RIS322655 Bijlage Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 gewijzigd
Tekst van het document
Jurriaan Kokstraat Aangelegd als verkeersdoorbraak door H.P. Berlage De straat is in de stijl van de Nieuwe Haagse School bebouwd met drielaagse portiekbouw in kenmerkende lange stroken, die op de hoeken een extra accent hebben gekregen Waardering Het dorpse karakter met overwegend lage bebouwing en veelal kronkelig stratenpatroon De Keizerstraat als de oude kern van Scheveningen waarlangs het dorp door de eeuwen heen gestaag groeide Het unieke complex visserswoningen in de Zeilstraat en Ankerstraat Het kenmerkend stedenbouwkundig concept uit de jaren twintig van de twintigste eeuw van de Jurriaan Kokstraat Het Dr. De Visserplein en omgeving, het hart van het saneringsgebied uit het Interbellum met sobere maar goed verzorgde sociale woningbouw voor de vissersbevolking Badhuisstraat en omgeving Zeer divers samengesteld gebied Zichtbare aanwezigheid van het gehele scala aan architectuurstijlen in de Badhuisstraat, vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw tot nu. Bebouwing met overwegend twee lagen met een kap in neorenaissancestijl en grote variatie in kwaliteit van de winkelpuien Nog bewaard gebleven deel van het stratenpatroon van voor 1900 tussen de Badhuisstraat en de Jurriaan Kokstraat, alsmede het vooroorlogse deel tussen de Vijzelstraat en Kerklaan met in hoofdzaak tweelaagse bebouwing met kap.
De architectuurstijlen zijn variërend: grotendeels eenvoudige neorenaissance, maar ook overgangsarchitectuur en, vooral bij de eenlaagse bebouwing, traditionele architectuur De op de voormalige binnenhaven georiënteerde bebouwing van rond 1900 aan de Havenkade en de kop van de Badhuisstraat De rijk gedetailleerde herenhuizen in neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau van de brede gebogen straten uitkomend op de Nieuwe Duinweg. De allure van dit fin-de-siècle buurtje wordt nog eens onderstreept door de rijk geornamenteerde brug die in 1890 over het Kanaal werd aangelegd en zo de verbinding met de Nieuwe Duinweg tot stand bracht Waardering Het bebouwingsbeeld en kronkelige straatverloop van het hele gebied rondom de Badhuisstraat dat een goed beeld geeft van het intieme wonen in het dorp De historische betekenis van de Badhuisstraat zelf als een, de Keizerstraat ontlastende, verbinding vanuit Den Haag naar de badplaats De doorgaans hoge architectonische kwaliteit van de bebouwing langs de Havenkade en aan de kop van de Badhuiskade De in het bebouwingsbeeld duidelijk zichtbare overgang van het oude vissersdorp (lagere en eenvoudige bebouwing) naar de stedelijke uitbreidingen (rijkere herenhuizen) van Den Haag richting zee
xix
De hoge architectonische kwaliteit van de bebouwing aan de Rusthoekstraat, Cornelis Jolstraat en Duinweg/Haringkade
De kuststrook Kenmerkend door de menging van open en halfopen verkaveling. Gesloten bebouwing komt vooral voor langs de Wassenaarsestraat. Ook de bouwhoogten verschillen in aanzienlijke mate Op het Seinpostduin, aan de Zeeweg en Zeekant en langs de Gevers Deynootweg bevinden zich nog veel familiehotels, villa's en pensions van rond 1900. Ze zijn vormgegeven in de voor die tijd kenmerkende architectuur in neorenaissance, art nouveau en eclectische stijl, vaak met voor de badplaats kenmerkende houten warandes en open loggia's Het woningcomplex uit de jaren twintig van de vorige eeuw tussen Harteveltstraat, Pellenaerstraat en Jongeneelstraat bestaat uit herenhuizen van twee lagen met plat dak in een aan de Haagse School verwante stijl. In de Jongeneelstraat en de Harteveltstraat is het ritme dat ontstaat door het oplopen van de bebouwing tegen het duin opvallend. Ook de IJsbrantszstraat, met zijn as gericht op het paviljoen Von Wied is bijzonder De Scheveningse boulevard is ingericht met onder meer historische lantarenpalen.
De heldere inrichting en aankleding accentueren het belang van de boulevard als structurerend element Waardering De bewaard gebleven stedenbouwkundige opzet van de oude badplaats tussen de Keizerstraat en Jongeneelstraat alsmede de hier nog aanwezige bebouwing van rond 1900 waardoor in tegenstelling tot de rest van de kuststrook in dit gebied nog goed de sfeer van de oude badplaats is te proeven De heldere opzet en het verzorgde architectuurbeeld uit de jaren twintig van de vorige eeuw rondom het op het duin gesitueerde Paviljoen von Wied met de hierin opgenomen zichtas van het paviljoen naar de Gevers Deynootweg Het Renbaankwartier en omgeving Vrij homogeen architectuurbeeld met bouwwerken die één tot drie bouwlagen met kap bezitten De neorenaissance en de overgangsstijl overheersen in het architectonisch beeld. Er is weinig variatie in baksteenkleuren, maar wel in dakvormen en goothoogten De oplopende bouwhoogte van de IJmuidenstraat (vooral eenlaags), via de Maaswijkstraat (vooral tweelaags), naar de Renbaanstraat (drielaags).
