RIS322579 Vervolgvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 322579
Schriftelijke vragen: Vervolgvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ Indiener: Constant Martini, Hart voor Den Haag
Datum: 16 juni 2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Deze vervolgvragen zijn van toepassing op de beantwoording door het College (RIS321766) van Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Martini (Hart voor Den Haag) de volgende vragen: Het College antwoordde op vraag 5: “De planning en de voorgang van het project WarmtelinQ Vondelingenplaat – Vlaardingen hebben geen invloed op de ingebruikname van WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag. Voordat Vondelingenplaat – Vlaardingen gereed is zal Vlaardingen- Den Haag namelijk gevoed worden met restwarmte uit een andere, reeds bestaande warmteleiding”
1) Kan het college aangeven Welke, “reeds bestaande warmteleiding” zij bedoelt? De door Eneco aangelegde warmtetransportleiding Leiding over Noord (LoN) gevoed met restwarmte van de AVR (Rozenburg) in het Rotterdamse havengebied? Als dat niet het geval is, om welke bestaande warmteleiding met restwarmte gaat het dan wel? In mijn raadsvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ heb ik aangegeven dat de Stichting Gemeentelijke Belangen Energievoorziening (GBE) op 26 juli 2024 bij de Raad van State bezwaar/beroep heeft aangetekend tegen het Paraplubestemmingsplan Warmtelinq van de gemeente Vlaardingen. Op 10 september 2024 heeft de gemeente Vlaardingen naar de Raad van State een verweerschrift gestuurd op het bezwaar/beroepsschrift van Stichting GBE. Onder 3.6 (p.11) schrijft de gemeente Vlaardingen: “Ten overvloede merken we hier nog op dat de warmtetransportleiding op Vondelingenplaat niet door AVR zal worden gevoed, maar door Shell en andere warmteproducenten in het Pernis en Botlekgebied”. Gasunie legt de warmtetransportleidingen aan en wordt de ‘onafhankelijke’ beheerder van het warmtetransportnet WarmtelinQ. De afnemers van WarmtelinQ zijn; Eneco voor haar Haagse stadsverwarmingsnet en Vattenfall voor haar Leidse stadsverwarmingsnet.
2) Uit welke bron en/of door welke instantie is het College geïnformeerd dat Vlaardingen – Den Haag gevoed zal worden door een reeds bestaande warmteleiding?
Pagina 1 van 2
3) A: Kan het college aangeven wat momenteel de stand van zaken is rond de invoeding van restwarmte uit het Pernis en Botlekgebied op de door Gasunie aan te leggen Vondelingenplaat leiding? B: Wat is de stand van zaken rond het invoeden door Eneco en Vattenfall op de Vondelingenplaatleiding? C: Welke restwarmtebronnen worden wanneer en met welk volume (MW th) aangesloten op de Vondelingenplaatleiding? D: Wanneer zou het hete water van de Vondelingenplaatleiding beschikbaar komen voor het Haagse stadsverwarmingsnet?
4) Kan het college aangeven of het klopt dat restwarmte van het Chinese bedrijf AVR aangevoerd over LoN van het Japanse bedrijf vooralsnog de enige restwarmtebron voor het WarmtelinQ project van staatsbedrijf Gasunie is? A: Zo nee, waarom niet? B: Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de nieuwe beoogde rol van staatsbedrijf Gasunie als ‘onafhankelijke beheerder’ van de warmtetransportleiding WarmtelinQ? C: Ziet het college het niet als een bedreiging als er toch commerciële warmtebedrijven worden ingezet. Wil het college zich hiertegen verzetten en alle medewerking staken aan het aansluiten van deze warmtepijp? D: Wat zijn de consequenties voor het warmtetarief dat Gasunie Eneco in rekening gaat brengen en daaruit voortvloeiende (on) betaalbaarheid voor de Haagse warmteafnemers?
5) De komst van een publiek warmtebedrijf is een interessant moment in de aanleg van de smeerpijp, kanhet college mededelen of dit publieke nutsbedrijf in Den Haag alleen maar gebruik zal maken van heetwater dat geleverd wordt via onafhankelijke warmteproducenten? Zo ja, wat betekent dit voor de toekomstige ‘leveringszekerheid’ van het project WarmtelinQ ? De AVR is na een recente grote brand anderhalf jaar uit bedrijf geweest. Nu zijn er weer stakingen die de productie bedreigen. De AVR levert nu al via de LoN afvalwarmte aan de Rotterdamse stadsverwarming van Eneco en via de de Nieuwe Warmte Weg aan het stadsverwarmingsnet van Vattenfall op Zuid. Daarnaast levert AVR ook nog ‘stoom’ aan het Botlekstoomnet van Stedin. Heeft het college er vertrouwen in dat de AVR voldoende capaciteit zal kunnen leveren en blijvend leveren en waarop is dat vertrouwen gestoeld? 6) Is het voor de leveringszekerheid niet noodzakelijk om voordat WarmtelinQ operationeel kan worden minimaal twee nieuwe restwarmtebronnen in bedrijf te hebben?
Constant Martini Hart voor Den Haag
Pagina 2 van 2