RIS322655 Bijlage Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025
Tekst van het document
De afwerking van de buitenwerkisolatie is architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd, inclusief plastiek, tactiliteit en ornamentiek De buitengevelisolatie sluit aan bij de hiërarchie van de gevels (bijvoorbeeld een blinde gestuukte zijgevel versus een rijke metselwerk voorgevel) De buitengevelisolatie behoudt de samenhang van een architectonische eenheid In een beschermd stadsgezicht behoudt de buitengevelisolatie de waarden van het beschermd stadsgezicht Alle aansluitingen van de afwerking op andere gevelonderdelen zijn ontworpen De buitengevelisolatie is integraal ontworpen met alle andere isolerende maatregelen, bijvoorbeeld nieuwe kozijnen of dakisolatie > Isolerende beglazing
Isolerende beglazing ter vervanging van enkel glas of minder isolerend glas is altijd mogelijk. Rijksmonumenten zijn een uitzondering. Of en hoe in rijksmonumenten isolerend glas geplaatst kan worden is maatwerk. De uitgangspunten voor nieuw isolerend glas staan bij de uitgangspunten voor kozijnvervangingen, zie hoofdstuk 4.2. De volgende uitgangspunten zijn relevant voor nieuwe beglazing.
27
• • • •
De roedeverdeling van de nieuwe ramen en deuren is als oorspronkelijk De detaillering van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk Coatings of folies op het nieuwe glas zijn onopvallend Glas-in-lood bevindt zich aan de buitenzijde van nieuw isolerend glas
De belangrijkste aandachtspunten zijn de dikte en de samenstelling van het glas. In de meeste gevallen is nieuw isolerend glas dikker dan het bestaande (isolerende) glas. Het dikkere glaspakket vraagt een aanpassing van de kozijnen, ramen of deuren en/of van de manier waarop het glas wordt vastgezet. Deze aanpassing vindt plaats binnen het kozijn, het raam of de deur en behoudt het beeld aan de buitenzijde. Na-isolatie kan een nieuwe ventilatievoorziening of een aanpassing van de bestaande vragen. Het volgende uitgangspunt is relevant voor een ventilatievoorziening. •
De ventilatievoorziening is onopvallend opgelost
Een verholen oplossing kan een onopvallende ventilatievoorziening in of boven het kozijn of ter plaatse van een wisseldorpel zijn. Ook kan een ventilatievoorziening onopvallend en architectuureigen worden opgelost in de gevel. In beginsel kan in alle bestaande kozijnen, ramen en deuren isolerende beglazing geplaatst worden. Als een kozijn, raam of deur aangepast of vervangen moet worden om isolerend glas toe te kunnen passen, dan gelden de uitgangspunten voor kozijn vervangingen, > Warmtepompen Een warmtepomp is altijd mogelijk. Alle in hoofdstuk 4.2 genoemde uitgangspunten voor installaties zijn relevant voor de buitenunit van een warmtepomp, om een optimale werking te combineren met een onopvallende inpassing. • • • • • • • • •
Installaties hebben een onopvallende maat Installaties tegen een gevel bevinden zich zo veel mogelijk aan een niet-zichtgevel Installaties tegen een gevel bevinden zich tegen de gesloten en neutrale delen van de gevel Installaties op een plat dak staan centraal op het platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak Installaties zijn neutraal ontworpen Installaties en de draagconstructie, bekabeling, kanalen en leidingen zijn integraal ontworpen Meerdere installaties zijn geclusterd Meerdere installaties op een plat dak kunnen geclusterd worden binnen een neutraal ontworpen scherm Bij volledige nieuwbouw zijn installaties integraal ontworpen als onderdeel van het gebouw
28
Deze uitgangspunten sturen op een onopvallende inpassing in het geval een van de straat onzichtbare oplossing niet mogelijk is. Die onopvallende inpassing kan bij een buitenunit goed een verholen oplossing zijn, verholen door gebruik te maken van het gevelontwerp of door de buitenunit in de tuin te plaatsen en (groen) in te kleden. > Zonnepanelen Zonnepanelen zijn altijd mogelijk. Uitgangspunt is een goede inpassing van de zonnepanelen. Op een plat dak is een goede inpassing een vanuit de openbare ruimte niet zichtbare oplossing. Op een schuin dak zijn de zonnepanelen zichtbaar en is een goede inpassing een ondergeschikt en per architectonische eenheid uniform legplan en een onopvallende vormgeving. De uitgangspunten zijn opgesteld voor zonnepanelen. Zij gelden ook voor paneelvormige zonneboilers of een paneelvormige combinatie van warmte- en elektriciteitsopwekking.
Uitgangspunten voor zonnepanelen aan een gevel • Zonnepanelen aan een gevel zijn geïntegreerd in het gevelontwerp Algemene uitgangspunten voor zonnepanelen op een dakvlak • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met de stedenbouwkundige positie van het dakvlak • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met de dakvorm • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met andere elementen op het dakvlak, bijvoorbeeld schoorstenen of dakkapellen • Het legplan van de zonnepanelen is regelmatig • De zonnepanelen vormen een aaneengesloten vlak • De zonnepanelen zijn onopvallend in de omgeving • De zonnepanelen hebben een matte vormgeving • De zonnepanelen en de draagconstructie, omvormers en kabels zijn integraal ontworpen Uitgangspunten voor zonnepanelen op een plat dak • De zonnepanelen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte • De combinatie van zonnepanelen en een begroeid dak is integraal ontworpen Uitgangspunten voor zonnepanelen op een schuin dak • Binnen een architectonische eenheid zijn de legplannen van de zonnepanelen gelijk • Het legplan van de zonnepanelen is parallel aan de nok • Het legplan van de zonnepanelen houdt voldoende afstand van de randen van het dakvlak • Het legplan van de zonnepanelen houdt voldoende afstand van andere elementen op het dakvlak, bijvoorbeeld schoorstenen, dakkapellen of dakvensters • Het legplan van de zonnepanelen is een
rechthoek of een haak als een ander element of het dakvlak daarom vraagt • Alle samenstellende delen van een zonnepaneel hebben dezelfde egale kleur 29
• • • • •
De dakbedekking blijft behouden De zonnepanelen liggen plat op de dakbedekking Voor zonnepanelen op het platte dak van een dakkapel of een dakuitbouw gelden de uitgangspunten voor zonnepanelen op een plat dak Op dakbedekking met een waardevol materiaal of patroon worden geen zonnepanelen gelegd Op dakvlakken die een verbijzondering van het hoofddakvlak of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte dakkapel of erker, worden geen zonnepanelen gelegd
7. Reclame-uitingen Reclame-uitingen zijn naamsaanduidingen en andere elementen aan een gevel of in de buitenruimte die een bedrijfsfunctie – bijvoorbeeld een winkel, een restaurant, een theater of een zwembad – herkenbaar en zichtbaar maken. De uitgangspunten voor reclame-uitingen staan in de Reclamenota (RIS170855). Voor reclame-uitingen in Chinatown geldt het Ontwikkelingskader Chinatown (RIS136862).
