RIS322740 Bijlage Plan van aanpak sterke basis samen voor elk kind
Tekst van het document
Plan van aanpak ‘Sterke basis, samen voor elk kind!’ \ \\ In deze notitie, die vanuit het Haagse ambtelijke vierhoeksoverleg met de netwerkpartijen 1 is T opgesteld, worden de belangrijkste inzichten gepresenteerd over de knelpunten rond de zorg en tbv vierhoeksoverleg dd 28 januari 2025 van 2 tot 7 jaar met ontwikkelingsachterstanden. ondersteuning voor Haagse jonge kinderen Daarnaast wordt een voorstel gedaan voor een plan van aanpak om deze ondersteuning en zorg aan deze doelgroep verder te verbeteren en te versterken. Dit plan is een eerste aanzet voor een Haagse uitwerking van het opvang- en zorgcontinuüm en het onderwijszorgcontinuüm zoals dat in H3 verband in de samenwerking Inclusief Onderwijs en Jeugdhulp vormgegeven wordt.
AMBITIE EN PROBLEEMANALYSE In Den Haag, zijn er net als ik de regio Haaglanden lange wachtlijsten (op peildatum 1 december 2024 stonden er 444 Haagse kinderen op de wachtlijst bij een klassiek KDC 2) en lange wachttijden (1,5 tot 2 jaar) voor zorg in een KDC voor kinderen met een vermoeden van een verstandelijke beperking. Daarnaast zijn er wachtlijsten voor het speciaal onderwijs van langer dan drie maanden en zijn er geen tussenvormen tussen kinderopvang en zorg. Daarbij werken partijen in een keten samen, waardoor onderwijs, opvang en zorg moeizaam vanuit een netwerk met elkaar optrekken. Dit is veelal het gevolg van de wettelijke schotten en geoormerkte bekostiging. In de notitie “maatregelen jonge kind” die vanuit het vierhoeksoverleg in september 2024 opgesteld is, staat deze ambitie voor zorg en onderwijs voor het jonge kind 3: We willen voor onze Haagse kinderen komen tot een dekkend opvang/ onderwijszorgcontinuüm voor kinderen van 2 tot en met 6 jaar per 2028, waarbij we ervan uitgaan dat zo veel mogelijk kinderen een plek in de reguliere kinderopvang en het reguliere onderwijs in de eigen wijk en context krijgen.
We hanteren daarbij deze uitgangspunten voor de uitwerking van deze ambitie: Eerdere signalering en snel passende zorg en ondersteuning (verbeterde opvolging van de vroegsignalering door de JGZ, ook door de ouders zelf, en inzetten op het bereik van de JGZ en de KOV/ VE), oa ook voor kinderen die wat later in Nederland zijn komen wonen en die nu niet naar de KOV gaan; Meer inzetten op systemisch werken (met een brede gezinsbenadering door Kracht en rondomJou); Zoveel onderwijs inzetten als mogelijk (d.m.v. tussenvormen tussen onderwijs en zorg in het onderwijs zorgcontinuüm: er zijn kleine stapjes nodig voor deze doelgroep).
1
In het ambtelijke vierhoeksoverleg nemen deel: vertegenwoordigers van resp. de kinderopvang, de JGZ, het onderwijs, het samenwerkingsverband passend basisonderwijs, Kracht, rondomJou, de klassieke KDC’s en de gemeente Den Haag 2 De definitie van een klassiek KDC is “opvang voor kinderen van 2 tot 18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking (…) In een KDC krijgt een kind dagbehandeling, dagbesteding en persoonlijke verzorging, via professionals als orthopedagogen, logopedisten en creatief therapeuten”, zie Kinderdagcentrum | Opvang/begeleiding/behandeling jeugd | Regelhulp - Ministerie van VWS 3
We geven prioriteit aan de jonge kinderen: voor deze kinderen is het het meest kansrijk om met vroege en snelle interventies tot een betere ontwikkeling te komen.
