CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322035 Beantwoording SV Vervolgvragen Betaalbare warmte onder druk

Commissie Leefomgeving 25 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Voortgang WarmtelinQ april 20252.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

20 mei 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Dumoulin, luidend: ‘Vervolgvragen Betaalbare warmte onder druk’

DSO/10890120 RIS322035

Het raadslid de heer Dumoulin heeft op 24 april 2025 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In de beantwoording van de schriftelijke vragen “Betaalbare warmte onder druk” (RIS321550) stelt het college in reactie op vraag 2 dat de gemeente Den Haag en Hagenaars geen geld hoeven te investeren in het WarmtelinQ-project. Daarmee gaat het college voorbij aan de vraag of het project onvoorspelbare (financiële) gevolgen kan hebben voor Hagenaars. Volgens de website van WarmtelinQ spelen eventuele toegenomen kosten ‘indirect een rol in de rekening voor stadswarmte’. De aanlegkosten worden doorberekend aan warmteleveranciers die dat kunnen doorberekenen aan de eindgebruiker. Het maximale tarief is nu nog gekoppeld aan de gasprijzen, maar dat wordt met de Wet collectieve warmte waarschijnlijk gekoppeld aan gemaakte kosten, plus een redelijk tarief. Niet voor niets stelt de Raad van State over dit deel van het wetsvoorstel: “Niet te veel betalen, is echter niet hetzelfde als betaalbare tarieven voor gebruikers”. 1.

Ziet het college net als de Haagse VVD en de Raad van State risico’s in de betaalbaarheid van warmte in Den Haag op het moment dat het maximale tarief gekoppeld gaat worden aan gemaakte kosten plus een redelijk tarief? Graag een toelichting.

Als het gaat om de risico’s in de betaalbaarheid van warmtenetten in het algemeen en voor Den Haag in het bijzonder baseert het college zich op de Kamerbrief van 17 april 2025 met als titel “Actualisatie randvoorwaarden collectieve warmte” van minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei), mede namens minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), waarin toelichting wordt gegeven hoe te komen tot ‘betaalbare’ warmte(netten). Randvoorwaarde 1 in de brief betreft het borgen van relatieve betaalbaarheid: als een warmtenet voor de samenleving de goedkoopste duurzame optie is, moet dit leiden tot een aantrekkelijke prijs voor de eindgebruiker. In de brief schrijft de minister: “Voorafgaand aan de invoering van kostengebaseerde tarieven zal het kabinet onderzoeken of bovengenoemde ontwikkelingen leiden tot warmtetarieven die concurrerend zijn met het gangbare alternatief. Als dit niet het geval is, kan het kabinet, op het daarvoor gelegen moment in het voorjaar, besluiten om aanvullende instrumenten in te zetten om de relatieve betaalbaarheid te borgen. Zolang deze niet geborgd is, blijft de huidige tariefregulering op basis van de aardgasreferentie van kracht.

Pas wanneer de relatieve betaalbaarheid voor eindgebruikers ten opzichte van de gangbare alternatieven (nu gas en later warmtepomp) is geborgd, zal het kabinet overgaan tot invoering van kostengebaseerde tarieven (fase 2).”

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10890120

2.

Gegeven de mogelijkheid om kosten door te berekenen en het (beoogde) loslaten van de koppeling aan de gasprijs, is het college het met de Haagse VVD eens dat hogere aanlegkosten van WarmtelinQ wel degelijk een risico vormen voor de betaalbaarheid van warmte van Hagenaars? Zo ja, hoe wil het college dat risico beheersen? Zo nee, waarom niet?

Nee. Zie hiervoor het antwoord op vraag 1. In de beantwoording laat het college weten de Miljoenennota af te wachten om te kijken of het Rijk zal bijspringen in de kostenstijging en dus hoe de stijgende kosten worden verdeeld. 3.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat het college geen afwachtende houding zou moeten aannemen, maar juist nu zou moeten lobbyen om de belangen van Hagenaars te behartigen en besluitvorming van het Rijk en de Miljoenennota te beïnvloeden in deze kwestie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de inzet van het college?

