RIS322655 Bijlage Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 gewijzigd
Tekst van het document
Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 Inhoudsopgave Algemeen (deel a) ...................................................................................4 1.
Inleiding ........................................................................................................................4 1.1. Wat is omgevingskwaliteit? ........................................................................................4 1.2. Waarom een Nota omgevingskwaliteit? .....................................................................4 1.3. Positionering van de nota ...........................................................................................4
2.
Gebruik van de nota ....................................................................................................5 2.1. Wie gaat over omgevingskwaliteit? ............................................................................5 2.2. Relatie met andere beleidsvelden ..............................................................................6
3.
Haagse omgevingskwaliteit ........................................................................................6 3.1. De kernkwaliteiten van Den Haag ..............................................................................6 3.2. Haagse principes........................................................................................................7 3.3. Generieke en specifieke benadering ..........................................................................8 3.4. (Her)ontwikkelingen en transformaties .......................................................................9
Beoordelingskaders (deel b)................................................................10 4. Uitgangspunten voor plaatsing en uiterlijk ................................................................10 4.1. Algemeen .................................................................................................................10 4.2. Verbouw ...................................................................................................................11 4.3. Nieuwbouw ...............................................................................................................17 5. Cultureel erfgoed ..........................................................................................................17 5.1. Monumenten.............................................................................................................17 5.2. Omgeving van monumenten ....................................................................................17 5.3. Beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken .....................................................18 5.4. Beschermde stadsgezichten ....................................................................................18 6. Haagse thema’s.............................................................................................................24 6.1.
Strandpaviljoens .......................................................................................................24 6.2. DakopbouwenExtra bouwlagen..............................................................................25 6.3. Hoogbouw ................................................................................................................26 6.4. Verduurzaming .........................................................................................................27 7. Reclame-uitingen ..........................................................................................................30 8. Excessen........................................................................................................................30 9. Begrippenlijst ................................................................................................................31
Bijlage bij hoofdstuk 5.4..........................................................................i
1
Naar een nieuw kwaliteitsbeleid voor Den Haag In januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Den Haag heeft de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 vastgesteld en de leden van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed benoemd. Deze Nota omgevingskwaliteit Den Haag is de eerste stap in het proces om tot een nieuw Haags kwaliteitsbeleid te komen. Dit beleid moet vastleggen wat in Den Haag wordt verstaan onder een goede omgevingskwaliteit. De basis hiervoor is de Omgevingswet en de Haagse omgevingsvisie. Als eerste stap is deze nota een doorwerking van de Welstandsnota Den Haag 2017: het ontwerpkader voor het uiterlijk van bouwwerken in Den Haag en het toetsingskader voor de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed. Na deze eerste stap wordt verder gewerkt aan de nota op basis van de omgevingsvisie en de uitwerking van het zogenaamde kwaliteitsstelsel tot een Nota omgevingskwaliteit 2.0. Deze Nota omgevingskwaliteit 1.0 is een actualisering, een aanpassing, een aanvulling en een beperkte uitbreiding van de kaders. De uitkomsten van de evaluatie van de Welstandsnota in 2023 vormen het startpunt.
Aanbevelingen in de evaluatie waren onder meer het toevoegen van thematisch beleid voor bijvoorbeeld duurzaamheidsmaatregelen en dakopbouwen extra bouwlagen, het duiden van de te beschermen waarden van de beschermde stadsgezichten en het herformuleren van de kaders van “wat mag ik niet” naar “hoe doe ik het goed”. Deze aanbevelingen zijn bijvoorbeeld vertaald in handvatten voor het optimaal inpassen van zonnepanelen en warmtepompen en uitgangspunten per beschermd stadsgezicht hoe om te gaan met de cultuurhistorische waarden. Daarnaast sluit de Nota omgevingskwaliteit aan op de intenties en de verplichtingen van de Omgevingswet. Hierin komt de term welstand niet meer voor. Wel wordt gesproken over “het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit” en de verplichting om beleidsregels voor “het uiterlijk van bouwwerken” op te stellen. Daarnaast beoogt de wet een verschuiving van een “nee, tenzij”- naar een ”ja, mits”-houding en een meer integrale benadering van kwaliteitszorg. Het doel is beleid waarmee in een vroeg stadium van planvorming gestuurd kan worden op integrale kwaliteitsdoelen, in plaats van alleen achteraf toetsen aan een Welstandsnota. Van eenzijdig toetsen op harde normen naar vooraf voeren van gesprekken om samen waarden te herkennen en te erkennen, waarmee tegemoetgekomen wordt aan het doel participatie te bevorderen.
Dit vraagt meer dan een nieuwe Welstandsnota. Dit vereist de ontwikkeling van een nieuw samenhangend kwaliteitsstelsel en een integraal en transparant (advies)proces. Dit is een transitie die niet van de ene op andere dag gereed is. De nota 1.0 is hierop voorbereid. De nota introduceert naast de beleidsregels voor het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken een integrale kwaliteitsambitie in de vorm van principes die in de komende jaren verfijnd en ingevuld kunnen worden, mede op basis van de Haagse omgevingsvisie. Ook sorteert de nota voor op de ontwikkeling van het Haagse kwaliteitsstelsel, waarover eind 2023 een advies is gegeven.
2
De structuur van de nieuwe nota maakt aanpassingen en aanvullingen mogelijk. Het is een vast kader met een dynamische inhoud. De nota kan uitgebreid worden met deeluitwerkingen en zo ontstaat geleidelijk een integrale nota met uitgangspunten, kaders en richtlijnen voor meerdere aspecten. Bijvoorbeeld voor verdere integratie van cultureel erfgoed, verduurzaming, openbare ruimte, woonkwaliteit, circulariteit, klimaatadaptatie en andere thema’s die betrekking hebben op een goede omgevingskwaliteit. Voor grotere gebiedsontwikkelingen of bijzondere plekken en gebouwen blijven beeldkwaliteitsplannen mogelijk. De nota legt de verbinding met vastgestelde en nieuwe beeldkwaliteitsplannen en beschrijft hoe de twee kwaliteitsinstrumenten in samenhang te gebruiken.
3
Algemeen (deel a) Hoofdstuk 9 definieert wat in Den Haag wordt verstaan onder de gebruikte begrippen en woorden.
1. Inleiding Omgevingskwaliteit is meer dan puur de uiterlijke kenmerken van bouwwerken. Bouwwerken bevinden zich in een context en die context is de stad Den Haag en heeft cultuurhistorische betekenis. Ook heeft de gemeente Den Haag hoge ambities op het gebied van verduurzaming van de bestaande stad en duurzame nieuwbouw. En verduurzamen is meer dan isolatie en energie-opwekkende installaties toevoegen. Hoogwaardig en circulair materiaalgebruik en klimaatadaptatie horen hier ook bij. De grote verschuiving van de Welstandsnota naar de Nota omgevingskwaliteit 1.0 betreft de duiding van de integrale omgevingskwaliteit en wat dat betekent voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Iedere ingreep in de stad zou de Haagse omgevingskwaliteit moeten verbeteren.
