RIS322555 Afdoening motie Stimuleer sociaal ondernemerschap ook in krapte sectoren
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
SZW/10975709 RIS322555 Contactpersoon
Iliass Sialiti Dienst
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling
SZW Beleid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
26 november 2025
iliass.sialiti@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Stimuleer sociaal ondernemerschap ook in krapte sectoren’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking inzake de ‘commissiebrief 60-plussers met een bijstandsuitkering’ (RIS321181) op 12 juni 2025, de door het raadslid mevrouw Hofstra ingediende motie: ‘Stimuleer sociaal ondernemerschap ook in krapte sectoren’ (RIS322555) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: sociaal ondernemers een belangrijke rol spelen in het aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; deze sociaal ondernemers minder goed vertegenwoordigd zijn in de sectoren waar tekorten zijn zoals zorg, energiebedrijven en onderwijs. Overwegende dat: Rotterdam inzet op verdubbeling van het aantal erkende sociaal ondernemingen en van het aantal grote organisaties die hun koopkracht inzetten voor maatschappelijke impact; deze aangescherpte inzet op social return laat zien dat er meer baankansen ontstaan voor werkzoekenden. Verzoekt het college: de mogelijkheden te onderzoeken om het aantal erkende sociaal ondernemingen in sectoren met arbeidsmarktkrapte te vergroten, zoals zorg, energie en onderwijs; daarbij gebruik te maken van inspirerende voorbeelden in andere grote steden, zoals de Rotterdamse aanpak.
Het college doet de motie op de volgende manier af: De gemeenteraad heeft met deze motie gevraagd om te onderzoeken hoe sociaal ondernemerschap sterker kan worden gestimuleerd binnen sectoren met arbeidsmarktkrapte (zoals zorg, energie en onderwijs), en daarbij gebruik te maken van inspirerende voorbeelden uit andere steden, zoals Rotterdam.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10975709
Context en huidige stand van zaken Den Haag stimuleert sociaal ondernemerschap via verschillende beleidslijnen, waaronder social return (als onderdeel van het actieplan MVOI), Impact City, de Haagse Social Impact Coalitie en initiatieven als Baankans en Social Club. Het gemeentelijke beleid is in sterke mate afgestemd op dat van andere MRDH-gemeenten en vergelijkbaar met het Rotterdamse beleid. Rotterdamse aanpak Rotterdam werkt met het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) en het Social Impact Fonds Rotterdam (SIFR). Het RAP richt zich op maatschappelijk vitale sectoren. Projecten van werkgevers en opleidingsinstituten kunnen voor cofinanciering in aanmerking komen als dit leidt tot: • meer instroom (van werk naar werk, van school naar werk, (weer) aan het werk) naar de maatschappelijk cruciale sectoren, met duurzame arbeidscontracten van minimaal 12 maanden; • een scholing-, leerwerk- of loopbaantraject met baangarantie of; • aantoonbaar behoud van personeel dat anders zou uitvallen, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van talentprogramma’s; • alleen projecten die bijdragen aan een vermindering van personeelstekorten in de maatschappelijk cruciale sectoren en transities in de arbeidsmarktregio Rijnmond, komen in aanmerking voor het RAP. Tot nu toe zijn 33 projecten gecofinancierd waarbij een brede invulling door de indieners mogelijk is.
Via het RAP is jaarlijks circa € 2 miljoen beschikbaar. Ieder jaar start een nieuwe aanvraagronde. De gemeenteraad van Rotterdam heeft hier tijdelijke middelen voor ter beschikking gesteld die eind 2026 aflopen. Een evaluatie van de regeling wordt uitgevoerd door bureau Ecorys. Op basis van de ambtelijke contacten is de indruk dat het tot nu toe vooral sociaal ondernemers en reintegratiebedrijven zijn die een aanvraag doen. Daarbij richten zij zich vooral op het ontwikkelen van kandidaten uit de bijstand, alhoewel dit niet de primaire doelgroepen van het RAP was. Eén van de doelen van het RAP was nl. ook om doorstroom op de arbeidsmarkt te bevorderen van andere groepen. Voor een eventuele toepassing van de methodiek in andere regio’s geeft Rotterdam in overweging initiatieven meer in samenwerking met werkgevers per sector te ontwikkelen. Via SIFR wordt de vestiging en uitbreiding van sociaal ondernemers ondersteund met rentedragende leningen en andere investeringsinstrumenten, maar deze zijn niet op specifieke sectoren gericht. Daarnaast wordt via SIFR het Prestatiecontract Werk uitgevoerd (zie RIS322554), maar ook dit instrument is niet gericht op specifieke sectoren. Andere steden Amsterdam stimuleert vanuit de inzet rondom sociale firma’s en impact ondernemen (de transitie naar) sociaal ondernemerschap in verschillende sectoren.
Daarbij is onder andere een programma ingezet rondom de recyclingindustrie, maar niet met betrekking tot de in de motie genoemde sectoren. Utrecht heeft eveneens geen beleid gericht op het stimuleren van sociaal ondernemerschap in kraptesectoren. Wel heeft Utrecht in de beleidsnota Werk en Re-integratie beschreven dat binnen de werkgeversdienstverlening de focus ligt op ondernemers die willen investeren in onze doelgroep en is de intentie daar ook strategisch partnerschappen mee aan te gaan. Daarbij benadrukt Utrecht dat dit niet uitsluitend sociaal ondernemers zijn.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10975709
Reflectie Het Haagse social-returnbeleid is ingebed in de werkwijze van Den Haag Werkt. Binnen de aanpak onderwijs en bedrijfsleven wordt sectorgericht gewerkt, met specifieke aandacht voor kraptesectoren zoals zorg, techniek en energie. Hoewel deze sectorbenadering niet primair is ingericht op sociaal ondernemerschap, sluit zij daar functioneel op aan, omdat sociaal ondernemers juist in deze sectoren een belangrijke bijdrage leveren aan inclusieve werkgelegenheid. De gemeente Den Haag beschikt binnen het huidige instrumentarium al over effectieve mogelijkheden om sociaal ondernemers te betrekken bij maatschappelijke opgaven. De aanvullende instrumenten die in Rotterdam worden ingezet, bieden geen toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande Haagse infrastructuur. Bovendien richt Den Haag zich nadrukkelijk op kraptesectoren, waardoor de inzet van sociaal ondernemerschap niet alleen maatschappelijk, maar ook arbeidsmarkttechnisch bijdraagt aan duurzame resultaten. Kansrijke vervolgstappen • We gaan een verkenning doen van sectorgerichte doorbraakfondsen: mogelijk binnen een bredere arbeidsmarktaanpak, waarbij samenwerking tussen onderwijs, werkgevers en sociaal ondernemers wordt gestimuleerd. • We gaan sociaal ondernemers betrekken in kraptesectoren via bestaande netwerken (Impact City, Social Club, Haagse Social Impact Coalitie).
Conclusie Den Haag beschikt over een solide beleid voor sociaal ondernemerschap en social return. De motie onderstreept het belang van samenwerking tussen sectoren. Daar zullen we blijvend mee aan de slag zijn, waarbij we bijzondere aandacht besteden aan de koppeling met sectorgerichte programma's. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3