RIS322694 Bijlage Akte van oprichting geredigeerd
Tekst van het document
1 MST/405297.02
AKTE VAN OPRICHTING (energie coöperatie Slim Strandnet U.A.)
Op [@datum@] tweeduizend vierentwintig verscheen voor mij, [@gegevens notaris@], notaris te Utrecht: [@gegevens medewerker notaris@] te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: 1.
[@gegevens oprichter@] (de Oprichter 1);
2.
[@gegevens oprichter@] (de Oprichter 2 en samen met de Oprichter 1: de Oprichters).
Volmachten Van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de comparant blijkt uit twee (2) onderhandse akten van volmacht, die in kopie aan deze akte zullen worden gehecht (Bijlagen 1 en 2). De Oprichters verklaarden bij dezen op te richten een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid, welke zal worden geregeerd door de navolgende statuten: STATUTEN: HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen 1.1
In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenis: (a)
Algemene Vergadering: de algemene vergadering van de Coöperatie in de zin van de wet;
(b)
Artikel: een artikel van de onderhavige Statuten;
(c)
Belet: belet als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaronder begrepen de situatie dat de desbetreffende persoon schriftelijk heeft aangegeven dat sprake is van belet gedurende een bepaalde periode;
(d)
Bestuur: het bestuur van de Coöperatie in de zin van de wet;
(e)
Bestuurder: elk lid van het Bestuur;
(f)
Coöperatie: de coöperatie waarvan de interne organisatie wordt beheerst door de Statuten;
(g)
Huishoudelijk Reglement: het huishoudelijk reglement van de Coöperatie als bedoeld in Artikel 34.2;
(h)
Ledenovereenkomst: de overeenkomst tussen ieder afzonderlijk Lid en de Coöperatie als bedoeld in Artikel 12, ter zake van het leveren van diensten aan en/of afnemen van diensten van de Coöperatie;
(i)
Ledenrekening: betekent in relatie tot een Lid, de rekening als bedoeld in Artikel 13;
2
(j)
Lid: een lid van de Coöperatie in de zin van de wet; tenzij het tegendeel blijkt, is daaronder begrepen zowel ieder Lid A, ieder Lid B als ieder Lid C;
(k)
Lidmaatschap: het lidmaatschap van de Coöperatie;
(l)
Lidmaatschapseisen: de Lidmaatschapseisen A, de Lidmaatschapseisen B dan wel de Lidmaatschapseisen C (al naar gelang het geval);
(m)
Lidmaatschapseisen A: de eisen die gesteld worden aan het Lidmaatschap van de Leden A als bedoeld in Artikel 5.1;
(n)
Lidmaatschapseisen B: de eisen die gesteld worden aan het Lidmaatschap van de Leden B als bedoeld in Artikel 5.2;
(o)
Lidmaatschapseisen C: de eisen die gesteld worden aan het
(p)
Lidmaatschap van de Leden C als bedoeld in Artikel 5.3; Lidmaatschapsrecht: met betrekking tot een Lid, alle rechten, verplichtingen en contractuele verhoudingen van het betreffende Lid ten opzichte van de Coöperatie en de andere Leden, voortvloeiend uit het Lidmaatschap, de Statuten, de wet en tussen de Coöperatie en het desbetreffende Lid gesloten Ledenovereenkomsten;
(q)
Personenvennootschap: een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een andere rechtsvorm die hiervoor in de plaats komt of aan wordt toegevoegd door wijziging van de
(r)
wet, indien en voor zover deze geen rechtspersoonlijkheid heeft; Rechtspersoon: een entiteit met rechtspersoonlijkheid;
(s)
schriftelijk: bij brief, e-mail of door een op andere wijze langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld;
(t)
Soortvergadering: de Soortvergadering A, de Soortvergadering B danwel de Soortvergadering C (al naar gelang het geval);
(u)
Soortvergadering A: het orgaan bestaande uit het Lid A dan wel een bijeenkomst van het Lid A (al naar gelang het geval);
(v)
Soortvergadering B: het orgaan bestaande uit de Leden B dan wel een bijeenkomst van de Leden B (al naar gelang het geval);
(w)
Soortvergadering C: het orgaan bestaande uit de Leden C dan wel een
(x)
bijeenkomst van de Leden C (al naar gelang het geval); Statuten: de statuten van de Coöperatie, zoals die van tijd tot tijd luiden.
(y)
Strandnet: verbindingen voor het transport van elektriciteit op strand Scheveningen en de daarmee verbonden transformator en andere hulpmiddelen op strand Scheveningen, behoudens voor zover deze liggen binnen de installatie van een lid van de coöperatie;
1.2
Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van deze Statuten, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven.
1.3
Overal waar in deze Statuten naar een persoon wordt verwezen in de mannelijke, vrouwelijke of onzijdige vorm, worden daarmee ook personen met een andere gender(identiteit) bedoeld.
1.4
Indien aan woorden in de enkelvoudsvorm een gedefinieerde betekenis wordt
3
toegekend, wordt daaronder mede de meervoudsvorm begrepen. HOOFDSTUK II. NAAM, ZETEL, DOEL EN AANSPRAKELIJKHEIDSREGIME Artikel 2. Naam, zetel, duur en aansprakelijkheid 2.1
De Coöperatie draagt de naam: energie coöperatie Slim Strandnet U.A.
2.2
De Coöperatie is gevestigd te gemeente 's-Gravenhage.
2.3
De Coöperatie is opgericht voor onbepaalde tijd.
2.4
De Leden en de voormalige Leden zijn niet verplicht bij te dragen in een
eventueel tekort bestaande ten tijde van de ontbinding van de Coöperatie. Artikel 3. Doel 3.1
De Coöperatie stelt zich ten doel: (a)
op een duurzame wijze te voorzien in bepaalde stoffelijke behoeften van de leden, waaronder het besparen van energiekosten en het zeker stellen van levering van elektriciteit, krachtens overeenkomsten met haar Leden gesloten (als onderdeel van de Lidmaatschapsrechten en, indien van toepassing, separate overeenkomsten die de Coöperatie is aangegaan met de Leden) in het kader van het bedrijf dat de Coöperatie te dien einde ten behoeve van haar Leden uitoefent of doet uitoefenen; de Coöperatie kan onder meer, ter realisering van haar doel, gelden aantrekken van haar Leden teneinde deze gelden te investeren;
(b)
in het verlengde daarvan: (i)
het op betaalbare, betrouwbare en veilige wijze beheren van lokale energienetwerken;
(ii)
het produceren of doen produceren van duurzame energie op en rond Strand Scheveningen, direct of indirect ten behoeve van de Leden;
(iii)
het stimuleren van het gebruik van duurzame, lokaal opgewekte energie in en rond Strand Scheveningen;
(iv)
het tegen vergoeding inzetten van de gezamenlijke flexibiliteit voor het verminderen van congestie en transportcapaciteitsproblemen;
(v)
Het samenwerken gericht op het afstemmen van vraag en aanbod en de inzet van flexcapaciteit om binnen de grenzen van de capaciteit van het Slim Strandnet te blijven.
