CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322390 Bijlage Waterhuishoudingsplan Zuidwest Geredigeerd

Commissie Ruimte 10 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken8.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijk Raamwerk Zuidwest

30 maart 2022

Waterhuishoudingsplan Zuidwest ten behoeve van de bouwopgave

Vertrouwelijkheid: Intern

Uitwerking Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040

MEI 2025

Zuidwest op z'n best!

COLOFON Waterhuishoudingsplan Zuidwest 12 mei 2025

opdrachtgever: DSO / Projecten projectnr.: 7007544 projectteam: DSB / IbDH Ingenieursbureau Den Haag Postbus 12600 2500 DJ Den Haag T: 070 353 66 77 E: ibdh@denhaag.nl

2

INHOUD 1. INLEIDING4 1.1

aanleiding en doel

4

2. BELEID WATEROPGAVE6 2.1

Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten

6

2.2

Waterschapsverordening

7

2.3

Watersleutel

8

2.4

Richtlijn compensatie verharding

8

2.5

Wateragenda

9

2.6

Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig

9

2.7

Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025

10

 3. HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED11 3.1

Lokatie

11

3.2

Maaiveld 

12

3.3

Bodemopbouw

13

3.4

Grondwater

14

3.5

Watersysteem

15

3.6

Riolering

19

4. RUIMTELIJK ONTWIKKELING20 4.1

Ontwikkelingen

20

4.2

Uitkomsten watersleutel

22

5. POTENTIËLE MAATREGELEN / WEGING WATERBELANG23 5.1

Maatregelen wateropgave

23

5.2

Overige waterbelangen

31

6. PROCES EN BORGING33 6.1

Scenario's

33

6.2

Borging

33

6.2

Financien

33

BIJLAGE

3

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding

1.2. Doel

Den Haag Zuidwest is een van de grote gebiedsontwikkelingen voor de komende jaren, waarbij Den Haag de groei van de stad wil inzetten om de wijken leefbaarder, gezonder en aantrekkelijker te maken. De ambitie van 10.000 extra woningen en bijbehorende voorzieningen, de combinatie van verdichten én vergroenen, en een grote sociale opgave om de leefbaarheid van de wijk te vergroten betekent ook veel aandacht voor de noodzakelijke aanpassingen in de openbare ruimte.

In het Waterhuishoudingsplan Zuidwest (hierna Waterhuishoudingsplan) wordt de waterbergingsopgave voor heel Zuidwest in beeld gebracht op basis van de watersleutel, een door het Hoogheemraadschap van Delfland ontwikkelde rekentool ten behoeve van de weging van het waterbelang. In het Waterhuishoudingsplan worden de maatregelen om aan die waterbergingsopgave te voldoen verdeeld over het totale peilgebied, zodat op het schaalniveau van de gehele wijk de beste en meest effectieve oplossingen gekozen en vastgelegd kunnen worden. Deze worden vervolgens vertaald naar deelgebiedniveau. Daarbij worden spelregels voor de omgang met water op drie niveaus geformuleerd: gebouw, binnentuin, openbare ruimte. Bij de verkenning van de maatregelen om aan de waterbergingsopgave te voldoen ligt de focus op de maatregelen in de openbare ruimte.

Deze ontwikkelingen in Den Haag Zuidwest vragen om een actieve sturing op de waterhuishouding in het gebied om de waterbergingsopgave ten gevolge van een toename van verhard oppervlak te realiseren. Daarnaast moet het watersysteem ook na de gebiedsherontwikkeling bestand te zijn tegen extreme neerslag, droogte en hittestress. De bestaande groenblauwe structuur in Zuidwest moet aangepast worden om aan de waterbergingsopgave te voldoen en ook in de toekomst klimaatbestendig te blijven. Deze maatregelen zijn randvoorwaardelijk voor de realisatie van de nieuwbouw opgave, en bieden tevens kansen om extra waterkwaliteit toe te voegen op gebouwniveau, blokniveau en in de openbare ruimte. In de Structuurvisie Den Haag Zuidwest en de bijbehorende Ontwikkelstrategie is daarom opgenomen dat er een waterhuishoudingsplan opgesteld moet worden.

Het Waterhuishoudingsplan vormt als het ware een boekhouding voor de waterbergingsopgave op het schaalniveau van Zuidwest als geheel. Het geeft een overzicht van het totaal aan maatregelen in de deelgebieden en de onderlinge samenhang. Dit overzicht zal voortdurend moeten worden afgestemd en bijgesteld. Ook tijdelijke situaties en fasering van maatregelen worden vastgelegd. Regulier overleg met Delfland en Dienst Stadsbeheer (1x per kwartaal) zal nodig zijn om de plannen te toetsen en het waterhuishoudingsplan te updaten. De uitvoering van de maatregelen om aan de waterbergingsopgave te voldoen worden afgestemd met de voortgang en fasering van de diverse bouwprojecten.

4

De afspraken worden vervolgens vastgelegd in een waterparagraaf behorend bij de omgevingsvergunning voor het bouwplan en voor open water in een omgevingsvergunning vanuit het waterschap. Het Waterhuishoudingsplan bestaat uit een rapport en een dynamische tabel. Het rapport bestaat uit: • • • • •

•

Beschrijving van het beleid op het gebied van de waterbergingsopgave; Beschrijving van de scope / het plangebied; Beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling; Beschrijving van de potentiële locaties voor maatregelen van de waterbergingsopgave; Beschrijving van maatregelen op het gebied van de waterkwantiteit en waterkwaliteit in relatie tot overige waterbelangen. Beschrijving van het proces om de maatregelen uit dit plan te borgen in verschillende scenario's van planvorming

In de bijbehorende dynamische tabel wordt de actuele waterbergingsopgave per plangebied / bouwproject, per buurt en voor het gehele peilvak bijgehouden. De dynamische tabel wordt met voortschrijdend inzicht bijgewerkt. Daarmee biedt dit document de handvatten om te beargumenteren dat de gehele waterhuishouding in de Eshofpolder zal functioneren tijdens de herontwikkeling van Zuidwest.

1.3 Afbakening Het Waterhuishoudingsplan richt zich voor nu alleen op het gedeelte van Zuidwest binnen de Eshofpolder, omdat alleen bouwopgaves en herinrichtingen binnen dezelfde polder invloed kunnen hebben op de waterbergingsopgave van andere projecten. Indien daar aanleiding voor is kan de tabel in de toekomst ook aangevuld worden met (delen van) andere peilgebieden zoals de Noordpolder, waar delen van Moerwijk in zijn gesitueerd. Daarnaast gaat dit document enkel over de opgave ten aanzien van waterberging en het behoud van het functioneren van het watersysteem. De watersleutel geeft, naast de waterbergingsopgave op basis van de verhardingsbalans, ook inzicht in de klimaatopgave. Ook de gemeente Den Haag stelt vanuit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig voor elk bouwproject een klimaatopgave. Omdat de maatregelen om aan deze klimaatopgave te voldoen in principe per project en binnen de projectgrenzen worden geborgd wordt deze klimaatopgave niet in dit Waterhuishoudingsplan op het schaalniveau van heel Zuidwest gemonitord. De geldigheid van dit document reikt tot het einde van de huidige bouwopgave in 2040. Bij structurele beleidswijzingen is een update van dit document en/of de bijbehorende tabellen noodzakelijk.

Den Haag Zuidwest, 2021 (Gemeente Den Haag)

Plangebied Den Haag Zuidwest.

5

2. BELEID WATERBERGINGSOPGAVE Het relevante beleid op het gebied van water voor de projecten in de structuurvisie Zuidwest is afkomstig uit de volgende documenten: • Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten (Delfland) • Waterschapsverordening (Delfland) • Watersleutel (Delfland) • Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (Gemeente Den Haag RIS308744) Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 • (Gemeente Den Haag RIS306620)

2.1. Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten

Hieronder wordt per beleidsdocument kort beschreven aan welke wateropgave de projecten moeten voldoen. Vervolgens volgt een beschrijving van de potentiële maatregelen om aan de waterbergingsopgave te voldoen.

