RIS322380 Beantwoording SV Geofencing deelscooters
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
3 juli 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Mekers, luidend: ‘Geofencing deelscooters’
DSO/10911643 RIS319733
Het raadslid de heer Mekers heeft op 13 juni 2025 een brief met daarin drie vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Bij de behandeling van de Programmarekening 2022 is de D66-motie ‘Begrens deelscooters’ (RIS316159) aangenomen, die het college verzoekt te onderzoeken waar en hoe geofencing ingezet kan worden bij deelmobiliteit. Hiermee zou voorkomen kunnen worden dat bijvoorbeeld gebruikers van deelscooters te hard rijden in een gebied waar een lage maximumsnelheid geldt of rijden in een (kwetsbaar) gebied waar deze überhaupt niet mogen rijden, zoals de duinen of andere groengebieden. In de afdoening van de motie verwijst het college naar de Strategie Deelmobiliteit 2030 en geeft het aan dat de gemeente samen met CROW werkt aan het kijken naar de mogelijkheid om maximale snelheden aan geofences toe te voegen. In de Strategie deelmobiliteit 2030 (RIS319377) wordt echter alleen ingegaan op de ambities op het gebied van betere handhaving op het foutparkeren van deelfietsen, -bakfietsen en -scooters. Tot op heden is er nog geen terugkoppeling geweest over het op andere manieren inzetten van geofencing, zoals voor (snelheids)begrenzing.
Regelmatig zijn deelvoertuigen nog rijdend of geparkeerd te zien op een plek waar dit niet mag. D66 ziet nog steeds kansen om met een bredere inzet van geofencing te zorgen voor een veilige verkeersdeelname van deelmobiliteitsgebruikers, het voorkomen van overlast en het beschermen van kwetsbare natuurgebieden. 1.
Kan het college aangeven of het met CROW en deelmobiliteitsaanbieders in gesprek is gegaan over het toekennen van maximale snelheden aan geofences? Wat waren hiervan de uitkomsten?
Er is gesproken met de deelscooteraanbieders over het met geofences beperken van maximum te rijden snelheden met hun deelscooters. De aanbieders gaven aan dat zij hiervoor afhankelijk zijn van de leveranciers van hun scooters. Gebiedsgerichte snelheidsbeperking (ISA) is volgens de aanbieders nog geen optie die scooterleveranciers bieden, en ook het aanpassen van de bestaande software heeft momenteel geen prioriteit bij deze leveranciers. Als gemeente hebben wij geen invloed op de leveranciers. Daarom is het allereerst van belang dat dit onderwerp een hoge prioriteit krijgt bij aanbieders. Om het onderwerp onder de aandacht te krijgen bij de aanbieders is het geagendeerd bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Als we zover zijn dat we maximale snelheden gaan toekennen aan gebieden via geofences, kan CROW daarbij faciliteren via hun dashboard deelmobiliteit. Het verplichten van ISA/geofence via de vergunningen die we uitgeven onder de APV is niet mogelijk. Dit soort technische eisen aan voertuigen vallen onder de Wegenverkeerswet en de bijbehorende landelijke regelgeving. We onderzoeken daarom alternatieve mogelijkheden om de ontwikkeling van ISA/geofence in de toekomst verder te kunnen stimuleren.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10911643
2.
Indien het college dit nog niet heeft gedaan, waarom is dit nog niet gedaan en wanneer gaat het college dit wel doen?
Zie antwoord vraag 1. Ondanks de in de Strategie Deelmobiliteit 2030 uitgesproken verwachting dat de overlast van (fout)geparkeerde deelvoertuigen snel zou afnemen zien we hier in de praktijk nog weinig van. 3.
Kan het college aangeven welke concrete afspraken zijn of worden gemaakt met deelscooteraanbieders hierover? Wanneer worden deze toegepast?
Het college vindt correct parkeren van deelvoertuigen belangrijk en wil parkeeroverlast tegengaan. We actualiseren momenteel de vergunningssystematiek en de vergunningsvoorwaarden en nemen daarin parkeeroverlast mee. Er wordt slechts een beperkt aantal vergunningen voor het aanbieden van deelscooters en elektrische deelfietsen uitgegeven. Het toekennen van deze vergunningen gebeurt op basis van een vergelijkende toets waar de criteria 'parkeren' en 'overlastminimalisatie' onderdeel van uitmaken. Zodra de vergunningen op basis van de nieuwe systematiek zijn verleend, wordt een convenant met de aanbieders gesloten. In dit convenant worden afspraken gemaakt over parkeeroverlast en goede handhaving. We verwachten dat dit convenant in Q1 van 2026 wordt gesloten. Er zijn gebieden aangewezen waar deelscooters geparkeerd mogen worden. Wanneer het onverhoopt voorkomt dat scooters buiten dat gebied worden geparkeerd moet een aanbieder, als hier een melding van is gemaakt, ervoor zorgen dat deze voertuigen binnen vier uur worden verwijderd. Naast de aanpassing van de vergunningssystematiek en het sluiten van een convenant zetten we in op meer mobiliteitshubs. Hiermee kunnen ritten op deelscooters niet buiten deze hubs worden afgesloten en niet meer op smalle stoepen worden geparkeerd. Intussen zijn er al circa 45 buurtmobiliteitshubs aangelegd in Den Haag.
We verwachten dit richting het einde van 2025 uit te breiden tot 100 buurtmobiliteitshubs. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2