Nee, het college ziet dat anders. Het knelpunt met betrekking tot de kostenstijgingen zit bij het tracé WarmtelinQ Rijswijk-Leiden. Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland is bij dit tracé betrokken (heeft daarin ook geïnvesteerd) en heeft per brief (met als onderwerp ‘WarmtelinQ+’ met kenmerk: PZH-2025-869602023) aan Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland laten weten dat zij samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei met Gasunie in gesprek zijn om inzicht te krijgen in de kostenstijging en dat het met deze en overige partners onderzoekt wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een handelingsperspectief. In de beantwoording op vragen 5 en 6 stelt het college onder andere dat Hagenaars een aantrekkelijk bod krijgen neergelegd in hun keuze voor een warmtenet, dit voor ruim 100.000 woningen een goede optie is en dat stijgende kosten van een bestaand warmtenet voor de rekening van de gebruikers zijn. Het college gaat niet in op de vraag met hoeveel aansluitingen rekening is gehouden specifiek voor WarmtelinQ en waar en wanneer die gerealiseerd zijn. Dit is relevant voor een deel van de business case van WarmtelinQ en de prijs die aangesloten huishoudens gaan betalen. 4.

Kan het college alsnog aangeven hoeveel huishoudens via WarmtelinQ van warmte kunnen worden voorzien, waar in Den Haag deze staan, wanneer de gemeente ‘een aantrekkelijk bod’ gaat doen en wanneer de warmtenetten gerealiseerd zouden moeten zijn? Graag een toelichting op de status van alle plannen voor de aanleg van (nieuwe) warmtenetten als uitwerking van de Transitievisie Warmte, ook als deze nog niet van de grond zijn gekomen.

Nee, het college kan dat niet aangeven want dat is op dit moment nog onbekend. Op basis van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) kan het college warmtekavels gaan aanwijzen en op basis van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) kan een kavel (of gebied) worden aangewezen dat voor een bepaalde datum overgaat op een duurzaam alternatief ter vervanging van aardgas. Die kavels zijn nog niet bekend, evenals welke warmtebron aan welk kavel gaat leveren. 5.

Beoogt het college om met WarmtelinQ (een deel van) de bestaande warmtenetten van warmte te voorzien? Zo ja, wat betekent dat voor de kosten voor Hagenaars die nu al zijn aangesloten op één van die warmtenetten op het moment dat nog geen nieuwe warmtenetten en aansluitingen zijn gerealiseerd?

Dat beoogt het college niet omdat het college niet gaat over welke warmte in welke warmtenetten wordt ingezet.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10890120

6.

Wat zijn de financiële gevolgen voor de nu al aangesloten Hagenaars als het beoogde aantal huishoudens niet wordt aangesloten en hoe worden de prijzen in dat geval betaalbaar gehouden? Graag een toelichting.

Momenteel zijn er nog geen inwoners van Den Haag aangesloten op WarmtelinQ. WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag is een warmtetransportleiding die eind 2026 pas warmte gaat transporteren naar het stadsverwarmingsnet van Eneco. Eerder dit jaar heeft het college de raad geïnformeerd over de voortgang van WarmtelinQ (RIS321088). Hierin wordt onder andere gesteld dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor de werkzaamheden in Leidschenveen-Ypenburg. Ook geeft het college aan dat het een voorschrift ‘onherroepelijk provinciaal inpassingsplan’ heeft toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat de aanleg niet kan starten nu partijen van buiten Den Haag bezwaar hebben gemaakt over delen van het tracé die buiten Den Haag liggen. 7.

Kan het college een update geven van de juridische stand van zaken rond het project, inclusief een globale schatting van juridische kosten? Hoe groot acht het college de kans dat de bezwaren gegrond worden verklaard en dat dit gevolgen heeft voor de aanleg op Haags grondgebied, op basis van eerdere procedures over de aanleg van WarmtelinQ naar Den Haag en/of naar Leiden?

WarmtelinQ (WTS B.V.) heeft een beroep ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de omgevingsvergunning die de gemeente Den Haag heeft afgegeven ten behoeve van de aanleg. Geen enkel beroep is gericht op het Haagse deel van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) voor WLQ Rijswijk - Leiden. Er is nog geen verweerschrift ingediend en de Raad van State heeft nog geen datum bepaald voor een zitting. Het college doet geen uitspraken over de kans dat bezwaren gegrond of ongegrond worden verklaard. Er zijn weinig vergelijkbare beroepszaken en naar verwachting liggen de globale juridische kosten tussen €10.000 - €50.000. 8.

Kan het college aangeven of dit voorschrift en de daaruit volgende vertraging leidt tot hogere kosten voor de aanleg? Indien dat het geval is, hoe hoog zijn de meerkosten en door wie worden die betaald? Zo niet, waarom niet?

