RIS322609 Vermindering marktwerking Wmo
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10890709 RIS322609 Contactpersoon
Theo Bovenlander Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
2 juli 2025
theo.bovenlander@denhaag.nl
Onderwerp
Verminderen marktwerking Wmo
Geachte voorzitter, 1. Inleiding Dit college zet zich in tegen de uitwassen van marktwerking in het sociaal domein. Zo vinden wij dat zowel de zorgmedewerker als de directie van zorgorganisaties een prettige werkomgeving en eerlijk loon moeten verdienen. De nog altijd dikwijls gangbare exorbitante topinkomens van directeuren in de zorg, horen daar volgens ons niet bij. De rotte appels die zelf enorme winsten opstrijken en waarvan de kwaliteit onvoldoende inzichtelijk is (“zorgcowboys”) weren wij uit het systeem. Zodat zorggeld ook echt besteed wordt aan inwoners die onze ondersteuning nodig hebben.1 In het coalitieakkoord “Haags akkoord” (RIS316672) benoemt het college de ambitie om de marktwerking in de Wmo te verminderen.2 Nu is marktwerking een veelomvattend begrip dat niet eenduidig is af te bakenen. Bovendien hangt het van het gekozen perspectief af welke uitdagingen worden ervaren en welke verbeteringen worden nagestreefd. Het coalitieakkoord concretiseert dat wél bij de Jeugdhulp (“de marktwerking uit het systeem halen met een nieuw bekostigingsmodel”) maar níet bij de Wmo. Het college schetst daarom in deze commissiebrief aan de hand van vier doelen of “pijlers” hoe zij die brede ambitie concreet verder invult. Leeswijzer Het zorgstelsel in Nederland is sterk historisch bepaald en leunt stevig op publiek-private samenwerking.
Deze brief schetst eerst de geschiedenis en de bedoeling van de marktwerking in de zorg (par. 2). Daarna volgt een uitsplitsing van instrumenten die gemeenten kunnen onderscheiden bij de financiering van maatschappelijke ondersteuning (par. 3). Vervolgens wordt ingezoomd op de Haagse situatie. Eerst wordt de inkoop van de Wmo-maatwerkarrangementen uitgelegd. Daarna wordt de relatie geschetst met de flankerende domeinen (par. 4). Ten slotte wordt beschreven hoe het college de afgelopen periode heeft ingezet op, en ook verder werkt aan, de ambitie om lokaal de 1
Zie de beantwoording van de schriftelijke vragen “Harde politieke actie tegen ‘Zorgcowboys’!” (RIS320254) en “Zorgcowboys slaan nog
steeds hun slag in Den Haag” (RIS320137). 2
Coalitieakkoord ‘Haags akkoord 2023-2026’ (RIS316672) van 2 oktober 2023, pag. 28.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
marktwerking in de Wmo te verminderen. Dit gebeurt aan de hand van vier doelen of “pijlers” (par. 5). In de bijlage staat een uitgebreidere toelichting op deze pijlers (bijlage 1). 2. Gereguleerde marktwerking in de zorg De eerste grote zorgstelselherziening dateert van 2006. Daarvoor speelde de markt óók een grote rol want in Nederland zijn zorgaanbieders van oudsher private ondernemingen. Maar sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 ontstond de verplichte basisverzekering voor curatieve zorg in de vorm van een volksverzekering met een gedefinieerd basispakket. Zorgverzekeraars moesten de basisverzekering gaan uitvoeren, mét een acceptatieplicht. Voor de invulling van dat pakket bleef de rijksoverheid verantwoordelijk. Klantgerichtheid werd belangrijk. De actieve keuze van mensen voor hun zorgverlener zou zowel de prijs als de kwaliteit van de zorgverlening ten goede komen. Het Rijk bleef via het Budgettaire Kader Zorg (BKZ) eindverantwoordelijk voor de kosten van de zorg. Ook werd de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in het leven geroepen om als “marktmeester” te fungeren. De kwaliteit van de zorg werd gezamenlijk bewaakt door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (vroeger IGZ, nu IGJ) en de NZa. Ten slotte ging de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezien op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking.
