RIS322765 Beantwoording SV Uithuisplaatsing na overlijden ouder
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer Bom mevrouw Klokkenburg-Reedeker, luidend: ‘Uithuisplaatsing na overlijden ouder’
DSO/10928304 RIS322765
De raadsleden de heer Bom en mevrouw Klokkenburg-Reedeker hebben op 3 juli 2025 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op Scheveningen-Nieuws (1) en in de Telegraaf (2) stond onlangs het nieuwsbericht dat een autistische inwoner van Den Haag zijn huis - dat hij deelde met zijn vader, totdat die recent overleed - binnen vijf maanden dient te verlaten. Deze bewoner wordt door eigenaar Hof Wonen niet erkend als officiële bewoner. Hof Wonen geeft in het artikel aan dat "wij met elkaar spelregels hebben afgesproken voor de verdeling van schaarse woonruimte, en daar houden we ons aan. Tegelijkertijd zien we dat er in schrijnende gevallen maatwerk nodig is. Dan kijken we samen met onze partners in de stad, zoals zorgorganisaties en andere betrokken partijen, naar wat er mogelijk is." 1.
Is het college bekend met bovenstaande situatie?
Het college heeft kennisgenomen van het artikel en heeft hierover contact opgenomen met Hof Wonen. 2.
Wat vindt het college van de reactie van Hof Wonen?
De reactie van Hof Wonen richting het college hierover is tweeledig. Volgens de wet wordt een huurovereenkomst na het overlijden van de huurder niet automatisch voortgezet door inwonende gezinsleden. Voortzetting is alleen mogelijk wanneer er sprake is van medehuurderschap of wanneer een meerderjarig inwonend kind kan aantonen dat er een duurzame gemeenschappelijke huishouding is gevoerd (artikel 7:268 BW). Desalniettemin zal Hof Wonen, aangezien het een schrijnende situatie betreft, de betreffende bewoner de tijd geven voor en ook actief meedenken en -zoeken bij, het vinden van een passende oplossing, mogelijk met de nodige begeleiding. Verdergaande informatie over deze casus kan de corporatie uit privacyoverwegingen niet verstrekken. Het college kan zich vinden in deze reactie van Hof Wonen. Bij het beleidskader dakloosheid 'Den Haag geeft thuis' hebben de raadsleden Verdonk en Klokkenburg een amendement (RIS316464) ingediend om de Aedesrichtlijn te volgen, zodat inwonende kinderen (van welke leeftijd dan ook!) bij overlijden van de ouder in het huis kunnen blijven wonen.
(1) Ramon Zoutenbier dreigt thuis te verliezen: buurt in actie - Scheveningen Nieuws (2) Drama voor autistische Raymon (45) uit Scheveningen, die na overlijden vader sociale huurwoning uit moet | De Telegraaf
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10928304
3.
Deelt het college de mening dat het genoemde amendement ook van toepassing is op de situatie van bovengenoemde inwoner? Zo nee, waarom niet?
Nee, die mening deelt het college niet. In de toelichting op het amendement wordt nadrukkelijk aangegeven dat het amendement betrekking heeft op kinderen die jaren mantelzorg hebben verleend. Dat is in deze situatie niet aantoonbaar. De genoemde Aedes-richtlijn is alleen van toepassing op de afbakening zoals vastgelegd in de Wet Huurbescherming Weeskinderen. De persoon in kwestie valt buiten deze afbakening. De wet voorziet in regels waarmee jongvolwassenen tot en met 27-jarige leeftijd het recht hebben om in de sociale huurwoning van de ouder(s) te blijven wonen. Vervolgens dient de woningcorporatie in deze gevallen na het bereiken van deze leeftijd te helpen met het zoeken van een passend alternatief. Voor volwassenen boven deze leeftijd geldt dit recht niet. Overigens is het naleven van deze richtlijn niet afdwingbaar door Aedes, noch door het college. 4.
Is het college bereid om Hof Wonen te wijzen op het geldende beleidskader en daarmee het aangenomen amendement?
Het college is van mening dat het geldende beleidskader en het aangenomen amendement niet van toepassing zijn op deze casus. Het college is dan ook niet voornemens om Hof Wonen hierop te wijzen. Wel stelt het college het op prijs dat Hof Wonen heeft toegezegd zorgvuldig met deze casus om te gaan en dat zij actief meedenkt en -zoekt naar een passende oplossing. 5.
Is het college bereid om samen met Hof Wonen op zoek te gaan naar een passende maatwerkoplossing, met als doel dat betreffende persoon in zijn vertrouwde omgeving kan blijven wonen?
Het college vertrouwt erop dat bewoner en Hof Wonen een passende oplossing zullen vinden en blijft deze casus volgen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
2/2