RIS322366 Bijlage Technische vragen-Jaarrapportage 2024 Wmo
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Nr.
Jaarrapportage 2024 Wmo (RIS321758) Antwoord
Partij 1 GroenLinks
Blz. Vraag Commissiebrief, pag. Wat waren de redenen om bij zes Wmo-aanbieders de contracten 1 beëindigen?
2 GroenLinks
Commissiebrief, pag. “In 2024 werden 227 scootmobielen gestolen.” Hebben alle slachtoffers Ja. 5 weer een nieuwe scootmobiel toegewezen gekregen?
3 GroenLinks
Commissiebrief, pag. Wat was de ambtelijke reactie van het college op de internetconsultatie In onze reactie gaven wij o.a. aan dat het positief is dat meer rekening wordt gehouden met de financiële draagkracht van de 3 over het wetvoorstel om het Wmo-abonnementstarief Wmo te cliënt. Zo kan worden bewerkstelligd dat zorg en ondersteuning voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage blijft. Ook hebben wij het Ministerie van VWS opgeroepen goed in de gaten te houden in hoeverre de verwachtingen (ivb)? uitkomen (= monitoren). Zowel bij het dempen van de aanzuigende werking van het abonnementstarief als bij de uitvoerbaarheid en administratie- en regeldruk voor cliënten, Wmo-aanbieders en gemeenten.
4 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. 4 (Mantelzorg en informele ondersteuning)
“In Q3 2024 is gestart met respijtzorg aan huis als algemene voorziening. Respijtzorg Thuis wordt geleverd door Hups. Respijtzorg aan huis, als algemene voorziening, is een nieuwe voorziening in de Vanaf september is door Hups in totaal 87 uur aan respijtzorg geleverd gemeente. Het kost voor zowel verwijzers als voor mantelzorgers de nodige tijd hier bekend mee te raken. Het is de aan 8 mantelzorgers.” Wat was het verwachte gebruik van de respijtzorg verwachting dat het aantal uren en het aantal mantelzorgers wat gebruik maakt van de voorziening zal groeien. De capaciteit en waar is de capaciteit op berekend? van Hups speelt hierop in. De gemeente heeft Hups gevraagd naar haar jaarlijkse capaciteit, het antwoord op deze vraag is naar verwachting beschikbaar bij bespreking van de jaarrapportage in de commissie Samenleving.
5 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. 8 (Mantelzorg en informele ondersteuning)
“plaatsing van scootmobiel-stallingen in en aan wooncomplexen is, in samenwerking met woningcorporaties.” Hoeveel aanvragen zijn er in totaal gedaan voor stallingen voor scootmobiels in 2024? Graag onderverdeling van woningcomplexen in samenwerking met woningcorporaties en individuele aanvragen.
6 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. Hoeveel zijn er daarvan respectievelijk toegekend en afgewezen en hoe 8 vaak is er bezwaar ingediend? Wat was de reden voor afwijzing? (Mantelzorg en informele ondersteuning)
- Er zijn 12 collectieve stallingen gecreëerd op verzoek van woningcorporaties. Deze zijn op kosten van de gemeente geplaatst. De reparaties en het onderhoud van de stallingen zijn voor rekening van de woningcorporatie. Eenmaal bleek het technisch niet mogelijk om een collectieve stalling te creëren. - De ervaring leert dat een afwijzing voor een individuele scootstalling wordt altijd veroorzaakt doordat het technisch niet mogelijk blijkt. Bijvoorbeeld vanwege de fysieke omstandigheden van het gebouw, de (brand)veiligheid of het bouwbesluit.
7 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. 12 (Mantelzorg en informele ondersteuning)
“Vanwege de vergrijzing neemt het aantal ouderen met ondersteuningsbehoefte toe.” Op welke manier is er bij het versterken van het ouderenbeleid rekening gehouden met de doelgroepen die nu minder goed toegang hebben tot aanbod, bijvoorbeeld vanwege culturele achtergrond of laaggeletterdheid? Hoe reflecteert dit zich ook in het personeelbestand?
- De commissie Samenleving ontvangt binnenkort de actielijn 'Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030.' Deze actielijn heeft een focus op senioren die meer moeite hebben met het zelfstandig ouder worden omdat ze een minder goede toegang hebben tot aanbod door onder andere hun culturele achtergrond of laaggeletterdheid. - Voor de totstandkoming van de actielijn heeft een participatietraject plaatsgevonden gericht op deze senioren. De inspraak van laaggeletterde senioren en senioren met een migratieachtergrond zal worden versterkt, cultuurspecifiek ondersteuningsaanbod wordt waar nodig uitgebreid en er wordt ingezet op een betere informatievoorziening gericht op deze senioren. - Wat betreft het ouderenwerk is dit al terug te zien. Met behulp van incidentele middelen (SPUK) voor 2025 en 2026 is het ouderenwerk met bijna zes FTE uitgebreid. De samenstelling van het personeelsbestand en het aannamebeleid van de welzijnsorganisaties is geen gemeentelijke aangelegenheid, maar Wijkz geeft aan, gezien het hoge aantal senioren met een migratie achtergrond, bij het aannemen van tijdelijke krachten specifiek rekening te houden met diversiteit. Zo richt één van de nieuwe ouderenwerkers zich specifiek op senioren met een Hindoestaanse culturele achtergrond.
8 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. Op Tabel 12. Aantal cliënten in resultaatgebieden, p. 17, is te zien dat 16 op de meeste resultaatgebieden zijn de indiceringen met de intensiteit (Indicaties) ‘intensief’ afgenomen, ondanks een totale groei in het aantal indiceringen. Is dit een gevolg van beleidsmatige sturing (en zo ja, wat houdt dat beleid in), of zijn er hier andere verklaringen voor?
Nee, dit is geen gevolg van beleidmatige sturing. De afname van het aantal indicaties 'Intensief' per 31 december 2024 betreft een momentopname op die datum en zijn gewone fluctuaties in aantallen.
9 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. “Uitgangspunt is om beschikkingen voor mensen met een niet-tijdelijke, 16 levenslange beperking bij voorkeur meerjarig af te geven.” Waarom (Indicaties) betreft geldt dit met name voor indicaties voor huishoudelijke hulp? Waarom wordt er niet bij voorkeur onbepaalde tijd afgegeven, aangezien het om levenslange beperkingen gaat?