8. Excessen Van een exces is in ieder geval sprake bij een grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. Dat wil zeggen: • • • •
Een ernstige aantasting van de architectonische karakteristieken van een bouwwerk en/of zijn omgeving Gebruik van kwalitatief zeer laagwaardige materialen, materiaaltoepassingen of bevestigingen, op zichzelf of ten opzichte van een bouwwerk en/of zijn omgeving Gebruik van felle of sterk contrasterende kleuren die een bouwwerk en/of zijn omgeving in ernstige mate aantasten Ernstige verwaarlozing of beschadiging
9. Begrippenlijst In Den Haag worden de gebruikte begrippen en woorden als volgt gedefinieerd. Alzijdig De gevels van een alzijdig gebouw zijn evenwaardig en in het aanzien even relevant Architectonische eenheid Een als eenheid ontworpen aaneengesloten rij gebouwen of ensemble van gebouwen Architectuur De vormgeving van een gebouw of een onderdeel daarvan
30
Architectuurstijl De kenmerken van een groep gebouwen of onderdelen van gebouwen met een gelijke of vergelijkbare vormgeving, waardoor de groep zich onderscheidt van andere groepen Bouwwerk Iets dat gebouwd wordt of gebouwd is, bijvoorbeeld een gebouw, een onderdeel van een gebouw of een toevoeging aan of bij een gebouw Dakbedekking De zichtbare bekleding van een schuin of een plat dak Dakschild of dakvlak Het voor-, zij- of achterdakschild van een individueel gebouw en van de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt Gebied Een begrensd deel van de stad Gemeentelijk beschermd stadsgezicht Een stadsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister Gemeentelijk monument Een monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister Gevel of gevelvlak De gevel van een individueel gebouw en de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt Kap Het geheel van dakvlakken dat het dak vormt Monument Een monument zoals omschreven in artikel 1:1 van de Erfgoedwet Nieuwbouw Een geheel nieuw te bouwen gebouw of een transformatie van een gebouw, dat wil zeggen het zodanig wijzigen van een bestaand gebouw dat sprake is van een geheel nieuw uiterlijk Omgeving De context van een bouwwerk, dat wil zeggen wat zich om het bouwwerk heen
bevindt, van (een fragment van) de gevel tot het naastliggende bouwwerk, de straat of de wijk waarin het bouwwerk zich bevindt Ondergeschikt 31
Van minder belang Plaatsing De positie van een bouwwerk ten opzichte van een ander bouwwerk of ten opzichte van de omgeving Rijksbeschermd stadsgezicht Een stadsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister Rijksmonument Een monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister Samenhang De afstemming tussen verschillende onderdelen van een bouwwerk, tussen verschillende bouwwerken en tussen een bouwwerk en zijn omgeving Straatprofiel De dwarsdoorsnede tussen de bebouwing aan weerszijden van een straat, inclusief de hoogte van de bebouwing Uiterlijk De vormgeving, materialen, detaillering en kleurstelling van een bouwwerk Wachtgevel Een gevel die tijdelijk zichtbaar is, totdat er een bouwwerk tegenaan wordt geplaatst
32
Bijlage bij hoofdstuk 5.4 De kenmerken en de beschermde waarden van de Haagse rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten zijn geduid en vertaald in uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit. De kenmerken en de waarden in deze nota zijn afkomstig uit en een bewerking van de aanwijzingen. Zij staan in deze bijlage. Hieruit zijn de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit gedestilleerd, die zowel in deze bijlage als in hoofdstuk 5.4 staan. De kenmerken, de waarden en de uitgangspunten hebben per beschermd stadsgezicht steeds volgens dezelfde opmaak: •
• •
Duiding cultuurhistorie per beschermd stadsgezicht o Inleidende beschrijving o Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken o Architectonische kenmerken Waardering Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit
a. Archipelbuurt en Willemspark II (rijksbeschermd stadsgezicht) De Archipelbuurt en het Willemspark II, beide gelegen ten noorden van het oude centrum, dragen hun eigen historische en ruimtelijke bijdrage aan het stedelijke landschap van de stad. Archipelbuurt De Archipelbuurt werd aangelegd als een van de eerste grootschalige 19e eeuwse stadsuitbreidingen buiten de singelomgrachting en vertegenwoordigt daarmee een belangrijk stuk geschiedenis van de stedelijke ontwikkeling. De omvang van de wijk werd mede bepaald door de ligging van de al aanwezige begraafplaatsen en het kanaal aan de oostzijde. De begraafplaatsen, samen met de Scheveningse Bosjes, geven de wijk een groene grens, waarlangs de bebouwing een open structuur heeft. Het stratenplan in de wijk wordt verder grotendeels gekenmerkt door lange rechte straten met korte dwarsverbindingen, waarlangs particuliere bouwmaatschappijen woningen ontwikkelden in laat eclectische stijl met neorenaissance-invloeden en met een relatief hoge bebouwingsdichtheid. Nog steeds heeft de Archipelbuurt een homogeen en vrij gaaf bewaard karakter. Het Nassauplein en het Bankaplein hebben een monumentale stedenbouwkundige opzet. In de smallere straten bevinden zich woningen voor de middenstand.
Het Prinsevinkenpark uit 1888 is als villapark aangelegd rond een ovaalvormig plein en heeft in tegenstelling tot de rest van de wijk een gebogen stratenpatroon en is bebouwd met monumentale herenhuizen. Deze opzet heeft geleid tot een open en groen karakter. Ook kent de Archipelbuurt een groot aantal sociale woningbouwcomplexen uit de 19e eeuw. Het oudste is het Hofje van Schuddegeest uit 1856, dat dateert van vóór de aanleg van de wijk. Een deel van de oorspronkelijke bebouwing in de wijk werd in de Tweede Wereldoorlog vernietigd en is vervangen door nieuwbouw. Grootschalige nieuwbouw - woningbouwcomplex Alexanderveld i
van de architect Ricardo Bofill - werd daarnaast gerealiseerd aan de huidige Burgemeester Patijnlaan op de plek van de voormalige Alexanderkazerne en het exercitieterrein. Willemspark II Het Willemspark was de eerste gemeentelijke stadsuitbreiding van Den Haag, die op initiatief van de gemeente zelf gerealiseerd is. Het stedenbouwkundig ontwerp valt in twee delen uiteen: Willemspark I en Willemspark II. Willemspark I behoort tot het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum. Het heeft een recht assenkruis van twee straten, de Sophialaan en de Alexanderstraat, met centraal het ovaalvormige Plein 1813 met monumentale bebouwing. Ten noorden van Willemspark I ligt Willemspark II, dat een heel ander karakter heeft. De bebouwing kwam grotendeels tot stand op initiatief van particuliere bouwmaatschappijen, zonder dat er sprake was van een geplande aanleg. Het stratenpatroon voegde zich naar de bestaande verkaveling van slootjes en wegen. De sfeer van een levendige 19e eeuwse woonbuurt is hier nog goed te proeven; de bebouwing is meer organisch tot stand gekomen en gedifferentieerder.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken Archipelbuurt • Het 19e eeuwse bebouwingsbeeld vormt een gaaf ensemble in samenhang met het stedenbouwkundige patroon van rechte straten met hoofdzakelijk aaneengesloten huizenreeksen • Hoekpanden hebben vaak een speciaal accent bestaande uit bijvoorbeeld een diagonale hoek, erker, torentje of een winkel op de begane grond • Gesloten en halfopen bouwblokken • Aaneengesloten bebouwing van hoofdzakelijk twee of drie bouwlagen met kapverdieping • Kenmerkend kappenlandschap met schilddaken • De belangrijke straten – zoals de Bankastraat en Riouwstraat – zijn breed aangelegd, oorspronkelijk voorzien van bomen of plantsoenen, met monumentale bebouwing • Open structuur aan de rand van de wijk als overgang naar de Scheveningse Bosjes • Afwijkend in opzet en met een eigen karakter is het Prinsevinkenpark, gebouwd rond een ovaalvormig plein met een gebogen stratenpatroon.