De Omgevingswet gaat uit van afstemming en samenwerking tussen overheden. Op basis van artikel 2.2 Ow zijn de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap van Delfland verplicht om elkaars belangen mee te wegen en (indien nodig) af te stemmen. Zo wordt in de breedste zin van het woord geborgd dat het waterbelang in initiatieven en plannen die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving, altijd wordt meegenomen. Voor sommige instrumenten is expliciet vastgelegd dat rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en dat hierbij de opvattingen van het waterschap worden betrokken. Het blijft noodzakelijk om het waterbelang al in een vroeg stadium mee te wegen, bijvoorbeeld in stedenbouwkundige schetsen en masterplannen, die als voorlopers van de formele instrumenten fungeren.

De waterbergingsopgave bestaat uit 2 componenten: • een waterbergingseis als gevolg van verdichting en herinrichting (toename verharding) • klimaat adaptieve maatregelen op basis van de stresstesten (wateroverlast). De waterbergingseis bestaat uit een aantal m² te realiseren water en/of uit een aantal m³ te realiseren groene infiltratievoorzieningen zoals Wadi’s (Richtlijn compensatie verharding, Delfland 2025). De klimaatadaptieve maatregelen zijn niet meteen gekoppeld aan m² te realiseren water. Deze eis wordt normaal gesproken ingevuld als volume geborgen water in m³ en wordt in principe per project en binnen de projectgrenzen gerealiseerd.

6

De handreiking “Weging van het waterbelang” biedt inzicht in hoe Delfland het waterbelang wordt verwerkt in gemeentelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de afwijkingen daarvan, zowel procesmatig als inhoudelijk. De weging van het waterbelang in de Omgevingswet vervangt de watertoets.

Het Hoogheemraadschap van Delfland streeft naar een duurzame en robuuste waterstructuur. Dit betekent onder andere voldoende ruimte voor waterberging, goede waterkwaliteit, sterke waterkeringen en effectieve waterzuivering. Wat dit concreet inhoudt, is afhankelijk van de aard van het gebied en de functie die het heeft of in de toekomst zal krijgen. Het belangrijkste

uitgangspunt is dat de waterhuishouding niet verslechtert door ruimtelijke veranderingen (het standstillbeginsel) bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten of verhardingsactiviteiten zoals beschreven in artikel 11 van de Waterschapsverordening. Water moet al in een vroeg stadium, bij de locatiekeuze en het ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen, als ordenend principe worden meegenomen. Dit voorkomt achteraf knelpunten, zoals (grond)wateroverlast of slechte waterkwaliteit. Delflands beleid richt zich echter op meer dan enkel het handhaven van de huidige situatie. Ruimtelijke veranderingen bieden juist kansen om het watersysteem te verbeteren. Daarbij wordt ook de onderlinge relatie tussen de verschillende waterthema’s, zoals droogte, wateroverlast, afvalwater, waterkwaliteit, ecologie en waterkeringen, meegenomen. Waterknelpunten en problemen met waterkeringen worden niet afgewenteld op de omgeving of naar de toekomst verschoven. De weging van het waterbelang resulteert in een wateradvies. Delfland geeft advies over de locatie- en inrichtingskeuze, kansen, doelen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem moet voldoen, en denkt actief mee. De initiatiefnemer blijft echter verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van de benodigde berekeningen en het maken van keuzes.

Het eindproduct is een waterparagraaf, die wordt opgenomen in de motivering van het omgevingsplan of de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Daarnaast kan het nodig zijn om juridische borging in de regels van het omgevingsplan of in de voorwaarden van de vergunning voor de bopa op te nemen, om de waterbelangen te waarborgen. De waterparagraaf beschrijft hoe in het plan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het

watersysteem. Bij activiteiten die geen onderdeel zijn van de bopa of verhardingsactiviteiten zoals bedoelt in artikel 11 wordt door Delfland geen weging van het waterbelang geëist m.b.t. het verharden en de klimaatopgave. Bij de ontwikkeling van een plan moeten ook de onderhoudsaspecten worden meegenomen, aangezien deze invloed hebben op de ruimtelijke invulling. Bij een nieuwe of gewijzigde waterstructuur moeten bovendien duidelijke afspraken worden gemaakt over de status (primair of secundair) van de watergangen. Delfland organiseert het werk rondom inhoudelijke onderwerpen die zijn onderverdeeld in thema’s (zie tabel 1). Bij het leveren van input voor en het beoordelen van plannen hanteert Delfland deze onderwerpen en thema’s als leidraad zoals aangegeven in de handreiking "Weging van het waterbelang voor gemeenten". Het belangrijkste is dat de locatie waterstaatkundig geschikt is voor de beoogde functie, met inachtneming van de uitgangspunten en randvoorwaarden die Delfland stelt. Daarnaast kunnen zich binnen ontwikkelingen kansen voordoen die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van Delfland. Bijvoorbeeld door wateroverlast in een polder op te lossen of door een natuurvriendelijke oever aan te leggen in lijn met de Kaderrichtlijn Water.

Voor alle thema’s zijn (harde) beoordelingscriteria, richtlijnen en aandachtspunten opgenomen in de handreiking "Weging van het waterbelang".

2.2 Waterschapsverordening In de waterschapsverordening staan de regels om de sloten, vaarten, plassen en dijken in het gebied van Delfland te beschermen. Met de verordening kan Delfland nagaan of voor een activiteit een vergunning of melding nodig is. Het gaat daarbij om activiteiten die de functie van een waterstaatswerk kunnen verstoren. Oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken vallen onder waterstaatswerken. In het Waterhuishoudingsplan worden potentiële maatregelen aangedragen voor het watersysteem in Zuidwest waarbij waterstaatswerken worden aangelegd, gewijzigd of verwijderd. Voor het verrichten van deze beperkingengebiedactiviteiten dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij het Hoogheemraadschap van Delfland. In Artikel 4.3 van de Waterschapsverordening worden de aanvullende aanvraagvereisten per maatregel uiteengezet.

Er is een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit van Delfland nodig voor activiteiten en maatregelen die van invloed kunnen zijn op het watersysteem (inclusief kades, duikers e.d.). Toetsingskader voor de aanvraag zijn onder andere de waterschapsverordening met legger en beleidsregels, zoals de beleidsregels Dempen en graven, Werken in het profiel van wateren, en Kunstwerken in wateren. De procedure voor de verlening van de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit staat formeel los van de weging van het waterbelang. Bij de weging van het waterbelang wordt gekeken of de nieuwe inrichting vanuit waterbeheer toelaatbaar is. Bij vergunningverlening gaat de aandacht ook uit naar uitvoeringsaspecten. Dit betekent dat een vergunning aanvullende, gedetailleerdere technische voorwaarden kan stellen. Hierdoor kan het zijn dat een onderdeel uit het plan vanuit de weging van het waterbelang toelaatbaar is, maar voor de vergunning niet.

Tabel 1. Waterrelevante aspecten en thema’s van weging waterbelang (bron: Handreiking weging van waterbelang voor gemeenten, Hoogheemraadschap van Delfland, 2024) Waterrelevante aspect

Thema’s

Stevige dijken

Veiligheid, waterkering

Voldoende water

Voorkomen van wateroverlast, grondwater en voorkomen van (zoet)watertekort, onderhoud en bagger

Schoon water

Watersysteemkwaliteit, ecologie en biodiversiteit

Gezuiverd afvalwater

Afvalwaterketen

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie

7

2.3 Watersleutel

2.4 Richtlijn compensatie verharding

2.5 Wateragenda

Delfland maakt gebruik van de watersleutel. Dit is een rekentool die helpt te bepalen hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd om bij een ruimtelijke ontwikkeling de effecten op het watersysteem te compenseren.

