CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322092 Beantwoording SV Wie het eerst meldt, bepaalt het demonstratierecht

Commissie Bestuur 1 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheidsdebat3.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

1 juli 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer Assad en de dames Mostert en Van Doorn, luidend: ‘Wie het eerst meldt, bepaalt het demonstratierecht?’

BSD/10893955 RIS322092

De raadsleden de heer Assad en de dames Mostert en Van Doorn hebben op 6 mei 2025 een brief met daarin dertig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 23 januari 2025 protesteerden Oeigoeren, Tibetanen en Chinese dissidenten vreedzaam in Den Haag tegen het bezoek van de Chinese vicepremier Ding Xuexiang aan premier Schoof. Uit een reconstructie van NRC1 blijkt dat deze demonstranten door de gemeente op ruime afstand van het Catshuis zijn geplaatst, buiten zicht- en gehoorsafstand van de Chinese delegatie. Tegelijkertijd werd een pro-Chinese demonstratie wél toegestaan bij de hoofdingang van het Catshuis, zichtbaar en hoorbaar voor de pers en het gezelschap van de vicepremier. De pro-Chinese demonstratie werd georganiseerd door een studentenvereniging met aantoonbare banden met de Chinese ambassade, en werd al aangemeld vóór het bezoek van de vicepremier officieel bekend was gemaakt. Ondertussen werd aan de Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten niet alleen een zicht- en hoorlocatie ontzegd, maar ook de mogelijkheid geweigerd zich bij andere vreedzame demonstranten aan te sluiten.

Op het moment dat enkele demonstranten alsnog in zicht kwamen, werden zij door de politie met een busje en zoeklicht teruggedreven — zonder dat sprake was van agressie of wanordelijkheid. Daarnaast beschrijft het artikel hoe demonstranten stelselmatig worden gefilmd door onbekenden met een vermoedelijke link naar de Chinese staat en hoe dat leidt tot angst, zelfcensuur en mogelijke repercussies voor familieleden in China. Ook dit gebeurde op 23 januari. Dit werpt de vraag op in hoeverre Den Haag demonstranten daadwerkelijk beschermt tegen transnationale intimidatie, en of de gemeente zich voldoende inspant om hun vrijheid en veiligheid te waarborgen. D66 vindt dat het demonstratierecht nooit mag worden ondermijnd. Zeker niet wanneer het gaat om groepen die zelf slachtoffer zijn van een repressief regime. Een zichtbare en hoorbare plek om te demonstreren hoort niet afhankelijk te zijn van voorkennis, invloed of inschikkelijkheid, maar van het recht om gehoord te worden. Juist Den Haag moet dat actief beschermen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

1.

Kan de burgemeester aangeven of het klopt dat de pro-Chinese demonstratie van de ACSSNL bij het Catshuis op 23 januari is aangemeld vóórdat het bezoek van de Chinese vicepremier openbaar was gemaakt? Hoe is deze demonstratie bij de gemeente bekend geworden en via welk kanaal is deze aangemeld?

Van de genoemde demonstratie bij het Catshuis op 23 januari 2025 is kennisgegeven op 17 januari 2025. Het is niet met zekerheid vast te stellen of deze kennisgeving heeft plaatsgevonden vóór of ná de officiële bekendmaking van het bezoek van de Chinese vicepremier. Overigens speelt dit aspect geen rol bij de beoordeling van een kennisgeving voor een demonstratie. 2.

Klopt het dat de Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten pas later hun demonstratie hebben aangemeld? Op basis van welke afwegingen is besloten om de locatie van de Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten te verplaatsen naar een plek op ruim 400 meter afstand van het Catshuis?

Van de Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland is op 20 januari 2025 een kennisgeving ontvangen. Er is geen kennisgeving ontvangen van een Oeigoerse organisatie. Aan de Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland is een alternatieve locatie aangeboden, omdat de beoogde locatie niet meer beschikbaar was wegens een demonstratie van een andere organisatie. Gelet op de diverse feiten en omstandigheden (staatsbezoek, beperkte ruimte, meerdere demonstraties van verschillende organisaties, risico op verstoring van de openbare orde bij conflicterende belangen, aantallen deelnemers van de demonstraties en de gewenste hulpmiddelen bij de diverse demonstraties) werd deze locatie als het meest geschikt geacht. 3.

Hoe is daarbij het internationaal erkende uitgangspunt van zichtbaarheid en hoorbaarheid (“within sight and sound”) meegewogen, welk belang is daaraan toegekend, en op welke wijze is daar naar het oordeel van de burgemeester recht aan gedaan?