Vooral de eenlaags bebouwing draagt bij tot het dorpsachtige beeld in delen van het Renbaankwartier De diagonaal verlopende Renbaanstraat heeft ter plaatse van de kruising met de Rotterdamsestraat en de Dirk Hoogenraadstraat een extra accent gekregen in bijzondere architectuur in neorenaissancestijl, die versterkt wordt door een symmetrische opzet van de hoekpanden In de wijk komen in de bouwblokken plaatselijk hofjesachtige verkavelingen voor. Sommige daarvan verdienen letterlijk het predikaat ‘hofje’, doordat zij een besloten karakter hebben en met een poort kunnen worden afgesloten. Andere hoven kunnen het beste met de benaming ‘straathof’ omschreven worden. Zij zijn soms doodlopend en xx
soms aan twee zijden geopend en kunnen grillig verlopen. Voorbeelden daarvan zijn onder andere te vinden in de Messstraat en IJmuidenstraat In de Rotterdamsestraat en de Dirk van Hoogenraadstraat komt in grote ensembles de zogenaamde badplaatsarchitectuur voor. De voorgevels zijn voorzien van open, houten veranda's en loggia's met daarboven een tot balkon uitgewerkt dak. Deze woonblokken bezitten de meest uitbundige architectuur in het gehele kwartier Van belang voor het straatbeeld in het Renbaankwartier zijn ook de veelvuldig voorkomende Haagse lantarenpalen
Waardering Het homogene karakter van de architectuur in samenhang met de stedenbouwkundige opzet met kenmerkende diagonale hoofdontsluitingsweg De voor een badplaats kenmerkende bebouwing van grote delen van de Dirk Hoogenraadstraat en de Rotterdamsestraat De in de wijk opgenomen hoven en straathoven die zo bepalend zijn voor de dorpsachtige sfeer van Scheveningen Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Scheveningen-Dorp en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De herkenbaarheid van de deelgebieden De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De kleinschalige bebouwing De architectonische stijlkenmerken
k. Sportlaan-Segbroeklaan e.o. (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Na de verwoesting door de aanleg van de Atlantikwall tijdens de Tweede Wereldoorlog is dit gebied na de oorlog herbouwd volgens het wederopbouwplan van W.M. Dudok met flatgebouwen in een open verkaveling, omringd door groen. Dudok streefde met zijn plan naar een zeker contrast met de bestaande stad. Een open parkaanleg, doorsneden door een verkeersweg, wandelpaden en waterpartijen en begrensd door bebouwing van vier en zes lagen met een woonbestemming. Met het wederopbouwplan kreeg deze zone een belangrijke functie toebedeeld als verkeersweg, die een oplossing moest bieden voor het ontbreken van een doorgaande verbinding tussen het Westland en Wassenaar, parallel aan de kust. Het gebied tussen Kijkduin en de Stadhouderslaan werd daarnaast vooral bestemd voor middenstandswoningen, waaraan in Den Haag vlak na de oorlog een grote behoefte bestond. In het gedeelte tussen het Stokroosveld en de Stadhouderslaan is de verkeersweg opgevat als een stedelijke route ingebed in het groen; een parkway die door vrijstaande architectonische ensembles wordt begeleid. De oorspronkelijke kwaliteiten zijn nog grotendeels aanwezig. Architect P. Zanstra heeft veel van de bebouwing langs de parkway ontworpen en heeft hiermee een belangrijk stempel gezet op het karakter van de buurt. xxi
Zonder het voorgeschreven idee van W.M. Dudok uit het oog te verliezen: per groep gedetailleerd met een sterke vormverwantschap. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Een stadsdeel van voorname allure met veel park, plantsoenaanleg en enige waterpartijen Als stedenbouwkundige eenheid ontworpen opzet van een parkway bestaande uit weg, water, bebouwing en beplanting De bebouwing is bedoeld als begeleiding van de verkeersweg en is daarom grotendeels in de lengterichting geplaatst langs en georiënteerd op de groene zone Het ziekenhuis is als monumentaal accent nadrukkelijk in het groen naar voren geschoven De bewaard gebleven groeninrichting van het Stadhoudersplantsoen in combinatie met de haaks hierop geplaatste woningbouw Architectonische kenmerken De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur. Ruime en comfortabele woningen, ontworpen en uitgevoerd in een hoge kwaliteit van materiaaltoepassing en detaillering Vrijstaande architectonische ensembles Eenheid in detaillering en vormverwantschap Een belangrijk bindend element is de gele baksteen waarin vrijwel alle bebouwing langs de Sportlaan is uitgevoerd Een architectonisch hoogtepunt is het lyceum naar ontwerp van J.J.P. Oud aan de Goudsbloemlaan/Segbroeklaan In zeven stroken luxueus uitgevoerde portiekflats haaks aan het Stadhoudersplantsoen.
Ontworpen door Jan Wils in samenwerking met architectenbureau Blankenspoor en De Vries. Door onder meer variaties in de afwerking van balkons, borstweringen en ingangspartijen is hier een aantrekkelijke mix van typische jaren vijftig kenmerken terug te vinden Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Sportlaan-Segbroeklaan e.o. en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur De gele baksteen als bindend element
l. Statenkwartier (rijksbeschermd stadsgezicht) In aansluiting op Duinoord werd tussen 1900 en 1915 het Statenkwartier gebouwd. De grenzen werden bepaald door de aanwezigheid van het landgoed Zorgvliet, de Scheveningseweg, de stoomtrambaan naar Scheveningen en de haven van Scheveningen. xxii
Het Statenkwartier behoort tot de meest karakteristieke wijken in Den Haag. De wijk heeft een lanen- en stratenpatroon dat wordt gekenmerkt door brede lanen en lange, rechte smalle straten met – voorbij de entree van de straat – een verbreding met voortuinen. De lanen zijn waaiervormig, de straten staan haaks op een laan. De lanen zijn het meest beeldbepalend van het Statenkwartier. Ruim, groen en met een duidelijke hiërarchie. Pleinachtige kruisingen van lanen vormen belangrijke stedenbouwkundige accenten: het Statenplein, het Prins Mauritsplein, het Frederik Hendrikplein en de kruising Johan van Oldenbarneveltlaan met de Frederik Hendriklaan. De groene pleinen zijn oorspronkelijk bedoeld als parkachtige ontmoetingsruimtes, groene oases in de stad. De bebouwing bestaat grotendeels uit ruime herenhuizen in overgangsarchitectuur, met erkers, torentjes, kleurige baksteen en Art Nouveau motieven. Na de oorlog zijn verschillende kantoren in de wijk gebouwd of in de plaats gekomen van woonhuizen. Het karakter van het Statenkwartier ligt in het algemeen niet in het individuele gebouwen, maar veeleer in de stedenbouwkundige opzet van de wijk met fraaie lanen, pleinen en gaaf bewaard gebleven ensembles. De oorspronkelijke schaal en het groen zijn van wezenlijk belang voor het karakter van de wijk, evenals de ruime profielen van straten en pleinen die dit gebied doorkruisen.