Hier bestaat de bebouwing uit villa's of in groepen van twee of drie gebouwde en door tuinen omgeven herenhuizen • De groenaanleg in de Surinamestraat, aan het Nassauplein, in de Timorstraat en de Burgemeester Patijnlaan • Cultuurhistorische en landschappelijke waarde van drie begraafplaatsen met bebouwing en monumenten • De wijk kent een groot aantal op binnenterreinen gelegen arbeidershofjes Willemspark II • Frederikstraat als hoofdas van noord naar zuid door het midden van Willemspark II • Geen formeel geplande uitleg, de verkaveling is organisch gegroeid. Het huidige stratenpatroon volgt de oorspronkelijke verkaveling van slootjes en wegen
ii
• • • •
In het Willemspark II is het boven- en benedenhuis de norm. Een combinatie van bedrijfsruimte en bovenwoning komt ook regelmatig voor Situering van de achtergevels van huizen aan de Prinses Mariestraat met tuinen in relatie met het water Door muren afgesloten tuinen en groenstrook langs de Schelpkade De ruime groengebieden aan weerszijden van het 'hofje Javalaantje' (Javalaan 99 t/m 161) verwijzen naar de vroegere militaire functie op deze locatie
Architectonische kenmerken Archipelbuurt • Afwisselend bebouwingsbeeld in de wijk met monumentaal karakter met name aan het Nassauplein, de Surinamestraat, de Riouwstraat, het Bankaplein, de Laan Copes van Cattenburch, de Burgemeester Patijnlaan en de Burgemeester Van Karnebeeklaan • Vanwege de organische groei ontstond een verscheidenheid aan ontwerpen binnen een straatwand, merendeels bestaande uit delen van twee of meer huizen achter een symmetrische gevel • Stilistisch overheerst het late eclecticisme met aan de renaissance, de Lodewijkstijlen, het Empire en het neoclassicisme ontleende motieven.
Langs de straten, die vanaf het midden van de jaren tachtig van de 19e eeuw zijn aangelegd gaat de neorenaissance het bebouwingsbeeld meer en meer overheersen • Kenmerkend is de afwisseling van schoon metselwerk en gepleisterde gevelonderdelen en de rijke ornamentering van de kozijnen en kroonlijsten • Bij de eclectische bebouwing is over het algemeen een rechte gevelbeëindiging toegepast, terwijl bij de neorenaissancepanden een wisselende beëindiging overheerst • De lineaire ontwikkeling van de architectuurhistorisch met waardevolle neoclassicistische bebouwing langs de Koninginnegracht Willemspark II • Ensemblewaarde van de huizen aan de Prinses Mariestraat en de aandacht bij de architectonische uitwerking voor de achtergevels aan de Mauritskade • De van oudsher winkel- en bedrijfsfunctie van de Frederikstraat valt af te lezen aan het grote aantal laat 19e eeuwse winkelpuien • De eenvoudige huizen in de Kerkstraat geven een harmonisch beeld weer Waardering Het profiel van de bebouwing van de Archipelbuurt en Willemspark II met zijn karakteristieke eclectische architectuurbeeld in samenhang met de lange rechte straten is kenmerkend voor de 19e eeuwse wijze van stadsuitbreiding, met name de initiatieven van particuliere bouwmaatschappijen. Bijzonder zijn ook de afwijkingen van dit patroon van rechte straten.
De relatie met de historische binnenstad en de omliggende groengebieden is een bijzonder gegeven van de wijk. Samen zijn de Archipelbuurt en het Willemspark II van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. iii
Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Archipelbuurt en Willemspark II en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De samenhang van het geheel • De damenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • Het afwisselende bebouwingsbeeld • De (hoek)accenten bij bouwblokken • De monumentale architectuur • De architectonische stijlkenmerken van de (voornamelijk) 19e eeuwse bebouwing • Het kappenlandschap • De winkelpuien in stijl • Het villakarakter van het Prinsevinkenpark • De relatie met de omliggende groengebieden
b. Benoordenhout (rijksbeschermd stadsgezicht) De wijk Benoordenhout is grotendeels gelegen op oude duingrond. Vrijwel het gehele gebied behoorde tot 1884 bij Wassenaar. Hier lagen de landgoederen Oostduin, Arendsdorp, Clingendael en Waalsdorp te midden van landschapstuinen in 19e eeuwse Engelse stijl. De aanleg van de wijk is geleidelijk van west naar oost gebouwd. Tussen 1894 en 1902 werd het Nassaukwartier gebouwd. De Jan van Nassaustraat behoort tot de mooiste en meest kenmerkende straten uit het Haagse fin-de-siècle. Veel van de herenhuizen zijn in groepen gebouwd met gevels in rijke neorenaissancestijl en invloeden uit de Art Nouveau. Door de gunstige ligging bleek het Benoordenhout bijzonder aantrekkelijk voor de vestiging van kantoren, waardoor het karakter van de wijk nu grotendeels wordt bepaald. Ondanks de bouw van de grote kantoren heeft het Benoordenhout het karakter van een luxe woonwijk weten te behouden. Onder zowel de kantoorgebouwen als de vrijstaande woningen bevinden zich een aantal gebouwen van (nationaal) hoge architectuurhistorische kwaliteit uit de periode 1900-1940. De wijk is grotendeels tussen 1915 en 1940 bebouwd. Het uitbreidingsplan van Berlage uit 1911 is alleen ten zuiden van de Wassenaarseweg gevolgd; verder dienden de sloten en lanen van de 19e eeuwse landgoederen als uitgangspunt. Het eindbeeld is harmonieus.
Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • Grootstedelijk karakter gecombineerd met een groen villadorp • De wijk kent vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken (zie kaart) • Grote mate van harmonie binnen deze deelgebieden • Hoogwaardige stedenbouwkundige en architectonische ensembles • Monumentale stedenbouw in het Plan Berlage ten zuiden van de Wassenaarseweg • Kantoren als zelfstandige gebouwen met een hoogwaardige architectuur en architectuureigen detaillering • De openbare ruimte met veel groen herinnert aan het gecultiveerd landschappelijk karakter van de 19e eeuwse situatie met buitenplaatsen omringd door fraaie huizen iv
• • • • •
De groenstructuur heeft een landschappelijk karakter met straten en lanen als zichtassen Aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing Aandacht voor erfafscheidingen en voor- en zijtuinen binnen het groene kader en homogene beeld van de wijk Een aantal forse appartementsgebouwen In de jaren ‘80 en ‘90 is het gebied verdicht met gebouwen van grote schaal
Architectonische kenmerken • Bouwblokken met een grote differentiatie in type en architectuur komen naast elkaar voor; rij- en herenhuizen, beneden- en bovenwoningen, flatgebouwen, vrijstaande huizen, scholen en kerken • Homogene architectuur per deelgebied • Het kenmerkende Nassaukwartier aan de zuidwestkant. Aaneengesloten herenhuizen overwegend in neorenaissance stijl met ensemble- en individuele waarde. Enkele gebouwen vertonen de kenmerken van de Art Nouveau. In gesloten of halfopen bouwblokken • Harmonieuze baksteenarchitectuur in de stijl van de Nieuwe Haagse School, afgewisseld met gebouwen die hun vormentaal hebben ontleend aan het Traditionalisme, de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid in het overgrote deel van de wijk. Kenmerkend zijn de sobere baksteenarchitectuur waarin horizontale accenten van liggende vensters, overstekende daklijsten en betonbanden bepalend zijn • Kenmerkende wederopbouwarchitectuur met aaneengesloten herenhuizen en appartementen, variërend van twee tot vier bouwlagen met kap of plat dak en hier en daar een hoogteaccent Waardering Benoordenhout is opgebouwd uit deelplannen met een grote continuïteit in bebouwingsbeeld en structuur langs groene lanen, rondom oude landgoederen. De consistentie van het stadsbeeld is hierdoor zo groot dat een wijk is ontstaan met een sterk homogeen karakter.