Toereikendheid van de keten De huidige keten voor jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand en/of verstandelijke beperking is al langer niet meer toereikend om deze kinderen in onze stad een goede basis te geven. Dit komt door verschillende structurele en organisatorische problemen 4. In de kern zijn dit de belangrijkste redenen: - Wettelijke en bureaucratische belemmeringen o Fragmentatie van zorg, veel betrokken partijen: Er zijn verschillende instanties (VE, kinderopvang, onderwijs, JGZ, jeugdhulp, huisarts of medisch specialisten) betrokken bij de zorg voor de jonge kinderen. Deze werken niet altijd goed samen of stemmen onvoldoende met elkaar af om te komen tot de noodzakelijke integrale aanpak. Dit komt mede door de veelal in kolommen georganiseerde systemen met eigen wettelijke grondslagen en daarmee gemoeide financiële middelen. o Bureaucratie: Doordat de ondersteuning en zorg voor deze kinderen veelal door verschillende partijen en in kolommen georganiseerd is, is bureaucratie een van de belemmeringen. Zowel ouders als professionals ervaren obstakels zoals administratief en ingewikkelde procedures om uiteindelijk de ondersteuning en zorg te krijgen. Ook de AVG speelt een grote rol, net als de ‘weiger-ouders’. Als de ouder niets wil, gebeurt er niets.
o Financiën lokale vs regionale inkoop: ambulante zorg voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand zit in de opdracht van Kracht en rondomJou, met een taakgerichte financiering. De zorg vanuit (klassieke) KDC’s valt in elk geval tot en met 2026 onder de regionale inkoop van jeugdhulp, waarbij er gewerkt wordt met bestedingsruimtes. o (Leerplicht-)wetgeving: we hebben te maken met diverse wetgevingen, zoals de Wet op Passend Onderwijs, de Jeugdwet, de Leerplichtwet, die veelal los van elkaar opereren. Vanuit de leerplichtwet zijn de kinderen (pas) op 5 jarige leeftijd leerplichtig. Deze leeftijd willen we graag naar voren halen. - Complexere hulpvraag o Meervoudige problematiek: Steeds meer kinderen hebben te maken met complexe uitdagingen waarbij er naast ontwikkelingsachterstanden sprake is van taalproblemen en/of gedragsproblemen, waarvoor een gespecialiseerde en integrale aanpak nodig is. Zo is er is een relatief sterkere stijging binnen de KDC’s van kinderen met een migratieachtergrond. Hier kan een samenloop met taalachterstand een rol spelen, zeker als er een gedragscomponent in het spel is, en eventuele trauma’s van ouders die gevlucht zijn. Het kan er echter erop wijzen dat kinderen die voorheen binnengehouden werden nu wel in beeld zijn, bijvoorbeeld omdat het stigma op ontwikkelingsachterstanden en -ondersteuning bij bepaalde groepen vermindert.
o Corona en oorlog in Oekraïne: van de aanbieders van de klassieke KDC zorg horen we dat de wachtlijsproblematiek voor 2020 en daarmee voor corona niet speelde. Er lijkt een relatie te zijn met de start van de wachtlijstproblematiek en de corona periode. Dit is ook zichtbaar in het onderwijs: door corona is er een groep kinderen die een andere start heeft gehad. Ook de oorlog in Oekraïne (sinds 2022) kan verband hebben met de grote stijging van de wachtlijst per 2022. -
Druk op ouders
Berenschot rapport ‘Druk op de keten (2023), Innovatie nul13 ‘Passende kinderopvang’ (2023), AEF Onderzoek doelgroepen KDC-zorg (juni 2024), notitie maatregelen jonge kind (sept 2024, vanuit het Haagse vierhoeksoverleg), MEMO H9 over wachttijdenaanpak KDC zorg (april 2024) 4
2/9
