RIS322579 Beantwoording SV Vervolgvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
2 september 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Martini, luidend: ‘Vervolgvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ’
DSO/10914828 RIS322579
Het raadslid de heer Martini heeft op 19 juni 2025 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Deze vervolgvragen zijn van toepassing op de beantwoording door het College (RIS321766) van de eerdere schriftelijk vragen 'Zonder WarmtelinQ geen WarmtelinQ’. Het College antwoordde op vraag 5: “De planning en de voorgang van het project WarmtelinQ Vondelingenplaat – Vlaardingen hebben geen invloed op de ingebruikname van WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag. Voordat Vondelingenplaat – Vlaardingen gereed is zal Vlaardingen- Den Haag namelijk gevoed worden met restwarmte uit een andere, reeds bestaande warmteleiding” 1.
Kan het college aangeven Welke, “reeds bestaande warmteleiding” zij bedoelt? De door Eneco aangelegde warmtetransportleiding Leiding over Noord (LoN) gevoed met restwarmte van de AVR (Rozenburg) in het Rotterdamse havengebied? Als dat niet het geval is, om welke bestaande warmteleiding met restwarmte gaat het dan wel?
Het betreft inderdaad de warmtetransportleiding Leiding over Noord. In mijn raadsvragen Zonder Warmtelinq geen WarmtelinQ heb ik aangegeven dat de Stichting Gemeentelijke Belangen Energievoorziening (GBE) op 26 juli 2024 bij de Raad van State bezwaar/beroep heeft aangetekend tegen het Paraplubestemmingsplan Warmtelinq van de gemeente Vlaardingen. Op 10 september 2024 heeft de gemeente Vlaardingen naar de Raad van State een verweerschrift gestuurd op het bezwaar/beroepsschrift van Stichting GBE. Onder 3.6 (p.11) schrijft de gemeente Vlaardingen: “Ten overvloede merken we hier nog op dat de warmtetransportleiding op Vondelingenplaat niet door AVR zal worden gevoed, maar door Shell en andere warmteproducenten in het Pernis en Botlekgebied”. Gasunie legt de warmtetransportleidingen aan en wordt de ‘onafhankelijke’ beheerder van het warmtetransportnet WarmtelinQ. De afnemers van WarmtelinQ zijn; Eneco voor haar Haagse stadsverwarmingsnet en Vattenfall voor haar Leidse stadsverwarmingsnet. 2.
Uit welke bron en/of door welke instantie is het College geïnformeerd dat Vlaardingen – Den Haag gevoed zal worden door een reeds bestaande warmteleiding?
Het college is hierover geïnformeerd door Warmte Transport Services b.v. (WarmtelinQ/ Gasunie). Dit is overigens publieke informatie, die ook op de website van WarmtelinQ is opgenomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10914828
3.
A: Kan het college aangeven wat momenteel de stand van zaken is rond de invoeding van restwarmte uit het Pernis en Botlekgebied op de door Gasunie aan te leggen Vondelingenplaat leiding?
De warmtetransportleiding WarmtelinQ Vondelingenplaat – Vlaardingen wordt momenteel aangelegd. Volgens planning moet de leiding in 2027 gereed zijn. Tegelijkertijd wordt op de Vondelingenplaat een warmteoverdrachtstation (WOS) door Vattenfall gerealiseerd. Vanaf dat station zal de invoeding van restwarmte in deze leiding starten. De bronnen voor deze restwarmte zullen recycling, raffinage en procesindustrie zijn. B: Wat is de stand van zaken rond het invoeden door Eneco en Vattenfall op de Vondelingenplaatleiding? Vanaf het WOS Vondelingenplaat zal Vattenfall warmte vanuit de industrie, te weten de sectoren recycling, raffinage en procesindustrie, gaan invoeden op deze leiding. Vattenfall sluit daartoe contracten af met deze bronnen. Met WTS B.V./Gasunie worden afspraken gemaakt over het transport (naar Leiden) van deze restwarmte. Eneco heeft op Vondelingenplaat geen rol. C: Welke restwarmtebronnen worden wanneer en met welk volume (MWth) aangesloten op de Vondelingenplaatleiding? De in het antwoord op vraag 3B genoemde contracten voor de levering en afname van restwarmte zullen afspraken bevatten tussen enerzijds de restwarmtebronnen en anderzijds warmtebedrijven (de afnemers). Het college kent de inhoud van deze contracten niet. De totale capaciteit van WarmtelinQ zal 250 MWth gaan bedragen.
D: Wanneer zou het hete water van de Vondelingenplaatleiding beschikbaar komen voor het Haagse stadsverwarmingsnet? Volgens planning vanaf 2027, als WarmtelinQ Vondelingenplaat – Vlaardingen gereed is. 4.