Vanwege deze waarborgen en het overheidstoezicht wordt gesproken over gereguleerde marktwerking.3 Recent kondigde het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan dat advies gevraagd zal worden aan een staatscommissie voor een toekomstbestendige en weerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel. Zo wordt uitvoering gegeven aan een aangenomen Tweede Kamermotie.4 3. Instrumenten van gemeenten Gemeenten beschikken over een aantal instrumenten bij het vormgeven en financieren van de maatschappelijke ondersteuning. Als de gemeente ervoor kiest de ondersteuning zelf uit te voeren, dan kan zij een eigen gemeentelijke zorgorganisatie inrichten (= inbesteden). Gemeenten kunnen dit ook samen doen. Als de gemeente ervoor kiest de maatschappelijke ondersteuning te laten leveren door aanbieders (= uitbesteden), dan kan dat via: open house, inkopen via aanbesteden of subsidiëren. De keuze is afhankelijk van de specifieke situatie. Bijvoorbeeld de aard en omvang van de zorg en (de schaarste op) de arbeidsmarkt. Als de vraag naar zorg in een bepaalde gemeente groot is dan kan de gemeente ervoor kiezen ruim aanbod te creëren via open house. Met dat instrument kunnen alle aanbieders die voldoen aan de kwaliteitseisen worden gecontracteerd. Zij concurreren dus niet om toegelaten te worden tot het contract omdat er geen gunning plaatsvindt.5 4. Haagse situatie 4.1.
Wmo-inkoopmodel De gemeente Den Haag heeft de inkoop van huishoudelijke hulp, individuele begeleiding, dagbesteding, en beschermd en begeleid wonen geregeld in de raamovereenkomst “Wmo-maatwerkarrangementen 2020.” De gemeente contracteert via een open house-procedure. Kenmerkend is dat alle aanbieders die aan de vastgestelde randvoorwaarden voldoen, een (raam)overeenkomst krijgen. Op basis daarvan mogen zij zorg in natura leveren aan de inwoners. De vergoeding daarvoor factureren de aanbieders aan de gemeente op basis van vaste tarieven. Het zijn echter de cliënten die kiezen uit de toegelaten aanbieders. De aanbieders hebben er dus belang bij zich positief te
3
WRR, ‘Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak’ van september 2021.
4
Kamerbrief VWS ‘Marktwerking in de zorg’ van 14 maart 2025.
5
Kamerbrief VWS ‘Reactie op motie-Dijk over het aanbesteden van zorg niet meer wettelijk verplicht stellen’ van 17 april 2024
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
onderscheiden. Het aantal aanbieders wordt niet op voorhand beperkt. Zij concurreren dus niet met elkaar voor een overeenkomst. Wel moeten zij de hoge drempel voor toetreding passeren. Andere belangrijke aspecten uit de raamovereenkomst voor de Wmo-maatwerkarrangementen: • Jaarlijkse openstelling. De aanmeldingsprocedure opende voor het eerst op 19 juli 2019. Sindsdien wordt het contract jaarlijks geactualiseerd. Alle wijzigingen worden ter consultatie voorgelegd aan de gecontracteerde aanbieders. Daarna vindt een toetredingsronde plaats waarbij geïnteresseerden zich kunnen melden. De huidige overeenkomst ging in op 1 januari 2025 en loopt nog max. drie jaar.6 • Open house is géén aanbesteden. Open house is een toelatingsprocedure. Op basis van marktonderzoek stelt de gemeente aan alle aanbieders minimumeisen zoals bijvoorbeeld zorgvormen, kwaliteitseisen en reële tarieven. Wanneer een gemeente een selectie wil maken uit het aanbod van aanbieders, dan geldt een aanbestedingsplicht. Maar open house is géén aanbesteden. Het element van selectie, gunning en dus competitie om een (raam)overeenkomst is afwezig. Het voordeel voor gemeenten is dat de complexe aanbestedingswet- en regelgeving niet geldt. • Géén concurrentie op prijs. Ook geldt de AMvB Reële prijs Wmo 2015 sinds 1 juni 2017.
