RIS322037 Beantwoording SV Opheldering over schokkend crisisscenario Binnenhof
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
17 juni 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Sluijs, luidend: ‘Opheldering over schokkend crisisscenario Binnenhof’
BSD/10888489 RIS322037
Het raadslid de heer Sluijs heeft op 22 april 2025 een brief met daarin 10 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met het bericht van Den Haag FM van 15 april jl. waarin staat dat het ministerie van Algemene Zaken in crisisscenario’s bereid was delen van het Binnenhof op te offeren bij brand?
Ja, het college is bekend met het bericht van Den Haag FM van 15 april 2025. 2.
Is de gemeente betrokken geweest bij crisisoefeningen, veiligheidsplannen of besluitvorming over het opofferingsscenario van delen van het Binnenhof? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, vindt het college dat de gemeente hierbij betrokken had moeten worden?
Het college is niet betrokken geweest bij planvorming rondom een opofferingsscenario. Op basis van de bevoegdheden van de burgemeester en op advies van de brandweer is het Rijk als eigenaar en gebruiker van het Binnenhof aangeschreven om het pand te verlaten, omdat het brandgevaar onaanvaardbaar groot was en niet langer met aanvullende maatregelen beheersbaar was. In het college is op 9 juli 2024 besproken dat verder uitstel niet zou worden verleend en dat, indien nodig, handhavend zou worden opgetreden. Er is geen enkele wijze waarop het college betrokkenheid had willen of kunnen hebben bij opofferingsscenario’s. 3.
Wat is volgens het college de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente Den Haag in de bescherming van rijksmonumenten als de Ridderzaal en andere onderdelen van het Binnenhofcomplex bij brand of andere calamiteiten?
Brandveiligheid is primair de zorg van de eigenaar en gebruiker van het pand. Voor Rijksmonumenten gelden dezelfde wettelijke brandveiligheidseisen die voor reguliere gebouwen gelden. Ongeacht of het om reguliere gebouwen gaat of om monumenten, adviseert de brandweer het bevoegd gezag over vergunningverlening en/of brandveilig gebruik. Verder heeft de gemeente een rol ten aanzien van de coördinatie van de hulpdiensten en het waarborgen van de openbare orde en veiligheid. 4.
Acht het college het aanvaardbaar dat een ministerie bewust zou kunnen kiezen om iconische gebouwen als de Ridderzaal op te offeren bij brandbestrijding, zonder daar vooraf transparantie over te bieden richting de stad en gemeenteraad?
1) https://www.denhaagfm.nl/dhfm/4955706/ministerie-van-algemene-zaken-was-bereid-ombij-brand-delen-vanbinnenhof-op-te-offeren
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10888489
Nee, het college acht het niet aanvaardbaar dat een dergelijke afspraak vooraf wordt gemaakt. In een schriftelijke reactie aan de gemeente (15 augustus 2024) heeft de brandweer toegelicht zich ook niet te herkennen in de afspraak die door AZ wordt beschreven in de brief d.d. 12 augustus 2024 dat in geval van een brand “de keuze wordt gemaakt om de bouwdelen gecontroleerd af te laten branden binnen bepaalde grenzen (stoplijnen)”. In deze schriftelijke reactie is door de brandweer toegelicht dat het Binnenhofcomplex niet voldoet aan de minimale brandveiligheidseisen en dat er daardoor allerminst zekerheid is dat een brand ook daadwerkelijk bij brandscheidingen zal kunnen worden tegenhouden. Hierdoor kan een onbeheersbare brand ontstaan die ertoe kan leiden dat de brandweer genoodzaakt is zich te richten op het stoppen van deze brand bij de eerstvolgende stoplijn. Dit kan resulteren in een verlies van dit bouwdeel, maar dit is geen keuze die vooraf door de brandweer is gemaakt of kan worden gemaakt. 5.
Heeft het college sinds de bekendmaking van deze crisisscenario’s contact gezocht met het ministerie van Algemene Zaken of de Haagse veiligheidsregio om opheldering te krijgen over de gekozen aanpak? Zo nee, is het college bereid dat alsnog te doen?
De renovatie van het Binnenhofcomplex gebeurt in nauwe afstemming tussen de gemeente, brandweer, het ministerie van Algemene Zaken en het Rijksvastgoedbedrijf. Van een aanpak dat in geval van een brand ‘de keuze wordt gemaakt om de bouwdelen gecontroleerd af te laten branden binnen bepaalde grenzen (stoplijnen)’, is geen sprake (zie ook de beantwoording van vraag 4). 6.
Welke lessen trekt het college uit deze onthulling met het oog op de toekomst, waarin het vernieuwde Binnenhof wederom een centraal punt van de stad zal vormen voor bestuur, cultuur en toerisme?
Zie de beantwoording van vraag 5. De brandveiligheid van het Binnenhofcomplex zal na afronding van de renovatie aanzienlijk zijn verbeterd. 7.
Is het college bereid om met het ministerie in gesprek te gaan over alternatieve scenario’s waarbij het erfgoed van het Binnenhof – dat onlosmakelijk verbonden is met de identiteit van Den Haag – zoveel mogelijk beschermd wordt in crisissituaties?
Het Rijk is als eigenaar van rijksbeschermd cultureel erfgoed verplicht zorg te dragen voor het Binnenhof, ook in crisissituaties. Die verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar. Zowel de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de gemeentelijk adviseurs van Monumentenzorg, de Haagse Pandbrigade én de brandweer hebben hierin een toezichthoudende dan wel een adviserende rol. In het kader van de renovatie van het Binnenhof worden de diverse scenario’s van crisissituaties met betrekking tot (brand)veiligheid met de diverse betrokken instanties besproken. 8.
Kan het college garanderen dat de gemeente tijdig en volledig wordt geïnformeerd wanneer het Rijk besluiten neemt die (ook) gevolgen hebben voor de openbare orde, veiligheid of erfgoedbelangen van Den Haag?
Nee, het college kan niet garanderen dat de gemeente tijdig en volledig wordt geïnformeerd over door het Rijk genomen besluiten. Het college kan wel bij het Rijk verzoeken om in voorkomende gevallen tijdig en volledig geïnformeerd te worden.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10888489
9.
Hoe beoordeelt het college het feit dat het ministerie blijkbaar scenario’s opstelde waarin ‘het beperken van imagoschade’ voorrang kreeg boven het behoud van het monumentale erfgoed?
Zie het antwoord op vragen 4 en 5. 10. Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van deze berichtgeving, met de gemeenteraad in gesprek te gaan over de rol van de gemeente in de veiligheidsstructuur rondom het Binnenhof en de informatiepositie van de raad daarin? Indien daar vanuit de raad behoefte aan is, is het college vanzelfsprekend bereid het gesprek aan te gaan om te bespreken op welke wijze de betrokkenheid en informatievoorziening verder versterkt kunnen worden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3