(vi)
het collectief inkopen van energie en/of daaraan gerelateerde producten en/of diensten ten behoeve van haar Leden;
(vii)
het bevorderen van energiebesparing door haar Leden;
(viii)
het bevorderen van het welzijn en de sociale samenhang binnen gemeenschappen op en rond Strand Scheveningen in het algemeen en de samenwerking tussen Leden in het bijzonder.
(ix)
het stimuleren van en participeren in innovatie, in technologische, sociale, economische en institutionele zin, door het bieden van experimenteerruimte voor ideeën en initiatieven vanuit haar Leden;
(c)
het uitvoeren van alle handelingen gerelateerd aan het bovenstaande welke daaruit voortkomen of welke daaraan aanvullend of bevorderlijk zijn.
4
3.2
De Coöperatie tracht haar in Artikel 3.1 omschreven doel te bereiken door het uitvoeren of doen uitvoeren van de volgende ondernemingsactiviteiten in eigen naam en voor eigen rekening en risico: (a)
het investeren van het door de Leden beschikbaar gestelde vermogen met als doel voordeel te realiseren ten bate van de Leden;
(b)
het verstrekken van opdrachten aan derden met als doel het realiseren van de doelstellingen van de Coöperatie;
(c)
het ontwikkelen of doen ontwikkelen van innovatieve oplossingen ter
(d)
verwezenlijking van de doelstelling van de Coöperatie; het oprichten van, het op enigerlei wijze deelnemen in, het vervreemden, het besturen van en het toezicht houden op ondernemingen en vennootschappen;
(e)
het verzorgen en verstrekken van adviezen aan ondernemingen en vennootschappen waarin de Coöperatie een belang heeft;
(f)
het aangaan van overeenkomsten waarbij de Coöperatie zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt;
(g)
het aangaan van overeenkomsten voor onderhoud, en levering, teruglevering opslag en vergelijkbare marktactiviteiten;
(h)
het sluiten van contracten (aangaan van overeenkomsten), waaronder begrepen, maar niet daartoe beperkt: (i)
bruikleenovereenkomsten met betrekking tot het gebruik van energie gerelateerde zaken (zoals batterijen, transformators en kabels);
(ii)
overeenkomsten met energieleveranciers;
(iii)
aansluitovereenkomsten met Stedin met betrekking tot netaansluitingen;
(iv)
overeenkomsten met energiemarktpartijen voor specifieke energiemarktdiensten;
(v)
overeenkomsten met betrekking tot onderhoud en beheer van diverse energienet gerelateerde vermogensbestanddelen (waaronder software en hardware);
(vi)
overeenkomsten inzake energie management systemen;
(vii)
diverse uitvoeringscontracten ten behoeve van de technische en administratieve operatie;
(viii)
een 'purchase power agreement' voor zonnestroom met Energie Coöperatie Scheveningse Kust U.A.;
(ix)
aansluitovereenkomsten en overeenkomsten inzake de levering van energie met (onder meer) afdelingen van de gemeente 'sGravenhage en strandpaviljoens,
en al hetgeen op vorenstaande betrekking heeft of daartoe bevorderlijk kan zijn, 3.3
alles in de ruimste zin van het woord. De Coöperatie kan overeenkomsten als die welke zij met de Leden sluit ook met anderen aangaan, doch niet in een zodanige mate dat de overeenkomsten met de Leden slechts van ondergeschikte betekenis zijn.
5
HOOFDSTUK III. ORGANEN Artikel 4. Organen 4.1
4.2
De Coöperatie kent de volgende organen: (a)
de Algemene Vergadering;
(b)
het Bestuur;
(c)
de Soortvergadering A;
(d)
de Soortvergadering B;
(e)
de Soortvergadering C.
Elk orgaan is bevoegd om een of meer commissies in te stellen die belast zijn met de uitvoering van bepaalde taken van dat orgaan (onder de verantwoordelijkheid van dat orgaan).
HOOFDSTUK IV. LIDMAATSCHAP Artikel 5. Aanvraag van Lidmaatschap. Toelating van Leden. Lidmaatschapseisen 5.1
Lid A van de Coöperatie kan slechts zijn de gemeente 's-Gravenhage.
5.2
Leden B van de Coöperatie kunnen slechts zijn Rechtspersonen respectievelijk Personenvennootschappen die: (a)
een onderneming drijven op het gebied van recreatieve activiteiten;
(b)
zijn gevestigd in een gebouw dat niet door de gemeente 's-Gravenhage als onroerende zaak in de zin van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken is aangemerkt;
(c)
zijn gevestigd in een gebouw, waarvan het energiegebruik en eventuele energieteruglevering afzonderlijk gemeten kunnen worden.
5.3
Leden C van de Coöperatie kunnen slechts zijn natuurlijke personen en rechtspersonen die volgens de basisregistratie persoonsgegevens respectievelijk het handelsregister van de Kamer van Koophandel staan ingeschreven op een (bezoek)adres dat behoort tot de Haagse wijken "Oud Scheveningen", "Visserijbuurt" respectievelijk "Statenkwartier" en deelnemer zijn in het Strandnet , waarbij zij niet fysiek zijn verbonden met Strandnet zijnde de transformator en andere hulpmiddelen op het strand.
5.4
De Algemene Vergadering is bevoegd om – al dan niet voorwaardelijk – ontheffing te verlenen van de Lidmaatschapseisen. Een besluit tot ontheffing kan slechts worden genomen op voorstel van het Bestuur en met een zodanige meerderheid van de stemmen dat deze meerderheid ten minste zeventig procent (70%) van het totaal aantal stemmen van alle (al dan niet ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde) Leden vertegenwoordigt.
5.5
Het Lidmaatschap moet schriftelijk worden aangevraagd bij het Bestuur, onder vermelding van alle informatie die door het Bestuur benodigd is om te beoordelen of de aanvrager voldoet aan de Lidmaatschapseisen. Het Bestuur is bevoegd om de aanvrager om aanvullende informatie te vragen.
5.6
Het Bestuur beslist over toelating. Het Bestuur geeft van een besluit omtrent toelating onverwijld schriftelijk bericht aan de aanvrager. Tegen (een besluit tot) niet-toelating staat beroep open bij de Algemene Vergadering.
5.7
Bij het besluit tot toelating worden de verdere voorwaarden tot toelating bepaald.
6
Vertegenwoordiging van een Lid jegens de Coöperatie 5.8
Het Lidmaatschap van een Personenvennootschap betekent het Lidmaatschap van de gezamenlijke vennoten van die Personenvennootschap. De Personenvennootschap wordt daarbij beschouwd als één Lid. De vennoten van de Personenvennootschap zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen als de vennoot die namens de Personenvennootschap de Lidmaatschapsrechten zal uitoefenen. De personalia van deze persoon dienen schriftelijk aan de Coöperatie kenbaar te worden gemaakt. Indien zich hierin wijzigingen voordoen, dient de Personenvennootschap de Coöperatie daarvan onverwijld schriftelijk in kennis te stellen. De Lidmaatschapsrechten van de Personenvennootschap kunnen alleen worden uitgeoefend door een vennoot die bestuursbevoegdheid heeft.