Het gebied is als zodanig van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken • De samenhang van het geheel • De samenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • De monumentale architectuur (plan Berlage) • De hoogwaardige architectuur • De aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing • De aandacht voor de overgangen met groenstructuur, erfafscheidingen in voor- en zijtuinen • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur binnen de deelgebieden v
c. Centrum (rijksbeschermd stadsgezicht) Als oudste deel van Den Haag is het centrum een zeer divers gebied, met een grote diversiteit aan architectuurstijlen en gebouwtypen. Juist de diversiteit is een belangrijk kenmerk. Het centrum had, omdat Den Haag geen stadsmuur had, lange tijd geen duidelijke begrenzing, waardoor er aan de randen sprake is van ‘rafelrandjes’ (bv. Groenewegje e.o.) Daar waar de historische structuur en schaal nog aanwezig zijn, is het vooroorlogse bebouwingsbeeld dominant. Veelal gekenmerkt door bebouwing uit de 17e tot 20e eeuw in verschillende architectuurstijlen. Overwegend maximaal drie bouwlagen met een kap.
Landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kenmerken • Het voor het oudste deel niet planmatige stratenpatroon, waarbij een oude strandwal is gebruikt, met name nog herkenbaar aan het Westeinde, de Riviervismarkt en Dagelijkse Groenmarkt • Het Lange Voorhout als brede en met volwassen groen ingerichte straat, (oorspronkelijk een geheel met de Kneuterdijk) • De 17e eeuwse omgrachting van het centrum • Al dan niet overbouwde steegjes naar binnenterrein met kleinschalige (woon)bebouwing in de vorm van exploitatiehofjes • De omgeving Prinsegracht, Brouwersgracht, Lange Beestenmarkt als een van de oudste planmatige uitbreidingen van de stad (1642) • Hofvijver met Binnenhofcomplex • Gesloten bouwblokken • Secundaire achterstraten, van oudsher ten behoeve van stallingen, koetshuizen en bedrijfjes, zoals de Hoge Nieuwstraat, Lage Nieuwstraat en Kazernestraat Bijzondere ensembles • Lange Voorhout, met overwegend een 18e en 19e eeuws bebouwingsbeeld • Prinsessegracht en Nieuwe Uitleg, met een homogeen en voornamelijk 18e eeuws bebouwingsbeeld • Westzijde van de Denneweg is in het derde kwart van de 18e eeuw bebouwd in een homogene, sobere baksteenarchitectuur van middelgrote gebouwen met identieke hoogte en kapvormen dat nog grotendeels intact is Verkeersdoorbraken • Oranjestraat (ca 1875), aangelegd ter ontsluiting van een nieuwe wijk in overwegend een neoclassicisistische
architectuur • Verlenging en verbreding van de Prinsestraat (1884/85), resulterend in een gevelbeeld met overwegend neorenaissance architectuur • Hofweg (1913) met diverse grotere invullingen uit verschillende tijden • Grote Marktstraat (1924), met schaalvergrotende nieuwbouw in verschillende architectuurstijlen en periodes • Jan Hendrikstraat-Torenstraat (1924), waar deels nog de oude structuur aanwezig is (westzijde Jan Hendrikstraat, kleine delen oostzijde Torenstraat), afgewisseld met vi
schaalvergrotende nieuwbouw, aanvankelijk overwegend historiserend/Delftse School, maar ook afwijkend (Torengarage, parkgarage Laan) Stadsvernieuwing • Passage: grootschalige herontwikkeling die dwars door de historische structuur gaat • Omgeving Korte Voorhout, herstel van oorlogsschade, afwijkende schaal en stijl • In het zuidwesten van het centrum is in de zestiger en zeventiger jaren grootschalig gesloopt. De oude structuur is grotendeels gehandhaafd, maar het gebied wordt tegenwoordig gekenmerkt door een mengeling van historische bebouwing, afgewisseld met Post 65 herontwikkeling (Paviljoensgracht/Katerstraat, Zuidwal) Waardering De belangrijkste waarde is de gegroeide diversiteit, het getransformeerde historische Den Haag. Daarin een groot aantal individueel beschermde monumenten en monumentale ensembles, doorbraken en vernieuwingen die het beeld van de stad bepalen. Anders dan in de andere beschermde stadsgezichten wordt in het rijksbeschermd stadsgezicht centrum het beeld bepaald door het samenspel van hoogwaardige landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische elementen, minder door een ontworpen samenhang. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum zijn geen uitgangspunten opgesteld.
De gegroeide diversiteit, de aanwezigheid van een groot aantal beschermde monumenten en monumentale ensembles, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
d. Duinoord (rijksbeschermd stadsgezicht) De wijk Duinoord kwam tussen eind 19e en begin 20e eeuw tot stand op afgegraven duingrond en heeft door haar stedenbouwkundige aanleg en architectonische verschijningsvorm een sterk herkenbare ruimtelijke samenhang. Het hart van Duinoord vormt het amandelvormige Sweelinckplein, dat geldt als één van de mooiste neorenaissancepleinen in Nederland. Het openbare gebied ondersteunt de ruimtelijke kwaliteit van de wijk: Markant zijn de ruime profielen van straten en plantsoenen die het gebied doorkruisen en de rechtstreekse relatie tussen het architectonische beeld en het groen en water. Typerend voor Duinoord is het gebogen stratenplan. Stilistisch vormt de bebouwing een homogeen beeld, dat overwegend wordt bepaald door een uitbundige neorenaissancestijl. De meest karakteristieke gevelwanden zijn te vinden aan en in de directe omgeving van het Sweelinckplein en kenmerken zich door de samenhangende architectuur. De rijke architectuur rond het plein heeft geleid tot het aanwijzen van meerdere rijksmonumenten. De ongebruikelijk diepe binnenterreinen tussen Obrechtstraat en de Laan van Meerdervoort herinneren aan het tracé van de oude tramlijn. Rond de eeuwwisseling werd ten noordoosten van de Groot Hertoginnelaan begonnen met de aanleg van het tweede deel van Duinoord. Van dit gedeelte van de wijk is weinig vii
overgebleven door de aanleg van de Atlantikwall door de Duitse bezettingsmacht in de Tweede Wereldoorlog dwars door de wijk. Het gebied werd na de oorlog opnieuw ingericht volgens een stedenbouwkundig plan met strokenbouw van W.M. Dudok. Dit deel van de wijk wordt gekenmerkt door grote kantoren, ondermeer langs de latere President Kennedylaan. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • De hoofdopzet bestaat uit lange evenwijdig lopende gebogen straten rond het centraal gelegen ovaalvormige Sweelinckplein • De Waldeck Pyrmont- en Koningin Emmakade als hoofdas die de wijk doorsnijdt • Brede straat- en groenprofielen • Sterke samenhang in stedenbouwkundige structuur en bebouwingsbeeld • Een stedenbouwkundige structuur van bouwblokken waarbij de hoeken zijn opengelaten, waardoor licht en lucht toegang tot het omsloten binnenterreinen hebben • De binnenterreinen zijn van oorsprong groen en grotendeels onbebouwd voor licht en lucht • In de jaren twintig en dertig ontwikkelde de Reinkenstraat zich tot de belangrijkste winkelstraat • De Groot Hertoginnelaan kent een deels open bebouwingsstructuur en vormt daarmee een overgang naar de naastgelegen villawijk Zorgvliet • Het stenen karakter van de straten wordt onderbroken door open ruimte met groen of met vergezichten op groen en water aan de randen van de wijk • Gedeeltelijk vrijstaande villa's en dubbele herenhuizen in
