RIS322295 Afdening motie Laat bewoners niet opdraaien voor WarmtelinQ
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10905719 RIS322295 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Arno van Heerde Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Energietransitie Datum
Telefoonnummer
2 september 2025
14070 E-mailadres
arno.vanheerde@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening Motie: ‘Laat bewoners niet opdraaien voor WarmtelinQ’
Uw raad heeft, tijdens het debat over ‘Duurzaamheid’ op 22 mei 2025, de door het raadslid mevrouw Arp ingediende motie ‘Laat bewoners niet opdraaien voor WarmtelinQ’ (RIS322295) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: ▪ de aanlegkosten van WarmtelinQ ongeveer 500 miljoen euro hoger zijn dan oorspronkelijk begroot1; ▪ het ministerie van Klimaat en Groene Groei onderzoek doet naar de verdeling van de extra kosten, en ook de optie onderzoekt om de rekening door te schuiven naar huishoudens. Overwegende, dat: ▪ het verschuiven van de aanlegkosten naar huishoudens de betaalbaarheid van warmte onder druk zet; ▪ vooral sociale huurders en corporatiewoningen worden aangesloten op WarmtelinQ; ▪ steun voor de klimaattransitie verdwijnt als huishoudens meer voor energie gaan betalen. Van mening, dat: ▪ de klimaattransitie ook rechtvaardig moet zijn. Verzoekt het college: ▪ om het initiatief te nemen om, zo mogelijk met andere gemeenten waar WarmtelinQ wordt aangelegd, bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei te lobbyen om te voorkomen dat huishoudens de hogere aanlegkosten van WarmtelinQ gaan betalen; ▪ de raad te informeren over de concrete stappen die het college hierop gaat zetten.
1
“Tegenvaller van half miljard euro voor de staat bij belangrijk energietransitieproject,” NRC, 07-05- 2025.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10905719
Het college doet de motie op de volgende manier af: Naar aanleiding van deze motie heeft op 9 juli 2025 een gesprek plaats gevonden tussen ambtenaren van de gemeente Den Haag en van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Dit gesprek ging over recente ontwikkelingen in de warmtetransitie en daarbij is ook WarmtelinQ-warmte aan bod gekomen. In het gesprek zijn de zorgen vanuit de gemeente Den Haag (en die van andere betrokken gemeenten bij WarmtelinQ) over de gestegen aanlegkosten van deze warmtetransportleiding overgebracht. Vanuit de gemeente is benadrukt dat betaalbaarheid van warmtenetten een cruciaal onderdeel is voor de verdere voortgang in de warmtetransitie. Hierbij is de boodschap gedeeld dat de gestegen aanlegkosten van WarmtelinQ niet ten koste mogen gaan van de betaalbaarheid van warmte via doorbelasting naar inwoners. Hierop werd vanuit het ministerie geantwoord dat de minister van KGG zich hier terdege van bewust is. Het borgen van de betaalbaarheid van collectieve warmte stond reeds in de Kamerbrief van 17 april 2025 “Actualisatie randvoorwaarden collectieve warmte”. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) in de Tweede Kamer is ook een amendement aangenomen (nr. 97 - van de leden Postma en Rooderkerk) over het waarborgen van de relatieve betaalbaarheid van warmte voor huishoudens.
Daarmee is dit belang straks ook in de Wet collectieve warmte zelf verankerd. Betaalbaarheid van warmte voor de eindgebruiker is derhalve een voorwaarde om de in het wetsvoorstel Wcw opgenomen tweede fase van “kostprijs gebaseerde tarieven” in te laten gaan. Dit geldt voor alle collectieve warmte en dus ook voor WarmtelinQ warmte. In dit kader kan tevens vermeld worden dat provincie Zuid-Holland een bureau de opdracht heeft gegeven om onderzoek te laten doen naar een gedragen en werkbaar model voor de toekomstige contractering van warmtetransportcapaciteit en de betaalbaarheid hiervan. De gemeente Den Haag werkt hieraan mee; opdat we ook daar het belang van betaalbare warmtetarieven voor onze inwoners kunnen meegeven. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2