CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322089 Aanvullende vragen Demonstraties op afstand gehouden bij bezoek Chinese vicepremier

Commissie Bestuur 1 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheidsdebat1.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 322089 Schriftelijke Vragen: Aanvullende vragen demonstraties op afstand gehouden bij bezoek Chinese vicepremier Indieners: Lesley Arp (SP), Hera Butt (GL), Fatima Faïd (HSP), Robin Smit (PvdD) en Lotte van Basten Batenburg (VVD)

Datum: 30 april 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 29 april 2025 publiceerde NRC de reconstructie getiteld ‘Hoe kritische demonstranten tijdens Chinees staatsbezoek in Den Haag uit het zicht verdwenen’(hierna: het ‘NRC-artikel’) 1). Dit artikel maakt deel uit van het project ChinaTargets, waarin NRC en het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) onderzoek doen naar de onderdrukking van critici door China in het buitenland. Voor het artikel bezocht NRC vier protestacties van tegenstanders van de Chinese Communistische Partij in Nederland. Het artikel beschrijft onder andere de wijze waarop de gemeente Den Haag en de politie het demonstratierecht hebben gefaciliteerd op 23 januari 2025, tijdens een bezoek van de vicepremier van China aan het Catshuis. Een steundemonstratie kreeg hierbij een prominente plek, terwijl een tegendemonstratie buiten het zicht van het staatsbezoek werd gefaciliteerd. Overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van Orde, en in aanvulling op de vragen van D66, stellen de raadsleden Lesley Arp (SP), Hera Butt (GroenLinks), Fatima Faïd (Haagse Stadspartij), Robin Smit (Partij voor de Dieren) en Lotte van Basten Batenburg (VVD) de volgende vragen: 1. Is het college bekend met het NRC-artikel van 29 april 2025? 2.

Klopt het dat critici van de Chinese overheid via de voorzitter van de Stichting Tibetaanse Gemeenschap Nederland een demonstratie op de dag van het staatsbezoek vooraf digitaal hadden aangemeld en hierbij hadden aangegeven voor het Catshuis te willen demonstreren? 3. Klopt het dat de aanmelder de dag voor de demonstratie van een vertegenwoordiger van de politie te horen kreeg dat deze locatie al bezet was en een andere demonstratielocatie aangereikt kreeg, te weten op de hoek van het World Forum en de Churchilllaan? Waarom is voor deze alternatieve locatie gekozen? Waren er geen betere alternatieven, dichterbij het Catshuis, voorhanden? 4. Kan het college aangeven of het klopt dat ook de Falun Gong-beweging, die eveneens op deze dag demonstreerde tegen het staatsbezoek, niet voor het Catshuis mocht demonstreren maar alleen bij de achteringang van de ambtswoning? Zo ja, waarom is voor deze locatie gekozen? 5. Waren er ook andere aanmeldingen van demonstraties om voor het Catshuis te willen demonstreren op de dag van het staatsbezoek? Zo ja, welke (van wie), wanneer en wat is daarmee gedaan door het college en/of de politie?

Door deze alternatieve demonstratielocaties te accepteren zijn de critici van de Chinese overheid niet in de gelegenheid gesteld om in het zicht van de bezoekende vicepremier hun mening over te brengen. Dit lijkt op gespannen voet te staan met het ‘within sight and sound’principe, dat stelt dat de overheid zich maximaal moet inspannen om een demonstratie mogelijk te maken binnen gezichts- en geluidsafstand van het doel. Een demonstratie met het doel om steun te betuigen aan de vicepremier kreeg echter wel een locatie bij de ingang van het Catshuis toegewezen. Volgens NRC is deze demonstratie aangevraagd door de Studentenvereniging van Chinese studenten in Nederland (ACSSNL). Op de dag van de demonstratie zelf zouden betogende Oeigoeren en Tibetanen aan de politie hebben gevraagd of zij hun protest alsnog naar de vooringang van het Catshuis mochten verplaatsen, of anders mochten aansluiten bij de Falun Gong-demonstratie aan de achterkant. De politie zou hierop hebben aangegeven dat dit niet mogelijk was op basis van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Uit onderzoek van NRC blijkt dat de demonstratie van steunbetuigers al was aangemeld op 17 januari 2025, nog voordat het staatsbezoek officieel bekend was gemaakt.

Omdat de organisatoren van de andere demonstraties toen überhaupt nog niet op de hoogte waren van het staatsbezoek – het was immers nog geen publieke informatie – was het in feite onmogelijk voor hen om zich als eerste aan te melden voor een demonstratie voor het Catshuis. 6. Welke officiële motivering hebben de organisatoren van de demonstraties die kritisch waren op het staatsbezoek ontvangen voor het feit dat zij niet mochten demonstreren op hun voorkeurslocatie? Op welke wijze en op welke momenten is deze motivering overgebracht? 7. Klopt het dat bij de keuze om de twee kritische demonstraties niet een plek voor het Catshuis te geven twee overwegingen een rol hebben gespeeld: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ en het voorkomen van de ‘vermenging van groepen’, zoals een woordvoerder van de burgemeester in NRC aangeeft? Speelden er nog andere overwegingen een rol en zo ja, welke? Welke overwegingen hebben een doorslaggevende rol gespeeld bij het bepalen dat de kritische demonstraties niet voor het Catshuis kunnen plaatsvinden? 8. Is het ‘within sight and sound’-principe ook meegenomen in deze overweging? Zo ja, waaruit blijkt dit? Zo nee, waarom niet? 9.