De richtlijn compensatie verharding is bedoeld om handvatten en de voorkeursvolgorde voor vasthoudmaatregelen bij de uitwerking van compenserende maatregelen bij plannen in de fysieke leefomgeving te bieden. De voorkeursvolgorde is gebaseerd op zowel de betrouwbaarheid en de effectiviteit van verschillende type maatregelen als de mate waarin ze kunnen bijdragen aan verschillende aspecten van goed waterbeheer en klimaatadaptatie.

De wateragenda is een middel voor Delfland en de Gemeente Den Haag om afspraken te maken over het omgaan met water in en om de stad.

De onlangs door Delfland vernieuwde 'Richtlijn Compensatie Verharding' geldt daarbij als uitgangspunt. Deze Richtlijn is voor gemeenten, projectontwikkelaars, ondernemers, adviesbureaus en andere initiatiefnemers voor ruimtelijke plannen. In de Richtlijn staat welke maatregelen zij kunnen nemen wanneer zij meer verhard oppervlak aanleggen. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast dient i.v.m. klimaatverandering rekening te worden gehouden met hevigere neerslag. De watersleutel berekent de benodigde waterberging voor het compenseren van verharding en om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De gebiedsontwikkelingen uit §4.1 worden ingevoerd in de watersleutel van Delfland en de uitkomsten worden beschreven in §4.2.

8

De voorkeursvolgorde is als volgt: 1. Delflandsvoorkeur: Oppervlaktewater of groene infiltratie; 2. Combinatie met hergebruik of vertragend groen; 3. Zichtbaar grijs (bovengrondse constructies); 4. Onzichtbare systemen (ondergrondse oplossingen). Naast de voorkeursvolgorde worden er criteria gesteld aan: • De effectiviteit van de berging; De betrouwbaarheid van de berging; • • De integraliteit op het gebied van zowel water- en bodemkwaliteit als duurzaamheid en circulariteit. Vanwege de omvang van de waterbergingsopgave worden er aan vullende eisen gesteld aan de toegepaste maatregelen. Deze aanvullende eisen dienen per maatregel nader beken te worden. Verder dient aangetoond te worden dat de waterhuishouding van het plangebied goed functioneert tijdens de uitvoering en na gereedkomen van de ontwikkeling.

Met deze Wateragenda pakken Den Haag en Delfland de wateropgaven integraal op, mede met het oog op de verdergaande verdichting, komst van de omgevingswet en het veranderende klimaat. Dit wordt gedaan in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen, economie, recreatie, biodiversiteit en cultuurhistorie. Hiermee versterken Delfland en Den Haag elkaar in het dagelijks onderhoud, bij de aanpak van overlast, bij het samenwerken in de waterketen en bij de noodzakelijke inspanning om de verwachte klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. De langetermijndoelstelling voor het Haagse waterbeleid: • Het realiseren van een duurzaam, schoon, veilig, klimaatbestendig en gezond watersysteem, dat nu en in de toekomst bijdraagt aan een aantrekkelijke (leef) omgeving, waar bewoners, bedrijven en bezoekers van Den Haag op een bewuste manier mee omgaan. Deze langetermijndoelstelling wordt onderverdeeld in de volgende vier beleidsdoelstellingen: • Klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem; Duurzaam schoon en gezond water; • Aantrekkelijk water; • Bewust van Haags water. •

Deze beleidsdoelen zijn niet nieuw binnen het waterbeheer. Maar Den Haag en Delfland willen deze doelen nadrukkelijk koppelen aan duurzame oplossingen in de stedelijke omgeving. In een stad als Den Haag, met een grote woningbouwopgave binnen de bestaande stad, is dat niet altijd eenvoudig. De beleidsdoelen zijn dan ook alleen te bereiken als alle wateropgaven in samenhang met (ruimtelijke) opgaven op andere beleidsterreinen worden opgepakt.

2.5 Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig gaat in op het klimaatbestendig houden en maken van de stad door het bieden van (eenduidige) criteria voor klimaatbestendige inrichting en het beschrijven van een gezamenlijke aanpak.

Op het gebied van wateroverlast geldt voor de gemeente Den Haag dat bij een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur: • Er geen schade vanuit de openbare ruimte ontstaat aan gebouwen; • Vitale infrastructuur en nutsvoorzieningen blijven functioneren; Routes en locaties voor hulpdiensten beschikbaar • blijven. Voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen geldt daarnaast: Bij nieuwbouw geldt dat bij hevige buien 50 mm • regenwater geborgen moet worden op eigen terrein en minimaal 24 uur moet worden vastgehouden. De bergingscapaciteit moet na 48 uur weer beschikbaar zijn; • Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat we waterrobuust bouwen: Een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders). Ontwikkelende partijen in de stad kunnen aan de hand van de uitgevoerde stresstesten zelf aanvullende maatregelen nemen (om bijvoorbeeld schade bij een nog extremere bui van 100mm/ uur te voorkomen); • Via de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om voor 2050 de bekende knelpunten in de openbare ruimte bij een bui van 70mm te verhelpen.

9

Op het gebied van droogte geldt voor de gemeente Den Haag de algemene ambitie om in 2050: Droogte te beperken door de maximale • sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem; • Droogte niet laten leiden tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden.

2.7 Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025

Voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen geldt daarnaast: In het plangebied is de ambitie om 50% (450 mm) • van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken (Wegwijzer klimaatbestendig p. 23) wanneer dit volgens de infiltratiepotentiekaart is toegestaan; • Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken.

Het beleid kent de volgende voor Zuidwest relevante doelen: • Afkoppelen van verhard oppervlak draagt bij aan de scheiding van waterstromen, het verminderen van de afvoer van schoon regenwater naar de rioolwaterzuivering en het verminderen van de hoeveelheid overstortwater op het oppervlaktewater. • Infiltratie van regenwater in de bodem is een vorm van afkoppelen en draagt daarnaast bij aan een vertraging van de afvoer naar het oppervlaktewater en aanvulling van het grondwater. • Door het verminderen van de belasting van de riolering door afkoppelen of door de inhoud van het rioolstelsel te vergroten vermindert de vuiluitworp en daarmee de negatieve effecten op het oppervlaktewater. • Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en voorzieningen voor de aanwezige fauna voor het passeren van duikers, bruggen of anderen harde constructies wordt de ecologie bevorderd.

De maatregelen die worden genomen op basis van de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig tellen gelijktijdig óók mee voor de vereisten voor de weging van het waterbelang van Delfland. Hierdoor wordt voorkomen dat de eisen van de twee overheidsinstanties bij elkaar opgeteld worden. De maatregelen die worden genomen op basis van de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig worden in principe per project op eigen terrein gerealiseerd.

10

Het Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 beschrijft de hoofdtaken van de gemeente voor de vier watercompartimenten: afvalwater, hemelwater, grond- en oppervlaktewater waarbij de onderlinge relaties, beleid en opgaven integraal beschreven worden.

3. HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 3.1. Locatie Het plangebied beslaat grotendeels uit het hoofdpeilvak van de Eshofpolder (streefpeil: -1,75 mNAP), maar bevat ook meerder kleine peilgebieden aan de randen. Dit overlapt grotendeels met het plangebied van de Structuurvisie Zuidwest, aangevuld met het bedrijventerrein ZKD. Projecten en maatregelen liggen in principe in hetzelfde peilvak. Omdat de meeste projecten en de bijbehorende waterbergingsopgaven zich in de Eshofpolder bevinden ligt voor de maatregelen dus ook de focus op dit gebied.

11

3.2 Maaiveld Om de maaiveldhoogtes in het plangebied te analyseren zijn de ingemeten inspectieputhoogtes en het AHN (Actueel Hoogebestand Nederland) geraadpleegd. Het gehele plangebied bevindt zich op ca. -0,1 m NAP. In figuur 3.2 is een overzicht van de maaiveldhoogte weergegeven.

Figuur 3.2. Maaiveldhoogtes in de Eshofpolder.

