RIS322212 Bijlage Voorjaarsnota 2025
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2025
1
Inleiding Voor u ligt de Voorjaarsnota 2025. In de voorjaarsnota is het budgettaire kader voor de begrotingsvoorbereiding opgenomen, worden een aantal financiële opgaven en knelpunten geschetst en is de prognose van het lopende jaar opgenomen. Daarnaast gaat deze voorjaarsnota in op de ontwikkelingen van het gemeentefonds en de trendcompensatie voor de gestegen lonen en prijzen. De voorjaarsnota dient als vertrekpunt voor de verdere begrotingsvoorbereiding. In de begrotingsvoorbereiding worden de financiële opgaven en mogelijke oplossingen afgewogen tegen het budgettaire kader. De voorjaarsnota laat zien dat de financiële knelpunten en opgaven het budgettair kader overstijgen. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden om tot een sluitende programmabegroting te komen. De uitkomst van de gemaakte keuzes zal landen in de programmabegroting 2026-2029 (inclusief de actualisatie van het lopende jaar 2025), die de raad in september 2025 ontvangt. Met deze voorjaarsnota stelt de raad het budgettaire kader vast en neemt de raad kennis van de financiële opgaven en knelpunten en van de prognose van 2025. Gewijzigde voorjaarsnota Dit jaar is zowel het proces als de inhoud van de voorjaarsnota anders dan in voorgaande jaren zoals in de commissiebrieven ‘Begrotingsvoorbereiding’ en ‘Herziening tussentijdse rapportages’ is toegelicht (RIS321554 en RIS320524). 1.
De voorjaarsnota is verrijkt met een beschrijving van een aantal grote op dit moment bekende financiële opgaven en knelpunten. Het schetsen van deze opgaven en knelpunten is bedoeld om het budgettair kader in perspectief te plaatsen en de raad mee te nemen in de uitdagingen die het college voor de aankomende programmabegroting ziet. Hierbij wordt een indicatie van de bijbehorende financiële opgaven en knelpunten gegeven. Dit is echter nog niet doorvertaald naar concrete voorstellen voor de programmabegroting. Op deze wijze kan een open gesprek gevoerd worden over de richting van de programmabegroting.
2.
De voorjaarsnota is aangeboden als een raadsvoorstel, in plaats van een raadsmededeling. Hiermee wordt het budgettair kader door de raad vastgesteld. Ook ontstaat hiermee een natuurlijk moment waarop de raad mede richting kan geven aan het voorstel voor de volgende programmabegroting. De voorjaarsnota én de aanvullende input vanuit de raadsbehandeling worden vervolgens door het college meegenomen in de brede, integrale afwegingen bij het opstellen van de programmabegroting. Deze wordt, net als in de huidige situatie, na het zomerreces aan de raad aangeboden.
3.
De viermaands rapportage is ondergebracht in de voorjaarsnota. De voorjaarsnota is verrijkt met de prognose van het lopende jaar.
In het kader van het budgetrecht vindt het college het van belang dat de gemeenteraad de voorjaarsnota vaststelt, zodat zij op voorhand, indien gewenst, input mee kan geven voor de programmabegroting die het college aan de raad voorlegt. Om de input die bij de raadsbehandeling wordt meegegeven op een ordentelijke wijze in te passen in de begrotingsvoorbereiding, is de voorjaarsnota dit jaar eerder aan de raad aangeboden dan gebruikelijk. Hierdoor is de meicirculaire nog niet meegenomen. De meicirculaire is namelijk nog niet gepubliceerd. De meicirculaire is een document waarin het Rijk de financiële kaders en budgettaire ontwikkelingen voor gemeenten actualiseert. De voorjaarsnota van het Rijk is gebruikt om het budgettair kader op te stellen. De publicatie van de meicirculaire kan nog een effect hebben op het huidig budgettair kader. De verwachting is echter dat dit beperkt zal zijn. Opbouw van de voorjaarsnota In hoofdstuk 2 zijn financiële ontwikkelingen van het gemeentefonds toegelicht. In dit hoofdstuk wordt onder andere ingegaan op de financiële consequenties van de voorjaarsnota van het Rijk en mogelijke risico’s rondom het gemeentefonds.
2
In hoofdstuk 3 is het budgettaire beeld van de gemeente Den Haag weergeven. In dit hoofdstuk zijn de exogene ontwikkelingen in beeld gebracht die de omvang van de programmabegroting beïnvloeden, zonder dat de gemeente hier direct op kan sturen. In hoofdstuk 4 zijn de financiële opgaven en knelpunten geschetst, waarmee het college zich in ieder geval geconfronteerd ziet in aanloop naar de programmabegroting. Op deze manier geven we context bij het budgettair kader. Het gaat hier om voorbeelden en het is daarmee dan ook geen uitputtende lijst van alle (financiële) vraagstukken die voorliggen. De uiteindelijke weging van alle opgaven en de besluitvorming over de inzet van het budgettair kader vindt tijdens de begrotingsbesluitvorming plaats. In hoofdstuk 5 is de trend-voor-trend systematiek toegelicht. Uitgangspunt is dat de loon- en prijscompensatie die we van het Rijk krijgen doorverdeeld wordt naar de begrotingsprogramma's. Ook de overige inkomsten van de gemeente worden met dit percentage geïndexeerd. Tenslotte is in hoofdstuk 6 de prognose voor het lopende jaar (2025) gegeven op basis van de realisatie van de eerste 4 maanden (voorheen 4-maandsrapportage). Op programmaniveau worden afwijkingen van € 2,5 mln. en groter weergegeven en toegelicht. Ook worden afwijkingen van € 2,5 mln. of groter op investeringen van een toelichting voorzien.
Volgend jaar ontvangt u vanwege de gemeenteraadsverkiezingen net zoals in 2022 de Staat van Financiën. De Staat van Financiën zal inzicht bieden in de financiële positie van Den Haag en de relevante financiële ontwikkelingen.