Stress en onzekerheden: Ouders ervaren meer druk door maatschappelijke verwachtingen, financiële uitdagingen, en een gebrek aan zorg en ondersteuning, wat indirect invloed heeft op het welzijn van het kind. o Opvoedvaardigheden: Niet alle ouders weten hoe ze de ontwikkeling van hun kind het best kunnen ondersteunen en begeleiden. Daar waar in het verleden de sociale omgeving veel meer betrokken was om ouders hierbij te ondersteunen is er o.a. door de toegenomen digitalisering en schermtijd van de kinderen een meer individualistisch ouderschap5. Vanuit andere culturen zijn er ook andere verwachtingen. We hebben wellicht hier ook een verschil van inzicht, als het gaat om de inrichting van ons stelsel van onderwijs en zorg. Die cultureel bepaalde normen en waarden hebben ook veel invloed. Gebrek aan preventie o Reageren in plaats van voorkomen: Er wordt nu pas ingegrepen als de problemen al groot zijn en/of het kind komt pas in beeld als de problemen al groot zijn i.p.v. vroegtijdig in te zetten op preventie en ondersteuning. o Medicalisering: We zoeken voor elk probleem een medische oplossing met een diagnose en behandeling. Dat maakt dat wachtlijsten ontstaan en individuele indicaties afgegeven moeten worden voordat we hierin iets kunnen betekenen. o
-
Deze factoren worden overigens ook herkend in de G4 gemeenten 6. Noodzaak hervorming van de ondersteuning en zorg voor jonge kinderen met ontwikkelingsachterstanden De noodzaak om de ondersteuning en zorg voor deze kinderen op een andere manier vorm te gaan geven is groot. Dit blijkt o.a. uit: - Toename wachtlijst KDC van 361 in 2023 naar 742 in 2024 in regio Haaglanden7 - Afname van de schoolrijpheid; toename van jonge thuiszitters vanaf leerplichtige leeftijd Aantal thuiszitters zonder schoolinschrijving, die aan het eind van het schooljaar 5 jaar waren 2022-2023 2023-2024 Korter dan 4 weken 13 6 Tussen 4 weken en 3 43 59 maanden Langer dan 3 maanden 50 58 Totaal 106 123 -
5
Van 2020 (205 aanmeldingen) tot en met 2023 (287 aanmeldingen): jaarlijkse toename van aanmeldingen van kinderen met integrale vroeghulp8 Wachtlijsten voor onder- en zijinstroom in het SO cluster 3, van meer dan 3 maanden, ondanks uitbreiding van het SO cluster 3 onderwijs (inspecteur De Vriesschool) met 40 plekken in 2020/2021 en met 12 plekken in augustus 2024.
Cijfers over mediagebruik | Nederlands Jeugdinstituut
Op basis van een inventarisatie (eind januari 2025) door Bureau Zunderdorp in de G4 gemeenten nav de KDC problematiek. 6
Aantal 2024 is voorlopig, waarbij 14% van de kinderen op meer dan 1 wachtlijst bij de klassieke KDC’s staan. 7
8
IVH valt per 2024 in de opdracht van Kracht en rondomJou.
3/9
Wat betekent dit voor de kinderen? De late signalering, de afwezige preventie en de lange wachttijden tot bijvoorbeeld de KDC zorg en het speciaal onderwijs betekent voor de kinderen dat zij op latere leeftijd en daarmee (te) laat instromen in zorg of onderwijs en zo minder tijd hebben om zich te ontwikkelen. Juist de jonge jaren van deze kinderen zijn bepalend voor hun ontwikkeling. Als deze fase niet benut wordt, zijn de gevolgen extra groot. Deze kinderen kunnen die gemiste ontwikkeling niet meer inhalen en krijgen zo een nog grotere achterstand. Het komt nu voor dat een kind van 7 jaar oud in een kleutergroep van het speciaal onderwijs kan instromen. Dat past niet met de leeftijd van de andere kinderen in de groep en zorgt voor een steeds grotere mismatch in onderwijs en zorg. Als je eenmaal op het spoor van KDC of SO zit is er (bijna) geen weg terug. Omdat de pedagogische basis nu niet goed genoeg vormgegeven is, vallen kinderen onnodig vaak uit. Door aan de voorkant anders naar kinderen te kijken, kunnen we veel meer in het reguliere oplossen, waardoor de kans op een vorm van onderwijs groter is. Initiatieven - Er zijn al diverse initiatieven. Deze zijn veelal vanuit 1 kolom ingestoken en vanuit de gedachte binnen de bestaande keten.