Ondanks latere wijzigingen aan de randen en verspreid over de wijk in structuur en bebouwing is het homogene beeld van het planmatig tot stand gekomen Statenkwartier grotendeels bewaard gebleven. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Het Statenkwartier heeft een sterke ruimtelijke samenhang Het hoogwaardige stadsbeeld met bijzondere bouwwerken in vroeg 20e eeuwse overgangsarchitectuur die een vrijwel gaaf ensemble vormen De oorspronkelijke planmatige aanleg van de woonwijk die grotendeels herkenbaar en bewaard is gebleven ondanks de wijzigingen aan de randen van de wijk Het stratenpatroon met de lange zichtassen en de pleinvormige kruisingen, gecombineerd met hoogwaardige architectuur De ruimtelijke kwaliteit van Frederik Hendrikplein, Statenplein en Prins Mauritsplein Voornamelijk aaneengesloten bebouwing bestaande uit royale herenhuizen langs de hoofdstraten met soberder uitgevoerde middenstandswoningen in de tussenstraten Grotere bouwkundige eenheden met de uitstraling van individuele gebouwen De open ruimte op de hoeken van de bouwblokken, waardoor hoofdassen en zijstraten worden geaccentueerd Het omsloten karakter van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken Hoogteaccenten op stedenbouwkundig belangrijke locaties zijn in de wijk niet aanwezig Twee of drie bouwlagen met een kap in de hoofdstraten
Vrijstaande villa’s en geschakelde herenhuizen beperken zich voornamelijk tot de randen van het gebied Bijzondere bebouwing komt verspreid in de wijk voor in de vorm van bijvoorbeeld scholen De Frederik Hendriklaan als centrale winkelstraat
xxiii
De groenaanleg in de middenstrook van de lanen is een waardevol onderdeel van de ruimtelijke opzet van de wijk. De beplanting vormt samen met de bomenrijen een belangrijk structuur-ondersteunend element Groene voortuinen met lage transparante hekjes als afscheiding De historische en landschappelijke waarde van de Scheveningseweg en hierdoor de relatie met het Van Stolkpark en de open ruimte van het Afvoerkanaal Het (deelgebied) Geuzenkwartier kent een eenvoudigere en kleinschaligere bebouwing met beneden- en bovenwoningen en vroege voorbeelden van portiekwoningen, voornamelijk in overgangsarchitectuur
Architectonische kenmerken De architectuur met een sterke samenhang in de bebouwing Architectonische elementen als erkers, topgevels en torentjes Stijlkenmerken vroeg 20e eeuwse overgangsarchitectuur met sterke Art Nouveau invloed, hier en daar neorenaissance en traditionalisme. Maar ook bouwwerken in de stijl van de Haagse School en Nieuwe Zakelijkheid komen voor Het architectuurbeeld wordt bepaald door de toepassing van baksteen of verblendsteen versierd met gekleurde geglazuurde baksteen en hier en daar natuursteen of sierstucwerk Art Nouveau komt naar voren in details zoals gebrandschilderd glas en tegeltableaus Veel straten vertonen een golvend (geleed) gevelbeeld door uitspringende woontraveeën, torentjes, erkers of balkons. Dit beeld wordt nog verlevendigd door sierbanden van geglazuurde steen Afwisseling in dakvormen met zorgvuldig vormgegeven daklijnen Veel aandacht voor de detaillering van onder meer deuren, ramen, daklijsten en hekwerken Winkelstraten met karakteristieke winkelpuien Waardering Het Statenkwartier is een gaaf voorbeeld van een vroeg 20e eeuwse stadsuitbreiding met een goed bewaarde planmatige structuur en architectonisch samenhangende bebouwing, die voornamelijk gekenmerkt wordt als overgangsarchitectuur onder een sterke Art Nouveau invloed.
De wijk is als zodanig van belang wegens stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Statenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De sterke stedenbouwkundige samenhang door de structuur van de wijk, de hiërarchie van de straten, pleinen en pleinvormige kruisingen en de bebouwing De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectuur met veel plasticiteit in de gevel en rijke detaillering De architectonische kenmerken van en elementen horend bij meerdere architectuurstijlen, onder andere overgangsarchitectuur met Art Nouveau invloed xxiv
De ruimtewerking van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken
m. Stationsbuurt (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) De stadsuitbreiding ten zuidoosten van het centrum kwam op gang nadat in 1843 het station Hollands Spoor was geopend. De aanleg van de Stationsbuurt betrof, na Willemspark, de tweede gemeentelijke uitbreiding van Den Haag. De wijk was aanvankelijk, net als het Willemspark, bedoeld voor de gegoede burgerij. Het stratenpatroon is recht met centraal het statige Oranjeplein, waaraan ruime herenhuizen in eclectische stijl verrezen. Het bouwplan voor de wigvormige aanleg van het Huijgenspark (een vorm mede ontstaan door de bestaande loop van de Bocht van Guinea) was al in 1859 door de eigenaren van deze gronden bij de gemeente ingediend en werd in het uitbreidingsplan van de gemeente opgenomen. De directe nabijheid van het station werd vervolgens ook een vestingplaats voor industrie. De rijke burgerij bleef weg en de woningbouw werd met name in het zuidelijk deel gekenmerkt door goedkope speculatiebouw en hofjeswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog verpauperde de Stationsbuurt. Met behulp van stadsvernieuwingsprojecten is geprobeerd de woonfuncties in deze wijk zoveel mogelijk te behouden. Veel oorspronkelijke bebouwing is daarom tussen circa 1970 en 1990 met name in de zuidelijke helft vervangen door nieuwe sociale woningbouw.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Stedenbouwkundig plan voor het gebied tussen Hoefkade en Groenwegje bestaat uit een overwegend recht stratenpatroon met brede straten en als hoofdaccent het Oranjeplein De bebouwing wordt gekenmerkt door aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn Complex met arbeiderswoningen uit de tweede helft van de 19e eeuw (rijksmonument) Wigvormig Huijgenspark met bestrating en parkaanleg volgens particulier plan Architectonische kenmerken Aaneengesloten bebouwing langs het Zieken met bouwwerken uit de 17e tot 20e eeuw Ruime herenhuizen aan het Oranjeplein, Huijgenspark en Stationsweg uit de 2e helft van de 19e eeuw in eclectische stijl met een symmetrisch gevelfront In de overige straten is de bebouwing behoudens enkele uitzonderingen veel eenvoudiger en bestaat voornamelijk uit bouwwerken van rond 1900 met sobere neorenaissance gevels. Het beneden en bovenhuis overheerst als bouwtypologie Langs de Stationsweg zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw ook diverse kantoren en banken gerealiseerd, vaak in een voor de bouwperiode representatieve architectuur Woningbouwcomplex in neoclassicistische stijl tussen Groenewegje en Huijgenspark (stadsvernieuwing) Waardering xxv