5.9
Een Lid-rechtspersoon is gehouden een persoon aan te wijzen die de rechtspersoon bij uitoefening van zijn Lidmaatschapsrechten vertegenwoordigt. Indien zich hierin wijzigingen voordoen, dient de rechtspersoon de Coöperatie daarvan onverwijld schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel 6. Ledenregister 6.1
Het Bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle Leden zijn opgenomen.
6.2
Het ledenregister kan in digitale vorm worden aangehouden.
6.3
leder Lid is verplicht om aan de Coöperatie schriftelijk opgave te doen van de gegevens als bedoeld in Artikel 6.1 alsmede wijzigingen daarin.
6.4
Het Bestuur verstrekt kosteloos op verzoek van een Lid een uittreksel uit het ledenregister ter zake van zijn Lidmaatschap en het daaraan verbonden Lidmaatschapsrecht. Het Bestuur legt het ledenregister voor de Leden ter inzage ten kantore van de Coöperatie of op een andere daartoe geschikte plaats, met dien verstande dat ieder Lid slechts inzage heeft in dat deel van het ledenregister
dat betrekking heeft op zijn Lidmaatschap. Artikel 7. Overdracht en overgang van Lidmaatschap en Lidmaatschapsrecht 7.1
Het Lidmaatschap is voor overdracht of overgang vatbaar. Een overdracht van het Lidmaatschap kan enkel plaatsvinden mits: (a)
de verkrijger van het Lidmaatschap aan de voor dat Lidmaatschap geldende Lidmaatschapseisen voldoet; en
(b) 7.2
de overdracht wordt goedgekeurd door het Bestuur.
Het Lidmaatschap van een Rechtspersoon die door fusie of splitsing ophoudt te bestaan, gaat over op de verkrijgende Rechtspersoon onderscheidenlijk overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving over op één van de verkrijgende Rechtspersonen, mits: (a)
de verkrijger van het Lidmaatschap aan de voor dat Lidmaatschap geldende Lidmaatschapseisen voldoet; en
(b) 7.3
het Bestuur hieraan zijn goedkeuring verleent.
Verpanding van een Lidmaatschap en het daaraan verbonden Lidmaatschapsrecht is niet toegestaan.
Artikel 8. Einde van het Lidmaatschap 8.1
Het Lidmaatschap van een Lid eindigt doordat die Rechtspersoon ophoudt te
7
bestaan. 8.2
Voorts eindigt het Lidmaatschap en daaraan verbonden Lidmaatschapsrecht van een Lid met inachtneming van het bepaalde in Artikel 9 tot en met Artikel 11 door:
8.3
(a)
opzegging door het Lid;
(b)
opzegging door de Coöperatie aan het Lid; respectievelijk
(c)
ontzetting van het Lid.
Wanneer het Lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt (op welke wijze dan ook), blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd en blijft het betrokken Lid – totdat de tussen de Coöperatie en het desbetreffende Lid gesloten Ledenovereenkomst met inachtneming van het daarin bepaalde is geëindigd – gebonden aan (alle diens verplichtingen jegens de Coöperatie uit hoofde van) voormelde Ledenovereenkomst.
8.4
Door beëindiging van het Lidmaatschap, op welke wijze dan ook, verliest het Lid alle daaraan verbonden Lidmaatschapsrechten en is het Lid verplicht op eerste aanmaning van het Bestuur alle bedragen die het uit welken hoofde dan ook aan de Coöperatie verschuldigd mocht zijn, in de kas van de Coöperatie te storten.
Artikel 9. Opzegging door het Lid; uittreedvoorwaarden 9.1
Een Lid kan het Lidmaatschap slechts opzeggen indien: (a)
het lidmaatschap niet eerder eindigt dan nadat ten minste twee (2) jaren zijn verstreken sinds de aanvang van het Lidmaatschap van het betrokken Lid,
(b)
de opzegging met inachtneming van een opzeggingstermijn van één (1) jaar, ten minste vier (4) weken voor het einde van het lopend boekjaar bij het bestuur kenbaar gemaakt is,
(c)
het lidmaatschap uitsluitend aan het eind van een boekjaar kan eindigen,
(d)
het Lid alsdan een uittreedvergoeding aan de Coöperatie verschuldigd is gelijk aan tweemaal de meest recente jaarlijkse Slim Strandnet transportvergoeding waarvan de hoogte jaarlijks wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering op basis van de capaciteit van een aansluiting zoals opgenomen in de aansluitovereenkomst.
9.2
Een opzegging in strijd met het bepaalde in Artikel 9.1, doet het Lidmaatschap en daaraan verbonden Lidmaatschapsrecht eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
9.3
Echter, het Lidmaatschap kan onmiddellijk door opzegging door een Lid worden beëindigd, indien: (a)
van het Lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het Lidmaatschap te laten voortduren; of
(b)
een besluit is genomen waarbij de rechten van het Lid zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard dan wel een besluit tot omzetting van de Coöperatie in een andere rechtsvorm of tot fusie of splitsing in de zin van Boek 2, Titel 7 van het Burgerlijk Wetboek, is genomen en het Lid binnen een maand nadat het besluit hem bekend is geworden het Bestuur in kennis heeft gesteld van zijn voornemen het Lidmaatschap met onmiddellijke ingang te willen beëindigen.
8
In geval van opzegging door het Lid als bedoeld onder (b) is het besluit waarbij de rechten van het Lid zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, niet op dat Lid van toepassing. De bevoegdheid tot opzegging door een Lid als bedoeld onder (b) geldt niet voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen. 9.4
Opzegging van het Lidmaatschap kan slechts geschieden door een door het Lid ondertekende, gedagtekende, schriftelijke verklaring. Het Lid dat de opzegging doet, ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging van het Bestuur.
Artikel 10. Opzegging door de Coöperatie 10.1
Het Bestuur kan besluiten tot het doen van een opzegging door de Coöperatie aan een Lid: (a)
het desbetreffende Lid heeft opgehouden te voldoen aan de op hem van toepassing zijnde Lidmaatschapseisen (voor zover het Lid hiervan niet – al dan niet voorwaardelijk – is vrijgesteld);
(b)
indien het betrokken Lid A of B niet langer een aansluiting op het lokale net heeft, waarbij onder aansluiting wordt verstaan de verbinding tussen het Strandnet en de installatie van het Lid, waarbij onder aansluiting wordt verstaan het overdrachtspunt tussen het Strandnet en de installatie van het Lid, zijnde het samenstel van elektrisch materieel en leidingen van dat lid, te rekenen na het overdrachtspunt;
(c)
wanneer een Lid zijn verplichtingen tegenover de Coöperatie niet nakomt of de belangen van de Coöperatie schaadt, in welk geval de opzegging kan alleen plaatshebben tegen het einde van het lopende boekjaar met inachtneming van een termijn van ten minste vier (4) weken;
(d)
wanneer redelijkerwijs van de Coöperatie niet gevergd kan worden het Lidmaatschap te laten voortduren, in welk geval de opzegging met onmiddellijke ingang kan plaatshebben.