Dit geldt bij huishoudelijke hulp omdat vooral bij begeleiding en ook bij dagbesteding er in de regel sprake is van cliënten die wel een niet-tijdelijke, levenslange beperking hebben maar van wie de situatie niet stationair is. Deze maatwerkvoorzieningen zijn er immers juist op gericht om deze cliënten een stapje vooruit te laten maken en zo hun zelfredzaamheid te vergroten of het sociale netwerk om hen heen uit te breiden. Dit laat onverlet dat ook voor begeleiding of dagbesteding een meerjarige indicatie kan worden afgegeven. Dit is een individuele beoordeling die de Wmo-casemanager maakt op basis van de omstandigheden van de cliënt. Overigens krijgen cliënten van 70 jaar en ouder bij huishoudelijke hulp altijd een indicatie voor onbepaalde tijd. Verder blijkt uit tabel 13 van de Jaarrapportage 2024 dat het aandeel indicaties huishoudelijke hulp zonder einddatum steeg naar 17% (in 2023: 7%). Een aanmerkelijke stijging dus.
10 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. 18 (Vervoersvoorzieningen)
11 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. Tabel 17. In 2024 laat zien dat er 13.720 AV070 pashouders zijn. Hoeveel Er wordt niet bijgehouden hoeveel aanvragen en afwijzingen er zijn geweest voor een specifieke voorziening. De ervaring 18 taxipassen zijn er respectievelijk aangevraagd en afgewezen? Wat zijn leert dat de meest voorkomende reden voor afwijzing is dat er in het eigen netwerk of via algemene voorzieningen (zoals de (Vervoersde meest voorkomende redenen voor afwijzing? wijkbus, en Begeleiden-en-rijden) een passende oplossing voor de vervoersbehoefte beschikbaar is. voorzieningen)
12 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. 19 (Vervoersvoorzieningen)
13 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. “Noot meet de cliënttevredenheid over de hele dienstverlening.” Hoe 19 ziet de klachtenprocedure bij onderaannemers eruit? (Vervoersvoorzieningen)
Onderaannemers moeten voldoen aan dezelfde eisen als de hoofdopdrachtnemer. Daarom geldt voor de hoofdopdrachtnemer en onderaannemers dezelfde klachtenprocedure.
14 GroenLinks
Jaarrapportage, pag. Hoe verklaar[t] het college de stijging in het aantal Beschermd Wonen21 indicaties?
Een aantal factoren is van invloed op deze indicaties. Er zijn in 2024 meer Beschermd Wonen-plekken toegevoegd aan het aanbod. Daarnaast kan een hoger aantal unieke cliënten ontstaan zijn door fluctuaties in de gemiddelde, oftewel lagere, indicatielooptijd. Ten slotte heeft de VNG tot september 2024 meegewerkt aan de doelstelling om instroom in de WLZ terug te dringen. Ook dit kan invloed hebben gehad op het aantal cliënten dat aanspraak maakt op een Beschermd Wonenindicatie.
15 VVD
Jaarrapportage, pag. Welke vormen van Welzijn vallen onder de WMO? Hoe is dit 3 gedefinieerd en welke criteria worden hierbij aangehouden? In hoeverre zijn hier de aanbevelingen van de Rekenkamer over Welzijn verwerkt (duidelijke definities) en hoe wordt overlap met andere programma s voorkomen?
- In de Wmo-rapportage staan de resultaten van Individuele Ondersteuning, een onderdeel van het professioneel welzijnswerk. Dit wordt in de Wmo-rapportage gedefinieerd als ‘cliëntondersteuning’ en ‘enkelvoudige informatie- en adviesvragen.’ - De vormen van welzijnswerk die hiervoor worden ingezet zijn: onafhankelijke cliëntondersteuning, maatschappelijk werk, ouderenwerk, mantelzorgondersteuning en praktische dienstverlening. Individuele Ondersteuning wordt gedefinieerd als ondersteuning die zich specifiek op één bewoner (of jeugdige) richt, waaronder onafhankelijke cliëntondersteuning op grond van de Wmo. - Een omschrijving van de verschillende vormen van Individuele Ondersteuning is opgenomen in de Subsidieregeling voor Professioneel Welzijnswerk (RIS321726, Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen). De gehanteerde criteria bij de beoordeling van de subsidieaanvragen gaan over de doeltreffendheid van de werkwijze, een relevant netwerk, de profilering van het aanbod, een inclusieve werkwijze, werving en inzet van vrijwilligers en innovatievermogen. In de Subsidieregeling voor Professioneel Welzijnswerk (RIS321726, Artikel 4:6 Wijze van verdeling van de subsidie) staat een toelichting op de criteria.
- De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn verwerkt in de subsidieregeling voor Professioneel Welzijnswerk (RIS321726) en in de Actualisatie beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027 (RIS321267). Om overlap te voorkomen werkt het college een verkenning van de sociale basis uit. Dit betreft niet alleen individuele ondersteuning, maar de volledige reikwijdte van de sociale basis. - De meest recente volledige versie van de subsidieregeling is te vinden via http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737673.
Vijfmaal was de reden dat zij stopten met de Wmo-dienstverlening en geen cliënten (meer) hadden. Eenmaal stopte de aanbieder op eigen verzoek vanwege onze aangescherpte contracteisen (WNT-eis en winst maximaal 5%).
- De tekst in de jaarrapportage heeft betrekking op de samenwerking tussen woningcorporaties en de gemeente bij het creëren van collectieve stallingen. Er werden 13 gebundelde verzoeken gedaan door woningcorporaties. Dit ging in totaal om 150-180 stallingsplekken. Een gebundelde oplossing wordt toegepast wanneer vanwege (brand)veiligheid voor meerdere individuele stallingsplekken op één locatie een oplossing moet worden gevonden. - Er wordt niet geregistreerd hoeveel inwoners een individuele aanvraag doen voor een specifiek product, zoals bijvoorbeeld een stalling voor een scootmobiel.
Tabel 17. Onderverdeling vervoersvoorzieningen laat zien dat daar 7.400 Het is niet bekend hoe vaak een hulpvrager om een scootmobiel vroeg, dit wordt niet op voorzienings-niveau geregistreerd. scootmobielen, (driewiel)fietsen, gesloten buitenwagens zijn. Hoeveel De hulpvrager geeft in de melding in eigen woorden aan welke beperking of behoefte hij heeft. Vervolgens wordt tijdens het aanvragen voor scootmobiels zijn er gedaan in 2024? Hoeveel onderzoek breed uitgevraagd. Daardoor wordt pas richting het einde van het onderzoek duidelijk welke soort oplossing of aanvragen zijn er afgewezen? Wat zijn de meest voorkomende redenen maatwerkvoorziening passend is. voor afwijzing en hoe wordt hierbij getoetst en voorkomen dat In 2024 zijn 62 afwijzingsbeschikkingen verstuurd voor een scootmobiel. Meestal omdat iemand een vervoersbehoefte heeft mantelzorgers overbelast raken? waarvoor gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, de wijkbus of ondersteuning vanuit het eigen netwerk. In het onderzoek wordt rekening gehouden met de situatie en belastbaarheid van mantelzorgers. Onder meer door hen tijdens het keukentafelgesprek te informeren over wat zij kunnen doen wanneer hun beschik- of belastbaarheid in de toekomst verandert.
