 extra bedrijfsruimte, waarvan ten minste 175.000m2 op de bestaande bedrijventerreinen kan worden toegevoegd. Voor kleinschalige bedrijfsruimtes bestaat tot en met 2026 een behoefte aan circa 30.000 tot 50.000m2, te realiseren op de bedrijventerreinen en op kleinschalige locaties in de stadsdelen.

2.3 Algemene impact netcongestie op gebiedsontwikkelingen en woningbouw Energievoorzieningen nieuwe woningen Woningen maken gebruik van een kleinverbruikaansluiting. Hier zijn vanuit netcongestie geen beperkingen voor, tenzij de maximale transportcapaciteit in een straat of wijk hierdoor wordt overschreden. Hier moet zeker bij grote aantallen nieuwe woningen in een gebied rekening mee gehouden worden. Bij grote aantallen moet per locatie gekeken worden of er nog voldoende ruimte op het elektriciteitsnet is. Energievoorzieningen gestapelde woningbouw 6

Bij gestapelde woningbouw is vaak een grootverbruikaansluiting nodig voor gezamenlijke installaties, zoals de lift, brandinstallatie of WKO-systemen. Indien deze woningbouwgerelateerd zijn kan in samenwerking met de netbeheerder gekeken worden of een maatwerkoplossing mogelijk is. Daarbij wordt gekeken of binnen de bestaande capaciteit van het net ruimte kan worden gevonden voor deze aansluitingen. Andere functies in combinatie met woningbouw Bij gestapelde woningbouw zijn naast de woningen vaak andere functies in hetzelfde pand gepland, bijvoorbeeld bedrijvigheid in de plint. Voor deze functies is wel een kleinverbruikaansluiting mogelijk, maar een grootverbruikaansluiting niet. Bedrijvigheid die afhankelijk is van een grootverbruikaansluiting kan dus niet aangesloten worden. Parkeergarages Zoals aangegeven, is bij gestapelde woningbouw een grootverbruikaansluiting mogelijk indien deze woningbouw-gerelateerd is. Een laadplein in de parkeergarage van gestapelde woningbouw is niet direct noodzakelijk voor de woonfunctie en een grootverbruikaansluiting hiervoor komt op de wachtlijst te staan. Indien de parkeergarage een eigenstandig adres heeft kan wel een kleinverbruikaansluiting aangevraagd worden, waarmee een beperkt aantal reguliere laadpalen (ca. 6 laadpunten) gerealiseerd kan worden.

Energievoorzieningen voor bestaande woningen Bij renovatie en verduurzaming van bestaande woningen, is vaak een zwaardere (kleinverbruik)aansluiting nodig. Uitbreiding van kleinverbruikaansluiting (3 x 80 ampère of kleiner), bijvoorbeeld voor een individuele warmtepomp is wel mogelijk. In het geval het gaat om een meerdere woningen die tegelijk worden gerenoveerd komen vaak collectieve oplossingen in beeld en is hiervoor een grootverbruikaansluiting nodig. In tegenstelling tot bij nieuwbouw waar maatwerkaanpak mogelijk is, komt de aanvraag bij bestaande woningen op de wachtlijst te staan. Bedrijfs-/kantoorruimten Aanvragen voor een nieuwe grootverbruikaansluiting of de uitbreiding van een bestaande grootverbruikaansluiting voor bedrijfs-/kantoorruimten komen op de wachtlijst te staan. Uitbreiding of nieuwe kleinverbruikaansluiting bij bedrijfs/kantoorruimte is wel mogelijk, zolang deze 3 x 80 ampère of kleiner is, tenzij de maximale transportcapaciteit in een straat of wijk hierdoor wordt overschreden. Verplaatsing als gevolg van gebiedsontwikkeling Wanneer een functie verplaatst moet worden voor een gebiedsontwikkeling, is het niet mogelijk om de bestaande grootverbruikaansluiting mee te verhuizen. Indien een functie

7

op de nieuwe locatie een grootverbruikaansluiting nodig heeft, zal deze aanvraag op de wachtlijst komen te staan. Grondexploitaties Netcongestie heeft effect op grondexploitaties. Projecten lopen vertraging op of moeten worden aangepast op basis van de beperkingen van netcongestie. Met name projecten waarvan de bouw op korte termijn start is de impact groot als wijzigingen nodig zijn. Bij projecten voor de lange termijn is ruimte om in de planvorming rekening te houden met de beperkingen van netcongestie. Bouwaansluitingen Ontwikkelaars krijgen een tijdelijke bouwaansluiting, benodigd voor het bouwen van nieuwbouwwoningen. Deze aansluiting is niet groter dan het uiteindelijke vermogen dat het gebouw vraagt. Bij andere bouwwerken dan woningen, zoals een kademuur, kan voor het opladen van elektrisch materieel een grootverbruikaansluiting nodig zijn. Hiervoor wordt zo veel mogelijk gezocht naar bestaand vermogen in de omgeving. Indien dit niet beschikbaar is zal teruggevallen moeten worden op fossiel materieel, wat weer van invloed is op de stikstofvergunning. Energietransitie Energietransitieprojecten gerelateerd aan gebiedsontwikkelingen komen terug onder het hoofdstuk ‘Energietransitie’.