Het doel daarvan is dat een reële prijs wordt vastgesteld voor diensten die in opdracht van het college door derden worden verleend. Zo wordt de kwaliteit en continuïteit gewaarborgd. Iedere aanbieder krijgt hetzelfde tarief. Er is dus géén sprake van concurrentie op prijs. • Keuzevrijheid en diversiteit. De wetgever vindt keuzevrijheid belangrijk. Een groot voordeel van open house voor de cliënt is dat het aantal aanbieders op voorhand niet wordt beperkt. Daardoor heeft de cliënt veel keuze en kan hij de aanbieder kiezen die het beste past bij zijn persoonlijke behoeften en godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond. • Zorgcontinuïteit. Eerder bleek dat onze cliënten tevreden waren met de kwaliteit en dat de zorgcontinuïteit was gewaarborgd. Tijdens corona konden aanbieders soms geen nieuwe cliënten aannemen. Er waren steeds anderen beschikbaar.7 In tegenstelling tot elders hadden wij in Den Haag bij huishoudelijke hulp geen wachttijden voor de zorg start.8 Dit beeld is ongewijzigd. 4.2. Aanpalende beleidsterreinen De Wmo-ondersteuning, en daarmee de raamovereenkomst, bestaat niet in een vacuüm.
De landelijke trend is om de zorg houdbaar en betaalbaar te houden door het sociale en fysieke domein steeds meer in te schakelen.9 Ook de gemeente Den Haag formuleert in de Woonvisie speerpunten op het gebied van toegankelijk en betaalbaar wonen, en vitale en leefbare wijken. Prettig wonen in leefbare wijken is onlosmakelijk verbonden met de sociale kant zoals leefbaarheid, veiligheid, gezondheid, infrastructuur en voorzieningen.10 De Woonzorgvisie constateert dat de zorg individueel georganiseerd is, met veel partijen, te weinig prikkels voor preventie en onvoldoende samenwerking. Daarom wordt ingezet op het collectief, wijkgericht en in samenhang organiseren van preventie, de sociale basis, professioneel welzijnswerk, ondersteuning vanuit de Wmo, (zwaardere) zorg en technologie voor thuis. 11
6
Het contract kan juridisch worden ontbonden per 1 januari 2026, mits dat uiterlijk op 30 juni 2025 is kenbaar gemaakt. Overigens is een
ontbinding van he contract op zo’n korte termijn niet realistisch. 7
Commissiebrief ‘Evaluatie Wmo-maatwerkarrangementen 2020’ (RIS311213).
8
BNNVara, ‘Duizenden mensen wachten vaak maanden op Wmo-hulp van de gemeente’ van 28 januari 2023.
9
Bijv. de zorgakkoorden GALA, IZA en AZWA, en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO).
10
Collegebesluit ‘Ontwerp woonvisie 2040 ‘Wonen in een stad in balans’’ (RIS318960) van 5 juni 2024.
11
Raadsmededeling ‘Toelichting Ontwerp Woonzorgvisie 2040 ‘Samen zorgen voor een thuis’’ (RIS321928) van 11 april 2025.
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
En bij het professionele welzijnswerk werken we in Den Haag vanaf 1 april 2026 met een tweejarige subsidietender, en vanaf 2028 met een langdurig partnerschap (RIS321728).12 Het professionele welzijnswerk is de basisinfrastructuur voor al het welzijnswerk in de stad. Het heeft een belangrijke systeemfunctie in het fijnmazige netwerk van de sociale basis. Hiervoor zijn laagdrempelige, bekende locaties nodig met ervaren professionals die de Haagse context goed kennen en veel contacten hebben in het hele netwerk van de sociale basis. We hanteren bij de subsidietender een selectieproces waarin bewust gekozen wordt voor kwaliteit en wortels met Den Haag en niet primair voor het prijs-mechanisme. Denk aan kwaliteitscriteria zoals: 1) het vakmanschap van medewerkers; 2) de verbinding met, en kennis van, een gebied; en 3) de samenwerking met partners in het sociaal en medisch domein. Ook kiezen we ervoor in te zetten op partnerschap waarbij we samen ontwikkelstappen zetten en samen leren. De volgende paragraaf schetst de richting die het college inzette om de marktwerking in de Wmo te verminderen. Dit gebeurt aan de hand van vier pijlers. De flankerende domeinen komen hierin terug. 5. Inzet verminderen marktwerking Wmo Figuur 1 schetst de hoofdlijn die het college sinds 2023 inzette om de markwerking in de Wmo te verminderen. De pijlers zijn gerangschikt naar het thema en in de tijd.