In 2024 reed Noot 358.153 Wmo-ritten (in 2023: 388.665). Met welke onderaannemers wordt er gewerkt rondom de AV070 en het leerlingenvervoer? Hoe verhouden hun tarieven zich tot de reguliere tarieven van Noot?
Noot werkt met Achttax, Stichting Vervoer, HTMC, Kristal Taxi en Hofstad Taxi. Noot factureert de ritten van onderaannemers onder dezelfde contractuele voorwaarden als die gereden door hun eigen personeel.
Pagina 1 van 4
Beantwoording technische vragen
Jaarrapportage 2024 Wmo (RIS321758)
16 VVD
Jaarrapportage, pag. Welk doel had de inzet van medewerkers van de gemeente om in 4 werktijd vrijwilligerswerk te doen? Wat zijn de kosten hiervan geweest ihkv produktieverlies en salariskosten? In hoeveel gevallen heeft dit tot extra vrijwilligers geleid bij de vrijwilligersorganisaties?
- Het verrichten van vrijwilligerswerk tijdens werktijd draagt bij aan het zijn van een aantrekkelijke werkgever voor sollicitanten en onze huidige medewerkers. Daarbij past het doen van vrijwilligerswerk bij de gemeentelijke organisatiewaarde Samen Haags: "We werken samen - in, met en voor de stad." - Vrijwilligerswerk is als onderdeel van deze organisatiewaarde een manier voor medewerkers om buiten het stadhuis laagdrempelig kennis te maken met wat er speelt in de stad. Enerzijds wordt daarmee gewerkt aan het versterken van het wederzijds vertrouwen en het verkleinen van de afstand tussen de stad en de gemeente. De betrokkenheid van de Haagse ambtenaren bij de stad wordt hiermee vergroot. Anderzijds brengt het medewerkers van de gemeente nieuwe ervaringen en kennis van de stad die zij weer kunnen gebruiken bij hun werkzaamheden voor en met de stad, zoals bij het maken en/of het uitvoeren van gemeentelijk beleid. - De gemeente heeft de regeling laagdrempelig ingericht om vrijwilligerswerk voor medewerkers van de gemeente aantrekkelijk en toegankelijk te maken. Daarom wordt niet bijgehouden of medewerkers van de gemeente (nog meer of structureler) vrijwilligerswerk zijn gaan verrichten. De regeling biedt juist ruimte voor hen die het willen uitproberen, zij die al structureel vrijwilligerswerk verrichten en zij die het eenmalig of flexibel doen.
- De cijfers rondom salariskosten en productieverlies zijn niet bekend. Ook de cijfers rondom potentiële maatschappelijke baten die daar tegenover staan zijn niet bekend. Vrijwilligerswerk heeft van zichzelf een maatschappelijke en intrinsieke waarde die wetenschappelijk onderbouwd is.
17 VVD
Jaarrapportage, pag. Waar bestond de extra inzet op mantelzorgondersteuning op locatie 4 uit? Wat heeft deze extra inzet gekost? Waarom was deze extra inzet nodig en zou dit ook vervangen kunnen worden door een website met een chatfunctie of meest gestelde vragen lijst? Zo nee, waarom niet?
- De extra inzet bestond uit meedenken, adviseren, informeren, doorverwijzen en hulp bij praktische zaken. - Er is in totaal twee FTE extra mantelzorgondersteuning ingezet in vier stadsdelen (Centrum, Loosduinen, Segbroek, Scheveningen). Hiervoor heeft de gemeente € 200.000 beschikbaar gesteld. - Het tijdig bereiken van mantelzorgers is lastig, vooral door onwetendheid, culturele normen en taalbarrières. Veel mantelzorgers herkennen zichzelf niet als zodanig en raken overbelast. Digitale middelen zoals een website met chatfunctie kunnen ondersteunend zijn, maar zijn niet toereikend om complexe problematiek volledig op te vangen. Daarnaast is persoonlijk contact en maatwerk essentieel voor signalering, begeleiding en het bieden van passende hulp. Individuele begeleiding speelt daarbij een cruciale rol, vooral bij het het opbouwen van een vertrouwensband en het overbruggen van taalbarrières.
18 VVD
Jaarrapportage, pag. Wat was de rol van de gemeente bij de educatie dementie? Wat heeft 4 dit gekost en wat leverde dit op?
- De gemeente Den Haag heeft de logeerweken 'Beter Thuis met Dementie' ingekocht. De kosten in 2024 waren € 29.623,95. Dit betrof de opstartkosten en de kosten voor twee logeerweken. - Binnen het project 'Beter Thuis met Dementie' is in de periode 2018-2021 onderzoek gedaan naar het effect van de cursus. De cursus bleek een positief effect te hebben op de kwaliteit van leven van de deelnemers. Zie: https://beterthuismetdementie.laurens.nl/onderzoek-2/ - Deelnemers voelden zich minder gehinderd door problemen en hadden minder pijnklachten. Ook wisten ze beter wat dementie was en hoe ze met hun partner om moesten gaan. Ook konden ze beter accepteren dat hun partner dementie heeft.
19 VVD
Jaarrapportage, pag. Heeft de gemeente in 2024 zelf nog activiteiten verricht om vrijwilligers - PEP en de gemeente werven zelf geen vrijwilligers. De vrijwilligersorganisaties doen dat zelf als onderdeel van hun eigen 6 te werven? Waar bestonden deze activiteiten uit en hoe verhoudt zich bedrijfsvoering. De gemeente en PEP hebben op het gebied van vrijwilligerswerk een faciliterende rol. dat tot de werkzaamheden van PEP op het gebied van werving? - Zo heeft de gemeente in 2024 verschillende subsidies verleend (samen sociaal en vitaal) die specifiek ruimte bieden voor activiteiten gericht op de werving van vrijwilligers en het aantrekkelijker maken van vrijwilligersorganisaties voor vrijwilligers, bijvoorbeeld door flexibilisering. - PEP heeft een breed palet aan interventies om vraag (vacatures) en aanbod (aspirant vrijwilligers) samen te brengen en om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen. Zo heeft zij onder meer een stedelijke vrijwilligersmarkt georganiseerd, vrijwilligers gematcht middels haar 'Den Haag Doet vacaturebank' en advies en ondersteuning geboden aan vrijwilligersorganisaties die vragen over werving hebben.