De planmatige opzet uit 1861, dat met het Willemspark tot de vroegste uitbreidingen buiten de oude binnenstad behoort. De hoogtepunten van deze opzet vormen de twee grote groengebieden van het Huijgenspark en het Oranjeplein. De nog grotendeels bewaard gebleven oorspronkelijke bebouwing uit de negentiende- en vroeg twintigste eeuw. De historische betekenis van de Stationsweg met de diverse verzekerings- en handelskantoren uit de eerste helft van de twintigste eeuw langs de route tussen station en centrum. Het sociale woningbouwcomplex Van Hogendorpstraat 52 t/m 162. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Stationsbuurt en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing
n. Valkenboskwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) De Beeklaan scheidt het Valkenboskwartier van het Regentessekwartier. Het Valkenboskwartier is in twee delen gerealiseerd. Het oudste deel werd tussen 1903 en 1915 gebouwd en was, net als het Regentessekwartier, bestemd voor de middenklasse en de beter betaalde arbeiders. De aanleg is een voortzetting van het Regentessekwartier, met een vergelijkbaar stratenpatroon en bebouwingsbeeld met aaneengesloten reeksen beneden- en bovenwoningen en portiekwoningen in overgangsarchitectuur met elementen uit de neorenaissance en Art Nouveau. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk is het diagonale verloop van de hoofdassen. Straten vullen de tussenliggende ruimtes in, waardoor een patroon van langgerekte, vrij ondiepe kavels ontstaat die in verschillende windrichtingen lopen. De hiërarchie komt voort uit de brede hoofdroutes met groene middenberm en de pleinachtige kruisingen.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Samenhang (bebouwing) Bebouwingsvorm van gesloten bouwblokken Opening na de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen Grotendeels bestaande uit boven- en benedenwoningen en portiekwoningen (typologie) Aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn Pleinachtige ruimte op kruisingen Diagonale stratenpatronen Ensemblewaarde (bebouwing in samenhang met stedenbouwkundig patroon) Bouwblokken met geringe diepte en relatief lange uitbouwen aan de achterzijde over meerdere lagen Historische waarden Lineaire groenaccenten (Beeklaan, Valkenboslaan en -kade en Newtonplein) xxvi
Slechts enkele straten hebben voortuinen Hoogteaccenten op stedenbouwkundig belangrijke locaties zijn in de wijk niet aanwezig
Architectonische kenmerken Stijlkenmerken architectuur; overwegend overgangsarchitectuur, met vormentaal van de neorenaissance en Art Nouveau Afzonderlijke huizen als architectonische eenheid Sobere baksteen, bij de rijkere woningen gekleurde baksteen en verblendsteen met hier en daar natuursteen Met name in westelijk deel rijkere gevelwanden bij eengezinswoningen Over het algemeen sobere architectuur Uitspringende erkers en balkons zorgen voor plasticiteit van de gevels Voornamelijk een opbouw met drie bouwlagen met een kap of plat dak Waardering Het Valkenboskwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een tussen 1900 en 1915 voor de middenstand gerealiseerde uitbreidingswijk, waarvan het rechte verkavelingspatroon op de schuin doorlopende verkeersdiagonaal van de Valkenboslaan kenmerkend is als ontwerp van ir. I.A. Lindo. Goed bewaard en daardoor waardevol is het samenhangende architectuurbeeld van merendeels als ‘blokhuizen’ uitgevoerde gevels in sobere neorenaissance en overgangsarchitectuur. Belangrijke accenten in de wijk zijn de lineaire groenstructuur van de Beeklaan, de Valkenboslaan, de Valkenboskade en de open ruimte van het Newtonplein. De wijk is van belang vanwege de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.
Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Valkenboskwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De sobere architectuur met architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance overgangsarchitectuur en Art Nouveau De plasticiteit van de gevels door erkers en balkons
o. Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes (rijksbeschermd stadsgezicht) Het Van Stolkpark is één van de eerste villawijken in Nederland. De Scheveningseweg, waarlangs in 1864 een paardentramverbinding tussen Den Haag en de badplaats was aangelegd, oefende in die tijd een grote aantrekkingskracht uit op welgestelde Rotterdammers die er in de zomermaanden huizen huurden of zich er permanent vestigden. Het Van Stolkpark werd tussen 1875 en 1900 aangelegd naar het ontwerp van de tuinarchitecten Zocher. Het park wordt aan drie zijden omgeven door de Scheveningse Bosjes, die aan het einde van de 18e eeuw werden aangeplant.
xxvii
Rond 1875 verrezen langs de Van Stolkweg de eerste villa’s, gevolgd door herenhuizen aan de Parkweg, Hogeweg en Duinweg. Kort na de aanleg van het Van Stolkpark vestigden zich hier ook hotels. De zuidelijke wand van de Kanaalweg vertoont in afwijking van het villapark aaneengesloten bebouwing waarin ook winkels voorkomen. Kenmerkend voor het villapark zijn de gebogen en hellende straten, de open structuur en het groene karakter van de wijk. De nabije aanwezigheid van de Scheveningse Bosjes met imposante waterpartijen verhogen de kwaliteit van de zeer chique woonwijk. Waren de villa’s in de beginperiode nog bescheiden van omvang, later verrezen ook zeer monumentale woningen in de wijk. Van oorsprong is het Van Stolkpark ontwikkeld als woonwijk. De ontwikkeling werd vanaf 1900 gekenmerkt door een geleidelijk verdichtingsproces, dat zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw van een grotere omvang betrof. Zo zijn er ook nieuwe functies – kantoren en scholen – aan de wijk toegevoegd.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Groen villapark met een hoogwaardige uitstraling door het gebogen stratenpatroon met weidse bochten, de groenaanleg en vrijstaande en geschakelde villa’s op ruime groene kavels De stedenbouwkundig en landschappelijke waarde van de Scheveningseweg en het Kanaal Afwisselend straatbeeld met verrassende zichtlijnen De oorspronkelijke bouwhoogte van de herenhuizen varieert van een tot drie bouwlagen met een kap Het vroegere duinlandschap is herkenbaar door de gebogen lanen en hoogteverschillen in het Van Stolkpark, doorlopend in de Scheveningse Bosjes De landschappelijke waarde van het omliggend groen en het water Architectonische kenmerken Statige hoge huizen in hoogwaardige architectuur gekenmerkt als een staalkaart van stijlen van de 19e en vroege 20e eeuw. De bebouwingstypologie wordt van oorsprong bepaald door eclecticisme, neorenaissance en overgangsarchitectuur met toevoegingen in Nieuwe Haagse School Het 19e eeuwse architectonische ensemble in de wijk is in hoofdopzet goed bewaard gebleven Aanwezigheid van verschillende monumenten in het gebied Waardering Het Van Stolkpark is karakteristiek voor een 19e eeuws villapark. Bijzonder is de landschappelijke aanleg in glooiend terrein met riante villa's in grote tuinen aan een overwegend gebogen stratenpatroon.