Een uitgebreidere toelichting staat in bijlage 1. 1) Pijler: Verminderen van negatieve effecten van marktwerking. Toezicht houden op aanbieders en handhaven voorkomt uitwassen. Ook biedt het inzichten om mede naar aanleiding daarvan de contracteisen aan te scherpen. Voorbeelden uit de afgelopen jaren zijn de winstmaximering en normering topinkomens die werden toegevoegd aan de raamovereenkomst. 2) Pijler: Bevorderen van gebiedsgericht werken en samenwerking in de wijk. Allereerst gaat het om het bevorderen van de samenwerking tussen onze aanbieders onderling. En in aanvulling daarop draait het om toekomstbestendig organiseren van zorg en welzijn. Bij de uitwerking van de Woonzorgvisie vragen wij onze aanbieders hierop aan te haken. Bijvoorbeeld door mee te doen aan een zorgteam op buurtniveau. En door directe samenwerking met het professioneel welzijnswerk. 3) Pijler: Begrenzen van het aantal Wmo-aanbieders in het contract. Het college kondigde via Mercell aan dat het contract voor huishoudelijke hulp wordt dicht gezet met ingang van 1 januari 2026. Ook is aangekondigd dat het contract voor individuele begeleiding en dagbesteding wordt dicht gezet met ingang van 1 januari 2027. De ervaring leert dat richting het einde van de looptijd van een contract doorgaans de interesse voor toetreding vermindert.
Maar omdat dit een wijziging is tijdens de looptijd, blijft het risico bestaan dat geïnteresseerde aanbieders toch toetreding willen afdwingen. Bijvoorbeeld door een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In 2025 en 2026 zal blijken in hoeverre deze aankondigingen leiden tot reacties van geïnteresseerde potentiële toetreders. En in hoeverre het contract, afhankelijk van de individuele omstandigheden en aangevoerde argumenten, voor die specifieke aanbieder dicht blijft. 4) Pijler: Verkennen van leer-ervaringen uit andere inkoopsystematieken. Ten eerste wordt de huidige raamovereenkomst continu verbeterd. Dit gebeurt vooral in pijler 1. In aanvulling daarop halen we vanaf 2025 actief op wat bijvoorbeeld van zorginnovatie kan worden geleerd via het
12
Commissiebrief ‘Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025’ (RIS321728) van 1 april 2025.
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
actieprogramma ‘Technologie voor Thuis 2024-2026.’ Ook kijken we naar de ervaringen met het ‘Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp’ (HTP). Ten tweede gebruikt de dienst OCW een waaier aan financieringsmodellen. Dat is verklaarbaar, want er valt ook veel te kiezen. Bijvoorbeeld tussen inbesteden of uitbesteden. Of tussen collectief of individueel aanbod. Wij identificeren de werkzame bestanddelen van die opties. Dit vormt de eerste stap naar een strategische visie op de meerjarige financiering van de Wmo. 6. Vervolg Het college wil de marktwerking in de Wmo verminderen. Het college schetst in deze brief eerst de voordelen van het huidige Wmo-inkoopmodel en daarna vier pijlers waarmee zij de brede ambitie concreet invult. Wij zijn benieuwd naar uw ideeën en zien uit naar een verdere gedachtenuitwisseling. Die zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden tijdens de periodieke themabespreking over de Wmo. Met vriendelijke groet, de wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken Mariëlle Vavier
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
Bijlage 1: Vier pijlers van verminderen marktwerking Wmo
Inleiding Het zorgstelsel in Nederland is sterk historisch bepaald en leunt stevig op publiek-private samenwerking.13 Een algemene discussie over de marktwerking in de zorg kan daardoor snel verlammend uitwerken. Waarschijnlijk wordt niemand enthousiast van een omverwerping van het stelsel om vervolgens jarenlang opgeslokt te worden in een overgang naar een nieuw systeem dat, als het eenmaal zover is, ook zijn nadelen kent. Het ligt meer voor de hand om het stelsel op onderdelen aan te passen. Bijvoorbeeld door het toezicht te vergroten. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wijst erop dat dit binnen het huidige systeem ook kan.14 Een punitieve basis… De begeleidende commissiebrief vermeldt de richting die het college sinds 2023 inzette om de marktwerking in de Wmo te verminderen. Die richting wordt geschetst aan de hand van vier doelen of “pijlers.” In het dagelijkse spraakgebruik en in de media wordt marktwerking geregeld gekoppeld aan negatieve begrippen zoals “woekerwinst”, “ondermijning en fraude” en “zorgcowboys.” Het begrip marktwerking krijgt daardoor makkelijk een negatieve klank (= pejoratieve betekenis) en wordt met wantrouwen bekeken. De punitieve insteek van het toezicht houden en handhaven is zeker belangrijk en actueel.