Er wordt altijd naar gestreefd om demonstraties binnen zicht- en gehoorsafstand te faciliteren. Indien dat door omstandigheden in een bepaald geval niet mogelijk blijkt, wordt bekeken of het mogelijk is de demonstratie op een andere geschikte locatie te faciliteren, zodat de demonstranten ook dan in staat zijn hun gedachten en gevoelens aan anderen te openbaren. Dat is ook in dit geval gebeurd. 4.

Is de burgemeester van mening dat de locatie bij het World Forum voldeed aan het internationaal aanvaarde uitgangspunt dat demonstranten hun boodschap “within sight and sound” van het doelwit moeten kunnen uiten?

Het genoemde uitgangspunt geldt zeker ook in Den Haag. Hierbij moet worden opgemerkt, dat het gaat om een uitgangspunt waaraan ‘voor zover mogelijk’ uitvoering moet worden gegeven. Heel vaak is dit wel mogelijk, maar helaas niet altijd. Door de eerdergenoemde omstandigheden bleek het in dit geval jammer genoeg niet mogelijk om de demonstraties van de Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland en de de Falun Gong Stichting Nederland te faciliteren op de door hen beoogde locatie. Daarom zijn hun alternatieve locaties aangeboden, die zij hebben geaccepteerd.

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

5.

Welke rol speelde het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’-principe bij deze besluitvorming?

Vooropgesteld wordt, dat de wensen van de organisatie het leidende principe zijn en dat er altijd sprake is van maatwerk. Dit neemt niet weg dat het in bepaalde gevallen niet onredelijk is om ook het tijdstip van kennisgeving, net als diverse andere elementen, in de uiteindelijke afweging te betrekken. Mede gelet op het strenge wettelijke kader, is er immers soms geen ander objectief onderscheidend element op basis waarvan een goede verdeling kan worden gemaakt. In ieder geval wordt voorkomen dat er onderscheid wordt gemaakt o.b.v. de inhoud van de te openbaren gedachten en gevoelens. Dat was in deze casus dan ook niet aan de orde. 6.

Erkent de burgemeester dat dit principe ongeschikt is wanneer het leidt tot systematische uitsluiting van minderheden of kritische groepen van zichtlocaties? Zo ja, waarom is dit principe in dit geval gehanteerd? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 5. 7.

Hoe reflecteert de burgemeester op het oordeel van Amnesty International dat een overheid actief moet voorkomen dat demonstranten door vroege aanmelding een relevante demonstratielocatie kunnen blokkeren?

Op zichzelf vindt de burgemeester het onwenselijk als het recht van betoging wordt ingezet om de rechten van anderen te frustreren. Hierbij moet echter worden opgemerkt, dat de burgemeester kennisgevingen van demonstratie alleen mag toetsen aan de doelcriteria van de Wet openbare manifestaties (WOM), te weten de bescherming van de gezondheid, het belang van het verkeer en het bestrijden of voorkomen van wanordelijkheden. Een beperking, een aanwijzing, of een verbod mag bovendien geen betrekking hebben op de inhoud van de te openbaren gedachten en gevoelens. 8.

Hoe reflecteert de burgemeester, terugkijkend, op het feit dat op 23 januari door vroege aanmelding een zichtlocatie is geblokkeerd en dat een groep vreedzame demonstranten niet zichtbaar en hoorbaar heeft kunnen demonstreren richting hun beoogde doelwit? Acht de burgemeester dat hiermee recht is gedaan aan het demonstratierecht zoals bedoeld in nationale en internationale normen.

Voor de dag van het staatsbezoek zijn drie kennisgevingen gedaan: • De Studentenvereniging van Chinese studenten in Nederland. Deze kennisgeving is gedaan op 17 januari 2025. De demonstratie is voor 50 personen aangemeld voor o.a. de Johan de Wittlaan, ter hoogte van The Hague Marriott hotel. Er zou gebruik worden gemaakt van vlaggen en muziek; • de Falun Gong Stichting Nederland. Deze kennisgeving is gedaan op 20 januari 2025. De demonstratie is aangemeld voor 15 personen- voor de Adriaan Goekooplaan 10. Er zou gebruik worden gemaakt van een banner, een tafel, folders, meditatiematjes en meditatiemuziek. • De Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland. Deze kennisgeving is gedaan op 20 januari 2025. De demonstratie is aangemeld voor 60 personen voor de Adriaan Goekooplaan 10. Er zou gebruik worden gemaakt van een megafoon, Nederlandse en Tibetaanse vlaggen en borden met slogans.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

