RIS322472 Beantwoording SV Toegankelijkheidsambities van de (helling)baan
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
11 juli 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Klokkenburg-Reedeker en Bos, luidend: ‘Toegankelijkheidsambities van de (helling)baan?’
DSO/10914155 RIS322472
De raadsleden de dames Klokkenburg-Reedeker en Bos hebben op 5 juni 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Aan de Ockenburghstraat en Wijndaelerweg bevinden zich drie appartementencomplexen, ‘Zuiderduinen’. Eén van deze drie complexen, gebouw C (huurwoningen) heeft de ingang aan de Ockenburghstraat. In de omgevingsvergunning (2016) is voor dit gebouw een hellingbaan voorzien, maar die is niet gerealiseerd tijdens de bouw in 2021. Daardoor is de entree alleen bereikbaar middels vijf traptreden. Het maakt het complex een stuk minder toegankelijk, wat in de praktijk meerdere problemen oplevert: voor mensen die mindervalide zijn, rolstoelafhankelijk zijn, ouders met kinderwagens, pakketbezorgers et cetera. Al meermaals moest zelfs ambulancepersoneel via de fietseningang en door de parkeergarage naar binnen, waarbij hulp van andere bewoners nodig is om de deur van binnenuit te openen. Na oplevering van het complex is dit probleem aangegeven bij het stadsdeel en de eigenaar van het complex (begin 2022). De eigenaar is in gesprek gegaan met de gemeente Den Haag om alsnog een hellingbaan te realiseren. De architect van het gebouw heeft vervolgens ontwerpen voor een hellingbaan getekend.
Nadat de gemeente in 2024 eindelijk de technische bouwvergunning heeft verleend, heeft de Welstandscommissie alsnog de plannen voor de hellingbaan afgewezen. Op papier biedt de reactie van de Welstandscommissie ruimte voor andere ontwerpen, maar in de praktijk blijkt dat vrijwel onmogelijk in verband met de benodigde hellingshoek. Door deze opstelling van de Welstandscommissie en gemeente is dit woongebouw na jaren nog steeds verre van toegankelijk. 1.
Is het college bekend met de beschreven situatie?
Ja, grotendeels. Er is geen omgevingsvergunning uit 2016, wel een beginselplan. In het plan waarvoor in 2017 een vergunning is aangevraagd en verleend, zat geen hellingbaan. In 2024 is voor een hellingbaan de technische bouwactiviteit aangevraagd en verleend. De omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit die separaat werd aangevraagd voor dezelfde hellingbaan, moest worden geweigerd omdat het plan niet aan de welstandseisen voldeed. 2.
Wat vindt het college van de ontstane situatie, waarin het woongebouw nog steeds niet goed toegankelijk is?
Het college onderschrijft het belang van toegankelijkheid. Volgens de geldende bouwtechnische regelgeving is het gebouw voldoende toegankelijk. De toegang van het gebouw via de parkeergarage sluit aan op de lift naar boven. De hellingbaan aan de buitenzijde is daarom niet nodig om aan de regelgeving te kunnen voldoen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10914155
3.
Deelt het college de mening van de indieners dat het missen van een hellingbaan in strijd is met de Beleidsagenda ‘In Den Haag doet iedereen onbeperkt mee’ (RIS318989) en het VN-Verdrag Handicap?
De regels voor toegankelijkheid van woongebouwen zijn landelijk vastgelegd in voorheen het Bouwbesluit, nu het Besluit bouwwerken leefomgeving. Bij het beoordelen van voldoende toegankelijkheid bij omgevingsvergunningen, heeft het college publiekrechtelijk niet de ruimte om daarvoor andere kaders te hanteren dan de landelijk geldende bouwtechnische regelgeving. De Beleidsagenda ‘In Den Haag doet iedereen onbeperkt mee’ (RIS318989) en het VN-Verdrag Handicap konden dan ook geen toetsingskaders zijn voor de omgevingsvergunning. Aan de landelijk geldende regelgeving wordt voldaan. Begin 2022 heeft de stadsdeelinspecteur dringend geadviseerd om een hellingbaan te creëren. 4.
Wat heeft het college gedaan met het advies van de stadsdeelinspecteur?