20 VVD
Jaarrapportage, pag. Seniorvriendelijke stad. In hoeverre is er sprake van een geintegreerde 6 aanpak tussen de verschillende diensten van de gemeente om een seniorvriendelijke stad te zijn bijv. op het gebied van wonen en het inrichten van de publieke ruimte?
- Een seniorvriendelijke stad vraagt om inzet op alle gemeentelijke terreinen. Vanuit de aanpak Seniorvriendelijk Den Haag wordt op verschillende manieren gewerkt aan integraliteit en het optimaal inzetten van kennis en krachten. - Binnenkort ontvangt u de nieuwe actielijn 'Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030.' In de ontwikkeling van de actielijn is ingezet op een aanpak waarbij de belangrijkste opgaves gerelateerd aan een seniorvriendelijk Den Haag worden samengebracht. Er is een geïntegreerde aanpak zichtbaar met onder andere de Haagse Preventie aanpak, Haaglanden Gezonder, de ontwerp woonzorgvisie en de agenda voor een toegankelijke stad voor mensen met een beperking. - Daarnaast wordt er binnen de aanpak van een seniorvriendelijke stad voor gezorgd dat de stem van senioren wordt opgehaald vanuit onderzoek, belangenbehartiging en de ervaringen van senioren. Deze inzichten worden met de relevante beleidsterreinen gedeeld.
21 VVD
Jaarrapportage, pag. Hoe verhoudt de subsidieregeling ouderen sociëteiten zich tot andere 6 subsidies die worden verstrekt aan welzijnsorganisaties en buurtorganisaties die zich bezig houden met het organiseren van activiteiten voor ouderen? Hoe wordt overlap voorkomen? Zie ook aanbevelingen rapport Rekenkamer en de vraag bij pagina 3.
- De subsidieregeling 'Ouderensociëteiten Den Haag 2020' (RIS316812) is een waarderingssubsidie met een maximaal bedrag van 400 euro (plus 100 euro voor werving). De subsidie is een waardering voor senioren die zelf activiteiten organiseren en daarmee regelmatig samenkomen, denk aan bridgeclubs en de activiteiten in woongroepen. De subsidie wordt vaak gebruikt voor bijvoorbeeld thee en koffie of het aanschaffen van nieuwe materialen voor de activiteit. - De projecten die door andere subsidieregelingen worden gesubsidieerd zijn vaak groter en mogelijk professioneler van aard, en de subsidie betreft meer dan maximaal 400 euro voor de uitvoering. De regeling moet makkelijk zijn om aan te vragen voor (minder digitaalvaardige) senioren. We vragen daarom alleen uit wat specifiek nodig is, zoals beschrijving van de activiteit en de kosten. - In 2020 zijn risico's voor overlap met andere regelingen en mogelijk misbruik beperkt door de activiteiten meer af te kaderen en ervoor te zorgen dat er altijd een directe subsidierelatie is tussen de gemeente en de betrokken sociëteit.
22 VVD
Jaarrapportage, pag. Hoe wordt het effect van de valpreventie cursussen gemeten? Is er ook 8 een daling zichtbaar in het aantal valpartijen bij ouderen (cijfers op te vragen bij de ziekenhuizen). Hoe doen we het in Den Haag tov andere steden? Waar zitten de grootste risico s op vallen (zijn deze in beeld?)
- Het effect van de cursussen valpreventie wordt gemeten d.m.v. een valrisicotest aan het begin van de trainingen en een evaluatiegesprek aan het eind van de reeks. Door de Smart Floor kan de (verbetering in de) balans ook gemeten worden. Er loopt nu een onderzoek met een looptijd van 3 jaar naar de effectiviteit van de interventie 'Den Haag Blijft Staan'. - Ziekenhuiscijfers uit de jaren 2019-2023 laten geen daling zien van letsel door valincidenten bij thuiswonende ouderen, deze cijfers blijven redelijk stabiel. Ook leiden niet alle valincidenten tot ziekenhuisbezoek. Wel melden deelnemers aan de trainingen dat zij zich sterker en zekerder voelen. Ze gaan vaker naar buiten en ondernemen meer sociale activiteiten. - De cijfers door ziekenhuizen geregistreerd (jaren 2019-2023, gemiddeld en per halfjaar): 1. valincidenten onder senioren 65+: 482. 2. valincidenten onder senioren 65-79 jaar: 240. 3. valincidenten onder senioren 80+: 242. 4. letsel tijdens lopen: 442. 5. letsel door val van fiets: 40. 6. heupfractuur: 218. 7. hersenletsel: 46. - De cijfers met betrekking tot valincidenten zijn vergelijkbaar met steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. De grootste risico's op vallen worden ervaren tijdens het lopen en in de buitenruimte.
23 VVD
Jaarrapportage, pag. Hoe wordt de stijging in het aantal maatwerkarrangementen verklaard? - Die stijging is met name te zien bij hulp in het huishouden en kan worden verklaard door een combinatie van factoren. 15 Waarom wordt voor maatwerk gekozen, waar bestaat een Hierbij kan worden gedacht aan demografische trends (zoals bevolkingsgroei, vergrijzing en toename van chronische ziekten), maatwerktraject uit en wat zijn de kosten van een maatwerktraject? maatschappelijke ontwikkelingen (zoals langer thuis blijven wonen, het beperken van verzorgings- en verpleeghuisplekken, en de invoering van het Wmo-abonnementstarief) en overige factoren zoals het terugbrengen van de werkvoorraad bij de Wmowijkteams. - De gemeente kijkt naar aanleiding van een melding integraal naar de situatie van de cliënt (en diens mantelzorger). Dat gebeurt door eerst te bepalen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren. En door vervolgens te onderzoeken in hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit sociaal netwerk, algemene voorzieningen, en andere wettelijke voorzieningen hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover deze mogelijkheden ontoereikend zijn, kan ondersteuning op maat worden aangeboden, bijvoorbeeld een maatwerkarrangement.
Waar dat precies uit bestaat ligt dus aan de hulpvraag en de persoonlijke omstandigheden (waaronder de eigen mogelijkheden en die van het sociale netwerk) van de cliënt. - Uw commissie wordt jaarlijks geïnformeerd over de gemiddelde prijs per maatwerktraject. Het meest recente overzicht staat in de Halfjaarraportage 2024 Wmo (RIS320805), tabel 12.