Deze kennisgevingen zijn zoals gebruikelijk in behandeling genomen door gemeente en politie. Het ging in alle drie de gevallen om vreedzame demonstraties, die gefaciliteerd konden worden. Omdat het echter niet mogelijk was om alle demonstraties op dezelfde (beoogde) locatie te faciliteren, is bekeken op welke andere locaties in de nabijheid van het Catshuis demonstraties zouden kunnen worden gefaciliteerd. Dit heeft ertoe geleid dat alle partijen in goed overleg zijn gefaciliteerd: • De Studentenvereniging van Chinese studenten in Nederland kon demonstreren op de Johan de Wittlaan, ter hoogte van The Hague Marriott hotel. • De Falun Gong Stichting Nederland kon demonstreren op de Adriaan Goekooplaan, aan de achterzijde van het Catshuis. • De Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland kon demonstreren op het Churchillplein. Er was geen sprake van een beperking of aanwijzing van de burgemeester. Alle partijen hebben de aan hen aangeboden locatie geaccepteerd. Ofschoon het te betreuren valt, dat niet alle organisaties op de door hen beoogde locatie konden demonstreren is de burgemeester van mening dat onder de gegeven omstandigheden rechtmatig is gehandeld. De burgemeester merkt hierbij op, dat de inhoud van de verschillende gedachten en gevoelens geen enkele rol heeft gespeeld bij de beoordeling. 9.

Is de burgemeester bereid voortaan actief beleid te voeren om te voorkomen dat vroege aanmeldingen van demonstraties leiden tot het blokkeren van relevante zichtlocaties voor andere groepen? Zo nee, waarom niet?

Zoals gezegd, vindt de burgemeester het op zichzelf onwenselijk als het recht van betoging wordt ingezet om de rechten van anderen te frustreren. De juridische mogelijkheden om hier iets tegen te doen zijn evenwel beperkt. Overigens valt het voor de burgemeester doorgaans niet te beoordelen of een demonstratie er daadwerkelijk (mede) op is gericht om een demonstratie van anderen te blokkeren, laat staan dat dit vervolgens in rechte kan worden aangetoond. Vooral bij bijzondere gebeurtenissen is het denkbaar dat meerdere organisaties met tegenstrijdige standpunten op dezelfde locatie willen demonstreren. Het valt dan niet of nauwelijks vast te stellen of sommige van deze demonstraties er dan mede op zijn gericht de uitoefening van het recht op betoging van andersdenkenden te bemoeilijken. Uiteindelijk komt het altijd neer op maatwerk. In overleg met de betrokken organisaties zal steeds worden gestreefd naar maximale facilitering van het recht op betoging. 10.

Heeft de burgemeester overwogen of, en zo ja waarom, het wenselijk was dat de ene groep demonstranten (in dit geval de pro-Chinese demonstratie) direct zichtbaar en hoorbaar kon zijn voor de delegatie, terwijl een andere groep demonstranten (de kritische demonstranten) dat niet kon? Indieners merken hierbij op dat het hen niet gaat om de inhoud van de demonstraties, maar om het beginsel dat beide groepen in gelijke mate recht hebben op een zicht- en hoorlocatie. Op zichzelf had de burgemeester het wenselijk gevonden als iedere organisatie op de door hen beoogde locatie, binnen zicht- en gehoorsafstand had kunnen demonstreren. Dit bleek echter helaas niet mogelijk. Nog los van de beperkte ruimte, werd het niet verstandig geacht om de diverse organisaties op dezelfde locatie te laten demonstreren. Ter voorkoming van wanordelijkheden moet vermenging van groepen worden voorkomen en moet er voldoende werkruimte overblijven voor de politie om op te treden bij calamiteiten of ongeregeldheden.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

11.

Klopt het dat verzoeken van Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten om hun protest dichter bij het Catshuis te mogen houden zijn geweigerd? Wat was hiervoor de onderbouwing? Klopt het dat ook het verzoek is afgewezen van de Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten om zich aan te sluiten bij een andere vreedzame demonstratie (zoals die van Falun Gong)? Wat was hiervoor de onderbouwing?