3
Financiële ontwikkelingen gemeentefonds Op 17 april 2025 heeft het Rijk de voorjaarsnota gepubliceerd. De voorjaarsnota geeft het meest actuele beeld van de ontwikkeling van het gemeentefonds. 2.1 Demping terugval gemeentefonds Gemeenten ontvangen vanaf 2026 structureel minder geld uit het gemeentefonds; de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. Dit heeft te maken met de overgang van de oude naar de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. Hier is uitgebreid op ingegaan in de voorjaarsnota 2023 en 2024 van Den Haag (RIS315797 en RIS319191). Den Haag heeft deze teruggang in de eerdere programmabegrotingen al verwerkt. Dit is lijn met de regels rondom budgetdiscipline waar wordt voorgeschreven dat tegenvallers direct verwerkt dienen te worden. In de voorjaarsnota van het Rijk ontvangen gemeenten een bedrag van € 400 mln. vanaf 2026, oplopend tot structureel € 414 mln. in 2029, om de terugval van het gemeentefonds in 2026 en verder te dempen. Voor Den Haag betekent dit een bedrag van € 16 mln. vanaf 2026 oplopend tot structureel € 16,6 mln. vanaf 2029. 2.2 Jeugdzorg Op basis van het adviesrapport ‘Groeipijn’ van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie Van Ark) heeft het Rijk in de voorjaarsnota middelen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de jaren 2025, 2026 en 2027 en w orden er besparingen ingeboekt vanaf 2028.
Op basis van een Haags aandeel op jeugd van ongeveer 3,25% zijn de landelijke bedragen vertaald naar Haagse bedragen in de tabel hieronder. Deze bedragen zijn niet opgenomen in het algemeen budgettair kader in hoofdstuk 3 omdat deze worden toegevoegd aan de budgetten voor jeugdzorg binnen de begroting van Den Haag. De toelichting op de tabel vindt u onder de tabel. Bedragen in €1.000
2025
2026
2027
2028
2029
1. Tekorten voor rekening Rijk
13.400
13.400
13.400
13.400
13.400
2. Groeipad maatregelen hervormingsagenda
0
16.200
14.500
0
0
3. Eigen bijdrage jeugdzorg
0
0
0
-8.500
-8.500
4. Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
0
-2.200
-2.200
5. Indexeren opbrengst hervormingsagenda
0
0
0
-16.500
-16.500
6. Tekorten 2023 en 2024
PM
0
0
0
0
13.400
29.600
27.900
-13.800
-13.800
Totaal
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Ter compensatie van de tekorten op de jeugdzorg ontvangen de gemeenten landelijk € 414 mln. Voor Den Haag komt dit neer op € 13,4 mln. Het ingroeipad voor de maatregelen uit de Hervormingsagenda wordt voor 2025 en 2026 met respectievelijk € 498 mln. en € 447 mln. verzacht. Voor Den Haag is dit € 16,2 mln. en € 14,5 mln. Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet € 260 mln. (€ 8,5 mln. voor Den Haag) opleveren. Het Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet € 68 mln. (€ 2,2 mln. voor Den Haag) opleveren vanaf 2028. De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Het rijk veronderstelt een hogere besparing aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Het Rijk heeft het advies van de commissie van Ark om de tekorten voor 2023 en 2024 voor de helft te compenseren vooralsnog niet overgenomen. Het Rijk heeft toegezegd de komende maanden naar ruimte te zoeken om gemeenten hiervoor alsnog te compenseren. Dit betreft in totaal een bedrag van € 728 mln. landelijk. Dat zou een bedrag van circa € 23,7 mln. voor Den Haag zijn.
Vervolgtraject Jeugdzorg De extra middelen tot en met 2027 bieden financiële verlichting rondom de jeugdzorg, maar lossen het probleem niet volledig op. Hier wordt in hoofdstuk 4 bij de knelpunten verder op ingegaan. Ook blijft een structurele oplossing vooralsnog uit. Voor 2028 en verder boekt het Rijk juist extra besparingen in oplopend tot circa € 27,2 mln. vanaf 2028. De uitwerking hiervan is op dit moment onvoldoende duidelijk. Dit is een financieel risico. Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat de commissie Van Ark begin 2027 een tweede advies uitbrengt over het financieel kader vanaf 2028.
4
2.3
Risico’s gemeentefonds
Sanering specifieke uitkeringen (SPUK’s) In het hoofdlijnenakkoord staat dat alle specifieke uitkeringen met uitzondering van de BUIG (middelen voor de bijstandsverstrekking) worden overgeheveld naar het gemeentefonds. Hiermee zou een besparing van tien procent (€ 638 mln.) moeten worden gerealiseerd door het wegvallen van administratieve lasten. Ondertussen zijn de SPUK’s beoordeeld en is dit bedrag gedaald naar € 438 mln. Eind 2024 is een Kamerbrief verstuurd met het afwegingskader dat gehanteerd wordt bij de omzetting. Hierin is ook aangegeven dat de besluitvorming zou plaatsvinden in de voorjaarsnota van het Rijk. Deze besluitvorming heeft echter nog niet plaatsgevonden. Duidelijkheid over welke SPUK’s kunnen worden afgeschaft en welke korting op het gemeentefonds daarmee gepaard gaat is er dus nog niet. Toekomstige herverdeling gemeentefonds Het Rijk verdeelt de beschikbare middelen van het gemeentefonds op basis van een verdeelmodel over de gemeenten van Nederland. Het model verdeelt de beschikbare middelen in het gemeentefonds op basis van circa 50 maatstaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aantal inwoners, het aantal uitkeringsgerechtigden, het aantal jongeren en de oppervlakte van de gemeente. In 2023 is het verdeelmodel aangepast. Dit had een nadelig effect voor Den Haag.