12

3.3. Bodemopbouw Het plangebied bevindt zich in een gedeelte van Den Haag met ondiepe klei en veenlagen (figuur 3.3). In de praktijk blijken deze klei- en veenlagen bij eerdere werkzaamheden en de aanleg van het riool reeds vergraven te zijn. Ten noorden van de Leyweg is vrijwel alles bouwrijp gemaakt volgens het principe waarbij alleen de wegen zijn opgehoogd. De rest van het gebied is waarschijnlijk integraal opgehoogd. In de onderstaande tabel zijn ook het doorlaatvermogen en de verticale weerstand van de lagen weergegeven, zoals afgeleid uit sonderingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Deze gegevens zijn van invloed op de mogelijke maatregelen. De ondiepe klei- en veenlagen kunnen een beperking vormen voor de infiltratiecapaciteit van de bodem.

Figuur 3.3. Uitsnede geologische kaart

13

3.4. Grondwater Grondwaterstanden De grondwaterstanden in Zuidwest bevinden zich gemiddeld op ca. -1,3 m NAP. Ten opzichte van het gemiddelde maaiveld (-0,1 m NAP) is de ontwateringstoestand derhalve 1,2 m onder maaiveld. Plaatselijk en in natte periodes is deze ontwateringstoestand minder dan een meter. Deze relatief hoge grondwaterstanden zijn van invloed op het bergende vermogen van de bodem. De variaties in grondwaterstanden per peilbuis zijn beschreven in tabel 3.2. De peilbuislocaties zijn aangegeven in de geologische kaart in figuur 3.3. Grondwateronttrekkingen Er bevinden zich geregistreerde onttrekkingen en/of koude/warmte opslagsystemen binnen het plangebied (bron: https://wkotool.nl/). Tevens bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van de diepe DSM-onttrekking in het 1ste watervoerende pakket. De DSM onttrekking stapsgewijs wordt afgebouwd en in 2029 waarschijnlijk volledig gestopt zal zijn. Aanpassingen aan het maaiveld hebben slechts beperkte invloed op de wateronttrekkingen aangezien de wateronttrekkingen veelal plaatsvinden vanuit het eerste watervoerende pakket (dieper dan -17 mNAP). Bij het plaatsen van nieuwe onttrekkingen en open bodemenergiesystemen dient rekening gehouden te worden met de ligging van de grondwateronttrekkingen en open bodemenergiesystemen.

14

Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied, aanvullend strategische (zoetwater)voorraad of boringsvrije zone op basis van de Bodematlas van de provincie ZuidHolland. Er bevindt zich ook geen zeekering binnen het plangebied.

3.5. Watersysteem Het merendeel van de watergangen in Zuidwest bestaat uit primaire watergangen, met enkele aftakkingen die als secundaire watergangen functioneren. Het oppervlaktewater komt het plangebied vooral aan de westzijde binnen en wordt door twee poldergemalen aan de noord- en oostzijde van het plangebied uit de polder gepompt. Verder is er een circulatiegemaal aanwezig t.p.v. het Zuiderpark en een poldergemaal bij de sportvelden van het Zuiderpark bij de Moerweg Daarnaast is er een intern poldergemaal (‘t Westambacht) aanwezig ter hoogte van de Zichtenburglaan. Voor een goed functionerend watersysteem moeten knelpunten naar deze poldergemalen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het gebied telt 425 duikers, die opstuwing veroorzaken en zo een groter verval (cumulatieve opstuwing) over de polder teweegbrengen. In figuur 3.6 zijn de huidige knelpunten in het water-systeem aangegeven.Er is één knelpunt in de afvoercapaciteit gevonden, veroorzaakt door een duiker met een te kleine diameter, ter hoogte van de kruising van de Melis Stokelaan en de Lozerlaan. Deze duiker is noodzakelijk voor de afwatering vanuit het Uithofpark naar de rest van de polder. Door dit knelpunt kan er overmatige opstuwing ontstaan aan de zijde van het Uithofpark. Het aanpassen van deze duiker staat reeds in het uitvoeringsprogramma van Delfland.

In een deel van het Zuiderpark heeft Delfland een optimalisatie-mogelijkheid in de bergingscapaciteit geconstateerd. Dit gebied met een afwijkend waterpeil in vergelijking met de rest van polder, staat wel direct in Figuur 3.5. Primaire en secundaire watergangen en de verbindende duikers.

15

Figuur 3.6. Huidige knelpunten en optimalisatiemogelijkheden in het watersysteem.

16

verbinding met de rest van Zuidwest. Dit gebied grenst bovendien aan het gebied (de buurt Morgenstond) waar het vergroten van de afvoercapaciteit effectief is voor de optimalisatie van het watersysteem. Een combinatie van beide maatregelen zal hier het meest effectief zijn. Een nader knelpunt in de bergingscapaciteit is gelegen in Kraayenstein, buiten het plangebied van Zuidwest. Dit gebied in Kraayenstein ligt, net als Zuidwest, in de Eshofpolder en voert af naar hetzelfde poldergemaal. Kraayenstein is via een lange duiker verbonden met de rest van het watersysteem in de Eshofpolder. Aangezien dit gedeelte van de polder buiten het plangebied ligt wordt het enkel benoemd als kwetsbaarheid. Uit de watersysteemanalyse van de Eshofpolder blijkt dat de drooglegging binnen de Eshofpolder momenteel over het algemeen voldoende is om overstromingen te voorkomen. Ter plaatse van enkele oevers en andere groenlocaties bestaat er wel risico op inundatie bij extreme neerslag. Op basis van de watersysteem analyse van Delfland komt naar voren dat naast knelpunten in de Eshofpolder er ook ruimte is voor een optimalisatie van de afvoercapaciteit van enkele locaties. Het gaat hier voornamelijk om de knooppunten van watergangen.

De watergangen die de afvoer op deze knooppunten kunnen verbeteren, zijn onder andere de watergang in de Beresteinlaan ter hoogte van de Venen, de watergang ten westen van de Dedemsvaartweg, de watergangen rondom de kruising van de Hengelolaan en de Maartensdijklaan, en de watergang ter hoogte van de Maarsbergenstraat.

Het watersysteem is in meer detail beschreven in de de Watersysteemanalyse voor de Eshofpolder en de Noordpolder van Tauw (november 2020, kenmerk 1272023). In deze watersysteemanalyse op basis van een gekalibreerd hydrologisch rekenmodel voor reguliere en extreme afvoersituaties komt het volgende naar voren: •

•

•

Op basis van de hydraulische criteria voor verhang/ verval en stroomsnelheid voldoet minder dan een kwart van de 425 duikers in de Eshofpolder en Noordpolder niet aan een maximum verval van 2 mm. Dit leidt echter niet tot significante opstuwing binnen het peilvak met risico van wateroverlast. Beheer en onderhoud van watergangen en duikers wordt als specifiek aandachtpunt benoemt omdat is gebleken dat regelmatig verstoppingen optreden waardoor de afvoercapaciteit belemmerd wordt. Het peilvak ten westen van de Lozerlaan (EHP 2) komt naar voren als locatie met risico op inundatie van een gedeelte van het areaal grasland bij een bui met een herhalingstijd van T10. Bij de bui met een herhalingstijd T100 in het toekomstige klimaat is er een risico op inundatie op een aantal aandachtslocaties in Zuidwest (zie figuur 3.7). Het betreft een beperkte impact op vooral sportaccomodaties nabij oevers, sportvelden en groenzones.

In de komende jaren wordt (naar verwachting 2026 -2029) wordt door Delfland een update van de watersysteemanalyse opgeleverd. Deze analyse levert mogelijk nieuwe inzichten op met betrekking tot het watersysteem.

17

Figuur 3.7. Aandachtslocaties peilvak EHP-1 met risico T100-inundatie bij toekomstig klimaat (Tauw, 2020).