Pagina 2 van 4
Beantwoording technische vragen
Jaarrapportage 2024 Wmo (RIS321758)
24 VVD
Jaarrapportage, pag. Op welke manier wordt er voor gezorgd dat de zorgkosten niet alleen bij Dit is geen technische vraag naar aanleiding van cijfers of een tabel uit deze jaarrapportage. 16 de gemeente komen te liggen? Welke afspraken zijn hierover gemaakt In het algemeen geldt dat wanneer een inwoner een Wmo-melding doet, er altijd een zorgvuldig onderzoek plaatsvindt. Een met de Rijksoverheid en de zorgverzekeraars? Welke bijdrage leveren onderdeel daarvan is dat beoordeeld wordt in hoeverre andere wetten, zoals de Wlz en Zvw, en voorzieningen in de sociale de zorgverzekeraars in het kader van preventie? basis voorliggend zijn op gemeentelijke individuele ondersteuning vanuit de Wmo. Het Rijk heeft afspraken gemaakt met de gemeenten en met zorgpartijen. Die worden in regionaal verband uitgewerkt door de zorgverzekeraars, gemeenten, en zorgaanbieders en -professionals. Uw raad wordt jaarlijks op hoofdlijnen geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het regioplan (RIS317308). Tot slot houdt het college altijd zicht op kansen rondom preventie om zorgkosten te verminderen. Zo werkt de gemeente samen met VGZ (als onderdeel van haar SROIverplichtingen) om preventieve projecten in Den Haag op te starten, gericht op onder meer het gezamenlijk verminderen van zorgkosten.
25 VVD
Jaarrapportage, pag. Technische vragen Jeugdzorg: 1. Er wordt gekeken naar de ondersteuningsbehoefte van de jongere. Wanneer een jongere ondersteuning naar 17 1.Wat zijn de inhoudelijke criteria waarop wordt besloten dat een zelfstandigheid nodig heeft (en dus geen gezinsgerichte hulp of opvoedondersteuning), dan wordt hij toegeleid naar de Wmo. jeugdige vanuit de Jeugdwet overgaat naar de Wmo? 2. Het 'Afwegingskader 16-23' biedt een handvat voor het maken van een afgewogen keuze wat in een bepaalde situatie het 2.Hoe wordt gewaarborgd dat jeugdigen met een lichte hulpvraag niet te meest passend is: jeugdhulp of Wmo. Deze afweging is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de jongere. Dit is altijd een snel worden doorgeschoven naar de Wmo? individuele beoordeling van een Wmo-casemanager. 3.Hoe wordt de effectiviteit van Wmo-maatwerkvoorzieningen voor 3. Net als de aanbieders van jeugdhulp maken ook de Wmo-aanbieders samen met de jongere een toekomstplan.
Dat plan jeugdigen structureel getoetst, en op welke wijze wordt geborgd dat besteedt aandacht aan "The Big 5." Dat zijn: 1) Een veilige woonomgeving; 2) Toeleiding naar passende dagbesteding (school, deze voorzieningen daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkeling en werk, ervaringsplek); 3) Financiële zelfstandigheid; 4) Een volwassene op wie de jongere kan terugvallen; 5) Een sociaal zelfstandigheid van de jongere? netwerk. Bovendien worden de bereikte resultaten gemeten met de Resultaatmeting MWA (RMWA). Wanneer een 4.Wanneer is er voor het laatst een evaluatie uitgevoerd van het Haagse indicatieperiode bijna afloopt, gaat de Wmo-aanbieder met de cliënt in gesprek over de voortgang van de Wmoafwegingskader 16-23, en wat waren de conclusies? ondersteuning. En vanuit Contract- en Relatiemanagement (CRM) wordt op aanbiedersniveau gestuurd op de behaalde resultaten. 4. Het afwegingskader wordt momenteel herijkt.
26 VVD
Jaarrapportage, pag. Is bekend in hoeveel van de gevallen er door Noot op tijd is gereden? 19 Op welke manier wordt dit gecheckt (wordt hier door Noot over gerapporteerd bijv?). Is inzichtelijk in hoeverre Noot een beroep heeft gedaan op aanvullende taxivervoer om aan de afspraak “op tijd” te kunnen voldoen?
27 VVD
Jaarrapportage, pag. Wat is de verklaring van de stijging van het aantal trapliften en - Er zijn geen andere oorzaken bekend dan die zijn genoemd in de Jaarrapportage 2024 Wmo (aantrekken van de vraag na 20 woningaanpassingen? Ook hier de vraag die bij pag 16 is gesteld. Op corona, facturering in het ene en daadwerkelijke plaatsing in een ander jaar). En in het algemeen kan worden gesteld dat een welke manier wordt er voor gezorgd dat de zorgkosten niet alleen bij de stijging ook past binnen de demografische trends en maatschappelijke ontwikkelingen van o.a. vergrijzing en langer gemeente komen te liggen? zelfstandig thuis wonen. Zie ook het antwoord op vraag 23. - Zie het antwoord op vraag 24 voor een toelichting hoe ervoor gezorgd wordt dat zorgkosten niet alleen bij de gemeente komen te liggen.
28 VVD
Jaarrapportage, pag. In hoeverre wordt gebruik gemaakt van data om te kunnen zien waar en Dit is geen technische vraag naar aanleiding van cijfers of een tabel uit de jaarrapportage. 23 in welke stadsdelen behoefte is aan zorg zodat het aanbod goed kan Wij hebben in Den Haag het Wmo-voorspelmodel ontwikkeld, o.a. door data-scientists van het team Business Analytics van de worden afgestemd op de vraag? In hoeverre worden hier experts in dienst OCW. Het Wmo-voorspelmodel geeft een voorspelling van het aantal unieke gebruikers en de kosten van de Wmo met data bij betrokken? een voorspelhorizon van vijf jaar. Voorspellingen vinden niet op individueel niveau plaats maar worden gedaan op wijkniveau voor zowel het Wmo-totaal als voor deelproducten van de Wmo (hulp bij het Huishouden, ondersteuning thuis, en hulpmiddelen en diensten). Het voorspelmodel geeft de verwachte richting aan waarin het gebruik zich mogelijk gaat ontwikkelen bij ongewijzigd beleid. Deze inzichten met de bijbehorende onzekerheidsmarges kunnen worden gebruikt als één van de aspecten bij strategische vraagstukken (beleidsvoorbereiding en scenario-ontwikkeling). Ook worden analyses gemaakt door onze business analisten aan de hand van data-onderzoeken uit verschillende ICT-systemen.
29 VVD
Jaarrapportage, pag. Op welke manier zien we de resultaten terug van zorginnovatie in de 23 samenwerking tussen start-ups en techbedrijven?
Dit is geen technische vraag naar aanleiding van cijfers of een tabel uit deze jaarrapportage. Uw raad wordt periodiek op hoofdlijnen geïnformeerd over de voortgang van zorgtechnologie en -innovatie. Zie daarvoor de voortgangsrapportage van het actieprogramma "Technologie voor Thuis" (RIS319220).