Deze negatieve impact is gemaximaliseerd op € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner in 2024 en 2025. De totale korting bedroeg hiermee € 37,50 euro per inwoner (€ 20,8 mln.) voor Den Haag. In de programmabegroting 2023-2026 zijn de nadelen van deze herverdeling van het gemeentefonds verwerkt. Op 7 februari heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een Kamerbrief verstuurd over het vervolgtraject van het verdeelmodel. In de brief worden gemeenten geïnformeerd over de onderzoeken die de afgelopen tijd zijn gedaan naar het verdeelmodel. Op grond van deze onderzoeken zullen nadere analyses volgen die vervolgens mogelijkerwijs worden vertaald naar het nieuwe verdeelmodel. De minister geeft aan dat 1 januari 2027 een volgende stap gezet zal worden in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling van het verdeelmodel dat in 2023 is ingevoerd. De financiële impact kan groot zijn voor Den Haag vanaf het jaar 2027, omdat dit opnieuw kan leiden tot een korting van maximaal € 15 euro per inwoner per jaar. Voor Den Haag betekent dit een korting van maximaal € 8,5 mln. per jaar. In het meest negatieve scenario kan dit een structureel nadeel betekenen oplopend tot bijna € 90 mln. over een periode van 10 jaar. Hier is in de begroting nog geen rekening mee gehouden. Begin 2026 zal de minister van BZK de gemeenten informeren over de verwachte effecten.
Den Haag is samen met de G4 gemeenten bij dit proces betrokken. Gelet op de mogelijke omvangrijke financiële impact zal de gemeente de belangen van Den Haag actief onder de aandacht brengen bij BZK.
5
Budgettair kader Onderstaande tabel geeft het budgettaire kader weer. De weergegeven cijfers zijn ten opzichte van de huidige, door de raad vastgestelde, meerjarenbegroting. Hieruit volgt het vertrekpunt voor de programmabegroting 2026-2029 en de actualisatie van het lopende jaar 2025. In de tabellen zijn de plussen voordelig voor het meerjarenbeeld, en de minnen nadelig. Het budgettaire kader laat een voordeel zien van € 39,5 mln. in 2025 dat afloopt tot structureel € 16,6 mln. vanaf 2029. Tegenover dit budgettaire kader staan financiële knelpunten en opgaven die het budgettair kader overstijgen, zoals toegelicht in hoofdstuk 4. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden om tot een sluitende programmabegroting te komen. Bedragen in €1.000
2025
1. Demping terugval gemeentefonds
2026
2027
2028
2029
16.000
16.900
16.500
16.600
2a. Gemeentefonds BBP-groei
10.000
2b. Reserveren groei gemeentefonds
-10.000
3a. Dividend HTM
-1.500
-1.500
-1.500
-1.500
-1.500
3b. Dividend Stedin
2.200
1.500
1.500
1.500
1.500
4. Algemene reserve
29.800
525
525
525
525
17.025
16.625
5. Rente
1.100
6. Areaal
-500
7. Belastingopbrengsten 8. Vrijval kapitaallasten
9.000
5.000
2.000
Totaal
39.500
22.625
19.425
1. Demping terugval gemeentefonds Zoals toegelicht in hoofdstuk 2 ontvangen gemeenten rond de € 400 mln. van het Rijk voor demping van terugval gemeentefonds. Voor Den Haag betekent dit een bedrag van € 16 mln. vanaf 2026 oplopend tot structureel € 16,6 mln. 2. Gemeentefonds BBP-groei Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds wordt onderscheid gemaakt tussen de volumeontwikkeling van het gemeentefonds, dat wat extra is, en hoeveel de gemeente ontvangt voor loon- en prijsstijgingen (nominale deel). De gemeente verdeelt de loon-en prijscompensatie over de programmabegroting via de trend-voor-trend systematiek. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5. Op basis van de voorjaarsnota van het Rijk wordt de volumeontwikkeling van het gemeentefonds voor Den Haag geschat op € 10 mln. vanaf 2029. De volumegroei tot en met 2028 is in eerdere programmabegrotingen al verwerkt. Aangezien de extra middelen pas vanaf 2029 beschikbaar zijn en de hoogte van het gemeentefonds vanaf 2027 nog met veel onzekerheid is omgeven, wordt voorgesteld om besluitvorming hierover te laten plaatsvinden bij de begroting 2027-2030 De hoogte van het gemeentefonds vanaf 2027 is onzeker omdat deze afhangt van hoe de Nederlandse economie zich ontwikkelt. Het volumedeel van het gemeentefonds wordt namelijk gebaseerd op het gemiddelde van de volumegroei van het BBP in de achterliggende 8 jaren (t-9 t/m t-2). 3.
Dividenden verbonden partijen Jaarlijks worden de verwachte dividendopbrengsten geactualiseerd op basis van de ontvangen bedragen in het lopende jaar en de meerjarenperspectieven van de verbonden partijen. Dit geeft aanleiding voor de volgende bijstellingen: Dividend HTM Het reizigersniveau is nog niet volledig hersteld tot het niveau zoals dat voor de coronapandemie was. Daarnaast zorgen de nieuwe CAO en de toegenomen inflatie voor hogere kosten. De verwachting is dat de komende jaren de kosten zullen blijven stijgen en dat de bijdrage vanuit de Rijksoverheid aan het openbaar vervoer daalt. Vanwege het voorzichtigheidsprincipe (begrotingsregel 3) wordt de dividendraming naar beneden bijgesteld van € 3 mln. naar € 1,5 mln.
6
Dividend Stedin Door het nieuwe besluit van de Autoriteit Consument en Markt over de tarievenberekening kan Stedin meer kosten in rekening brengen. Daarnaast genereert Stedin hogere opbrengsten door de gestegen investeringen. Het dividend dat de gemeente Den Haag ontvangt over het resultaat van 2024 bedraagt € 7,2 mln. in plaats van € 5 mln. Dit levert een voordeel op van € 2,2 mln. in 2025. Het dividend voor Stedin wordt structureel met € 1,5 mln. opgehoogd naar € 6,5 mln. 4. Algemene reserve In november 2024 is de kadernota weerstandsvermogen (RIS320223) vastgesteld waarin de minimale hoogte van de algemene reserve is vastgelegd. De hoogte van de algemene reserve voor het komende begrotingsjaar wordt jaarlijks bij de programmarekening vastgesteld op 3% van de in het voorgaande jaar gerealiseerde lasten (exclusief reserves). Voor de programmabegroting 2026 is de minimale omvang van de algemene reserve € 108,3 mln. De hoogte van de algemene reserve bedraagt, als gevolg van het jaarrekeningresultaat, op dit moment € 138,2 mln. Dit betekent dat het verschil van € 29,8 mln. ingezet kan worden bij de begrotingsvoorbereiding. 5. Rente In 2026 is er per saldo een incidenteel voordeel van € 1,1 mln. vanwege de bespaarde rente. Den Haag hanteert de systematiek van het toerekenen van rente.