2.3 Impact netcongestie op specifieke ontwikkelingen 2.3.1. Zuidwest Zoals aangegeven in de structuurvisie Den Haag Zuidwest (RIS315261) worden in dit gebied grofweg 6.500 verouderde sociale huurwoningen vervangen door nieuwbouw, 8.500 woningen gerenoveerd en 10.000 woningen toegevoegd tot 2040. Vaak ook gecombineerd met andere voorzieningen en bedrijvigheid. De impactanalyse voor Zuidwest geeft het volgende beeld: Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Aantal Voorbeeld projecten projecten 0

Wel een geaccepteerde offerte (aangevraagd

Alleen woningen Woningen 1 gecombineerd

Bijzonderheden

Maestro

8

voor afkondiging netcongestie)

Geen geaccepteerde offerte/onbekend

met nietwoonfunctie Nietwoonfunctie Alleen woningen

0 18

Woningen 22 gecombineerd met nietwoonfunctie

Nietwoonfunctie

19

Zoals: Twickelstraat en gedeeltes van De Venen, Zichten en Dreven Zoals: De Ley, Denekamp, Assumburgweg, gedeeltes Dreven, De Venen, Zichten, Gaarden Zoals: Scholen, sportfuncties, wijkbibliotheek,

Kleinverbruikaansluitingen mogelijk voor de woningen, voor woninggebonden grootverbruikaansluitingen is maatwerk mogelijk. Kleinverbruikaansluitingen voor de woningen zijn mogelijk. Grootverbruikaansluitingen voor andere functies komen op de wachtlijst. Kleinverbruikaansluitingen zijn mogelijk, grootverbruikaansluitingen komen op de wachtlijst. Functies uit het maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

2.3.2. Binckhorst De Binckhorst is volop in transformatie van een voormalig bedrijventerrein naar een hoogstedelijke woon-, werk- en leefgebied. In de eerste fase komen er 5.000 woningen bij die in 2028 zijn gerealiseerd of bijna opgeleverd, met bijbehorende functies als bedrijven, voorzieningen en groen. Voor de doorontwikkelingen, komen er nog eens 5.000 tot 7.500 woningen bij. De impactanalyse voor Binckhorst geeft het volgende beeld: Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Wel een geaccepteerde

Alleen woningen

Aantal projecten 0

Voorbeeld projecten

Bijzonderheden

9

offerte (aangevraagd voor afkondiging netcongestie)

Woningen 3 gecombineerd met nietwoonfunctie Niet3 woonfunctie

Geen Alleen geaccepteerde woningen offerte/onbekend

1

One Milky Way, Binkcitypark, Blox Politiebureau, Wega Punt, Elara Saturnusstraat

Woningen 7 gecombineerd met nietwoonfunctie

BoogieWood, Bincker

Nietwoonfunctie

Zwembad Binckhorst

6

Kleinverbruikaansluitingen mogelijk voor de woningen, voor woninggebonden grootverbruikaansluitingen is maatwerk mogelijk. Kleinverbruikaansluitingen voor de woningen zijn mogelijk. Grootverbruikaansluitingen voor andere functies komen op de wachtlijst. Kleinverbruikaansluitingen zijn mogelijk, grootverbruikaansluitingen komen op de wachtlijst. Functies uit het maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

2.3.3. CID In het CID wordt ruimte gemaakt voor toekomstige en huidige inwoners, studenten, ondernemers, professionals en bezoekers. De komende 20 jaar komen er onder andere veel nieuwe woningen, kantoren en voorzieningen. In dit gebied komen grofweg 20.500 extra woningen, 640.000m2 extra kantoren en 255.000m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De impactanalyse voor CID geeft het volgende beeld: Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Wel een geaccepteerde offerte (aangevraagd

Alleen woningen

Aantal projecten 1

Voorbeeld projecten The Globe

Bijzonderheden

10

voor afkondiging netcongestie)

Geen geaccepteerde offerte/onbeken d

Woningen gecombineer d met nietwoonfunctie Nietwoonfunctie Alleen woningen

0

Woningen gecombineer d met nietwoonfunctie

12

Escher Gardens

Nietwoonfunctie

5

School

0 4

Kleinverbruikaansluitingen mogelijk voor de woningen, voor woninggebonden grootverbruikaansluitinge n is maatwerk mogelijk. Kleinverbruikaansluitingen voor de woningen zijn mogelijk. Grootverbruikaansluitinge n voor andere functies komen op de wachtlijst. Kleinverbruikaansluitingen zijn mogelijk, grootverbruikaansluitinge n komen op de wachtlijst. Functies uit het maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

2.3.4. Zuid Gebiedsontwikkeling Zuid is voornamelijk opgebouwd uit bestaande stad. In de bestaande stad spelen projecten op het gebied van transformatie van bestaande locaties, nieuwbouw, ruimte voor groen en mobiliteitsverbeteringen. Vaak gaat het om (her)ontwikkelingsinitiatieven, maar ook om het feit dat de bestaande stad een rol speelt bij het opvangen van vraagstukken die niet (in zijn geheel) zijn te realiseren in de grote gebiedsontwikkelingen. Gebiedsontwikkeling Zuid bestaat uit meerdere deelgebieden verspreid over de stad. De impactanalyse voor Zuid geeft het volgende beeld: Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Aantal Voorbeeld projecten projecten