30 VVD
Jaarrapportage, pag. In hoeverre worden er digitale specialisten ingezet om misbruik- en 25 oneigenlijk gebruik van de WMO te voorkomen? Is er bijvoorbeeld contact met andere gemeenten, zoals Zwolle om te kijken welk positief effect dit kan hebben?
- Wij analyseren data en signaleren trends, bijvoorbeeld van de SVB over (te) snel opgebruiken van PGB's. Dit gebeurt bij het team Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Zij werken hierbij samen met de data-specialisten van Business Analytics. - Uiteraard leren wij waar mogelijk van de ervaringen van andere gemeenten, en zij van ons. Bijvoorbeeld via het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) Den Haag. Ook nemen wij deel in de proeftuin "Aanpak Zorgfraude," een initiatief van de gemeente Tilburg en VNG Handhaving.
31 D66
Commissiebrief, pag. 1
Wat was de reden dat contracten met 6 aanbieders werd beëindigd?
Zie het antwoord op vraag 1.
32 D66
Commissiebrief, pag. 2
Hoe frequent vinden de spiegelgesprekken en vinden deze gesprekken straks stadsbreed plaats? Zoja, wat is hiervoor de planning?
Deze spiegelgesprekken vonden eenmaal per jaar plaats in 2023 en 2024. Zij werden samen met de Cliëntenraad Sociaal Domein georganiseerd. Er is op dit moment geen vervolg gepland.
33 D66
Commissiebrief, pag. 4
M.b.t. de subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal: de intentie van D66 - Niet-gehonoreerde subsidieaanvragen doen zich voor in de deelplafonds voor activiteiten ter verlichting van eenzaamheid. bij eerder gestelde vraag was om juist inzicht/gevoel te krijgen bij de Den Haag kent vele initiatieven en organisaties die zich in willen zetten om eenzaamheid onder inwoners te verlichten. Het niet gehonoreerde subsidie-aanvragen (ivm bereiken van gevolg is een overvraging van het subsidieplafond met bijna 100%. subsidieplafonds). Kan hier ook inzicht in worden gegeven (zonder - Activiteiten worden voor verschillende specifieke doelgroepen aangeboden, zoals voor inwoners met verschillende naam/rugnummers te noemen)? Toelichting: Dit is niet bedoeld om migratieachtergronden, maar ook voor gemengde doelgroepen. Organisaties hebben veelal hun eigen methodes om subsidie-beoordelingen in twijfel te trekken maar om een inzicht/gevoel eenzaamheid te verlichten, bijvoorbeeld door mensen met overeenkomsten samen te brengen en hen helpen met actief hun te krijgen of er subsidie-aanvragen door bereiken van de netwerk te vergroten. subsidieplafonds niet gehonoreerd worden maar wel heel waardevol - Van de 25 aanvragers die in aanmerking kwamen voor een meerjarige subsidie werden 12 aanvragen gehonoreerd. In de 13 voor de stad/inwoners zijn.
aanvragen die vanwege het bereiken van het subsidieplafond zijn afgewezen, zijn twee zichtbare doelgroepen die niet bediend worden met de verstrekte subsidies, te weten de Chinese doelgroep die te kampen heeft met eenzaamheid en eenzame jongeren. Voor deze doelgroepen wordt wel in andere subsidieregelingen subsidie verstrekt (subsidieregelingen Haags Ontmoeten en Jeugdparticipatie).
34 D66
Bijlage Infographic
Waarom is er voor gekozen om in de stappen geen termijnen te noemen voor beoordeling, advies uitbrengen en uitvoering geven aan?
Om de infographic zo eenvoudig mogelijk te houden voor iedereen, en dus óók voor inwoners die geen Wmo-melding hebben gedaan. Bovendien worden inwoners over termijnen geïnformeerd zodra zij een melding doen. Bijvoorbeeld op de gemeentelijke website, in de ontvangstbevestiging, tijdens het keukentafelgesprek en in het schriftelijke verslag ("advies"). En bijvoorbeeld ook in de publieksversie van de Wmo-leidraad.
35 D66
Jaarrapportage, pag. Educatie Dementie: hoe wordt deze cursus bekend gemaakt? Werken 4 huisarts, ouderenconsulenten en geriatrisch specialisten met deze verwijzing? Is dit goed bekend? 13 deelnemende koppels is niet heel veel voor een sterk vergrijzende stad.
Informatie over de cursus is te vinden op de website www.geheugensteunpunt.nl. Er wordt op verschillende manieren aandacht gegeven aan de cursus: - Bij de start is er bekendheid gegeven via social media en een artikel in de krant. Daarnaast worden deelnemers bereikt via de nieuwsbrief 'Haags Ontmoeten' (met een maandelijkse herhaling) en via de Alzheimer Cafés. - Er wordt gericht bekendheid gegeven aan alle casemanagers dementie en aan de leden van het Netwerk Dementie Haaglanden. - Er wordt actief aandacht gevraagd voor de cursus via berichten van de Vereniging Transmurale Zorg (VTZ). - Er is aandacht gevraagd via het Centraal aanmeldpunt casemanagement (VPO) met de vraag of ze mensen op de wachtlijst informeren. - Ook zijn de praktijkondersteuners huisartsen (SHG, Hadoks en Arts & Zorg) en de ziekenhuizen (Haga en HMC) geïnformeerd. Hen wordt gevraagd of ze koppels kennen voor wie de cursus geschikt is. Periodiek wordt ook bij de ouderenpoli's van de ziekenhuizen gevraagd of zij nog geschikte deelnemers kennen. - De ervaring leert dat het even duurt voordat zowel verwijzers als cursisten de weg naar de logeerweek weten te vinden. En inmiddels is de cursus onder de belangrijkste verwijzers, de casemanagers dementie, goed bekend.
De commissie wordt geregeld over de stiptheid geïnformeerd middels een stand van zaken doelgroepenvervoer, dit ligt gemiddeld boven de 90% (RIS320348). Noot rapporteert dit maandelijks. Noot maakt gebruik van onderaannemers om het vervoer zo goed mogelijk uit te voeren. Deze data worden integraal meegenomen in de berekening van de stiptheid.
Pagina 3 van 4
Beantwoording technische vragen
Jaarrapportage 2024 Wmo (RIS321758)
36 D66
Jaarrapportage, pag. Hoeveel mantelzorgondersteuners telt Den Haag? Zijn dit ook 4 ouderenconsulenten met een extra taak?