Daarbij wordt voorzichtig gezocht naar samenwerking tussen de verschillende kolommen binnen de wijk waar het kind woont, zoals bij Inclusieve kinderopvang categorie 2 en categorie 3 en bij de startklassen: Bij categorie 2 (kinderopvang met een steuntje in de rug) gaat om het versterken van de vaardigheden en het vergroten van expertise binnen reguliere kinderopvanglocaties, om met aanvullende ondersteuningsbehoeften om te gaan. Hiervoor heeft de gemeente Den Haag in 2024 een (eenmalige) subsidieregeling “Pilot Inclusieve Kinderopvang 2024” geopend. Bij categorie 3 (specialistische kinderopvang) wordt de pedagogische expertise van de kinderopvang (KDV, VE en BSO) verbonden met Jeugdhulp. Door specialistische opvang binnen de kinderopvang te bieden, krijgen deze kinderen de kans om zich in een veilige en gestructureerde omgeving in hun eigen context te ontwikkelen. Dit biedt niet alleen directe voordelen voor het kind en de ouders, maar draagt ook bij aan een betere voorbereiding op het onderwijs. De gemeente Den Haag is in Q1 van 2025 in overleg met samenwerkingspartners uit het onderwijs, kinderopvangsector en jeugdhulp gegaan om de plannen voor deze doelgroep concreet uit te werken. -
De ontwikkeling van peuter-kleuterplekken, waar vanuit het rijk meer mogelijkheden voor gaan komen en die vooral interessant lijken te zijn voor kinderen die later zijn gestart of taal- of ontwikkelingsachterstanden hebben.
-
De startklassen, waarbij het onderwijs en de jeugdhulp samenwerken om kleuters met een ontwikkelingsachterstand een start te laten maken in het reguliere basisonderwijs.
-
Inzet van een leerkracht op een KDC (het zgn JOA, jeugdhulp onderwijs arrangement) en de inzet van OJA’s/ jeugdhulp (onderwijs jeugdhulp arrangementen) in het speciaal onderwijs.
-
Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp: rondomJou en Kracht geven hun dienstverlening meer en meer in de wijken/ de context van het kind vorm en kijken integraal naar wat het hele gezin nodig heeft.
-
Regionaal: pre-KDC van Crescendo, waarbij de inzet van de multidisciplinaire zorg (bv logopedie, fysiotherapie) vanuit externe partijen geleverd wordt.
4/9
-
Uitbreiding volume KDC plekken voor Haagse kinderen: in 2025 en 2026 breidt de gemeente Den Haag het bestedingsvolume voor de klassieke KDC’s Ipse de Bruggen en Middin met een miljoen euro uit (ongeveer 10% extra bestedingsruimte). Lievegoed breidt in 2025 de WLZ 12-plus plekken uit.
Kanttekeningen De arbeidsmarkt in regio Den Haag is krap, zowel voor de opvang, het onderwijs als de zorg. Juist de professionals op de groep, in de klas of bij de gezinnen thuis, maken met hun vertrouwde gezichten, het verschil. Dit is een risico voor de uitwerking van de nieuwe plannen. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag te maken met krapte in de jeugdhulpbudgetten: het zogenaamde “ravijnjaar” 2026 nadert voor de overheidsfinanciën. Daarnaast willen we voorkomen dat met incidentele budgetten goede projecten opgezet worden en dat deze vanwege het stoppen van de financiële impuls moeten stoppen. We verwachten dat een investeringsbudget nodig is vanuit de betrokken partijen voor de concrete uitwerking van de deelplannen. Een duurzame manier van gezamenlijke financiering vraagt ook aandacht en is nodig: dit over de financiële budgetten en financiële kaders van individuele organisaties heen. Vastgelopen keten Er kan worden gesproken van een ‘verroeste’ keten: de structuur en de verbindingen binnen de huidige keten hebben aan kracht en effectiviteit verloren, waardoor de samenwerking niet meer soepel loopt. Dit ligt niet aan de grote inzet van en de passie waarmee de professionals in opvang, onderwijs en zorg in deze keten hun werk doen.
Maar met alle goede intenties en bedoelingen probeerden we binnen deze keten kleine nieuwe radertjes/ verbindingen (zoals de voorbeelden hierboven genoemd) toe te voegen. De vraag is echter of dit voldoende de oplossing gaan bieden voor de grote uitdagingen waar we aan staan. We denken van niet en wel om de volgende redenen.