1.1. Wat is omgevingskwaliteit? Met omgevingskwaliteit wordt een reeks factoren bedoeld, die de kwaliteit van de leefomgeving bepaalt. Omgevingskwaliteit kan op verschillende niveaus worden bekeken: van de grootste stedenbouwkundige schaal (de structuur van de stad), via de wijken en buurten naar de invulling van een straat, tot de kleinste architectonische schaal (de materialen van een gevel of de routing binnen een gebouw). Bij omgevingskwaliteit wordt ook gekeken naar de identiteit en eigenheid van een gebied, bijvoorbeeld dichtheden, functiemix, bereikbaarheid, sociaalmaatschappelijke aspecten en duurzaamheidsaspecten.
1.2. Waarom een Nota omgevingskwaliteit? De nota draagt op verschillende manieren bij aan een goede omgevingskwaliteit: ● ●
●
Als bron van informatie en inspiratie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en de gemeente (opgavegericht) Voor de begeleiding van een initiatief waarbij de gemeente de nota als uitgangspunt neemt en met initiatiefnemers meedenkt om de kwaliteitsambities na te streven (ontwerpgericht) Als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving van excessen bij bestaande situaties (beoordelingsgericht)
1.3. Positionering van de nota Inhoudelijk De Nota omgevingskwaliteit bundelt de uitgangspunten waarmee een goede omgevingskwaliteit kan worden bereikt en in stand gehouden, gebaseerd en toegespitst op de Haagse kwaliteiten en opgaven. De nota en het gebruik van de nota door de 4
Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed als toetsingskader zijn onderdelen van het bredere kwaliteitsstelsel. Juridisch In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 is omgevingskwaliteit beperkt tot de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. De nota wordt vastgesteld door de gemeenteraad als beleidsregel gerelateerd aan een open norm in het Omgevingsplan. Van een beleidsregel kan onderbouwd worden afgeweken. Beleidscyclus De Nota omgevingskwaliteit wordt wanneer nodig deels aangepast en aangevuld, bijvoorbeeld op basis van de Haagse omgevingsvisie en de ontwikkeling van het Haagse kwaliteitsstelsel. Aanpassingen en aanvullingen worden na participatie door de gemeenteraad vastgesteld. Zes jaar na de eerste vaststelling wordt de gehele nota geëvalueerd.
2. Gebruik van de nota De nota is bedoeld als inzicht en inspiratie vooraf voor iedereen die betrokken is bij een ingreep die invloed heeft op de Haagse omgevingskwaliteit: de initiatiefnemer, de ontwerper, belanghebbenden, belangstellenden, het gemeentebestuur, verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente en de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed.
2.1. Wie gaat over omgevingskwaliteit? Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, op verschillende momenten en met verschillende rollen: De initiatiefnemer geeft opdracht bij te dragen aan de Haagse omgevingskwaliteit De ontwerper ontwerpt in de Haagse context en draagt bij aan de Haagse omgevingskwaliteit Belanghebbenden en belangstellenden dragen in het participatieproces bij aan de Haagse omgevingskwaliteit De verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente informeren, begeleiden en adviseren namens het college op basis van het vastgestelde beleid De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed adviseert op basis van het vastgestelde beleid en adviseert over het beleid Het college beslist over vergunningaanvragen en geeft opdracht beleid op te stellen of deeluitwerkingen te maken om een goede omgevingskwaliteit te bereiken De gemeenteraad controleert, evalueert, actualiseert en stelt beleid vast om een goede omgevingskwaliteit te bereiken
5
2.2. Relatie met andere beleidsvelden Voor het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is meer nodig dan een Nota omgevingskwaliteit. De nota is een onderdeel van het bredere kwaliteitsstelsel en wordt gehanteerd in een juridisch stelsel van vergunningen en toezicht, inclusief handhaving. In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 staan de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Andere onderdelen van het kwaliteitsstelsel – bijvoorbeeld stedenbouwkundig beleid in het Omgevingsplan of de hoogbouwnota, of beleid met betrekking tot beschermde monumenten – of het vergunningstelsel worden elders, in andere wet- en regelgeving toegelicht en geregeld. Voor een integrale goede omgevingskwaliteit is het belangrijk alle relevante kaders in samenhang als uitgangspunt te nemen, toe te passen en te toetsen.
3. Haagse omgevingskwaliteit Omgevingskwaliteit is gerelateerd aan de context. De Nota omgevingskwaliteit beschrijft wat de Haagse omgevingskwaliteit is, wat in Den Haag wordt verstaan onder een goede omgevingskwaliteit en hoe iedere aanpassing en toevoeging aan de stad moet bijdragen aan deze omgevingskwaliteit.
3.1. De kernkwaliteiten van Den Haag De basis van een goede omgevingskwaliteit zijn de gewaardeerde (kern)kwaliteiten van de stad. Wat maakt Den Haag Den Haag? Welke kwaliteiten in de bestaande stad moeten gerespecteerd worden en kunnen worden ingezet om de opgaven van de stad, bijvoorbeeld verduurzaming en verdichting en de daarmee samenhangende transformatie, Haags op te lossen? De kernkwaliteiten van Den Haag zijn: ● De gelaagdheid en diversiteit van de stad, landschappelijk en gebouwd ● De vele beschermde stadsgezichten ● De ligging aan de kust in een duin- en strandwallenlandschap ● De lange lijnen parallel aan de kust ● De verwevenheid van landschappelijke – landgoederen en parken – en stedelijke structuren ● De drie herkenbare historische kernen als begin van de stad: Den Haag, Loosduinen en Scheveningen ● De afleesbare uitleg van de stad ● De sporen – onderbrekingen en aanhelingen – van de periode 1940-1945 ● De rijkdom aan erfgoed ● Het strand en de Scheveningse haven ● De (voormalig) industriële Laakhavens en Binckhorst ● Een eigen architectuurstijl: de Nieuwe Haagse School ● Eigen typologieën: het Haagse portiek, het Haagse woonhotel en Haagse hofjes ● De zichtbaarheid van nationale en internationale instellingen 6
3.2. Haagse kwaliteitsprincipes De kwaliteitsprincipes zijn een statement hoe om te gaan met de kwaliteiten van Den Haag. Zij zijn geen concrete uitgangspunten of ontwerpoplossingen, maar de basis van voortbouwen op die kwaliteiten. Door te behouden en toe te voegen. De principes gaan verder dan de 1.0 versie van de nota. Zij zijn ook de basis voor de verdere verfijning en invulling van de Nota omgevingskwaliteit. Gelaagdheid en proportionaliteit Den Haag verandert voortdurend. De gelaagdheid van het landschap, het ensemble van stedelijke structuren, de architectonische tijdlagen en de functionele dynamiek zijn onderdeel van het verhaal van de stad. De schaal van een ingreep en de mate van gelaagdheid van de omgeving (homogeen of juist heterogeen) bepalen hoe om te gaan met de kwaliteiten in de stad. Iedere ingreep moet proportioneel zijn. Voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag betekent de ene keer behoud, de andere keer bijsturen of er zijn mogelijkheden om kwaliteit toe te voegen. Bevestigen en versterken van aanwezige kwaliteiten Iedere ingreep moet passen in zijn omgeving door de aanwezige kwaliteiten te behouden. Of die kwaliteiten verbeteren door ze te versterken. Uitgangspunt is dat iedere ingreep een positieve bijdrage levert aan de omgeving.