De eerste pijler vormt daarom een robuuste basis die gericht is op het voorkomen van de in de media genoemde uitwassen van de marktwerking in de zorg. .. en een amelioratieve opbouw Maar het college benadrukt dat in plaats van de aandacht steeds te richten op negatieve incidenten in het zorgstelsel, zij liever het vele positieve waardeert en aandacht geeft. Dat doet ook meer recht aan de positieve inzet van talloze Hagenaars en Hagenezen onder het zorgpersoneel, bij onze Wmoaanbieders en Welzijnspartijen, en de vele mantelzorgers en vrijwilligers in het sociale domein. De tweede pijler is daarom gericht op het bevorderen van de samenwerking tussen onze gecontracteerde Wmo-aanbieders onderling, en vervolgens ook in en met de wijk. En de vierde pijler is gericht op wat geleerd kan worden van de ervaringen van anderen. Het college kiest in deze pijlers met “bevorderen”, “samenwerken”, en “leren” voor woorden met een positieve klank (= amelioratief). Pijler 1 vormt het noodzakelijke curatieve fundament. En de amelioratieve opbouw, die het fundament meesttijds aan het zicht onttrekt, gebeurt in pijler 2 en 4 door het bevorderen van gebiedsgericht werken en samenwerken in de wijk, en door continu leren. Hierna volgt een verdere toelichting per pijler.
Pijler 1: Verminderen van negatieve effecten van marktwerking De raamovereenkomst “Wmo-maatwerkarrangementen 2020” wordt periodiek herzien. Zo wordt de dienstverlening aan onze Haagse inwoners verbeterd en worden minder bonafide aanbieders ontmoedigd om actief te worden in Den Haag. De contracteisen en -voorwaarden werden geregeld aangescherpt sinds 2023. 1. Winstmaximering. Toezicht houden op aanbieders en handhaven vermindert de kans op uitwassen. En het biedt inzichten om de contracteisen aan te scherpen. Dit is een continu proces. De afgelopen jaren besteedde de media aandacht aan onwenselijke aspecten zoals “zorgcowboys.” Vooruitlopend op landelijke wetgeving voegden wij eerst de contracteis toe dat onze aanbieders maximaal 10% winst mogen maken. Dit werd vervolgens verder verlaagd naar 5% vanaf 1 januari 2024. De jaarrekening wordt hierop gecontroleerd.
13
WRR, “Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak” (pag. 185), van september 2021.
14
Ministerie van VWS, Kamerbrief ‘Marktwerking in de zorg’ van 14 maart 2025.
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
2.
3.
4.
5.
Normering topinkomens. Ook moeten onze aanbieders vanaf 1 januari 2024 voldoen aan de Wet normering topinkomens (WNT). Onze contracteisen gaan verder dan de wettelijke norm omdat ook dividend, management- en beheersvergoedingen meetellen. Ook breidden wij de kring van personen uit naar eerste- en tweedelijnsfamilie. De jaarrekening wordt hierop gecontroleerd.15 Medewerkerstevredenheid. Verder is sinds 1 januari 2024 aan de contracteisen toegevoegd dat de aanbieders verplicht zijn periodiek een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) te houden. Die besteedt o.a. aandacht aan de ervaren werkdruk van het zorgpersoneel, hun salariëring en opleidingsmogelijkheden (= eerlijk belonen en boeien). De resultaten moeten met de gemeente worden gedeeld en besproken met Contract- en Relatiemanagement (CRM).16 Vergunningsplicht. Het Rijk wil vooraf een vergunningsplicht instellen voor nieuwe zorg- en jeugdhulpaanbieders.17 Vooruitlopend daarop voegen wij de contracteis toe dat iedere nieuwe aanbieder standaard een Bibob-toets krijgt vanaf 1 januari 2025.18 Continue monitoring en sturing. Toezicht houden op de gecontracteerde Wmo-aanbieders en het handhaven van de afgesproken contracteisen en -voorwaarden is een continu proces. De teams Contract- en Relatiemanagement (CRM) en Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) werken hierin samen.