Deze systematiek gaat ervan uit dat alle bezittingen van de gemeente met vreemd vermogen worden gefinancierd. In werkelijkheid financiert de gemeente zijn bezittingen deels met eigen vermogen (reserves). Dit leidt tot een rentevoordeel. Dit wordt deels ingezet voor de bestaande afspraken om de voorzieningen meerjarenprognose grondexploitaties en Harnaschpolder jaarlijks aan te passen aan het actuele prijspeil. De overige bespaarde rente is vrij besteedbaar. 6. Areaal In de programmabegroting 2025-2028 is besloten om de oude areaalsystematiek op te heffen. In plaats daarvan zijn in de programmabegroting extra middelen voor beheer en onderhoud van de fysieke ruimte beschikbaar gesteld oplopend tot structureel € 3 mln. in 2028. Hierbij is afgesproken dat deze middelen vanaf 2029 met € 0,5 mln. per jaar toenemen. 7. Belastingopbrengsten De OZB-opbrengsten nemen vanaf 2026 toe met € 0,525 mln. door de groei van de stad. 8. Vrijval kapitaallasten Investeringen in de openbare ruimte, gebouwen en automatisering worden opgenomen in het meerjarige investeringsplan (MIP). Jaarlijks bepaalt de gemeente of er, en zo ja hoeveel ruimte in het MIP aanwezig is voor nieuwe plannen. Vrijval op kapitaallasten (lasten voor rente en afschrijving) kan ontstaan als investeringen volledig zijn afgeschreven, door vertraging in de uitvoering en bij een goedkopere uitvoering van een investering.
Als gevolg van lagere besteding op diverse investeringen in 2024 ten opzichte van de programmabegroting komen niet alle gereserveerde kapitaallasten tot besteding in 2025. De verwachting is dat er ook in 2026 en 2027 kapitaallasten vrijvallen doordat investeringen pas later worden afgerond. Een deel van deze vrijval kapitaallasten in 2025 betreft IHP-middelen, waarbij rekening is gehouden met de € 2 mln. voor het herinrichten van Sportpark Escamp III.
7
Financiële opgaven en knelpunten Zoals beschreven in de commissiebrief Begrotingsvoorbereiding (RIS321554) wordt de voorjaarsnota verrijkt met een beschrijving van grote financiële opgaven en knelpunten waarmee het college zich in ieder geval geconfronteerd ziet in aanloop naar de programmabegroting. Dit hoofdstuk bevat een aantal opgaven die impact hebben op het financiële meerjarenbeeld van de gemeente. De genoemde knelpunten laten zien waar de druk op de gemeentelijke programmabegroting concreet voelbaar is. Tegelijkertijd kunnen zich binnen de verschillende portefeuilles aanvullende opgaven voordoen die eveneens bestuurlijke aandacht vragen. Het overzicht is dan ook nadrukkelijk niet bedoeld als uitputtende lijst. De financiële opgaven en knelpunten die hieronder geschetst worden, geven context bij het budgettair kader en maken inzichtelijk welke afwegingen richting de programmabegroting 2026–2029 nodig zijn. Ze laten bovendien zien dat de (financiële) opgaven groter zijn dan de beschikbare middelen binnen het huidige budgettaire kader. Dit vraagt om het maken van keuzes. In het verdere begrotingsproces worden alle knelpunten en het budgettair kader integraal afgewogen, waarbij tot een sluitende programmabegroting gekomen moet worden gekomen. 1. Jeugdzorg Op Jeugd is in 2024 een tekort gerealiseerd van € 29 mln. Ook voor 2025 en verder worden tekorten verwacht.
Voor 2025 wordt het tekort ingeschat op € 32 mln. Zie ook hoofdstuk 6 Prognose lopend jaar. De oorzaken van het tekort en de kostenbeheersingsmaatregelen zijn uitgebreid beschreven in de commissiebrief ‘Ontwikkelingen jeugdhulp’ (RIS 318282). De voornaamste redenen van de tekorten zijn de toenemende vraag naar jeugdzorg en de beperkte mogelijkheden om de instroom te beheersen. Gemeenten zijn vanaf 2019 in gesprek met de rijksoverheid om te komen tot een kwalitatief beter en financieel houdbaar stelsel van jeugdzorg. Op basis hiervan heeft het Rijk alle besparingen ingeboekt, terwijl vooral de maatregelen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is nog niet zijn uitgewerkt tot concrete maatregelen. Door sturing op kostenbeheersing geeft de gemeente invulling aan de besparing in de Hervormingsagenda oplopend tot € 33 mln. per 2027 (RIS 320888). In 2025 wordt een tekort verwacht van in totaal € 32 mln. Dit wordt deels gedempt door de extra € 13,4 mln. uit de voorjaarsnota van het Rijk zoals geschetst in hoofdstuk 2. Een deel daarvan is nodig om ook in 2025 (het uitblijven van) de ontwikkelingen in de Hervormingsagenda, die deels doorwerken in contracten met jeugdhulpaanbieders, op te vangen. 2. Openbare ruimte Er zijn projecten binnen de openbare ruimte die duurder uitvallen dan oorspronkelijk begroot. Een voorbeeld hiervan is het project Middenboulevard.