Aan de kwaliteit van een ingreep worden hogere eisen gesteld naarmate de ingreep zich sterker onderscheidt van zijn omgeving. Wederkerigheid Iedere ingreep dient meerdere belangen. Voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag is daarom een collectieve opgave met als gezamenlijk doel een aantrekkelijke woon- en werkstad. Iedere ingreep draagt bij aan een hoogwaardig, duurzaam, gezond, veilig en economisch vitaal Den Haag. Inzetten op ontwerpkracht Een goed ontwerp maakt iedere ingreep in de stad een passende ingreep. Goed opdrachtgeverschap is daarbij belangrijk. Wat is nodig om voort te bouwen op de kwaliteiten van de stad? Daarbij horen een analyse van de omgeving, een daarmee communicerende definitie van de ontwerpopgave en een goede omschrijving van de ingreep. Afhankelijk van de schaal van de ingreep dragen ook ontwerpend onderzoek en een passende architectenkeuze in gezamenlijk overleg bij. Hergebruik als onderzoeks- en ontwerpopgave Hergebruik van (delen van) bestaande gebouwen door behoud, transformatie en toevoeging is een vorm van voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag. Als – op basis van goed onderzoek – hergebruik mogelijk is en met een goed transformatieontwerp kunnen bestaande kwaliteiten worden versterkt een nieuwe betekenis. Aan de gelaagdheid van Den Haag worden nieuwe lagen toegevoegd en gebruikte materialen krijgen een nieuwe bestemming. 7
Duurzaamheid als ontwerpopgave Iedere ingreep draagt positief bij aan de energietransitie en klimaatadaptatie en integreert de opgaven van circulariteit, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Duurzaamheid is altijd een vanzelfsprekend onderdeel van een ontwerp: door hergebruik van bestaande kwaliteiten, het toepassen van hoogwaardige en hoogwaardig verouderende materialen, door toevoegen van natuurlijke meerwaarde, door goede mogelijkheden voor flexibel gebruik en door goede mogelijkheden voor transformatie. Ontwerp op ooghoogte en op grotere hoogte Binnen één ontwerp zijn verschillende schaalniveaus belangrijk. Een ingreep op ooghoogte is bepalend voor het straatbeeld, voor de korte afstand. Een ingreep op grotere hoogte doet mee in het stadsbeeld. En een ingreep op grote hoogte bepaalt de contour van Den Haag. Dit vraagt specifieke oplossingen voor alle schaalniveaus. De overgang van buiten naar binnen en van openbaar naar privé als ontwerpopgave De kwaliteit van Den Haag is een samenspel van groen en water, straten, (privé)tuinen en de schaal, de gevels en het dakenlandschap van gebouwen. Zij maken het stadsbeeld. Iedere ingreep is ingepast in zijn omgeving door alle overgangen tussen de verschillende onderdelen van het stadsbeeld vorm te geven.
Haagse typologieën Opvallende en minder opvallende gebouwen zoals Haagse portieken, hoogwaardige (voormalige) kantoorgebouwen, woonhotels en hofjes zijn bepalend voor de kwaliteit van Den Haag. Voor deze gebouwen is voortbouwen op het bestaande door behoud en transformatie het uitgangspunt. Daarnaast kunnen deze gebouwen inspireren oplossingen voor de opgaven van de stad te vinden. Ruimte voor innovatie Met contextuele argumenten kan worden afgeweken van de Nota omgevingskwaliteit (zie hoofdstuk 1.3 onder Juridisch) en ontstaan mogelijkheden om met nieuwe oplossingen voort te bouwen op de bestaande kwaliteiten van de stad. Daarbij worden hogere eisen gesteld aan de oplossing naarmate deze zich sterker onderscheidt van aanwezige kwaliteiten.
3.3. Generieke en specifieke benadering In deze nota is generiek en specifiek beleid opgenomen. Generiek beleid geldt in de hele stad. Daarnaast kan voor een bepaald gebouw/ensemble of in een bepaald gebied aanvullend en meer specifiek, strenger of opener beleid gelden. In de nota 1.0 is specifiek beleid opgenomen voor als monument aangewezen en beschermde gebouwen/ensembles en voor de beschermde stadsgezichten. In de nota 2.0 kan specifiek beleid voor nieuwe categorieën worden opgenomen. Bijvoorbeeld voor aangewezen en karakteristieke beeldbepalende bouwwerken, voor grootschalige transformaties, voor andere
8
gebiedsindelingen zoals ontwikkelgebieden en lange lijnen – de dragers van de structuur van Den Haag – of voor archeologisch belangrijke locaties en beschermde natuurgebieden.
3.4. (Her)ontwikkelingen en transformaties Voor (her)ontwikkelingen en grootschalige transformaties zijn en worden beeldkwaliteitsplannen of vergelijkbare documenten vastgesteld, die sturen op de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Beeldkwaliteitsplannen gaan veelal integraal in op een gebieds- of een gebouwontwikkeling, inclusief andere onderdelen van het kwaliteitsstelsel, die invloed hebben op de Haagse omgevingskwaliteit. De voor de plaatsing en het uiterlijk van een bouwwerk relevante delen van een vastgesteld beeldkwaliteitsplan vormen samen met de Nota omgevingskwaliteit de uitgangspunten voor de betreffende ontwikkeling.
9
Beoordelingskaders (deel b) Hoofdstuk 9 definieert wat in Den Haag wordt verstaan onder de gebruikte begrippen en woorden.
4. Uitgangspunten voor plaatsing en uiterlijk De Nota omgevingskwaliteit Den Haag bundelt de uitgangspunten waarmee een goede omgevingskwaliteit bereikt en in stand gehouden kan worden. In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 staan de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Die uitgangspunten zijn verdeeld in algemeen en specifiek. Generieke uitgangspunten, die altijd en in de hele stad gelden, en uitgangspunten voor specifieke ingrepen of specifieke gebieden. De vier algemene uitgangspunten zijn de basis voor alle ingrepen in de stad en voor de specifieke uitgangspunten. Ieder specifiek uitgangspunt is een uitwerking van de algemene uitgangspunten. Als voor een ingreep geen specifieke uitgangspunten gelden, dan zijn de algemene uitgangspunten het beoordelingskader. De specifiek uitgangspunten zijn verdeeld in verbouw en nieuwbouw. Verbouw is een aanpassing van of toevoeging aan een bestaand bouwwerk. Nieuwbouw is volledige nieuwbouw. Een transformatie of gevelrenovatie van een bestaand gebouw die het gebouw een nieuw uiterlijk geeft, heeft dezelfde invloed op de stad als nieuwbouw en wordt beoordeeld als nieuwbouw. Cultureel erfgoed is een speciale categorie binnen de specifieke uitgangspunten.