noordoostelijke hoek van de wijk • Gesloten gevelwanden in de rooilijn van twee of drie bouwlagen, merendeels met kapverdieping • Beneden- en bovenhuis in smallere straten (zoals de Obrechtstraat) • Naoorlogse invullingen Architectonische kenmerken • Een overwegend homogene architectuurstijl • Het goed bewaard gebleven laat-19e eeuwse architectuurbeeld en de ensemblewaarde van hele straatwanden, waarin de neorenaissance stijl domineert • Het groot aantal individuele gebouwen met architectuurhistorische waarde • Gesloten gevelwanden in de rooilijn van twee of drie bouwlagen, merendeels met een kap • Individueel ontworpen huizen en kleinschalige architectonische ensembles met meerdere woningen per gebouw wisselen elkaar af • Hoge bouwlagen, gevels overwegend in schoon metselwerk, voorzien van in natuursteen of pleisterwerk uitgevoerde ornamenten • Plasticiteit in het gevelbeeld door de toepassing van houten erkers en wisselende gevelbeëindigingen • Nadruk op de verschijningsvorm van de voorgevels, de achtergevels zijn sober uitgevoerd • Meer uitbundige gevels in het eerste deel van de wijk (noordoosten), de overige straten tonen een eenvoudiger en uniformer beeld (zuidwesten) • Aandacht voor de detaillering viii
•
Bijzondere winkelpuien onder andere in de Reinkenstraat, Obrechtstraat en in delen van de Valeriusstraat
Waardering Duinoord is een gaaf voorbeeld van een laat-19e eeuwse stadswijk met een goed bewaard origineel stedenbouwkundig plan en architectonisch samenhangende bebouwing, die gekenmerkt wordt als de neorenaissance stijl. De rechtstreekse relatie tussen het architectuurbeeld, het groen (en het water) is kenmerkend voor de meest hoogwaardige delen van de wijk, zoals bijvoorbeeld de Suezkade, de Groot Hertoginnelaan en (rondom) het Sweelinckplein. De wijk is als zodanig van belang wegens stedenbouwkundige, architectuurhistorische alsmede landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Duinoord en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De samenhang van het geheel • De samenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • De groene en grotendeels onbebouwde omsloten binnenterreinen • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing • De plasticiteit in de gevels en een rijke detaillering • De individueel ontworpen gebouwen met architectuurhistorische waarde
e. Haagse Bos (rijksbeschermd stadsgezicht) Het langgerekte Haagse Bos is aan alle kanten omsloten door wegen en bebouwing. In de zuidoostelijke hoek bevindt zich een afgesloten gebied, waar het 17e eeuwse Huis ten Bosch staat. Het Haagse Bos is een restant van een oerbos dat zich uitstrekte langs de Nederlandse kust. Het vormde een aantrekkelijk jachtterrein voor het grafelijk hof en was het eerste groengebied in Europa dat toegankelijk was voor de bevolking. Rond 1600 werd een deel van het Haagse Bos afgegraven en opnieuw beplant: de Nieuwe Plantagie. Hieruit is het huidige Malieveld ontstaan, een door linden omzoomde grasvlakte. Naast het Malieveld ligt de Koekamp. Het werd in 1316 als apart grasland voor de koeien van het grafelijk hof aangelegd. Bijzonder is dat er tot op heden koeien en herten grazen. De grootste bloeiperiode kende het Haagse Bos in de 19e eeuw. Het lommerrijke groen met haar fraaie doorkijkjes en paviljoens trok toen veel publiek.
Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken • De eeuwenoude groene structuur van het Haagse Bos op de strandwal die reikt tot ver in de binnenstad • Het grotendeels nog onbebouwde karakter van het Haagse Bos • De relatie met het Malieveld en de Koekamp, die in feite onlosmakelijk onderdeel zijn van het Haagse Bos • De relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde stadgezichten Marlot en Reigersbergen en Benoordenhout ix
• •
•
• • •
De relatie met de Wassenaarse landgoederen Sleutelbegrip voor de huidige kwaliteit van het Haagse Bos, de Koekamp en het Malieveld is het contrast tussen het groene, onbebouwde landelijke gebied enerzijds en de in toenemende mate verstedelijkende omgeving anderzijds Het Haagse Bos is via de oorspronkelijke strandwallenstructuur verbonden met de ruimtelijke structuur van de Haagse binnenstad. Tegelijk is het als onderdeel van een groengordel verbonden met de landelijke ruimten rondom Den Haag De 19e eeuwse parkaanleg met vijvers, sloten etc. De bebouwing en tuinaanleg van paleis Huis ten Bosch De cultuurhistorisch betekenis van de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Duitse Atlantikwall
Waardering Het Haagse Bos bestaat uit een omvangrijke en eeuwenoude groenstructuur, grotendeels bestaande uit gesloten loofbos, en is onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van de stad. Als nagenoeg onbebouwd gebied waren het Haagse Bos en het Malieveld van grote betekenis voor het ontstaan en de ontwikkeling van Den Haag en is het karakterbepalend voor het huidige stedelijke gebied. Het Bos is onderdeel van de belangrijke reeks van openbare ruimten in Den Haag die het voorname groene karakter van de stad bepalen. Deze historische structuur vormt de tot nu toe ontbrekende schakel in het totale aaneengesloten gebied van Den Haag, dat een rijks beschermd stadsgezicht is. De relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde stadsgezichten Marlot en Reigersbergen, Benoordenhout en de Wassenaarse landgoederen verhoogt de waarde van het gebied. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Haagse Bos zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.
f. Kijkduin-Meer en Bosch (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) De badplaats Kijkduin ontstond aan het eind van de 19e eeuw en bestond aanvankelijk slechts uit enkele villa’s, een hotel en een hospitium. In de jaren ‘20 van de vorige eeuw werd Kijkduin uitgebreid met het villapark Meer en Bosch naar ontwerp van B. Bijvoet en J. Duiker. De bekende bungalows werden gebouwd als middenstandswoningen in een traditionele architectuurstijl geïnspireerd op Engelse cottages en de prairiehouses van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Een deel van het park werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest met de aanleg van de Atlantikwall. Pas in de jaren ’60 en ’70 volgde wederopbouw. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • Het natuuraspect is een essentieel kenmerk van de wijk, waarbij de openheid van het glooiende terrein aan de voet van de duinen en de nabijheid van de Haagse Beek en het Meer en Bosch natuurgebied worden benadrukt • De Meer en Boslaan doorkruist het gebied en is omzoomd door weelderige begroeiing x
•
De vrijstaande en geschakelde landhuisjes met grote tuinen gaan op in het natuurlandschap en vertegenwoordigen een vernieuwing in wonen, waarbij de filosofie van gezond buiten wonen dichtbij stedelijke voorzieningen tot uiting komt
Architectonische kenmerken • De groepering van bebouwing en de wijze waarop de daklijnen zijn bepaald dragen bij aan het natuurlijke karakter van het gebied, waarbij de architectuur opgaat in de omgeving. Ver overstekende daken en harmonische overgangen van het besloten huis naar de open ruimte door middel van veranda's en plaatsjes met lage muren • Samenhang in bebouwingstypologie door de keuze voor twee hoofdtypen: het in cottage-stijl gebouwde huis en het door de stijl van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright beïnvloede type • De architectuur wordt gekenmerkt door de begrippen laag, horizontaal, besloten en organisch in uiterlijke vorm en kleur • De organische overgang is ook aanwezig in het materiaalgebruik door het gebruik van leipannen, leien, riet en baksteen Waardering De samenhang en de organische overgang van de massa-configuratie van de architectuur met de natuurlijke omgeving hebben het plan van Duiker en Bijvoet terecht internationale bekendheid gegeven. Naast de architectuurhistorische en ensemblewaarde is bovendien de typologische waarde aanwezig. In de ontwikkeling van het wonen betekenen de vrijstaande en geschakelde landhuisjes van Duiker en Bijvoet, die voor een groot deel als bungalow (gelijkvloers) zijn gebouwd, een vernieuwing. De filosofie van het gezond buiten wonen dicht bij de voorzieningen van de stad kreeg hier gestalte.
Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijke beschermd stadsgezicht Kijkduin-Meer en Bosch en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De samenhang van het geheel • De samenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • De kleinschalige bebouwing en lage bebouwingsdichtheid • De organische inpassing van de bebouwing in de natuurlijke omgeving • De architectonische stijlkenmerken
g. Laakkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) De wijken Molenwijk, Spoorwijk en Laakkwartier kwamen tot stand tussen 1907 en 1930. Zowel de gemeente als woningbouwverenigingen realiseerden hier volkswoningbouw. De eerste stedenbouwkundige opzet zien we op het uitbreidingsplan van I.A. Lindo uit 1903. Het plan geeft niet meer aan dan de hoofdontsluitingen in de voor Lindo kenmerkende diagonale patronen. Berlage heeft zijn ‘Uitbreidingsplan 1908’ in samenwerking met Lindo opgesteld. Berlage hechtte een groot belang aan de derde dimensie in de stedenbouw en vooral aan bouwkundige accenten op stedenbouwkundige aandachts- en rustpunten.
xi
Karakteristieke elementen uit stedenbouwkundig oogpunt vormen de brede, vorkvormige straten en de tot plein verbrede binnenstraten, die toegankelijk zijn door poorten in de bebouwing. Hierin is de invloed van H.P. Berlage te herkennen, die dergelijke structuurbepalende ingrepen in zijn plan had opgenomen. Als eerste kwam de Molenwijk/Laakkwartier-Noord tot stand met een recht stratenpatroon, gebaseerd op de oorspronkelijke polderverkaveling. In de vork van de Van Musschenbroekstraat en de Jan van der Heydenstraat is de hand van Berlage duidelijk zichtbaar. Het tweede deel was Spoorwijk, dat tussen 1920 en 1931 vrijwel geheel conform het plan van Berlage werd gebouwd aan de zuidkant. Bepalend voor de stedenbouwkundige opzet zijn de gevorkte hoofdas van de Alberdingk Thijmstraat en de Potgieterstraat, en het kromme verloop van de Hildebrandstraat en Beetsstraat door de begrenzing door de spoorlijn. Door gemeentearchitecten zijn hier voornamelijk laagbouw woningwetwoningen in dichte eenheden gerealiseerd. Tot slot werd het middendeel gebouwd, het Laakkwartier-Centraal. Omdat men de plannen van Berlage inmiddels verouderd achtte, ontwikkelde de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting in 1922 een strak nieuw stratenpatroon, met haaks op elkaar staande straten, sportterreinen, scholen en groen.
Het homogene stadsbeeld werd bereikt door de verplichting om te bouwen volgens een ontworpen gevelschema. Laakkwartier-Centraal wordt doorsneden door de Gouverneurlaan, die eindigt bij het Lorentzplein en uitmondt in de gevorkte vertakking van de Van Musschenbroekstraat en de Jan van der Heydenstraat. De hoeken van het Lorentzplein worden geaccentueerd door hoger opgetrokken bouwblokken. Dit principe gaat terug op de stedenbouwkundige inzichten van Berlage. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • Uniformiteit van het stedenbouwkundig plan met eenheid in de bebouwing en homogeniteit in het stadsbeeld • Karakteristieke stedenbouwkundige elementen: brede vorkvormige hoofdopzet met daarachter tot plein verbrede binnenstraten die toegankelijk zijn via poorten in de bebouwing. Hogere bebouwing langs randen en hoofdassen, lagere bebouwing in de binnengebieden • Afwisseling van pleinen, lanen en straten • Monumentaliteit in het gevelbeeld aan de hoofdstraten • Hoogteaccenten bij pleinen • Aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn • Verwevenheid stedenbouw en architectuur • Woningen zijn onderdeel van ensembles • Opening op de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen • Historische en landschappelijke waarde van het water met groenaanleg Architectonische kenmerken • Stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School
xii
• • • • • • • • • • •
Ritme in de gevelwanden door positionering van portieken en entreepartijen, erkers en gevelopeningen en accenten om de gevelwand te parcelleren De afzonderlijke woning is herkenbaar, maar blijft altijd ondergeschikt aan het ensemble Verticale geleding en accenten Geaccentueerde overstekende dakluifels Plastiek in de gevels en expressie in de architectuur door bijvoorbeeld betonnen elementen Aandacht voor zorgvuldige detaillering, met ornamenten en rijk uitgevoerde onderdelen Samenhang in het gevelbeeld Dakvorm met zowel kappen met pannen als platte daken Gevels in schoon metselwerk Aandacht voor uitwerking kozijnen Voortuinen met karakteristieke gemetselde tuinmuurtjes (ter plaatse van de binnenstraten)
Waardering Door de ligging, het bijzondere ‘Berlagiaanse karakter’ en de architectuur is Laakkwartier een van de best geslaagde wijken voor de arbeider en de middenstand van de stad met architectuurstromingen zoals die van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse school. Van belang is de schaal van de wijk en de uniformiteit van het stedenbouwkundig plan dat in authentieke staat verkeert. De verwevenheid van de stedenbouwkundige opzet met de architectuur is in deze wijk bijzonder. Waardevol zijn de bewaard gebleven groenaanleg en de ‘Berlage’ lantaarnpalen in de openbare ruimte. Laakkwartier is van belang vanwege de schoonheid en de architectuurhistorische- en stedenbouwkundige waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Laakkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De samenhang van het geheel • De samenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • De architectonische stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School • Plasticiteit en ritme in het gevelbeeld • De hiërarchie van hoofdstraten en zijstraten • De hiërarchie vertalen in vorm en kleur kappen • (Hoek)accenten • De opening op de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen • De winkelpuien in stijl • De erfafscheidingen
xiii
h. Marlot/Reigersbergen (rijksbeschermd stadsgezicht) Noordoostelijk van het Benoordenhout ligt Marlot. De gemeente kocht het gelijknamige landgoed in 1917 met de bedoeling hier een villapark aan te leggen. Villawijk Marlot geldt als een van de meest geslaagde voorbeelden van vooroorlogse stedenbouw in Nederland. Het bijzondere architectuurbeeld is verbonden met de ruim opgezette en groene openbare ruimtes. Marlot wordt gekenmerkt door in kleine eenheden geschakelde villa's met als uitzondering enkele vrijstaande villa's en de Parkflat. De architectuur van onder andere Co Brandes kreeg de naam ‘Nieuwe Haagse School’ en wordt gekenmerkt door de toepassing van baksteen met overwegend horizontale accenten in beton. Marlot verkreeg als geen andere wijk in Den Haag een samenhang tussen stijl, bebouwing en openbare ruimte door een hechte samenwerking bij het ontwerp en de ontwikkeling. De wijk grenst middels een open stuk land en een grote vijver aan het landhuis Marlot en het bijbehorende bos en aan de voormalige buitenplaats Reigersbergen. Samen met het Haagse Bos en het Malieveld vormt het gebied een groene zone tot aan het centrum. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • Het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan is nog bijna geheel intact.