In de GRIP rapportage Q4 2024 (RIS 321777) bent u op de hoogte gesteld van een tekort van € 14,4 mln. op dit project. Dit tekort is voor een groot deel veroorzaakt door vertraging door de stikstofproblematiek. Verder zijn de prijzen in de aannemingsovereenkomst hoger uitgevallen en moet een alternatieve energievoorziening worden aangelegd vanwege vertragingen in de aanleg van nutsvoorzieningen. Daarnaast is er een tekort op het project Hoefkade van € 3,9 mln. Bij het uitwerken van het definitieve ontwerp gebleken dat er meerkosten gaan ontstaan, onder andere voor verkeersmaatregelen en het verleggen van kabels en leidingen. Een ander voorbeeld zijn enkele projecten binnen het MJPK 4. Deze staan financieel onder druk als gevolg van veranderende marktomstandigheden. Zo wordt verwacht dat de aanbesteding van de renovatie van de Trekvliet- en Laakbrug (MJPK 4) duurder uit gaat vallen. Naast het feit dat projecten duurder uitvallen, is er een structureel tekort aan middelen voor het dagelijks beheer van de buitenruimte. Hierover is de raad geïnformeerd bij de vorige Staat van de Buitenruimte die binnenkort een update krijgt.” (RIS 311727). 3. Gezinsopvang Eind 2024 is de commissie Samenleving geïnformeerd over de toegang tot de opvang voor dakloze gezinnen (RIS 320151).
De gemeente heeft de verplichting op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) opvangfaciliteiten te bieden aan individuen en gezinnen die niet-zelfredzaam zijn. Naast deze wettelijke taak worden in Den Haag ook gezinnen opgevangen die niet tot de doelgroep van de Wmo behoren ten gevolge van het toenemend aantal economisch dakloze gezinnen. De afgelopen periode is het aantal dakloze gezinnen dat zich meldt wederom fors gestegen en is de doorstroom verder gestagneerd door
8
krapte op de woningmarkt. De gemeente Den Haag hanteert een ruimhartige toegang tot opvang, in vergelijking met andere grote gemeenten, uit belang van het kind. Hierover is de commissie Samenleving en de Raad ook geïnformeerd naar aanleiding van de motie ‘Geen kind op straat’ (RIS 321453). Daarnaast is het lastig om passende en betaalbare locaties voor dakloze gezinsopvang te vinden. Er wordt inmiddels structureel gebruik gemaakt van opvang in hotels. Voorlopig nemen de kosten alsmaar toe. Voor 2025 komen de totale kosten naar verwachting uit tussen de € 12,5 en 14,5 miljoen, terwijl de kosten in 2023 nog € 2,1 miljoen bedroegen. Het college wil de kosten reduceren door middel van de lopende hotelaanbesteding, het zoeken naar alternatieven met het gezin tijdens de intakegesprekken en het vinden van goedkopere opvanglocaties. 4. Leges omgevingsvergunningen Door minder aanvragen van (grote) bouwvergunningen, en door de veranderingen van de omgevingswet, zijn de inkomsten voor de bouwleges lager uitgevallen. Omdat de lasten wel doorlopen, heeft dit in 2024 geleid tot een tekort van € 11 mln. In jaarrekening 2024, de 4-maandsrapportage 2024 en 8maandsrapportage 2024 bent u hierover ingelicht (RIS 321975, RIS 319191 en RIS 320133). Ook voor 2025 wordt verwacht dat er minder aanvragen voor (grote) omgevingsplanactiviteiten en (grote) bouwactiviteiten in behandeling worden genomen.
5. Excessieve prijsstijgingen Gemeenten blijven geconfronteerd worden met aanzienlijke kostenstijgingen. Zo nemen de uitgaven voor ICT-licenties van leveranciers zoals Microsoft, Adobe en Citrix fors toe. Ook de kosten van interne ICTsystemen, zoals voor het verstrekken van uitkeringen, stijgen sterk. Deze systemen zijn cruciaal voor de digitale dienstverlening en bedrijfsvoering van de gemeente. Ook de energielasten zijn hoger dan waar in de begroting rekening mee gehouden is. Daarnaast zijn er ook in het fysieke domein forse prijsstijgingen zichtbaar. Met name bouwmaterialen zoals staal, hout en beton zijn in korte tijd aanzienlijk duurder geworden. Dit leidt tot hogere aanbestedingsprijzen en zet druk op de uitvoering van investeringsprojecten. 6. Veiligheid De gemeente Den Haag staat voor verschillende uitdagingen op het gebied van veiligheid en criminaliteit zoals eerder is gemeld in de afdoening van de motie ‘Geen aannames met Veiligheid’ en de update daarop (RIS 317606 en RIS 320309). In deze raadsmededelingen is aangegeven dat projecten zoals de aanpak van ondermijning, jeugdcriminaliteit en digitale veiligheid in het verleden van incidentele gemeentelijke dekking zijn voorzien (jaarlijks € 2,0 mln.), waarbij de dekking afloopt vanaf 2027 en 2028 (digitale veiligheid).
Daarnaast lopen ook Rijksmiddelen af voor onder andere de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme (€ 0,8 mln.) vanaf 2025, en de aanpak van rivaliserende groepen en de reintegratie officier (€ 1,3 mln.) vanaf 2026. 7. Overige ontwikkelingen Raadsbesluit Meerjarenbegroting Raadsorganisatie De Ombudsman heeft een verbeterplan opgesteld met een gefaseerde uitbreiding van de huidige formatie van 6,2 naar 15,3 fte in 2027. Op 3 april 2025 heeft de Raad, op voorstel van het presidium, besloten om de beschikbare middelen voor programma 1 te verhogen (RIS 321578). Dit raadsbesluit draagt het college op om extra middelen beschikbaar te stellen voor de Ombudsman van € 0,7 mln. in 2026 oplopend tot € 1,0 mln. structureel vanaf 2027. In het raadsvoorstel is niet opgenomen hoe deze extra kosten gedekt worden. Negatieve programmareserves Na verrekening van het rekeningresultaat 2024 hebben vijf programmareserves een negatieve stand: • Programmareserve 3 – Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie. Deze staat € 0,8 mln. negatief • Programmareserve 5 – Cultuur en Bibliotheek. Deze staat € 0,8 mln. negatief • Programmareserve 8 – Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid. Deze staat € 10,8 mln. negatief • Programmareserve 9 – Buitenruimte. Deze staat € 7,9 mln. negatief • Programmareserve 13 – Stadsontwikkeling en wonen. Deze staat € 10,5 mln. negatief
9
Conform artikel 5:6 lid 14 van de verordening financieel beheer en beleid, doet het college een voorstel aan de raad om de negatieve stand binnen maximaal twee begrotingsjaren, vanaf het begrotingsjaar waarin het tekort is gerealiseerd, ten minste op nihil te krijgen.
