CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322737 Vrouwelijke Genitale Verminking

Commissie Samenleving 16 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 322737

Schriftelijke vragen: Vrouwelijke Genitale Verminking Raadslid: Marije Mostert (D66)

Datum: 02-07-2025

Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Afgelopen week bracht een aantal fracties uit de gemeenteraad een werkbezoek aan het VGVnazorgspreekuur (Vrouwelijke Genitale Verminking). Aldaar kregen zij een presentatie over het belangrijke werk van zowel de gynaecoloog als de medewerker nazorg. Daarnaast werden zij geïnformeerd over andere belangrijke initiatieven om VGV te voorkomen, in beeld te krijgen en te behandelen. Op dit moment draait het nazorgspreekuur een dag per week. In 2024 zijn er 19 cliënten geholpen en in 2025 zijn er tot dusver 11 cliënten behandeld. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen raadsleden Marije Mostert (D66), Fatima Faïd (Haagse Stadspartij), Hera Butt (GroenLinks) en Rita Verdonk (Hart voor Den Haag) de volgende vragen: Bovenstaande cijfers vertellen weinig over de hoeveelheid werk die hierachter zit. De ondersteuning, gesprekken en administratiekosten tot wel 10 uur per cliënt (afhankelijk van de route). De niet-patiënt gebonden werkzaamheden, zoals registratie, voortgang en evaluatie, het geven van voorlichting, deskundigheidsbevordering en bewustzijnsbevordering kosten zo’n 8 uur per maand. De nazorgmedewerker heeft slechts 8 uur per week op de maandag, dat maakt het lastig om de werkzaamheden in te plannen.

1) Is het college het met de vragenstellers eens dat een dag per week erg weinig is voor deze belangrijke werkzaamheden? Indien nee, graag een toelichting waarom niet. 2) Kan het college aangeven welke middelen er nodig zijn om het VGV-nazorgspreekuur een dag per week te laten draaien? Welke middelen zijn hiervan rijksmiddelen en welke zijn er incidenteel? 3) Welke middelen zijn er nodig om een extra dag VGV-nazorgspreekuur aan te bieden? De bekendheid van het VGV-nazorgspreekuur binnen de bestaande hulpverlening is nog beperkt. De inschatting is dat er een groot deel van de doelgroep niet in beeld is en die niet de hulp krijgt die ze mogelijk wel hard nodig heeft. De professionals geven aan dat er extra inzet nodig is om de verborgen vrouwen te bereiken. 4) Kan het college aangeven welke financiële middelen er nodig zijn om extra capaciteit te realiseren voor deskundigheidsbevordering van professionals en het bereiken van vrouwen buiten beeld? 5) In hoeverre is er op dit specifieke punt samenwerking met Haagse maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor deze doelgroep? 6) Welke mogelijkheden ziet het college nog meer om de bekendheid van het nazorgspreekuur VGV te vergroten?

Pagina 1 van 2

Het VGV-nazorgspreekuur heeft ook een preventieve werking, vrouwen die zich bewust zijn van hun eigen lichaam en VGV-gerelateerde klachten hebben, zullen andere keuzes voor hun dochters maken. 7) Is het college het met de vragenstellers eens dat het voorkomen van VGV het allerbelangrijkste is en dat het VGV-nazorgspreekuur hier een cruciale rol speelt? Indien nee, waarom niet? 8) Is het college met de vragenstellers van mening dat uitbreiding van het VGV-nazorgspreekuur cruciaal is als we VGV willen stoppen? Indien nee, waarom niet? Niet alleen Haagse vrouwen worden behandeld bij het VGV-nazorgspreekuur, ook vrouwen uit de regio kunnen hier terecht. 9) Is het college het met de indieners eens dat uitbereiding van het VGV-spreekuur met regionale functie noodzakelijk is en dat een samenwerking in de regio ook financieel voordelen kan hebben doordat andere gemeenten ook bijdragen aan de kosten? Sleutelpersonen uit de gemeenschap geven aan dat vertrouwen met de gemeenschap van cruciaal belang is. Dit wringt soms als het gaat om het melden van VGV. 10) Kan het college aangeven op welke manier sleutelfiguren vanuit de professionele hulpverlening ondersteund kunnen worden om wel te melden? Het aantal meldingen van VGV is laag, zo bleek tijdens het werkbezoek.

11) Op welke wijze is het meldprotocol VGV in de keten verankerd? 12) Welke mogelijkheden ziet het college om het aantal meldingen te verhogen? 13) Kan het college aangeven door welke instanties scholen worden ondersteund bij het doen van meldingen en is dit voldoende? Is er genoeg deskundigheidsbevordering? 14) Kan het college aangeven wat de handelingskaders zijn van de politie momenteel en welke behoefte is er vanuit de politie om VGV te stoppen? De zomervakantie is een risicoperiode voor VGV. Ouders nemen hun dochters in de leeftijd van 4-12 jaar oud mee naar het land van herkomst om VGV toe te passen. Sommige meisjes komen verminkt en getraumatiseerd terug, sommige meisje keren helemaal niet meer terug. 15) Kan het college nagaan op welke manier op dit moment de leerkrachten en intern begeleiders in het Haagse PO worden geïnformeerd over dit risico? 16) Hoe en door wie worden scholen met leerlingen uit risicolanden benaderd als het gaat om voorlichting en ondersteuning geven over dit soort risico-reizen? 17) Welke samenwerkingsverbanden zijn er om te voorkomen dat ouders hun dochters meenemen naar het buitenland met als doel VGV? De Tweede Kamer heeft het kabinet opgeroepen om scholen en hulpverleners nog voor de zomervakantie een brief te sturen met voorlichting en aanwijzingen wat zij kunnen doen.

18) Is hierover contact geweest met het Haagse college en hoe wordt deze oproep in Den Haag vormgegeven? Marije Mostert D66

Fatima Faïd Haagse Stadspartij

Hera Butt GroenLinks

Rita Verdonk Hart voor Den Haag

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15760034/1