De relatie met de hoogwaardige natuur van de Scheveningse Bosjes verhoogt de uniciteit van het bebouwde gedeelte van dit stadsgezicht. Tezamen zijn het Van Stolkpark en de Scheveningse Bosjes van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit
xxviii
Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: Het karakter van villapark in het groen De relatie tussen de bebouwing en het groen De landschappelijke samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van 19e en vroeg 20e eeuwse architectuurstijlen
p. Vogelwijk (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) De Vogelwijk kwam in de jaren ’20 van de vorige eeuw in twee fasen tot stand in de Segbroekpolder. De wijk wordt als groene villawijk gekenmerkt door een tuinstad-achtig karakter, het resultaat van de daartoe opgerichte ‘Coöperatieve Woningbouwvereniging Tuinstadwijk Houtrust’. Het stratenpatroon zoals oorspronkelijk ontworpen met een symmetrische opzet met verschillende assen is niet helemaal volledig uitgevoerd. Tot de laatst gebouwde delen van de wijk behoren de grote aantallen woonhuizen aan de Kwartellaan en omgeving in de karakteristieke traditionele stijl van A.J. kropholler uit 1927-1928. Het deel tussen de Buizerdlaan en de Savornin Lohmanstraat is pas na 1940 aangelegd en wordt gekenmerkt door brede lanen met een middenplantsoen. De sportparken van Houtrust werden al in 1910 aangelegd. Het tuinstadkarakter van de Vogelwijk is tot op heden goed bewaard gebleven. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Groene villawijk met tuinstad karakter Stedenbouwkundig plan; uniform en in authentieke staat. Harmonie door opzet; symmetrie, monumentale opzet Kwartellaan, lanen en straten met een bochtig beloop Kenmerkend is het ontbreken van stedenbouwkundige hoogteaccenten, wel momenten in de vorm van bijzondere bebouwing (scholen, kerken).
Eiberplein als stedenbouwkundig hoofdmoment Groeninrichting; lanen en pleinen met middenplantsoen Zichtassen op duintoppen; Kwartellaan en De Savornin Lohmanlaan Verwevenheid stedenbouw en architectuur Kleinschalige bebouwing aan de oostzijde; kleine villa’s en twee-onder-eenkapwoningen Royalere opzet aan de westzijde met herenhuizen in blokken van twee of meer Ensemblewaarde complex ‘landhuizen’ van A.J. Kropholler in traditionele stijl Landschappelijke waarde; Westduinpark en Bosjes van Poot en rijkelijk aanwezig groen, zowel in de openbare inrichting als de tuinen Architectonische kernmerken Stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School Aan de oostzijde; geschakelde woningen van twee bouwlagen met mansardekappen en erkers en kleine huizen met een cottage-achtig karakter als twee-onder- eenkapwoning of vrijstaand. Landhuisjes in traditionele stijl met hoge, aan de voet xxix
inzwenkende kappen en bakstenen gevels met natuurstenen hoek- en negblokken. Romantisch-landschappelijk van aard Alzijdige (gevel)oriëntatie, benadrukken van hoeken en opbouw en vorm van de kap Daken hoofdzakelijk met rode pannen gedekt en met kenmerkende dakkapellen Gevels in schoon metselwerk Herenhuizen aan de westzijde in blokken van twee of meer met erkers en met pannen gedekte, hoge schild- of zadeldaken. Architectuur met invloed van de Nieuwe Haagse School Plastiek in de gevels en expressie in de architectuur Aandacht voor zorgvuldige detaillering, met ornamenten en rijk uitgevoerde onderdelen Gemetselde tuinmuren met hekjes voor een zorgvuldige overgang tussen openbaar en privé
Waardering Door zijn ligging tegen de Westduinen aan en ook door zijn bijzondere tuinstad karakter en architectuur is de Vogelwijk één van de best geslaagde tuinstadwijken van de stad met architectuurstromingen zoals die van de Delftse school, de antroposofische stijl en de Nieuwe Haagse School. Van belang is de schaal van de wijk en de uniformiteit van het stedenbouwkundig plan dat in authentieke staat verkeert. De verwevenheid van de stedenbouwkundige opzet met de architectuur is in deze wijk zeer bijzonder. Waardevol zijn de tevens bewaard gebleven ‘Berlage’ lantaarnpalen in de openbare ruimte. De Vogelwijk is van belang vanwege de schoonheid en de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarden Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Vogelwijk en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De drie deelgebieden Het tuinstad karakter De schaal van de wijk De verwevenheid van stedenbouw en architectuur De samenhang per deelgebied De samenhang per architectonische eenheid De architectuur met stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School Het kappenlandschap De open, vaak begroeide ruimte voor en tussen de architectonische eenheden De erfafscheidingen
q. Westbroekpark/Belgisch Park (rijksbeschermd stadsgezicht) Belgisch Park In 1883 werd begonnen met de aanleg van Belgisch Park. Evenals het Van Stolkpark heeft ook Belgisch Park haar karakter grotendeels behouden. De wijk heeft een tweeslachtig karakter: enerzijds villaparkachtig met veel groen en bochtige straten, anderzijds een grotendeels gesloten bebouwing van etagewoningen in rijen. Het oudste en meest karakteristieke onderdeel van de wijk wordt gevormd door het Belgische Plein en de directe xxx
omgeving. Het ronde plein heeft een villaparkachtig karakter, met een ruim centraal plantsoen en rondom vrijstaande villa’s in de karakteristieke badplaatsarchitectuur met houten veranda’s en invloeden uit de chaletarchitectuur. De vijf straten die op het plein uitkomen hebben een weidse opzet en worden door bomen omzoomd. Kenmerkend voor deze buurt zijn verder de woonhuizen met gevels, waarin de overgang van de neostijlen naar de door Berlage beïnvloedde architectuur van de 20e eeuw merkbaar is. Langs het park loopt de Badhuisweg, vernoemd naar de classicistische voorganger van het Kurhaus, die al in 1835 was aangelegd. Aan de oostzijde van de wijk ligt de strafgevangenis aan de Pompstationsweg. Het poortgebouw vormt daarbij het middelpunt tussen de sober en zorgvuldig vormgegeven dienstwoningen. Aan de zijde van de Van Alkemadelaan is in een deel van de strafgevangenis het Nationaal Monument Oranjehotel ondergebracht. Westbroekpark Ongeveer gelijk met de ontwikkeling van het Belgisch Park en in dezelfde geest werd de aanzet gegeven voor wat nu het villapark Westbroekpark is. De wijk is na het afgraven van de duingrond aan het eind van de 19e eeuw in verschillende fasen en met een verspreide ligging tot stand gekomen. Het beeld van de wijk wordt bepaald door het vele groen.