- Mantelzorgers worden op verschillende manieren ondersteund. De gemeente beschikt niet over het precieze aantal mantelzorgondersteuners. - Mantelzorgondersteuning wordt voor een deel geboden door de Servicepunten XL, maar ook door andere partners in de stad. In 2024 werd er in totaal 2 FTE extra ingezet bij de Servicepunten XL. Dit gebeurde in 4 stadsdelen (Segbroek, Loosduinen, Centrum en Scheveningen). Hierbij ging het niet om ouderenconsulenten met een extra taak. Het ging om ondersteuners (consulenten) met het aandachtsgebied mantelzorg. - Daarnaast wordt er ook vanuit de Subsidieregeling samen sociaal en vitaal (SSV, RIS318891 en RIS318892) ondersteuning geboden. Zo worden meerdere organisaties gesubsidieerd die zich op het gebied van mantelzorg inzetten voor mensen met een migratieachtergrond, jonge mantelzorgers en mantelzorgers van mensen met een beperking.
37 D66
Jaarrapportage, pag. Aan welke kwalificaties moeten mantelzorg ondersteuners en 4 respijtzorg verleners voldoen? Training? Speciale capaciteiten?
- De diensten van respijtzorg aan huis worden geleverd door organisatie Hups. Respijtzorg thuis werkt met studenten met een zorg of sociaal gerelateerde achtergrond. Dienstverleners kunnen zich certificeren voor het verrichten van bijvoorbeeld ADLhandelingen, dementieniveau 1 en 2, of 24-uurs zorg (ook palliatief), om daarna te kunnen werken met cliënten met de diagnose dementie of GGZ-problematiek. - De mantelzorgondersteuning op de Servicepunten XL zijn sociaal werkers (maatschappelijk werkers & ouderenadviseurs) met het focusgebied mantelzorg.
38 D66
Jaarrapportage, pag. Wat zijn de uitkomsten geweest van de 6 weken participatietrajecten 6 met focus op senioren met een migratie-achtergrond en/of laaggeletterde senioren? Wat is hiervoor gedaan en wat heeft het opgeleverd aan inzichten en acties?
- Het participatietraject is uitgevoerd in aanloop naar de nieuwe actielijn 'Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030.' - Er zijn vele gesprekken gevoerd, wat heeft geleid tot een diversiteit aan inzichten en acties. Het traject heeft geleid tot belangrijke input voor een cultuursensitieve aanpak. Binnenkort ontvangt uw commissie samenleving de actielijn 'Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030,' inclusief het participatieverslag. - Hierin kan de commissie samenleving in detail teruglezen hoe het participatietraject is verlopen, wat de uitkomsten zijn en tot welke acties dit heeft geleid.
39 D66
Jaarrapportage, pag. De huidige subsidieregeling Ouderensocieteit (met subsidieplafond van 6 € 71.596,-) vervalt op 1 januari 2026. Wordt deze subsidieregeling verlengd? Wat gebeurt er met het nog resterende bedrag over 2024 (er is voor € 66.860 toegekend)?
- De subsidieregeling 'Ouderensociëteiten Den Haag' (RIS316812) is een laagdrempelige waardering voor de vele activiteiten die voor en door senioren worden georganiseerd. - Deze zal worden verlengd. - Het bedrag dat in 2024 is overgebleven in de regeling is behandeld conform de financiële spelregels. Dat betekent dat het is verrekend met nadelen op het programma 8. De uitwerking is terug te vinden in de Programmarekening over 2024.
40 D66
Jaarrapportage, pag. Bibliotheken: Wordt/is bijgehouden hoe goed de seniorencafe’s 6 zijn/worden bezocht? Wordt ingezet op uitbreiding naar andere bibliotheken (behalve Escamp/Bouwlust)?
- 2024 is het eerste jaar dat de bibliotheken extra financiële middelen kregen om aanvullende activiteiten voor senioren te organiseren. - Dit leidde tot een stadsbrede programmering van succesvolle activiteiten en de ontwikkeling van twee seniorencafés in Escamp. De gemeente monitort in hoeverre de seniorencafés aansluiten bij de behoeftes van senioren en of ze goed worden bezocht. In 2024 waren er ruim 1.300 bezoekers bij de seniorencafé's. - In 2025 wordt de stadsbrede extra programmering gecontinueerd en wordt het concept seniorencafés uitgebreid naar bibliotheken in Moerwijk en Wateringse Veld. Deze keuze is gemaakt op basis van het enthousiasme bij de bibliotheken in Escamp over deze aanpak, maar ook op basis van de wensen van senioren. Een voorbeeld is dat de bibliotheek in Wateringse Veld extra activiteiten voor senioren gaat uitvoeren in de zomerperiode omdat zij signaleren dat er dan extra vraag is naar activiteiten. In 2025 wordt de aanpak geëvalueerd en wordt toegewerkt naar een meer structurele invulling.
41 D66
Jaarrapportage, pag. Interventies Creatief leven en JoinUs: hoe zijn/worden deze interventies - De erkende interventies 'Join Us' en 'Creatief Leven' worden in samenwerking met welzijnspartner Wijkz uitgerold in Den 9 uitgerold? Haag om eenzaamheid onder jongeren aan te pakken. - Join Us is in 2024 voorbereid en start in het voorjaar van 2025 met twee groepen jongeren (15–26 jaar): één in stadsdeel Centrum en één in Leidschenveen-Ypenburg. Beide groepen lopen parallel van medio 2025 tot eind 2025. Jongerenwerkers van Wijkz, Jeugdwerk en WeZijnTransvaal zijn opgeleid om de groepen te begeleiden. Na afloop volgt een gezamenlijke evaluatie, op basis waarvan wordt besloten over een mogelijk vervolg in 2026. - Creatief Leven is begin 2025 van start gegaan voor (jong)volwassenen van 16 tot 40 jaar. De eerste groep (januari–maart) is inmiddels afgerond. Op basis van de evaluatie van deze groep wordt gewerkt aan een verbeterde aanpak voor mogelijk nog twee groepen in 2025.
42 D66
Jaarrapportage, pag. Voor wat voor hulpverleningsvragen wordt team Regie door Onderwijs- Globaal worden twee soorten casuïstiek onderscheiden. Ten eerste vragen waarbij de jongere bij het aanbod voor jeugdhulp 13 professionals geconsulteerd? en onderwijs op een wachtlijst belandt en waar de betreffende professional zich zorgen over maakt. Ten tweede complexe (multiprobleem-)casussen waarbij niet direct duidelijk is wie daarvoor (bijvoorbeeld voor de regievoering) verantwoordelijk is.
43 D66
Jaarrapportage, pag. Hoe is de afname in indicatie “Intensief Plus” en ”Intensief” te verklaren De afname van het aantal indicaties 'Intensief' per 31 december 2024 betreft een momentopname op die datum en zijn 16 met de ouder wordende ouderen? gewone fluctuaties in aantallen.