Voor beschermde monumenten, hun omgeving, voor beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken en voor beschermde stadsgezichten zijn aanvullende uitgangspunten opgesteld om de waarden te behouden en daarop voort te bouwen. Voor vier actuele en typisch Haagse opgaven, de Haagse thema’s, zijn de uitgangspunten gebundeld in een apart hoofdstuk. Dit hoofdstuk licht uit en benadrukt het belang van deze thema’s.
4.1. Algemeen In de Nota omgevingskwaliteit wordt met het woord ingreep een fysieke verandering van de stad bedoeld. De schaal van een ingreep verschilt van het aanpassen van een architectonisch detail tot het toevoegen van nieuwe hoogbouw. De invloed van een ingreep op de omgevingskwaliteit van Den Haag varieert van de gevel van een huis tot de gehele stad. A. Een ingreep in, aan of bij een monument behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het monument en bouwt voort op deze waarden. 10
B. Een ingreep in een beschermd stadsgezicht bouwt behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht en bouwt voort op deze waarden. C. Iedere ingreep vertoont samenhang op alle schaalniveaus: in materialen, kleuren en detaillering, in geleding en verhoudingen, in volumeopbouw en schaal, en in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan. D. Iedere ingreep draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van Den Haag op meerdere schaalniveaus: in de keuze van materialen, in het gebruik, in het toevoegen van natuurlijke meerwaarde en in de mogelijkheden voor toekomstig gebruik.
4.2. Verbouw Verbouw zijn kleinere en grotere ingrepen aan een bestaand bouwwerk. Voor veel voorkomende vervangingen, aanpassingen en toevoegingen zijn uitgangspunten opgesteld die gelden in de hele stad. Een deel van deze ingrepen is gebundeld tot een categorie, bijvoorbeeld gevelwijzigingen, omdat de uitgangspunten voor alle ingrepen in een gevel gelijk of vergelijkbaar zijn. Vervanging van een dakrand vraagt dezelfde aanpak als vernieuwing van het gevelmateriaal. DakopbouwenExtra bouwlagen en een aantal duurzaamheidsmaatregelen vallen onder verbouw, maar zijn als Haagse thema’s uitgewerkt in hoofdstuk 6. > Aanbouwen Aanbouwen of uitbouwen zijn toevoegingen aan de hoofdbebouwing die met de hoofdbebouwing zijn verbonden. Uitgangspunt is dat aanbouwen ondergeschikt zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing en in de omgeving. Dit betekent dat aanbouwen een onderdeel van het gevelbeeld worden, of juist een ondergeschikte toevoeging zijn.
Aanbouwen houden de structuur hoofdopzet van de hoofdbebouwing herkenbaar Aanbouwen in een zijtuin houden het straatprofiel en het doorzicht langs de hoofdbebouwing herkenbaar Aanbouwen zijn direct of met een ondergeschikt tussenlid verbonden met de hoofdbebouwing Aanbouwen houden architectonische elementen aan of tegen de hoofbebouwing – bijvoorbeeld een erker of een balkon – herkenbaar Aanbouwen zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikt ontworpen Aanbouwen zijn alzijdig ontworpen Aanbouwen die de architectuur van de hoofdbebouwing volgen zijn ontworpen als integraal onderdeel van de hoofdbebouwing Aanbouwen kunnen een vormgeving hebben die afwijkt van de hoofdbebouwing Aanbouwen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele aanbouwen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend 11
> Bijgebouwen Bijgebouwen zijn toevoegingen aan de hoofdbebouwing die los staan van de hoofdbebouwing. Uitgangspunt is dat bijgebouwen ondergeschikt zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing en in de omgeving.
Bijgebouwen in een voor- of zijtuin aan de straat – bijvoorbeeld een fietsen- of containerberging – houden het straatprofiel herkenbaar Bijgebouwen in een zijtuin houden het doorzicht langs de hoofdbebouwing herkenbaar Bijgebouwen hebben een ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikte maat Bijgebouwen zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikt ontworpen Bijgebouwen zijn alzijdig ontworpen Bijgebouwen kunnen een vormgeving hebben die aansluit bij de tuininrichting Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele bijgebouwen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend > Dakkapellen
Dakkapellen of dakuitbouwen zijn toevoegingen aan een schuin dakvlakdakschild. Uitgangspunt is dat dakkapellen de hiërarchie en de architectuur van de hoofdbebouwing volgen. Dit betekent dat dakkapellen een onderdeel van het gevelbeeld worden, of juist een ondergeschikte toevoeging zijn.
Dakkapellen boven een zichtgevel zijn ontworpen als een onderdeel van het gevelbeeld Dakkapellen boven een zichtgevel houden rekening met het type gevel: voor-, zij- of achtergevel Dakkapellen boven een zichtgevel zijn architectuureigen ontworpen: uitgelijnd met de onderliggende gevel of met een neutrale positie Dakkapellen boven een niet-zichtgevel, bijvoorbeeld een blinde zijgevel of boven de bouwmuur tussen twee gebouwen, zijn ondergeschikt en neutraal ontworpen Dakkapellen bevinden zich op voldoende afstand van de contour van het dakvlakdakschild Dakkapellen houden rekening met andere elementen op het dakvlakdakschild, bijvoorbeeld zonnepanelen, schoorstenen of dakvensters Dakkapellen hebben drie ontworpen zijden en zijn overhoeks ontworpen Dakkapellen hebben een architectuureigen dakvorm: plat of aangekapt Dakkapellen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd Als er oorspronkelijke dakkapellen zijn, is het ontwerp daarvan leidend Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele dakkapellen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend
12
Meerdere dakkapellen op een doorlopend dakvlakdakschild van een architectonische eenheid zijn horizontaal, boven en onder, uitgelijnd en hebben één ritme Meerdere dakkapellen op een doorlopend dakvlakdakschild van een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp Dakkapellen op overhoeks doorlopende dakvlakkendakschilden zijn aan elkaar gerelateerd Op dakvlakkendakschilden die een verbijzondering van het hoofddakvlakhoofddakschild of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte erker, worden geen dakkapellen geplaatst > Dakterrassen
Dakterrassen zijn buitenruimtes op het platte dak van een bouwwerk, of op het platte dak van een lager bouwdeel. Uitgangspunt is dat dakterrassen op het hoogste dakvlak onopvallend zijn. Dakterrassen op een lager dakvlak zijn een ondergeschikte toevoeging.
Dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw bevinden zich op voldoende afstand van alle randen van het dakvlak Dakterrassen op het platte deel van een kapverdieping – het hoogste platte dakvlak boven één of meer schuinen dakvlakken – zijn niet zichtbaar in de openbare ruimte Dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw hebben een zo laag mogelijk en neutraal hekwerk De toegang tot dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw is niet hoger dan het hekwerk Dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel bevinden zich op afstand van alle randen van het dakvlak Dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel hebben een zo laag mogelijk en neutraal hekwerk De toegang tot dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel bevindt zich in een aangrenzende gevel (zie gevel- en kozijnwijzigingen), of is niet hoger dan het hekwerk Een berging op dakterrassen is niet hoger dan het hekwerk > Dakvensters
Dakvensters of dakramen zijn openingen in een schuin dakvlakdakschild, met daarin een (te openen) raam. Uitgangspunt is dat dakvensters ondergeschikt zijn in het dakvlakdakschild, duidelijk een toevoeging, om het dakvlakdakschild of de kap beeldbepalend te houden.
Dakvensters hebben een ten opzichte van het dakschild ondergeschikte maat Dakvensters hebben een neutraal ritme Dakvensters bevinden zich op voldoende afstand van de contour van het dakvlakdakschild
13
Dakvensters houden rekening met andere elementen in of op het dakvlakdakschild, zoals zonnepanelen, schoorstenen of dakkapellen Dakvensters zijn gedetailleerd in het dakvlakdakschild Meerdere dakvensters in een doorlopend dakvlakdakschild van een architectonische eenheid zijn horizontaal – boven en onder – uitgelijnd In dakvlakkendakschilden die een verbijzondering van het hoofddakvlakhoofddakschild of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte erker of dakkapel, worden geen dakvensters geplaatst > Duiventillen
Duiventillen zijn duivenhokken die gebruikt worden voor de tilduivensport, Haags immaterieel erfgoed. Uitgangspunt is dat duiventillen die niet in de tuin staan onopvallend op het hoogste platte dakvlak staan. Duiventillen staan centraal op het hoogste platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak Duiventillen zijn neutraal ontworpen > Erfafscheidingen Erfafscheidingen zijn hekwerken tussen de straat en een erf – bijvoorbeeld een tuin – of tussen erven. Uitgangspunt is dat erfscheidingen ondergeschikt zijn in het straatprofiel en aansluiten bij de architectuur van de hoofdbebouwing.
Erfscheidingen in een voor- of zijtuin houden het straatprofiel open Erfscheidingen hebben een vormgeving die is afgestemd op de architectuur van de hoofdbebouwing Doorgangen binnen een erfscheiding zijn integraal ontworpen als onderdeel van de erfscheiding Meerdere erfscheidingen bij een architectonische eenheid hebben dezelfde vormgeving > Extra bouwlagen
Dakopbouwen zijn extra bouwlagen die worden toegevoegd aan de hoofdbebouwing. Het toevoegen van een of meer bouwlagen is een van de typisch Haagse ingrepen. Zie voor de uitgangspunten voor dakopbouwen extra bouwlagen hoofdstuk 6.2. > Gevelwijzigingen Gevelwijzigingen zijn nieuwe gevelonderdelen die bestaande vervangen of aanpassen en nieuwe toevoegingen aan een gevel. Nieuwe balkons, dakranden, dakbedekking en nieuw gevelmateriaal zijn voorbeelden van gevelwijzigingen. Uitgangspunt is dat nieuwe gevelonderdelen de oorspronkelijke volgen. Nieuwe technieken en materialen zijn mogelijk en behouden het oorspronkelijke aanzicht. Voor kozijnwijzigingen zijn eigen uitgangspunten opgesteld.
Gevelwijzigingen volgen de oorspronkelijke maatvoering en indeling 14
Gevelwijzigingen zijn architectuureigen ontworpen Gevelwijzigingen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd Gevelwijzigingen volgen de oorspronkelijke textuur en kleur Nieuw metselwerk heeft een steenmaat, metselverband en voeg als oorspronkelijk Nieuwe dakpannen hebben een panmaat, panvorm en rand- en hoekoplossingen als oorspronkelijk Nieuwe leien hebben een maat, dekking, rand- en hoekoplossingen als oorspronkelijk Gevelwijzigingen zijn integraal ontworpen als onderdeel van de gevel Binnen een architectonische eenheid hebben gevelwijzigingen hetzelfde ontwerp > Installaties
Installaties zijn functionele toevoegingen aan een gevel of het dak van een gebouw, bijvoorbeeld afvoerpijpen, antennes, luchtbehandelingskasten en windmolens. Uitgangspunt is dat installaties onopvallend worden ingepast. Ook warmtepompen en zonnepanelen zijn installaties. Zie voor de uitgewerkte uitgangspunten voor warmtepompen en zonnepanelen hoofdstuk 6.4.
Installaties hebben een onopvallende maat Installaties tegen een gevel bevinden zich zo veel mogelijk aan een nietzichtgevelniet naar openbaar gebied gerichte gevel Installaties tegen een gevel bevinden zich tegen de gesloten en neutrale delen van de gevel Installaties op een plat dak staan centraal op het platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak Installaties zijn neutraal ontworpen Installaties en de draagconstructie, bekabeling, kanalen en leidingen zijn integraal ontworpen Meerdere installaties zijn geclusterd Meerdere installaties op een plat dak kunnen geclusterd worden binnen een neutraal ontworpen scherm Bij volledige nieuwbouw zijn installaties integraal ontworpen als onderdeel van het gebouw > Kozijnwijzigingen
Kozijnwijzigingen zijn nieuwe kozijnen, ramen en deuren die bestaande vervangen of die een nieuwe gevelopening vullen. Uitgangspunt is dat nieuwe kozijnen, ramen en deuren de oorspronkelijke volgen. Nieuwe technieken, materialen en isolerend glas zijn mogelijk met behoud van het oorspronkelijke aanzicht. Voor winkelpuien zijn eigen uitgangspunten opgesteld.
De indeling van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk De diepte van de nieuwe kozijnen in het gevelvlak – de negge – is als oorspronkelijk De diepte van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren ten opzichte van elkaar is als oorspronkelijk 15
De roedeverdeling van de nieuwe ramen en deuren is als oorspronkelijk De inpassing van de nieuwe kozijnen rondom – bijvoorbeeld de waterslag of het boogveld – is als oorspronkelijk De detaillering van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk Coatings of folies op het nieuwe glas zijn onopvallend Glas-in-lood bevindt zich aan de buitenzijde van nieuw isolerend glas Doorvalbeveiligingen zijn ondergeschikt De ventilatievoorziening is onopvallend opgelost Binnen een architectonische eenheid hebben kozijnwijzigingen hetzelfde ontwerp > Rolluiken en zonweringen
Rolluiken en zonweringen zijn toevoegingen aan een venster of een pui, bedoeld als beveiliging of om direct zonlicht te weren. Uitgangspunt is dat rolluiken en zonweringen ondergeschikt en architectuureigen zijn. Voor rolluiken betekent dit een oplossing aan de binnenzijde van de gevel, omdat een rolluik aan de buitenzijde het venster, de pui of de gevel aan het zicht onttrekt.