Kan het college aangeven of het klopt dat restwarmte van het Chinese bedrijf AVR aangevoerd over LoN van het Japanse bedrijf vooralsnog de enige restwarmtebron voor het WarmtelinQ project van staatsbedrijf Gasunie is? A: Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 4B. B: Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de nieuwe beoogde rol van staatsbedrijf Gasunie als ‘onafhankelijke beheerder’ van de warmtetransportleiding WarmtelinQ? WarmtelinQ wordt een open warmtetransportleiding van een onafhankelijk netbeheerder (WTS b.v./ Gasunie), waarvan in principe alle partijen (zowel bronnen als warmtebedrijven) gebruik kunnen gaan maken om warmte in te voeden of af te nemen. WarmtelinQ zal gevoed worden met onder andere restwarmte die via de Leiding over Noord van Eneco naar WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag wordt getransporteerd (vraag 1). Dergelijk invoeden van warmte in een publieke warmtetransportleiding (WarmtelinQ) vanuit een private warmtetransportleiding (Leiding over Noord) is goed mogelijk.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10914828
C: Ziet het college het niet als een bedreiging als er toch commerciële warmtebedrijven worden ingezet. Wil het college zich hiertegen verzetten en alle medewerking staken aan het aansluiten van deze warmtepijp? Nee, het college ziet dit niet als een bedreiging omdat warmtetransport door commerciële warmtebedrijven momenteel al op veel plekken voor komt. Het college kan het aannemen van haar publiekrechtelijke rol bij de planvorming en aanleg van WarmtelinQ niet staken – ook niet indien ze dat zou willen. Overigens is het ministerie van KGG opdrachtgever aan Gasunie voor WarmtelinQ waarmee het Rijk financieel bijdraagt aan het project, en heeft ook de provincie Zuid-Holland hiervoor subsidie verstrekt. Het college is sinds de start van de opdracht van de Rijksoverheid aan Gasunie steeds opgekomen voor de belangen van inwoners, ondernemers en de natuurlijke omgeving van Den Haag en zal dit blijven doen. Dit deed het college onder meer door het stellen van voorwaarden in de door de gemeente verleende omgevingsvergunningen en door het indienen van formele zienswijzen/adviezen op de provinciale inpassingsplannen.
D: Wat zijn de consequenties voor het warmtetarief dat Gasunie Eneco in rekening gaat brengen en daaruit voortvloeiende (on) betaalbaarheid voor de Haagse warmteafnemers? Als het gaat om de betaalbaarheid van warmtenet-warmte in het algemeen en voor Den Haag in het bijzonder baseert het college zich in het algemeen – en daarmee ook bij de situatie dat restwarmte via Leiding over Noord naar WarmtelinQ zal worden getransporteerd - op de inhoud van de Kamerbrief van 17 april 2025 met als titel “Actualisatie randvoorwaarden collectieve warmte”. Hierin wordt een toelichting gegeven hoe gekomen zal worden tot ‘betaalbare collectieve warmte’. In deze brief is als eerste randvoorwaarde het borgen van de relatieve betaalbaarheid opgenomen. Dat wil zeggen dat indien een warmtenet voor de samenleving de goedkoopste duurzame optie is, dit ook moet leiden tot een aantrekkelijke prijs voor de eindgebruiker. De minister stelt in haar brief een aantal instrumenten in het vooruitzicht, zoals verbeterde tariefregulering, betere instrumenten en uiteindelijk - indien nodig - een relatieve prijsgarantie waardoor warmte van warmtenetten niet duurder wordt dan gas. 5.
De komst van een publiek warmtebedrijf is een interessant moment in de aanleg van de smeerpijp, kan het college mededelen of dit publieke nutsbedrijf in Den Haag alleen maar gebruik zal maken van heet water dat geleverd wordt via onafhankelijke warmteproducenten? Zo ja, wat betekent dit voor de toekomstige ‘leveringszekerheid’ van het project WarmtelinQ ? De AVR is na een recente grote brand anderhalf jaar uit bedrijf geweest. Nu zijn er weer stakingen die de productie bedreigen. De AVR levert nu al via de LoN afvalwarmte aan de Rotterdamse stadsverwarming van Eneco en via de Nieuwe Warmte Weg aan het stadsverwarmingsnet van Vattenfall op Zuid. Daarnaast levert AVR ook nog ‘stoom’ aan het Botlekstoomnet van Stedin. Heeft het college er vertrouwen in dat de AVR voldoende capaciteit zal kunnen leveren en blijvend leveren en waarop is dat vertrouwen gestoeld?
Het college verwacht dat het beoogde Haagse publiek integraal warmtebedrijf (PIW) gebruik zal gaan maken van een mix van (lokale) duurzame warmtebronnen in Den Haag, waaronder geothermie. Voor het eindbeeld in 2050 is echter veel warmte nodig. Omdat de ontwikkeling van nieuwe geothermiebronnen tijd kost, en omdat aan de totale warmtevraag dient te worden voldaan zal het zeer waarschijnlijk nodig zijn dat het beoogde Haagse PIW ook restwarmte via WarmtelinQ gaat afnemen en inzetten. Zoals hierboven vermeld, is de AVR-warmte (afgezien van een korte periode vanaf de ingebruikname van WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag tot 2027) niet de enige bron voor WarmtelinQ. Ook gedurende die korte periode is de leveringszekerheid desalniettemin gewaarborgd door de huidige piek- en back-up voorziening. Het college neemt afstand van de in vraag gebruikte term ‘smeerpijp’.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10914828
6.
Is het voor de leveringszekerheid niet noodzakelijk om voordat WarmtelinQ operationeel kan worden minimaal twee nieuwe restwarmtebronnen in bedrijf te hebben?
Ook gedurende de korte periode vanaf de ingebruikname van WarmtelinQ Vlaardingen - Den Haag tot 2027 is de leveringszekerheid gewaarborgd door de huidige piek- en back-up voorziening. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4