10
Trend-voor-trend Conform artikel 5:15 van de verordening financieel beheer en beleid past de gemeente jaarlijks de programmabegroting aan voor de ontwikkeling van de lonen en de prijzen (trend). Dit doen we om de programmabegroting op peil te houden. De systematiek die we gebruiken voor het indexeren van deze loonen prijsgevoelige uitgaven noemen we trend-voor-trend, waarbij de trend een tegemoetkoming is voor de gestegen kosten. Dit komt erop neer dat de trend waarmee de budgetten verhoogd worden gelijk is aan de trend die we ontvangen van het Rijk en over onze inkomsten. De daadwerkelijke stijging van de kosten zal in sommige gevallen lager en in andere gevallen hoger zijn dan deze tegemoetkoming. Circa € 1,9 miljard van de uitgaven van de gemeente worden geïndexeerd via de trend-voor-trend systematiek, waarvan circa € 1,3 miljard loongevoelig en circa € 0,6 miljard prijsgevoelig. De algemene dekkingsmiddelen worden met hetzelfde percentage verhoogd als het percentage waar de loonprijscompensatie vanuit het Rijk op gebaseerd wordt. Het totaal van de loon- en prijsbijstelling van het Rijk en de trend over de algemene dekkingsmiddelen wordt vervolgens verdeeld over de loon- en prijsgevoelige budgetten in de programmabegroting. 5.1 Trend-voor-trend 2025 In de programmabegroting zijn de uitgaven in 2025 geïndexeerd op basis van de meicirculaire 2024.
Op basis van de meicirculaire van 2024 bedroeg het gewogen gemiddelde trendpercentage 3,5%. De trend over 2025 wordt aan de hand van de meicirculaire 2025 nog geactualiseerd. De voorjaarsnota 2025 van het Rijk laat zien dat de trend voor 2025 hoger uitvalt. De precieze bedragen en percentages kunnen berekend worden zodra de meicirculaire 2025 is gepubliceerd. De actualisatie van de trend 2025 wordt opgenomen in de actualisatie van het lopende jaar 2025 (bijlage bij de programmabegroting 2026-2029). 5.2 Trend-voor-trend 2026 De percentages die het Rijk hanteert zijn afkomstig uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB. Op basis van het CEP 2025 komt de trend over de inkomsten voor 2026, conform de onderstaande berekening, uit op 2,22%: Index
Percentage CEP 2,0 %
Weging
Prijs materiële overheidsconsumptie
2,1 %
20
Prijs bruto overheidsinvesteringen
3,0 %
20
Gewogen gemiddelde
2,22 %
100
Loonvoet sector overheid
60
Dit is het percentage waarmee de algemene dekkingsmiddelen met ingang van 2026 verhoogd worden. Ook is dit het percentage waar de loon- en prijscompensatie 2026 vanuit het Rijk op wordt gebaseerd. De trend 2026 wordt opgenomen in de programmabegroting 2026-2029. 5.3 Indexatie overige tarieven De overige gemeentelijke prijzen, tarieven, leges en heffingen die aan derden worden doorberekend worden waar mogelijk ook aangepast met de trend die we ontvangen van het Rijk. De extra opbrengsten worden vervolgens gebruikt om de uitgaven die hier tegenover staan te indexeren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
11
Prognose lopend jaar De prognose in de voorjaarsnota geeft een eerste inzicht in de uitvoering van begrotingsjaar 2025. Er wordt een prognose gegeven van de mate waarin de begroting wordt uitgenut bij ongewijzigde voortzetting van het staande beleid. In de prognose zijn alleen afwijkingen opgenomen van de baten en/of lasten die groter zijn dan € 2,5 mln. op programmatotaal. Op elk programma met een verwachte afwijking van € 2,5 mln. of meer wordt een toelichting gegeven. Daarnaast worden ook verwachte afwijkingen in investeringen groter dan € 2,5 mln. toegelicht. In bijlage 1. vindt u de realisatiecijfers tot en met april 2025. 6.1
Prognose resultaat 2025
De prognose van de begrotingsuitvoering in 2025 komt uit op € 36,6 mln. negatief. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een verwacht tekort op het onderdeel jeugd binnen programma 8 (Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid) zoals toegelicht in hoofdstuk 4. Binnen Den Haag werken we met programmasturing, conform de begrotingsregels. Als uitgaven te hoog dreigen te worden moeten binnen het eigen programma maatregelen genomen worden om dat te voorkomen. Dit betekent dat geprognosticeerde afwijkingen binnen het betreffende begrotingsprogramma worden opgelost. Daarnaast geldt dat tijdens de begrotingsvoorbereiding voorstellen besproken worden die het tekort (deels) kunnen oplossen. In de programmabegroting wordt u hier over geïnformeerd. Bedragen in € 1.000 01 - Gemeenteraad 02 - College en Bestuur 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 04 - Openbare orde en Veiligheid 05 - Cultuur en Bibliotheek 06 - Onderwijs 07 - Werk en Inkomen 08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 09 - Buitenruimte 10 - Sport 11 - Economie 12 - Mobiliteit 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 15 - Financiën 16 - Overhead Totaal
