RIS322147 Afdoening motie Monarch IV parkeeroplossing via bestaande inrit
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSO/10918751 RIS322147 Contactpersoon
Philippe Bocxe Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Projecten Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
30 september 2025
philippe.bocxe@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Monarch IV: Parkeeroplossing via de bestaande inrit’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel ‘Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West’ (RIS321791) op 8 mei 2025, de door het raadslid de heer De Ridder ingediende motie: ‘Monarch IV Parkeeroplossing via bestaande inrit’ (RIS322147) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Jan Pietersz. Coenstraat in Bezuidenhout-West het Rijksvastgoedbedrijf een nieuw kantoorgebouw (Monarch IV) ontwikkelt; de in- en uitgang van de bijbehorende parkeergarage is gepland aan de Jan Pietersz. Coenstraat; in deze straat al vijf in- of uitgangen van parkeergarages zijn; Monarch I, II en III beschikken over een gezamenlijke parkeergarage met een bestaande in- en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan; de bouw van Monarch IV nog niet is gestart en het ontwerp volgens het Rijksvastgoedbedrijf vanaf het vierde kwartaal van 2025 verder wordt uitgewerkt. Overwegende dat: een extra in- en uitgang in de Jan Pietersz. Coenstraat de verkeerssituatie onoverzichtelijker en onveiliger maakt; de huidige projectfase nog ruimte biedt om de locatie van de in- en uitgang aan te passen. Van mening dat: het vanuit oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is om in de Jan Pietersz. Coenstraat een nieuwe garage-in- en uitgang te realiseren.
Verzoekt het college: de wens van de raad uit te voeren om in de Jan Pietersz. Coenstraat geen nieuwe in- en uitgang van een parkeergarage toe te staan;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10918751
-
-
zo snel mogelijk, en uiterlijk voor het zomerreces, in gesprek te gaan met het Rijksvastgoedbedrijf en andere betrokken partijen om de bestaande in- en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan permanent te maken voor de parkeergarage van Monarch I t/m IV; de raad vóór het zomerreces te informeren over de uitkomsten van dit overleg.
Het college doet de motie op de volgende manier af: Naar aanleiding van de motie is een gesprek gevoerd met het RVB over de bestaande in-en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan permanent te maken voor de parkeergarage van Monarch I t/m IV. Deze afstemming heeft iets langer geduurd waardoor afdoening van de motie voor de zomer niet is gelukt. Rijkskantoor Monarch IV Het RVB heeft in 2018 het perceel op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de J.P. Coenstraat gekocht om hier een nieuw Rijkskantoor te bouwen. Dit rijkskantoor is het laatste en afsluitende vierde gebouw in de Monarchen ontwikkeling. Met de bouw van de Monarch IV wordt de bestaande parkeergarage doorgebroken en uitgebreid met een twee-laags parkeergarage onder Monarch IV. Het nieuwbouw plan gaat uit van een parkeergarage entree aan de J.P. Coenstraat die toegang geeft tot de gehele parkeergarage van Monarch I t/m IV. Een inrit aan de J.P. Coenstraat is in lijn met contractuele afspraken. Bij oplevering van het nieuwe Rijkskantoor zal de bestaande in- en uitrit aan de Prinses Beatrixlaan worden dichtgezet. Integrale afweging Door de aangenomen motie heeft het RVB nogmaals gekeken of het RVB tegemoet kan komen aan de wens van de gemeenteraad om de bestaande in-en uitrit aan de Prinses Beatrixlaan te behouden. Ook na heroverweging blijft de keuze van het RVB bij de voorgestelde in- en uitrit aan de J.P. Coenstraat.
Het RVB neemt de zorgen van de omgeving over verkeersdrukte serieus en zal dan ook de mogelijkheid onderzoeken of het kan helpen om bij de ontwikkeling van de Groene Toren (Beatrixlaan 25) een andere verkeersoplossing te faciliteren die de J.P. Coenstraat kan ontlasten. Duidelijkheid hierover kunnen we geven als de bouwvergunning wordt aangevraagd. De volgende knelpunten worden gezien waardoor behoud van de bestaande in- en uitrit aan de Prinses Beatrixlaan voor het RVB geen goede optie is: - Het RVB is geen eigenaar van de in-en uitrit aan de Prinses Beatrixlaan. Het RVB heeft geen direct zeggenschap over het wel of niet meewerken aan het handhaven van de bestaande situatie. De parkeergarage kent een complexe structuur van stakeholders. Deze afhankelijkheid van derden vormt een groot risico in het tijdspad van het nieuwbouwproject Monarch IV. - De bestaande situatie is niet voorzien in het omgevingsplan De bestaande in- en uitrit is met een tijdelijke vergunning verleend. Het omgevingsplan Beatrixkwartier (Monarch) voorziet niet in deze toegang. Voor deze plek dient eveneens een BOPA procedure te worden doorlopen, die na vergunningverlening ook openstaat voor bezwaar. - Behoud van de bestaande in-en uitrit is anders dan afgesproken en is een fundamentele wijziging met grote financiële impact Vanaf 2013 is vastgelegd in het omgevingsplan dat de in- en uitrit aan de J.P.
Coenstraat dient te komen. De gehele Monarchen ontwikkeling is gebaseerd op dit uitgangspunt. Alle afspraken die gemaakt zijn over de parkeergarage zijn ingericht op dit principe. Met behoud van de bestaande in- en
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10918751
uitrit aan de Prinses Beatrixlaan kunnen er 45 minder parkeerplekken gerealiseerd worden in de bestaande parkeergarage. Met het realiseren van deze parkeerplaatsen is wel rekening gehouden in de definitieve situatie na voltooiing van Monarch IV. Het komt er op neer dat de parkeerplekken die niet volgens afspraak gerealiseerd kunnen worden, gecompenseerd dienen te worden. In financiële zin gaat het over marktconforme vastgoedwaarde. Deze hoge kosten, die een grote financiële impact hebben op het project, zullen worden neergelegd bij de gemeente Den Haag. - Een gewijzigd uitgangspunt kost meer tijd en geld Het RVB is al ver in het doorlopen voorbereidingstraject, contractvoorbereiding en aanbestedingsproces. Deze voorgestelde wijziging midden in een proces dat gestart is met andere uitgangspunten leidt ook tot forse vertraging en nieuwe risico’s. Definitieve zekerheid op de haalbaarheid van een in- en uitrit aan de Prinses Beatrixlaan krijgt het RVB pas na het doorlopen van diverse processen. Waaronder goedkeuring verkrijgen van andere vastgoedeigenaren, vastleggen van nieuwe afspraken, nieuwe BOPA procedure met mogelijk bezwaar. Hiermee loopt het RVB het risico dat het ontwerp laat in het proces volledig aangepast moet worden met de daarbij komende substantieel hogere ontwerpkosten als gevolg.
Aangezien het hier gaat om een aanpassing in de kelder heeft dit verregaande gevolgen voor het gehele constructieve ontwerp, mede gezien de houtbouw. Deze meerkosten die vanuit wetgeving niet nodig maar aanvullend door gemeente worden verlangd zal RVB op gemeente willen kunnen verhalen. Conclusie Bovenstaand inzicht geeft duidelijk aan dat verplaatsing van de inrit grote financiële en juridische consequenties voor gemeente en RVB hebben. Hier zijn geen beschikbare middelen voor. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3