RIS322480 Publiek integraal warmtebedrijf
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
17 juni 2025
DSO/10882227 RIS322480
Voorstel van het college inzake publiek integraal warmtebedrijf
Inleiding De gemeente Den Haag heeft de ambitie om een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening te realiseren. De transitievisie warmte (RIS313867) laat zien dat daar in veel wijken warmtenetten voor nodig zijn. De gemeente Den Haag werkt sinds juni 2024 in samenspraak met uw raad aan een publiek integraal warmtebedrijf (PIW). Daar zijn twee belangrijke redenen voor: de laatste jaren is duidelijk geworden dat een grootschalige aanleg van warmtenetten door private partijen in Den Haag niet haalbaar is; de Tweede Kamer behandelt momenteel het wetvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw). Daarin wordt bepaald dat alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen een warmtenet kunnen exploiteren. Bij inwerkingtreding van de wet geldt dat in principe voor alle nieuwe warmtenetten. Het college heeft de gemeenteraad eerder hierover geïnformeerd met de brieven ‘Verkenning van mogelijke rolnemingen voor de gemeente Den Haag in een publiek warmtebedrijf’ (RIS319397) en ‘Voortgang publieke rolneming’ (RIS320421). Met dit raadsvoorstel beoogt het college om een volgende stap te zetten richting oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf en de benodigde middelen daarvoor te reserveren. Daarmee wordt de onderzoeksfase, zoals bedoeld in het beleidskader verbonden partijen, afgesloten en de uitwerkingsfase gestart.
In bijlage 1 is een uitgebreide onderbouwing van dit voorstel opgenomen, waaronder een beschrijving hoe de aspecten uit dat beleidskader zijn beoordeeld. Rijksoverheid en wetgeving Voor de financiële haalbaarheid van een PIW en het borgen van de betaalbaarheid voor de eindgebruiker van warmte zal de rijksoverheid de randvoorwaarden moeten bieden. Minister Hermans van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) benoemt in haar brief d.d. 17 april jl. met titel ‘Actualisatie van de randvoorwaarden van collectieve warmte’ met kenmerk DGKE-DE/98327132, dat betaalbaarheid een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid is. Als een warmtenet voor de samenleving de goedkoopste duurzame optie is, dan moet dit leiden tot een aantrekkelijke prijs voor de eindgebruiker. Uit de brief blijkt dat het kabinet bereid is om, indien nodig, de relatieve betaalbaarheid te borgen met aanvullende instrumenten zoals een verbetering van het subsidieinstrumentarium, een relatieve prijsgarantie en de oprichting van een waarborgfonds. Het college vertrouwt erop dat de noodzakelijke financiële middelen en aanvullende instrumenten beschikbaar zullen worden gesteld. De Wcw zal het voor Energie Beheer Nederland (EBN) en Netverder (onderdeel van de Stedin groep) mogelijk maken om deel te gaan nemen aan publieke integrale warmtebedrijven.
Daartoe heeft Stedin een warmtestrategie vastgesteld om via Netverder fors te investeren in warmtenetten. Na de behandeling van de Wcw in de Tweede Kamer (gepland voor het zomerreces), zullen de kaders van de wet staan en heeft het college er vertrouwen in dat de wet in 2026, na behandeling in de Eerste Kamer, van kracht wordt. Zoals met de raad besproken, wil het college daarom voortvarend aan de slag gaan met het voorbereiden van de oprichting van een warmtebedrijf.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10882227
Temeer daar ook in de bovengenoemde brief van de minister van KGG als één van de randvoorwaarden wordt gesteld dat de gemeenten nog steviger de regie moeten gaan nemen in de warmtetransitie. Om die regie te kunnen nemen, is een publiek integraal warmtebedrijf een cruciale maatschappelijke stap in betaalbare en duurzame warmte in Den Haag. Een publiek warmtebedrijf is ook de wens van uw raad. Een positief besluit op dit raadsvoorstel is in het proces tot oprichting of deelname in een verbonden partij de eerstvolgende stap die nodig is om de huidige onderzoeksfase af te sluiten en de uitwerkingsfase te starten. De nadere uitwerking duurt naar verwachting ongeveer een jaar en zal plaatsvinden met de in dit raadsvoorstel voorgestelde potentiële partners. Zodra de wetsbehandeling van de Wcw is afgerond, wil Den Haag met haar partners klaar staan om daadwerkelijk het warmtebedrijf op te richten. De oprichting van het warmtebedrijf vraagt tegen die tijd een volgend besluit van de raad. Indien deze wet niet wordt aangenomen, of het flankerend beleid onvoldoende is, zal de gemeente Den Haag opnieuw moeten overwegen of een publiek warmtebedrijf wenselijk is. Het college volgt de ontwikkelingen rond de Wcw nauwgezet.