6.2
Lasten 4.800 18.600 10.000 4.200 17.600
N N
V
N N
Baten 2.000 11.000 10.000 19.000
V
N N N
Saldo 2.800 18.600 10.000 11.000 10.000 4.200 36.600
N N
V N N N N
Toelichting prognose
Programma 7 – Werk en Inkomen Inkomen (€ 2,0 mln. V) Er wordt een voordeel verwacht van €2 mln. op BUIG omdat de rijksbijdrage naar verwachting hoger is. Minimabeleid (€ 3,3 mln. N) Conform het coalitieakkoord is ingezet op het verhogen van het bereik van de armoederegelingen. Gevolg hiervan is dat de uitgaven zijn gestegen. Deze extra uitgaven kunnen in 2025 gedekt worden uit de Reserve Armoede, inkomen en werk. Sociale werkvoorziening (€ 4,0 mln. neutraal) De sociale werkvoorziening wordt afgebouwd. Hierdoor daalt het aantal medewerkers (lagere lasten) waardoor ook de omzet naar beneden loopt (lagere baten). Dit is nog niet volledig in de programmabegroting verwerkt en gaat om zowel € 4,0 mln. aan lasten en baten. Inburgering (€ 1,5 mln. N) Inburgering is een wettelijke taak die via een SPUK in medebewind met het rijk wordt uitgevoerd. Het model berekent het taak- en apparaatsgeld op basis van een inschatting van het aantal inburgeraars. Het
12
daadwerkelijke aantal inburgeraars is aanzienlijk hoger. Het rijk vergoedt echter alleen de hogere taaklasten, niet de hogere uitvoeringslasten. Programma 8 – Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid Tekort Jeugd (€ 18,6 mln. N) Op Jeugd is in 2024 een tekort gerealiseerd van € 29 mln. Ook voor 2025 en verder worden tekorten verwacht. Naar verwachting komt het tekort dit jaar uit op € 32 mln. De stijging komt vooral voort uit verwachte volumegroei in 2025. Naar verwachting ontvangt Den Haag rond de € 13,4 mln. bij de meicirculaire om dit tekort deels af te dekken zoals toegelicht in hoofdstuk 2, het resterende tekort voor 2025 komt hiermee uit op circa € 18,6 mln. Ook lopen er nog gesprekken met het Rijk over vergoeding van de tekorten uit 2023 en 2024. Programma 12 – Mobiliteit Diverse programma’s (€ 10,0 mln. V) Vanuit Enecomiddelen hebben diverse projecten binnen de programma’s No-Regret en Kust vertraging opgelopen. Daarnaast heeft het project de Vlietlijn een trage en lastige opstart gehad. Voor het project de Vlietlijn is voor de huidige fase een geheel nieuw team gestart dat een ingenieursbureau aan zich heeft verbonden en samen goede stappen zet. De huidige begroting is gebaseerd op indicatieve en nog niet vastgestelde plannen. Een aantal projecten zijn opgestart in de planvorming, bij iedere fase van het project wordt de raming concreter.
De raming wordt bij de begroting 2026-2029 aangepast. Deze middelen worden dus minder onttrokken uit de Reserve Verbeteren Duurzame Mobiliteit en blijven daardoor beschikbaar. Programma 13- Stadsontwikkeling en Wonen Leges omgevingsvergunningen (€ 11,0 mln. N) Zoals ook gemeld in hoofdstuk 4 zijn inkomsten voor de bouwleges lager uitgevallen in 2024. Ook voor 2025 wordt een tekort verwacht door minder aanvragen van (grote) bouwvergunningen, en door de veranderingen van de omgevingswet. Hierdoor zijn gebruikersmeldingen die door de Omgevingsdienst werden uitgevoerd overgegaan naar de gemeente zonder budget. Voor gebruikersmeldingen maakt de gemeente wel kosten, maar ontvangt geen leges. Voor 2025 wordt een tekort verwacht van € 8 mln. - € 12 mln. op de bouwleges bij ongewijzigd beleid. Programma 15- Financiën Lagere onttrekking Eneco reserves (€ 10,0 mln. N) De Eneco reserves staan op programma 15. Door de onderbesteding op programma 13 van € 10,0 mln. wordt er ook voor € 10,0 mln. minder onttrokken uit de Eneco reserves. Dit leidt tot een nadeel op de baten van € 10,0 mln. op programma 15. Programma 16 – Overhead Excessieve inflatie IT-Licenties (€ 2,0 mln. N) De prijzen van IT-licenties en contracten stijgen hard. Licenties voor Microsoft en Adobe stijgen met 13%22%.
Daarnaast stijgen contractverplichtingen richting Broadcom (servers in datacenters) en Citrix (voor werken op afstand) met 30%-40%. Dit zorgt voor een tekort van € 2,0 mln. Vervanging brandwerende laag Stadsdeelkantoor Escamp/Leyweg (€ 2,2 mln. N) De Veiligheidsregio Haaglanden heeft inspecties uitgevoerd en constateert risico’s met betrekking tot de brandveiligheid. Hiervoor moet de coating en brandwerende laag van het Stadsdeelkantoor Escamp/Leyweg vervangen worden.