Bijzonderheden

11

Wel een geaccepteerde offerte (aangevraagd voor afkondiging netcongestie)

Alleen woningen

5

Woningen 1 gecombineerd met nietwoonfunctie Niet6 woonfunctie Geen Alleen geaccepteerde woningen offerte/onbekend

9

Woningen 8 gecombineerd met nietwoonfunctie Nietwoonfunctie

14

Colijnplein, Erasmusveld, opvanglocatie Sportlaan (deels) Boylestraat

GAVI-kabel tramremise, buurthuis, kinderdagverblijf Madeliefveld, Nieuw Vredenoord, Herontwikkeling Notenbuurt Oude Haagweg 4-36 (De Burgemeester, Kijkduin Binnen GAVI-kavel fase 1b, Forepark RWS-kavel, diverse scholen, sporthal Loosduinen

Kleinverbruikaansluitingen mogelijk voor de woningen, voor woninggebonden grootverbruikaansluitingen is maatwerk mogelijk. Kleinverbruikaansluitingen voor de woningen zijn mogelijk. Grootverbruikaansluitingen voor andere functies komen op de wachtlijst. Kleinverbruikaansluitingen zijn mogelijk, grootverbruikaansluitingen komen op de wachtlijst. Functies uit het maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

2.3.5. Noord Gebiedsontwikkeling Noord is net als Zuid en Kust voornamelijk opgebouwd uit de bestaande stad. In de bestaande stad spelen projecten op het gebied van transformatie van bestaande locaties, nieuwbouw, ruimte voor groen en mobiliteitsverbeteringen. Vaak gaat het om (her)ontwikkelingsinitiatieven, maar ook om het feit dat de bestaande stad een rol speelt bij het opvangen van vraagstukken die niet (in zijn geheel) zijn te realiseren in de grote gebiedsontwikkelingen. Gebiedsontwikkeling Noord is geografisch gezien groot en bestaat uit zeer verschillende gebieden: Haagse Hout (HH), Centrum, Petroleum- en Laakhaven en de Internationale Zone. De impactanalyse voor Noord geeft het volgende beeld: 12

Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Wel een geaccepteerde offerte (aangevraagd voor afkondiging netcongestie)

Alleen woningen

Aantal Voorbeeld projecten projecten 0

Woningen 0 gecombineerd met nietwoonfunctie Niet4 woonfunctie Geen Alleen geaccepteerde woningen offerte/onbekend

22

Woningen 6 gecombineerd met nietwoonfunctie Nietwoonfunctie

28

Bijzonderheden

Haags Historisch Museum (i.c.m. batterij) Plesmanduin, Kleinverbruikaansluitingen Laakhaven mogelijk voor de woningen, Petroleumhaven voor woninggebonden grootverbruikaansluitingen is maatwerk mogelijk. Herontwikkeling Kleinverbruikaansluitingen P Bijenkorf, voor de woningen zijn Neherkade 1, mogelijk. herontwikkeling Grootverbruikaansluitingen winkelcentrum voor andere functies Mariahoeve, komen op de wachtlijst. een groot aantal Kleinverbruikaansluitingen scholen, zijn mogelijk, wijkbibliotheek, grootverbruikaansluitingen Verduurzaming komen op de wachtlijst. sportcomplex Functies uit het Overbosch maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

2.3.6. Kust Gebiedsontwikkeling Kust is net als Noord en Zuid onderdeel van de bestaande stad. Gebiedsontwikkeling Kust is grofweg op te delen in Kijkduin en Scheveningen. De ontwikkelingen richten zich met name op openbare ruimte en economische 13

ontwikkeling (toerisme, bedrijven, horeca) en woningbouw in het hogere segment. De impactanalyse voor Kust geeft het volgende beeld: Overzicht aantal projecten wel/geen offerte van Stedin voor grootverbruikaansluiting Contract

Type

Wel een geaccepteerde offerte (aangevraagd voor afkondiging netcongestie)

Alleen woningen

Geen geaccepteerde offerte/onbekend

Aantal Voorbeeld projecten projecten 0

Woningen 1 gecombineerd met nietwoonfunctie Niet0 woonfunctie Alleen 6 woningen

Woningen 1 gecombineerd met nietwoonfunctie Nietwoonfunctie

15

Bijzonderheden

Zoals: Diverse blokken Norfolkterrein

Kleinverbruikaansluitingen mogelijk voor de woningen, voor woninggebonden grootverbruikaansluitingen is maatwerk mogelijk. Norfolk blok 2b- Kleinverbruikaansluitingen 2 en 4d voor de woningen zijn mogelijk. Grootverbruikaansluitingen voor andere functies komen op de wachtlijst. Zoals: SH Dr. Kleinverbruikaansluitingen Lelykade, De zijn mogelijk, Strandwacht, grootverbruikaansluitingen Strandpaviljoens komen op de wachtlijst. Functies uit het maatschappelijke prioriteringskader kunnen voorrang aanvragen op de wachtlijst (zoals een school).