Zoals gezegd wordt er altijd naar gestreefd om demonstraties op de gewenste locatie te faciliteren. Of demonstraties gelijktijdig op dezelfde locatie kunnen worden gefaciliteerd waarbij de veiligheid van demonstranten en derden kan worden gegarandeerd, hangt echter af van meerdere factoren zoals de fysieke eigenschappen van de gewenste locatie en het aantal demonstranten dat daarvan gebruik wenst te maken. Ten aanzien van de demonstraties op 23 januari jl. zijn alle partijen, binnen de mogelijkheden van het moment, gefaciliteerd. Omdat de locatie al in gebruik was door een andere partij is in goed overleg gezocht naar de best mogelijke alternatieve locatie. Op het moment dat de aanvankelijke locatie beschikbaar was om te demonstreren, zijn de Tibetanen alsnog in de gelegenheid gesteld om hun demonstratie voort te zetten op deze locatie. 12. Kan de burgemeester aangeven of de politie op 23 januari aanwijzingen heeft gehad voor dreigend geweld of wanordelijkheid vanuit de kritische demonstranten? Er was bij de politie geen informatie bekend over mogelijk dreigend geweld of dreigende wanordelijkheden. 13. Klopt het dat de politie gebruik heeft gemaakt van een busje, luidspreker en zoeklicht om demonstranten fysiek terug te dringen van de route van de Chinese vicepremier, ook toen zij zich vreedzaam opstelden? Het zoeklicht is ingezet bij het begeleiden van de demonstranten.

De demonstratie was op dat moment echter al beëindigd. Het ging dan ook om vertrekkende demonstranten. Om zorg te kunnen dragen voor de veiligheid van alle aanwezigen is gevraagd meer afstand te nemen. 14. Heeft de burgemeester de locatiekeuze en het optreden van de politie op 23 januari geëvalueerd? Zo nee, waarom niet, en is de burgemeester bereid dit alsnog te doen in het licht van het uitgangspunt dat demonstraties zichtbaar en hoorbaar moeten kunnen zijn voor hun doelwit? Is de burgemeester bereid deze evaluatie te delen met de raad? De burgemeester kijkt in principe standaard terug op demonstraties en de bijbehorende dilemma’s die zich daarbij voordoen. Dit gebeurt, afhankelijk van de situatie, in overleg met de organisator – op hun of ons initiatief – of zelfstandig. In het geval van de demonstratie op 23 januari is er op dit moment geen aparte evaluatie uitgevoerd, mede omdat de demonstratie zonder noemenswaardige incidenten is verlopen en de demonstranten zelf konden instemmen met de aan hen aangeboden locaties. Het uitgangspunt dat demonstraties zichtbaar en hoorbaar moeten zijn voor hun doelwit is een belangrijk richtsnoer, maar betreft een inspanningsverplichting en geen absoluut recht. Binnen de bestaande mogelijkheden is getracht aan iedere organisatie een zo geschikt mogelijke locatie aan te bieden.

De demonstranten hebben destijds ook aangegeven zich in de aangeboden locatie te kunnen vinden.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

Tegelijkertijd erkent de burgemeester dat het vraagstuk van ruimteverdeling in de stad complex en casuïstisch is, waarbij de inhoud van de demonstratie geen rol mag spelen. Gezien de bredere relevantie van dit onderwerp zal de burgemeester dit vraagstuk meegeven aan de de WODConderzoekers die zich verdiepen in demonstratierecht en de toepassing daarvan in de praktijk 15.

Waarom is gekozen voor precies deze locatie (hoek Churchilllaan/World Forum) voor de kritische demonstranten? Zijn ook alternatieven onderzocht die dichter bij het Catshuis lagen en zicht boden? Heeft de gemeente getoetst of de gekozen locatie effectief was voor de uitoefening van het demonstratierecht en wat kwam hieruit?

Er wordt altijd gekeken naar geschikte locaties in de nabijheid van de gewenste locatie als deze niet beschikbaar is. 16. Heeft de burgemeester overwogen om de latere aanmelders alsnog dichter bij het Catshuis te faciliteren, gelet op de inhoud en aard van hun protest? Er is bekeken welke andere geschikte locaties er waren om de demonstraties van de Falun Gong Stichting Nederland en de Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland te faciliteren. Er waren geen geschikte locaties beschikbaar dichter bij het Catshuis. 17.

Kan de burgemeester aangeven of de gemeente of politie voorafgaand aan 23 januari contact heeft gehad met het kabinet of de Rijksvoorlichtingsdienst over de geplande demonstraties? Zo ja, welk invloed heeft dit gehad op de besluitvorming?