Hoe kijkt het college naar de stellingname van Amnesty International in het NRCartikel dat het ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-principe op grond van internationale richtlijnen juist zoveel mogelijk moet worden vermeden, omdat moet worden voorkomen dat bepaalde groepen vooraf een tijd en plaats van een demonstratie kunnen ‘blokkeren’ voor andere groepen die dan ook hun stem wensen te laten horen? Is het college op de hoogte van dit principe binnen het demonstratierecht waar Amnesty International naar verwijst? 10. Wat heeft het college (samen met de politie en/of het Openbaar Ministerie) concreet gedaan om ervoor te zorgen dat alle drie de groepen zo dicht mogelijk in de buurt van de ingang van het Catshuis konden demonstreren? 11. Is het college het met de indieners van deze vragen eens dat alleen een onbeheersbaar risico op escalaties een legitieme reden kan zijn om een of meerdere organisatoren in een situatie als deze te verwijzen naar een andere locatie in de nabije omgeving, ondanks het feit dat de verschillende organisatoren dezelfde voorkeurslocatie hadden opgegeven? Zo nee, waarom niet? 12. Klopt het dat, zoals een woordvoerder van de burgemeester in het NRC-artikel stelt, er vooraf geen aanwijzingen van mogelijk geweld bij het bezoek van de vicepremier

waren? Zo ja, hoe verklaart men dan de keuze om de verschillende demonstraties niet allemaal zo dicht mogelijk in de buurt van de ingang van het Catshuis te laten plaatsvinden? 13. Wat is de reden dat de Oeigoerse en Tibetaanse demonstranten ook geen toestemming kregen om zich bij de Falun Gong-demonstratie aan de achterzijde van het Catshuis te voegen? Welke redenen hiervoor zijn op de dag van het staatsbezoek richting de demonstranten zelf gecommuniceerd? 14. Zijn er andere demonstranten geweest die geen toestemming hebben gekregen om zich te voegen aan de demonstratie aan de achterzijde van het Catshuis? Graag een toelichting. 15. Klopt het dat een kleine groep kritische demonstranten, op het moment van aankomst van de vicepremier, met een rijdend politiebusje is teruggedreven toen zij een poging deden richting de ingang van het Catshuis te lopen? Zo ja, in hoeverre vindt het college dit handelen van de politie proportioneel? Waarom is er niet juist voor gekozen deze kleine groep demonstranten te faciliteren bij het uitoefenen van hun demonstratierecht? 16. Klopt het dat de demonstratie tot 18:00 uur was toegestaan, terwijl de Chinese delegatie pas na 18:00 uur arriveerde? Zo ja, hoe is deze tijdsbeperking tot stand gekomen? In hoeverre konden demonstranten daadwerkelijk demonstreren tegen de delegatie? 17.

Kan het college aangeven welke rol de Koninklijke Marechaussee speelde bij de demonstraties en het geven van de informatie over het arriveren van de Chinese vicepremier in het Catshuis? 18. Zijn er persoonsgegevens verzameld van demonstranten tijdens de demonstratie, bijvoorbeeld via cameratoezicht of ander apparatuur met gezichtsherkenning? Zo ja, wat is de juridische grondslag hiervoor? 19. Zijn er (video)beelden van demonstranten gemaakt door omstanders? Deelt u de zorg dat dit demonstranten kan afschrikken omdat het mogelijk is dat deze (video)beelden met de Chinese overheid worden gedeeld? Wat doet het college om deze demonstranten en het demonstratierecht in deze omstandigheden te beschermen? Hoe verhoudt het college zich tot anonimiteit (bijvoorbeeld middels gezichtsbedekking) van demonstranten? 20. Is het college bekend met de Studentenvereniging van Chinese studenten in Nederland (ACSSNL)? In hoeverre is deze organisatie bezig met ongewenste Chinese beïnvloeding en/of inmenging in Den Haag en/of Nederland? 21. Hoe gaat het college er in de toekomst bij Chinese staatsbezoeken voor zorgen dat demonstranten de kans krijgen om hun stem op de relevante plaats en tijd te laten horen? Welke lessen trekt het college hierbij uit het bezoek van de vicepremier van 23 januari 2025? Lesley Arp SP

Hera Butt GroenLinks

Lotte van Basten Batenburg VVD

Fatima Faïd Haagse Stadspartij

Robin Smit Partij voor de Dieren

1) Hoe kritische demonstranten tijdens Chinees bezoek aan Den Haag uit het zicht verdwenen - NRC

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15489146/1