Haags warmtebedrijf Het college informeerde de gemeenteraad met de brief “Voortgang publieke rolneming warmtetransitie” (RIS320421) over de onderzoeksfase en de twee opties die goed bij Den Haag passen: Aandeelhouder worden van een bestaand warmtebedrijf dat in meerdere gemeenten opereert. Hiervoor komt HVC in aanmerking. Met partners een volledig publiek lokaal Haags warmtebedrijf oprichten. Hiervoor komen Netverder en EBN gezamenlijk in aanmerking. Het college heeft beide opties onderzocht en een oordeel gevormd op basis van vier vragen/criteria: Zeggenschap: kan via de aandeelhoudersrol invloed slagvaardig worden uitgeoefend? Lokaliteit: is er voldoende ruimte voor bewonersinitiatieven en samenwerking met lokale stakeholders mogelijk? Competentie: heeft het warmtebedrijf op korte en lange termijn voldoende realisatiekracht? Financiën: wat is de impact op gemeentelijke financiën? Uit een vergelijking op deze beoordelingscriteria wordt duidelijk dat potentiële partners in beide opties zich kwalificeren om een PIW in Den Haag op te richten. In het voorliggende raadsvoorstel stelt het college de gemeenteraad voor om de uitwerkingsfase in te gaan met Netverder en EBN als voorkeursoptie, deze optie verder uit te werken inclusief te daarbij behorende (te reserveren) middelen.
Een lokaal Haags warmtebedrijf met deze twee potentiële partijen sluit, ten opzichte van de optie aandeelhouder worden van HVC, beter aan bij de regierol die de gemeente Den Haag wil hebben. Zeggenschap en lokaliteit zijn daarbij doorslaggevend. Het college ziet zich daarin gesterkt door de breed gesteunde motie “Den Haag aan het stuur bij warmtebedrijf” (RIS320965). Bij het criterium competentie speelt de samenhang met het afvaldossier een rol. Ondanks de sterk ontwikkelde realisatiekracht van HVC, zal het niet snel in Den Haag aan de slag kunnen. HVC legt op dit moment namelijk alleen warmtenetten aan in gemeenten waar zij ook het afval verwerkt. Het college heeft eerder besloten het afval aan te besteden voor in elk geval de komende vier jaar. Het college heeft, op basis van een integrale afweging, u met de brief “Aanbesteding afvalverwerking huishoudelijk afval Den Haag” (RIS321919) hierover geïnformeerd. Met dit besluit is er met HVC geen sprake van een snelle start met een potentiële partij die de nodige ervaring heeft met het aanleggen van warmtenetten. De impact op de gemeentelijke financiën is zo verschillend dat geen van beide opties hier onderscheidend op is. In bijlage 2 is meer informatie opgenomen over de vergeleken organisatiemodellen en potentiële partners. Zoals hierboven benoemd, is het beleidskader verbonden partijen van toepassing op de keuze voor een PIW.
In bijlage 1 is een uitwerking opgenomen van het toetsingskader uit dat beleidskader.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10882227
Met dit raadsvoorstel kan de onderzoeksfase afgesloten worden en start de uitwerkingsfase. In die fase worden diverse onderwerpen verder uitgewerkt samen met de potentiële partners van de voorkeursoptie Netverder en EBN. Het gaat dan onder meer om de business case, de beoogde governance van het PIW, de juridische en functionele eisen, de missie, de samenwerking met bewonersinitiatieven, de bedrijfsstrategie en de begroting. De juridische, financiële en fiscale gevolgen van het oprichten van een PIW voor de gemeente Den Haag worden dan ook uitgewerkt. Dit leidt na de uitwerkingsfase tot een volgend raadsvoorstel voor een oprichtingsbesluit. Deze uitwerkingsfase wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen. Overigens heeft het moederbedrijf van Netverder, Stedin, een warmtestrategie vastgesteld om via Netverder fors te investeren in warmtenetten. Financiën Inbreng eigen vermogen Het deelnemen aan een Haags warmtebedrijf vraagt inbreng van eigen vermogen door de gemeente Den Haag. Het college is van mening dat de gemeente voldoende zeggenschap krijgt als de drie partners uit de voorkeursoptie een gelijk bedrag aan eigen vermogen inbrengen. Op basis van de kostenraming die in 2023 door Royal Haskoning DHV is opgesteld (geactualiseerd naar prijspeil 2025), stelt het college voor om € 30 mln.