Op verzoek van de raad is destijds (bij het eerste tracé, Vlaardingen – Den Haag) het voorschrift ‘onherroepelijk PIP’ toegevoegd aan de omgevingsvergunning, zie RIS312191 pagina 3. Hiervoor was een meerderheid in uw raad. Aan het voorschrift ‘onherroepelijk PIP’ wordt voldaan daarom kon WLQ ook starten met de aanleg. WarmtelinQ geeft aan dat er sprake is van vertraging. De vertraging voor het tracé Rijswijk-Leiden wordt, in de ogen van de gemeente, niet veroorzaakt door het toepassen van het voorschrift maar door problemen rond de aanbesteding. WTS B.V. heeft kenbaar gemaakt dat zij begin maart 2026 willen starten met de werkzaamheden. 9.

Is de gemeente op deze manier mede oorzaak van hoger oplopende aanlegkosten? Graag een toelichting.

De kostenstijgingen worden voor het overgrote deel veroorzaakt door duurdere arbeidskosten, duurder materiaal en duurder materieel. Maar ook door allerlei eisen die worden gesteld aan (het uitvoeren van) het werk en door vertraging als gevolg van het feit dat de aanbesteding van de werkzaamheden niet voorspoedig verliep.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10890120

De juridische kosten die WarmtelinQ vanwege het voorschrift 'onherroepelijk provinciaal inpassingsplan' moet maken dragen maar voor een klein deel bij aan deze kostenstijgingen. Ook heeft dit voorschrift zoals gesteld in het antwoord op vraag 8 nog niet tot vertraging geleid. 10. Kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor hogere aanlegkosten als deze zijn gemaakt vanwege door het college gestelde aanvullende voorwaarden? Graag een toelichting. In het beroep wordt niet gesproken over het verhalen van de kosten dan wel schade. Een schadevergoeding verhalen via een procedure is in theorie een optie. 11.

In de brief schrijft het college dat het voorschrift moet voorkomen dat een houtopstand wordt gekapt. Kan het college toelichten hoeveel bomen gekapt zouden moeten worden voor dit project en hoe waarschijnlijk het is dat deze bomen niet meer gekapt hoeven te worden door het voorschrift? Kan het college tevens aangeven of de optie is overwogen om nieuwe bomen te planten, waardoor groen wordt gecompenseerd en de aanleg door zou kunnen gaan?

Zie de omgevingsvergunning van Den Haag die ter inzage is gelegd (zie https://www.zuidholland.nl/onderwerpen/energie/warmtelinq-rijswijk-leiden/vaststelling-inpassingsplan-warmtelinqrijswijk/ met de titel ‘Vaststelling inpassingsplan WarmtelinQ Rijswijk - Leiden en aanlandlocatie + verleende besluiten clusters 1 en 2’). De omgevingsvergunning vermeld dat er 211 bomen worden gekapt en 28 bomen zullen worden verplant. In Bijlage 35 “Herinrichtingsplan groen” is de groencompensatie geregeld. Op pagina 27 van de vergunning staat dit ook vermeld alleen dan puntsgewijs opgesomd. Het voorschrift moet niet voorkomen dat er wordt gekapt, maar dat er zonder noodzaak wordt gekapt in het geval het Provinciaal Inpassingsplan wordt vernietigd als gevolg van een uitspraak van de Raad van State. 12. Is het college het met de Haagse VVD eens dat de raad geïnformeerd moet worden over (geschatte en/of verwachte) kosten als het college een besluit neemt over een dergelijk voorschrift als (blijkt dat) deze mogelijk grote financiële gevolgen heeft voor de gemeente Den Haag en Hagenaars? Graag een toelichting. Het verlenen van een vergunning is een college bevoegdheid. Op verzoek van de raad is destijds (bij het eerste tracé, Vlaardingen – Den Haag) het voorschrift ‘onherroepelijk PIP’ toegevoegd aan de omgevingsvergunning (RIS312191).

De raad is hierover geïnformeerd (zie RIS318376 pagina 1 + 2 en RIS319381 pagina 2 + 3). Het college heeft dit voorschrift daarom ook opgenomen in de vergunningverlening m.b.t. WarmtelinQ RijswijkLeiden. Door middel van periodieke voortgangsrapportages stelt het college de raad steeds op de hoogte van alle aspecten van de voortgang van de twee WarmtelinQ tracés. Dit betreft zowel de planvormingsfase als de realisatiefase. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15567467/1