Rolluiken bevinden zich aan de binnenzijde van de gevel, achter het venster of de pui Zonweringen hebben een maat die aansluit bij de gevelindeling Zonweringen hebben een vormgeving, inclusief kleur, die past bij de architectuur Zonweringen hebben een vormgeving, inclusief kleur, die past in de omgeving Zonweringen, hun omkasting en bevestiging houden rekening met alle architectonische onderdelen van de gevel Meerdere zonweringen binnen een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp > Winkelpuien
Winkelpuien zijn de gevels van winkels, restaurants of andere bedrijfsfuncties. Uitgangspunt is dat winkelpuien meedoen in het gevelbeeld. Winkelpuien bestaan uit een kozijn met een of meer deuren en vaste transparante delen, een omkadering en een naamsaanduiding. Zie voor naamsaanduidingen hoofdstuk 7.
Winkelpuien zijn open en gesloten een herkenbare grens tussen buiten en binnen Winkelpuien hebben een schaal die aansluit bij de rest van de architectonische eenheid Winkelpuien dragen optisch de bovenliggende gevel De vaste delen van een winkelpui – bijvoorbeeld een etalage – hebben een bouwkundige borstwering met een architectuureigen hoogte Het kozijn en de omkadering van een winkelpui zijn een architectonisch geheel Een entree van de verdiepingen binnen de omkadering is integraal ontworpen als onderdeel van de winkelpui Winkelpuien kunnen een vormgeving hebben die afwijkt van de rest van de architectonische eenheid
16
Meerdere winkelpuien binnen een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp De naamsaanduiding en andere reclame-uitingen zijn integraal ontworpen als onderdeel van de winkelpui
4.3. Nieuwbouw Voor nieuwbouw of een transformatie of gevelrenovatie van een bestaand gebouw die het gebouw een nieuw uiterlijk geeft, gelden de vier algemene uitgangspunten van hoofdstuk 4.1. Deze uitgangspunten worden gehanteerd samen en in samenhang met de relevante uitgangspunten in de hoofdstukken 5, 6 en 7. Aanvullend kan voor een locatie of een gebied beeldkwaliteitsplan opgesteld worden, zie hoofdstuk 3.4, die samen met de Nota omgevingskwaliteit de uitgangspunten voor ingrepen in dat gebied of op die locatie vormen.
5. Cultureel erfgoed Een van de kernkwaliteiten van Den Haag is de rijkdom aan erfgoed: een groot aantal beschermde objecten en ensembles – rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten – en 21 rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Voor dit erfgoed zijn specifieke uitgangspunten opgesteld die aanvullend gelden voor een ingreep in, aan of bij een monument, aan een beeldbepalend of karakteristiek bouwwerk of in een beschermd stadsgezicht.
5.1. Monumenten De beschermde waarden van een rijks- of gemeentelijk monument zijn bepalend voor de mogelijkheden in, aan of bij het monument. Omdat de beschermde waarden verschillen per monument en omdat die verschillen de uniciteit van ieder monument illustreren, zijn voor ingrepen in of aan monumenten geen generieke uitgangspunten opgenomen. Iedere ingreep in of aan een monument is maatwerk.
5.2. Omgeving van monumenten Monumenten staan in een context en die context heeft invloed op het monument. Ingrepen in de omgeving van een monument kunnen invloed hebben op de waarden van het monument. In de Omgevingswet is vastgelegd dat die waarden moeten worden beschermd, ook bij een ingreep buiten de aangewezen bescherming. In het Omgevingsplan moeten hiervoor regels worden opgesteld, waaronder een definitie van de omgeving van een monument en een concrete begrenzing. Hiermee krijgt de omgeving niet dezelfde status als het monument, maar wordt wel vastgelegd wat de invloedsfeer van de monumentale waarden is. Totdat deze regels zijn vastgesteld, geldt uitgangspunt A van de algemene uitgangspunten van hoofdstuk 4.1:
17
Een ingreep in, aan of bij een monument behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het monument en bouwt voort op deze waarden.
5.3. Beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken In het Omgevingsplan kunnen bouwwerken worden aangewezen als beeldbepalend of karakteristiek, binnen en buiten een rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Hiermee worden specifieke cultuurhistorische waarden vastgelegd en beschermd. Deze waarden worden in het Omgevingsplan vertaald in regels, bijvoorbeeld met betrekking tot de parcellering, de gevelindeling of de kapvorm. De regels in het Omgevingsplan vormen samen met de Nota omgevingskwaliteit de uitgangspunten voor ingrepen in beeldbepalende of karakteristieke bouwwerken.
5.4. Beschermde stadsgezichten De cultuurhistorische kenmerken van de rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten in Den Haag zijn beschreven en gewaardeerd bij de aanwijzing. De systematiek van de beschrijvingen en de waarderingen verschilt per beschermd stadsgezicht. Enerzijds past dit bij de verschillen tussen de beschermde stadsgezichten en doet dit recht aan de diversiteit aan cultuurhistorische waarden in Den Haag. Anderzijds maakt dit een vertaling naar wat de beschermde status betekent voor ingrepen in de stadsgezichten lastig. Daarom zijn de kenmerken en de beschermde waarden van de stadsgezichten vertaald in uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit. Per stadsgezicht, omdat de essentie of de kernwaarden verschillen per stadsgezicht. De kenmerken en de waarden in deze nota zijn afkomstig uit en een bewerking van de aanwijzingen. Zij zijn als bijlage opgenomen. Hieruit zijn de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit gedestilleerd, die gelden als uitwerking van uitgangspunt B van de algemene uitgangspunten van hoofdstuk 4.1: Een ingreep in een beschermd stadsgezicht behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht en bouwt voort op deze waarden.