Deze inzichten worden gebruikt om de raamovereenkomst aan te scherpen.19
Pijler 2: Bevorderen gebiedsgericht werken en samenwerken in de wijk Samen met onze aanbieders zoeken wij naar verbeteringen die mogelijk zijn binnen de kaders van het bestaande contract. De aandacht in deze pijler is gericht op huishoudelijke hulp (= perceel 1) omdat die ondersteuning doorgaans stabiel is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld individuele begeleiding. Dat is vaak meer tijdelijk en variabel vanwege de gerichtheid op het vergroten van het eigen netwerk en de zelfredzaamheid (= reablement).20 6. Worteling in de wijk. Het is belangrijk dat zorgprofessionals de Haagse context goed kennen en contacten hebben in het fijnmazige netwerk van de sociale basis. Iedere wijk heeft immers een eigen DNA van demografische en sociaaleconomische kenmerken en van de samenwerking tussen informele en formele organisaties.21 Sommige aanbieders zijn al wijkgericht georganiseerd. Bijvoorbeeld met autonome buurtteams van medewerkers die wonen en werken in de eigen wijk. Wij gaan die worteling in de wijk breder bij de aanbieders bevorderen. 7. Verbeteren onderlinge uitwisseling en samenwerking. Iedere aanbieder heeft eigen ervaringen. Wij gaan bevorderen dat aanbieders leren van elkaar zodat niet ieder voor zich steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Bijvoorbeeld dat sommige gecontracteerde aanbieders bij personeelskrapte tijdelijk gebruik maken van elkaars inzet.
Verder is iedere aanbieder verplicht in de hele stad ondersteuning te leveren (= acceptatieplicht). Dit is positief voor de keuzevrijheid en dus cliëntgericht, maar niet per se efficiënt. Sommige aanbieders hebben in bepaalde wijken veel cliënten en in andere wijken minder of geen. Dat heeft het voordeel dat de ondersteuning goed planbaar is en dat het zorgpersoneel beperkte reistijd heeft. In gebieden waar al een toereikend aanbod van aanbieders bestaat, verkennen wij de mogelijkheid andere aanbieders die daar geen cliënten hebben niet langer te verplichten daar nieuwe cliënten te accepteren.
15
Schriftelijke vraag ‘Meer duidelijkheid over frauderende zorgaanbieders (RIS318391) van 17 april 2024.
16
Afdoening motie “Meet de tevredenheid van de medewerkers” (RIS314823) van 16 mei 2023.
17
Begrotingsstaat 2025 van het Ministerie van VWS in: TK, 2023-2024, 36 600 XVI, nr. 2, van 17 september 2024.
18
Schriftelijke vraag ‘Harde politieke actie tegen ‘Zorgcowboys’!’ (RIS320254) van 27 november 2024.
19
Zie Jaarrapportage 2023 (RIS318838), par. 5.5 voor een beschrijving van de samenwerking bij toezicht en handhaving.
20
Individuele begeleiding valt uiteen in sociaal & persoonlijk functioneren, zelfzorg & gezondheid, financiën, bereik & beschikbaarheid.
21
Commissiebrief ‘Keuze nieuwe financieringsmethodiek professioneel welzijn’ (RIS319210) van 19 juni 2024..
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
8.
Wijknetwerk. De Woonzorgvisie formuleert als ambitie o.a. het toekomstbestendig organiseren van zorg en welzijn. Dat vraagt om slimme samenwerkingen en het in samenhang organiseren van de sociale basis, welzijn en preventie, Wmo-ondersteuning, (zwaardere) zorg (IZA) en technologie voor thuis. Het is daarvoor essentieel om met professionals in de wijk een sterk netwerk te organiseren. Een vast en herkenbaar zorgteam op buurtniveau is daarvoor een belangrijke voorwaarde.22 Ook hier geldt dat onze aanbieders zelf niet steeds opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. Want van professionele welzijnspartijen verwachten wij dat zij op stadsdeelniveau accurate kennis hebben van maatschappelijk opgaven en bewonerspopulaties. En dat zij een relevant informeel en formeel netwerk hebben en daarmee actief samenwerken in het Haagse zorg-, welzijns- en sociaal domein.23 Ten slotte zet de Haagse Preventieaanpak (HPA) bij Levensfase 55+ in op het intensiveren van vroegsignaleren van financiële problemen bij ouderen. 24 Wij vragen onze aanbieders hoe zij hierbij aansluiten. Aanbieders zouden bijvoorbeeld onderling kunnen afspreken wie in welke wijk het voortouw neemt en toetreedt tot het wijknetwerk. Die kan dan als linking pin optreden naar de andere aanbieders. Op die manier kan iedere aanbieder zich richten op die wijken waar een groot deel van de cliënten of het zorgpersoneel woont.