44 D66
Jaarrapportage, pag. Waarom wordt het uitgangspunt “indicatieduur bij voorkeur meerjarig” Het is niet zo dat dit uitgangspunt enkel wordt toegepast bij huishoudelijke hulp. Dit geldt vooral bij huishoudelijke hulp 16 alleen toegepast bij huishoudelijke hulp en niet bij zelfzorg/gezondheid omdat voor andere vormen van ondersteuning in de regel geldt dat er sprake is van cliënten die wel een niet-tijdelijke, etc? levenslange beperking kunnen hebben maar van wie de situatie niet stationair is. Deze andere vormen van ondersteuning zijn er immers juist op gericht om deze cliënten een stapje vooruit te laten maken en zo hun zelfredzaamheid te vergroten of het sociale netwerk om hen heen uit te breiden. Dit laat onverlet dat ook voor andere vormen van ondersteuning een meerjarige indicatie kan worden afgegeven. Dit is een individuele beoordeling die de Wmo-casemanager maakt die op basis van de omstandigheden van de cliënt.
45 D66
Jaarrapportage, pag. Waarom is er geen representatief % cliënttevredenheid gemeten door 19 Noot? 1.068 respondenten van de ca. 14.000 pashouders is niet heel representatief.
Niet alle pashouders maken gebruik van AV070. Er wordt willekeurig gekozen wie er gebeld worden. Ruim 1.000 mensen die het vervoer gebruiken bevragen geeft een voldoende betrouwbaar inzicht in de kwaliteit.
46 D66
Jaarrapportage, pag. Wat zijn de wachttijden voor reparatie en levering onderdelen bij 20 hulpmiddelen?
Voor reparaties geldt een maximale hersteltijd van 120 uur. De levering van onderdelen wordt niet apart bijgehouden. Voor spoedeisende reparaties is de maximale hersteltijd 48 uur. Voor niet-calamiteiten wordt deze maximale hersteltijd in 90% van de gevallen behaald, voor spoedeisende reparaties is dit 97%.
47 D66
Jaarrapportage, pag. Wat zijn de wachttijden voor de 281 wachtenden op een passende 21 Beschermd Wonen-plek?
De wachttijden variëren van enkele maanden tot twee jaar (uitzonderingen daargelaten). Dit is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de problematiek van de cliënt en daarmee de hoeveelheid passende plekken en de gewenste locatie waarvoor de cliënt op de wachtlijst staat. De wachttijd wordt beïnvloed door de door- en uitstroom van cliënten.
48 D66
Jaarrapportage, pag. Beschermd Wonen: Is de plek op de wachtlijst mede afhankelijk van de Nee, een cliënt staat op een integrale wachtlijst, vaak voor meerdere beschermd wonen-locaties (afhankelijk van de match 21 omstandigheden/conditie van de aanvrager en kan deze plek gedurende tussen problematiek van de cliënt en het locatieprofiel) met een verschillende wachttijd per locatie. Bij een open plek wordt de wachttijd veranderen? de langstwachtende cliënt voor die locatie voorgesteld. Bij elke inwoner die in aanmerking komt voor een beschermde woonvorm is er vaak sprake van enige vorm van urgentie.
49 D66
Jaarrapportage, pag. Klanttevredenheid bij toegang: van de 6.301 vragenlijsten zijn slechts 23 1.251 retour ontvangen (is 19%). Welke acties voert college uit om de respons omhoog te krijgen?
50 D66
Jaarrapportage, pag. Klanttevredenheid tijdens ondersteuning. 1.812 vragenlijsten De vragenlijsten werden in 2024 niet verstuurd naar alle cliënten die al ondersteuning ontvangen, maar naar nieuwe cliënten, 23 verzonden/504 reacties ontvangen (=27,8%). Hoe groot is het waar de zorg drie tot zes maanden geleden voor het eerst is begonnen. Vanaf 1 juli 2025 wordt een vernieuwde enquête percentage verzonden vragenlijsten afgezet tegen de aantal cliënten die jaarlijks verstuurd naar alle cliënten die ondersteuning ontvangen. ondersteuning ontvangen?
51 D66
Jaarrapportage, pag. Welke andere interventies worden gepleegd om de ervaren 23 personeelsdrukte op te lossen (behalve uitleg over wat klanten mogen verwachten)?
Sommige aanbieders werken met een flexibele schil van medewerkers, andere hebben samenwerkingsafspraken met andere gecontracteerde aanbieders om elkaar tijdelijk te helpen. Ook kan de gemeente meewerken wanneer een aanbieder aangeeft tijdelijk niet te kunnen leveren, door het instellen van een cliëntenstop. De aanbieder hoeft dan tijdelijk geen nieuwe cliënten te accepteren.
52 D66
Jaarrapportage, pag. Team kwaliteit opvolging: Hoe worden de gecontracteerde 24 zorgaanbieders uitgekozen voor de steekproefsgewijze kwaliteitscontroles? Is dat op basis van meldingen door cliënten? Worden deze kwaliteitscontroles uitgebreid in 2025/2026?
De aanbieders worden signaal-gestuurd gekozen. Dat kunnen externe signalen zijn (afkomstig van cliënten, professionals in het sociale domein, of Wmo-casemanagers) of vanuit interne sturingsinformatie. De hoeveelheid aan toetsen wisselt per jaar omdat die afhankelijk is van o.a. de ontvangen signalen, de gekozen prioriteiten, de omvang van de onderzoeken, en de bemensing van het team.
53 D66
Jaarrapportage, pag. Is de PGB-kwaliteitstoets (bij nieuwe PGB-aanbieders) iets anders dan de Nee, dat is hetzelfde. Alle PGB-aanbieders krijgen bij start en daarna iedere 2 jaar een kwaliteitsuitvraag. Daarbij wordt 25 kwaliteitsuitvraag (die alle PGB-aanbieders iedere 2 jaar ondergaan)? getoetst of zij nog voldoen aan de kwaliteitseisen.
Op dit moment voert het college geen extra acties uit om het respons omhoog te krijgen. Een respons van 19% op een enquête wordt door het college als toereikend gezien. Een typisch responspercentage voor enquêtes ligt tussen de 5 tot 30% (zie enquete.com). Er wordt al rekening gehouden met diverse factoren om de respons zo hoog mogelijk te laten zijn. Bijvoorbeeld door het gebruik van een herkenbare afzender ("Gemeente Den Haag"), door de enquête kort te houden zodat die in een paar minuten is in te vullen, en door het versturen van een herinnering.
Pagina 4 van 4