10.2
De opzegging van het Lidmaatschap wordt door het Bestuur aan de betrokkene per aangetekende brief ter kennis gebracht, onder vermelding van de gronden waarop de opzegging rust. Tegen deze opzegging staat beroep open bij de Algemene Vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het Lid geschorst.
Artikel 11. Ontzetting 11.1
Ontzetting uit het Lidmaatschap kan geschieden wanneer een Lid handelt in strijd met de Statuten, reglementen of besluiten van de Coöperatie of de Coöperatie op onredelijke wijze benadeelt.
11.2
De ontzetting wordt uitgesproken door het Bestuur onder vermelding van de feiten waarop het besluit is gegrond. Het Bestuur doet van het besluit per aangetekende brief mededeling aan het betrokken Lid. Tegen deze ontzetting staat beroep open bij de Algemene Vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het Lid geschorst.
Artikel 12. Ledenovereenkomst 12.1
Naast het Lidmaatschap dient tussen ieder afzonderlijk Lid en de Coöperatie een overeenkomst in de zin van artikel 2:53 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek te bestaan.
9
12.2
De Coöperatie kan ook andere overeenkomsten met haar Leden aangaan betreffende aanvullende rechten en verplichtingen van ieder Lid ten opzichte van de Coöperatie en eventueel de Leden onderling.
12.3
De Coöperatie kan de overeenkomsten die zij met haar Leden sluit ook met derden aangaan, maar niet in zodanige mate dat de overeenkomsten met de Leden van ondergeschikte betekenis worden.
Artikel 13. Ledenrekeningen 13.1
De Coöperatie houdt in haar boeken voor ieder Lid een aparte Ledenrekening aan.
13.2
Over het saldo op een Ledenrekening wordt geen rente vergoed, tenzij de Vergadering op voorstel van het Bestuur anders beslist.
13.3
Op een Ledenrekening wordt respectievelijk geboekt: (a)
de waarde van de door het Lid en de Coöperatie overeengekomen bijdrage, berekend per de datum van die bijdrage;
13.4
(b)
boekingen als bedoeld in de Artikelen 13.4, 13.5 en 31.5;
(c)
uitkeringen als bedoeld in de Artikelen 13.6 en 13.7.
Een tekort mag slechts ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves worden gebracht voor zover de wet dat toestaat. Een tekort mag slechts ten laste van de Ledenrekeningen worden gebracht (naar rato van de saldi van de Ledenrekeningen), indien en voor zover er geen reserves zijn ten laste waarvan dat tekort kan worden gedekt.
13.5
Indien ingevolge het bepaalde in Artikel 13.4 een tekort ten laste van de Ledenrekeningen is gebracht, kan eerst tot herstel van reserves van de Coöperatie worden overgegaan nadat hetgeen ten laste van de Ledenrekeningen is gebracht volledig is aangezuiverd. Aanzuivering vindt telkens plaats naar rato van de saldi van de Ledenrekeningen.
13.6
De Algemene Vergadering kan op voorstel van het Bestuur besluiten tot het doen van een uitkering ten laste van (het positieve saldo van) de Ledenrekeningen. Uitkeringen kunnen slechts geschieden aan alle Leden naar rato van de saldi van hun Ledenrekeningen.
13.7
Het saldo van een Ledenrekening wordt uitgekeerd aan het Lid ten behoeve van wie deze rekening wordt aangehouden, indien en zodra het Lidmaatschap van dat Lid anders dan door ontzetting eindigt, met dien verstande dat: (a)
op het saldo van de Ledenrekening de eventueel door het betrokken Lid verschuldigde uittreedvergoeding als bedoeld in Artikel 9.1 in mindering wordt gebracht;
(b)
het totaalbedrag wordt terugbetaald aan het betreffende Lid in een maximum aantal van [@aantal@] (even grote) jaarlijkse termijnen, welk aantal wordt vastgesteld door het Bestuur;
(c)
de eerste termijn is eerst verschuldigd wanneer [@periode@] is verstreken sinds de beëindiging van het Lidmaatschap, met dien verstande dat het Bestuur vrijwillig kan besluiten dat de eerste termijn eerder verschuldigd is; en
(d)
de betaling van elke termijn is slechts toegestaan indien en voor zover het Bestuur weet of redelijkerwijs kan voorzien dat de Coöperatie na de
10
betaling kan blijven voortgaan met het voldoen van haar opeisbare verplichtingen. Het bestuur weigert slechts goedkeuring indien het weet of redelijkerwijs moet voorzien dat de Coöperatie na de uitkering niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare verplichtingen. Indien als gevolg van het bepaalde in de vorige zin het saldo van een Ledenrekening niet geheel wordt voldaan, komt het Bestuur met het betreffende Lid een betalingsregeling overeen voor het niet uitgekeerde deel van het saldo. Nadere regels met betrekking tot voornoemde terugbetaling worden vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement. Artikel 14. Verplichtingen van de Leden De Algemene Vergadering kan op voorstel van het Bestuur aan de Leden verplichtingen opleggen tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage dan wel dergelijke bestaande verplichtingen wijzigen. HOOFDSTUK V. BESTUUR Artikel 15. Bestuur: taken en bevoegdheden 15.1
Behoudens de beperkingen volgens deze Statuten is het Bestuur belast met het besturen van de Coöperatie, waaronder begrepen maar niet daartoe beperkt: (a)
de algemene leiding van de Coöperatie, waaronder de strategische beleidsvorming, het opmaken van het jaarplan, de begroting, het bestuursverslag respectievelijk de jaarrekening;
(b)
het op hoofdlijnen toezicht houden op de beleidsuitvoering door degenen aan wie het Bestuur de beleidsuitvoering heeft gedelegeerd;
(c)
alle overige specifiek in de Statuten aan het Bestuur toegekende bevoegdheden (zoals het bijeenroepen van vergaderingen).
15.2
Bij de vervulling van hun taak richten de Bestuurders zich naar het belang van de Coöperatie en de met haar verbonden onderneming.
15.3
Het Bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid ook onderdelen van zijn taak te doen voorbereiden of uitvoeren door één of meer commissies die door het Bestuur worden benoemd.
Artikel 16. Bestuur: omvang en kwaliteitseisen 16.1
Het Bestuur bestaat uit een door de Algemene Vergadering vast te stellen aantal van ten minste één (1) Bestuurder.
16.2
Zowel Leden als niet-Leden kunnen Bestuurder zijn. Slechts natuurlijke personen kunnen Bestuurder zijn.