18

3.6 Riolering Het overgrote deel van Den Haag Zuidwest kent een gemengd rioolstelsel. Deze is in de jaren zestig aangelegd. Een gemengd stelsel houdt in dat zowel het afvalwater als het regenwater van daken en wegen in dezelfde leiding terechtkomen. Daar waar de afstand tot het oppervlaktewater niet te groot is heeft het echter de voorkeur om een gescheiden stelsel toe te passen. Een gescheiden stelsel houdt in dat afvalwater van huizen en regenwater apart wordt afgevoerd. Door het scheiden van waterstromen vermindert de afvoer van regenwater naar de rioolwaterzuivering, neemt het overstortvolume af en neemt de frequentie van overstorten af. Tenslotte neemt de hoeveelheid regenwater dat de rioolgemalen moeten afvoeren af. Met overstort wordt het gemengde riool geloosd in het oppervlaktewater om overstromingen en water op straat te voorkomen, met als gevolg dat oppervlaktewater vervuild raakt. Dit water is overigens wel sterk verdund door het regenwater. Bovendien komt een overstortgebeurtenis maar enkele keren per jaar voor. Om de hiervoor omschreven redenen is dan ook vanuit de gemeente het uitgansgpunt geformuleerd dat bij rioolvervanging in Zuidwest het gemengde stelsel wordt vervangen door een gescheiden stelsel. Daarbij wordt zoveel mogelijk werk met werk gemaakt, door aan te sluiten bij de grotere nieuwbouw- en renovatie projecten.

Bij het afkoppelen van hemelwater mag het oppervlaktewater niet overbelast raken. Bij het uitbreiden van het hemelwaterafvoerstelsel wordt door DSB contact opgenomen met het Delfland om de invloed van het afkoppelen af te stemmen.

Huidige Riolering analysekaart

19

4. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 4.1. Ontwikkelingen De toekomstige ontwikkeling van Zuidwest, vastgelegd in de Structuurvisie (de aanleiding voor het Waterhuishoudingsplan), wordt hier kort beschreven. Verdichtingslocaties, bouwplannen, herinrichtingen openbare ruimte. De verdichting met 10.000 woningen vindt plaats in de vorm van diverse projecten. In sommige gebieden is sprake van sloop, nieuwbouw en renovatie op de schaal van een buurt. Dreven, Gaarden, Zichten en Venen zijn grotere gebieden waar in samenhang meerdere straten en de bouwblokken worden vernieuwd. Bij deze gebiedsontwikkelingen wordt ook de openbare ruimte in een groter aaneengesloten gebied heringericht. Daarnaast zijn er vele projecten op bouwblokniveau. In de bijgaande projecten kaart zijn de tot nu toe bekende projecten weergegeven, hierin zijn ca. 6500 extra woningen voorzien. Voor de nog resterende 3500 nieuwe woningen zijn de exacte locaties en projecten nog niet bekend. In de structuurvisie is daarom een kansenkaart opgenomen met de meest kansrijke locaties voor deze extra woningen.

Bron: Structuurvisie Den Haag Zuidwest - samenvattende visiekaart, 2022

20

01 10 07

08

02 11

09 12

15

03

06 04

05

01 Assumburgweg (Levels) 02 Ulenpasstraat 03 Betje Wolffstraat 04 Schaloenstraat 05 Twickelstraat 06 Steenwijklaan 07 Florence 08 Kop Leyweg 09 MeLeCo 10 Denekampstraat 11 Genemuidenstraat 12 De Steden 13 De Dreven 14 De Gaarden 15 De Zichten 16 Lozerhof 17 De Venen

16 17 14

13

Overzicht ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied (Bron: DSO-S&P)

21

4.2. Uitkomsten watersleutel Per projectgebied in Zuidwest zijn de gegevens voor de verandering / toename in verhard oppervlak die bekend zijn ingevoerd in de watersleutel. Hiermee is per projectgebied het oppervlakte bepaald van het water dat gegraven moet worden t.b.v. de ruimtelijke ontwikkeling. Tevens is het volume water bepaald dat kan worden gebruikt om bergingsvoorzieningen te ontwerpen. De uitkomsten van de watersleutel voor de nu bekende projecten zijn weergegeven in de tabel in de bijlage. Daarin zijn ook de nu al bekende maatregelen in de vorm van nieuw te graven water weergegeven, en wordt een balans opgemaakt van het nog te realiseren extra oppervlaktewater. Deze tabel geeft slechts een tussenstand weer, en zal bij verdere uitwerking van de projecten steeds worden bijgesteld. De nu bekende woningbouwprojecten betekenen een toename van ca. 3.500 woningen. In de structuurvisie wordt uitgegaan van een uiteindelijke toename van 10.000 woningen. Dat betekent dat er voor 6.500 woningen nog geen concrete projecten zijn uitgewerkt waarvoor een watersleutel kan worden ingevuld. Wel kan op basis van de nu bekende projecten, en de daaruit af te leiden waterbergingsopgaven, met behulp van de watersleutel een globale inschatting gemaakt worden van de uiteindelijke totale waterbergingsopgave bij de realisatie van 10.000 woningen.

22

Deze extrapolatie is gedaan aan de hand van de cijfers van de buurten Zichten, Dreven en Gaarden. Op basis van een gemiddelde van deze drie buurten (voor de toename aan verharding en het reeds aanwezige water) is berekend dat voor geheel Zuidwest bij de realisatie van 10.000 woningen een totale waterbergingsopgave van ca. 21.000 m2 ontstaat als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. In het algemeen is het de insteek dat de Gemeente Den Haag de waterbergingsopgave ten gevolge van de toename aan verharding compenseert door het graven van water en/of groene infiltratievoorzieningen zoals een wadi. Deze maatregelen worden in het volgende hoofdstuk uitgebreid beschreven. De watersleutels geven ook inzicht in de klimaatopgave. Deze opgave vanuit de watersleutel overlapt met de gemeentelijke eis vanuit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig. Voor deze waterbergingsopgave ten gevolge van klimaatverandering geldt de insteek dat deze, waar mogelijk, wordt meegenomen in het waterbergende vermogen van de nieuwe bebouwing op het eigen perceel. Dit wordt gedaan door de beleidsnorm op te leggen dat nieuwe bebouwing minstens 50 mm water moet kunnen vasthouden op eigen perceel gedurende minimaal 24 uur. Deze gemeentelijke eis overlapt in de meeste gevallen grotendeels of volledig met de eis die vanuit de watersleutel wordt gesteld als gevolg van de wateropgave.

Deze eisen worden dus niet dubbel geteld, de zwaarste eis is leidend voor de waterbergingsopgave.

5. POTENTIËLE MAATREGELEN & RICHTLIJN COMPENSATIE VERHARDING In dit hoofdstuk worden de maatregelen beschreven die kunnen worden genomen om aan de gestelde waterbergingsopgave als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen te voldoen. In potentie zijn dit de volgende maatregelen, op voorkeursvolgorde van het Hoogheemraadschap van Delfland: • • • • •

Toevoegen oppervlaktewater Toepassen groene infiltratie zoals een divers beplante wadi Combinatie met hergebruik van water/ vertragend groen Zichtbaar grijze berging Onzichtbare bergingssystemen.

Een aantal van deze maatregelen zal met name op eigen terrein (binnentuinen, daken van parkeergarages, groene daken) toegepast kunnen worden. In de meeste gevallen zijn deze maatregelen op eigen terrein bedoeld om aan de klimaatopgave te voldoen, maar ze kunnen ook bijdragen aan waterbergingsopgave als gevolg van de toegenomen verharding. Daarom worden ze hier nader toegelicht.

Als aanvullende maatregel is ook waterpasserende verharding een optie, zoals opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Den Haag. Daarnaast kan de waterbergingsopgave beperkt worden door het verminderen van verharding (vergroenen). Als laatste zijn er meekoppelkansen zoals het vergroten / toevoegen duikers (vergroten afvoercapaciteit), die vooral meewegen in de afvoer van water uit de polder, maar slechts beperkt meewegen in de waterbergingsopgave. Niet alle maatregelen zijn echter in de specifieke situatie van Zuidwest effectief toepasbaar (zie hoofdstuk 3). Ook worden hier de relaties van de maatregelen met knelpunten in het watersysteem en andere beleidsvelden (ecologie, ruimtelijke kwaliteit) beschreven.

