RIS322078 Beantwoording SV Duinbranden
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
1 juli 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Gerritsen, luidend: ‘Duinbranden’
DSB/10896076 RIS322078
Het raadslid mevrouw Gerritsen heeft op 12 mei 2025 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In april hebben zich al twee duinbranden voorgedaan. Een tussen het Zuiderstrand en Duindorp en een aan de Laan van Poot. Het is niet gebruikelijk dat er in april al duinbranden zijn. 1.
Is het college bekend met de twee duinbranden?
Het college is hiermee bekend. 2.
Kan het college aangeven hoe groot het beschadigde gebied is?
Naar schatting is maximaal 800 m2 duingebied verbrand. 3.
Is het college op de hoogte van de oorzaak van de branden? Graag toelichten.
De brandweer voert geen actief onderzoek uit naar de oorzaak van natuurbranden. In bepaalde gevallen is de oorzaak van een natuurbrand direct duidelijk. Zo is de brand nabij de De Savornin Lohmanlaan veroorzaakt door een brandende scooter. De oorzaak van de andere brand is onbekend. 4.
Is het college het met de indiener eens dat duinbranden zo vroeg in het jaar zorgwekkend zijn?
Factoren zoals aanhoudende droogte, warmte, lage luchtvochtigheid en wind vergroten het risico op een duinbrand. Deze factoren en de combinatie daarvan doen zich elk jaar voor, maar treden de laatste jaren vroeger in het seizoen op. Als gevolg hiervan start de periode dat men bedacht moet zijn op een duinbrand eerder en duurt deze langer. De afgelopen jaren heeft Brandweer Haaglanden dan ook de capaciteit voor het bestrijden van duinbranden uitgebreid en vindt ten behoeve van de onderlinge samenwerking regelmatig afstemming plaats tussen de brandweer en beheerders van de duingebieden. 5.
Zijn er, naast de vernietiging van het helmgras, al signalen over de gezondheid van de lokale dierenpopulaties?
Het college heeft hier geen zicht op. In zijn algemeenheid worden met name lokale insectenpopulaties door duinbranden sterk negatief beïnvloed. De grootschalige natuurbranden in de Schoorlse duinen uit de periode 2009-2011 lieten met name een sterke teruggang zien in de lokale mierenpopulaties. In hoeverre er effecten zijn van een duinbrand op gewervelde dieren hangt sterk af van de periode en locatie van de brand. Met name in het broedseizoen kunnen er onder vogels slachtoffers vallen wanneer het vuur nesten met eieren en/of nog niet vliegvlugge jongen vernietigt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10896076
Beide branden waren dusdanig vroeg in het broedseizoen, dat de kans op slachtoffers onder vogels nihil is. Effecten op zoogdieren, reptielen en amfibieën van de beide branden zijn naar verwachting klein. Deze dieren kunnen doorgaans wegvluchten of zich in het zand ingraven. Dat er een incidenteel slachtoffer is gevallen, is niet uit te sluiten. Van beide branden zijn geen effecten op populatieniveau te verwachten. Daarvoor was de omvang van beide branden te beperkt. Opgemerkt wordt dat een natuurbrand in de basis natuurlijk verschijnsel is, waar dierpopulaties zich van herstellen en nieuwe habitats worden gecreëerd. Ook bieden natuurbranden kansen voor gespecialiseerde soorten. Zo komen er in Nederland circa 50 soorten paddenstoelen voor die (vrijwel) uitsluitend op voormalige brandplekken groeien en is er een keversoort die uitsluitend in verbrande bossen voorkomt. 6.
Kan het college vertellen wat de reactietermijn van de brandweer is voor duinbranden en wat voor blusmethode hiervoor wordt gebruikt?
De brandweer past de operationele procedures aan op de inschatting van het risico op het ontstaan en uitbreiden van een natuurbrand. Er is dus geen sprake van een standaard reactietermijn. De brandbestrijding bestaat uit een combinatie van blussen met water en het lokaal verminderen van de aanwezige brandstof door met klein gereedschap vegetatie te verwijderen. 7.
Van welke waterbron wordt gebruikgemaakt voor het blussen van duinbranden?
Iedere tankautospuit heeft voldoende water bij zich voor de eerste inzet en is gevuld vanuit een brandkraan of met oppervlaktewater verkregen vanuit een sloot of vijver. Aanvullend op het standaardmaterieel beschikt de Brandweer Haaglanden voor natuurbranden over diverse aanvullende voertuigen die bluswater naar het duingebied kunnen brengen. Voor de inname van bluswater in de duinen heeft Dunea in de drinkwaterwingebieden speciale waterinnamepunten voor de brandweer aangelegd, die indien nodig gebruikt kunnen worden. 8.