16.3
De Algemene Vergadering kan een profielschets opstellen voor de omvang en samenstelling van het Bestuur, rekening houdend met de aard van de Coöperatie, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de Bestuurders. De profielschets worden bij elke wisseling in het Bestuur door de Algemene Vergadering geëvalueerd.
Artikel 17. Bestuur: benoeming, schorsing en defungeren 17.1
Bestuurders worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Algemene Vergadering.
17.2
Bestuurders worden benoemd voor een bij benoeming te bepalen termijn van ten
11
hoogste vier (4) jaar. Een Bestuurder kan maximaal tweemaal worden herbenoemd en zodoende dus maximaal twaalf (12) jaar in functie zijn als Bestuurder. 17.3
Een schorsing als beschreven in artikelen 10.2 en 11.2 kan één of meerdere malen worden verlengd, maar zal in totaal niet langer dan drie (3) maanden duren. Is na verloop van die periode geen beslissing genomen tot opheffing van de schorsing of tot ontslag, dan eindigt de schorsing.
17.4
Het Bestuur stelt een rooster van aftreden op.
17.5
Een Bestuurder defungeert: (a)
door zijn overlijden;
(b)
door zijn vrijwillig aftreden;
(c)
door het verstrijken van de termijn waarvoor hij was benoemd;
(d)
doordat hij failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of ten aanzien van hem wordt verzocht om toepassing van de Wet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
(e)
door zijn ondercuratelestelling of door een rechterlijke beslissing waarbij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand een bewind over een of meer van zijn goederen wordt ingesteld;
(f)
door het voorvallen van een gebeurtenis naar het recht van een andere jurisdictie die het equivalent vormt van een gebeurtenis als bedoeld onder (d) respectievelijk (e);
(g)
door zijn aftreden volgens het rooster van aftreden als bedoeld in Artikel 17.4;
(h)
door zijn ontslag verleend door de Algemene Vergadering.
Artikel 18. Bestuur: voorzitter, secretaris en penningmeester 18.1
Het Bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan en treft een regeling voor de vervanging van de voorzitter in geval van zijn afwezigheid.
18.2
Indien het bestuur uit meerdere personen bestaat, is het bevoegd uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan te wijzen.
18.3
Het Bestuur stelt voor de in dit artikel bedoelde functies een profielschets vast.
Artikel 19. Bestuur: bezoldiging 19.1
Aan Bestuurders kan een bezoldiging worden toegekend door de Algemene Vergadering.
19.2
Bestuurders hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte, in verhouding tot hun functie redelijke en schriftelijk verantwoorde kosten.
Artikel 20. Bestuur: ontstentenis en Belet 20.1
In geval van ontstentenis of Belet van een Bestuurder zijn de overblijvende Bestuurders tijdelijk met het besturen van de Coöperatie belast.
20.2
In geval van ontstentenis of Belet van alle Bestuurders wordt de Coöperatie tijdelijk bestuurd door één of meer andere personen die daartoe worden aangewezen door de Algemene Vergadering.
Artikel 21. Bestuur: besluitvorming 21.1
Het Bestuur vergadert zo dikwijls als een Bestuurder dit nodig acht.
12
21.2
De oproeping voor een bestuursvergadering geschiedt door een Bestuurder door middel van een schriftelijke uitnodiging met inachtneming van een termijn van ten minste zeven (7) dagen, de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend. In urgente gevallen (ter beoordeling van de voorzitter) kan een bestuursvergadering worden gehouden met inachtneming van een oproepingstermijn van twee (2) dagen, de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend.
21.3
De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het Bestuur of in geval van diens afwezigheid, door diens vervanger als bedoeld in Artikel 18.1.
21.4
Iedere Bestuurder heeft één (1) stem.
21.5
Tenzij in deze Statuten een andere meerderheid is voorgeschreven, kunnen alle bestuursbesluiten slechts worden genomen met een volstrekte meerderheid van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin ten minste de meerderheid van de in functie zijnde Bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
21.6
Bij staking van stemmen binnen het Bestuur, wordt het besluit genomen door de Algemene Vergadering.
21.7
Een Bestuurder kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigde andere Bestuurder.
21.8
Een Bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming, indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Coöperatie en de met haar verbonden onderneming. Wanneer ten aanzien van alle Bestuurders sprake is van een dergelijk persoonlijk belang, wordt het besluit genomen door de Algemene Vergadering.
21.9
Besluiten van het Bestuur kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde Bestuurders is voorgelegd en geen van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen, wordt door de notulist van het Bestuur een verslag opgemaakt dat door de voorzitter en de notulist van het Bestuur wordt ondertekend. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde Bestuurders.
21.10
Een Bestuurder kan aan een vergadering van het Bestuur deelnemen door middel van een elektronisch communicatiemiddel, mits: (a)
hij kan worden geïdentificeerd door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
(b)
hij rechtstreeks kennis kan nemen van de verhandelingen ter vergadering door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
(c)
hij kan deelnemen aan de beraadslaging door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
(d)
hij zijn stemrecht kan uitoefenen door middel van dat elektronisch communicatiemiddel; en
(e)
het betrokken elektronische communicatiemiddel is goedgekeurd door het Bestuur.
Het Bestuur kan een lijst opstellen van elektronische communicatiemiddelen die
13
zijn goedgekeurd voor het bijwonen, toespreken en uitoefenen van het stemrecht in vergaderingen van het Bestuur. Een Bestuurder die door middel van een elektronisch communicatiemiddel deelneemt aan de vergadering, wordt geacht bij de vergadering aanwezig te zijn. Artikel 22. Bestuur: Goedkeuring van bestuursbesluiten 22.1
De Algemene Vergadering is bevoegd een of meer besluiten van het Bestuur aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het Bestuur te worden medegedeeld.
22.2
Onverminderd het elders in deze Statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de Soortvergadering A onderworpen de besluiten van het Bestuur omtrent: (a)
investeringen in infrastructuur, hardware en software;
(b)
verrekenmodellen voor interne en onderlinge verrekening van door de Leden verbruikte en opgewekte stroom alsmede voor de doorberekening van de door de Coöperatie ingekochte en teruggeleverde stroom;
(c)
de keuze van energieleverancier, die namens de Leden door de Coöperatie gecontracteerd wordt om gezamenlijke stroom in te kopen en terug te leveren;
(d)
de keuze van de beheerder van de energie gerelateerde zaken.
(e)
de zaken die op grond van vigerende wet- en regelgeving de goedkeuring van de gemeente 's-Gravenhage vereisen.
De hiervoor bedoelde besluiten zijn niet aan de goedkeuring van de Soortvergadering A onderworpen, indien en voor zover: (a)
het daarmee gemoeide belang een door de Soortvergadering A schriftelijk vastgelegd bedrag niet te boven gaat; en/of
(b)
het gaat om besluiten welke de uitvoering vormen van door de Soortvergadering A goedgekeurde plannen, blijkende uit een strategieplan, jaarplan, dan wel een begroting.