14

3. Energietransitie 3.1 Gemeentelijke strategie en beleid voor de energietransitie Om de klimaatdoelstelling te halen, stapt Den Haag volledig over op schone energie. Om daar te komen zetten we in op het verlagen van de energievraag (onder meer door grootschalige isolatie van woningen) en het realiseren van benodigde energiebronnen en infrastructuur. In de Transitievisie warmte (RIS313867) wordt beschreven dat een volledig duurzaam verwarmd Den Haag zal bestaan uit een combinatie van collectieve en individuele systemen. Per buurt wordt aangegeven in welke periode het over kan gaan op duurzame energie en welke duurzame oplossing het meest geschikt is. Collectieve systemen bestaan uit warmtenetten, die zijn aangesloten op een duurzame bron zoals geothermie, aquathermie, restwarmte of een Warmte-Koude Opslag (WKO). Individuele systemen zijn volledig elektrische warmtepompen of (tijdelijke) hybride warmtepompen. Een combinatie van collectieve en individuele systemen is noodzakelijk, omdat niet elke duurzame warmteoplossing geschikt is voor elk gebouw. De huidige Transitievisie warmte vormt voor netbeheerder Stedin het uitgangspunt voor het plannen van de toekomstige elektriciteitsbehoefte. Collectieve warmtesystemen zijn essentieel om de netcongestie-opgave beheersbaar te houden. Ze vergen aanzienlijk minder netcapaciteit dan een grootschalige inzet van individuele warmtepompen.

Daardoor is het van groot belang dat het eindbeeld van ons energiesysteem bestaat uit een evenwichtige mix van individuele en collectieve (warmte)oplossingen. In de Transitievisie warmte zet de gemeente in op zo'n mix van collectieve netten en individuele oplossingen. De aanpak van de warmtetransitie is echter ook sterk afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen op het gebied van het wetgevend kader en het financiële instrumentarium dat hiervoor beschikbaar komt. Uitgangspunt is om duidelijkheid te geven voor die buurten waar op termijn een warmtenet komt, zodat inwoners handelingsperspectief hebben en er niet “grootschalig” op warmtepompen wordt overgegaan in buurten waar volgens de Transitievisie warmte een haalbaar, betaalbaar en duurzaam collectief systeem kan komen.

3.2 Algemene impact netcongestie op de energietransitie Iedere duurzame warmteoplossing heeft in meer of mindere mate netcapaciteit nodig. Ook voor een collectief warmtesysteem, zoals een Warmte-Koude Opslag WKO of een warmteoverdrachtstation (WOS) is een grootverbruikaansluiting nodig. Vanwege de netcongestiemaatregelen kunnen voorlopig echter geen grootverbruikaansluitingen meer worden gerealiseerd. Dit heeft dus impact op energietransitieprojecten. Ook als die nodig zijn om de netcongestie-opgave beheersbaar te houden. 15

Kleinverbruikaansluitingen van 3 x 80 ampère of kleiner, kunnen in principe nog wel aangesloten worden. Daarnaast zijn er ook geen beperkingen voor het terugleveren van stroom, bijvoorbeeld door middel van zonnepanelen. Collectieve energievoorzieningen Collectieve oplossingen, zoals bodemenergie (geothermie of WKO), aquathermie of restwarmte, vereisen een grootverbruikaansluiting. Aanvragen voor grootverbruikaansluitingen voor grootschalige duurzame energiebronnen en voor warmtenetten voor bestaande woningen of gebouwen komen op de wachtlijst te staan. De nieuwe bronnen kunnen door gebrek aan een aansluiting geen duurzame energie opwekken en niet worden ontwikkeld. Dit betekent daarmee ook geen nieuwe warmtenetten of uitbreidingen van bestaande netten zolang er niet voldoende transportcapaciteit in de stad beschikbaar is. Hierdoor kunnen (zolang deze aanvragen op de wachtlijst blijven staan) bestaande woningen niet worden aangesloten op een warmtenet. Wanneer collectieve warmtenetten zich minder snel ontwikkelen, neemt de behoefte aan individuele oplossingen zoals warmtepompen toe. Dit vraagt om extra investeringen in het stroomnet en kan de betaalbaarheid van de energietransitie onder druk zetten. Dat heeft daarmee directe gevolgen voor de overstap op duurzame energie en daarmee voor het tempo van de gemeentelijke klimaatambities.

De collectieve oplossingen die netcongestie beheersbaar kunnen houden, komen vanwege dezelfde netcongestie niet van de grond. Vanuit verschillende kanten wordt daarom gepleit om geothermiebronnen of collectieve warmte-infrastructuur aan te merken als “netcongestie verzachtende maatregelen”, zodat deze niet of hoger op de wachtlijst komen te staan. Individuele energievoorzieningen Individuele oplossingen, zoals een hybride of volledig elektrische warmtepomp, behoeven een kleinverbruikaansluiting. Kleine energiesystemen waar bewoners of ondernemers een kleine energiebron delen, passen in sommige gevallen ook binnen een kleinverbruikaansluiting. Zolang het benodigde vermogen niet over de grens van 3x80 ampère gaat, kan een stroomaansluiting vaak doorgang vinden. Hybride warmtepompen hebben ten opzichte van volledig elektrische warmtepompen een minder grote impact op de pieken van het elektriciteitsnet. Voor het verwarmen van woningen vragen hybride warmtepompen een constant en relatief laag vermogen. Op (extreem) koude momenten en voor warm water stookt de cv-ketel bij met aardgas.