Pijler 3: Begrenzen van het aantal Wmo-aanbieders in het contract We zoeken naar mogelijkheden om het bestaande contract dicht te zetten voor nieuwe toetreders om zo het aantal aanbieders te beperken. Dit gebeurt in twee stappen. Ook hier beginnen wij met huishoudelijke hulp omdat daar al een heel divers aanbod is voor een dienstverlening die naar zijn aard heel uniform is. 9. Aankondiging dichtzetten huishoudelijke hulp. Vijf nieuwe Wmo-aanbieders werden met ingang van 1 januari 2025 toegelaten tot het contract. Doordat in het daaraan voorafgaande jaar 2024 het contract werd beëindigd met zes aanbieders, bleef het aantal stabiel (82). Inmiddels heeft het college in maart 2025 via Mercell aangekondigd dat het contract voor toetreding van nieuwe aanbieders van huishoudelijke hulp (= perceel 1) wordt gesloten met ingang van 1 januari 2026. 10. Geen nieuwe toetredingen huishoudelijke hulp in 2026. De aankondiging dat het contract wordt dichtgezet, heeft voor het eerst effect met ingang van 1 januari 2026.
De gevolgen van deze sluiting voor cliënten (zij kunnen nog steeds kiezen uit alle gecontracteerde aanbieders) en voor de geïnteresseerde potentiële aanbieders (als zij iets toevoegen aan de portefeuille van aanbieders dan kunnen zij nog steeds als onderaannemer samenwerken met een gecontracteerde aanbieder, of met de verstrekkingsvorm pgb rechtstreeks door de cliënt worden ingehuurd) zijn beperkt. De ervaring leert dat richting het einde van de looptijd van een contract doorgaans de interesse voor toetreding vermindert. Maar omdat dit een wijziging is tijdens de looptijd, blijft het risico bestaan dat geïnteresseerde aanbieders toch toetreding willen afdwingen. Bijvoorbeeld door een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In 2025 en 2026 zal blijken in hoeverre deze aankondigingen leiden tot reacties van geïnteresseerde potentiële toetreders. En in hoeverre het contract, afhankelijk van de individuele omstandigheden en aangevoerde argumenten, voor die specifieke aanbieder dicht blijft. Op dit moment verwachten wij geen onoverkomelijke juridische procedures. Mocht dit onverhoopt leiden tot andere inzichten, dan wordt u daarover geïnformeerd via de periodieke (Half)jaarrapportages Wmo. 11. Vooraankondiging dichtzetten begeleiding en dagbesteding.
Het college heeft de aankondiging in maart 2025 dat het contract wordt dichtgezet voor huishoudelijke hulp meteen de intentie uitgesproken dat een jaar later het contract ook wordt dichtgezet voor individuele begeleiding
22
Collegebesluit ‘Toelichting Ontwerp Woonzorgvisie 2040’ (RIS321760) van 8 april 2025.
23
Collegebesluit ‘Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025’ (RIS321726), bijv. art. 4.6 en 5.6.
24
Collegebesluit ‘Uitvoeringsplan Haagse Preventieaanpak’ (RIS318619) van 18 april 2024.
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
(perceel 2) en dagbesteding (perceel 3). Die sluiten dus per 1 januari 2027. De verwachting bestaat dat hier meer unieke en gespecialiseerde aanbieders actief zijn dan bij huishoudelijke hulp. Daarom is gekozen voor een vooraankondiging ruim van tevoren. Bovendien leert de ervaring dat het zeer ongebruikelijk is dat nieuwe partijen in het laatste contractjaar willen toetreden vanwege de (kwaliteits)drempel en daarmee dus toetredingskosten. In 2025 en 2026 zal blijken in hoeverre de vooraankondiging leidt tot reacties van geïnteresseerde potentiële toetreders. Mocht dit onverhoopt leiden tot andere inzichten, dan wordt u daarover geïnformeerd via de periodieke (Half)jaarrapportages Wmo. Pijler 4: Verkennen van leer-ervaringen uit andere inkoopsystematieken Het huidige zorgsysteem met gereguleerde marktwerking wordt gekenmerkt door een complex samenstel van checks-and-balances en marktprikkels, terwijl gevestigde belangen en gevoeligheid van kwesties rondom zorg het voor de rijksoverheid lastig maken om in te grijpen. Kenmerkend is dat ogenschijnlijk klein beleid effectiever blijkt dan plannen voor expliciete stelselhervorming. Deze laatste lokken langdurig debat uit en leiden zelden tot de beoogde oplossingen. 25 Het college richt zich daarom allereerst op het verbeteren van de bestaande inkoopsystematiek.