22.3
Onverminderd het elders in deze Statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de Soortvergadering B onderworpen de besluiten van het Bestuur omtrent: (a)
investeringen in infrastructuur, hardware en software;
(b)
verrekenmodellen voor interne en onderlinge verrekening van door de Leden verbruikte en opgewekte stroom alsmede voor de doorberekening van de door de Coöperatie ingekochte en terug geleverde stroom;
(c)
de keuze van energieleverancier, die namens de Leden door de Coöperatie gecontracteerd wordt om gezamenlijke stroom in te kopen en terug te leveren.
De hiervoor bedoelde besluiten zijn niet aan de goedkeuring van de Soortvergadering B onderworpen, indien en voor zover: (a)
het daarmee gemoeide belang een door de Soortvergadering B schriftelijk vastgelegd bedrag niet te boven gaat; en/of
(b)
het gaat om besluiten welke de uitvoering vormen van door de Soortvergadering B goedgekeurde plannen, blijkende uit een strategieplan, jaarplan, dan wel een begroting.
14
22.4
Onverminderd het elders in deze Statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de Soortvergadering C onderworpen de besluiten van het Bestuur omtrent verrekenmodellen voor interne en onderlinge verrekening van de verbruikte en opgewekte stroom tussen de Leden C enerzijds en de Leden A en B anderzijds. De hiervoor bedoelde besluiten zijn niet aan de goedkeuring van de Soortvergadering C onderworpen, indien en voor zover: (a)
het daarmee gemoeide belang een door de Soortvergadering C schriftelijk vastgelegd bedrag niet te boven gaat; en/of
(b)
het gaat om besluiten welke de uitvoering vormen van door de Soortvergadering C goedgekeurde plannen, blijkende uit een strategieplan, jaarplan, dan wel een begroting.
22.5
Het ontbreken van een goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het Bestuur en de Bestuurders niet aan.
Artikel 23. Bestuur: Vertegenwoordiging 23.1
Het Bestuur vertegenwoordigt de Coöperatie, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
23.2
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de Coöperatie komt mede toe aan twee (2) Bestuurders, gezamenlijk handelend.
23.3
Het Bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. leder van hen vertegenwoordigt de Coöperatie met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld.
Hun titulatuur wordt door het Bestuur bepaald. HOOFDSTUK VI. ALGEMENE VERGADERING Artikel 24. Algemene Vergadering: taken en bevoegdheden Aan de Algemene Vergadering komen in de Coöperatie de volgende bevoegdheden toe: (a)
wijziging van de Statuten, juridische fusie en juridische splitsing;
(b)
benoeming van Bestuurders;
(c)
vaststelling van de jaarrekening;
(d)
vaststelling van de contributie;
(e)
bestemming van de winst en het doen van uitkeringen;
(f)
verlening van kwijting aan Bestuurders;
(g)
vaststelling van de bezoldiging van Bestuurders;
(h)
het fungeren als beroepsinstantie bij opzegging aan en ontzetting van Leden;
(i)
ontbinding van de Coöperatie;
(j)
alle bevoegdheden die niet door de wet of de Statuten aan het Bestuur of (een van) de Soortvergaderingen zijn opgedragen.
Artikel 25. Algemene Vergadering: vergaderingen 25.1
Een Algemene Vergadering wordt bijeengeroepen door de voorzitter van het Bestuur, door het Bestuur, zo dikwijls zij dit wenselijk oordelen, of indien het daartoe volgens de wet of de Statuten verplicht is.
25.2
De oproeping van de Algemene Vergadering geschiedt door een schriftelijke uitnodiging met inachtneming van een termijn van ten minste eenentwintig (21) dagen, de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend. Indien een Lid hiermee instemt, kan de oproeping geschieden door een langs
15
elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de Lid voor dit doel aan de Coöperatie is bekend gemaakt. 25.3
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
25.4
Algemene Vergaderingen worden gehouden op een door degene(n) die de vergadering bijeenroept te bepalen plaats.
25.5
Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal Leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte van de stemmen in de Algemene Vergadering, is het Bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan vier (4) weken na indiening van een verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien (14) dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het Bestuur de Algemene Vergadering bijeenroept.
25.6
De Algemene Vergadering wordt voorgezeten door een al dan niet uit haar midden door de Algemene Vergadering aangewezen persoon. Tot het moment waarop dat is gebeurd, treedt de in leeftijd oudste ter vergadering aanwezige persoon op als voorzitter van de vergadering.
25.7
De Algemene Vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de Algemene Vergadering worden gehouden.
25.8
Ieder Lid en iedere Bestuurder is bevoegd Algemene Vergaderingen bij te wonen. Leden kunnen zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander Lid, met dien verstande dat een Lid niet voor meer dan vijf (5) andere Leden als gevolmachtigde kan optreden. Geen toegang hebben geschorste Leden respectievelijk geschorste Bestuurders, met dien verstande dat het geschorste Lid respectievelijk de geschorte Bestuurder toegang heeft tot de Algemene Vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld en alsdan bevoegd is ten aanzien van zijn schorsing het woord te voeren.
25.9
ledere stemgerechtigde die ter vergadering aanwezig is, moet de presentielijst tekenen. De voorzitter van de vergadering kan bepalen dat de presentielijst ook moet worden getekend door andere personen die ter vergadering aanwezig zijn.
25.10
Omtrent de toelating van andere personen tot de vergadering beslist de Algemene Vergadering.
Artikel 26. Algemene Vergadering: besluitvorming 26.1
Een Lid A heeft in de Algemene Vergadering drieduizend (3.000) stemmen. Een Lid B heeft in de Algemene Vergadering een aantal stemmen dat gelijk is aan drieduizend (3.000) gedeeld door het totaal aantal Leden B, naar beneden afgerond op gehele op gehele getallen). Een Lid C heeft in de Algemene Vergadering een aantal stemmen dat gelijk is aan drieduizend (3.000) gedeeld door het totaal aantal Leden C, naar beneden afgerond op gehele op gehele getallen).
26.2
Voor zover de wet of deze Statuten niet anders voorschrijven, worden besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een volstrekte meerderheid van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin ten minste de helft van het totaal
16
aantal Leden aanwezig of vertegenwoordigd is. 26.3
Stemming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde aanwezige hoofdelijke stemming verlangt.
26.4
Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.
26.5
Voor de verkiezing van een persoon wordt bij de eerste stemming een volstrekte meerderheid vereist. Indien bij deze eerste stemming niemand een volstrekte meerderheid heeft verkregen, dan vindt een nieuwe stemming plaats waarbij gestemd wordt tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, uitgezonderd evenwel de persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen werd uitgebracht. Het bepaalde in de vorige volzin wordt herhaald, totdat: (a)
hetzij één persoon een volstrekte meerderheid heeft verkregen;
(b)
hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot. 26.6
Alle stemmingen geschieden mondeling. De Algemene Vergadering kan echter bepalen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
26.7
Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Indien onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan wordt betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond en ten minste één stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
26.8
Van het ter vergadering verhandelde worden notulen gehouden door een daartoe door de Algemene Vergadering – al dan niet uit haar midden – aangewezen persoon.