1. Gebrek aan Soepelheid en Samenwerking Moeizame verbindingen en versnippering: De samenwerking tussen zorgverleners, onderwijsinstellingen, en andere betrokken partijen is vaak stroef. De smeerolie ontbreekt... In plaats van op elkaar aan te sluiten, kunnen partijen in de keten de lastige caseload doorschuiven naar een volgende partij met andere verantwoordelijkheden. Dit kan zorgen voor het te laat oppakken van signalen en casuïstiek, en soms zelfs tot afschuiven naar de volgende partij. De keten bestaat uit afzonderlijke schakels (bijvoorbeeld consultatiebureaus, kinderopvang, jeugdzorg) die elkaar niet altijd goed weten te vinden in de samenwerking, alsof de "smeerolie" ontbreekt. 2. Verouderde Structuren Niet meegegroeid met de tijd: Veel systemen en werkwijzen zijn gebaseerd op een tijd waarin de behoeften van kinderen en ouders anders waren. Bijvoorbeeld, de huidige diversiteit aan
5/9
gezinssituaties en complexe uitdagingen in de opvoeding (mediagebruik, prestatiedruk) vraagt om een flexibeler en moderner systeem. De periode van covid heeft eea ook in een hogere versnelling gebracht. Bureaucratische regels en rompslomp in de keten kan ook verhinderen dat hulp snel en op maat en in samenwerking wordt geboden. 3. Tekort aan Onderhoud Gebrek aan investeringen: Er is onvoldoende geïnvesteerd in personeel, middelen en innovatie binnen en buiten de afzonderlijke sectoren. Zonder "onderhoud" aan de keten, bijvoorbeeld in de vorm van (gezamenlijke) trainingen en samenwerking, raakt deze steeds minder effectief. Personeelstekort: Overbelaste professionals kunnen niet altijd de zorg en aandacht geven die nodig is, wat leidt tot uitval en steeds nieuwe mensen en daarmee verslechtering van de samenwerking in de keten. Kortom: wachtlijsten en vertragingen voor de kinderen en ouders die het nodig hebben… Vertraging in de schakels: Zoals roest een ketting kan verstijven, zo zorgen lange wachttijden en bureaucratische obstakels ervoor dat kinderen en ouders niet tijdig geholpen worden. Organisaties kunnen naar elkaar blijven verwijzen tot de laatste schakel bereikt wordt en het probleem al heel groot is (en dan eigenlijk de ketting al gebroken is...).
Gemiste signalen: Doordat signalen van problemen niet snel worden opgepakt, kunnen deze escaleren, wat de keten nog meer belast. Individualisering: Ouders voelen zich vaak alleen verantwoordelijk voor het oplossen van problemen, terwijl de ondersteuningsstructuur er is om hen te ondersteunen. Ouders hebben ook tijd nodig om te accepteren dat hun kind een andere ontwikkeling doormaakt: in die situatie zijn ouders nog niet klaar voor om stappen in de ondersteuning te zetten. De gezamenlijke zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die de keten zou moeten bieden, is soms afwezig. Sommige ouders nemen de geboden zorg en ondersteuning niet aan. We missen een stevige pedagogische basis in de wijken. waar we preventief en vanuit de context met elkaar samenwerken..
CENTRALE VRAAG Hoe zorgen we er onder regie van de gemeente Den Haag met de samenwerkingspartners rond het jonge kind voor dat met de juiste zorg en onderhoud er weer een sterk en soepel systeem staat voor deze kinderen en gezinnen in 2028? En wat is ervoor nodig om daarnaartoe te groeien? Dit vraagt een beweging van een ketensamenwerking naar interprofessioneel samenwerking, zo vroeg mogelijk, zo regulier mogelijk en thuis nabij mogelijk! Van keten naar interprofessioneel samenwerken In de verandering die we doormaken moeten we kijken naar wat de huidige kinderen vragen aan begeleiding en zorg en hoe wij dat op een andere manier, met de informele zorg en met elkaar kunnen vormgeven. Dat betekent aandacht voor een context- en netwerkgerichte aanpak waarbij informele steun belangrijk is en daarnaast het loskomen van de fragmentatie in de samenwerking tussen professionals. Een keten met schakels impliceert deelverantwoordelijkheden, versnippering en volgordelijkheid. De overgang van een ketenbenadering naar interprofessioneel samenwerken biedt een fundamenteler en effectiever model om de ondersteuning en zorg voor het jonge kind te verbeteren. We zien hier bv raakvlakken met de hervorming van de
6/9
jeugdbeschermingsketen, waar partijen meer aan de voorkant met elkaar gaan samenwerken en er daardoor minder overdrachtsmomenten van de zorg zijn. Dit werkt ook tijdbesparend voor de gezinnen. Wat deze kinderen nodig hebben is dat hun ontwikkeling, het recht dat ze hebben op groei in ontwikkeling en onderwijs in hun eigen context, centraal staat.