Samen met de andere uitgangspunten in deze nota vormen de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit het kader voor ingrepen in een beschermd stadsgezicht. De uitgangspunten per stadsgezicht specificeren de generieke uitgangspunten, bijvoorbeeld door de architectonische of stedenbouwkundige samenhang te benadrukken en te sturen op oplossingen die die samenhang behouden. NB De grenzen van de beschermde stadsgezichten komen niet altijd overeen met de Haagse wijk- en buurtindeling of met de grenzen van bestemmingsplannen met dezelfde naam die zijn opgegaan in het Omgevingsplan.
a. Archipelbuurt en Willemspark II (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Archipelbuurt en Willemspark II en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: 18
De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid Het afwisselende bebouwingsbeeld De (hoek)accenten bij bouwblokken De monumentale architectuur De architectonische stijlkenmerken van de (voornamelijk) 19e eeuwse bebouwing Het kappenlandschap De winkelpuien in stijl Het villakarakter van het Prinsevinkenpark De relatie met de omliggende groengebieden
b. Benoordenhout (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De monumentale architectuur (plan Berlage) De hoogwaardige architectuur De aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing De aandacht voor de overgangen met groenstructuur, erfafscheidingen in voor- en zijtuinen De architectonische stijlkenmerken van de architectuur binnen de deelgebieden
c. Centrum (rijksbeschermd stadsgezicht) Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum zijn geen uitgangspunten opgesteld. De gegroeide diversiteit, de aanwezigheid van een groot aantal beschermde monumenten en monumentale ensembles, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
d. Duinoord (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Duinoord en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De groene en grotendeels onbebouwde omsloten binnenterreinen De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing De plasticiteit in de gevels en een rijke detaillering 19
De individueel ontworpen gebouwen met architectuurhistorische waarde
e. Haagse Bos (rijksbeschermd stadsgezicht) Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Haagse Bos zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
f. Kijkduin-Meer en Bosch (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijke beschermd stadsgezicht Kijkduin-Meer en Bosch en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De kleinschalige bebouwing en lage bebouwingsdichtheid De organische inpassing van de bebouwing in de natuurlijke omgeving De architectonische stijlkenmerken
g. Laakkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Laakkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School Plasticiteit en ritme in het gevelbeeld De hiërarchie van hoofdstraten en zijstraten De hiërarchie vertalen in vorm en kleur kappen (Hoek)accenten De openingen op de koppen van de bouwblokken De winkelpuien in stijl De erfafscheidingen
h. Marlot/Reigersbergen (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Marlot/Reigersbergen en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: Het tuinstadkarakter De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De kleinschalige bebouwing De architectonische stijlkenmerken, met name van de Nieuwe Haagse School 20
Zorgvuldig en meeontworpen overgangen van de bebouwing naar openbare ruimte
i. Regentessekwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermde stadsgezicht Regentessekwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De stedenbouwkundige opzet De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau
j. Scheveningen-Dorp (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Scheveningen-Dorp en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De herkenbaarheid van de deelgebieden De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De kleinschalige bebouwing De architectonische stijlkenmerken
k. Sportlaan-Segbroeklaan e.o. (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Sportlaan-Segbroeklaan e.o. en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur De gele baksteen als bindend element
l. Statenkwartier (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Statenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De sterke stedenbouwkundige samenhang door de structuur van de wijk, de hiërarchie van de straten, plein en pleinvormige kruisingen en de bebouwing De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De homogene architectuur met veel plasticiteit in de gevel en rijke detaillering.
21
De architectonische kenmerken van en elementen horen bij meerdere architectuurstijlen, onder andere overgangsarchitectuur met Art Nouveau invloed De ruimtewerking van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken
m. Stationsbuurt (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Stationsbuurt en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing
n. Valkenboskwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Valkenboskwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De sobere architectuur met architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance overgangsarchitectuur en Art Nouveau De plasticiteit van de gevels door erkers en balkons
o. Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: Het karakter van villapark in het groen De relatie tussen de bebouwing en het groen De landschappelijke samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van 19e en vroeg 20e eeuwse architectuurstijlen
p. Vogelwijk (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Vogelwijk en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De drie deelgebieden Het tuinstad karakter De schaal van de wijk De verwevenheid van stedenbouw en architectuur De samenhang per deelgebied 22
De samenhang per architectonische eenheid De architectuur met stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School Het kappenlandschap De open, vaak begroeide ruimte voor en tussen de architectonische eenheden De erfafscheidingen
q. Westbroekpark/Belgisch Park (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Westbroekpark/Belgisch Park en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: Het hoogwaardige stadsbeeld De structuur en de hiërarchie van de straten De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De ruimtelijke kwaliteit en de relatie met de groengebieden en de openbare ruimte De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance en overgangsarchitectuur, maar ook Nieuwe Haagse School en wederopbouwarchitectuur
r. Zeeheldenkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische rijkdom rond de pleinen De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance, eclecticisme en Art Nouveau Het kappenlandschap De bescheiden dakkapellen in het voordakvlakvoordakschild De winkelpuien
s. Zorgvliet (rijksbeschermd stadsgezicht) Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zorgvliet en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: De landschappelijke aanleg van het villapark De relatie tussen de bebouwing en het groen en zichtlijnen De samenhang van het geheel De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De monumentale classicistische villa's
23
De architectonische stijlkenmerken van voornamelijk historiserende en traditionele architectuur
t. Zuiderpark (rijksbeschermd stadsgezicht) Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zuiderpark zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
* Vrederust-West (Drevenbuurt) (voormalig gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht van de Drevenbuurt ingetrokken. Op 9 februari 2023 heeft de raad besloten het intrekkingsbesluit aan te passen en de aanwijzing van de Drevenbuurt tot beschermd stadsgezicht fasegewijs in te trekken effectuerend met een nieuw planologisch kader voor de Drevenbuurt. Dat gebeurt met het bestemmingsplan Dreven 1.
6. Haagse thema’s De Haagse thema’s zijn uitgangspunten voor ingrepen die typisch Haags zijn (strandpaviljoens en dakopbouwenextra bouwlagen) of actueel (verduurzaming en hoogbouw). Deze uitgangspunten staan niet op zichzelf. Zij zijn integraal onderdeel van de nota, vaak een uitwerking van de uitgangspunten in de hoofdstukken 4 en 5 en worden samen met die uitgangspunten gehanteerd. Zij staan in een apart hoofdstuk om de actualiteit en het belang te benadrukken.
6.1. Strandpaviljoens Strandpaviljoens zijn de horeca- en sportpaviljoens op het strand van Den Haag. Zij kunnen permanent of seizoensgebonden zijn. Samen met de duinen, de boulevards en de haven maken strandpaviljoens het beeld van de Haagse kust. Uitgangspunt is dat strandpaviljoens rondom herkenbaar zijn als strandbebouwing.
Strandpaviljoens zijn ontworpen als één gebouw, inclusief bijvoorbeeld de keuken, terrasoverkappingen en bergingen Strandpaviljoens zijn alzijdig ontworpen, inclusief de minder zichtbare gevels naar de boulevard of de duinen en inclusief het dak Strandpaviljoens zijn transparant ontworpen waar de functie achter de gevel dit mogelijk maakt Strandpaviljoens hebben de uitstraling van strandbebouwing: paviljoenbebouwing op het zand met een lichte – gewicht en kleur – architectuur Strandpaviljoens zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd Terraselementen zoals terrasschermen of een buitenbar zijn integraal ontworpen als onderdeel van het strandpaviljoen 24
6.2. Extra bouwlagen Dakopbouwen zijnExtra bouwlagen zijn opbouwen die worden toegevoegd aan de hoofdbebouwing. Vaak een individuele ingreep, maar gezamenlijk hebben dakopbouwen een grote invloed op Den Haag. Straten transformeren van twee- naar drielaags of van drie- naar vierlaags. Geleidelijk – de dakopbouwen worden individueel gerealiseerd en een volledige extra bouwlaag op een architectonische eenheid kan lang duren – worden grote delen van de stad een laag hoger. Uitgangspunt is dat dakopbouwenextra bouwlagen architectuureigen zijn en met de bestaande bebouwing een nieuw geheel vormen.