De stadsdeelinspecteur heeft meegedacht over een oplossing voor het ervaren probleem, maar van dringend adviseren is geen sprake geweest. Het woongebouw is volgens de regelgeving voldoende toegankelijk. De extra hellingbaan is niet nodig om aan de regelgeving te voldoen. 5.
Hoe verhoudt de niet-meedenkende houding van de gemeente en Welstandscommissie zich tot de ambities van het college op het gebied van toegankelijkheid?
Dit beeld herkennen wij niet. Zie verder het antwoord bij vraag 3. 6.
Kan het college toelichten hoe besloten wordt dat het advies van de Welstandscommissie dermate zwaarwegend is dat het plan voor de hellingbaan, mét een door de gemeente goedgekeurde bouwvergunning, alsnog afgewezen wordt?
Om het bouwplan voor het toevoegen van een hellingbaan te kunnen realiseren moet aan verschillende toetsingskaders worden voldaan en is voor twee activiteiten een vergunning nodig. De goedgekeurde bouwvergunning, betrof alleen de technische bouwactiviteit. Welstandseisen gelden alleen voor de omgevingsplanactiviteit. Er is geen aanleiding om aan het advies van de Welstandscommissie voor de omgevingsplanactiviteit een ander gewicht toe te kennen dan gebruikelijk. De hellingbaan is niet nodig om aan de toegankelijkheidseisen te kunnen voldoen. De verwachting is dat met een aangepaste vormgeving van het plan alsnog aan de welstandseisen kan worden voldaan. Daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer, maar we zullen deze partij nogmaals informeren over de mogelijkheden 7.
Vindt het college dat hier sprake is van “redelijke eisen van welstand”?
Voor het oordeel of sprake is van redelijke eisen van welstand, vertrouwt het college op de deskundigheid van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag. Deze commissie heeft negatief geadviseerd. Overigens gaf de inhoud van het advies richting om met een planaanpassing tot een positieve beoordeling te kunnen komen. Van de geboden mogelijkheid om het plan aan te passen, heeft de aanvrager echter geen gebruik gemaakt. Wij zullen de aanvrager nog een keer wijzen op de mogelijkheden binnen het welstandsadvies.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10914155
8.
Is het college het met de indieners eens dat de balans tussen het belang van toegankelijkheid en de Welstand hier zoek is?
Nee. Zie het antwoord bij vraag 6. 9.
Waarom duurde het na de hoorzitting van 5 december 2024 maanden langer dan de toegestane zes weken om tot een besluit te komen?
Ter zitting is door bezwaarmaker een nieuwe bezwaargrond aangevoerd. Gesteld werd dat wat de welstandscommissie eist in strijd is met de bouwtechnische regelgeving. Het college heeft vervolgens de mogelijkheid gekregen om dit uit te zoeken en na de zitting alsnog te reageren op deze nieuwe bezwaargrond. Dit nadere onderzoek heeft onder andere gezorgd voor vertraging. Overigens is het bezwaar recent ongegrond verklaard. 10. Is het college bereid om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de eigenaar van het complex en actief mee te denken, zodat alsnog zo snel mogelijk een hellingbaan gerealiseerd kan worden? Zo nee, waarom niet? Deze bereidheid is er. Het blijft de verantwoordelijkheid van de aanvrager om met aanpassingen tot een haalbaar plan te komen. Deze is bekend met de inhoud van het welstandsadvies. 11.
Wat doet het college om te voorkomen dat een situatie zoals deze – waarin toegankelijkheidsmaatregelen zoals de hellingbaan wél in de omgevingsvergunning staan maar niet gerealiseerd worden – zich opnieuw voordoet?
Dit is niet altijd te voorkomen. Om de hellingbaan te kunnen realiseren, is zowel een omgevingsvergunning nodig voor de technische bouwactiviteit als voor de omgevingsplanactiviteit. Voor deze activiteiten gelden verschillende toetsingskaders. Als een aanvrager ervoor kiest voor deze activiteiten aparte vergunningen aan te vragen, kan het gebeuren dat de ene vergunning wel verleend moet worden en de andere vergunning niet verleend kan worden. Gebruikelijk is om de aanvrager er actief op te wijzen als er voor meer dan alleen de aangevraagde activiteit een vergunning nodig is. In dit geval is dat ook gebeurd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
3/3