De typische schaal en structuur van het vooroorlogse bebouwingsbeeld zijn behouden omdat er geen schaalvergroting heeft plaatsgevonden • De homogeniteit van de stedenbouwkundige ensembles versterkt de identiteit van de architectuur van de woonhuizen • Typologie van woonhuizen in een- of tweelaagse bebouwing met kap in een vaste rooilijn en in kleine eenheden geschakeld en enkele vrijstaande villa’s • De samenhang tussen architectuur en stedenbouw komt onder andere goed tot uitdrukking bij het Zuidwerfplein en het kruispunt Zuidwerflaan met de Van Hoeylaan. Het kruispunt heeft een pleinachtig karakter door de situering van de villa’s • Grote samenhang tussen de bebouwing en de openbare ruimte door het gebruik van pergola’s, terrassen, muurtjes en de zorgvuldige plaatsing van de verschillende bouwvolumes • Ruime en groene privétuinen en de relatie tussen het particulier groen en het openbaar groen • De verbinding met de omliggende groengebieden en het Haagse Bos vormt een essentieel onderdeel van de wijk • De diverse fraaie waterpartijen en vijvers complementeren het beeld van bebouwing en groen.
De structuur van Hofzichtlaan, Hoogwerflaan en Offenberglaan wordt in sterke mate beïnvloed door de vijvers die hieraan liggen Architectonische kenmerken • Nieuwe Haagse School-stijl die zich kenmerkt door baksteenarchitectuur met een esthetisch gerichte compositie van gevelvlakken en overwegend horizontale accenten van in beton uitgevoerde lateien, dorpels, afdekplaten en luifels • Ritmisch gelede wanden • Licht geknikte en ver overstekende pannendaken met hoge schoorstenen zijn in Marlot een opvallend kenmerk
xiv
• •
•
Prominente schoorstenen en ten opzichte van het dakvlak bescheiden dakkapellen met een horizontaal karakter De Parkflat is een bijzonder voorbeeld van het streven naar eenheid en harmonie. De vormentaal is hetzelfde als de rest van de wijk en heeft een synthese van het landhuis en flatgebouw De na de tweede wereldoorlog gebouwde delen zijn met name geconcentreerd langs de Bezuidenhoutseweg en de Van Hoeylaan en uitgevoerd in Wederopbouwarchitectuur. Ook hier is de typologie van geschakelde villa’s aangehouden
Waardering Marlot is een bijzonder voorbeeld van een tuinstadwijk, waarin een grote mate van samenhang is ontstaan van de bebouwing in de stijl van de ‘Nieuwe Haagse School’ met de particuliere tuinen en het groen en water in de openbare ruimte. De schaal, structuur en beeldbepalende bebouwing in relatie tot het water en de uitgestrekte groengebieden geven aan de verschillende delen van het gebied een bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Het hier omschreven gebied is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Marlot/Reigersbergen en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • Het tuinstadkarakter • De samenhang van het geheel • De samenhang per ensemble • De samenhang per architectonische eenheid • De kleinschalige bebouwing • De architectonische stijlkenmerken, met name van de Nieuwe Haagse School • Zorgvuldig en meeontworpen overgangen van de bebouwing naar openbare ruimte
i. Regentessekwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Het Regentessekwartier is een vervolg op de stadsuitbreiding van het Zeeheldenkwartier en tussen 1885 en 1910 gebouwd in de voormalige polder. De wijk was bestemd voor de middenklasse en de beter betaalde arbeiders en dankt zijn naam aan de periode waarin koningin Emma als regentes optrad voor haar dochter Wilhelmina. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk is het diagonale verloop van de hoofdassen; de bouwblokken zijn ondiep en hebben langgerekte, uniforme gevelwanden. De architectuur is over het algemeen eenvoudig en vertoont duidelijke invloed van de neorenaissance. Het Koningsplein geeft een nog vrijwel intact beeld van deze laat 19e eeuwse stijl. In 1891 is het stervormige Regentesseplein ontworpen, met uitstralende lanen en op het middenplantsoen de gedenknaald voor koningin-regentes Emma. Het zuidoostelijke deel van het Regentessekwartier wordt in beslag genomen door bedrijfsterreinen. In 1871 werd een vuilverwerkingsbedrijf gebouwd en in 1875 een gasfabriek gerealiseerd. In 1904 volgde de elektriciteitscentrale aan het De Constant
xv
Rebecqueplein. De gasfabriek maakte de bouw van een groot aantal arbeiderswoningen en een directeurswoning aan de Gaslaan noodzakelijk. Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken • Recht verkavelingspatroon met gesloten bouwblokken • Opening na de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen • Aaneengesloten gevelwanden • Ensemblewaarde • Bebouwingsvorm van kleine projectmatig gebouwde bouwblokken • Bouwblokken met geringe diepte en relatief lange uitbouwen aan de achterzijde over meerdere lagen • Groenaanleg op stedenbouwkundig belangrijke plekken (in samenhang met bebouwing) • Ontbreken van hoogteaccenten • Meeste panden zijn beneden- en bovenwoningen • Dakvorm met kap of plat, twee of drie bouwlagen • Souterrains komen incidenteel voor Architectonische kenmerken • Stijlkenmerken neorenaissance met hier en daar overgangsarchitectuur en Art Nouveau (verbouwingen begin 20e eeuw) • Woning als zelfstandig onderdeel in de gevelwand • Materialen (baksteen) • Spekbanden (horizontale geleding) • Reliëf en zekere verticaliteit in de gevelwand door entreepartijen, erkers en dakkapellen • Ten noorden van de Weimarstraat een rijker gevelbeeld Waardering Het Regentessekwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een in het vierde kwart van de 19e eeuw gerealiseerde uitbreidingswijk voor de middenstand, waarvan het rechte verkavelingspatroon en
het gesloten bouwblok in overwegend neorenaissance architectuur typerend zijn. Waardevol is de stedenbouwkundige situering van de doorsnijding van de Regentesselaan en de De Constant Rebecquestraat als kenmerkend ontwerp van ir. I.A. Lindo, de situering van de twee pleinen en de lineaire groenstructuren van de Beeklaan, de Regentesselaan en het Afvoerkanaal. Waardevol is tevens de sociaalhistorische waarde van de Hondiusstraat en omgeving. Van hoge kwaliteit zijn de architectuuruitingen in de neorenaissance- en de Art Nouveau stijl in verbouwingen, die in het begin van de 20e eeuw zijn gerealiseerd. De wijk is van belang vanwege de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden. Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit Bepalend voor het gemeentelijk beschermde stadsgezicht Regentessekwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn: • De stedenbouwkundige opzet • De samenhang van het geheel xvi
• • •
De samenhang per ensemble De samenhang per architectonische eenheid De architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau
j. Scheveningen-Dorp (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) Onder Scheveningen verstaan we het vissersdorp, de badplaats, de zeehavens en de aangrenzende wijken. Tot in de 19e eeuw was Scheveningen bescheiden van omvang. De bebouwing concentreerde zich rond de Keizerstraat en het gebied direct ten zuidwesten daarvan, aan de zeezijde gemarkeerd door de 15e eeuwse parochiekerk. Het dorp was sinds 1665 door een straatweg verbonden met Den Haag, de huidige Scheveningseweg. Na de komst van het eerste Badhuis in 1818 ontwikkelde zich naast het vissersdorp de badplaats, die rond 1900 internationale allure zou krijgen. Er bestond een scherpe scheiding tussen het vissersdorp en de mondaine chique badplaats. De grootschalige voorzieningen die het karakter van de badplaats zouden bepalen verrezen in de tweede helft van de 19e eeuw in snel tempo, vooral hotels in de stijl van de Art Nouveau en Weense Sezession die zich concentreerden bij de kust, maar ook bijvoorbeeld het Kurhaus, de oude Pier en het Circus. Tussen 1880 en 1940 vinden ook veel veranderingen plaats rond de Keizerstraat. Veel gebouwen worden getransformeerd of vernieuwd, waarbij alleen de gevels worden aangepast en het oorspronkelijke gebouw bewaard blijft. In de periode 1895-1910 werd het Renbaankwartier aangelegd, een buurt met middenstandswoningen in neorenaissance en overgangsarchitectuur. In 1908 voorzag H.P.