De eerste dakopbouw op een architectonische eenheid is een deel van een totaalontwerp (in schetsvorm) voor een volledige extra bouwlaag op de architectonische eenheid Het totaalontwerp is een architectuureigen nieuwe beëindiging van de bestaande bebouwing Het totaalontwerp lost de hoeken van de architectonische eenheid op met een ontworpen zijgevel of een ontworpen overgang naar een extra bouwlaag op de volgende architectonische eenheid Het totaalontwerp reageert op sprongen in de gevels van de bestaande bebouwing Dakopbouwenextra bouwlagen hebben twee, drie of vier zichtgevels; de andere gevels zijn wachtgevels die tijdelijk zichtbaar zijn tot hiertegen een volgende dakopbouw wordt gerealiseerd Dakopbouwenextra bouwlagen zijn alzijdig ontworpen Dakopbouwenextra bouwlagen kunnen zich met drie hoofdvormen verhouden tot de zichtgevels van de bestaande bebouwing: een dakschild, een doorgezette rechte gevel, een terug liggende rechte gevel Een dakschild als zichtgevel van een dakopbouw heeft een architectuureigen dakhelling, bedekking en beëindiging Zie voor dakkapellen op een dakschild hoofdstuk 4.2 Zie voor dakvensters in een dakschild hoofdstuk 4.2 Een doorgezette rechte gevel als zichtgevel van een dakopbouwextra bouwlaag heeft een architectuureigen aansluiting op de bestaande bebouwing, bekleding, open/dicht verhouding, verhoudingen van gevelopeningen, positie en vormgeving
van vensters, beëindiging en eventuele schoorsteen Een terug liggende rechte gevel als zichtgevel van een dakopbouwextra bouwlaag heeft een architectuureigen bekleding, open/dicht verhouding, verhoudingen van gevelopeningen, positie en vormgeving van vensters, beëindiging en eventuele schoorsteen Een terras aansluitend aan een terug liggende rechte voor- of zijgevel is architectuureigen ontworpen Een terras aansluitend aan een terug liggende rechte achtergevel ligt terug van de zichtgevels van de bestaande bebouwing De eerste dakopbouwextra bouwlaag op een architectonische eenheid is de standaard voor volgende dakopbouwen op dezelfde eenheid 25
Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de bestaande bebouwing optionele dakopbouwenextra bouwlagen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend
6.3. Hoogbouw Hoogbouw – hoge nieuwbouw of de transformatie van een hoog bestaand gebouw, hoog zoals gedefinieerd in de Haagse hoogbouwnota (waarvan een actualisatie in voorbereiding is) – is een ingreep in de stad met invloed op alle schaalniveaus. Hoogbouw staat op ooghoogte aan de straat en bepaalt de contour van Den Haag. Uitgangspunt is dat hoogbouw integraal ontworpen is, als één gebouw, met specifieke aandacht voor ieder schaalniveau.
Alle functies zijn integraal meeontworpen Alle onderdelen van het ontwerp zijn afgestemd op de schaal van het gebouw Alle onderdelen van het ontwerp zijn gerelateerd aan de positie in het gebouw: de plint, het lijf en de kroon Uitgangspunten voor de plint: o De entreezone – de buitenruimte, de daadwerkelijke entree en de collectieve binnenruimte – is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp o Bellen en brievenbussen zijn een integraal onderdeel van het gebouwontwerp o De verlichting van collectieve functies is geïntegreerd in het gevelontwerp o De landing van het gebouw – de aansluiting van de gevels op het maaiveld is architectuureigen ontworpen o Trafo’s zijn geïntegreerd in het gevelontwerp o De zichtbare delen van de fietsenstalling zijn geïntegreerd in het gevelontwerp o De zichtbare delen van de parkeeroplossing voor auto’s, inclusief bijvoorbeeld een speedgate en bijbehorende signing, zijn geïntegreerd in het gevelontwerp o De zichtbare delen van de afvallogistiek zijn geïntegreerd in het gevelontwerp Uitgangspunten voor het lijf: o Buitenruimtes zijn geïntegreerd in het gevelontwerp o Alle dakvlakken zijn ontworpen: de vijfde gevel o Voorzieningen voor groen op een dakvlak zijn geïntegreerd in het ontwerp van een dakvlak o De zichtbare onderzijde van buitenruimtes, uitkragingen en galerijen is ontworpen: de zesde gevel Uitgangspunt voor de kroon: o De kroon is een
ontworpen beëindiging van de gevel o De kroon is architectuureigen ontworpen o De aanlichting van de kroon is meeontworpen Uitgangspunten voor installaties: o Klimaatinstallaties op een dakvlak zijn meeontworpen o Klimaatinstallaties in de gevel zijn geïntegreerd in het gevelontwerp o Glazenwasinstallaties zijn meeontworpen o Installaties zijn ontworpen inclusief pijpen/kanalen en (wegklapbare) valbeveiliging 26
o
Vluchtroutes (bijvoorbeeld over het dak van lagere bouwdelen) zijn meeontworpen
6.4. Verduurzaming Een duurzaam Den Haag maakt optimaal gebruik van de bestaande stad door voort te bouwen op de kwaliteiten in de stad en deze in te zetten. Dit kan door behoud, hergebruik en transformatie van bestaande gebouwen en door circulair, flexibel en hoogwaardig nieuw te bouwen. Behoud, hergebruik en transformatie vragen een aanpassing van de schil van een gebouw om dat gebouw energiezuiniger en comfortabeler te maken. Bijvoorbeeld door het na-isoleren van gevels of het toevoegen van (nieuwe) klimaatinstallaties. Ook om schone energie – warmte en elektriciteit – te produceren kunnen installaties worden toegevoegd. Veel duurzaamheidsmaatregelen vallen onder de uitgangspunten voor verbouw, zie hoofdstuk 4.2. Een aantal veel voorkomende maatregelen is verder uitgewerkt en toegelicht om de uitgangspunten zo breed mogelijk toe te kunnen passen en de maatregelen zo breed mogelijk te kunnen realiseren. Uitgangspunt is dat duurzaamheidsmaatregelen altijd mogelijk zijn als zij de aanwezige kwaliteiten respecteren door een onopvallend en per architectonische eenheid uniform ontwerp. Bij duurzaamheidsmaatregelen wordt de maatschappelijke bijdrage aan de energietransitie meegenomen. > Buitengevelisolatie Na-isolatie van een gevel is altijd mogelijk, aan de binnenzijde of aan de buitenzijde van de gevel. Buitengevelisolatie is een wijziging van de gevel.