16

3.3 Impact netcongestie op specifieke ontwikkelingen 3.3.1 Ontwikkeling warmtenetten WarmtelinQ Bij de ontwikkeling van de hoofdinfrastructuur van het warmtetransportsysteem WarmtelinQ wordt slechts beperkte impact van netcongestie verwacht. Dit project speelt een cruciale rol in de verduurzaming van de warmtevoorziening en transporteert restwarmte uit de Rotterdamse haven naar onder andere Den Haag. Voor de trajecten Vlaardingen–Den Haag en Rijswijk–Leiden zijn al vóór de aankondiging van netcongestie in december 2024 grootverbruikaansluitingen aangevraagd. Deze projecten worden in afstemming met netbeheerder Stedin uitgevoerd en kunnen vooralsnog volgens planning worden gerealiseerd. Relevant voor de distributie van WarmetlinQ warmte is dat er een warmteoverdrachtstaton komt om deze transportleiding te verbinden met warmtenetten. Momenteel wordt gekeken naar een locatiereservering in Zuid-West. Hiervoor is nog geen grootverbruikaansluiting aangevraagd. Zodra die wordt aangevraagd komt deze ook op de wachtlijst. Geothermie en aquathermie Den Haag beschikt over veel potentie voor het benutten van geothermie. Deze duurzame warmtebron – ook wel aardwarmte genoemd – is schoon, betrouwbaar en langdurig inzetbaar. De bestaande geothermiebron bij de Leyweg is operationeel, kan worden uitgebreid en ondervindt geen hinder van netcongestie.

Voor toekomstige geothermiebronnen is echter wél een grootverbruikaansluiting vereist. Ook aquathermie – het benutten van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater – biedt veel mogelijkheden, met name voor laagtemperatuurverwarming in goed geïsoleerde bestaande woningen en nieuwbouw. Voor de ontwikkeling van zowel geothermie- als aquathermiebronnen is een grootverbruikaansluiting nodig. Door de huidige netcongestie komen deze aanvragen op een wachtlijst, wat leidt tot vertraging in de realisatie van deze duurzame bronnen. Aangezien warmtenetten afhankelijk zijn van vraag naar warmte, betekent vertraging in de bronontwikkeling ook vertraging in het aanbod van schone energie. Inloopoplossingen Bij een inloopoplossing worden woningen alvast voorbereid op de komst van een warmtenet door middel van een tijdelijke collectieve warmtevoorziening. Panden worden met elkaar verbonden en gevoed met een lokale tijdelijke warmtebron, totdat deze later kunnen worden aangesloten op een grootschalig warmtenet. Duurzame 17

inloopoplossingen, zoals collectieve warmtepompen, vereisen een grootverbruikaansluiting die daarmee dus op de wachtlijst komen. Beperkingen voor bewonersinitiatieven De huidige netcongestie kan ook gevolgen hebben voor bewonersinitiatieven op het gebied van duurzame energie. Plannen voor bijvoorbeeld collectieve warmteoplossingen zouden vertraging kunnen oplopen of in sommige gevallen (bij meer dan 3x80 ampère) niet direct gerealiseerd worden vanwege beperkte netcapaciteit. Dit vormt een uitdaging voor de betrokkenheid van bewoners bij de energietransitie. De gemeente Den Haag blijft zich echter onverminderd inzetten om bewonersinitiatieven te ondersteunen binnen de mogelijkheden die er zijn.

3.3.2 Ontwikkeling warmtepompen Hybride warmtepompen verbruiken minder elektriciteit dan volledig elektrische systemen. Voor het verwarmen van woningen vragen hybride warmtepompen een constant en relatief laag vermogen. Op (extreem) koude momenten en voor warm water stookt de cv-ketel bij met aardgas. Hybride warmtepompen dragen dus beperkt bij aan netcongestie tijdens de piekuren. Vaak is voor de aansluiting van een individuele warmtepomp verzwaring van de kleinverbruikaansluitingen nodig. Dit is in veel gevallen mogelijk, zolang dit binnen het vermogen van 3x80 ampère blijft. Bewoners of gebouweigenaren kunnen zelf controleren of er ruimte is voor een aanpassing van hun stroomaansluiting via de Stroomnetchecker van Stedin: https://web.stedin.net/aansluiting/stroomnetchecker

18

4. Gemeentelijke gebouwen, dienstverlening, scholen en sportvoorzieningen 4.1 Gemeentelijke gebouwen en dienstverlening Voor de gemeentelijke gebouwen is de Paris Proof-norm het einddoel, samen met een energielabel gelijk of beter dan A++/A+++. Dat betekent voor de meeste gebouwen fors minder energieverbruik. Ook het stoppen van gebruiken van aardgas of hoge temperatuur stadsverwarming is een belangrijk eis. Hiervoor sluiten we een gebouw aan op een duurzaam warmtenet of het draait volledig op elektriciteit. Op basis van de geplande projecten is voor circa 25 gemeentelijke gebouwen uitbreiding van de huidige aansluiting nodig. Met name voor verduurzaming door middel van het plaatsen van warmtepompen en elektrificatie. Bij 8 projecten is sprake van een geaccepteerde offerte of kan op een andere manier voorzien worden in het benodigde extra vermogen, bijvoorbeeld de renovatie en uitbreiding van het Haags Historische Museum (i.c.m. batterij), een buurthuis en opvanglocatie Sportlaan (deels). Van 17 projecten is geen uitbreiding van de aansluiting mogelijk en staan op de wachtlijst of is nog niet duidelijk of uitbreiding van de aansluiting nodig is, zoals verduurzaming van diverse kinderdagverblijven, buurtcentrum en kantoorgebouwen.