Het Westbroekpark bestaat naast het gelijknamige park uit de wijken Wittebrugkwartier, Klattepark en Duttendel. Het gehucht Wittenbrug, dat bestond uit enkele huizen en een café aan de Badhuisweg, werd opgenomen in de nieuwe aanleg. Het Wittebrugkwartier wordt gekenmerkt door dubbele villa’s in overgangsarchitectuur en Engelse landhuisstijl. In het gebied van het Westbroekpark staan luxe villa’s in overgangsarchitectuur langs een slingerend stratenpatroon. Opvallend zijn de Rudolf Steinerkliniek (1926-1928) in antroposofische stijl en villa De Zeemeeuw (1901-1902) van Henri van de Velde als goed voorbeeld van de Art Nouveau. Het Westbroekpark zelf werd aangelegd in 1925 en is geïnspireerd op de Engelse landschapsstijl. Het Klattepark is, net als Zorgvliet, een villawijk voor de zeer rijken. Het villawijkje werd vanaf 1912 gebouwd en kent villa’s van zeer grote omvang in Engelse landhuisstijl en de stijl van de Um 1800-Bewegung. Duttendel ligt in het verlengde van het Klattepark en behoort niet tot het beschermde deel.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Gesitueerd in een groot aaneengesloten stedelijk groengebied wat resulteert in uitgestrekte groengebieden in de wijk Hoogwaardig landschappelijke en sterk afwisselend beeld doordat het landschap op verschillende manieren gecultiveerd en verstedelijkt is Enkele structuurbepalende wegen zorgen voor de samenhang tussen de verschillende wijkdelen. Het straatbeloop van de verschillende delen van de wijk, de lange lanen, kronkelende wegen en het radiale stratenpatroon zijn hiervan essentiële onderdelen Het villaparkachtige karakter en rijkelijk van boombeplanting voorziene lanen De beeldbepalende bebouwing, dichtbebouwde delen en de diverse groengebieden, en de grote open plekken met bijzondere zichtlijnen zijn onderdeel van de karakteristiek xxxi
De stedenbouwkundige structuur, de architectuur en het groen van het Belgische Plein en de van daaruit straalsgewijs kromlijnige straten, met in het bijzonder ook: de Luiksestraat die ten zuiden van het plein de Antwerpse en de Gentsestraat verbindt; de Brugsestraat met aangrenzende straten in een slingerend beloop Uitgestrekte tuinen De Badhuisweg als zichtas op het Kurhaus met de grotendeels bewaard gebleven bebouwing uit de periode 1900-1940 De Van Alkemadelaan als duidelijke structurele begrenzing tussen dit gebied en het duingebied van de Oostduinen met zijn grote landschappelijke waarde
Architectonische kernmerken Villaparkachtig karakter met villa’s in de karakteristieke badplaatsarchitectuur met houten veranda’s en invloeden uit de chaletarchitectuur in het oude deel van Belgisch Park Geschakelde villa’s en rijke herenhuizen in neorenaissance, overgangsarchitectuur en traditionalisme in de wijk rond het Belgisch Plein en aansluitend Het tussen circa 1910 en 1930 bebouwde oostelijk deel van Belgisch Park (rondom de Duinkerksestraat) bestaat uit aaneengesloten herenhuizen, deels in traditionalisme maar voornamelijk in de stijl van de Nieuwe Haagse School Voormalige dienstwoningen van de gevangenis langs de Pompstationsweg in een sobere neorenaissancestijl Enkele eenvoudige middenstandswoningen maar voornamelijk herenhuizen en geschakelde villa’s in het Wittebrugkwartier rond 1900. Veelal in twee in drie bouwlagen met een kap, in neorenaissance, overgangsarchitectuur en traditionalisme Rond 1920 bebouwing in voornamelijk Nieuwe Haagse School stijl aan de Rijslag en kapelweg Villa’s en herenhuizen met een representatief karakter onder andere in traditionalisme en Engelse landhuisstijl in Klattepark.