En daarnaast op het verkennen van evidence based-ervaringen die mogelijk zijn te leren van andere inkoopsystematieken. 12. Continu verbeteren (bestaande inkoopsystematiek). De wetenschap benadrukt dat het doorvoeren van een volledige stelselwijziging doorgaans niet opportuun is, omdat verbeteringen binnen het huidige systeem nog mogelijk zijn. Ook vragen ingrijpende systeemwijzigingen veel tijd en energie van de uitvoering.26 Dit blijkt ook in de praktijk. Gemeenten die hun bestaande inkoopsystematiek behouden, kennen vaak minder kostenstijging.27 In de gemeente Den Haag leren we daadwerkelijk van ervaringen en worden contracteisen daarop aangepast. Dit gebeurt vooral in de pijlers 1 en 2. In aanvulling daarop gaan we actief ophalen wat kan worden geleerd van zorginnovatie via het actieprogramma ‘Technologie voor Thuis 2024-2026’ (RIS319220). Bijvoorbeeld op het gebied van het creëren van een toekomstbestendige arbeidsmarkt voor zorgpersoneel. En we kunnen leren van de inkoopervaringen bij de Haagse jeugdhulp. Met het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp (HTP) is de koers uitgezet voor een nieuwe werkwijze en bekostigingsmodel voor de jeugdhulp per 2024.28 We verkennen eind 2026 welke bewezen bestanddelen zijn geïdentificeerd en of we daar iets van kunnen leren bij de Wmo. 13. Verkennen werkzame bestanddelen andere financieringsmodellen.
De dienst OCW gebruikt een grote diversiteit aan financieringsvormen. Dat is verklaarbaar, want er valt ook heel veel te kiezen afhankelijk van het perspectief dat wordt gekozen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de levering (inbesteden of uitbesteden), bij de aanbesteding (wel of niet open aanbesteden of subsidietender), het beoogde doel (preventie, omzien naar elkaar, reablement, zelfredzaamheid, zo lang mogelijk thuis). En denk verder aan de bekostigingsvorm. Er kan gekozen worden voor inspanningsgericht (of: p x q), resultaatgericht (of outputgericht) en taakgericht bekostiging (lumpsum). Populatiebekostiging wordt gezien als variant van taakgerichte bekostiging). 29 Verder kan worden gedacht aan de afbakening van de doelgroep (individueel of collectief), het bestaan van een eventuele zorgplicht (open einde-regeling of budgetplafond), in rekening brengen van een eigen bijdrage (o.a. gratis, een kleine gebruiksbijdrage die in rekening wordt gebracht en geïnd door de
25
WRR, “Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak” (pag. 185), van september 2021.
26
SCP, ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’ van november 2020.
27
Deal!, ‘4 trends in gemeentelijke zorginkoop’ van februari 2025.
28
Raadsmededeling ‘Impactanalyse en review op de impactanalyse regio Haaglanden n.a.v. de door ontwikkeling van de jeugd- en
gezinshulp in Den Haag’ (RIS316965) van 31 oktober 2023. 29
Rekenkamer Metropool Amsterdam, ‘Taakgerichte bekostiging in de jeugdzorg’ van 3 december 2020.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10890709
welzijnsaanbieder, het Wmo-abonnementstarief van € 20,60 per maand, of een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor beschermd wonen), de looptijd van het contract en het subsidiekader. Wij inventariseren de werkzame bestanddelen van al die opties. Ook komen hierin de voor- en nadelen terug van enerzijds een integrale beoordeling en maatwerk voor de professional met resultaatgericht beschikken (= uitgangspunt Wmo 2015), en anderzijds van opschuiven in de richting van meer bureaucratiseren met uren-beschikken.30 Dit vormt de eerste stap naar een meer integrale visie (“strategische lijn”) op de financiering van de Wmo.
30
Prof. mr. M. Scheltema (regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht) wijst in ‘Advies integrale geschilbeslechting
in het sociaal domein’ erop dat met uren-beschikken de Wmo-doelstelling van integraliteit en het concept van maatwerk onder druk komen te staan.
10/10