RIS322634 Verbeter de participatie bij tijdelijke en permanente invulling Haga-complex
Tekst van het document
RIS-nummer: 322634
Schriftelijke vragen: Verbeter de participatie bij tijdelijke en permanente invulling Haga-complex Indieners: Marieke van Doorn, Marije Mostert, Joren Noorlander (D66)
Datum: 16-06-2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De gemeente Den Haag heeft, voor de participatie rondom de tijdelijke en de permanente invulling van het door haar aangekochte voormalig Haga-ziekenhuis aan de Sportlaan, een Participatieplan (RIS321119) opgesteld, als onderdeel van het nieuwe participatiebeleid. Een grote verbetering ten opzichte van de tijd voordat dit nieuwe beleidskader werd ontwikkeld. Het participatieplan Haga was het eerste participatieplan dat in de Haagse gemeenteraad werd besproken, waarvoor hulde. Een mijlpaal in de doorontwikkeling van het participatiebeleid in de gemeente Den Haag! Op de voorraadagenda staat dat de eerste uitkomsten van de Haga-participatie zullen worden besproken met de raad. De praktijk van de participatie blijkt, zoals altijd, weerbarstiger dan op papier. Via bewoners die actief deelnemen aan de participatie kreeg de D66-fractie een aantal signalen binnen, die we graag voorleggen aan het college, ter verdere aanscherping en verbetering van het participatieproces in het geval van Haga, maar ook in algemene zin. Overeenkomstig art.
30 van het Reglement van orde stellen raadsleden Van Doorn, Mostert en Noorlander (D66) de volgende vragen: 1.) Is het college het met D66 eens dat een actieve bijdrage vanuit de buurt goud waard is en op waarde moet worden geschat? Omwonenden zijn eerder geconsulteerd over de permanente herontwikkeling en veel bewoners hebben hier een uitgebreide bijdrage aan geleverd. 2.) Omwonenden zijn bezorgd dat eerdere input in de la verdwijnt. Kan het college deze zorgen van bewoners wegnemen? In het participatieplan voor Haga staan veertien groepen met belanghebbenden genoemd, maar in de werkgroep herontwikkeling Haga is maar ruimte voor twaalf personen. 3.) Deelt het college de mening van de D66-fractie dat het aantal van twaalf personen in de werkgroep herontwikkeling Haga krap is, wanneer de veertien groepen die als belanghebbenden worden aangemerkt in het participatieplan serieus betrokken moeten worden? Zo ja, waarom is niet gekozen voor een grotere werkgroep of een andere opzet om alle veertien groepen goed te betrekken? 4.) In hoeverre zijn/worden belangstellenden meegenomen en betrokken bij de participatie voor de permanente invulling en bijvoorbeeld ook uitgenodigd voor de werkgroep herontwikkeling?
Pagina 1 van 2
Tijdens de eerste participatiebijeenkomst herontwikkeling Haga werden de twaalf deelnemers van de werkgroep in vier groepjes verdeeld, waardoor maar drie mensen over het onderwerp ‘wonen’ konden meepraten. Kennelijk was het wel de bedoeling te roteren zodat verschillende trio’s over verschillende onderwerpen konden meepraten, maar kwam dit er niet van. Tijdens de tweede participatiebijeenkomst mochten deelnemers in twee maal 40 minuten vier onderwerpen behandelen, wat 20 minuten tijd per onderwerp betekent. 5.) Deelt het college de mening van de D66-fractie dat de diepgang waarmee deelnemers aan de participatie worden geconsulteerd door deze opzet en uitvoering van het participatie-traject verbetering verdient? Zo ja, staat het college open om de opzet en uitvoering van participatiebijeenkomsten te verbeteren zodat meer mensen langer over de door hen gewenste onderwerpen kunnen meepraten? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Uit Radar-onderzoek ((RIS320063) blijkt een, in gemeentelijk beleidskader bewonersorganisaties erkende, diversiteit aan rollen die bewonersorganisaties kunnen vervullen: als organisator van activiteiten, als verbinder en als belangenbehartiger. Niet alle bewonersorganisaties zien zichzelf als belangenbehartiger.
6.) Heeft het college de bewonersorganisaties die in het participatieplan Haga worden genoemd en die deelnemen in de werkgroep herontwikkeling Haga gepolst of zij de rol van belangenbehartiger denken te kunnen vervullen? De drie bewonersorganisaties in de werkgroep en uit het participatieplan geven bij de D66-fractie aan zich af te vragen wat hun mandaat is om namens de wijk te spreken (als belangenbehartiger). Zij zouden graag een betrouwbare enquête laten uitvoeren. 7.) Is het college bereid om betreffende bewonersorganisaties te faciliteren bij het consulteren van de bewoners in hun wijk middels de gevraagde enquêtes? Marieke van Doorn D66
Marije Mostert D66
Joren Noorlander D66
Pagina 2 van 2