Alleen met het terugbrengen van energieverbruik (bijvoorbeeld met isolatie) en het plaatsen zonne-en windenergiesystemen blijft een flinke vermindering in broeikasgassen mogelijk. Daarnaast wordt voor de gemeentelijke gebouwen ook gekeken naar netcongestie verzachtende maatregelen, door een gebouwbatterij te overwegen en pieken in het gebruik af te vlakken, net als warme-/koudeopslag in de grond. Ook worden installaties zo aangepast dat deze met weinig moeite later alsnog aangesloten kunnen worden. Er moet dan dus wel een keer terug naar het gebouw voor dat werk. Tot die tijd is zo een gebouw in ieder geval ‘aardgasloos ready’ te noemen. Netcongestie heeft invloed op de huidige gemeentelijke dienstverlening. Indien deze verder wordt geëlektrificeerd, bijvoorbeeld door meer elektrische voertuigen, is hier laadcapaciteit voor nodig. Hiervoor zal eerst gekeken moeten worden of een bestaande aansluiting gebruikt kan worden. Eventuele uitbreiding of een nieuwe grootverbruikaansluiting komt op de wachtlijst te staan.

4.2 Scholen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Schoolbesturen zijn verantwoordelijke voor de exploitatie en onderhoudswerkzaamheden aan binnen- of buitenzijde van een schoolgebouw en technische installaties, zoals ventilatie, koeling en verwarming.

19

Schoolgebouwen moeten daarbij voldoen aan verschillende wettelijke bouwtechnischeen verduurzamingseisen. Voor het huisvesten van scholen, zijn circa 40 projecten gepland voor nieuwbouw, renovatie, uitbreiding of verduurzaming. Hier is in veel gevallen een grotere of nieuwe grootverbruikaansluiting nodig, maar geen geaccepteerde offerte van Stedin. Deze aanvragen komen op de wachtlijst te staan, dit geldt bij nieuwbouw, renovatie, uitbreiding en verduurzaming. Onderwijs wordt door de Autoriteit Consument & Markt gezien als een basisbehoefte en aanvragen komen daarom in aanmerking voor maatschappelijke prioritering (derde prioriteit). De aanvraag voor een grootverbruikaansluiting wordt hiermee vooraan op de wachtlijst geplaatst, waarbij de volgorde wordt bepaald op basis van de hoogte van prioriteit (eerste, tweede of derde prioriteit). Er moet echter wel vermogen vrijkomen voordat een aanvraag boven aan de wachtlijst aangesloten kan worden. Scholen blijven dus afhankelijk van eventueel vrijgekomen vermogen. Dit brengt onzekerheid met zich mee. Er zijn op dit moment drie scholen bekend waarbij niet gewacht kan worden op mogelijk vrijgekomen vermogen. Hier wordt gekeken naar de mogelijkheid van een kleinverbruikaansluiting in combinatie met een batterij of het voorlopig blijven gebruiken van de gasaansluiting.

4.3 Sportvoorzieningen Sportvoorzieningen (de Haagse zwembaden, sporthallen en sportparken) zijn verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het gemeentelijke gasverbruik. Dit hoge gasverbruik zit met name bij de zwembaden. Om de klimaatambities van de gemeente Den Haag te kunnen verwezenlijken wordt ingezet op verduurzamingsprojecten bij de Haagse Sportvoorzieningen om de transitie van gas naar elektriciteit (zo veel als mogelijk) te kunnen realiseren. Bij sportvoorzieningen zijn (verduurzamings)projecten gepland waarvoor een nieuwe grootverbruiksaansluiting nodig is of waarbij het Gecontracteerd Transportvermogen (GTV) verhoogd moet worden. Het gaat hierbij om nieuwbouw: zwembad in de Binckhorst (coalitieakkoord: Haags akkoord 2023-2026, oktober 2023), nieuwbouw van sporthal Loosduinen en nieuwbouw club- en kleedgebouw sportpark Escamp I. Op dit moment worden verduurzamingsprojecten bij de zwembaden Overbosch, Zuiderpark, Escamphof en sporthal Leidschenveen uitgewerkt. Daarnaast zijn voor het onderhoud van de 236 sportvelden in Den Haag tal van voertuigen en ‘landbouwmachines’ zoals tractoren, graszaai- en grasmaaimachines waarvoor de intentie is deze te elektrificeren en uitbreiding van laadinfra noodzakelijk is. Hiervoor is een verzwaring van de bestaande aansluiting noodzakelijk.

Er zijn nog geen aanvragen ingediend voor verzwaring van de benodigde elektriciteitsaansluitingen. Deze aanvragen zullen op de wachtlijst komen te staan, indien het een grootverbruikaansluiting betreft. Sportvoorzieningen vallen niet onder het 20

maatschappelijke prioriteringskader en krijgen geen voorrang op de wachtlijst. De nieuwbouwprojecten zullen hierdoor mogelijk niet gebouwd kunnen worden, zolang er door netcongestie geen zicht is op de benodigde aansluiting. Ook de beoogde energieen CO2-besparingen met de verduurzamingsprojecten zullen hierdoor niet gerealiseerd kunnen worden. De benodigde verduurzaming om de gemeentelijke klimaatdoelstellingen te halen zal met de genoemde projecten nog lang niet gehaald zijn, waardoor de noodzaak bestaat nieuwe aanvullende verduurzamingsprojecten te implementeren.