26.9
Deze notulen worden in dezelfde of in een volgende Algemene Vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend.
26.10
Zolang in een Algemene Vergadering alle Leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met unanimiteit, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen — dus ook een voorstel tot statutenwijziging, juridische fusie, juridische splitsing of ontbinding — ook al is de oproeping niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.
26.11
Een unaniem besluit van alle Leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het Bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de Algemene Vergadering.
26.12
Bestuurders hebben als zodanig een raadgevende stem in de Algemene
17
Vergadering.
18
Artikel 27. Algemene Vergadering: deelname aan vergadering door middel van een elektronisch communicatiemiddel 27.1
Een Lid kan het stemrecht uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel.
27.2
Voor de toepassing van Artikel 27.1 is vereist dat het Lid via het elektronisch communicatiemiddel: (a)
kan worden geïdentificeerd;
(b)
rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering;
(c)
het stemrecht kan uitoefenen; en
(d)
kan deelnemen aan de beraadslaging.
Een Lid dat door middel van een elektronisch communicatiemiddel deelneemt aan de vergadering, wordt geacht bij de vergadering aanwezig te zijn. 27.3
In het Huishoudelijk Reglement kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, worden deze voorwaarden bij de oproeping bekend gemaakt.
HOOFDSTUK VII. SOORTVERGADERINGEN Artikel 28. Soortvergaderingen 28.1
Soortvergaderingen worden gehouden indien ingevolge deze Statuten door de desbetreffende Soortvergadering een besluit moet worden genomen en voorts zo dikwijls het Bestuur zulks wenselijk oordeelt.
28.2
Tevens is het Bestuur, op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van tien procent (10%) van de Leden van een soort, verplicht een Soortvergadering van de desbetreffende soort bijeen te roepen. Indien aan zodanig verzoek niet binnen veertien (14) dagen gevolg wordt gegeven, zijn de verzoekers zelf tot de bijeenroeping bevoegd.
28.3
De bijeenroeping van een Soortvergadering geschiedt door het Bestuur, onverminderd het bepaalde in Artikel 28.2. De oproeping geschiedt niet later dan op de veertiende dag voor die van de vergadering, de dag van verzending van de oproep en die van de vergadering niet meegerekend.
28.4
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld. Onderwerpen die niet bij de oproeping zijn vermeld, kunnen nader worden aangekondigd zulks met inachtneming van de in Artikel 28.2 bedoelde termijn.
28.5
De Soortvergaderingen worden gehouden ter plaatse in de oproeping vermeld, zulks ter keuze van degene van wie de oproeping uitgaat.
28.6
28.7
Toegang tot de Soortvergadering hebben: (a)
de Leden van de desbetreffende soort;
(b)
de voorzitter van de vergadering;
(c)
de Bestuurders; alsmede
(d)
zij, die daartoe door de vergadering zijn uitgenodigd.
Een Lid kan zich in een Soortvergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander Lid van dezelfde soort.
28.8
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het Bestuur. Wordt op deze wijze niet in haar leiding voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
19
Artikel 29. Besluitvorming van de Soortvergadering 29.1
Besluiten van: (a)
de Soortvergadering A kunnen worden genomen in een vergadering van de Leden A;
(b)
de Soortvergadering B kunnen worden genomen in een vergadering van de Leden B;
(c)
de Soortvergadering C kunnen worden genomen in een vergadering van de Leden C.
29.2
In een Soortvergadering heeft ieder Lid van de desbetreffende soort één (1) stem.
29.3
Hetgeen in de Artikelen 24, 25, 26 en 27 is bepaald omtrent de Algemene Vergadering is van overeenkomstige toepassing op Soortvergaderingen, voor zover in dit Hoofdstuk VII geen afwijkende regeling is getroffen.
29.4
Met instemming van de ter vergadering aanwezige leden van de betreffende Soortvergadering kan een Soortvergadering gelijktijdig met een Algemene Vergadering worden gehouden.
HOOFDSTUK VIII. FINANCIËN Artikel 30. Boekjaar, jaarrekening, jaarverslag en accountantscontrole 30.1
Het boekjaar van de Coöperatie is gelijk aan het kalenderjaar.
30.2
Jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn volgens de wet, maakt het Bestuur een jaarrekening en een bestuursverslag op. De opgemaakte jaarrekening wordt ondertekend door de Bestuurders. Ontbreekt de handtekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
30.3
De Coöperatie is verplicht aan een accountant opdracht verlenen tot onderzoek van de jaarrekening. Tot het verlenen van de opdracht is de Algemene Vergadering bevoegd. Het Bestuur zal hiertoe bevoegd zijn ingeval de Algemene Vergadering nalaat een accountant te benoemen. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het Bestuur. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De accountantsverklaring wordt beschikbaar gesteld aan de Leden. De bepalingen van artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek zullen voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.
30.4
Het Bestuur legt de opgemaakte jaarrekening, het bestuursverslag en de krachtens artikel 2:392 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de Algemene Vergadering bestemd tot behandeling van de jaarrekening, ten kantore van de Coöperatie ter inzage voor de Leden. De stukken worden ook bij de oproep voor bedoelde Algemene Vergadering gevoegd.
30.5
De jaarrekening wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering.
30.6
Voor decharge van de Bestuurders is een afzonderlijk besluit van de Algemene Vergadering vereist.
30.7
Blijkt uit de vastgestelde jaarrekening van de Coöperatie een tekort dan wordt het tekort ten laste gebracht van de algemene reserve.
30.8
Blijkt uit de vastgestelde jaarrekening van de Coöperatie een surplus, dan kan het Bestuur een voorstel doen ten aanzien van de besteding hiervan. De Algemene
20
Vergadering neemt vervolgens een besluit over dit voorstel. 30.9
Het Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Coöperatie en van alles betreffende de werkzaamheden van de Coöperatie naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Coöperatie kunnen worden gekend.
30.10
Het Bestuur is verplicht de in de Artikelen 30.2 en 30.9 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren, onverminderd het hierna in Artikel 30.11 bepaalde.
30.11
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel 31. Batig saldo 31.1
Indien en voor zover tot [één januari 2030] het saldo van de overige reserves van de Coöperatie lager is dan vijftigduizend euro (€ 50.000,00), wordt jaarlijks een zodanig deel van het batig saldo dat door vaststelling van de jaarrekening is bepaald, toegevoegd aan de overige reserves van de Coöperatie totdat het saldo hiervan weer vijftigduizend euro (€ 50.000,00).
31.2
De Algemene Vergadering is bevoegd te besluiten om het batig saldo dat resteert na toepassing van het bepaalde in Artikel 31.1 (of een gedeelte daarvan) toe te voegen aan de overige reserves van de Coöperatie.