binnen de Enecoreserve duurzaamheid en energietransitie te reserveren voor de eerste fase van tien jaar. In de uitwerkingsfase worden het bedrag en de wijze waarop de gemeente middelen inbrengt nader gepreciseerd, in overleg met de potentiële partners. De inpassing van deze bestemming van € 30 mln. binnen de Reserve Duurzaamheid en Energietransitie wordt opgenomen in de Programmabegroting 2026 – 2029. De aangepaste verdeling over de verschillende programmalijnen voor 2025 e.v. zal worden opgenomen in de Programmabegroting 2026 – 2029. Omdat de rijksoverheid een waarborgfonds inricht, kan het PIW relatief veel vreemd vermogen aantrekken met een gunstige rente. Na een aanloopperiode kunnen daarmee elk jaar 4.000 woningen aangesloten worden, optellend tot 24.000 in tien jaar tijd. Het warmtenet heeft daarna, in 2036, voldoende omvang om de financiële duurzaamheid van het PIW met daaraan gekoppelde bronnen te waarborgen. Dit beëindigt de eerste fase van investeringen. De gemeenteraad kan na deze eerste fase besluiten over verdere investeringen en uitbreiding van de activiteiten van het PIW in een tweede fase. Het raadsvoorstel dat nu voorligt, gaat over de eerste fase van 10 jaar. Het doel is dat het warmtenet daarna, in 2036, voldoende omvang heeft om de financiële duurzaamheid van het PIW met daaraan gekoppelde bronnen te waarborgen.
Dit beëindigt de eerste fase van investeringen. De gemeenteraad kan na deze eerste fase besluiten over verdere investeringen en uitbreiding van de activiteiten van het PIW in een tweede fase. Bijlage 3 is een analyse van de investeringsopgave, inclusief een doorkijk naar 20 jaar. Financiën in de uitwerkingsfase De uitwerkingsfase vraagt beleidsmatige inzet van de gemeente. Deze is inzet is reeds voorzien in de lopende begroting en vraagt geen extra budget. De gemeente wordt ondersteund door adviseurs. Daartoe is via een aanbesteding reeds opdracht gegeven. In de uitwerkingsfase wordt uitgewerkt op welke manier deze middelen efficiënt kunnen worden benut. Tijdens de uitwerkingsfase worden geen onomkeerbare beslissingen genomen richting de oprichting van een publiek warmtebedrijf.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10882227
Vervolg Indien dit voorstel wordt aangenomen, start de uitwerkingsfase, waarin met Netverder en EBN een voorstel wordt uitgewerkt voor de inrichting van een lokaal publiek warmtebedrijf. Afspraken over deze voorbereidingen worden vastgelegd in een intentieovereenkomst. Een besluit over daadwerkelijke oprichting zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Bijlagen Bijlage 1: Toelichting ontwikkeling Publiek Integraal Warmtebedrijf Bijlage 2: Samenvatting vergelijking opties partnerkeuze Bijlage 3: Financieringsopgave PIW periode 2026 t/m 2045 Gevraagde besluiten Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 17 juni 2025, besluit: I.
in te stemmen met nadere uitwerking van een lokaal Haags publiek integraal warmtebedrijf, waarbij de uitwerking samen met de potentiële partners Netverder en EBN wordt uitgevoerd;
II.
in de Enecoreserve Duurzaamheid en Energietransitie € 30 mln. euro te bestemmen ten behoeve van deelname in dit warmtebedrijf en in overleg met onze potentiële partners nader te preciseren.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,
De voorzitter,
4/4