5.1. Maatregelen waterbergingsopgave Toevoegen oppervlaktewater Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe én de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Uit overleg met Delfland blijkt dat de huidige drooglegging voldoende is om wateroverlast tijdens piekbuien te voorkomen. Door het totale oppervlaktewater gelijk te houden of groter te maken ten opzichte van de huidige situatie, om mee te kunnen groeien met het veranderende klimaat en te kunnen compenseren voor de toename aan verharding, blijft de bergingscapaciteit van water in de polder gelijk of groter. Hierdoor ontstaat er geen toename aan waterafvoer uit het gebied. In de verschillende projecten wordt bij de herinrichting van de openbare ruimte oppervlaktewater toegevoegd. Dit betreft zowel het verbreden en aanpassen van bestaande watergangen als ook het graven van nieuwe watergangen.

Figuur 5.1: Verkenning herinrichting Melis Stokelaan, met suggesties voor uitbreiding oppervlaktewater

23

Figuur 5.2: Overzicht bestaand en nieuw oppervlaktewater

24

Figuur 5.3: Zoekgebieden nieuw oppervlaktewater voor de middellange en lange termijn (klimaatdoelen 2050-2085).

25

In de tabellen en tekeningen in de bijlagen worden deze afzonderlijke projecten gespecifieerd. Dit betreft concrete projecten vastgelegd in goedgekeurde schetsontwerpen of voorlopige ontwerpen voor de openbare ruimte, gekoppeld aan nieuwbouwprojecten in formele juridischplanologische procedures. Daarnaast zijn er onderzoeken en verkenningen naar mogelijke herinrichtingen in de openbare ruimte waarbij ook oppervlaktewater wordt toegevoegd. Daarbij wordt vooral gekeken naar de locaties op de kaart met zoekgebieden voor toekomstig water (figuur 5.3). Een van de belangrijkste zoeklocaties beteft de zone langs de Melis Stokelaan. Door een integrale herinrichting, waarbij de Melis Stokelaan een 30 km inrichting krijgt, zijn er kansen voor vergroening en het verbreden van de bestaande watergangen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers (figuur 5.1). Toevoegen infiltrerend groen Een goed doorwortelde infiltratievoorziening, zoals een wadi, draagt onder meer bij aan grondwateraanvulling, omgevingskwaliteit en biodiversiteit. Bij het ontwerpen van de voorziening dient voor het meewegen in de weging waterbelang rekening te worden gehouden met de volgende criteria uit de Richtlijn compensatie verharding van Delfland: • Indien de voorziening volledig gevuld is, leegt hij in minimaal 1 en maximaal 7 dagen.

Een bodem met voldoende doorlatendheid, eventueel via bodemverbetering is hierbij aanbevolen. • De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. • Leeglopen geschiedt op natuurlijke wijze via de ondergrond. Alleen in extreme neerslag situaties

26

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

Figuur 5.4: Zoekgebieden optimalisaties afvoercapaciteit

27

•

waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, op het watersysteem of de riolering worden geloosd. Minimaal 90% van het oppervlak van de voorziening is groen ingericht, dus begroeid en doorworteld. Hierbij gaat de voorkeur uit naar gevarieerde vegetatie die tegen zowel droge als natte situaties bestand is.

Vanuit de gemeente geldt dat de infiltratiepotentiekaart met handreiking opgevolgd moet worden bij infiltrerende maatregelen. De infiltratiepotentiekaart die voor Den Haag is gemaakt laat zien dat er in sommige delen van Zuidwest kansen zijn voor infiltratie. De groene gebieden zijn geschikt voor waterinfiltratie, maar de kansen zijn beperkt door de aanwezigheid van veen en klei. De oranje gebieden zijn alleen geschikt voor waterinfiltratie met aanvullende maatregelen en is er een mogelijk risico op grondwateroverlast waardoor (grootschalige) infiltratie niet gewenst is. Aanvullende maatregelen zijn bijvoorbeeld een afvoerdrain of infiltratiekratten zie ook onzichtbare infiltratiesystemen). Indien wordt gekozen voor een afvoerdrain en/of infiltratiekratten (als aanvullende maatregel, kunnen deze alleen toepast worden bij een gescheiden rioolstelsel of wanneer direct kan worden afgewaterd op het oppervlaktewater. Samenvattend kan gesteld worden dat gezien bovenstaande beperkingen infiltratie op grote schaal niet voor de hand ligt, maar een goede aanvullende maatregel kan zijn.

28

Combineren met hergebruik van water Voorzieningen die gericht zijn op het hergebruik van water dragen bij aan het verminderen van de watervraag in droge periodes. Om bij te dragen aan de compensatieopgave dient geborgd te worden dat het benodigde volume voor de opvang van de hemelwater ten tijde van hevige neerslag beschikbaar is. Hieraan worden op basis van het gebruik eisen gesteld door Delfland om het de voorziening mee te laten wegen voor de watercompensatie in de Richtlijn compensatie verharding van Delfland.

•

Minimaal 90% van het oppervlak van de voorziening is groen ingericht. Hierbij gaat de voorkeur uit naar gevarieerde vegetatie die tegen zowel droge als natte situaties bestand is.

Toevoegen vertragend groen Waterberging in combinatie met vergroening, zoals op een groenblauw dak, zorgt voor biodiversiteit. Deze maatregelen spelen vooral op particulier terrein, onder andere op groene daken en binnentuinen gelegen op parkeergarages. Voor de watersleutel tellen deze oppervlaktes mee als verharding, maar onder de juiste voorwaarden en bij voldoende onderbouwing zoals beschreven in de Richtlijn Compensatie verharding kunnen ze wel als bergingsvolume worden meegeteld. Bij het ontwerpen van de voorziening dient voor het meewegen in de weging waterbelang rekening te worden gehouden met de volgende criteria uit de Richtlijn compensatie verharding van Delfland: • Indien de voorziening volledig gevuld is, leegt het waterbergende deel in minimaal 1 en maximaal 7 dagen via een vertragende constructie. Het groene deel kan langer nat blijven, daarom wordt dit deel niet meegerekend als watercompensatie. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een noodoverlaat op het watersysteem of de riolering worden geloosd.

Toevoegen van zichtbare grijze berging De vasthoudmaatregel loost met een vertraagde of gestuurde afvoer op het watersysteem of hemelwaterriolering. Meerwaarde kan worden gecreëerd door toevoegen van groene elementen, door hergebruik van water en door vergroten van de zichtbaarheid van water in de openbare ruimte. Bij het ontwerpen van de voorziening dient rekening te worden gehouden met de volgende criteria uit de Richtlijn compensatie verharding van Delfland: • Het afvoerdebiet vanuit de voorziening is maximaal 20 m3/min/100 ha (ofwel 28,8 mm/etmaal). • Bij een vertraagde afvoerconstructie leegt de voorziening indien deze volledig gevuld is in 24 tot 48 uur op het watersysteem of de riolering. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een noodoverlaat/slokop op het watersysteem of de riolering worden geloosd.

Bij nieuwbouw geldt de gemeentelijke vereiste uit de 'Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig' dat de bebouwing minstens 50 mm neerslag gedurende 48 op eigen perceel moet kunnen vasthouden. Vervolgens komt het opgevangen regenwater via het schoonwaterriool op het oppervlaktewater terecht.

