RIS322287 Afdoening motie Geef duidelijkheid over warmteoplossingen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSO/10912816 RIS322287 Contactpersoon
Daphne van den Berg Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Energietransitie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
1 juli 2025
daphne.vandenberg@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Geef duidelijkheid over warmteoplossingen’
Uw raad heeft, tijdens het debat over ‘Duurzaamheid’ op 22 mei 2025, de door het raadslid de heer Thepass ingediende motie ‘Geef duidelijkheid over warmteoplossingen’ (RIS322287) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van duurzaamheidsdebat. Overwegende, dat: − er bij keuzes rondom de warmtetransitie (onder andere) rekening gehouden moet worden met de meest betaalbare optie voor maatschappij en bewoners en knelpunten zoals netcongestie; − het opstellen van het warmteprogramma kansen biedt om keuzes rondom specifieke warmteoplossingen in wijken te hereiken.
Constaterende, dat: − in de gele wijken in de transitievisie warmte vooralsnog niet gekozen is voor een overkoepelende collectieve oplossing, maar het niet uitgesloten is dat die keuze later wel gemaakt wordt; − tussentijdse onduidelijkheid over de uiteindelijke warmteoplossing bij bewoners tot onzekerheid leidt over het al dan niet aanschaffen van een (hybride) warmtepomp; − grootschalige aanschaf van (hybride) warmtepompen bovendien leidt tot meer netcongestie op korte termijn en mindere betaalbaarheid van warmtenetten wanneer daar op de middelange termijn alsnog voor wordt gekozen; − het in gele wijken met relatief meer bewoners met lage inkomens het bovendien minder waarschijnlijk is dat huishoudens daadwerkelijk (hybride) warmtepompen zullen aanschaffen. Verzoekt het college: − bij het opstellen van het warmteprogramma duidelijkheid te bieden aan alle gele wijken door keuzes te maken over de uiteindelijke warmteoplossingen;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10912816
−
−
hierbij in het bijzonder de mogelijkheden te bekijken voor meer warmtenetgebieden en hier naast duurzaamheid ook het belang van het tegengaan van netcongestie en de voordeligste oplossing voor maatschappij en bewoners sterk in mee te wegen; de samenwerking aan te gaan met bewonersinitiatieven voor het concretiseren van lokale oplossingen, zoals met de Haagse Hogeschool en Energiegelijk Laak.
Het college doet de motie op de volgende manier af: Duidelijkheid gele wijken Het college erkent de behoefte aan inzicht in de warmteoplossing op de lange termijn, of de uiteindelijke warmteoplossing in 2050, voor de zogenoemde ‘gele wijken’ uit de Transitievisie warmte (TVW, RIS313867), ook wel ‘hybride warmtepompbuurten' genoemd. In het warmteprogramma zal daarom verder vooruit worden gekeken dan de looptijd van dit eerste warmteprogramma, dat loopt tot en met 2035. Ook voor de gele wijken zal in het warmteprogramma geschetst worden welke warmteoplossing richting 2050 het meest haalbaar en betaalbaar is voor de meerderheid van de gebouwen in die buurt. Dat doen we op basis van de op dit moment beschikbare gegevens en de context die we nu kennen. Conform de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), beschrijft het college in het warmteprogramma in welke buurten de gemeente in de periode tot en met 2035 aan de slag gaat met een aanpak voor het isoleren van woningen en gebouwen, met het realiseren van een aardgasvrije warmteoplossing, of met beide. Het is geen vereiste om in het warmteprogramma voor alle buurten de aardgasvrije warmteoptie richting 2050 op te nemen. In reactie op deze motie en gezien de behoefte van inwoners uit de gele wijken, zal een vooruitblik richting 2050 wel in het Haagse warmteprogramma opgenomen worden.
Het college streeft ernaar om dit jaar het ontwerp-warmteprogramma vast te stellen. Momenteel ligt de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor de milieueffectrapportage ter inzage. In de tweede helft van dit jaar zullen de eventuele vragen en opmerkingen naar aanleiding van de NRD worden verwerkt en zal de planMER over het warmteprogramma kunnen worden afgerond. Aansluitend bij de Wgiw, moet het definitieve warmteprogramma eind 2026 vastgesteld zijn. Het warmteprogramma wordt elke vijf jaar geactualiseerd, zodat nieuwe inzichten en technologische ontwikkelingen kunnen worden meegenomen. Voor de ‘gele wijken’, betekent dit dat we in het warmteprogramma nader schetsen welke aardgasvrije warmteoptie nu het meest haalbaar en betaalbaar lijkt, met ruimte voor bijstelling elke vijf jaar indien nodig. Warmtenetten en netcongestie Het langetermijnbeeld dat inzicht geeft in de aardgasvrije warmteoptie per buurt, dat het meest haalbaar en betaalbaar is, is gebaseerd op de geactualiseerde startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en wordt, voor zover beschikbaar, verrijkt met lokale gegevens over het gemiddelde isolatieniveau van de woningen in de buurt, de beschikbare ondergrondse ruimte, beschikbare potentiële warmtebronnen en bewonersinitiatieven in de buurt.
In de berekeningen van de nationale kosten om een warmteoplossing te realiseren uit de geactualiseerde startanalyse van het PBL, worden de kosten van verzwaring van het laagspanningsnet wel meegenomen, maar de kosten van de benodigde aanpassingen aan het midden- en hoogspanningsnet niet.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10912816
Het college onderzoekt de uitbreiding van warmtenetgebieden ten opzichte van de TVW en de planning voor het realiseren van nieuwe warmtenetten, die past binnen de beperkingen als gevolg van netcongestie en die anticipeert op het aanstaande juridische kader van de Wet collectieve warmte (Wcw). Het college zet zich daarbij, samen met andere G4 steden en de VNG, in om de betaalbaarheid van collectieve warmte te borgen bij de Wcw. Samenwerking met bewonersinitiatieven Het college werkt in de hele stad samen met bewoners en lokale initiatieven om tot gedragen en haalbare oplossingen te komen. Als we aan de slag gaan met de nadere uitwerking en aanpak van de warmteoplossingen, in het kader van de uitwerking van het warmteprogramma in Laakkwartier, dan is afstemming en een eventuele samenwerking met de Haagse Hogeschool en Energierijk Laak een logische stap. Dit vanwege hun waardevolle expertise en kennis van de wijk. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3