RIS322380 Geofencing deelscooters
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 322380
Schriftelijke vragen: Geofencing deelscooters Indiener: Peter Mekers, D66
Datum: 27 mei 2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Bij de behandeling van de Programmarekening 2022 is de D66-motie ‘Begrens deelscooters’ (RIS316159) aangenomen, die het college verzoekt te onderzoeken waar en hoe geofencing ingezet kan worden bij deelmobiliteit. Hiermee zou voorkomen kunnen worden dat bijvoorbeeld gebruikers van deelscooters te hard rijden in een gebied waar een lage maximumsnelheid geldt of rijden in een (kwetsbaar) gebied waar deze überhaupt niet mogen rijden, zoals de duinen of andere groengebieden. In de afdoening van de motie verwijst het college naar de Strategie Deelmobiliteit 2030 en geeft het aan dat de gemeente samen met CROW werkt aan het kijken naar de mogelijkheid om maximale snelheden aan geofences toe te voegen. In de Strategie deelmobiliteit 2030 (RIS319377) wordt echter alleen ingegaan op de ambities op het gebied van betere handhaving op het foutparkeren van deelfietsen, -bakfietsen en -scooters. Tot op heden is er nog geen terugkoppeling geweest over het op andere manieren inzetten van geofencing, zoals voor (snelheids)begrenzing. Regelmatig zijn deelvoertuigen nog rijdend of geparkeerd te zien op een plek waar dit niet mag. D66 ziet nog steeds kansen om met een bredere inzet van geofencing te zorgen voor een veilige verkeersdeelname van deelmobiliteitsgebruikers, het voorkomen van overlast en het beschermen van kwetsbare natuurgebieden.
Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Peter Mekers, D66 de volgende vragen: 1) Kan het college aangeven of het met CROW en deelmobiliteitsaanbieders in gesprek is gegaan over het toekennen van maximale snelheden aan geofences? Wat waren hiervan de uitkomsten? 2) Indien het college dit nog niet heeft gedaan, waarom is dit nog niet gedaan en wanneer gaat het college dit wel doen? Ondanks de in de Strategie Deelmobiliteit 2030 uitgesproken verwachting dat de overlast van (fout)geparkeerde deelvoertuigen snel zou afnemen zien we hier in de praktijk nog weinig van. 3) Kan het college aangeven welke concrete afspraken zijn of worden gemaakt met deelscooteraanbieders hierover? Wanneer worden deze toegepast?
Peter Mekers D66
Pagina 1 van 1