21

5. Mobiliteit 5.1 Laadinfrastructuur De gemeente heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in een dekkend openbaar netwerk voor laadinfrastructuur en plaatst jaarlijks 400 laadpalen tot 2030 om de groei van elektrische auto’s en bijbehorende laadbehoefte te ondersteunen. Den Haag beschikt daarmee over een uitgebreid openbaar laadnetwerk, ook in vergelijking met andere G4 steden (RIS321395). Op dit moment zijn er geen beperkingen voor het plaatsen van reguliere openbare laadpalen, omdat deze gebruik maken van een kleinverbruikaansluiting. Daarmee kan voldoende aanbod gerealiseerd worden om in Den Haag te kunnen laden, zoals ook eerder aangegeven aan de commissie Leefomgeving in november 2024 (RIS321395). Specifiek type laders betreft snelladers, die hebben een grootverbruikaansluiting nodig. Een nieuwe aanvraag voor het aansluiten van snelladers hiervoor komt op de wachtlijst voor grootverbruikeraansluitingen te staan bij Stedin. Voor Den Haag zijn voor de geplande uitbreidingen van kortparkeersnelladers voor zes locaties (totaal 20 kortparkeer snellaadplaatsen) de benodigde grootverbruikaansluiting op tijd aangevraagd en deze kunnen worden aangesloten. Deze laders worden op het moment van schrijven geplaatst en zijn eind juli 2025 naar verwachting allemaal gerealiseerd.

De snellaadstations bij Beatrixkwartier en Kijkduin zijn inmiddels opgewaardeerd naar de huidige ultrasnellaad standaard door TotalEnergies. Voor de locatie Ten Bosch is verzwaring van een middenspanningsring door Stedin noodzakelijk, voordat deze kan worden aangesloten. Voor het aanleggen van extra nieuwe kortparkeersnelladers zal gebruik gemaakt worden van alternatieve oplossingen, zoals het gebruik van flexibel batterijvermo,gen of het aansluiten met resctapaciteit in plaats van grootverbruikaansluitingen vanwege de wachtlijst bij Stedin.

5.2 Openbaar vervoer Het openbaar vervoer is afhankelijk van stroom. Voor de uitbreiding en verduurzaming van het openbaar vervoer is extra stroom nodig. Netcongestie heeft daarom impact op de uitbereiding van bestaande stations, nieuwe stations, frequentie verhoging, doortrekken van bestaande en nieuwe tramlijnen en bus en elektrificatie van bussen. Het bestaande netwerk van HTM biedt echter ook kansen. Op bepaalde momenten hebben bovenleidingen overtollig stroom die gebruik kunnen worden voor andere functies, zoals laadpalen en bouwaansluitingen. 22

6. Economie De impact van netcongestie op de economie is groot en raakt aan meerdere strategische vraagstukken waar vanuit de economische visie en de omgevingsvisie aan wordt gewerkt. De gemeente heeft de ambitie om meer ruimte voor economische functies te creëren in de stad. Dit gebeurt onder andere door te kijken naar mogelijkheden voor verdichting op bestaande bedrijventerreinen en de potentiële uitbreiding met nieuwe terreinen. Netcongestie maakt het realiseren van deze ambitie complexer, zeker wanneer bedrijven geen grootverbruikaansluiting kunnen krijgen. Netcongestie raakt veel commerciële functies die een nieuwe grootverbruikaansluiting nodig hebben of hun bestaande aansluiting willen uitbreiden. Aanvragen hiervoor komen op een wachtlijst terecht. Omdat commerciële functies niet vallen onder het maatschappelijk prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), krijgen zij geen voorrang. Kleinverbruikaansluitingen zijn wel mogelijk, maar bedrijven die afhankelijk zijn van een grootverbruikaansluiting lopen tegen beperkingen aan bij uitbreiding of verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Het is van belang dat economische activiteiten kunnen meegroeien met de ruimtelijke en demografische ontwikkeling van Den Haag.

Tegelijkertijd is het lastig om precies in te schatten welke en hoeveel bedrijven daadwerkelijk hinder ondervinden van netcongestie, mede doordat toekomstige aansluitverzoeken niet bekend zijn bij netbeheerders of de gemeente. Netcongestie is een landelijk probleem. Verhuizen naar een andere locatie biedt daarom geen oplossing voor bedrijven. Bovendien is een bestaande aansluiting locatiegebonden en kan niet worden meegenomen naar een nieuwe vestiging. Ook gemeentelijke ambities op het gebied van de circulaire economie kunnen worden belemmerd door netcongestie, met name voor bedrijven die een grootverbruikaansluiting nodig hebben om circulair te kunnen opereren.