Figuur 5.6: Infiltratiepotentiekaart

29

Toevoegen van onzichtbare systemen Ondergrondse voorzieningen die bedoeld zijn om water te infiltreren of vast te houden en vertraagd af te voeren bevatten het gewenste bergende volume en zijn geschikt voor meervoudig ruimtegebruik. Echter de wijze waarop de voorziening in conditie wordt gehouden en het signaleren van falen van het systeem vereist extra aandacht. Bij het ontwerpen van de voorziening dient rekening te worden gehouden met de volgende criteria uit de Richtlijn compensatie verharding van Delfland: Indien de voorziening volledig gevuld is leegt deze in • minimaal 1 en maximaal 2 dagen via de ondergrond, en/of een vertragende afvoerconstructie naar oppervlaktewater of hemelwaterriolering. • De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een slokop op het watersysteem of de hemelwaterriolering worden geloosd. • Er worden maatregelen genomen om te voorkomen dat de voorziening dichtslibt. • Er wordt beschreven hoe gesignaleerd zal worden wanneer de voorziening niet goed functioneert. Voor de infiltratie vanuit onzichtbare systemen geldt vanuit de gemeente dat de infiltratiepotentiekaart met handreiking opgevolgd moet worden.

Waterpasserende verharding Infiltratie vanaf het maaiveld of de straat zoals bij waterpasserende verharding weegt niet mee in het waterbelang indien de maatregel niet voldoet aan de vereisten uit de richtlijn compensatie verharding van Delfland.

30

Vanuit de gemeente geldt dat de infiltratiepotentiekaart met handreiking opgevolgd moet worden. Bij de uitwerking van waterpasserende verharding wordt gebruik gemaakt van de details zoals deze voor het Handboek Openbare Ruimte ontwikkeld zijn. Het gaat daarbij met name om de toepassing van waterpasserende verharding in parkeervakken en erftoegangswegen met een lage verkeersintensiteit. Waterpasserende verharding dient altijd in combinatie met afwatering via de berm, een ander onverhard gebeid of een traditioneel kolkenstelsel te worden toegepast. Verminderen verharding Bij herinrichtingen van de openbare ruimte wordt ook gestreefd naar vergroening. Deze vermindering van verharding beïnvloedt direct de waterbergingsopgave zoals berekend in de watersleutel. Daarbij wordt in de openbare ruimte het 'groen tenzij' principe toegepast waardoor de neerslag zoveel mogelijk wordt vastgehouden en ter plaatse geïnfiltreerd. Voor gebouwen en particuliere terreinen (binnentuinen) is meestal geen sprake van afname van verharding, maar van een toename. De watersleutel geeft een goede indicatie van de totale verhardinsgbalans als gevolg van de verdichting. Vergroten afvoercapaciteit Door verbindingen tussen de waterwatervlakken te handhaven en indien nodig te verbeteren wordt de opstuwing in de watergangen kleiner.

Op basis van de gegevens van Delfland zijn gebieden in beeld gebracht (Figuur 5.4) waar het vergroten van de afvoercapaciteit door het vergroten en/of toevoegen van duikers of het aanpassen van het profiel van de

watergang geoptimaliseerd kunnen worden om de verdeling van water over de polderwatergangen en de toestroom naar het poldergemaal te verbeteren. Bij projecten in deze gebieden zal deze wens nadrukkelijk onderdeel worden van het programma van eisen. Vasthoudmaatregelen Deze maatregelen spelen vooral op particulier terrein, onder andere op groene daken en binnentuinen gelegen op parkeergarages. Voor de watersleutel tellen deze oppervlaktes mee als verharding, maar onder de juiste voorwaarden en bij voldoende onderbouwing zoals beschreven in de Richtlijn Compensatie verharding kunnen ze wel als bergingsvolume worden meegeteld. Bij nieuwbouw geldt de gemeentelijke vereiste uit de 'Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig' dat de bebouwing minstens 50 mm neerslag gedurende 48 op eigen perceel moet kunnen vasthouden. Vervolgens komt het opgevangen regenwater via het schoonwaterriool op het oppervlaktewater terecht.

5.2 Overige waterbelangen Stevige dijken Bij de ontwikkelingen binnen het projectgebied ZuidWest worden geen invloeden op dijken voorzien. Veiligheid Bij de projecten binnen het projectgebied ZuidWest worden er geen veranderingen in de waterveiligheid voorzien. Waterkeringen Bij de ontwikkelingen binnen het projectgebied ZuidWest worden geen invloeden op de keringen rondom de Eshofpolder voorzien. Op termijn wordt de aanleg van een ongelijkvloerse kruising van de Erasmusweg en de Lozerlaan voorzien. Bij de aanleg van deze onderdoorgang wordt in samenspraak met Delfland rekening gehouden met de minimale drooglegging. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met toekomstige zettingen. Grondwaterstanden Naar verwachting hebben de ontwikkelingen slechts beperkte invloed op de grondwaterstanden. Plaatselijk kan de aanleg van ondergrondse parkeergarages de stroming van het grondwater op kleine schaal beïnvloeden. In deze specifieke gevallen wordt er maatwerk geleverd in ruimtelijke plannen. Voorkomen van (zoet)watertekort De grens van het zoete grondwater bevindt zich op ca. 25 tot 50 m-mv t.p.v Zuidwest (Figuur 5.6). Dit betekent dat er in deze omgeving zoutwater in het eerste watervoerende pakketaanwezig is. Het basisveen, dat het zoete freatische grondwater en het zoute water uit

Tabel 5.1. KRW-normen

het eerste watervoerende pakket scheidt, dient zoveel mogelijk intact te worden gehouden. Echter is het bij het aanleggen van funderingen niet te voorkomen dat de funderingen door het basisveen worden aangelegd. Hierbij ontstaat normaliter niet een dermate lekkage dat het zoete water in gevaar komt. Bij grote onttrekkingen (> 10 m³/uur) bij de bouwwerkzaamheden (vooral bij diepe bouwputten) wordt het effect van de onttrekking op de (eventueel zoute) kwel vanuit het eerste watervoerende pakket onderzocht voor de melding grondwateronttrekken. Onderhoud Langs de watergangen gelden beschermingszones (onderhoudsstroken). Deze zijn opgenomen in de legger en vallen onder de werking van de Waterschapsverordening. De breedte van de beschermingszone is afhankelijk van de breedte van de watergang en de wijze waarop onderhoud plaatsvindt. Er moet rekening gehouden worden met de beschikbare ruimte en bereikbaarheid van watergangen voor onderhoud. Er moet rekening houden met het feit, dat deze gronden vrij moeten blijven van obstakels. Baggerdepots voor de opslag van bagger tijdens onderhoudswerkzaamheden zijn beperkt ruimtelijk relevant, omdat deze vaak tijdelijk zijn. Schoonwater Met de komst van de Europese Kaderrichtlijn Water

(KRW) zijn planten en dieren (ecologie) centraler komen te staan in het Europese en nationale waterkwaliteitsbeheer en dus ook binnen het gebied van Delfland. De chemische kwaliteit van het oppervlaktewater is een belangrijke randvoorwaarde voor een goede ecologische toestand van het oppervlaktewater. Meer aandacht voor ecologie vraagt binnen het beheergebied van Delfland een andere inrichting en beheer van het watersysteem. Het oppervlaktewater in Zuidwest is geen onderdeel van de KRW-waterlichamen, maar omdat het oppervlaktewater in verbinding staat met het boezemstelsel dat wel geldt als KRW-waterlichaam dient er toch rekening gehouden te worden met dewaterkwaliteit en ecologische waarden. De normen voor lokaal water gelden voor de watergangen in de Eshofpolder. De normen voor boezemwater moeten in 2027 gehaald worden. Voor het lokale water is geen einddatum vastgesteld. In het watersysteem van de Eshofpolder komt vooral water binnen vanuit het westen (Westland) en oosten (Den Haag). Het water wordt de polder aan de noord- en zuidkant uitgepompt (zie bijlage 1). De verblijftijd van het water in de Eshofpolder is ca. 60 dagen. Het gemiddelde gehalte aan fosfor in de Eshofpolder is te hoog. De gemeten zomerhalfjaarwaarde is meer dan de KRW-norm voor lokaal water. De (mogelijke) bronnen 31

hiervoor zijn: • nalevering vanuit de waterbodem; gemengde stelsels en afstroming van verhard • oppervlak en parken; • verkeerd afkoppelen van vuilwater op de hemelwaterafvoer en de vuillast van afstroming van straten en daken op het hemelwaterafvoer. Het gemiddelde gehalte aan stikstof in de Eshofpolder is te hoog. De gemeten zomerhalfjaar gemiddelde is 2x de KRW-norm. De (mogelijke) bronnen hiervoor zijn: riooloverstorten en uitspoeling vanuit het gras. Het vergroten van de sponswerking op het land, waardoor meer hemelwater kan worden opgevangen en geïnfiltreerd en deels vertraagd wordt afgevoerd is ook een belangrijke maatregel om de waterkwaliteit te verbeteren. Verscheidene duikers in de Eshofpolder zijn te klein voor optimale doorstroming. Grotere duikers met meer doorstroming zijn beter voor de waterkwaliteit. Indien mogelijk (rekening houdend met kruisende leidingen en gronddekking boven de duiker) kunnen duikers ten behoeve van de waterkwaliteit vergroot worden.