Hier en daar invloeden van de Nieuwe Haagse School stijl Bebouwing van villa’s en herenhuizen in het Hubertuspark en langs de zuidoostelijke rand in wederopbouwarchitectuur Waardering Het Westbroekpark en Belgisch Park heeft een hoogwaardig stadsbeeld door de enorme afwisseling in het karakter van de verschillende wijken in het gebied. Hier liggen naast elkaar kleine villabuurten in het (oorspronkelijke en) veranderde duinlandschap. De schaal, structuur en beeldbepalende bebouwing in relatie tot het water en de uitgestrekte, gevarieerde groengebieden geven aan de verschillende delen van het gebied rondom het Westboekpark en het Belgisch Park haar bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Het hier omschreven gebied is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Westbroekpark/Belgisch Park en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: Het hoogwaardige stadsbeeld De structuur en de hiërarchie van de straten xxxii
De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De ruimtelijke kwaliteit en de relatie met de groengebieden en de openbare ruimte De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance en overgangsarchitectuur, maar ook Nieuwe Haagse School en wederopbouwarchitectuur
r. Zeeheldenkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Het Zeeheldenkwartier is, na het Willemspark en het Huygenspark in het centrum, de derde stadsuitbreiding buiten de Haagse singelgrachten. De wijk is tussen 1870 en 1890 gebouwd in een voormalige polder. Het stratenplan uit 1866 wordt gekenmerkt door een rechthoekige structuur met smalle straten, waarbij de bestaande verkaveling van sloten en wegen werd gevolgd, en een hoge bebouwingsdichtheid met aaneengesloten huizen in eclectische stijl. Opvallend zijn het ovale Anna Paulownaplein en het centrale Prins Hendrikplein. Beide pleinen liggen in één as met Plein 1813, maar worden niet door een doorlopende straat verbonden. De aanleg van de Vondelstraat in 1927 betekende een drastische ingreep in de structuur van de wijk. De diagonaal lopende Vondelstraat werd dwars door het zuidelijke deel van het Zeeheldenkwartier aangelegd om de verbinding met het centrum te verbeteren. Langs de Vondelstraat werden tussen 1929 en 1931 vierlaagse portiekwoningen in Haagse School stijl gebouwd. De Piet Heinstraat ontwikkelde zich tot een belangrijke winkelstraat, waarbij met name de winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau zijn uitgevoerd. Een deel van de wijk is aangewezen als stadsvernieuwingsgebied. De wijk heeft een goed bewaard historisch karakter, typerend voor het Den Haag van de jaren rond 1880.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Stedenbouwkundig patroon met smalle lange rechte straten en gesloten bouwblokken met na de hoek een opening Goed bewaard 19e eeuws bebouwingsbeeld met nog gave ensembles van aaneengesloten bouwwerken. Met qua uiterlijk vergelijkbare bouwwerken, die afzonderlijk (individueel) te duiden (vormgegeven) zijn (in tegenstelling tot ensembles die in 1 keer zijn ontworpen). Woningen zijn een zelfstandig onderdeel in de straatwand Gevelwanden met ruime herenhuizen (oostelijk deel van de wijk) en boven- en benedenwoningen (westelijk deel van de wijk) Straten hebben een stenig karakter, geen voortuinen Kappenlandschap met kleinschalige schilden (ondergeschikt en terughoudend in het straatbeeld) Bouwwerken met overwegend 2 tot 3 bouwlagen en een kap Incidenteel een souterrain Vondelstraat (doorbraak binnen de oorspronkelijke structuur) als herinnering aan het uitbreidingsplan van Berlage met hoogwaardige architectuur Anna Paulownaplein en Prins Hendrikplein als open pleinen in een verder sterk verdichte woonwijk Groenvoorziening is beperkt tot de plantsoenen ter plaatse van de pleinen Overwegend veel bebouwing in binnentuinen xxxiii
Architectonische kenmerken Stijlkenmerken van eclecticisme (oostelijk deel van de wijk) en neorenaissance (westelijk deel van de wijk) Incidenteel tussen de oorspronkelijke architectuur opgenomen vroeg 20e eeuwse bebouwing in Art Nouveau en overgangsarchitectuur in met name de Anna Paulownastraat Meer architectonische rijkdom rondom de pleinen Sterke eenheid in beeld, eenduidige vormgeving Kapvorm met pannen gedekt schilddak loodrecht op de voorgevel Gevelopbouw gebaseerd op de klassieke architectuur met een plint, middenbouw en beëindiging, waarbij de verdiepingshoogte naar boven toe afneemt Traditionele materialen: baksteen gevel, houten kozijnen en elementen in natuursteen of pleisterwerk Eclecticisme grijpt terug op classicistische bouwstijlen. Gevels worden beëindigd met een rechte kroonlijst en een hoog (verbijzonderd) fries, ramen worden omlijst met een stucrand, profiellijst en bekroond met een ornament. Heldere compositie van de gevel, symmetrische opbouw. Deze stijl is met name zichtbaar in het oostelijk deel Neorenaissance uit zich voornamelijk als ‘façade’ architectuur en kenmerkt zich door de eenheid in vorm. Horizontale spekbanden geleden de straatwand. Ingangspartijen, erkers en dakkapellen geven reliëf en een zekere verticaliteit aan de gevel. Plastiek in de gevel door verdiepte kozijnen en gevelornamenten.
Deze stijl is met name zichtbaar in het westelijk deel Art Nouveau maakt gebruik van nieuwe materialen vormen en technieken. Woonhuizen in gele, oranje, witte of rode baksteen afgewisseld met contrasterend gekleurde en geglazuurde bakstenen. Verlevendiging en grote verscheidenheid aan architectonisch vormgegeven onderdelen zoals erkers, balkons, torens en koepels. Zowel uitbundige lijnvoering en op de natuur geïnspireerde vormen als de strakke en meer geometrische versie komen voor. Deze stijl komt vaak voor bij winkelpuien Dakkapel in voordakvlakvoordakschild. Op hoeken een dakkapel in het vlak van de hoekkeper Waardering Nog gaaf voorbeeld van een 19e eeuwse uitbreidingswijk voor de middenstand met bijbehorende kenmerkende rechte straten en gesloten bouwblokken Stedenbouwkundige doorsnijding van de Vondelstraat en de 2 pleinen Hoge kwaliteit van vroeg 20e eeuwse verbouwingen met onder andere winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau stijl Het Zeeheldenkwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een in het derde en vierde kwart van de 19e eeuw gerealiseerde uitbreidingswijk voor de middenstand waarvoor het rechte verkavelingspatroon en het gesloten bouwblok kenmerkend zijn. Waardevol zijn tevens de stedenbouwkundige situering van de doorsnijding van de Vondelstraat en de twee pleinen.