Hoe beschermt het college de natuur in de duinen tegen de recordhoge temperaturen en droogte die steeds vaker zullen plaatsvinden?
Als gevolg van de toenemende opwarming van de aarde verandert het lokale klimaat wereldwijd op vele plekken. Hogere temperaturen en langere perioden van droogte in de Haagse duinen zijn hier een voorbeeld van. Het college heeft geen mogelijkheden om de negatieve effecten hiervan op natuur te mitigeren. Voor het beperken van de risico’s op natuurbranden wordt verwezen naar vraag 9. 9.
Klimaatverandering veroorzaakt steeds langere periodes van droogte. Wat zijn de verwachtingen in de (nabije) toekomst? Wordt onderzocht hoe de risico’s van duinbrand kunnen worden beperkt?
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 4 is de verwachting dat het natuurbrandenseizoen langer gaat worden en heeft de Brandweer Haaglanden daarom de capaciteit voor het bestrijden van natuurbranden uitgebreid. Daarnaast wordt landelijk - in lijn met de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie - gewerkt aan een integrale aanpak van preventie, mitigatie en bestrijding van natuurbranden. In deze integrale aanpak werken provincies, gemeenten, natuurorganisaties en veiligheidsregio’s – waaronder de Veiligheidsregio Haaglanden - samen om ervoor te zorgen dat de impact van natuurbranden in Nederland beperkt blijft.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10896076
10.
Zijn er methodes om duinbranden eerder te signaleren dan meldingen van bewoners?
Nee. De brandweer is voor de duingebieden in onze regio afhankelijk van meldingen van personen in de omgeving van de duinen, zoals recreanten of omwonenden. 11. Wordt het gebied gemonitord om risicolocaties in beeld te brengen, of is bij droogte het hele duingebied een risicogebied? Het gehele duingebied is een risicogebied. 12. Hoe worden bezoekers van de duinen geïnformeerd over de risico’s van droogte en brandgevaar in de duingebieden? Kan dit geïntensiveerd worden? Bij de entrees van de duingebieden wordt aangegeven dat open vuur, koken, barbecueën en vuurwerk verboden zijn. Tevens wordt in periodes met een vergrote kans op natuurbranden via het hethaagsegroen.nl gewezen op de risico’s van duinbranden en breed gedeeld via sociale media. Vooralsnog ziet het college geen reden om deze campagnes te intensiveren, maar dit kan in langere periodes van droogte wijzigen. 13. Zijn er aanvullende maatregelen die getroffen kunnen worden om duinbrand te voorkomen, zoals een barbecue- en stookverbod rondom het natuurgebied en extra surveillance? Extra toezicht in het duingebied zorgt voor een betere handhaving van de toegangsregels, waarmee de kans op een natuurbrand enigszins wordt verkleind. Extra toezicht zonder extra formatie is echter onwenselijk omdat dat ten koste gaat van de noodzakelijk handhaving in andere groengebieden.
Naast extra toezicht is goede voorlichting in periodes van langere droogte essentieel. 14. Zijn er voldoende boswachters en boa’s om het duingebied te surveilleren? Zo nee, hoe veel zijn er nu en hoe veel zouden er nodig zijn. Er zijn verschillende maatregelen die meer of minder kunnen bijdragen aan het voorkomen van duinbranden. De aanwezigheid van boswachters is slechts een van die maatregelen en biedt op zichzelf geen garantie dat duinbranden niet meer voorkomen. De inzet van boswachters kan wel een positief effect hebben op de naleving van de toegangsregels en een bijdrage leveren aan het signaleren van branden in een vroeg stadium. Oplettendheid en meldingsbereidheid van bezoekers van het gebied zetten echter meer zoden aan de dijk, omdat bezoekers in veel grotere aantallen in het gebied aanwezig zijn. Met dat in het achterhoofd acht het college de huidige inzet voldoende. Den Haag beschikt nu over een team van 18 boswachters die hun aandacht moeten verdelen over alle groengebieden. Dat betekent dat er vrijwel dagelijks boswachters actief zijn in het duingebied maar niet de hele dag. Daarnaast zijn er tot en met juni 2025 met steun van de provinciale subsidieregeling ‘Natuurmaatregelen Programma Natuur en Natuurpact 2023-2025’ 2 fte extra voor het Westduinpark ingezet. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3