Ketenbenadering Lineair proces: In een ketenbenadering verloopt samenwerking vaak sequentieel. Elke partij speelt een eigen rol, vaak onafhankelijk van andere schakels. Fragmentatie: Omdat schakels op zichzelf functioneren, kunnen er hiaten en inefficiënties ontstaan. Informatieoverdracht is niet altijd volledig of tijdig. Beperkte samenwerking: De focus ligt vaak op overdracht en niet op gezamenlijke besluitvorming.
Interprofessioneel samenwerken Gedeelde verantwoordelijkheid: Professionals werken als een team rond het kind en het gezin, met een gezamenlijke visie en doelen en tonen eigenaarschap om tot oplossingen te komen. Multidisciplinair en geïntegreerd: Verschillende/ passende expertisegebieden (zoals pedagogiek, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, logopedie, en maatschappelijk werk) worden gecombineerd. Open communicatie: Ouders en professionals werken samen, niet achter en naast elkaar, en zij stemmen voortdurend af om de zorg en ondersteuning af te stemmen op het unieke kind.
Voordelen van interprofessioneel samenwerken zijn: - Er zijn meerdere expertises om het grotere geheel te zien en niets te missen. Zo komen er betere oplossingen voor de kinderen en de gezinnen dan dat deze vanuit 1 organisatie bedacht worden. - Daar komt nog bij dat interprofessioneel werken tijdbesparend kan zijn. Als iedereen zich stort op waar hij goed in is, ben je minder tijd kwijt én gaat het resultaat er ook nog op vooruit. - Partijen kunnen beter tot innovatieve en effectieve oplossingen komen door er meerdere expertises bij te betrekken. - Met gebundelde expertise wordt het eenvoudiger om complexe vraagstukken op te lossen9. Deze gedachte passen naadloos op de bewegingen die we binnen Den Haag aan het maken zijn met de doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, inclusief onderwijs en inclusieve kinderopvang, zoals ook vastgelegd in het Manifest Jeugd 10: - Geïntegreerde en gelijkwaardige benadering, waarin ieder kind, ongeacht beperkingen, achtergrond of uitdagingen, optimaal kan deelnemen aan opvang en onderwijs - Gezinsgerichte en wijkgerichte benadering - Context gericht; versterken van de omgeving van de kinderen. - Anders handelen, vraagt anders kijken en anders samenwerken, ook met het perspectief van ouders erbij.