13
6.3 Afwijking investeringen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de investeringen per programma en de verwachte prognose voor de jaarschijf 2025. Een voordeel op investeringen wordt veelal veroorzaakt door vertragingen. De geplande investering vindt dan in latere jaren plaats. De voordelen op de jaarschijf 2025 betekenen dus geen vrijval en de middelen kunnen niet voor andere doeleinden worden ingezet. Afwijking investeringen 2025 Bedragen in € 1.000 01 - Gemeenteraad 02 - College en Bestuur 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 04 - Openbare orde en Veiligheid 05 - Cultuur en Bibliotheek 06 - Onderwijs 07 - Werk en Inkomen 08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 09 - Buitenruimte 10 - Sport 11 - Economie 12 - Mobiliteit 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 15 - Financiën 16 - Overhead Totaal
Investering 2025 -
Verwachte uitgaven -
Prognose resultaat -
26.432
26.432
-
12.760 35.803 1.733
12.760 35.803 1.733
-
2.467
2.467
-
118.776 15.140 780 118.977 8.768
118.776 10.140 780 40.177 23.168
5.000 78.800 -14.400
2.429
2.429
-
15.000 21.971 381.034
15.000 21.971 311.635
69.400
V/ N
V V N
V
Toelichtingen afwijkingen investeringen Programma 10 – Sport Sporthal Loosduinen (€ 5,0 mln. V) Er wordt later gestart met de bouw Sporthal Loosduinen dan verwacht. Daarmee verwachten we een lagere uitputting van investeringsmiddelen dan begroot voor 2025. Na het zomerreces 2025 wordt een realisatiebesluit voorgelegd m.b.t. Sporthal Loosduinen. Programma 12 – Mobiliteit Mobiliteitsdoorstroming (€ 82,7 mln. V) Vanuit het programma Straten, Wegen, Lanen (voortgangsbrief 21 mei 2024 RIS318884) (SWL) wordt een voorstel voorbereid voor het beschikbare doorstromingskrediet (€ 82,7 mln.) dat nog aan college en raad wordt voorgelegd. Na besluitvorming worden de middelen aan de projecten toegewezen. De middelen zullen in 2025 niet tot besteding komen. Herinrichting Hoefkade (€ 3,9 mln. N) Zoals ook in hoofdstuk 4 toegelicht is er een tekort bij de herinrichting Hoefkade. Het gaat om de integrale herinrichting van de Hoefkade (gedeelte Stationsweg-Vaillantlaan) met verbetering van de positie van de fietser. In het raadsbesluit (RIS318290) is een budget opgenomen van € 9.267.000, - excl. btw, met prijspeil 2022. Bij het uitwerken van het definitieve ontwerp gebleken dat er meerkosten gaan ontstaan, onder andere voor verkeersmaatregelen en het verleggen van kabels en leidingen. Gevolg hiervan is dat de financiële middelen voor de realisatie van het project onvoldoende zijn.
Het tekort is € 3,9 mln. Programma 13- Stadsontwikkeling en Wonen Middenboulevard (€ 14,4 mln. N). Zoals toegelicht in hoofdstuk 4 is er een nadeel op dit project van € 14,4 mln. Dit tekort is voor een groot deel veroorzaakt door vertraging door de stikstofproblematiek. Verder zijn de prijzen in de aannemingsovereenkomst hoger uitgevallen en moet en een alternatieve energievoorziening worden aangelegd vanwege vertragingen in de aanleg van nutsvoorzieningen.
14
Resume Voorjaarsnota 2025 In deze voorjaarsnota is het budgettaire kader voor de begrotingsvoorbereiding ter vaststelling aangeboden, zijn een aantal financiële opgaven en knelpunten geschetst en is de prognose van het lopende jaar gegeven. In hoofdstuk 2 zijn de financiële ontwikkelingen van het gemeentefonds geschetst met extra middelen vanuit het Rijk, maar ook mogelijke risico’s in het gemeentefonds voor de toekomst. In hoofdstuk 3 is het budgettair kader geschetst. Het budgettair kader schetst een positief beeld van € 39,5 mln. in 2025 dat afloopt tot structureel € 16,6 mln. vanaf 2029. Tegenover dit budgettaire kader staan financiële knelpunten en opgaven die het budgettair kader overstijgen, zoals toegelicht in hoofdstuk 4. Voorbeelden van deze budgettaire opgaven en knelpunten hebben betrekking op de jeugdzorg, projecten in de openbare ruimte, gezinsopvang, omgevingsvergunningen, excessieve inflatie, veiligheid, negatieve programmareserves en extra benodigde middelen voor de ombudsman. Tenslotte is er in hoofdstuk 6 een prognose gegeven voor het lopende jaar die negatief uitkomt op € 36,6 mln. (voorheen 4-maandsrapportage). De voorjaarsnota dient als vertrekpunt voor de verdere begrotingsvoorbereiding. In de begrotingsvoorbereiding worden de financiële opgaven en mogelijke oplossingen afgewogen tegen het budgettaire kader.
Aangezien de financiële knelpunten en opgaven het budgettair kader overstijgen, zullen er keuzes gemaakt moeten worden om tot een sluitende programmabegroting te komen. De uitkomst van de gemaakte keuzes zal landen in de programmabegroting 2026-2029 (inclusief de actualisatie van het lopende jaar 2025), die de raad in september 2025 ontvangt.
15
Bijlage 1. Realisatiecijfers 2025 Hieronder zijn de realisatiecijfers tot en met april 2025 Bedragen in € 1.000
Begroting 2025*
Realisatie t/m april 2025
Lasten
Baten
Lasten
Baten
01 - Gemeenteraad
18.378
331
6.576
0
02 - College en Bestuur
14.595
261
3.886
0
03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie
62.941
21.621
17.864
616
04 - Openbare orde en Veiligheid
98.572
17.950
8.403
424
05 - Cultuur en Bibliotheek
157.094
12.703
105.522
3.800
06 - Onderwijs
153.232
56.578
110.243
67.273
07 - Werk en Inkomen
724.997
442.395
266.412
145.835
08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid
755.682
94.882
295.166
34.499
09 - Buitenruimte
371.339
213.910
94.298
174.814
10 - Sport
75.831
16.286
30.282
9.955
11 - Economie
48.981
8.649
20.752
256
12 - Mobiliteit
132.350
5.861
24.086
-2.709
13 - Stadsontwikkeling en Wonen
192.973
106.482
31.190
3.785
14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening
164.810
22.662
65.732
6.014
15 - Financiën
234.025
2.454.449
12.482
827.336
16 - Overhead
270.761
1.541
117.784
1.017
3.476.560
3.476.560
1.210.679
1.272.914
Totaal
* De bedragen wijken af van de bedragen die in de gedrukte Programmabegroting 2025-2028 zijn opgenomen. De bedragen in deze tabel zijn inclusief RIS319799 Geamendeerd voorstel van het college inzake Programmabegroting 2025-2028 (instelling bestemmingsreserve raadsinitiatievenfonds en opkomtsbevordering gemeenteraadsverkiezingen); en RIS321479 Aanpassing begroting n.a.v. kadernota begroting en verantwoording Overhead (verschuiving tussen de beleidsprogramma's en programma Overhead).
16