6.1 Wat kunnen ondernemers doen binnen de huidige situatie? Bedrijven zijn afhankelijk van hun bestaande aansluiting en kunnen proberen deze zo efficiënt mogelijk te benutten. Eén van de mogelijkheden is het aanvragen van de FlexEsubsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze subsidie is bedoeld voor bedrijven met een aansluiting van 100 kW of meer en helpt om piekbelasting te verlagen, zodat er meer ruimte op het net ontstaat. De subsidie bestaat uit drie onderdelen: 1. Flexibiliteitsscan: geeft inzicht in de mogelijkheden voor flexibel elektriciteitsgebruik;

23

2. Haalbaarheidsscan: De scan zoekt uit of de maatregelen die men kan nemen voor een flexibel elektriciteitsgebruik ook daadwerkelijk technisch haalbaar zijn voor een bedrijf; 3. Flexibiliteitsmaatregelen: Dit is bedoeld voor het nemen van maatregelen die bijdragen aan een flexibel elektriciteitsgebruik, zoals aanpassing van het bedrijfsproces, opslag van energie, conversie van energie en extra buffercapaciteit voor energieopslag. Door het energiegebruik slimmer te verdelen en pieken te verlagen, kan een bedrijf mogelijk volstaan met een kleinere aansluiting of binnen de bestaande contractwaarde blijven opereren. Zo kan bedrijvigheid ondanks netcongestie toch doorgang vinden. Beter inzicht in het energieverbruik kan ook kansen bieden voor samenwerking tussen bedrijven in een energy hub. Dit is een slimme, lokale energiemarkt waarin bedrijven, woningen en andere partijen energie delen, opslaan of op elkaar afstemmen. Door lokaal opgewekte energie (zoals zon of wind) gezamenlijk te gebruiken en pieken te vermijden, wordt het elektriciteitsnet minder belast. Dit maakt het mogelijk om meer duurzame energie te benutten zonder te hoeven wachten op netverzwaring.

24

7. Samenvatting Netcongestie heeft grote impact op de stad. Uit de impactanalyse blijkt dat met name woningbouw en gebiedsontwikkelingen, energietransitie, publieke voorzieningen, mobiliteit en economie geraakt worden: •

•

•

•

Woningbouw: kleinverbruikers, waaronder woningen, kunnen in beginsel nog worden aangesloten. Bij gestapelde woningbouw is vaak een grootverbuikaansluiting nodig voor gezamenlijke installaties, zoals een lift, een brandinstallatie of een WKO-systeem. In samenwerking met de netbeheerder kan hiervoor gekeken worden of een maatwerkoplossing mogelijk is. Daarbij wordt gekeken of binnen de bestaande capaciteit van het net ruimte kan worden gevonden voor deze aansluitingen. Daarnaast is er geen ruimte voor nieuwe bedrijvigheid of andere functies in de plint van een complex. Hiervoor is geen maatwerk mogelijk en deze aanvragen voor een aansluiting kunnen niet worden gehonoreerd. Energietransitie: Individuele oplossingen, zoals (hybride) warmtepompen maken gebruik van een kleinverbruikaansluiting en kunnen worden aangesloten. Grootschalige collectieve warmteoplossingen, zoals warmtenetten en geothermie- en aquathermieprojecten vragen een grootverbruikaansluiting. Geplande projecten gaan niet door tot netcongestie verholpen is. Op de lange termijn zijn warmtenetten cruciaal om de netcongestie opgave beheersbaar te houden en de elektriciteitsvraag te beperken. . Zonder warmtenetten moet het elektriciteitsnet nog verder worden uitgebreid, dan waar nu al rekening mee is gehouden.

Stedin heeft namelijk in de toekomstscenario’s gerekend met de aanleg van warmtenetten, conform de Transitievisie warmte. Publieke voorzieningen: Voor gemeentelijke gebouwen, scholen en sportvoorzieningen zijn ruim 80 uitbreidingen van aansluitingen nodig. Meestal is hiervoor een grootverbruikaansluiting nodig, waardoor deze ontwikkeling niet doorgaat zolang netcongestie niet is opgelost. Scholen vallen onder het maatschappelijke prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Hierdoor komen ze boven aan de wachtlijst te staan, maar blijven afhankelijk van beschikbaarheid van capaciteit die vrijkomt. Mobiliteit: Voor de uitrol van nieuwe snelladers zal gebruik gemaakt worden van alternatieve oplossingen, zoals het gebruik van flexibel batterijvermogen of het aansluiten met restcapaciteit in plaats van grootverbruikaansluitingen vanwege de wachtlijst bij Stedin. Met deze oplossingen moet omgegaan kunnen worden met de uitdagingen die netcongestie ons stelt. Elektrificatie en uitbreiding van openbaar vervoer komt in de knel.

25

•

Het openbaar vervoer is afhankelijk van stroom. Netcongestie heeft impact op de uitbreiding van bestaande stations, nieuwe stations, frequentie verhoging, doortrekken van bestaande en nieuwe tramlijnen en bussen en elektrificatie van bussen. Economie: Bedrijven die willen uitbreiden of verduurzamen lopen tegen beperkingen aan. Ook nieuwe economische functies op bedrijventerreinen kunnen niet doorgaan indien zij een grootverbruikaansluiting nodig hebben. Commerciële functies krijgen geen prioriteit op de wachtlijst volgens het ACMkader. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de economische ontwikkelingsmogelijkheden van Den Haag. Een kleinverbruikaansluiting is wel mogelijk voor bedrijven.

De impactanalyse wordt verder verdiept, waarbij wordt bezien wat de maatregelen op de langere termijn betekenen voor de ontwikkeling van de stad.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15807967/1