Er is geen contact geweest met het kabinet of de Rijksvoorlichtingsdienst over de beoordeling van de kennisgevingen. 18. Heeft de Chinese ambassade bezwaar gemaakt tegen zichtbare protesten van Oeigoeren, Tibetanen of Falun Gong in de nabijheid van de delegatie? De burgemeester beoordeelt en faciliteert demonstraties conform de wet. Ambassades hebben hierbij geen rol en er is in deze casus ook geen contact geweest tussen een ambassade en de gemeente. 19. Is bij de gemeente of politie bekend dat demonstranten structureel worden gefotografeerd en gefilmd door onbekenden tijdens protesten gericht tegen de Chinese overheid? Heeft de gemeente ooit onderzoek laten doen naar de aanwezigheid van Chinese ‘waarnemers’ of ‘influencers’ bij demonstraties in Den Haag? 20. Wordt er gemonitord of en hoe buitenlandse actoren het demonstratieklimaat in Den Haag beïnvloeden? Ad 19 en 20 Het college heeft hier geen signalen over en ziet ook geen aanleiding hier onderzoek naar te (laten) doen of dit te monitoren. Het college heeft ook geen bevoegdheden om hier eventueel tegen op te treden. Voor zover er strafbare feiten worden gepleegd is dat ter beoordeling van het Openbaar Ministerie.

De beoordeling in hoeverre er in Nederland sprake is van ongewenste buitenlandse inmenging is aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst onder verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In voorkomende gevallen is de minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor diplomatiek contact.

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

21. Kan de burgemeester aangeven of de gemeente of de politie aanwijzingen heeft dat deze beelden worden gedeeld met of gebruikt door personen of instanties die gelieerd zijn aan de Chinese overheid? Het is de politie bekend dat er door meerdere partijen beelden zijn gemaakt. Het is de politie niet bekend met welke intentie dit is gedaan. 22. Hoe beoordeelt de burgemeester de impact hiervan op het demonstratieklimaat in Den Haag, met name voor activisten van Oeigoerse, Tibetaanse of Chinese afkomst? Als demonstranten zich door acties van anderen belemmerd voelen in de uitoefening van hun recht op betoging dan is dit in principe onwenselijk en slecht voor het demonstratieklimaat. 23. Welke maatregelen treft de burgemeester om demonstranten te beschermen tegen deze vorm van transnationale repressie en intimidatie? Zie het antwoord op de vragen 19 en 20. 24. Worden demonstranten geïnformeerd over hun rechten en over hoe zij zich kunnen beschermen tegen identificatie of intimidatie? Indien demonstranten hier vragen over hebben, worden zij daarover voor zover mogelijk geïnformeerd. 25. Heeft de burgemeester signalen ontvangen dat demonstranten afzien van deelname uit angst voor repercussies voor hun familie in het buitenland? Nee, hierover heeft de burgemeester geen signalen ontvangen. 26.

Is de burgemeester zich ervan bewust dat sommige demonstranten vanwege risico’s voor familie in het buitenland hun deelname aan protesten beperken of anonimiseren? Herkent dat dit een chilling effect kan hebben op het demonstratierecht? Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 21 is het bekend dat er door meerdere partijen beelden zijn gemaakt. Het is niet bekend met welke intentie dit is gedaan. Als dit een chilling effect heeft op het demonstratierecht, dan kan dit een onwenselijke belemmering vormen voor de uitoefening van het recht op betoging. 27. Is er contact met organisaties zoals Amnesty of lokale diaspora-organisaties over bescherming van deze groepen tijdens demonstraties? Nee. 28. Welke concrete stappen neemt de burgemeester om structureel veilige deelname mogelijk te maken voor groepen die doelwit zijn van transnationale repressie? Ad 27 en 28 De bescherming van mensen rondom demonstraties is een zaak van de politie. De politie zal zich blijven inzetten om demonstraties te faciliteren en deelnemers hier veilig aan deel te laten nemen.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10893955

29. Wat doet het college om de algemene veiligheid van Oeigoerse, Tibetaanse en andere Chinese dissidente groepen in Den Haag te beschermen, ook buiten demonstraties om? 30. Op welke wijze werkt het college samen met maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en andere partners om de veiligheid van deze groepen structureel te waarborgen? Ad 29 en 30 Het college onderhoudt waar mogelijk contacten met vertegenwoordigers van gemeenschappen in de stad over mogelijke gevoelens van onveiligheid en de wijze waarop de gemeente hen kan ondersteunen. Op landelijk niveau sluit de gemeente aan bij diverse werkgroepen die als doel hebben om ongewenste buitenlandse inmenging (OBI) en de dreiging die hieruit voortkomt (onder andere binnen deze gemeenschappen) zoveel als mogelijk tegen te gaan. De landelijke aanpak op OBI wordt gecoördineerd door de NCTV. Deze aanpak staat los van de inzet van de burgemeester ten aanzien van faciliteren van demonstraties. De inhoud van demonstraties speelt hierbij geen enkele rol. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15754066/1