Berlage in zijn uitbreidingsplan al een doorbraak oostelijk van de Keizerstraat, welke in 1927 leidde tot de aanleg van de diagonale Jurriaan Kokstraat . De straat werd dwars door de kleinschalige bebouwing van Scheveningen aangelegd en verbindt de Keizerstraat met de Gevers Deynootweg in de badplaats. De straatwanden hebben monumentale hoekpartijen en poortgebouwen over de zijstraten. Vanaf het derde kwart van de 19e eeuw groeiden Scheveningen en Den Haag aan elkaar vast. Op de grens van Scheveningen met de wijken Belgisch Park, Westbroekpark en Van Stolkpark is de bebouwing luxueuzer. Aan de kust hebben hoogbouw appartementen en hotels na de verwoestingen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog de oorspronkelijke bebouwing grotendeels vervangen. Enkele oorspronkelijke pensions zijn overgebleven. Het huidige aanzien van Scheveningen Bad is grotendeels tot stand gekomen in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Kenmerken Scheveningen-Dorp bestaat uit vier deelgebieden, ieder met hun eigen karakteristiek en cultuurhistorische ontwikkeling; de Keizerstraat en omgeving, de Badhuisstraat en omgeving, de kuststrook en het Renbaankwartier en omgeving. Opvallend is dat in de stedenbouwkundige structuur en ook in het bebouwingsbeeld de historische continuïteit nog in belangrijke mate aanwezig is.
Slechts op een beperkt aantal locaties is door de groei van vissersdorp naar internationale badplaats vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw deze continuïteit uit het oog verloren. xvii
Samenvattend wordt de cultuurhistorische waarde van Scheveningen-Dorp bepaald door: • De Keizerstraat en directe omgeving, als oudste straat van Scheveningen met zijn kenmerkende lintbebouwing en achtergelegen hofjesachtige bebouwingsstructuur • Het Dr. De Vissersplein en directe omgeving met zijn sociaalhistorische betekenis van arbeiderswijk voor de vissersbevolking uit het Interbellum • De kuststrook tussen Keizerstraat en Scheveningse Slag waar in tegenstelling tot de rest van de kuststrook nog een groot aantal kenmerken van de badplaats zoals die er uitzag rond het jaar 1900 bewaard is gebleven.
Alleen hier is nog goed de sfeer van de oude badplaats te proeven • Het Renbaankwartier, als kenmerkende uitbreiding van het dorp rond het jaar 1900 • De Badhuiskade/Havenkade, als vroegere binnenhaven • De Badhuisstraat en directe omgeving vanwege de vele belangwekkende cultuurhistorische structuren die een goed inzicht geven in de ontwikkeling van het dorp en de badplaats • De Cornelis Jolstraat en directe omgeving, vanwege de kwaliteit van zijn bebouwing en de markering als overgang tussen Scheveningen-Dorp en het Van Stolkpark Kenmerken en waardering per deelgebied Keizerstraat en omgeving Keizerstraat • Het gebied Keizerstraat en omgeving is een divers samengesteld gebied • De Keizerstraat kenmerkt zich door aaneengesloten lintbebouwing • De bebouwing varieert in hoogte tussen een laag met kap en drie lagen en kap • De begane grond van de bouwwerken heeft veelal een functie als winkel. Een aantal bezit nog gave, architectuurhistorisch waardevolle winkelpuien Zeilstraat, Ankerstraat • De bebouwing van Zeilstraat, Ankerstraat en een deel van de Korendijkstraat kenmerkt zich door lage visserswoningen, waartussen zich vele gangetjes bevinden die leiden naar achtergelegen kleine woningen • Hoofdzakelijk eenlaagse bebouwing met kap • De achtergelegen kleine woningen hebben een bijzonder kenmerkende opbouw waarbij aan de voorgevel een lagere uitbouw is opgenomen Dr.
De Visserplein en Adriaan Coenenstraat en omgeving • In dit gebied is grootschalig gesaneerd waarbij de straatjes, steegjes en sloppen vrijwel geheel zijn vervangen door een regelmatig stratenpatroon waarlangs arbeiderswoningen zijn gebouwd • De eenheid in architectuur zorgt in deze buurt voor een samenhangend beeld • De westelijke en noordelijke randzone heeft drielaagse portiekwoningen en is opvallend hoog gelegen, waardoor het middengebied erachter als het ware in een kom ligt. Dit middengebied is vooral tweelaags met kap, maar ook eenlaagse bebouwing met kap komt voor • De Maststraat, Sloepstraat, Roerstraat en het zuidelijk deel van de Schipperstraat viel niet onder de sanering. De bebouwing bestaat hier voor het grootste deel uit drielaagse bouwwerken met beneden- en bovenwoningen, die uit de vroege 20e eeuw dateren xviii
Jurriaan Kokstraat • Aangelegd als verkeersdoorbraak door H.P. Berlage • De straat is in de stijl van de Nieuwe Haagse School bebouwd met drielaagse portiekbouw in kenmerkende lange stroken, die op de hoeken een extra accent hebben gekregen Waardering • Het dorpse karakter met overwegend lage bebouwing en veelal kronkelig stratenpatroon • De Keizerstraat als de oude kern van Scheveningen waarlangs het dorp door de eeuwen heen gestaag groeide • Het unieke complex visserswoningen in de Zeilstraat en Ankerstraat • Het kenmerkend stedenbouwkundig concept uit de jaren twintig van de twintigste eeuw van de Jurriaan Kokstraat • Het Dr. De Visserplein en omgeving, het hart van het saneringsgebied uit het Interbellum met sobere maar goed verzorgde sociale woningbouw voor de vissersbevolking Badhuisstraat en omgeving • Zeer divers samengesteld gebied • Zichtbare aanwezigheid van het gehele scala aan architectuurstijlen in de Badhuisstraat, vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw tot nu. Bebouwing met overwegend twee lagen met een kap in neorenaissancestijl en grote variatie in kwaliteit van de winkelpuien • Nog bewaard gebleven deel van het stratenpatroon van voor 1900 tussen de Badhuisstraat en de Jurriaan Kokstraat, alsmede het vooroorlogse deel tussen de Vijzelstraat en Kerklaan met in hoofdzaak tweelaagse bebouwing met kap.
De architectuurstijlen zijn variërend: grotendeels eenvoudige neorenaissance, maar ook overgangsarchitectuur en, vooral bij de eenlaagse bebouwing, traditionele architectuur • De op de voormalige binnenhaven georiënteerde bebouwing van rond 1900 aan de Havenkade en de kop van de Badhuisstraat • De rijk gedetailleerde herenhuizen in neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau van de brede gebogen straten uitkomend op de Nieuwe Duinweg. De allure van dit fin-de-siècle buurtje wordt nog eens onderstreept door de rijk geornamenteerde brug die in 1890 over het Kanaal werd aangelegd en zo de verbinding met de Nieuwe Duinweg tot stand bracht Waardering • Het bebouwingsbeeld en kronkelige straatverloop van het hele gebied rondom de Badhuisstraat dat een goed beeld geeft van het intieme wonen in het dorp • De historische betekenis van de Badhuisstraat zelf als een, de Keizerstraat ontlastende, verbinding vanuit Den Haag naar de badplaats • De doorgaans hoge architectonische kwaliteit van de bebouwing langs de Havenkade en aan de kop van de Badhuiskade • De in het bebouwingsbeeld duidelijk zichtbare overgang van het oude vissersdorp (lagere en eenvoudige bebouwing) naar de stedelijke uitbreidingen (rijkere herenhuizen) van Den Haag richting zee