Van hoge kwaliteit zijn de vele verbouwingen die tussen 1900 en 1915 zijn gerealiseerd, waarbij met name de winkelfunctie op de begane grond van winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau stijl opvalt. De wijk is van belang vanwege de bijzondere stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. xxxiv
Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische rijkdom rond de pleinen De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance, eclecticisme en Art Nouveau Het kappenlandschap De bescheiden dakkapellen in het voordakvlakvoordakschild De winkelpuien
s. Zorgvliet (rijksbeschermd stadsgezicht) De villawijk Zorgvliet is ontstaan in het tweede decennium van de 20e eeuw op de gelijknamige buitenplaats van de staatsman en dichter Jacob Cats. De wijk ligt in het grote aaneengesloten stedelijke groengebied dat overloopt naar de Scheveningse Bosjes tot aan de Nieuwe Scheveningse Bosjes en Klein Zwitserland. Zorgvliet draagt in hoge mate bij aan het groene stadsbeeld en heeft mede hierdoor een belangrijke recreatieve functie. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van Zorgvliet is de landschappelijke aanleg in een glooiend terrein met gebogen straten en veel groen. De bebouwing van Zorgvliet bestaat voornamelijk uit, voor Nederlandse begrippen, ongekend grote villa's. De relatie tussen de bebouwing, het groen en het water in zijn parkachtige aanleg heeft hoge landschappelijke waarde en een unieke ruimtelijke kwaliteit. Bij de aanleg zag een Schoonheidscommissie destijds toe op de esthetische kwaliteit van de villa’s. Tussen 1913 en 1915 werden in de wijk villa’s gebouwd in een sterk historiserende stijl. Centraal in de wijk vormt het appartementengebouw Zorgvliet een verbijzondering. Op het terrein van de voormalige buitenplaats Buitenrust werd aan de zuidzijde van de wijk tussen 1907 en 1913 het monumentale Vredespaleis gerealiseerd in neorenaissance stijl te midden van fraaie tuinen.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Zorgvliet is op te delen in een aantal deelgebieden (zie kaart), waarbij de gebieden om het park een gelijke uitstraling en kenmerken hebben en het park zelf los beschouwd kan worden Zorgvliet is en villawijk met landschappelijke aanleg in een glooiend terrein met een overwegend gebogen stratenpatroon met een groenaanleg in Engelse tuinstijl De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit grote villa’s, landhuizen en enkele geschakelde herenhuizen De hoofdopzet van het merendeel van de bebouwing bestaat uit twee bouwlagen en een hoog oplopend schilddak De historische en landschappelijke waarde van het landgoed Zorgvliet
xxxv
De historische betekenis en de groenaanleg van de Scheveningseweg alsmede de open structuur van de rand van de wijk langs deze weg als overgang naar de tegenovergelegen Scheveningse Bosjes De Haagse Beek en de waterstructuren aan de Groot Hertoginnelaan en Andries Bickerweg zijn een bepalend element De cultuur- en architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van het Vredespaleis met water en tuinaanleg
Architectonische kenmerken Oorspronkelijke bebouwing hoofdzakelijk in historiserende en traditionele architectuur, enkele gebouwen in de Engelse Landhuissstijl De oorspronkelijke villa’s hebben hoofdzakelijk een monumentale classicistische verschijningsvorm met een symmetrische hoofdopzet, vlakke gevelbehandeling, steile schilddaken of kapvormen met geprononceerde overstekken en kroonlijsten en opvallende hoekschoorstenen Naast villa’s ook voorbeelden van karakteristieke ‘woonhotels’ uit de jaren ’20 in Nieuwe Haagse School architectuur, luxe appartementen met centrale voorzieningen. Ondanks de afwijkende schaal van deze gebouwen is door een compositie met een geleidelijke opklimmende hoogte van bouwdelen is aansluiting gezocht met de omgeving Een aantal gebouwen in het gebied is aangewezen als monument, waaronder bouwwerken uit de jaren ’20 die van (inter)nationale betekenis zijn Waardering De karakteristiek van deze vroeg 20e eeuwse wijk bestaat uit een landschappelijke aanleg in glooiend terrein met riante villa's in grote tuinen aan een overwegend gebogen stratenpatroon. Zorgvliet is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.
Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zorgvliet en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De landschappelijke aanleg van het villapark De relatie tussen de bebouwing en het groen en zichtlijnen De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De monumentale classicistische villa's De architectonische stijlkenmerken van voornamelijk historiserende en traditionele architectuur
t. Zuiderpark (rijksbeschermd stadsgezicht) Het Zuiderpark ligt ten zuidwesten van het centrum en maakte deel uit van het uitbreidingsplan van H.P. Berlage uit 1908. Het park was bedoeld voor de bewoners van zuidwest Den Haag, omdat de hier gesitueerde arbeiderswijken nauwelijks enige groenvoorziening bezaten. Het uiteindelijke ontwerp, de aanleg en de inrichting verliepen xxxvi
aanvankelijk erg traag, maar in 1936 kon het Zuiderpark worden geopend. Het recreatiepark bestaat uit een kern met speelweiden en vijvers, met daar omheen sportterreinen, een boomkwekerij van de Gemeentelijke Plantsoenendienst, een rosarium, een hertenkamp en een 17e eeuwse eendenkooi. Een ringweg vormt de verbindende route waarlangs de diverse parkonderdelen bereikbaar zijn. De monumentale hoofdentree aan het Veluweplein met de bakstenen kolommen en bronzen beelden van Corinne Franzen-Heslenfeld dateert uit 19391940. Rondom het ruim 100 hectare grote park is een ringsloot aangelegd ten behoeve van de afwatering. Het Zuiderpark heeft een landschappelijke aanleg en er staan maar enkele gebouwen, waaronder een boerderij, een sportpark en een horecapaviljoen. Tot voor kort bevond zich hier het stadion van ADO-Den Haag, maar dit is verhuisd naar nieuwbouw in het Forepark. Al in 1925 werd het openluchtzwembad geopend, een langwerpig bad van maar liefst 163 meter lang met afgeronde hoeken, dat was verdeeld in een mannen- en een vrouwenbassin. Dit zwembad is in 1993 gesloten en vervangen door horeca en een overdekt zwembad. Het Zuiderpark heeft haar bijzondere karakter van volkspark met verschillende voorzieningen tot op heden behouden.
Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken en waardering De uit de jaren twintig en dertig daterende parkaanleg met vijvers, speelweiden en tal van educatieve voorzieningen als het eerste Nederlandse voorbeeld van een volkspark waarin de moderne ideeën over de opvoedkundige waarden van natuurbeleving voor de arbeidende klasse zijn weerspiegeld Bijzondere relatie tussen het park en de stedelijke omgeving De eendenkooi die hier al minstens vanaf de zeventiende eeuw is gelokaliseerd en die als de oudste eendenkooi van Nederland kan worden beschouwd Het door de beeldhouwer F. van Haal in 1930 vervaardigde gedenkmonument met de beeltenis van Ot en Sien ter nagedachtenis aan het werk van Jan Ligthart en H. Scheepstra De hoofdentree van het park aan het Veluweplein met monumentale bronzen beelden van Corinne Franzen-Heslenfeld Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zuiderpark zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
* Vrederust-West (Drevenbuurt) (voormalig gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht van de Drevenbuurt ingetrokken. Op 9 februari 2023 heeft de raad besloten het intrekkingsbesluit aan te passen en de aanwijzing van de Drevenbuurt tot beschermd stadsgezicht fasegewijs in te trekken effectuerend met een nieuw planologisch kader voor de Drevenbuurt. Dat gebeurt met het bestemmingsplan Dreven 1.
xxxvii