31.3
De Algemene Vergadering is bevoegd tot bestemming van het na toepassing van het bepaalde in Artikel 31.2 overblijvende deel van het batig saldo. Indien de Algemene Vergadering niet voorafgaand aan of uiterlijk direct na het besluit tot vaststelling van de jaarrekening een besluit neemt tot bestemming van het na toepassing van het bepaalde in Artikel 31.2 overblijvende deel van het batig saldo, zal dat deel van het batig saldo worden toegevoegd aan een door het Bestuur te bepalen reserve.
31.4
De Algemene Vergadering kan op voorstel van het Bestuurbesluiten tot het doen van uitkeringen ten laste van een reserve van de Coöperatie, met dien verstande dat tot [1 januari 2030] ten laste van de overige reserves van de Coöperatie slechts een uitkering kan worden gedaan, indien en voor zover het saldo van die overige reserves hoger is dan vijftigduizend euro (€ 50.000,00).
31.5
De (eventuele) gerechtigdheid van een Lid tot ieder door de Coöperatie (ten laste van een batig saldo respectievelijk een reserve) aan de Leden uit te keren bedrag wordt bepaald aan de hand van de op het moment van het nemen van het besluit tot het doen van een uitkering geldende of alsdan vast te stellen verdeelsleutel. De Algemene Vergadering is bevoegd tot vaststelling respectievelijk wijziging van de verdeelsleutel. Op een besluit tot vaststelling respectievelijk wijziging van de verdeelsleutel is het
21
bepaalde in Artikel 32 van overeenkomstige toepassing. 31.6
Uitkeringen zijn betaalbaar onmiddellijk na het nemen van het besluit tot uitkering, tenzij in het besluit een ander tijdstip is vastgesteld. Tenzij een Lid uiterlijk bij het nemen van het besluit tot het doen van een uitkering als bedoeld in de Artikelen 31.3 respectievelijk 31.4 schriftelijk aan het Bestuur bekendmaakt dat de uitkering op een door dat Lid opgegeven bankrekening moet worden overgeboekt, wordt het aan een Lid uit te keren bedrag overgeboekt op diens Ledenrekening.
31.7
Een tekort mag slechts ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves worden gebracht voor zover de wet dat toestaat.
HOOFDSTUK IX. STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING Artikel 32. Statutenwijziging 32.1
De Algemene Vergadering is bevoegd deze Statuten te wijzigen, mits de vergadering is opgeroepen met de mededeling dat een besluit tot wijziging van deze Statuten tijdens de vergadering zal worden voorgesteld. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen op voorstel van het Bestuur en met een meerderheid van drie vierden van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin ten minste drie vierden van de Leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
32.2
Zij die de oproeping tot de Algemene Vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, zullen ten minste vijf (5) dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de stemgerechtigde personen ter inzage leggen, tot na het einde van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
32.3
Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiertoe een notariële akte van statutenwijziging is verleden voor een notaris met plaats van vestiging in Nederland. Tot het doen verlijden van die akte is iedere Bestuurder bevoegd.
Artikel 33. Ontbinding en vereffening 33.1
De Coöperatie kan worden ontbonden door een besluit van de Algemene Vergadering. Een besluit tot ontbinding kan slechts worden genomen op voorstel van het Bestuur en met een meerderheid van drie vierden van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin ten minste drie vierden van de Leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
33.2
Na de ontbinding geschiedt de vereffening door de Bestuurders. De Algemene Vergadering kan besluiten andere personen tot vereffenaar te benoemen.
33.3
Na de ontbinding blijft de Coöperatie voortbestaan voor zover dit voor vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de Statuten zoveel mogelijk van kracht.
33.4
Van hetgeen na voldoening van de schulden van de Coöperatie overblijft, worden eerst, voor zover mogelijk, de saldi van hun respectieve Ledenrekeningen aan de Leden uitgekeerd (naar rato van de saldi van die Ledenrekeningen).
33.5
Het batig saldo dat resteert na toepassing van Artikel 33.4 wordt overgedragen aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding Lid waren (naar rato van de saldi van hun Ledenrekeningen vóór toepassing van het bepaalde in Artikel
22
33.4). Bij het besluit tot ontbinding kan echter door de Algemene Vergadering ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven, met dien verstande dat die bestemming dient te passen binnen de statutaire doelstellingen van de Coöperatie. 33.6
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Coöperatie gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
33.7
Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
HOOFDSTUK X. REGLEMENTEN Artikel 34. Reglementen 34.1
Het Bestuur kan – onder goedkeuring van de Algemene Vergadering – in een bestuursreglement nadere regels vaststellen omtrent de besluitvorming en werkwijze van het Bestuur. In dat kader kan het Bestuur onder meer bepalen met welke taak iedere Bestuurder in het bijzonder zal zijn belast.
34.2
De Algemene Vergadering kan een Huishoudelijk Reglement en/of één of meer andere reglementen vaststellen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze Statuten niet of niet volledig wordt voorzien. De Algemene Vergadering kan dergelijke reglementen ook wijzigen respectievelijk opheffen.
34.3
Een reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met de wet of met de Statuten.
HOOFDSTUK XI. OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 35. Overgangsbepalingen 35.1
Vanaf het moment dat de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen (36 489) in werking treedt, gelden de volgende bepalingen: (a)
de Algemene Vergadering kan degene(n) die bevoegd is (zijn) om een Algemene Vergadering bijeen te roepen machtigen om te bepalen dat de Algemene Vergadering tevens via een elektronisch communicatiemiddel toegankelijk kan zijn; en
(b)
de oproeping voor een Algemene Vergadering kan geschieden door middel van een leesbaar en reproduceerbaar bericht dat elektronisch wordt verzonden naar het adres van een Lid; en
(c)
indien de Algemene Vergadering tevens elektronisch toegankelijk is, vermeldt de oproeping de procedure voor deelname aan de Algemene Vergadering en voor het uitoefenen van het stemrecht door middel van een elektronisch communicatiemiddel.
35.2
Het eerste boekjaar van de Coöperatie eindigt op eenendertig december tweeduizend zesentwintig.
Slotverklaringen Ten slotte verklaarde de comparant, handelend als gemeld: (a)
Eerste leden van de coöperatie De Oprichters treden per het moment van de oprichting van de coöperatie toe als lid van de coöperatie.
23
(b)
Bestuur Voor de eerste keer worden de navolgende personen tot bestuurders benoemd: (i)
[@gegevens@]; en
(ii)
[@gegevens@]; en
(iii)
[@gegevens@].
Bijlagen Aan deze akte zijn de volgende bijlagen gehecht: -
kopieën van twee (2) onderhandse volmachten.
Slot De comparant is mij, notaris, bekend. Deze akte is verleden te Utrecht op de datum aan het begin van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud van deze akte is aan de comparant opgegeven en toegelicht. De comparant heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud daarvan te hebben kennisgenomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte eerst door de comparant en daarna door mij, notaris, ondertekend.