9
Interprofessioneel samenwerken (+ 33 tips) | Tijdwinst.com Samen opvoeden en opgroeien in Den Haag - Jeugdhulp Den Haag
10
7/9
Wat gaan we doen in 2025? Vanuit de gemeente willen we voorstellen om een programma te ontwikkelen: Een sterke basis, samen voor elk kind! Het veranderen van een ketensamenwerking rondom het jonge kind naar interprofessioneel samenwerken vraagt eerst gezamenlijk commitment op de ambitie, de te bereiken doelen en hoe we daarmee aan de slag gaan. En hoe we met elkaar (tussentijds) meten en weten of we op de goede weg zijn. En dit alles op een iteratieve wijze: bij een iteratieve aanpak gaan we stapje voor stapje verder en gebruiken we voortschrijdend inzicht in een volgende fase. Een iteratieve aanpak helpt een gedeelde visie te creëren die niet alleen theoretisch goed klinkt, maar ook in de praktijk werkbaar en effectief is. En waarbij het proces niet altijd rechtstreeks van A naar B gaat, maar ook soms via een lerende zijweg verloopt. Dat is ook nodig omdat het om een “wicked problem” gaat, met vele afhankelijkheden over en weer. Waarschijnlijk is hier ook een financiële investering voor nodig, om later te kunnen gaan besparen. In de komende maanden van 2025 willen we het volgende gaan doen: 18 Maart 2025
Bestuurlijk gesprek om de kaders te bekrachtigen
april 2025 Ontwikkelsessie interprofessioneel samenwerken voor het jonge kind Doel: Op basis van de verkenningen die reeds gedaan zijn het gezamenlijke gesprek en het formuleren van een voorlopig gedeelde visie: ‘Waar willen we naartoe?’ mei 2025 Dialoog en reflectie met de praktijk Doel: Het toetsen van dit concept aan de praktijk en zorg voor draagvlak bij alle betrokken. ‘Hoe voelt dit voor ons? Juni-begin juli 2025 Ontwikkel- en actiesessie Doel: Verfijnen van de visie op basis van de feedback en de reflectie ‘wat moet beter’. En direct hieraan koppelen wat gaan we doen om praktijkervaring op te doen met de interprofessionele samenwerking: ‘waar gaan we beginnen’? Augustus 2025 Start met leren in de praktijk Doel: Implementeren van veranderingen in de praktijk, in kleine gecontroleerde settings. Q3 2025
eerste evaluatie, aanpassing, schaalvergroting
8/9
Doel: Op basis van de resultaten van het praktijkleren passen we de visie iteratief aan en worden succesvolle onderdelen op grotere schaal ingezet. NTB Verankering en communicatie Doel: Zorg voor structurele verankering in beleid en werkwijzen en het communiceren van de geleerde lessen. Succesfactoren Om te kunnen starten is allereerst een succesfactor als wij allen het commitment uitspreken dat er echt iets anders nodig is en dat dat verandering vraagt van alle stakeholders. Daarnaast zijn belangrijke succesfactoren: - Inclusiviteit: Betrek vanaf het begin ouders en professionals uit alle relevante disciplines. - Flexibiliteit: Sta open voor aanpassingen in elke fase van het proces. - Transparantie: Communiceer helder over doelen, stappen en resultaten. - Eigenaarschap: Zorg dat alle betrokkenen zich gehoord en verantwoordelijk voelen. - Focus op het kind: Houd steeds het belang van het jonge kind en het gezin centraal. - Tijd: Geef de noodzakelijke verandering de tijd en blijf achter je plan staan. Acuut probleem: de jonge kinderen die nu (schadelijk) wachten Het is tevens noodzakelijk om met een plan te komen voor de acute problemen die op dit moment zijn ontstaan voor kinderen die wachten op de noodzakelijke zorg of ondersteuning. Dit mag niet vergeten worden. De gemeente Den Haag heeft daarom in 2025 het volume voor de klassieke KDC kinderen uitgebreid (zie blz. 4).
Het voorstel is om met dezelfde dragers na de concept visie (en dus lange termijn visie) een actieplan te maken voor deze tijdelijke extra inzet voor deze kinderen en hier ook naar te gaan handelen. Het wordt zo een en-en benadering, met een korte en langere termijn-aanpak. Juist om te voorkomen dat we alleen maar over de korte termijn blijven nadenken, brandjes blijven blussen, schakels blijven bijplaatsen en dat daar alle reguliere inzet naartoe gaat. Wie hebben we nodig? Belangrijke stakeholders zijn: - Kinderopvang/VE locaties - JGZ - Scholen en schoolbesturen voor primair onderwijs - SPPOH - Kracht - rondomJou - Kansrijke start - KDC’s - Welzijn - Gemeente Den Haag (onderwijs-, jeugd- en volksgezondheid) Vanuit deze belangrijke stakeholders zijn dragers nodig. Dragers zijn onmisbaar in deze beweging, zij dragen eigenaarschap en verantwoordelijkheid om samen met de gemeente de uitdaging aan te gaan om duurzaam en structureel de zorg en ondersteuning voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand op een andere manier in te richten. Zij zorgen voor continuïteit, betrokkenheid en de noodzakelijke energie om een duurzame verandering te realiseren. De dragers zullen in alle sessies mee ontwikkelen. Als gemeente vragen we jullie partnerschap en commitment.
9/9