Om foutaansluitingen op de hemelwaterafvoer te voorkomen wordt bij de oplevering: • In het bestek opgenomen dat directie en toezicht meekijkt voordat de rioolsleuf dichtgaat; Er verschillende kleuren leidingen voor verschillende • waterstromen uit huisaansluitingen worden gebruikt; Dit voorkomt geen foutaansluitingen die inpandig gebeuren of na het opleveren van het project gebeuren bij reparaties door een derde partij aan een huisaansluiting. 32

Ecologie De ecologische potentie voor het oppervlaktewater en de oevers van de Eshofpolder zelf is laag. Enkel langs de Erasmusweg en het Zuiderpark is de ecologische potentie voor zowel het water als de oever hoog. Verder is de ecologische potentie van de oevers van de Uithof hoog. Op de locaties met een hoge potentie is het nemen van bijpassende maatregelen te verantwoorden. Bijbehorende maatregelen voor het water kunnen bestaan uit het aanbrengen van schuil- en paaiplaatsen voor vissen en andere ecologische fauna. Maatregelen voor de oevers kunnen bestaan uit het natuurvriendelijk inrichten van de oevers. Het toevoegen van natuur vriendelijke oevers (NVO’s) creëert ook extra waterberging waardoor er een dubbelfunctie ontstaat. Naast de zones met ecologische potentie heeft de gemeente Den Haag de Melis Stokelaan aangeduid als ecologische verbindingszone in de oostwest richting. De groengebieden en randen langs de sportvelden ten westen van de Dedemsvaartweg zijn aangeduid als ecologische verbindingszone in de noord-zuid richting. Op deze locaties zijn maatregelen ten gunste van de ecologie vanuit de ambitie van de gemeente Den Haag te verantwoorden. Op deze locaties dient de aanleg van water niet ten koste te gaan van de groenstroken langs het water.

Op basis van de EBEO-score (Ecologische Beoordelingsscore) kan de Eshofpolder op ecologie en waterkwaliteit vooral verbeterd worden op het gebied van structuur/habitat. Deze verbeteringen kunnen ongeacht de waterkwaliteit doorgevoerd worden mits er voldoende ruimte aanwezig is. Op saprobie (zuurstofgehalte), trofie (stikstof en fosfor) en toxiciteit scoort het water niet goed.

Biodiversiteit Er dient rekening gehouden worden met maatregelen die de aanwezigheid van sleutelsoorten (snoeken / baarsen) in het gebied mogelijk maken. Hiervoor moeten schuil/foerageer gebieden binnen vismigratieafstanden (ca. 3000 m) gehandhaafd blijven en indien nodig aangebracht worden. Afvalwaterketen Als onderdeel van de omgevingsplannen en andere plannen, of parallel daaraan en afgestemd daarmee, dient ook een plan voor de afvalwaterketen opgesteld te worden met afspraken over de te treffen maatregelen en de financiering daarvan. Dit dient betrekking te hebben op kwantiteit en kwaliteit. Alleen op die manier komen ruimtelijke consequenties goed in beeld en kunnen afspraken worden gemaakt over te treffen maatregelen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om verwerking van extra afvalwaterhoeveelheden, ruimte voor wadi’s of verbreding van watergangen om hemelwater op te vangen.Bij nieuwbouw en herstructureringen dient door de initiatiefnemer in overleg met de gemeente een rioleringsplan (op hoofdlijnen) te worden opgesteld. Een in overleg met Delfland opgesteld rioleringsplan is een voorwaarde voor het positief kunnen adviseren binnen de weging van het waterbelang. Gezondheid Bij het toepassen van maatregelen zoals Wadi’s en natuurvriendelijke oevers zetten we, conform de Omgevingsvisie, in op een goede water- en bodemkwaliteit met een gezonde water- en bodemecologie.

Specifiek bij de inrichting en beheer van de openbare ruimte is daarbij ook aandacht voor het verkleinen van de kans op het ontstaan, overbrengen en verspreiden van infectieziekten.

6. PROCES EN BORGING In het Waterhuishoudingsplan wordt de waterhuishouding in Zuidwest in relatie tot de ontwikkelingen en de bijbehorende waterbergingsopgave gemonitord op het schaalniveau van Den Haag Zuidwest. Bij niet elk individueel project kan de waterbergingsopgave in het project worden opgelost. In Zuidwest wordt ook water buiten projectgrenzen gegraven dat kan voorzien in de waterbergingsopgave. In dit Waterhuishoudingsplan is in de voorgaande hoofdstukken hierop ingegaan. Dit hoofdstuk gaat in op het proces rondom het vastleggen en borgen van de verschillende opgaves. Daarbij is het uitgangspunt dat de klimaatadaptiemaatregelen volledig in projecten wordt geborgd en dit wordt getoetst bij de omgevingsvergunning. Dit hoofdstuk gaat in dat kader alleen over de waterberging als gevolg van de waterbergingsopgave van het Hoogheemraadschap van Delfland.

6.1. Scenario’s Er zijn 3 scenario’s voor het voldoen aan de waterbergingsopgave (conform de watersleutel) bij een project. Voor elk van deze scenario’s wordt hier het proces en de borging beschreven. 1.

Binnen de grenzen van het project (conform de vergunning aanvraag en/of het omgevingsplan) wordt de waterbergingsopgave opgelost en meegenomen in de realisatie. Bij de gemeentelijke (reguliere of buitenplanse) omgevingsplanvergunningaanvraag wordt de waterbergingsopgave getoetst. Voor de uitvoering van de vergunningsplichtige onderdelen van de waterbergingsopgave wordt een

2.

3.

Omgevingsvergunning wateractiviteit aangevraagd bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Op een specifieke locatie buiten het project wordt de waterbergingsopgave van het project opgelost en uitgevoerd parallel aan de ontwikkeling. Hierover vindt in het voortraject afstemming plaats met het Hoogheemraadschap van Delfland en de afspraken worden vastgelegd. Deze afspraken vormen het uitgangspunt bij de toetsing van de omgevingsplanvergunningaanvraag. Voor de uitvoering van de vergunningsplichtige wateropgave wordt een Omgevingsvergunning wateractiviteit aangevraagd bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Er wordt een (grotere) toevoeging van water in Zuidwest gerealiseerd bijvoorbeeld vanuit herinrichting van een doorgaande lange lijn, die geen directe relatie hebben met bouwprojecten, maar wel ingezet kan worden voor toekomstige projecten. Het uitgangspunt is dat dit soort watertoevoegingen gebruikt kunnen worden en kunnen worden ingezet voor het invullen van waterbergingsopgaves van toekomstige projecten. Hierover worden met het Hoogheemraadschap van Delfland (mede op basis van het dynamische Excel-bestand dat onderdeel is van het Waterhuishoudingsplan) nadere afspraken gemaakt en ook vastgelegd op een kaart. Deze afspraken en kaart kunnen daarmee meegenomen worden bij relevante projecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15915858/1